Genealogische website Warsage

Max van Wersch werd in 1858 in Simpelveld geboren als tweede kind in het gezin van landbouwer Jan Stephan van Wersch en zijn tweede vrouw Anna Horsmans. Jans eerste vrouw Johanna Franssen was op 26-jarige leeftijd drie dagen na de geboorte van hun zoon overleden. Zij waren net een jaar geleden getrouwd.

In het jaar dat Max 19 werd moest hij zich voor de dienstplicht bij de Nationale Militie melden. De conclusie was dat hij in het inschrijvingsregister van de gemeente Simpelveld van het jaar 1877 voor de ligting van het jaar 1878 is ingeschreven, dat hem vervolgens bij de loting is ten deel gevallen No. 12, dat, buiten oproeping gebleven zijnde, hem tot geene dienst heeft verpligt.[1] Hij was toen bakker.

max van werschTussen zijn 28ste en 32ste trad hij in Simpelveld veel als getuige op bij huwelijken van zijn dorpsgenoten. Opvallend was dat hij iedere keer tekende met M. Van Wersch, dus met een hoofdletter V.

In 1884 werd hij secretaris van de net door mede zijn vader opgerichte harmonie St. Caecilia in Simpelveld. Ook speelde Max mee in de harmonie Sint Caecilia waarvan hij, haast uiteraard, penningmeester werd. Waarom uiteraard zal verder in het artikel blijken.

Op zijn 30ste was hij president van de wakkere turnvereeniging Werk naar Krachten in Simpelveld. Hij organiseerde toen op 22 mei 1888 de internationale turnfeesten. Eerst was er een optocht met aan het begin een ruiterstoet, vervolgens veertien gymnastiekverenigingen en vier muziekkorpsen. In augustus 1889 behaalde Werk naar Krachten (WNK) de eerste prijs in Forst bij Aken.

Familie

Max trouwde 34 jaar oud in 1892. Zijn vrouw droeg dezelfde achternaam. Deze Josephina van Wersch werd in 1863 geboren maar overleed al vroeg, in 1916, 53 jaar oud. Hun kinderen varieerden toen in leeftijd van 23 tot 13 jaar.

Fina was als achtste kind geboren uit Johannes Josephus Hubert van Wersch en Anna Maria Lumeij. Haar vader was meer dan veertig jaar koster in Simpelveld.

Max en zijn bruid Fina hadden dezelfde overgrootouders, dus vier generaties terug. Zij hoefden geen dispensatie aan te vragen hoewel zij in 1892 met haar achterneef trouwde.

Bij hun huwelijk waren vier mannelijke getuigen; zij waren alle vier zwager van de bruid: Jan Verstraelen, hoofd der school in Sevenum, Jan Schreurs, hoofd van de school, Pieter Joseph van Wersch, landbouwer en Cornelis Hubertus Jöbses, winkelier.

Het huwelijk werd door haar broer Jacques ingezegend. Die was pastoor in Spekholzerheide. Het echtpaar woonde met hun kinderen tot 1910 aan de kerk in het kostershuis in Simpelveld. Hij was tot en met 1894 bakker bij zijn broer Joseph die zijn bakkerij en zijn winkel aan de andere kant van de kerk in de Vroenhofstraat had.

Het echtpaar kreeg zes kinderen

1: Johannes Maximiliaan Hubertus Maria van Wersch, geboren 21 juli 1893

2: Jacobus Hubertus van Wersch, geboren 26 februari 1895, overleden 26 februari 1895

3: Johannes Jacobus Hubertus van Wersch, geboren 4 juli 1896

4: Hubertus Josephus van Wersch, geboren 19 december 1897

5: Maria Leo Hubertus van Wersch. In het trouwboekje van zijn ouders werd hij Maria Hubertus Leo genoemd en in de overlijdensakte van zijn vader: Leo Hubert Maria, geboren 2 februari 1903

5: Maria Johanna Hubertina Cornelia van Wersch. In het trouwboekje van haar ouders heette zij Maria Cornelia Hubertina Maria, geboren 3 mei 1905, overleden 17 september 1906. Zij was in de familie ook bekend als Anna Cornelia Hubertina Maria. De geboorte- en overlijdensakten laten de eerstgenoemde namen zien.

Gemeenteontvanger

In juli 1895 werd Max van Wersch tot gemeenteontvanger benoemd. Hij ontving in 1898 een traktement (= salaris) van ƒ 150,- per jaar. Maar hij wilde salarisverhoging en diende een verzoek in. Hij schreef in zijn verzoek: De werkzaamheden worden alle dagen moeilijker en lastiger. Hij wilde een verhoging van ƒ 50,- en kreeg die ook.

In 1900 kocht Max de oude Marechausseekazerne in Simpelveld om om te bouwen tot winkelpanden. In 1903 maakte hij plannen voor het bouwen van een nieuwe marechausseekazerne: De ondergeteekende Max. Van Wersch te Simpelveld verklaart bij deze, ten behoeve der Koninklijke Marechaussee te zullen bouwen een kazerne volgens de hierbij behorende tekening en zoals in het algemeen omschreven [2]. Pas in 1928 liet zijn zoon Hubert de nieuwe kazerne aan de Schiffelderstraat bouwen. In 1929 liet Max de oude kazerne verbouwen tot een winkel waar later zijn kleindochter een drogisterij begon.

Een van zijn hobby’s was jagen. Om kraaien, roeken en ander schadelijk gedierte af te schieten kreeg hij in juni 1906 een buitengewone machtiging, die én maand geldig was. Hij mocht niet vóór zonsopgang en na zonsondergang en op de zondagen schieten.

Als gemeenteontvanger liet hij de mensen bij hem thuiskomen om de gemeentelijke belastingen te betalen. Hij had zoals destijds gebruikelijk kantoor aan huis. De gemeenteraad besloot in november 1901 de jaarwedde van de gemeenteontvanger te verhogen waardoor hij per 1 januari 1902 ƒ 240 per jaar kreeg [3]. Hij verdiende in 1913 ƒ 380 per jaar. In september 1915 vroeg hij de gemeente een verhoging van zijn traktement van ƒ 40,- voor huur en verwarming en kreeg dat ook. Zijn salaris bleef stijgen. In 1919 was het inmiddels ƒ 750,-

Omdat hij met geld omging, was het logisch dat hij ook verzekeringen ging doen. Zodoende kon P. J. Scheeren in september 1900 een advertentie plaatsen waarin hij zijn oprechte dank uitte aan de Verzekerings Maatschappij Vereenigde Eigenaars en haar agent M. van Wersch te Simpelveld voor de spoedige en reële uitbetaling van de brandschade.

Max verscheen met dertien anderen voor de notaris en richtte de NV Eerste Zuid-Nederlandsche Brandverzekeringsmaatschappij op. De hoofdvestiging was in Roermond. Het inlegkapitaal was ƒ 200.000.

Zo ook was hij financieel betrokken bij het Burgerlijk Armbestuur van Simpelveld waarvan hij in 1919 afscheid nam als lid en ook nam hij afscheid als gemeenteontvanger.

 

Vanwege ziekte van zijn zoon Hubert van Wersch, die toen gemeentesecretaris was, verving in februari 1924 Max hem als gemeentesecretaris en werd tevens opnieuw aangesteld als tijdelijke gemeenteontvanger. In augustus 1924 kreeg hij eervol ontslag als gemeenteontvanger en in februari 1926 eervol ontslag als waarnemend gemeente secretaris.

Hubert was van januari 1921 tot aan zijn pensioen 55 jaar oud, in 1948, ruim 29 jaar gemeentesecretaris van Simpelveld. Hij volgde de in december 1920 overleden gemeentesecretaris Schrijvers op. In juli 1924 verzocht Hubert het gemeentebestuur hem te ontslaan als gemeenteontvanger. Dit werd per 15 augustus 1924 verleend.

De zus van Max, Lisa van Wersch, was getrouwd met Cor Berger. Hun zoon Hub Berger (1900-1929) werd de opvolger van Hubert van Wersch. Hij was slechts 28 jaar, nog geen vier jaar gemeenteontvanger, toen een verraderlijke ziekte hem dodelijk trof.

pastoriestraat
1953
pastorieweg 9
1994

1910

In 1910 liet hij het grote huis links van de kerk bouwen op grond dat de familie al in bezit had. Op de gevel werd een gevelsteen ingemetseld met het jaartal 1910. Achtereenvolgens heette dit deel van de straat A9, Kerkplein, daarna Kerkstraat 9 en later Pastoriestraat 9. Max voerde hier het agentschap van de Heerlener Bank. Deze bank bestond alleen in Heerlen met bijkantoren in Kerkrade, Simpelveld en Beek.

Hubert Jozef Dupont richtte in 1908 deze bank op. Zij ging in december 1929 over in de Amsterdamsche Bank. Deze bank had de Heerlener Bank met de oprichting geholpen.[4]  De ‘nieuwe’ fusiebank had bijkantoren in Heerlen, Kerkrade en een zitdag in Simpelveld, Maastricht en Sittard. Dupont werd directeur van de bank. De Amsterdamsche Bank fuseerde later met de Rotterdamsche Bank waaruit de AMRO Bank voortkwam. Die fuseerde weer met de Algemene Bank Nederland waaruit dus de ABNAMRO voortkwam.

Het bijkantoor Simpelveld was vooral de eerste jaren op drie dagdelen open, zogenaamde zitdagen op maandag, woensdag en vrijdag van 14.30 uur tot 16.00 uur. In de veertiger jaren was dat van 10.45 uur tot 12.30 uur om in 1950 weer tussen 13.30 en 15.00 uur open te zijn.

Max was niet zelf actief als bankbeheerder, maar verhuurde een voorkamer aan de Heerlener Bank.

Het huis van Max was een groot huis; logees konden er ook overnachten. Een logé in het bijzonder trok de aandacht van de Limburger Koerier van december 1922:

Pontificale Hoogmis. — SIMPELVELD. Mgr. Arn. Verstraelen. Bisschop titulair van Myrofidio, apostel vicaris van de kleine Soenda-eilanden, sedert eenige weken met zijn moeder, een geboren Simpelveldsche, op bezoek bij zijn oom, den Weleerw.Heer Max van Wersch. alhier, droeg Zondag in de parochiekerk alhier een pontificale Hoogmis op.

Ontstaan van de Boerenleenbank

De agrarische crisis (ca 1880-1900) liep ten einde en de wenselijkheid van een betere kredietverlening op het platteland kon rekenen op brede maatschappelijke steun. Vanaf 1895 ontstonden met steun van notabelen, landbouwmaatschappijen, boerenbonden en in katholieke streken de kerk op verschillende plaatsen coöperatieve voorschot- en spaarbanken volgens het systeem-Raiffeisen. Overeenkomstig het Raiffeisen-model waren de leden samen verantwoordelijk voor het bestuur en beheer van hun boerenleenbank. Daartoe kozen zij vanuit hun midden de bestuursleden en de leden van de raad van beheer, die deze taken onbezoldigd verrichtten. Alleen de kassier, die de boekhouding en de administratie verzorgde, ontving een bescheiden vergoeding. Veel van deze jonge banken waren ondergebracht in de woning van de kassier en slechts een paar uur per week ‘geopend’. Voor een goede werking hadden de banken een beperkt werkgebied. De leden waren overwegend plaatselijke boeren en tuinders en kleine, lokale landbouwcoöperaties. In principe kwamen alleen zij voor kredietverlening in aanmerking. Daarbij gold als aanvullende eis een verplichte individuele borgstelling [5].

Een van de wegbereiders van de Boerenleenbank was de Norbertijner apostel der boeren [6] pater Gerlacus van den Elsen (+1925) uit Heeswijk. Hij stond aan de basis van een aantal lokale boerenleenbanken in het zuiden van Nederland. Zijn doelstellingen waren verheven, maar realistisch. In zijn eigen woorden: Den woeker te weren, den landman in zijn nood bij te staan, maar ook de spaarzaamheid, naastenliefde, arbeidzaamheid en matigheid bevorderen [7].

Dat er veel geestelijken aan de grondslag van de Boerenleenbank waren verbonden komt doordat de oprichter Raiffeisen van de latere Raifeissenbank de christelijke waarden hanteerde. Zonder het christelijk begrip van naastenliefde is geene dergelijke en flinke landbouwkas denkbaar [8].

De eerste Boerenleenbank in Nederland, geschoeid op de Duitse Raiffeisenbank naar de stichter Raiffeisen, werd in 1895 in Naaldwijk opgericht. Het hoofddoel dat de leden van deze vereniging zich stelden, was om beginnende boeren, of zij die in moeilijkheden zaten, met financiële voorschotten te helpen. Op de keper beschouwd was het dus meer een sociale instelling [9]. In katholieke streken werd de bank meestal door de lokale geestelijkheid opgericht. De Raiffeisenbank en de Boerenleenbank gingen samen en dat werd de Rabobank.

Simpelveld

In 1900 werd in Zuid-Limburg het eerste fundament voor de Boerenleenbank in Eys gelegd. Enkele jaren later volgde Bocholtz (1904) en daarna Simpelveld. De Boerenleenbank in Simpelveld werd op 2 april 1908 [10] door pastoor J.W.H.W. (Winand) Zaunbrechers (pastoor in Simpelveld vanaf 1894), hoofd der school P. Jongen en burgemeester L.H. Houbiers opgericht [11]. De statuten verschenen eind mei 1908 in de Staatscourant. Iedere zondag werd er na de hoogmis zitting gehouden in het lokaal van de Boerenbond [12]. Per 31 december 1908 telde de Bank achttien leden en vijftien spaarboekjes. Er zat ƒ 133,745 in kas en er was ƒ 2.355,71 aan spaargeld gestort. Simpelveld was sterk aan het groeien. Had het dorp op 1 januari 1892 1.959 inwoners, januari 1907 waren dat er inmiddels 2.586 [13].

Dat een pastoor mede initiatief nam komt doordat in die tijd het geloof boven alles stond. Vrijwel iedere vereniging had een geestelijk adviseur. Geestelijken maakten na 1911 overigens geen deel meer uit van het bestuur van de bank. In 1911 kwam er een pauselijke maatregel die dit verbood. Tot die tijd was bij veel (katholieke) boerenleenbanken de geestelijk adviseur ook voorzitter of lid van de raad van toezicht zoals kapelaan Keybets in 1905 directeur was van de Boerenleenbank in Vaals. Nederland ging soms al eerder hier terughoudend mee om. Bij de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank (CCB) in Eindhoven maakte mgr. Th.H.A.M. van der Marck deel uit van de raad van toezicht. In 1905 gaf hij deze zetel op om geestelijk adviseur van de CCB te worden.

Tot halverwege de jaren zestig had de geestelijk adviseur een rol bij de Boerenleenbank. Voor de oorlog hield hij de geestelijke waarden in het oog en na de oorlog werd het steeds meer een symbolische functie en beperkte zich tot taken als het inwijden van nieuwe bankgebouwen. Ook dat zwakte in de loop der jaren af. Vooral in het begin van de 20ste eeuw steunde de Boerenleenbank in Simpelveld ook de St. Remigiuskerk. In 1924 gaf zij ƒ 150 uit als een tegemoetkoming in de aanschafkosten van het nieuwe kerkorgel. Dit was landelijk niet gebruikelijk.

Op zondag 11 juni 1933 herdacht de Boerenleenbank in Simpelveld dat zij 25 jaar bestond. Dat werd gevierd met een hoogmis en een verplichte vergadering. Leden die niet bij een van de vergaderingen aanwezig waren moesten altijd een boete betalen wellicht daarom dat er zestig van de tachtig leden aanwezig waren. Op deze vergadering kondigde Max van Wersch aan dat zijn termijn als directeur weer afliep en hij zich natuurlijk herkiesbaar stelde. En hij werd herkozen.

De plaatselijke Boerenleenbanken hadden ieder, vooral in het begin, eigen verantwoordelijkheid. Het bestuur kon zelf beslissen over kredieten: Er werd veel naar de persoon gekeken. Als de boer maar een goed katholiek was en ‘een goeie vent’, dan kon hij wel krediet krijgen om zijn stal uit te breiden. Later werden er veel ‘straffere regels’ gehanteerd [14].

De Simpelveldse stichters

Jan Winand Hubert Willem Zaunbrechers, pastoor van Simpelveld tussen 1894 en 1919 werd in Kerkrade in maart 1846 geboren en overleed na een lange ziekte in Simpelveld op 7 juni 1919. Voordat hij naar Simpelveld kwam, was hij pastoor in Epen (benoemd in 1890) en daarvoor rector in Welten. In 1915 vierde hij zijn 45-jarig priesterjubileum, 68 jaar oud.

Laurens Peter Joseph Hubert (Peter) Jongen (1875-1945) was tussen 1898 (23 jaar oud) en 1933 hoofdonderwijzer van de openbare school in Simpelveld. Hij werd gekozen uit vier kandidaten: Mathias Beuken (35 jaar), Joannes van de Weijer (34), Johannes Clerx (30 jaar) en Laurens Jongen natuurlijk die op 3 november 1898 voorgesteld waren aan het gemeentebestuur [15]. Jongen kreeg een jaarwedde van ƒ 775,- en een pensioengrondslag van ƒ 845 [16]. Vanaf 1908 was hij daarnaast deels directeur (tot en met 1919), en kassier tot en met augustus 1938 van de lokale Boerenleenbank. Hiervoor moest wel een ontheffing van het ministerie komen omdat hij al werkzaam was als hoofdonderwijzer. Hij mocht die bijbaan alleen in zijn vrije tijd uitoefenen. Vanwege zijn gezondheid bedankte hij in 1938 voor de bijbaan als kassier. Hij was getrouwd met Maria Hubertina Rosalie Hermans. Zijn opvolger werd J.W. Meijers, ook onderwijzer aan de bijzondere lagere school in Simpelveld. Ook hij kreeg vrijstelling voorzooveel betreft het waarnemen van de nevenbediening van kassier van de boerenleenbank te Simpelveld, met dien verstande, dat de werkzaamheden, aan de genoemde bediening verbonden, slechts buiten de schooltijden mogen worden verricht [17].

Lodewijk Hubertus Houbiers (1851-1928) was tussen 1905 en 1923 burgemeester van Simpelveld. Hij volgde Lodewijk van Wersch op die tussen 1875 en 1904 hier burgemeester was. In 1922 werd Houbiers weduwnaar. Leonie Houbiers, een van hun dochters, trouwde in 1921 met Jacques van Wersch, een zoon van Max.
Toen Louis Houbiers in 1928 overleed schreef de Boerenleenbank in haar Maandelijksche Mededelingen [18] onder meer: Tevens was hij een der oprichters van onze Boerenleenbank, waarvan hij sedert den aanvang (1908) President van den Raad van Toezicht was. Tot in zijn laatste dagen bleef hij on de zaken onzer Bank ‘t levendigste belang stellen en verzuimde nooit een vergadering.

burgemeesters simpelveldNaar zowel beide burgemeesters Van Wersch als burgemeester Houbiers werden in Simpelveld straten vernoemd.

Overstap naar de Boerenleenbank

Max van Wersch hield nog steeds kantoor voor de Amsterdamsche Bank [19]. Wellicht werd hij daarom door de leden van de Boerenleenbank gevraagd, want hij stopte met de Amsterdamsche Bank. In augustus 1920 werd hij tot onderdirecteur [20] gekozen van de Boerenleenbank (de latere Rabobank) in Simpelveld. Dit was in plaats van de onderdirecteur Johan Peter Otten die op 14 november 1919 overleden was. Volgens zijn overlijdensakte was Otten landbouwer.

Het was niet de enige bank in Simpelveld. Ook de Utrechtsche Hanzebank voor den R.K. Middenstand werd hier vertegenwoordigd door Piet Lerschen, van hotel zur Stadt Aachen. In 1921 heette zij N.V. De Hanzebank [21].

Enkele maanden later, in december 1920, werd Max van Wersch tot directeur van de Boerenleenbank gekozen. Hij volgde directeur Nicolaas Joseph Schrijvers op die op 10 december 1920, 41 jaar oud, in Simpelveld overleden was. De heer Schrijvers was toen tevens gemeentesecretaris in Simpelveld en werd door Hubert van Wersch als gemeentesecretaris opgevolgd.

Een directeur bij de Boerenleenbank is eigenlijk de voorzitter van het lokale bestuur. Bestuur (en raad van toezicht) worden gekozen door de leden van de lokale bank, dus de leden van de Boerenleenbank te Simpelveld. De verkiezingen vonden plaats in de algemene ledenvergadering van de lokale bank. Die waren meestal in een van de zalen van de lokale horecamannen.

In 1920 vormden de heren L.P. Jongen, kassier, H.J. Franssen, M. van Wersch, N.J. Schrijvers (tot zijn dood in december 1920 directeur, hij was net weer verkozen tot 1924) en J. Houppermans (1860-1934) het bestuur. De Raad van Toezicht werd gevormd door L.H. Houbiers (president), W. Jongen en P.H. Janssen.

Alle jaren door waren er officieel drie leden van het bestuur en drie leden van de Raad van Toezicht. Elke vier jaar moesten de bestuursleden en de Raad van Toezicht aftreden en konden dan ook weer opnieuw gekozen worden.

Onderscheidend

Of het directeurschap van Max van Wersch voor de Boerenleenbank onderscheidend was is niet te zeggen. Simpelveld groeide [22] en tussen 1920 en 1930 waren er gemiddeld 80 leden per jaar. In 1924 waren er 233 spaarboekjes, 69 voorschotboekjes en 4 loopende rekeningen. In 1927 waren dat 244 spaarbankboekjes/depositoboekjes, 65 voorschotboekjes en nog steeds vier lopende rekeningen. Een ruwe schatting van het inwonersaantal 1920 zal rond de 3000 mensen zijn.

In tegenstelling tot andere provincies waar de Boerenleenbank zat, werd in Zuid-Limburg nog wel eens de hand gelicht met wie er lid waren. Officieel was het zo dat iedereen die bij de bank een rekening had, lid moest zijn. In 1928 bijvoorbeeld had de Boerenleenbank in Simpelveld 79 leden en waren er 15 boeren die geen lid waren, maar wel een rekening bij de bank hadden. Ook werd bijgehouden welke voorschotnemers geen lid waren van de Boerenbond. De voorschotten moesten immers ten behoeve van de landbouw zijn. Dat zou dus betekenen dat diegenen die geen lid van de Boerenbond waren, ook geen boeren waren. De inspecteur schreef in 1928 in zijn inspectie: De Boerenleenbanken zijn bestemd voor het verleenen van kortloopend bedrijfscrediet (vast en los) en niet voor langloopende uitleeningen (ook niet verkapte). De Simpelveldse bank leende namelijk onder meer geld aan de gemeente Simpelveld, aan het plaatselijke klooster en aan de Kerk. Dat niet-leden gebruik maakten van de bank was al jaren het geval.

Inspecteur dhr. C. Vroonhoven, schreef als afsluiting van zijn Inspectie in juli 1932 over het boekjaar 1931: Van de bank wordt goed gebruik gemaakt. De administratie is keurig verzorgd. Het beheer moet strenger worden ten aanzien der achterstalligen. De beheerders dienen toch op de allereerste plaats aan hun verplichtingen te voldoen, daar zij anders tegenover de anderen niet vrij uit gaan. Ook herhaaldelijk aanmanen zonder meer werkt verkeerd. Daar enkele voorschotnemers zich aan niets storen, pakke men deze streng aan.

In april 1934 was het dan toch definitief afscheid. Hij had 13 jaar lang deze functie gehad. Hij tekende alle officiële stukken met M Van Wersch.

Het Huishoudelijk Reglement uit 1922 vermeldde dat de zitdagen van het bestuur op den eersten Zondag van elken maand was, de zitdagen van de kassier: des Zondags na de Hoogmis en de zitdagen van de Raad van Toezicht den eesten Zondag van Jan, April, Juli, October [23].

ln het begin hadden we geen kantoor, maar zitting aan het huis van de kassier. Omdat de mensen geen vervoer hadden waren de zittingsuren lange tijd na de hoogmis en tweemaal per week een paar uur ‘s-avonds. Dit zodat de mensen niet speciaal uit de gehuchten naar het dorp moesten komen. Ging het in een keer: naar de kerk en naar de bank,  zei Jos van der Linden, oud-bestuurslid in het jubileumjaar van de bank in 2000 [24].

boerenleenbank simpelveldDe Boerenleenbank stond onder andere in 1971 aan de Markt in Simpelveld. Toen maakte atelier Attika uit Geleen ter vervanging van de houten VVV borden met de plattegrond van het dorp, zes keramieken borden van tachtig groene tegels. Zij werden één meter lang bij tachtig centimeter hoog. Vandaag de dag zijn enkele van die borden nog steeds in het dorp te zien. Op de borden staan de belangrijkste plekken uit het dorp waaronder dus de Boerenleenbank.

Foto: Michael Reinders, 2019

In Memoriam

Max stopte in april 1934 als directeur van de Boerenleenbank wegens een zwakke gezondheid. Hij had staar en moest echt langs de huizen lopen om nog naar zijn familie en vrienden te gaan. Max werd opgevolgd door Henk Franssen.

Hendrik Joseph Franssen (1869-1951) was vanaf 1912 tot 1938 kerkmeester in Simpelveld. Hij trouwde in 1909 met Maria Catharina Vanwersch (geen familie van Max).

Enkele maanden nadat Max zijn functie bij de Boerenleenbank had neergelegd overleed hij in 1935. Hij werd 77 jaar. Het Organisatieblad [25] van de Boerenleenbank schreef over Max:

In Memoriam:

Op 15 Juni j.l. overleed met volle berusting in Gods beschikking de Heer M. van Wersch. De algemeen geachte en betreurde overledene was oud-gemeente-ontvanger en gedurende 14 Jaren Directeur der Boerenleenbank te Simpelveld, waarvoor hij om gezondheidsredenen in 1934 moest bedanken. Vooral betreffende in laatstgenoemde functie is het onze plicht hulde te brengen aan zijn nagedachtenis.

Door zijn oprechtheid en discreetheid, zijn ijver en dienstvaardigheid, zomede door zijn tact en bekendheid met de locale toestanden, heeft hij zich voor de Bank veel verdiensten verworven.

Moge de goede God ze hem rijkelijk vergelden.

Zijn nagedachtenis zal bij de leden der Bank zeker in dankbare herinnering blijven.

Hij ruste in vrede [26].

max van wersch
fina van wersch
max van wersch

Vier foto’s van het echtpaar van Wersch-van Wersch.

Zijn oudste zoon Hubert was van 1932 ook lid van het bestuur van de Boerenleenbank in Simpelveld. In 1944 kreeg hij zijn eervol ontslag.

Sociaal

Max had diverse stukken grond in Simpelveld maar ook in Nijswiller. In 1920 bood hij een partij slaghout aan dat groeide in het Schanternelsbos (bij Huls) en in de Keel in het Nijswillerbos. Ook aan de Wittensteen in Simpelveld (1920) had hij land.

Max en later zijn zoon Hubert behoorden tot de notabelen van Simpelveld. Die bewogen zich allemaal in dezelfde kring. Zoals in vele gemeenten was er ook in Simpelveld sinds 1896 een Landbouw-Casino opgericht. Vanuit de Maatschappij van Landbouw werden door de ‘wandelleeraar’ Corten door de hele provincie lessen gegeven. Bovendien rekende hij het tot zijn taak om op alle plaatsen waar hij kwam de invoering van het associatie- en genootschapswezen te stimuleren in de vorm van zogenaamde casino’s. Dit was een uit het Rijnland overgewaaid fenomeen met als doel boeren uit kleinere regio’s regelmatig op vrije middagen en avonden samen te brengen. Op die ongedwongen bijeenkomsten konden ze onder het genot van een glas drank over landbouw spreken en van elkaar leren. Ook konden ze zich met gemeenschappelijke projecten bezighouden, zoals het bestellen van zaad- en pootgoed, kunstmest, landbouwmachines, en verdere samenwerkingsverbanden voorbereiden [27]. In 1895 was er weer een vergadering waarop het volledige bestuur herkozen werd. Burgemeester Lodewijk van Wersch als erevoorzitter, de heer Houbiers als voorzitter, de heren Caspar van Wersch van de Hinnenberg in Simpelveld en Nolls tot ondervoorzitters, de heer Max van Wersch tot penningmeester en de heer Herpers als secretaris [28].

In 1896 waren dat waren dat vrijwel dezelfde heren waarbij Caspar van Wersch nu voorzitter werd en de heer Houbiers ondervoorzitter werd. De heer Meentz verving de heer Nolls als tweede ondervoorzitter [29]. Max werd in 1919 herbenoemd in de commissie tot wering van schoolverzuim. Hierin zaten ook de burgemeester Houbiers het hoofd der school Jongen en na het overlijden van pastoor Zaunbrechers, pastoor Bremers.

Overstroming

In december 1925 was het extreem hoog water in de Maas. Het had in de Ardennen en Noord-Frankrijk zwaar geregend. Daarbij kwam de regen boven Zuid-Limburg ook nog bij. Het station van Maastricht stond 30 cm. onder water [30]. Van Zuid-Limburg tot voorbij Roosendaal had Nederland ontzettend veel last van het hoge water.

De notabelen van Simpelveld, onder leiding van burgemeester Houbiers kwamen in januari 1926 samen om een hulpactie op te zetten voor de ellende die de mensen uit het dorp leden door de watersnood. Dezen waren behalve burgemeester Houbiers zelf, pastoor Brewers en kapelaan Schulpen, oud gemeenteontvanger Max van Wersch, P. Jongen, hoofd van de openbare school, de wethouders Ploumen en Crutzen, de bestuursleden van het Armbestuur H. Drummen en J. Houben, M. Simons en P. Rademakers, bestuursleden van de respectievelijk de plaatselijke Christelijken Mijnwerkersbond en de R. K. Werkliedenvereeniging en tenslotte A. Engelen en C. Vliex als vertegenwoordigers van de Landbouwersbond, P. Lorschen namens de Middenstandsbond en Hubert van Wersch voor de Ambtenaarstand.

De uitkomst van deze bijeenkomst was teleurstellend. De collecte langs de deur bracht hoegenaamd niets op. Besloten werd dat er tijdens enkele missen een extra collecte gehouden zou worden. Enkelen, waaronder de burgemeester, wilden een inzameling organiseren, maar dat zou later nogmaals besproken worden [31].

Gebroeders Reinders

werk naar krachtenIn 1862 richtte Joannes Antonius Reinders, zoon van Anna Barbara Reinders in Simpelveld de gymnastiekvereniging Werk naar Krachten (WNK) op. Hij was een sportief man die een passie had voor gym en acrobatiek. De eerste leden die hij inschreef waren zijn twee zonen: Antoon Hubert Reinders (*1860) en  Pieter Joseph Hubert Reinders (*1858). Antoon nam in 1885 het voorzitterschap over van zijn vader. Ook Antoon betrok zijn kinderen bij WNK. In een van de oudste vermeldingen over WNK uit 1888 wordt verhaald hoe er een feest werd georganiseerd naar aanleiding van een internationale turnwedstrijd. Natuurlijk was er een optocht die met een lange ruiterstoet begon waarna er veertien gymnastiekverenigingen kwamen en vier muziekkorpsen. Dit alles gebeurde onder het voorzitterschap van de dertigjarige Max van Wersch ook uit Simpelveld. Zijn vader was herbergier aan de kerk, waar nu het restaurant BijMaxime is.

Werk naar Krachten bestaat vandaag de dag nog steeds in Simpelveld, maar de familie Reinders en Van Wersch zijn er uit.

Samenvatting

Max was in 1895 gemeenteontvanger van de gemeente Simpelveld. Hij was dit tot 1924. Bij zijn baan moest hij een borgstelling van ƒ 750,- storten, terwijl hij een jaarinkomen had van ƒ 150. Hiervoor moest hij wekelijks een halve dag op het gemeentehuis werken.

Zijn neef Louis was toen burgemeester van Simpelveld. Van 1922-1935 was Max directeur van de boerenleenbank in Simpelveld. Hij bouwde in 1910 het huis bij de kerk in Simpelveld aan de Pastoriestraat 9, (die voorheen de Kerkstraat 9 was). Hier hield hij kantoor voor de bank en verhuurde later ruimte voor de bank. Na zijn overlijdens woonde zijn zoon Leo met zijn gezin hier.

De familiebanden

Jan Theodoor van Wersch, burgemeester van Simpelveld, trouwde in 1779 met Maria Lintjens. Zij kregen zes kinderen waaronder Jan Stefan (*1782) en Peter Joseph (*1790). Dat waren de overgrootouders van Maria Josephina en Maximiliaan.

Jan Stefan (*1782) trouwde Maria Lauvenberg en zij kregen tien kinderen waaronder Johan Joseph Hubert in 1818.
Johan Joseph Hubert trouwde met Anna Lumey. Zij kregen acht kinderen waaronder Maria Josephina in 1863 (blz 398,e,8)
Deze Maria Josephina trouwde met haar achterneef Maximiliaan van Wersch.

De broer van Jan Stefan: Peter Joseph (*1790) trouwde met Maria Cornely. Zij kregen drie kinderen waaronder Johan Stefan Hubert.
Johan Stefan Hubert (399, XII) trouwde met Anna Horsmans. Zij kregen achttien kinderen waarvan Maximiliaan het tweede kind was.
Deze Maximiliaan trouwde in 1892 dus met zijn achternicht Maria Josephina van Wersch.

glas in lood simpelveldmax van werschIn oktober 1936 schonken de erven Van Wersch-Van Wersch dit linker glas-in-loodraam van sint Hubertus aan de kerk van Simpelveld. De maker van het raam was Frans Balendong. Hij zette ook de naam van de schenkers rechtsonder. Per vergissing schreef hij erven Van Wersh-Van Wersch. Hij vergat de c. Hoewel Balendong in 1911 in Roermond geboren was, werkte hij vanuit Haarlem.

Ook Max Van Wersch schonk een raam aan de Sint Remigiuskerk van Simpelveld. In 1922 betaalde hij het raam van Sint Mattheus dat gemaakt was, met vele andere ramen, door atelier Oidtmann uit Linnich. Links onder staat: Max Van Wersch en familie.

Burgemeester Lodewijk van Wersch was de eerste die aan de kerk een raam schonk. Dat was in 1889.

Noten

[1] Nationale Militie, Hertogdom Limburg.
[2] Brief van Max van Wersch aan de gemeente. Privé archief.
[3] Limburger Koerier 12 november 1901.
[4] Jan Engelen: Heerlen van 1896 tot gisteren, Europese Bibliiotheek,1993, blz.18
[5] De Rabobank door de tijd, 1895: in het voetspoor van Raiffeisen, Rabobank, 2018. blz. 10
[6] Provinciale Noordbrabantsche en ‘s-Hertogenbossche Courant, 23 april 1925.
[7] Een kleine geschiedenis van de Rabobank, Rabobank, afdeling Bedrijfshistorie, 2012, blz. 4
[8] Nieuwe Tilburgsche Courant, 10 juni 1897.
[9] De eerste vijftig jaar van de Rabobank Alias Boerenleenbank van Simpelveld, Hub van Wersch, De Bongard, jrg. 10, nummer 4, december 1998, blz. 85.
[10] Rabo Bronnenarchief 31 december 1908 / Nederlandsch weekblad voor zuivelbereiding, 2 juni 1908.
[11] De eerste vijftig jaar van de Rabobank Alias Boerenleenbank van Simpelveld, Hub van Wersch, De Bongard, jrg. 10, nummer 4, december 1998, blz. 85.
[12] Limburger Koerier 25 juli 1908.
[13] Rapporten en voorstellen betreffende den oeconomische toestand der landarbeiders in Nederland, ‘s-Gravenhage, gebr. J & H van Langenhuysen, 1909, blz. 65.
[14] Brabants Dagblad 14 december 2019.
[15] Archief Heerlen Rijckheyt, T104-2691.
[16] Idem.
[17] Bijvoegsel tot het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 1 oktober 1939.
[18] 1 april 1928
[19] Later kwam er een bankemployé uit Kerkrade naar Simpelveld die een zitdag hield in een van de benedenkamers in het huis van de familie Van Wersch aan de Pastoriestraat 9.
[20] Onder-directeur is nu vice-voorzitter van het bestuur.
[21] Nieuw Venlosche Courant 26 februari 1921
[22] Op 31 december 1920 had Simpelveld 3.111 inwoners en op 31 december 1930 3.863. Bron: CBS mei 1931.
[23] Inspectierapporten Boerenleenbank over de jaren 1920-1928, archief Rabobank. Vanaf 1929/1939 zijn alleen de samenvattingen te lezen. De handgeschreven inspectierapporten zijn niet bewaard gebleven.
[24] 100 Jaar, verankerd in de gemeenschappen, Uitgave Rabobank, 2000.
[25] Het blad was vooral bedoeld voor de besturen en raden van toezicht van de lokale banken.
[26] Maandelijkse Mededelingen van de Boerenleenbank, augustus 1938.
[27] Gemeentearchief Venlo.
[28] Limburger Koerier 9 februari 1895
[29] Limburger Koerier 25 januari 1896.
[30] Maasbode, 31 december 1925.
[31] Limburger Koerier 22 januari 1926.

Eerder gepubliceerd in de Bongard, tijdschrift van de Heemkundevereniging De Bongard, jaargang 32, nummer 2, 2020.

Klik hier voor Max van Wersch in de Simpelveldse Tak.