K.1. Jan van Werst, gedoopt Eijs circa 1570, overleden Simpelveld in 1646, trouwde circa 1592 Elisabeth Schiffelers
In 1664 werd in Simpelveld een erfkwestie voorgelegd aan de rechter. Hierin werden Jan van Werst en zijn vrouw Elisabeth Schiffeleres genoemd. Maar ook hun kinderen. In het boek Van Wersch 800 jaar worden zes kinderen van dit echtpaar genoemd terwijl in het document maar vier kinderen genoemd worden. Een van die kinderen wordt niet in het boek 800 Jaar vermeld. In het Limburgs Tijdschrift voor Genealogie 2001 wordt deze kwestie door Jan H. Hanssen aangehaald.
Het document begint met Sijn in leven gewest (Hier worden de nog levende kinderen genoemd)Jenne, Gillis, Nijes ende Jan van Werst, tesaemen wettige kinderen van Jan von Werst ende N. Schiffelers. In het boek 800 jaar worden naast deze vier kinderen ook nog Peter, Hendrik en Clara van Werst genoemd.
Uit bovenstaande informatie kan geconcludeerd worden dat de drie kinderen andere ouders hadden. Wellicht een broer van bovengenoemde Jan? Een argument daarvoor spreekt uit het feit dat Clara van Werst optreedt als doopgetuige bij de geboorte van een zoon van Jan van Werst.
Ga hier terug naar Jan van Werst x Elisabeth Schiffelers.
K.2-3: Catharina van Werst, geboren Eijs circa 1645, trouwde Kerkrade 27 september 1665 Peter Schiffelers.
1694: Catharina van Werst x Peeter Schifflers woonden met hun kinderen Gillis, Joannes, Dionijs en Maria in Simpelvelt Kippersbroeck. Peter ruilde voor 15 jaar lang land boven de Vroenkuil met zijn zwager Jacob Schutz (partner van Elisabeth van Wersch tegen land aan het Heilige Huysken aan de Simpelvelderweg.
6 april 1699: Voor de schepenen van de Bank Simpelveld Willem Schellincx en Michael Cox verscheen Mathijs Savelbergh, gehuwd met zijn derde vrouw Maria Lodewijcx. Zij verkochten een morgen akkerland gelegen in de Bank van Simpelveld, dat van wijlen zijn broer Jacob Savelbergh kwam. waarvan de weduwe van wijlen Jacob Savelbergh voor haar leven Lanck de lijft tochte moet genieten wesende Heeren goet aan Peter Schifflers met zijn eerste vrouw Catharina van Werst voor 50 Aker daalder.
8 augustus 1709: Peter Prickarts, gehuwd met Catharina Hupperets verscheen voor twee schepenen van Simpelveld Wolter van Gulpen en Leonard Bindels. Hij verkocht aan Catharina van Werst, weduwe van Peter Schiffelers een stuk akkerland Riffart (grenzend aan lange kant Willem Prickartts en de andere lange zijde Jan Nijssen, kopse kant Michiel Nijssen.Zij betaalde 14 Aker daalder ende een halff vaet gebacken appel.
8 augustus 1709: Willem Prickarts verscheen voor dezelfde schepenen verkocht een stuk akkerland in de Riffart, grenzend aan de lange zijde aan de weduwe Peter Schifflers, de andere kant Houppert Cruijtzen aan Catharina van Werst, weduwe van Peter Schifflers voor 39 daalder.
Ga hier terug naar Catharina van Werst x Peter Schiffelers
K.3. Jan van Werst, geboren Eijs 1640, overleden 18 november 1712, trouwde 1: Maria Bindels, gedoopt Simpelveld 7 november 1641, overleden Simpelveld 11 maart 1671, trouwde 2: Maria Eymael, gedoopt Simpelveld 23 april 1647, overleden Simpelveld 27 oktober 1724.
1671: In 1671 overleed zijn eerste vrouw. Na haar dood leerde hij Catharina Kleenen kennen. Uit deze relatie werd een zoon geboren die hij wel erkende. Hij trouwde echter niet met Catharina Kleenen. Een half jaar later zou hij met Maria Eymael trouwen.
1686: Jan was al schepen in Simpelveld. Hij leende van Theodorus Niesters, gehuwd met Susanna Holtzmecher, en van haar zus Barbara 100 pattacons tegen 6 ¼% rente. Als borg stelde hij zijn huis en tuin in Simpelveld op den Pleij. Ook was Jan collecteur in Simpelveld: de belastingontvanger.
13 april 1690: Peter Schroeders, gehuwd met Catharina Vroen, verkoopt met toestemming van zijn vader Peter Schroeders de Oude en zijn twee oudste zonen, land achter de Vroenkuil aan Jan van Werst voor 43 Akense daler en drie vaten rogge.
1694: het gezin Van Werst woont in de Irmstraat in Simpelveld. Bij hen woonde ook de dienstmeid Maria Schroeders.
1698: In 1698 was hij koning en daarna keizer van de schutterij van Simpelveld. Zijn zoon Jan Herman werd schrijver en vaandeldrager van de schutterij.
19 januari 1699: Mathijs Franssen, gehuwd met Odilia Breemen, verkocht een coelhoffken in het dorp Simpelveld op den Steen, grenzend aan de lange kant Jan Geelkens, en de andere kant weduwe van Kerst Driest uitlopend tot de gemeene straet. Ook verkocht hij het aldaar gelegen Heerengoet aan de schepen Jan van Werst in ehestoel sittende met sijne tweede huijsvrouwe maria eijnmael voor 10 pattacons, 6½ schilling Sp. gelt licop lentlijck godtheller drij merck aix
19 januari 1699: Jan Gielkens, gehuwd met Mechtel Gulickx, verkocht aan schepen Jan van Werst een morgen weide gelegen in het Kempken, grenzend aan de lange kant de heer Welters, de andere kant met de kopse kant aan de Gaststraat voor 108 Aker daalders à 26 mark iedere daalder.
19 januari 1699: Op deze dag verschijnt voor schout Daniel Limpens, Willem Schillinx en Michiel Cox, schepenen der Bancke Simpelvelt Jan Geelkens, gehuwd met zijn vierde vrouw Mechel Gulickx aan de ene kant en de schepen Jan van Werst gehuwd met zijn tweede vrouw Maria Eijnmael. Beide comparanten hadden tot een erfwisseling besloten. Dit kwam van wijlen de zoon van de eerste comparant Herman Geelkens, verwekt bij zijn eerste vrouw Maria Bisschops, een stuk land gelegen Op de Steen binnen het dorp Simpelveld, grenzend aan beide lange zijden en een korte kant aan het huis en land van Jan Gielkens.
Jan van Werst ruilde een Coelhoif gelegen binnen het dorp Simpelveld Op den Steen, grenzend aan land van Jan Geelkens en de andere kant aan land van de weduwe Kerst Dries.
6 april 1699: Jan had al grond aan de Martensgraaf in Simpelveld, getuige een akte van verkoop door anderen van een stuk land dat aan zijn land daar grensde.Ruim 200 jaar later is die grond nog steeds in bezit van de familie Van Wersch.
17 juni 1700: Op 17 juni 1700 verschijnt Michael Cox voor twee schepenen van Simpelveld en verkocht land aan Jan van Werst. Hij had een volmacht van zijn zwager Daniel Limpens van 4 september 1699.
Ick ondergeschreven verclaere mits esen te geven volkomene macht aen mijn swaeger michiel Cox om den schepen Jan van Werst te transporteren in twee morgen lats leen goet gelegen ontrent de vroenkuijl bij Simpelveldt. Item inden winnendaelk ontrent vier morgen in twee stucken gelegen wesende soo men segt heeren goet deghene ick op heden te saemen in eenen erftcoop overgelaeten en gecedeert hebbe. Hij kocht zes morgen land en elke morgen was verkocht voor 56 Aker daalders. Totaal 136 en een halve pattacon.
31 mei 1706: Voor de schepenen Daniel Limpens, Michael Cox en Johan Prickarts (die secretaris van de Bank was) verschijnt Jan Franckot, gehuwd met Anna Ceulen. Die verkocht aan Jan van Wers (Dit keer geen van Werst), schepen, een halve morgen akkerland, grenzend aan de lange kant Jan van Werst en de andere zijde Frans van de Weijer, de kopse kant Jan Franckot en aan de andere kant de Kaderstraat of Raderstraat. Hij betaalde hiervoor 28 daalders.
Hij is een van de schepenen van de Bank van Simpelveld. Ook in 1707 wordt hij vermeld als Collecteur Jan Van Wers. Zijn naam komt bij de schepenen voor tot 1712.
16 juli 1709: Op heden den 16 Juli 1709 comparerende voor ons daniel Limpens schoutet Hendrick Brauwers ende Wolter van Gulpen Schepenen der Bancke Simpelvelt, den gewesen collecteur Jan van Werst in houwelijken sittende mee sijne tweede huijsvrouwe Maria Eijmael.
Hij verklaarde uit handen van zijn schoonzoon (sijnen Eijdom) Thomas Dautzenbergh een bedrag van 150 pattacons tegen 5% rente jaarlijks ontvangen ter hebben.
50 pattacons zijn voor de heer generaal van het soeverein tribunaal van de provincie Limburg en de rest voor de heer van Sloeh.
30 maart 1711: Voor de schout Daniel Limpens en schepenen Wolter van Gulpen en Lenard Bindels verschijnt Jan van Werst, schepen van Simpelveld getrouwd met Mara Eijnmael. Hij verkocht wat hij destijds gekocht had, drie morgen land gelegen op de Bocholtzer Heijde. Dit had hij met brannende kertzen ingekocht voor 65 daalders voor iedere morgen grond aan Houppertet Cruijtzen uit Bocholtz, gehuwd met Agnes Ortmans, Die moest dit bedrag in handen van de burgemeester Hendrik Brauwers geven.
Ga hier terug naar Jan van Werst x 1: Bindels, x 2: Eymael.
K.4. Jan Herman van Wers, gedoopt Simpelveld 11 januari 1685, overleden Simpelveld 28 februari 1744, trouwde Eijs 12 mei 1715 Maria Barbara Henrott, overleden Simpelveld 27 augustus 1772.
Op 17 juni 1700 verscheen Michael Cox voor twee schepenen van Simpelveld en verkocht land aan Jan van Werst. Hij had een volmacht van zijn zwager Daniel Limpens van 4 september 1699.
1713: Herman van Wers overhandigde aan schout Heinrich Poijck en schepenen een speciale volmacht van de voogd Limpens van 16 mei 1713 waarin stond dat Herman recht had op een deel van de erfenis van wijlen Michael Cocx. Hij moest vijff en de een halff vierdel ackerlants omtrent die rijsercoule onder die bancke van Kerckrode krijgen.
De Rijsercoule is de Ritterscoule die in de 19e eeuw nog steeds in de familie Van Wersch in eigendom was onder de naam Reesterkuil / Reisterkuil. Vandaag de dag is er een Rischerkuijlerweg in Simpelveld. Het was een stuk grond tussen Simpelveld en Bocholtz.
1721: Op 25 mei 1721 legt deurwaarder Joannes Hermannus van Wers de eed als procureur af voor de schepenen van de Bank Kerkrade.
1723: Op 14 april 1723 was Johannes Hermanus van Weers, momber (=beheerder van nalatenschappen) verbonden aan de banck van Simpelveldt, samen met Hendrik Brouwers, schepen in Simpelveld en Anthoin Didden. Zij releveeren (= verheffen) de Vroenhoff in Simpelveld, groot 152 morgen tot de dood van Werner Franssen. Tot ophelder (=leendrager) werd Jan’s zoon Carolus Lotharius van Weers benoemd.
14 mei 1729: Joannes Herman van Wers, gehuwd met Maria Barbara Henrot verkoopt een stuk akkerland van 86 roeden aan de lange zijde grenzend aan de Hof Sevier, de anxdre kant Thomas Dautzenbergh, noord de Landstraat van Simpelveld naar ’s-Hertogenrade, genoemd op die Pull. Het was Herengoed. Joannes betaalde jaarlijks de morgen een kop haver. Hij verkocht het aan Lenard Pelser, zijn kinderen en erfgenamen voor 21 pattacons, godsheller drie merk, lycop 60.
27 februari 1730: Joannes Hermanus Van Wers getrouwd met Maria Barbara Henrot verkoopt aan Joannes Albrechts (latere notitie Joannes Albert) getrouwd met Maria Sophia Schielen akkerland naast het zo genaamde Kirsboomken gelegen, rijgenoot lange zijde de pastorale goederen, de andere kant de erfgenamen Frans Horrion, en de landerijen van de weduwe Nicolaas Houpperts, groot 81 roeden, Herengoet. In een akte van dezelfde datum wordt Jan Herman procureur genoemd.
1732: Deurwaarder Joannes Hermanus van Wers daagde in opdracht van Franciscus Herpers, oudste schepen der Bancke van Kerckrode, (Herman was al in 1697 als schepen, koning van het Sebastianus Schuttersbroederschap in Kerkrade. Ook was hij burgemeester van Kerkrade) de heer baron van Trips Heere van Jonckersdorff, Anstel voor het gerecht. Hij ging naar hem toe maar ick den selven Heere op het casteel van Anstel voors. niet en hebbe gevonden. Vervolgens gaf hij de dagvaarding aan N. Peters, rentmeester.
Trips moest voor de raadsheer en rapporteur Lambrecht Couchet verschijnen op 27 juni 1732 in Brussel.
Het betreft Johan Hendrik Adam Christiaan Joseph, baron en vrijheer van Trips van Neerlintre, heer van Kerkrade, Waart, Anstel, Jonkersdorff etc. Frans Herpers was ook collecteur in Kerkrade.
1732: Deurwaarder Van Wers stuurde de rekening van zijn werk naar de schepenbank Kerkrade. Zij betaalde hem vervolgens 2 pattacons en 4 schillingen voor twee gedaene exploieten in Saecke deser gemeente tegens Mijn heere den Baron van Trips.
Op 27 oktober 1732 werd er recht gesproken voor schepen Prickarts. Voor procureur Merckelbagh verschenen Johan Wilhelm Heldewier in naam en namens zijn broer Johannes Adolph Heldewier tegen Joannes van Wers en Willem Peters. Jan woonde in het huis Den Weijer (blz 16). Hij had van wijlen de heer Mentz 100 pattacons geleend en 26 kronen afgelost. Meer geld had hij niet, hij had er alles aan gedaan, maar het waren slechte tijden. Hij beloofde echter wel te betalen als hij uitstel kreeg.
Willem Peters als Borgh voor wijlen Aelfer Mentz sich vindende gesommert met de her Joannes Herman Van Wers principael Debiteur van de heer Johan Adolph Heldewier. Die 100 pattacons waren op 9 juli 1913 geleend.
Op 3 februari 1733 was er weer een rechtszaak. Advocaat Joh. Willem Heldewier sprak voor zich en namens zijn broer tegen Johan van Wers. Hij wilde destijds de termijn van zes weken hebben om behoirlijcke satisfactie te geven. En dat uitstel kreeg hij.
Merkwaardigerwijs volgt er dan nog een rolzitting waarin blijkt dat tot pandbetreding is overgegaan en nu om een tweede pandbetreding wordt gevraagd, die ook wordt toegewezen. Kennelijk is dat procesrechtelijk nodig. Er staat: nu de pandbetreding behoorlijk is geschied en “prout nuntius referet”, betekent “zoals de gerechtsbode naar zal verwijzen” ( dus dat die pandbetreding is uitgevoerd ), zo verzoekt om een tweede pandbetreding met hernieuwde dagvaarding of oproeping, zoals gebruikelijk;
de insinuatione facta retulit nuntius is zoiets als: de gerechtsbode heeft ter kennisgeving gedaan.
De schepenbank staat vervolgens de eisende partij toe om tot pandbetreding /beslaglegging over te gaan op 23 februari a.s. in de ochtend om 8 uur en daarvoor worden aangesteld de schepenen Strack en Brouwers naast de griffier en met bekendmaking aan beide partijen en bovendien onder mededeling van het voorgaande gestelde van de eisende partij aan de gesommeerde Van Wersch.
De schepenen beslissen in te stemmen met het verzoek tot herhaling van de pandbetreding, zoals verzocht, met het opnieuw dagvaarden/oproepen van de gesommeerde Van Wersch en bekendmaking.
1744: Herman droeg bij zijn leven het vaandel van de schutterij Sint George van Simpelveld. Hij was tevens de schrijver (secretaris) van de schutterij. Vaandeldrager was een zeer belangrijke figuur. Hij werd in één adem genoemd met de officieren. In het overlijdensboek van de parochie Simpelveld staat daarom dan ook dat hij fahndrich was. In die tijd was het geen schutterij maar een Bruderschafft.
Ga hier terug naar Herman van Werst x Henrott
K.5b. Gerard van Wers, geboren Bocholtz circa 1720, overleden Bocholtz 25 maart 1792, trouwde 1: Simpelveld 27 april 1744 Maria Bindels, overleden 29 juni 1754, trouwde 2: Simpelveld 9 september 1754 Catharina Dautzenberg, overleden Bocholtz 23 augustus 1808.
1754: Zijn tweede huwelijk was met aartsdiacanale dispensatie omdat zijn tweede vrouw in verwachting was en zijn eerste vrouw kort daarvoor overleden was.Een aartsdiaken had bepaalde bestuursbevoegdheden in de laagste kerkelijke rechtbank. Dat heette seend-recht De term seend is afgeleid van synode, en werd in de middeleeuwen in Nederland gebruikt als benaming voor een kerkelijke rechtbank. Een seend behandelde zaken rond ontucht en overspel, maar behandelde ook aanklachten wegens ketterij en deed aan bestrijding van hekserij. De bisschop van Utrecht besteedde de taak doorgaans uit aan aartsdiakens. (Wikipedia>
29 december 1777: Gerard van Wersch in zwetter Ehe sitzent met Catharina Dautzenbergh wohnhaff zu Bochholtz leende van Margareta Theresia Amija uit Aken, auff seijnen frundlichen ersuchen zu seiner besten nutzen baar empfangen zu haben die unzertheilte summam van hondert Specie pattacons jeder zu zwölf gulden aix. Jaarlijks betaalde hij 5% rente. En het eindjaar dat het afgelost moest zijn werd niet vermeld. In de akte staat biss zur abloes.
Als onderpand gaf hij zijn huis, weiden en kohlhoff der Billenhoff genand in Bocholtz.
Verder een stuk van 99 roeden aan de Driesch Weijde aen die Haemersche Linde, grenzend aan de weduwe Dautzenberg en de andere kant Gillis Hupperets met aan de kopse kant de Molenweg en de andere kant de Heideweg,
– een stuk land, 39 roeden, aan de Bombard mit einer seithen Creutz = brüders Erb en aan de andere kant den Tyloet = graben met aan de kopse kant Wilhelm van Wersch en aan de andere kant Gillis Dautzenberg.
Gerard kon niet schrijven dus tekende hij met een kruisje en de notaris schreef erbij schreiben onervaeren.
27 februari 1782: Voor notaris Frederic Daelen, verschenen de broers Joannes en Caspar Huppertz. Zij erfden van hun ouders Joannes Huppertz en Maria Francisca Gnewmont de Billenhoef onder Bocholtz met all aenclevend gebouw, misthoff, wolhoven ende huijsweijde, welke wolhoven en de huijswijde hier groot genomen ad hondert Seven en vijftig roeden regenoet (= rijgenoot) met eene zijde Erffgn Daniel Scnieders, d’andere Zijde gerardus Van Wersch.
17 december 1808: Na het overlijden van zijn tweede vrouw kwamen de kinderen bij notaris J.F. Daelen uit Kerkrade. De akte werd in het Frans opgemaakt vandaar de Franse namen:
1: Pierre Vanwersch (zo schreef de notaris het) getrouwd met Madeleine Prickaerts, landbouwers,
2: Johannes Leonard Vanwersch getrouwd met Jeanne Catharine Ploum, landbouwers,
3: André Vanwersch getrouwd met Barbe Prickarts, landbouwers,
4: Henry Vanwersch, meerderjarige vrijgezel,
5: Leonard Schröders, weduwe van Lucie Van Wersch (schrijfwijze notaris),
6: Jean Voragen getrouwd met Marie Catharine Vanwersch landbouwers,
7: Nicolas Otograeff getrouwd met Agnes Houppertz (dochter van wijlen Anna Maria van Wersch, kind 2),
8: Mathias Schröders als gemachtigde van zijn broers en zussen.
Iedereen woonde in Bocholtz met uitzondering van Nicolas Ottograeff die in Kohlscheijd woonde.
Zij verkochten aan Leonard Wiertz, getrouwd met Anne Marie Hennen, landbouwers in Bocholtz en zijn twee broers Mathias en Pierre Joseph Wiertz en stuk land in Bocholtz dat in Heerenpoel ligt, 40 are en 91 centiaren of 96 roeden. Zij betaalden hiervoor 262 francs 75 centimes, ook wel 85 rijksdaalders.
Op 15 januari 1810 ging schoonzoon Jan Leonard Schroeders naar Aken waar hij bij juridisch adviseur Charles Joseph Antoine Dahmen informatie vroeg hoe hij moest handelen nadat bleek dat na het overlijden van zijn schoonouders (1792 en 1808) zijn schoonfamilie geld geleend had aan het overleden echtpaar. Te weten 27 kroon en 59 pattacons.
Deze schulden moesten natuurlijk betaald worden uit de erfenis, zoals uit de opbrengst van het nagelaten meubilair.
Jan Leonard Schroeders sprak namens zichzelf tegen de vijf kinderen van zijn overleden schoonouders. In Aken stelde hij dat diegene die de lening gegeven hadden dat middels een akte moesten kunnen bewijzen.
Volgens de juridisch adviseur was er geen aanspraak dat het bedrag van 150 franks oversteeg waardoor er geen akte nodig was. Een getuigschrift is volgens hem meer dan voldoende. Dus de ene erfgenaam kon middels een getuigschrift de andere erfgenaam duidelijk maken dat er schuld was.
De vijf kinderen waren: Peter (6a), Jan Leonard (6b), Andreas (6c), Maria Catharina en Henricus (6d).
In de akte stond (vertaald): Aangezien de getuigenis voor een broer niet geacht wordt partijdig te zijn, wanneer zij wordt afgelegd tegen de vertegenwoordigers en kinderen van een broer of zus, maar veeleer met meer geloofwaardigheid moet worden gegeven, aangezien de getuigenis wordt afgelegd tegen de eigen belangen van de getuige.
Ga hier terug naar Gerard van Wers x 1: Bindels, x 2: Dautzenberg
K.5c. Jan Peter von Wers, geboren Bocholtz circa 1723, overleden Bocholtz 5 januari 1815,
trouwde 1: Bocholtz 31 juli 1752 Anna Gertrude Rhoen/Roen, gedoopt Eijs 6 maart 1734, overleden Bocholtz 5 juni 1758,
trouwde 2: Bocholtz 30 oktober 1759 Joanna Gertrude Dautzenberg, gedoopt Bocholtz 3 april 1733, overleden Bocholtz 6 maart 1818.
1777: Bij de doop van Johanna Elisabeth von Wersch schreef de pastoor von Wersch in het doopboek.
30 juli 1779: Petrus van Wersch gehuwd met Anna Gertrudis Dautzenbergh, wonende in Bocholtz, verclaerde en hebbende opgelicht ende ontfangen te hebben uijt ende door handen van den Heer frans Brammerts in houwelijk sittende met Mevrouwe Maria Heijendael, uit Aken, 300 courante rijksdaalders elk tegen 54 Akener mark tegen 4% jaarlijkse te betalen rente. Dit moest hij net zolang betalen totdat het bedrag was afgelost. Dat zou dan 25 jaar duren? Ik betwijfel het of er geen andere afspraken waren gemaakt. Hij mocht ook het in drie termijnen terug te betalen.
Als onderpand stelde hij een weide binnen Bocholtz die Overweijde heet, grenzend aan de beide lange zijden aan land van Ludovicus Dautzenberg, schepen Leonard Schneijders en aan de kopse kant aan wederom land van schepen Schneijders.
Zo ook een weide gelegen te Beijs, grenzend aan land van de erfgenamen van wijlen Nicolaas Scheilen en de weduwnaar Leonard Nevelstein en aan de kopse kant de Beijsenwegh.
Zo ook een stuk land aan de Molenweg, grenzend aan de lange kanten aan land van Christian Breglever en Hendrik Hupperets, en de kopse kant aan de Hoff Vlengendaal.
Zo ook een stuk land in het Kerkveld onder Bocholtz, grenzend aan de lange zijden de weduwe Joannes Willem Dautzenberg en de erfgenamen van Daniel Schepers, de kopse kant aan het adellijk huis Bongard,
Zo ook een stuk land gelegen aan de Plakkenweg, grenzend lange zijden de weduwe Winand Nevelstein en de weduwe Anton Kicken, met de kopse kant Hendrik Hupperets,
Zo ook een stuk land gelegen aan de Stevensweg, grenzend lange zijden Joseph Beckers en Caspar Hupperets, de kopse kant Stevensweg
Zo ook een stuk land achter Vleggendael, lange zijden: Gerard van Wersch en Joannes Willem Dautzenberg en de kopse kant aan land van Hoff Vleggendael.
1788: Zijn dochter Agnes schenkt alles wat zij heeft aan haar vader.
3/1818: Bij het overlijden van zijn tweede vrouw op 6 maart 1818 liet zij geen testament achter, dus moest er aangifte gedaan worden voor de belastingen en genoteerd worden wat er geërfd werd door haar kinderen. Dat gebeurde op 27 oktober 1818:
Joanne Elisabeth Van Wersch, Catharina Van Weersch, Henri Van Weersch.
Zij erfden
1: land in Meulenweg (later werd dit Molenweg)
2: land in Kisselder
3: weide aan de Akerweg
4: weide in den Bombaard
5: land aan de Oirsbacheweg
6: land met de naam Dauvenberg
7: land gelegen in het Kerkveld
8: land in de Haasekuil
Dit had een waarde van ƒ 688. Vreemd genoeg werd de erfenis door drieën gedeeld zodat ieder ƒ 229,33 kreeg.
Er was een aparte opgave die door Gilles Ploumen gedaan werd, de man van Johanna Elisabeth, de jongste dochter. Hij was landbouwer in Bocholtz.
Hij noemde: Jeanne Elisabeth Van Wersch, vrouw van de declarant,
Catharine Van Wersch, vrouw van Francois Ortmans, landbouwer in Vetschen, Henri Van Wersch, landbouwer woont in Limersch, deel van Vaals (=Lemiers).
De onroerende goederen waren in Bocholtz
1: land aan de Meulenweg (19 are en ƒ 75,
2: 14 are land Kisselder, ƒ 39,
3: 37 are aan Akerweg ƒ 260,
4: 22 are in den Bombaard ƒ 165,
5: 14 are Orsbacherweg ƒ 65,
6: 9 are Dauvenberg ƒ 44,
7: 5 are in het Kerkveld ƒ 26,
8: 7 are in de Hase Koul ƒ 14,
Totaal ƒ 688.
4/1818: Na het overlijden wordt alles met de kinderen gedeeld.
1: Hendrik Van Weersch getrouwd met Maria Catharina Leijmans, akkerbouwers, wonend in Vaals op het gehucht Lemiers, voor een derde deel,
2: Maria Elisabeth Van Weersch geassisteerd door haar man Egidius Ploumen, landbouwer, wonend in Bocholtz, voor een derde deel,
3: Catharina Van Weersch ter gezelschap met haar man Francis Oortmans, daghuurders, woonachtig te Velschen, gemeente Laurensberg, voor een derde deel.
Als kinderen van de overleden (schoon)ouders zonder testament Pieter Van Weersch en Anna Gertruij Dautzenberg.
De volgende goederen in Bocholtz werden verdeeld:
lot 1a: woonhuis, schuur, stallingen., bakoven de grond, mesthof, koolhof gelegen op den Prikkart te Bocholtz, waarde ƒ 318.
Lot 1b: een deel van de zogenoemde Paardsheijde in Bocholtz , waarde ƒ 150,52.
Lot 1c: een stuk land gelegen in den Berg ƒ 18,09.
Lot 1d: een stuk land op de Bille, waarde ƒ 8,93.
Lot 1e: een stuk land gelegen achter de wijde van Vleggendal ƒ 81,65.
Lot 1f: een stuk land gelegen aan de Guttekuil ƒ 14,33.
Lot 1g: de helft van een weide den Bombart ƒ 78,47.
1h: een stuk land op de Platteweg ƒ 38,94
1i: een stuk land in de Guttekuil ƒ 27,65.
Totaal lot 1: ƒ 737,42.
Voor zijn deel zal dit lot bestaan uit een jaarlijkse rente aan het hospitaal van Sint Elisabeth in Aken ƒ 77,96.
Waardoor er dus ƒ 659,56 overblijft.
Lot 2a: de helft van een weide gezegd de Hoove weide ƒ 450,52.
2b: een weide de Pluijweijde genoemd ƒ 90,20.
2c: de helft van een stuk land gelegen op den Prikkartsweg ƒ 168,15.
2d: een stuk land op de Putskuijl ƒ 77.
2e: een stuk land aan de Bergweg ƒ 36.10.
2f: een stuk land gelegen op de Guttekuil ƒ 26,08.
2g: een stuk land gelegen op den Kisseld ƒ 54,87.
2h: een stuk land op de Molenweg ƒ 75,05.
2i: een stuk land in de HaseKuijl ƒ 12,60.
2j: niet genoemd.
2k: een stuk land gelegen in het Kerkveld ƒ 25,88.
Bij elkaar ƒ 716,45.
Voor zijn deel is er een jaarlijkse rente aan het hospitaal te Aken, ƒ 42,92½.
Waardoor er dus ƒ 673,925 overblijft.
Lot 3a: een weide op de Bijs ƒ 99,12.
3b: een stuk land op de Prikkartsweg ƒ 168,15.
3c: een stuk land op de Kullenderweg ƒ 153,99.
3d: een stuk land gelegen in de Vinnt (?) ƒ 105,60.
3e: een stuk land achter de Ligehijd (?) ƒ 39,05.
3f: de helft van een wei genoemd de Bombart ƒ 78,47,
3g: Een stuk land op den Oorsbacherweg ƒ 65,30.
Bij elkaar ƒ 709,68.
Ook hier een jaarlijkse rente aan het hospitaal in Aken van ƒ 42,52½.
Dus overblijvend: ƒ 667,45½.
De goederen bedragen na aftrek van belastingen een waarde van ƒ 2.000,64.
1/3 deel hiervan is ƒ 666,88.
Dan wordt er lootjes getrokken.
Het eerste lot komt toen aan Egidius Ploumen en zijn vrouw.
Het tweede lot aan Frances Oortmans en zijn vrouw
Het derde lot aan Hendrik van Weersch.
Ga hier terug naar Jan van Wers x 1: Rhoen, x 2 Dautzenberg.
K.5c-2: Maria Agnes van Wers, gedoopt 29 mei 1754, overleden Bocholtz 1 september 1824, 72 jaar.
Zij is in haar huis op den Klinckerd overleden en de aangifte werd door haar zwager Gillis Ploumen gedaan.
Op 14 juli 1788, staat in de Nota’s over beleningen gemaakt uit de leenregisters in het archief van Maastricht, lenen van de leenhof van ’s-Hertogenrode dat Maria Agnes van Wersch, haar huis en haar geheel bezit (haar huis in Bocholts aen de klinket enz) aan haar vader schenkt terwijl zij wel het vruchtgebruik heeft. Ook dat daardoor haar vader voor haar zal zorgen. Maria Agnes was nog het enige kind uit het eerste huwelijk dat leefde. Zij was ongehuwd.
14 juli 1788: In den Naeme der Allerheijliste drijvuldigheijt Amen
Cond ende kennelijck zije hiermeede aen alle de gheene die deesen Openbaeren instrumente van Donatie inter vives sullen sien ofte hoeren leesen, hoe dat op heeden den vierthienden juli 1788 voor mij ondergetek. Openbaeren Conincklijcken bij Sijne Majesteijt souverainen Raede van Brabant tot Brussel geprobeerden , binnen de Bancke van Simpelvelt Residerende Notaris, ter presentie vor Gelooffw. Getuijgen hier maer genoembt, in propere persoon gecompareert is, de Eerbaere Maria Agnes van wersch grootjaerige Dochter en eenigh voorkind van Petrus van wersch, nu hertrouwt met de Eerb. Joanna Gertruidis Dautzenbergh haere oogen quidem beroefft (deze drie woorden zijn doorstreept) woonende tot den Banck van villem mij onderget. Notaris en getuijgen seer wel bekend haere oogen quidem beroefft, haere overige memorie en sinnen ‘nochthans overael machtigh en gebruijckende, gelijck mij Notaris en ondergetek. Getuijgen met haer te houdene Discours voleomentlijck wat blijckende, alswelcke Compte. Donatrice verclaerde sonder eenige de minste inductie ofte persuasie van jemand, maer uijt eene particuliere genoegentheijt en affexie los sij altoes gelijck een kind verplicht en schuldigh is tegens sijnen vaeder te draegen en alnoch andere haer Donatrix daertoe moverende reedenen per Donationem inter vivos irrevocabile en met waermer hande van. nue aeff aen haere meergen. vaeder Petrus van wersch nue hertrouwt met Joanna Gertrudis Dautzenbergh te gunnen te geeven en Groffelijck te transporteeren gelijck sij voorn. Donatrice gunt geefft en erffelijck transporteert mits deesen haere behuijsinge binnen boucholtz geleegen den Klincket met alle aen hebbende landerijen en grasswass met eenen woord
(…)
Haar vader moest haar dan in alle gezonde en krancke daegen bij staen en op te passen en soe sij sal coemen te overlijden haer als dan te laeten naerdoen en celebreeren eenen eerlijcken kercken dienst en begraeffenisse daertoe geregnireerd naer haere staet en conditie en daerenboven tot troest van haere siele alsnoch sal laeten vijfftigh missen laten willende en begerende sij Donatrix dat deese dan so een mahl voor alle mahl drie malder Rogge aen de arme sal uijt deelen.
Hij tekende. Zij kon niet schrijven.
Vertaling: Laat het hiermee bekend en kenbaar zijn aan allen die deze openbare akte van schenking onder levenden zullen zien of horen lezen,
dat op heden, de veertiende juli 1788, voor mij, ondergetekende, openbaar notaris, aangesteld bij Zijne Majesteit en geaccrediteerd bij de Soevereine Raad van Brabant te Brussel, residerend binnen de bank (rechtsgebied) van Simpelveld, in aanwezigheid van de hieronder genoemde geloofwaardige getuigen, in eigen persoon is verschenen:
de eerbare Maria Agnes van Wersch, meerderjarig, dochter en enig voorkind van Petrus van Wersch, die thans hertrouwd is met de eerbare Joanna Gertrudis Dautzenbergh, wonende binnen het rechtsgebied (de bank) van Wittem,
mij, notaris, en de getuigen zeer goed bekend.
Zij, de comparante (verschijnende persoon), verklaarde dat zij weliswaar haar gezichtsvermogen verloren heeft, maar verder nog volledig bij verstand en van haar geheugen en zinnen ten volle gebruik maakt, zoals mij, notaris, en de getuigen duidelijk bleek uit het gesprek dat wij met haar voerden.
Deze genoemde Maria Agnes van Wersch, schenkster, verklaarde uit eigen vrije wil, zonder enige aandrang of overreding van iemand,
maar enkel uit persoonlijke genegenheid en liefde, zoals een kind altijd verplicht is tegenover zijn vader, en om nog andere haar moverende redenen, bij deze, bij wijze van een onherroepelijke schenking onder levenden (donatio inter vivos),
met vaste en zekere hand te schenken, geven en overdragen aan haar genoemde vader Petrus van Wersch, thans gehuwd met Joanna Gertrudis Dautzenbergh, haar woning gelegen te Bocholtz, genaamd “den Klincket”, met alle daarbij behorende landerijen en grasweiden, kortom, met alles wat daarbij behoort.
Haar vader moest haar dan in al haar gezonde en zieke dagen bijstaan en verzorgen. En wanneer zij zou komen te overlijden, moest hij ervoor zorgen dat er voor haar een vrome kerkdienst en begrafenis werd gehouden, passend bij haar stand en omstandigheden. Bovendien moest hij, tot troost voor haar ziel, vijftig missen laten opdragen. Ook wilde en verlangde de schenkster dat men dan, bij die gelegenheid, driemaal per jaar drie mudden rogge aan de armen zou uitdelen.
16 april 1818: Maria Agnes Van Weersch uit Bocholtz gezond van verstand, gezond van lichaam en overige haar zinnen, liet aan haar halfbroer, haar halve zusters en zwagers in gelijke delen haar bezittingen achter.
1: Hendrik Van Weersch, getrouwd met Maria Catharina Leijmans, akkerbouwer, woont Lemiers.
2: Egidius Ploumen, getrouwd met Maria Elisabetha Van Weersch, akkerbouwer in Bocholtz.
3: Francis Oortmans, getrouwd met Catharina Van Weersch, wonend in Vetschen, gemeente Laurensberg Pruissen:
al mijn roerende en onroerende goederen en mobilaire goederen en alles wat er onder gebracht kan worden.
Wanneer ze overlijdt, dan gelijk na mijn dood van zes vaten koren brood laten bakken en aan de armen van de gemeente Bocholtz uitdelen.
Ieder erfde:
1: een derde deel van een huis met gebouwtjes erbij en een tuin in Bocholtz, waarde ƒ 75
2: weide in Bocholtz ƒ 26,50
3: akkerland in den Berg ƒ 3
4: akkerland op de Helle ƒ 2
5: akkerland bij Vleggendal ƒ 21
6: akkerland aan Guttkove ƒ 1,90
7: akkerland aldaar gelegen ƒ 6,50
8: weide te Bocholtz ƒ 26,50
9: weide ook wel de Pleiweide ƒ 19
10: akkerland, op Prikketsweg ƒ 25
11: akkerland op de Putskuil ƒ 18
12: akkerland gelegen aan de Bergweg ƒ 5
13: akkerland op de Guttekoul ƒ 6,50
14: akkerland op den Kissel ƒ 11
15: weide op de Bies ƒ 1,50
16: akkerland op de Prikkartsweg ƒ 25
17: akkerland gelegen op Kuilenderweg ƒ 26
18: akkerland gelegen aan de Tingstaarde (?) ƒ 17
19: akkerland an Fleggendal; ƒ 8
20 de roerende nalatenschap bv kleding ƒ 10
Bij elkaar ƒ 334,40.
De passieve nalatenschap
een renteschuld van ƒ 106,31 (75 rijksdaalders aan Johan Willem Brammertz uit Aken. Zie bij haar vader.
Kosten begrafenis ƒ 95.
Bij elkaar ƒ 201,31.
Blijft over ten voordele van de erfgenamen: ƒ 133,09, dus ieder ƒ 44,36 ⅓.
1824: Na haar overlijden op 1 september 1824, werd op 5 maart 1825 in Heerlen een memorie van successie opgemaakt: Aangifte der nalatenschap omdat zij zonder testament overleden was. Dit was voor de aangifte van de belasting over de gederfde goederen. Deze aangifte gebeurde door Katharina Van Wersch huisvrouw van Francis Ortmans (dat is haar halfzus nummer 5), woont in Vetschau Maria Elisabeth Van Wersch, huisvrouw van Egidius Ploumen, akkerbouwster in Bocholtz en Hendrik Van Wersch, akkerbouwer in Lemiers kwamen bij de notaris.
Goederen in Bocholtz dat gelijk was aan wat er in haar testament van 1818 stond. Geen van drie kon tekenen, dus was een kruisje voldoende.
Klik hier voor Maria Agnes van Wersch.
K.5c-9. Joanna Elisabeth van Wersch (Vanwersch), gedoopt Vijlen 28 april 1777, overleden op den Klinkert 19 juni 1838, 60 jaar oud, trouwde Bocholtz 7 september 1812 Egidius Ploumen, gedoopt Simpelveld 19 september 1788, overleden Bocholtz 16 april 1859, zoon van Johannes Leonard Ploum en Johanna Catharina Gimmenigh.
1812: Bij hun huwelijk was hij knecht, 24 jaar en woonde in Horbach. Zij was 35. Hij tekende G: Ploumen, en zij jean Elisabeth van wers.

In de Bijbel schreef Egidius:
ijch Egidius Ploumen bin in der Kirche eigesegnet mit meijner lipstten hausfrau Joanniij eleijsabet von Wersch den 8 September im jahr 1812 lobet gott ueber alles amen
Hij schreef dus in de bijbel: Ik Egidius Ploumen ben in de kerk ingezegend met mijn liefste vrouw Joanna Elisabeth Von Wersch de 8ste september in het jaar 1812. Looft God boven alles. Amen.
1824: Hij geeft het overlijden aan van zijn schoonzus Maria Agnes. Gillis woonde op de Klinkerd, net als zijn schoonzus. Hij was landbouwer. Burgemeester Schiffelers als schout en ambtenaar van de Burgerlijke Stand, noemde hem kleenneef.
1838: Haar overlijden, zonder testament, dus werd er een aangifte van nalatenschap gedaan dat voor de Belastingdienst moest gebeuren.
Zij liet na aan haar drie zonen in de gemeente Bocholtz
1: woonhuis, schuur, stalling en moeshoff op den Klinkert belendende eene zijde de straat
2: een weide op den Klinkert
3: een stuk land in den Berg
4: een stuk land gelegen op de Helle
5: een stuk land gelegen achter Vlengendaal
6: een stuk land gelegen op de Gullekuil
7: een wijde gelegen in Bombart grenzend aan de Vloedgraaf
8; een stuk land gelegen op de Plaatenweg
9: de helft van een stuk land op de Guttenkuil
10: de helft van een weide gelegen op de Klinkerd
11: de helft van een stuk land op den Prickarts
12: de helft van een stuk land gelegen op de Putzkuil
14: de helft van een stuk land op den Bergweg
14: de helft van een stuk land opt de Guttenkuil
15: de helft van een stuk land op den Resseling
16: de helft van een stuk land op den Molenweg
17: de helft van een stuk land in de Hassenkuil
18: de helft van een stuk land op in het Kerkveld
19: de helft van een stuk land achter Veenendaal
20: de helft van een stuk land op den Klinkerd
21: de helft van een stuk land op den Stevensweg
22: de helft van een stuk land op den Moelenweg
23: de helft van een stuk land in den Deegvenberg
24: de helft van een stuk land achter de Koeweijde
25: de helft van een stuk land achter de Koeweijde
26: de helft van een stuk land op den Broekersweg
27: de helft van een stuk land op dezelfde weg
28: de helft van een stuk land op den Reijn
29: de helft van een weide gelegen boven den Broek
30 de helft van een stuk land op den Plaats
31: de helft van een stuk Land in het Plaatveld – Platveld
De drie broers tekenden de akte.
19 maart 1850: Maria Catharina Schneiders, gehuwd met Antoon Joseph Pelzer verscheen als eerste partij en Egidius Ploumen, echtgenoot van Johanna Helena Lennertz, hij was inmiddels hertrouwd, en de meerderjarige kinderen
Jan Leonard Ploumen
Pieter Joseph Ploumen
Hendrik Joseph Ploumen
verwekt in zijn eerste huwelijk met Johanna Elisabeth Van Wersch.
Iedereen woont in Bocholtz.
De eersten ruilden een wei in Bocholtz aan de Klinkert geschat op ƒ 800 tegen een stuk bouwland op de Leimknop en een stuk op de Zeenbaan. En twee stukken bouwland aan de Stevensweg.
4: Een weiland genoemd Schlassweide grenzend aan de Stevensweg, ook die hebben een waarde van ƒ 800.
1859: Zijn overlijden. Hij was weduwnaar van Elisabeth Vanwersch en was echtgenoot van Joanna Helena Lennertz, landbouwster in Bocholtz. Hij overleed zonder testament dus werd er op 5 juli 1859 een Memorie van Aangifte der Nalatenschap gedaan ivm de Belastingen. Hij had echter wel een testament gemaakt, verleden voor notaris Nijst Wittem op 23 december 1842 waarin hij het vruchtgebruik aan zijn vrouw Joanna Helena Lennertz laat van het 1/4 van onroerende goederen.
Klik hier voor Joanna Elisabeth van Wersch.
K.5d. Willem Vanwers, gedoopt Bocholtz circa 1725, overleden Bocholtz Fleggendael 14 november 1806, trouwde 14 februari 1752 Maria Judith Bindels, gedoopt Simpelveld 4 januari 1717, overleden Simpelveld 31 maart 1769.
2 augustus 1774: Leonard Schroeder, getrouwd met Maria Catharina Knops, verklaarde verkocht te hebben aan, maar wanneer weet hij niet meer, Wilhelmus van Wersch, weduwnaar van Maria Judith Bindels, een halve morgen akker in het Prickertsveld, aan de lange zijde grenzend aan St. Gillishof, de andere zijde aan land van Stephanus Prickarts, de kopse kant aan St. Gillis hof en aan de andere kant aan Christian Bleijlevens. Het was jaarlijks belast per morgen land met een kop haver, verder was het vrij van grondlasten, behalve dan een tiende zoals overeengekomen is met de Bank van Simpelveld.
Ook kocht Wilhelmus toen van hem een ¼ deel akkerland op het zelfde veld liggend. Het was vrij Wittemse goed, grenzend aan Willem Vincken, de eerder genoemde Wilhelmus van Wersch en aan de kopse kant met de St. Gillishoff en andere kant met Mathijs Bindels.
Hij betaalde 48 pattacons, gelijk aan 12 guldens. De cuoop (=koop) is affgemackt met eenen vriendelijcken dronck.
1 april 1777: Willem verpachtte voor zes achtereenvolgende jaren zijn huis, hof, schuur, stal, mesthof, koolhof gelegen op de preckartz aen Steinbosch binnen Bocholtz, behalve een weide genaamd Bombard, aan pachter Steven van de Weijer, gehuwd met Maria Barbara Nivelstein.
1779: Parochianenlijst Simpelveld. Hij woont in bij zijn zus Maria Catharina gehuwd met Henricus Rhoe in Bocholtz. Bij hen in huis wonen ook zoon Petrus Johannes, knecht Laurentius Hamers, meid Agnes Bischoffs, haar broer Wilhelmus van Wers en neef of kleinzoon (er staat Nepos) Henricus van Wers.
28 april 1807: Project van scheijdinge en daelinge voor de erfge. en Representante van wijlen den ersaemen : Wilhelmus van Wersch overleden Bocholtz Fleggendael 14 november 1806 en sijne geweesene Huijsvrouw Juijdith Bindels . overleden op den Stein sub Bocholtz 31 maart:
De kinderen van zijn broers en zussen erfden, want er waren geen levende nakomelingen van Willem en Judith.
Dat waren:
1: Petrus van Wersch, overleden Bocholtz 5 januari 1815, gehuwd met Gertrude Dautzenberg, overleden Bocholtz 6 maart 1818.
2: De erfgenamen van Maria Catharina van Wersch, overleden Bocholtz 20 november 1791 en Caspar Crutzen, overleden Bocholtz 20 januari 1772.
3: de erfgenamen van Gerardus van Wersch, overleden Bocholtz 25 maart 1792 en Catharina Dautzenberg, overleden Bocholtz 23 augustus 1808.
4. De erfgenamen van Magdalena van Wersch, overleden Bocholtz Villa Vlehendael 10 april 1791 en Hindrick Grooten, overleden Bocholtz 10 januari 1807.
5: De erfgenamen van Maria Elisabeth van Wersch, overleden Vaals 22 november 1804, en Mathias Bisschops, overleden Lemiers 3 oktober 1794.
6: De erfgenamen van Johannes van Wersch, overleden Bocholtz 25 juni 1795 en Agnes Hupperrts, overleden Simpelveld 12 februari 1779.
7: De erfgenamen van Leonardus van Wersch, overleden Simpelveld in den Bruch 2 juni 1765 en Jenne Maris Schiffeler, overleden Simpelveld in den Kleine Valbroeck 15 mei 1812.
Bij sommigen wordt de eerste vrouw van twee huwelijken genoemd en bij anderen de tweede vrouw.
De te verdelen goederen lagen in en bij Bocholtz en werden in zeven gelijke delen verdeeld en getaxeerd: A, B, C, D, E, F, G.
Lot A: een stuk land in het Horbiger veld, groot 95,5 roeden, totaal fr 191.
Lot B: een weide gelegen op den Sandbrick, 67,5 roeden fr 142,
en nog een deel van een stuk land in het Prickarts onder de Herenpla;, 24,5 roeden fr 49.
Lot C: een stuk land achter de Hegkelhoeven, ten oosten van de Bongaarder gewande, 71,5 roede, fr 143.
Ook de helft land een stuk land genaamd Op het Rich bij de Theenbaen, 25 roeden groot, geschat fr 48. Bij elkaar fr 191.
Lot D: een stuk land aan de Herenpaal, 71,5 roeden, fr 143.
Zo ook de helft van een stuk land genaamd Op het Rich, ook bij de Theenbaan., 25 roeden fr 48. Bij elkaar fr 191.
Lot E: een stuk land aan de Bruckerweg, 60,5 roeden groot fr 105,10.
Zo ook een stuk land Op de Wever, bij de hof Sandbergh, groot 43 3/4 roeden fr 85,10. Bij elkaar fr 191.
Lot F: een deel van een stuk land onder Den Heerenpael, 96 roeden fr 191.
Lot G: een deel van een stuk land onder de Herenpaal, 96 roeden, fr 191.
Totaal 675 ,5 roeden en 1337 francs.
Ga hier terug naar Willem Vanwers x Bindels
K.6a. Peter van Wers, gedoopt 1 april 1749, overleden Bocholtz 24 april 1809, trouwde Bocholtz 18 februari 1801 Magdalena Peckart, gedoopt Aken 14 oktober 1759, overleden Bocholtz 1 december 1829.
1779: Parochianenlijst Simpelveld: Met zijn broers en zussen woont hij bij zijn ouders in Bocholtz
1801: Hun huwelijk voor Burgerlijke Stand. Hij is arbeider en 50 jaar. Zij is 41 jaar. Huwelijksgetuigen waren André van Wers, woont in Bocholtz, landbouwer, 33 jaar, Jean Leonard Schroeders, woont ook in Bocholtz, landbouwer, 44 jaar, Gerard Dauzenberg, woont in Bocholtz, arbeider, 44 jaar, Jean Leonard Dauzenberg, woont in Bocholtz, landbouwer 42 jaar.
De bruidegom tekende de akte met Pitter van Wers.
Pierre Vanwersch getrouwd met Madeleine Prickarts, landbouwer,
Jean Leonard Vanwersch, getrouwd met Jeanne Catharina Ploum, landbouwer,
André Vanwersch, getrouwd met Barba Prickarts, landbouwer,
Henry Vanwersch, vrijgezel, landbouwer,
Leonard Schröders, weduwnaar van Lucie Van Wersch, schoenmaker,
Jean Voragen, getrouwd met Marie Catharine Vanwersch, landbouwer,
Nicolas Ottegraeff getrouwd met Agnes Houppertz ces deux derniers sait par leur épouses respectives (Agnes is de dochter van Maria, zus van Peter, die met Willem Hupperts getrouwd was.
Ook verscheen
Mathias Schröder, vrijgezel, namens de kinderen van Leonard Schröder.
Iedereen woont in Bocholtz behalve Nicolas Ottegraeff die in Kohlscheijdt woont.
Zij verkopen aan Leonard Wiertz, getrouwd met Marie Hennen, landbouwer, en aan zijn broers Mathias en Pierre Joseph Wiertz bouwland in Bocholtz gelegen in de Heerenpoel voor 262 francs , 75 centimes, dat gelijk staat aan 85 rijksdaalders.
1829: Na het overlijden van Maria Peckart werd een Memorie van Aangifte der nalatenschap opgemaakt. Die werd op 22 mei 1830 ingeleverd.
Willem Gerardus Van Wers, woonachtig te Bochholz op den Gastishoff verklaarde dat zijn moeder Maria Magdalena Peckart overleden was. Zij woonde bij hem in. Zij had geen roerende of onroerende goederen nagelaten. De burgemeester verklaarde dat ook. Willem kon de akte niet tekenen/schrijven.
Ga hier terug naar Peter van Wers x Peckart
K.6b. Jan Leonard van Wersch, gedoopt Simpelveld 29 mei 1755, overleden Bocholtz 4 april 1815, trouwde Alsdorf (D) 30 april 1782 Joanna Catharina Ploumen (Bloem, Ploum), gedoopt en geboren Alsdorf ca 1749, overleden in de drisert in haar woning Bocholtz 10 maart 1832.
1782: Bij haar huwelijk was zij weduwe van Hubertus Scheeren.
1788: Hij kocht van de broers Joannes Willem Houpperets (= zijn zwager, getrouwd met zijn zus Anna Maria van Wersch) en Mathijs Houpperets, getrouwd met Ida Bindels, drie stukken land.
Het eerste stuk was gelegen in het Kerkeveld, dat land grensde al aan een stuk van Leonard.
Het tweede stuk was 33 roeden groot op den Puthcuijle.
En het derde stuk land was 2 roeden groot ook daar gelegen.
17 februari 1808: Voor de notaris verschenen Pierre Vanwersch getrouwd met Madeleine Prickarts, landbouwer,
Jean Leonard Vanwersch, getrouwd met Jeanne Catharina Ploum, landbouwer,
André Vanwersch, getrouwd met Barba Prickarts, landbouwer,
Henry Vanwersch, vrijgezel, landbouwer,
Leonard Schröders, weduwnaar van Lucie Van Wersch, schoenmaker,
Jean Voragen, getrouwd met Marie Catharine Vanwersch, landbouwer,
Nicolas Ottegraeff getrouwd met Agnes Houppertz.
Ook verscheen
Mathias Schröder, vrijgezel, namens de kinderen van Leonard Schröder.
iedereen woont in Bocholtz behalve Nicolas Ottegraeff die in Kohlscheijdt woont.
Zij verkopen aan Leonard Wiertz, getrouwd met Marie Hennen, landbouwer, en aan zijn broers Mathias en Pierre Joseph Wiertz bouwland in Bocholtz gelegen in de Heerenpoel voor 262 francs , 75 centimes, dat gelijk staat aan 85 rijksdaalders.
22 juni 1818: Notaris Struyck:
Hendrikus Van Wersch getrouwd met Maria Catharina Leijmans, van beroep akkerbouwer, woont in Lemiers verkoopt aan Johan Leonard Scheren, landbouwer in Bocholtz in naam van de minderjarige kinderen van zijn overleden zuster Maria Catharina Scheren getrouwd met Johan Nicolas Houppertz te weten:
Anna Catharina,
Odilia,
Anna Maria,
Arnoldus Huuppertz,
een stuk akkerland op den Orsbacherweg onder Bocholtz voor ƒ 30,80 of 80 francs.
1832: Haar overlijden werd door haar zoon Leonard Scheeren, 57 jaar gedaan. Hij tekende de akte met j l Schieren
Haar Memorie van Aangifte der nalatenschap werd op 8 september 1832 ingeleverd. Zij werd Joanna Catharina Plum genoemd.
De ondergetekenden
1: zoon Joannes Leonardus Scheeren,
2: Odilia, Anna Catharina en Anna Maria Hupperets, Joann Nicolas Hupperets als vader en voogd van het minderjarig kind Arnoldus Hupperets allen wonende te Wurselen,
Joannes Leonardus Scheeren,
Winandus en Helene Gerarts, wonende te Bocholtz,
Zij liet na in Alsdorf:
Een woonhuis, schuur stelling en koolhof gelegen in de Zepp gemeente Alsdorf waarde ƒ 360 en 28 stukken land. In Merkstein 1 stuk land. In Bocholtz land gelegen aan de Orsbackerweg ƒ 130, op de Vitz, ƒ 100, op de Nienberg ƒ 35, op den Moelenweg ƒ 80, in de Duivenberg ƒ 145 en land gelegen, op den Pappert ƒ 40.
Alles bij elkaar ƒ 2.138.
Dan de helft van 13 stukken land.
Alles bij elkaar ter waarde van ƒ 2.721.
De erfgenamen zijn volgens akte van notaris Struijk van 22 juni 1818:
Joannes Leonardus Scheren,voor ⅜ deel ƒ 1.020,376,
de vier kinderen Houpperets, kindskinderen voor ⅜ deel ƒ 1.020,375,
Winandus en Helena Gerards kindskinderen van de overledene beiden voor ¼ deel ƒ 680,25.
Ga hier terug naar Jan Leonard van Wersch x Ploumen.
K.6c. Andreas van Wersch, gedoopt 10 maart 1767, overleden 5 januari 1816, trouwde Bocholtz 13 november 1806 Anna Barbara Prickarts, gedoopt 4 december 1764, overleden aan de Slag in Bocholtz 1 januari 1835.
1806: Hun huwelijk. Zij was weduwe van Hendrik Bindels en had op dat moment vier kinderen.
17 februari 1808: Bij notaris J F Daelen verschenen
Pierre Vanwersch getrouwd met Madeleine Prickarts, landbouwer,
Jean Leonard Vanwersch, getrouwd met Jeanne Catharina Ploum, landbouwer,
André Vanwersch, getrouwd met Barbra Prickarts, landbouwer,
Henry Vanwersch, vrijgezel, landbouwer,
Leonard Schröders, weduwnaar van Lucie Van Wersch, schoenmaker,
Jean Voragen, getrouwd met Marie Catharine Vanwersch, landbouwer,
Nicolas Ottegraeff getrouwd met Agnes Houppertz.
Ook verscheen
Mathias Schröder, vrijgezel, namens de kinderen van Leonard Schröder.
Iedereen woonde in Bocholtz behalve Nicolas Ottegraeff die in Kohlscheijdt woonde.
Zij verkochten aan Leonard Wiertz, getrouwd met Marie Hennen, landbouwer, en aan zijn broers Mathias en Pierre Joseph Wiertz bouwland in Bocholtz gelegen in de Heerenpoel voor 262 francs, 75 centimes, dat gelijk staat aan 85 rijksdaalders
1810: Bij de geboorte van dochter Maria was Andreas arbeider en 42 jaar. Hij kon niet schrijven.
1816: Zijn overlijden: burgemeester Schiffelers van Bocholtz schreef als officier van den Persoonen stand dat Andreas veijftig veiff Jaer oud was.
1835: Haar overlijden werd door een zoon uit haar eerste huwelijk aangegeven. Leonardus Bindels 32 jaar. Zij werd door de ambtenaar als Prickarts beschreven.
Haar Memorie van Successie werd ingediend op 31 mei 1835.
Aan de ondergetekenden
Joanna Gertruda Bindels,
Anna Catharina Bindels,
Leonardus Joseph Bindels,
Maria Theresia Bindels,
En Maria Catharina van Wers,
Wonende te Bocholtz
liet zij na
1: Een woonhuis, schuur, stallen en weide gelegen aan De Slag en vijf stukken land in Bocholtz, in het Ritzendael (2x), Maer Drisch Kerkveld, en Vroenkuil.
Ga hier terug naar Andreas van Wersch x Prickarts.
K.6d. Henricus Vanwersch, gedoopt Simpelveld 4 juli 1774, overleden Bocholtz 16 augustus 1832, trouwde Bocholtz 4 november 1815 Maria Elisabeth Kerkhofs, gedoopt Mechelen 9 februari 1787, overleden Bocholtz 26 februari 1835.
17 februari 1808: Voor notaris J F Daelen, verschenen:
Pierre Vanwersch getrouwd met Madeleine Prickarts, landbouwer,
Jean Leonard Vanwersch, getrouwd met Jeanne Catharina Ploum, landbouwer,
André Vanwersch, getrouwd met Barba Prickarts, landbouwer,
Henry Vanwersch, vrijgezel, landbouwer,
Leonard Schröders, weduwnaar van Lucie Van Wersch, schoenmaker,
Jean Voragen, getrouwd met Marie Catharine Vanwersch, landbouwer,
Nicolas Ottegraeff getrouwd met Agnes Houppertz.
Ook verscheen
Mathias Schröder, vrijgezel, namens de kinderen van Leonard Schröder.
Iedereen woonde in Bocholtz behalve Nicolas Ottegraeff die in Kohlscheijdt woonde.
Zij verkochten aan Leonard Wiertz, getrouwd met Marie Hennen, landbouwer, en aan zijn broers Mathias en Pierre Joseph Wiertz bouwland in Bocholtz gelegen in de Heerenpoel voor 262 francs , 75 centimes, dat gelijk staat aan 85 rijksdaalders.
1815: Bij haar huwelijk was zij 26 jaar oud.
27 februari 1816: Bij de geboorte van hun zoon Johan Gerard was 42 jaar en landbouwer. Moeder werd door de ambtenaar als Kirckhoff geschreven. Zij kreeg haar kind en woonde op den gasteshooff. Henricus woonde te Flengendal. Een van de aangevers was haar vader Peter Kirckhoff, oudvader des kints oud sestigh neegen Jaer van professie landbouwer woonagtig te meggelen.
8 december 1816: Notaris Struijk Kerkrade.
Jean Henri Van Weersch gehuwd met Elisabethe Kirchhoffs, landbouwers in Bocholtz verpacht voor drie jaar aan Willem Gerards, weduwnaar van Catharina Van Weersch (zijn aangetrouwde neef. Hendrik en Catharina waren oom en nicht: de vader van Hendrik was de opa van Catharina. Gerards woonde ook in Bocholtz), een stuk land op de Molenweg grenzen aan land van Pierre Van Weersch (zijn broer), Peter Knops, groot 15 are en een halve morgen voor 156,60 francs.
1820: Toen dochter Anna Barbara in 1820 werd geboren was Henricus landbouwer in Bocholtz op de Billehoef.
1832: Zijn overlijden werd aangegeven door twee buurmannen op Vlengendaal die hem ’s avonds om 21.00 uur dood aantroffen aan de Oude Gracht (een straatnaam). Zijn vrouw leefde nog. Zijn overlijden was zonder testament, dus er moest aangifte van nalatenschap gedaan worden voor de notaris in Heerlen in verband met de belastingen. De notaris schreef Henricus van Wers. Dit gebeurde op 21 maart 1833. Zijn weduwe deed de aangifte. Zij woonde op Vlengendael in het huis. Eerst werden de mannen (zonen) genoemd en daarna pas de vrouwen, (de dochters). Hij had geen roerende noch onroerende goederen. De kinderen erfden alles.
Ga hier terug naar Henricus Vanwersch x Kerkhofs
K.6e-2:Johanna Maria van Weersch, geboren Vaals 7 april 1803, overleden Vaals 15 maart 1882, trouwde Vaals 4 september 1840 Gillis Leijsen, geboren Laurensberg (D) 28 september 1800, overleden Vaals 29 april 1873, zoon van Jan Pieter Leijsen en Anna Elisabeth Lousberg.
1850-1859: Zij wonen in Lemiers en hij is landbouwer. Hij werd in het Bevolkingsregister Liesen genoemd.
1861: Voor notaris Wijnans uit Gulpen maakte Egidius Leisen zijn testament op. Hij liet alles na aan zijn vrouw en bij haar overlijden moest zijn spullen verdeeld worden over de volgende erfgenamen:
Mathijs Van Weersch, Johanna Van Weersch, Caspar Van Weersch, Jozef Van Weersch, Maria Magdalena Van Weersch, Willem Vliegen uit Eijs, Maria Josepha Sleegen, vrouw van Keufgens uit Moresnet, Catharina Sleegen, weduwe van Bodelier woont Mamelis, Willem Rompen, Gilles Rompen, Caspar Rompen, Geertruid Rompen.
Dit waren zijn neven en nichten. De familie Rompen kwam uit Mechelen.
Bij een eerder overlijden van die neven of nichten, dan erfden hun kinderen.
15 oktober 1880: Johanna verkocht als weduwe een stuk bouwland in Vaals gelegen in het Klaverveld aan Leonard Creusen, winkelier in Lemiers, waar zij ook woonde. Hij betaalde hiervoor ƒ 180. Dit stuk had zij uit de erfenis van haar man gekregen. Die akte hiervan werd opgemaakt voor notaris Wijnans uit Gulpen op 4 april 1861.
1882: Haar overlijden: In de Memorie van Successie werd haar man Egidius Lersen genoemd.
De erfgenamen waren
1: Jan Van Weersch uit Vijlen,
2: Josef Van Weersch uit Orsbach,
3: Maria Magdalena Van Weersch uit Lemiers,
4: de kinderen en kleinkinderen van wijlen Mathijs Van Weersch met name
4a. Anna Catharina,
4b. Maria Elisabetha,
4c. Maria Magdalena,
4d. Winand Van Weersch allen uit Vaals,
5: Anna Maria Windelsmidt uit Wijlre,
6: Mathias Windelsmidt en
7: Pieter Josef Windelsmidt beiden uit Vaals,
8: Helena als minderjarige vertegenwoordigd door haar vader en voogd Antoon Josef Windelsmidt uit Vaals,
9: de kinderen van wijlen Caspar Van Weersch:
9a. Jan,
9b: Houbert,
9c: Geertruid,
9d. Barbara (alle 4 uit Wittem),
10: Geertruid Rompen uit Wittem,
11: Agnes Rompen,
12: Johanna Catharina Rompen,
13: Hendrik Rompen, alle drie uit Aubel,
14: de kinderen van wijlen Willem Rompen,
14a: Pieter Josef,
14b: Houbert,
14c: Josef, Houbert en Josef vertegenwoordigd door hun voogd Josef Duiket uit Aken,
15: Catharina Vliegen uit Vaals,
16: Maria Josepha Vliegen uit Moresnet,
17: Bernardina Vliegen uit Wittem.
Als erfgename bezat zij in Vaals
1: huis, tuin, boomgaard,
2: een boomgaard,
3: bouwland,
en in Laurensberg
Een schuur met tuin en boomgaard met vier stukken bouwland.
De goederen in Vaals werden geschat op ƒ 1.474.
De goederen in Laurensberg op ƒ 1.433.
Er was een schuldvordering van ƒ 276 inclusief de rente.
Saldo ƒ 2.632,06.
Van de 23 erfgenamen kreeg ieder 1/23 deel ƒ 14,435 waarover 10% belasting betaald moet worden plus opcenten.
Klik hier voor Johanna Maria van Weersch
K.6f. Dionysius van Wersch, gedoopt Simpelveld 10 augustus 1759, overleden Simpelveld 4 juni 1811, trouwde Simpelveld 20 september 1784 Maria Magdalena Hubbels, gedoopt Simpelveld 13 april 1756, overleden Simpelveld 17 oktober 1825.
1785: Doop Maria Elisabeth. Pastoor schreef van weersch.
29 december 1786: Op deze dag verschenen voor de notaris Joannes Petrus Mobery, getrouwd met Anna Catharina Arets die aan de Huls in Simpelveld woonde. Hij verkocht aan de eerzame Deonisius van Wersch getrouwd met de eerbare Maria Magdalena Hijbbels (!) die in Simpelveld woonde, een stuk land gelegen op de Stampcuijle, aan de lange kant grenzend aan de Heijenbergh, aan de andere kant met Jacobus Breemen, aan de kopse kant Mathijs Ploumen en daar tegenover met Joannes Petrus Haenbuckers.
9 maart 1789: Deonisius van Wersch was getrouwd met Maria Magdalena Hijbels. Zij kochten van Josephus Boust, getrouwd met Maria Catharina Brouwers, beiden uit Simpelveld, een huis met een gebouw er aan vast, een mestplaats en een tuin aan de kerk in Simpelveld, 22 roeden groot. Aan het kasteel Bongard moesten zij jaarlijks een cop Haever negen buschen Capuijns gelt en een achde deel deniers betalen. Dionisius betaalde de verkoper 150 pattacons per 12 guldens.
50 Pattacons betaalde hij direct, de rest zou hij binnen een jaar betalen. Jaarlijks betaalde Dionisius 5% rente. Als onderpand gaf hij 53,5 roeden bouwland gelegen op de Stampcuijle, grenzend aan land van Mathijs Ploumen, Petrus Haembuckers en het de korte zijde aan land van de Heijnenbergh (Hinnenberg).
Dionisius kon niet schrijven dus ook de akte niet tekenen.
23 februari 1790: Hij kwam bij notaris Mackay in Trintelen bij Eijs en gaf te kennen dat zijn stiefvader (de tweede man van zijn moeder, zijn vader was overleden toen hij 5 was), Joannes Langohr die in de Broek woonde onder Simpelveld, op verschillende manier verzocht is, middels brieven door de justitie der Vrije Rijksgraafschap Wittem, om 881 gulden Maastrichter koers te betalen. Hij kon alleen maar 50 Franse kronen betalen. Dionysius kreeg daarop zijn huis, hof en weiden.
1796: Doop Marie Theresia: Haar vader Dionisius Van Wers was geneverzapper, woonde in Simpelveld, in het huis aan de kerk. Hij zei ongeveer 40 jaar te zijn (feitelijk was hij 37). Zijn echtgenote werd Maria Magdalene Hübbels genoemd.
1811: Zijn overlijden. Zijn aangevers (de buren) zeiden dat hij 50 jaar was en cabaratier = herbergier .
1821: Hun dochter Marie trouwde. Haar vader was overleden maar moeder leefde nog en was winkelierin in Simpelveld. Zijn dochter wordt Van Wers genoemd net als haar vader.
1824: Overlijden dochter Maria Theresia. Moeder wordt Heibel genoemd.
26 mei 1826: Maria Magdalena Heibels kwam bij de notaris voor haar testament. Zij was koopvrouw en weduwe van Dionisius Vanwersch en woonde op den Pley te Simpelveld, gezond van harte en hare zinnenlijke vermogen volkomen genietende.(..) en willende voorkomen als oneenigheid, die zoude bij het opmaken der Deeling over mijne echtnalatenschap kunnen overkomen wil en bevel, dat mijne Goederen alle gelegen onder Simpelveld na doot zullen zijn en blijven gedeelt als volgt:
Het eerste lot zal mijn zoon Johan Leonard Vanwersch eigendommelijk bezitten, een huis met stal en aanhorige gebouwen, mesthof en een groentetuin aan de kerk in Simpelveld, geschat ƒ 362,31. Zo ook een kapitaal van ƒ 87,69 ten laste van Pieter Josef Frankort volgens akte van notaris Van Sljipe te Heerlen 26 maart 1822
Het tweede en derde lot: de andere aanwezige onroerende goederen zullen toekomen aan dochter Johanna Elisabeth Vanwersch, de vrouw Senden, en aan Johan Josef Lerssen, zoon van wijlen mijn dochter Maria Theresia Vanwersch:
te weten
Dit alles geschat ƒ 900.
Al mijn roerend Goed blijft gemeenschappelijk te Verdeelen, in zoover n ’t eerste lot er over niet werd beschikt.
Voorts heb ik Notaris aan de testarix gevraagd, of zij weet en Kon schrijven of teekenen, waarop zij heeft verklaard, van niet te weten teekenen om het nooit geleerd te hebben.
1842: Memorie van Aangifte der nalatenschap van Maria Magdalena Hubbels, ingeleverd op 3 augustus 1842. Overleden volgens deze akte 15 februari 1842. Op het eerste blad van de Memorie staat 15 januari 1842. De comparanten waren:
Jan Leonard van Wersch, herbergier,
Maria Elisabeth Van Wersch, geassisteerd door haar man Johannis Senden die radenmaker is, uit Simpelveld,
Antoon Leerssen, radenmaker in Simpelveld, handelend als vader en wettige voogd over zijn minderjarige kind Johannis Josephus Leerssen. Antoon tekende de aangifte met A. Lerssen
Zij verklaarden dat hun moeder en grootmoeder Maria Magdalena Hubbels zonder testament overleden was op 15 februari 1842 (!)
Haar nalatenschap bestaat uit
1: Beemd in het Weyenbroek,
2: Huis, stal en tuin op de Pleij,
3: Land in het Bergerveld,
4: Bos in de Schanternel.
En de helft van
5: Huis, stal met tuin aan de kerk in Simpelveld,
6: Land op de Stampkuil.
Ga hier terug naar Dionysius van Wersch x Hubbels.
K.6f-2: Maria Joanna Elisabeth van Wersch, gedoopt Simpelveld 3 oktober 1786, overleden Bocholtz 20 juni 1838, trouwde kerkelijk Simpelveld 24 april 1814 en voor de Burgerlijke Stand: 27 april 1814 Jan Senden, gedoopt Simpelveld 3 september 1781, overleden Simpelveld 18 augustus 1866, zoon van Laurents Senden en Maria Catharina Smets.
1814: Jan Senden is bij zijn huwelijk 33 jaar en wagenmaker. Zijn bruid: Jeanne Elisabeth van Wersch is 28 jaar.
1829: Bij de Volkstelling van 1829 was vader 47 en radmaaker (= wagenwielmaker). Zijn vrouw Joanna Elisabeth Van Wers, was 43. De kinderen Nicolas 12, Leonard, 10, Peter 8, Anton 6, Joannes 3. In het huis woonde ook Jan Mathis Senden, geboren Voerendaal en 20 jaar oud. Hij was radmaakersknecht.
17 juni 1842: Ten overstaan van notaris Fey verschenen Jan Michel Smeets, kantonrechter van het kantoor Gulpen.en geassisteerd door griffier Hendrik Florens Boijmans, in tegenwoordigheid van Jan Leonard Van Weersch, herbergier in Simpelveld, als toeziend voogd van de minderjarige kind zijn minderjarig zoon,
1: Joanna Elisabetha Van Weersch, vergezeld en gemachtigd door haar man Jan Senden, radenmaker in Simpelveld,
2: Antoon Leerssen, ook radenmaker in Simpelveld, weduwnaar in het eerste huwelijk met Maria Theresia Van Weersch en thans gehuwd met Maria Josepha Prevaux (Prevot) als vader en natuurlijke voogd over Jan Joseph Leerssen verwekt in zijn eerste huwelijk met wijlen Maria Theresia Van Weersch.
Zij gingen de erfenis verdelen van onroerende goederen nagelaten door Dionisius overleden (groot)ouders Van Weersch en Maria Magdalena Hiebels. Dit in verband met het uitgesproken vonnis door de rechtbank in eerste aanleg van 2 juni 1842
De volgende onroerende goederen in Simpelveld
LOT A
1: een huis met stallen, mesthof, tuin, plaats en verder toebehoren. 2 roeden 45 el, op den Pleij grenzend aan Jan Zenden en aan de andere kant aan de beek en aan de noordkant aan de Dorpstraat, geschat op ƒ 143,
2: een weide, 16 roeden 62 el, gelegen in het Kerkstraatje, geschat ƒ 190,
3: bouwland 11 roeden, 50 el, in de Stamskoul, geschat ƒ 30,
4: bouwland gelegen in het Bergerveld, gewaardeerd op ƒ 20,
5: de helft van een stuk bouwland gelegen in het Wildendal ƒ 120,50,
6: de helft van een stuk bos gelegen in de Schanternelle, ƒ 19,50,
7: beemd genaamd Den Wijersbeemd,, geschat ƒ 168. Dit gedeelte is genomen ter zijde van het dorp.
Totaal LOT A: ƒ 691.
LOT B
1: een weide genaamd de Brookweide, ƒ 290,
2: bouwland gelegen aan de Brookweide, ƒ 129,
3: de helft van een stuk bouwland In den Wildendal, ƒ 120,50,
4: de haefscherd van een perceel bos gelegen in de Schanternelle, ƒ 19,50,
5: beemd uit een grotere beemd genaamd Weijensbeemd ƒ 132.
Totaal LOT B ƒ 691.
Totale waarde ƒ 1.382. Er werden twee briefjes gemaakt van gelijke grootte. Het een getekend met Letter A en het ander met Letter B, welke briefjes in een komme neergeleijd zijnde en diir elk der partijen een daar uit genomen zijn aan voornoemde Notaris overgereikt, die dezelve heeft geopend uit deze opening is gebleken dat het Lot A toegevallen is aan voornoemd minderjarig kind en het Lot B aan Joanna Elisabeth Van Weersch, huisvrouw van Jan Zenden voornoemd.
1849: Bij de Volkstelling 1849 was vader nog steeds rademaker, zijn vrouw was huishoudster in het gezin, zoon Nicolaas was ook rademaker, zoon Antonius was leerling rademaker en dochter Maria was 17 jaar en huisleerling.
1867: Op 22 februari 1867 gingen de nabestaanden naar de notaris om een Memorie van Aangifte der Nalatenschap te doen van wijlen Johannes Senden.
Zijn nalatenschap bestaat uit onroerende goederen aan de Schuurstraat,
Voor de helft: huis en plaats en tuin in Simpelveld,
2: aan de Schiffelerstraat, boomgaard,
3: in het Danneveld, bouwland.
22 september 1871: Memorie van Aangifte van de nalatenschap van Elisabeth Vanwersch, zoals de ambtenaar dat opschreef. Aangifte gebeurde door zoon Nicolaas Joseph schrijnwerker, Leonard Joseph Senden, veldwachter, Antoon Joseph Senden arbeider alle drie in Simpelveld. Jan Joseph Senden herbergier in Locht, Heerlen, Willem Kriger gehuwd met Maria Magdalena Senden, arbeider, Zij wonen in Kohlscheid. Moeder overleed zonder testament.
Zij bezat aan onroerend goederen in Simpelveld
1: Boomgaard in de Kleinwaalbroek,
2: bouwland in de Douven,
3: hooiland in Simpelveld,
4: bouwland in het Boschveld,
5: bouwland in het Boschveld,
6: bouwland in het Panhuiserveld,
7: huis tuin, in het dorp Simpelveld.
Klik hier voor Maria Johanna Elisabeth van Wersch.
K.7b. Willem Gerard van Wers, geboren Bocholtz 9 november 1802, overleden Bocholtz 13 april 1875, trouwde Bocholtz 18 november 1826 Anna Elisabeth Hanssen, geboren Bocholtz 10 januari 1798, overleden Bocholtz 19 maart 1859.
1820: Toen hij in dienst moest was hij kleermaker. Zijn moeder was naaister. Hij werd voor één jaar vrijgesteld van dienst omdat hij de enige wettige zoon was. Hij was 1,59 meter groot.
1829: Geboorte Lambertus: Vader is 27, kleermaker en woont Gastishoff in Bocholtz.
1830: Overlijden van zoon Lambertus. Die overleed zonder testament, dus moesten zijn ouders naar de notaris in Heerlen om aangifte van nalatenschap te doen. Dit was voor de Bbelastingdienst. De notaris noemde hem Johannes Lambertus van Wers en haar Maria Elisabeth Hanssen. Dit gebeurde op 22 mei 1830. Zij woonden op den Gastishoff. Vandaag de dag is er in Bocholtz de straatnaam Gasthof. Op dat moment hadden ze nog maar één kind, hun dochter. Uiteraard liet Lambertus geen roerende of ontroerde goederen na. De erfgenaam was zijn zus Maria Magdalena Van Wers.
Vader was kleermaker en 27 jaar.
1838: Samen met Egidius Ploumen geeft hij het overlijden aan van zijn buurvrouw Johanna Elisabeth Vanwersch, echtgenote van Egidius Ploumen. Gerard is dan 35 jaar en nog steeds kleermaker en woont in Bocholtz op den Gastenhof. Hij tekende de akte met W.G. van Wers.
Tussen 1850 en 1860 werd een volkstelling gehouden. Op dat moment was Willem (hij noemde zichzelf Gerard) bakker en zijn vrouw winkelierster in Bocholtz. Zij woonden inmiddels aan de Gasterhof 20.
1847: Willem Gerard Van Wersch kocht van Jan Hubert van den Hof getrouwd met Mechildis Beckers een schuur met stalling, boomgaard en twee tuinen gelegen in Bocholtz, ter plaatse genaamd den Gastenhofs. Hij betaalde hiervoor ƒ 470.
Dezelfde dag dat hij die schuur kocht, leende hij van Jan Felix Ghijsens ƒ 240 die hij binnen zes jaar tegen 5% rente moest terugbetalen. Zijn borg was het huis dat hij net gekocht had.
1848: Willem leende van zijn schoonzus Maria Ernst een bedrag van ƒ 230 met de belofte dat binnen tien jaar terug te betalen tegen 5% rente.
1849: Hij is bakker in Bocholtz en verkoopt aan de heer Pieter Alexanders Henfling getrouwd met Maria Catharina Josephina Ernst en aan mej. Maria Gertrudis Theresia Ernst, kooplieden te Gulpen, een huis en tuin voor ƒ 600.
1850: Bevolkingsregister Bocholtz. Hij wordt Vanwers genoemd, 47 jaar, zijn vrouw is 48 jaar. Vader is bakker, moeder was winkelierster. Zij wonen Gasteshof B.
1852: In 1852 trouwden Christiaan Dabekausen en Anna Josepha Soomers. Zij kochten daarna het pand Op den Gasteshof gelegen aan de nu Minister Ruijsstraat (voorheen Akerweg/Akerstraat) in Bocholtz met de nummers 22-24-26 voor f 600 van Gerard van Weers. Daar begonnen zij een smederij.
1860: Weduwnaar Willem woont nu bij zijn dochter Maria Catharina en haar man Schifelers. Hij is dagloner.
1875: Gerards overlijden werd aangegeven door de veldwachter en de koster.
Ga hier terug naar Gerard van Wers x Hanssen
K.7c. Jan Gerard Hubert van Wersch, geboren Bocholtz Flengendal 27 februari 1816, overleden Simpelveld 31 december 1880, trouwde Simpelveld oktober 1845 Maria Hubertina Hambuckers (Hanbuckers), geboren Simpelveld 14 juli 1825, overleden Aken 22 oktober 1905
1845: Hun huwelijk. Johannes Gerardus is dienstknecht in Orsbach en 29 jaar. Maria Ida Hubertina Hanbuckers is 20 jaar, dienstmeid, woonachtig in Simpelveld.
1852: Bij de geboorte van Maria Catharina in 1852 was Gerard Hubert dagloner wonend in Den Kiel.
1853: Bij het overlijden van zijn dochter Maria Catharina in 1853 schreef de ambtenaar in de overlijdensakte de naam van haar vader als Gerard Joseph Vanwers. Hij was dienstknecht en woonde in der Keel.
1862: Hij was soms dagloner. Maar bij de geboorte van zijn zoon Stephan in 1862 was hij dienstknecht.
1863: Bij het overlijden van zijn dochter Maria Hubertina in 1863 stond hij vermeld als Gerard oud 47 jaar en dagloner. Haar moeder was werkvrouw van beroep. Waarschijnlijk was zij dat maar even want in 1864 is zij weer zonder beroep.
1864: Bij het overlijden van dochter Maria (4 jr oud) heette was vader dienstknecht.
1870: Haar vader Leonard Hanbuckers/Hambeukers was overleden en liet aan zijn twee kinderen, Maria en Caspar, voor ieder de helft zijn huis na en enkele stukken land. Dit alles ter waarde van ƒ 757,87.
1873: Gerard verkocht enkele stukken land die hij en zijn vrouw geërfd hadden aan Arnold Janssen, rentenier in Bocholtz voor ƒ 200.
1 augustus 1881: Acht maanden na zijn overlijden werd een aangifte van zijn bezittingen voor de belastingdienst ingeleverd. De aangifte gebeurde door zijn weduwe Maria Hubertina Hambuckers uit Simpelveld als moeder en wettige voogdes over de minderjarige kinderen. In de akte worden totaal vijf kinderen genoemd. Zij hadden tien kinderen gekregen. Dus er leefden nog vijf van de tien kinderen. Gerard was zonder testament achter te laten overleden. De erfgenamen waren zijn vijf kinderen. Zijn nalatenschap bestond uit meubelen ter waarde van ƒ 48 en de helft van de navolgende goederen in Simpelveld:
1: Bosschenhuizen, tuin,
2: Boschenhuizen, tuin,
3: Boschenhuizen, huis en plaats,
4: Boschenhuizen, mestplaats,
5: Gitsent, bouwland.
In de gemeente Wittem
6: Bosschenhuizen, boomgaard,
7: Bosschenhuizen, bouwland,
8: Keuterweg, bouwland,
9: Groeneweg, bouwland.
Dit alles met een waarde van ƒ 358.
Bij elkaar dus ƒ 406.
Eraf: Begrafeniskosten ƒ 35.
Niemand van het gezin inclusief haar schoonzoon Stephan Pirson kon schrijven, dus onder de akte stonden kruisjes.
26 juni 1898: Maria Hubertina Hamburgers, weduwe van Gerard Joseph Van Wersch, landbouwster in Bossenhuizen, leende van haar zoon Stephan Hubertus Van Wersch, fabrieksarbeider in Bossenhuizen ƒ 200, terug te betalen binnen vijf jaar en jaarlijks 3% rente.
1905: De aangifte van haar overlijden gebeurde door Michael Meijs die de voogd was van haar kleinzoon. Zij overleed bij Meijs in huis. Hij was handelaar en woonde Robenstrasse 8, Aken.
Ga hier terug naar Jan Gerard van Wersch x Hambuckers.
K.7d. Johannes Mathias Hubertus (Mathijs) Vanwersch, geboren Bocholtz 6 maart 1822, overleden Eijs 25 december 1887, trouwde Bocholtz 28 januari 1828 Maria Magdalena Schleuper, geboren Eijs 8 november 1825, overleden Wittem 17 april 1878.
Opvallend is dat de geboorteakte van Mathijs zijn juiste naam vermeldt, maar dat in de jaarindex Joannes Wilhelm Hubertus staat. Het betreft dezelfde persoon. Zijn overlijdensakte wordt ondertekend door zoon Hendrik. Die tekende met H Vanwersch en schreef boven de e nog een e. De huwelijksakte van Mathijs en Maria was op ongezegeld papier omdat beiden onvermogend en behoeftig waren. Normaal moest er voor het huwelijk leges betaald worden. Hun akte was dus niet voorzien van een legeszegel.
1828: Bij hun huwelijk was hij 35 jaar en dienstknecht. Zij was 32 jaar en zonder beroep. Beiden konden niet schrijven.
1860: Zij erfde van haar overleden ouders enkele stukken land die zij in 1860 aan Jan Theodoor Otten verkocht. Zij kocht gelijkertijd een vervallen huisje in Trintelen aan de Bosveldweg. Voor de verkoop van het land kreeg zij ƒ 120 en betaalde ƒ 48 voor het huisje.
1864: Het echtpaar verkocht een deel van dit gebouw bestaand uit twee verbond schuur en wisch met de noodige ruimte van de dakdrop, het alles ter oppervlakte van vijf en veertig vierkanten ellen, gelegen te gezegd Trintelen grenzende de straat, den aankooper en van de twee overige kanten de verkoopers. Zij kregen hiervoor ƒ 40.
1880: Hij is weduwnaar en woont in Trintelen (=Eijs) met zijn zoon Hendrik.
1887: Zijn overlijden. Er werd een Memorie van aangifte voor de nalatenschap opgemaakt. De erfgenamen waren:
1: Gertrud Vanwersch, dienstmeid wonende te Voerendaal,
2: Hendrik Vanwersch, dagloner wonende Wittem, voor zichzelf en als voogd over zijn minderjarige zus,
3: Theresia, die 16 jaar was.
Ieder erfde dus ⅓ deel. Tot de nalatenschap behoorde
A: de helft van de onroerende goederen in Wittem geschat ƒ 415 = ƒ 207,50,
B: de helft van roerende goed ƒ 34,
Totale nalatenschap ƒ 241,50.
Alleen Hendrik kon schrijven en tekende Hendrik Van Wers.
Ga hier terug naar Mathijs Vanwersch x Schleuper
K.7e. Jan Mathijs Vanwersch, geboren Vaals 20 juni 1801, overleden Vaals 21 juli 1882, trouwde Vaals 1 mei 1829 Joanna Catharina Slenter (Schlenter), geboren Vaals 26 april 1801, overleden 1 september 1878.
1820: Toen hij in dienst moest was hij landbouwer in Vaals waar hij woonde.
9 juli 1851: Voor de notaris verschenen
1: Mathijs Van Weersch, landbouwer te Wijlre (zegge) te Vijlen, gemeente Vaals gehuwd met Anna Catharina Slenter,
2: Joanna Maria Van Weersch bijgestaan en gemachtigd door haar man Egidius Leijsen, landbouwers te Lemiers, gemeente Vaals,
3: Johan Van Weersch, landbouwer wonende in de Voorscht dicht bij Aken gehuwd met Maria Josepha Slenter,
4: Johan Caspar Van Weersch, landbouwer wonende te Lemiers,
5: Magdalena Van Weersch bijgestaan en gemachtigd door haar echtgenoot Gabriel Vincken, rederijker wonende te Holzet gemeente Vaals,
6: Joseph Van Weersch, wonende te Orsbach gemeente Richterich, getrouwd met Maria Catharina Lennerts.
Zij verkopen aan de gebroeders Jan Leonard Ploumen, Pieter Joseph Ploumen en Hendrik Joseph Ploumen, allen ongehuwd en landbouwers in Bocholtz. Hun vader Egidius Ploumen handelt namens hen. Zij verkopen in de gemeente Bocholtz
1: boomgaard en weide,
2: akkerland op de Dallenderweg,
3: Akkerland op de Prickartsweg.
Zij hadden dit uit nalatenschap van wijlen hun vader Hendrik Van Weersch per akte van deling verleden voor notaris Struijk te Kerkrade van 24 april 1818. Vader Ploumen nabestaande namens zijn kinderen ƒ 500.
1 september 1878: Na haar overlijden werd een Memorie van Successie voor de Belastingdienst opgemaakt.
Op het dekblad van de aangifte staat dat Slenter-Johanna-Catharina gehuwd was met Wandelschmidt. Antoon– Twee fouten. Zij was met Mathijs van Wersch gehuwd en haar schoonzoon heette Windelschmidt. De Memorie werd ingediend 26 februari 1879.
1: Anton Wendelschmidt, landbouwer te Holset, vader en voogd van zijn drie minderjarige kinderen in huwelijk verwekt met wijlen Maria Catharina Van Wersch, te weten Mathes, Peter Jozef en Helena Wendelschmidt,
2: Johanna Wendelscmidt, zonder beroep wonende te gezegd Holset,
3: Pieter Egidius Thessen, molenaar wonende te Lemiers, gehuwd met Johanna Catharina Van Wersch, diens rechten uitoefende,
4: Egidius Eijmahl, landbouwer in Vijlen gehuwd met Magdalena Van Wersch (diens rechten uitoefende),
5: Leonardus Deswijsen, landbouwer te Vaals als uitoefende de rechten van zijn echtgenote Elisabeth Van Wersch,
6: Winand Van Wersch, landbouwer in Holset.
Dat de nalatenschap van de overledene bestaat uit het volgende:
Actief
Aan roerende goederen ƒ 650.
Aan contanten ƒ 50.
Aan onroerende goederen
1: Weiland te Holset in het Claasveld ƒ 500.
Dit behoorde aan haar al voor het huwelijk.
De helft van de navolgende onroerende goederen aangekocht tijdens het huwelijk:
Bouwland in het Claasveld, op de Steeg, te Plum (= links van Holset), aan de Hermansbeek en in het Lemierserveld.
Dan een huisje met schuur en bakhuis en tuin te Holset, een weiland en een boomgaard aan Weijerspleij.
Deze onroerende goederen werden geschat op ƒ 4.064.
Passiva
Dood en begrafeniskosten ƒ 200.
Resteert: ƒ 3.864.
21 juli 1882: Zijn overlijden: Memorie van Successie, ingeleverd 10 november 1882
1: Pieter Egidius Thissen, molenaar te Vaals gehuwd met Anna Catharina Van Wersch,
2: Leonard Deswijzen, landbouwer te Vaals, gehuwd met Maria Elisabeth Van Wersch,
3: Egidius Eijmahl, landbouwer te Vaals, gehuwd met Maria Magdalena Van Wersch,
4: Winand Van Wersch, landbouwer te Vaals,
5: Antoon Jozef Windelschmidt, dagloner te Holset handelende als vader en voogd over Helena,
6: Peter Joseph Windelschmidt,
7: Johannes Boumans, kalkbrander te Wijlre getrouwd met Anna Maria Windelschmidt (= dochter van Antoon Windelschmidt nummer 8),
8: Mathias Windelschmidt dienstknecht in Vaals,
Allen verklaren in het woonhuis van nummer 4, dat Mathijs Van Wersch op die dag overleden is en als enige erfgenamen achterlaat zijn vier kinderen en de echtgenoten van de 2e en 3e aangever ieder voor ⅕ en zijn kleinkinderen zijnde de twee minderjarigen sub 5 genoemd.
De 7e aangever en de echtgenote van de 6e aangever ieder voor 1/20 deel.
Activa
De helft van de volgende onroerende goederen gedurende hun huwelijk gekocht
Vijf stukken bouwland, een huis, een weiland en een schuur en bakhuis, erf naast het kaprecht van 3,34 aren op de Holsterbosch.
Voor de helft geschat ƒ 2.200.
Roerende goederen als huismeubelen, akker-, schuur- en keldergereedschappen, linnengoed ƒ 554,06.
Vee: ƒ 592,
Contanten ƒ 105,60,
Staande vruchten ƒ 135,
Samen ƒ 1.386,66 waarvan de helft: ƒ 693,33
Totaal actief ƒ 2.932,33
Passiva
Aan Winand Van Wersch voor dagloon in 1882: ƒ 9,
Aan Anton Windelschmidt dagloon in 1882 ƒ 4,20,
Dood en begrafeniskosten ƒ 96.
Bij elkaar ƒ 109,20.
Totaal ƒ 2932,33 – ƒ 109,20 = ƒ 2823,13.
8 november 1882: Notariële akte: De erfgenamen:
1: Anna Catharina Van Wersch, getrouwd met Pieter Egidius Thissen, molenaar,
2: Maria Elisabeth Van Wersch getrouwd met Leonard Deswijsen, landbouwer,
3: Maria Magdalena Van Wersch getrouwd met Egidius Eymahl,
4: Winand Van Wersch,
5: Jan Boumans uit Wijlre getrouwd met met Anna Maria Windelschmidt (= dochter van Antoon Windelschmidt nummer 8),
6: Mathias Windelschmidt dienstknecht in Vaals, toeziend voogd over Helena Windelschmidt (zoon van 8),
7: Pieter Jozef WIndelschmidt, dagloner, (zoon van 8)
8: Antoon Jozef Windelschmidt, weduwnaar van Anna Maria Van Wersch en voogd van dochter Helena.
De vier kinderen kregen ieder ⅕ deel, want hun zus was overleden, dus haar man gold als erfgenaam.
Er was eigenlijk ook nog de erfenis van zijn zwager Egidius Leisen, man van zijn zus Johanna Maria, geboren 7 april 1803. Deze erfenis was nog niet verdeeld. Wel was die opgepakt voor notaris Wijnans op 4 april 1861.
Onroerende goederen:
1: Woonhuis met voorplaats en stal en deel van de naast de stal gelegen achterplaats, een deel is van Slenter en een ander deel van Baart, ƒ 400.
2: Bakhuis op dat deel ƒ 115.
3: Schuur ƒ 435.
4: Boomgaard op de Weijersplei, ƒ 372.
5: Boomgaard idem ƒ 452.
6: Weiland ƒ 556.
7: Weiland ƒ 590.
8: Bouwland op het Klaasveld ƒ 331.
9: Idem ƒ 387.
10: Helft van bouwland aan de Hermansbeek ƒ 70.
11: idem ƒ 70.
12: Bouwland in het Lemierserveld ƒ. 249.
13: Bouwland op de Steeg ƒ 173.
14: Weiland in het Claasveld genaamd de Trelbeemd ƒ 400.
15: Bouwland op de Plum ƒ 155.
16: Jaarlijkse kaprecht in het Holsterbosch genaamd Herwelter Heilbeemd ƒ 48.
17: bouwland aan de Langenberg in Laurensberg ƒ 39.
Bij elkaar ƒ 1.243,11.
Inbrengsten
19: de eerste comparante vrouw Thissen ƒ 356,74.
20: de 2e comparante de echtgenote Deswijzen ƒ 170,10.
21: de 3e comparante de vrouwe Eymahl ƒ 170,10.
22: de 4e comparant Winand Van Wersch ƒ 53.
23: kinderen van wijlen Anna Maria Van Wersch ƒ 170,10.
Alles bij elkaar ƒ 7.000,15 : 5 = ƒ 1.400.
Het eerste kavel ging naar vrouwe Eymahl
Woonhuis, stal en plaatsen onder 1,
Bakhuis met gedeelde tuin onder 2,
Gedeelde boomgaard onder 4,
Gedeelte bouwland aa de Hermansbeek onder nummer 10,
De helft van het kaprecht onder nummer 16,
Opbrengst roerende goederen ƒ 420,03.
Tweede kavel naar Winand van Wersch
Schuur met plaats en tuin onder nummer 3,
Gedeelte boomgaard onder nummer 5,
De helft van het perceel aan de Hermansbeek onder nummer 1,
De helft van het kaprecht onder nummer 16.
Opbrengst roerende goederen.
Derde kavel (aan Windelschmidt en zijn kinderen).
Gedeelte weiland op Weijersplei onder nummer 6,
Bouwland op de Plum onder nummer 15.
Op- en inbrengsten.
Vierde kavel aan Anna Catharina Van Wersch
Gedeelte weiland Weijersplei onder nummer 7,
Gedeelte perceel Klaasveld onder nummer 8,
Perceel in Laurensberg onder nummer 17,
Op- en inbrengsten.
Vijfde kavel aan vrouw Deswijzen
Deel perceel Klaasveld onder nummer 9,
Bouwland op de Steeg onder nummer 13,
Weiland in Klaasveld onder nummer 14.
Op- en inbrengsten.
Comparant 2: Maria Elisabeth Deswijzen-van Wersch ruilde haar kavel 5 met Maria Magdalena Eymahl-Van Wersch die het eerste kavel had.
Ieder familielid kreeg ƒ 1.401,03.
Ga hier terug naar Mathijs Vanwersch x Schlenter
K.7e-2: Maria Catharina Vanwersch, geboren Vaals 12 oktober 1832, overleden Vaals 26 juli 1907, 74 jaar, trouwde Vaals 8 november 1860 Pieter Egidius Thissen, geboren Wittem 24 januari 1822, overleden Lemiers (Vaals) 11 januari 1897, zoon van Egidius Thissen en Magdalena Schwanen.
1887: Maria Catharina verkocht een weiland in Weijerspleij in Vaals aan Jan Joseph Baart, landbouwer in Holset voor ƒ 400. Haar man was herbergier in Holset. Zij had dit weiland geërfd.
Op dezelfde dag en op het zelfde moment leende het echtpaar van de hoefsmid Frans Mathijs Noteborn een bedrag van ƒ 500, terug te betalen binnen drie jaar tegen een jaarlijkse rente van 5%. Als onderpand stelde Pieter hun huis en bouwland gelegen in het Claasveld.
1897: Bij zijn overlijden was hij 75 jaar en tapper in Lemiers. Hij was eerder getrouwd met Anna Geertruida Engelen / Engels die aan de kraamvrouwenkoorts in 1860 overleden was.
Er werd een Memorie van Successie opgemaakt:
De ondergetekenden
1. Anna Catharina van Wersch, zonder beroep, weduwe, woont Lemiers als moeder en voogdes over het minderjarig kind uit een eerder huwelijk, te weten Maria Thissen,
2: Elisabeth Thissen, naaister woont Lemiers
3: Hubert Thissen, fabrijksarbeider woont Lemiers,
namens
a: Joseph Thissen in Aken,
b: Wilhelm Thissen dagloner in Pepinster,
c: Odilia Crusen te Aken, weduwe van Adolphe Hubert Thissen en hun kinderen.
Egidius benoemde tot zijn erfgenamen zijn kinderen, allen voor 1/7 deel en de kleinkinderen samen voor 1/7 deel.
Actief
1: roerende lichamelijke zaken geschat ƒ 350,
2: onroerende goederen in de gemeente Vaals sectie A, huis en bouwland in het Klaasveld, geschat ƒ 1.600,
Bji elkaar ƒ 1.950 waarvan de helft ƒ 975.
Passief
1. Begrafeniskosten ƒ 56,48,
2. De helft aan schulden aan Frans Mathijs Noteborn geleend op 24 november 1887: ƒ 500,
Rente ƒ 29,70,
b: aan de heer Montfort in Luik vanaf 1896 voor geleverde sigaren ƒ 6,
c. Aan de heer Nijssen te Lemiers sinds 1896 voor geleverde koloniale waren ƒ 90,
d: aan de firma Smal te Gulpen voor geleverd bier in 1896 ƒ 18,
e. aan Heiligers te Vaals voor geleverd bier in 1896 ƒ 21,60,
f. aan Flas te Gimmenich geleverd brood in 1896-1896 ƒ 60,
g: gemeente belasting ƒ 2,40.
Bij elkaar ƒ 727,70.
Waarvan de helft ƒ 363,85.
Te samen 56,48 + 363,85 =ƒ 420,33, blijft over om te verdelen ƒ 554,67.
3/1897: Van de elf kinderen die zij kregen waren er nog vijf in leven. Zij hadden het, net als zovelen, niet breed. Haar man was herbergier in Lemiers, bij Vaals. Zij verkocht in 1887 een weiland aan Jan Baart voor ƒ 400. En het echtpaar leende gelijkertijd van de hoefsmid Noteborn ƒ 500 en beloofde dat bedrag binnen drie jaar terug te betalen.
Toen Pieter Tissen tien jaar later overleed, was het bedrag nog steeds niet terugbetaald. Na zijn dood stuurde de rechter een schatter naar haar huis in Lemiers om de inboedel te taxeren. Hierdoor krijg je toch inzicht hoe een herberg/huis er in 1897 er qua inboedel uit zag.
1: In de herbergkamer trof hij vier tafels, vijf banken, zes stoelen, een toonbank, een kachel met toebehoor, een spiegel, zeven schilderijen en een lamp aan. Geschat totaal ƒ 48,
2: In een bovenkamer: glazenkast, commode, kleerkast, ronde tafel, drie stoelen, pendule, zes schilderijen, ledikant, porselein, glas en tin ƒ 98,50,
3: In een kamer daarnaast: ledikant met toebehoor, tafel, kapstok, stoel, twaalf schilderijen, porselein en tin, alles bij elkaar ƒ 5,50,
4: In een kamer daarnaast: ledikant met toebehoor, kleerkast, tafel en bank, vijf schilderijen, fornuis, ledikant met toebehoor, kist, alles bij elkaar ƒ 31,
5: In de keuken beneden: ledikant met toebehoor commode, etagère, twee tafels, vier stoelen en een bank, kachel, porselein, 13 herberglazen, vier ketels en wateremmer, een bank, een Ariston (= een fornuis) ƒ 46,50,
6: In de stal: brandhout en een ladder, ƒ 6,
Totaal werd alles op ƒ 342,50 geschat.
Daar gingen natuurlijk nog de begrafeniskosten vanaf.
De pastoor kreeg voor zijn dienst en mis ƒ 10,48, de lijkkist kostte ƒ 18, de lijkwagen, vertering en andere kleine uitgaven waren ƒ 28.
Aan Montfort te Luik werd voor geleverde sigaren ƒ 6 betaald.
Aan Vijssen te Lemiers aan koloniale waren over verschillende jaren ƒ 90.
Aan de firma Smeets te Gulpen voor bier ƒ 18.
Aan Heiligers te Vaals voor bier ƒ 21,60. Heiligers had een herberg in Vaals.
Aan Vlas te Gimmenich wegens geleverd bier ƒ 60.
En de lopende personeelsbelasting was ƒ 0.50.
Aan de weduwe Noteborn en kinderen wegens geleend geld ƒ 500.
1905: Het echtpaar had in november 1887 ƒ 500 geleend van Frans Mathijs Noteborn, hoefsmid in Lemiers en in 1905 nog niet terugbetaald. Het bedrag had binnen die jaar terugbetaald moeten worden. Ondertussen was Noteborn op 9 april 1893 overleden. Ook Pieter Thissen was overleden. De lening was nog niet terugbetaald. Maria Catharina van Wersch leende wellicht het resterende bedrag waardoor Wijnand Hubert Jongen, koffyhuishouder en dagblad correspondent in Lemiers de nieuwe schuldeiser werd.
In 1905 leefden nog vijf kinderen. Willem, Joseph, Elise, Hubert, Maria.
Klik hier voor Maria Catharina van Wersch.
K.7f. Jan van Weersch, geboren Lemiers 14 juli 1805, overleden Vijlen 8 juni 1890, trouwde 1: Vaals 27 februari 1835 Anna Margaretha Hanen, geboren Gemmenich 19 februari 1805, , trouwde 2: Laurensberg 28 februari 1840 Anna Maria Josepha Schlenter, geboren Laurensberg 19 augustus 1811, overleden Vaals 17 februari 1896, dochter Peter Schlenter en Maria Ida Wilder.
1821: Volgens het Bevolkingsregister van Vaals is hij 10 jaar en woont in Lemiers. Hij werd Jannes Vanwersch genoemd.
1829: Bij de volkstelling van 1829 in Vaals werd de naam van Johan van Wersch genoteerd. Hij was domastik (knecht), 24 jaar, geboren in Holset en knecht bij de familie Gimmenich in Vijlen. Deze familie Gimmenich bestond uit acht man. Zij hadden vijf knechten en twee meiden (madgen) schreef de ambtenaar.
Die noteerde de namen van iedereen die hier woonden. Vandaar dat de naam van Johan bekend is. Alleen schreef de ambtenaar diens naam verkeerd.
1831: Hij werkte als 24-jarige knecht bij de familie Martin Gimmenich en zijn vrouw Anna Catharina Peerboom in Vijlen. De volkstelling schreef zijn naam als Johan van Weirhsch.
1840-1851: Zij woonden in Forst op Gut Schönrath en nadien in Vijlen/Mamelis.
9 juli 1851: Bij de notaris verschenen
1: Mathijs Van Weersch, landbouwer te Wijlre (zegge) te Vijlen, gemeente Vaals gehuwd met Anna Catharina Slenter,
2: Joanna Maria Van Weersch bijgestaan en gemachtigd door haar man Egidius Leijsen, landbouwers te Lemiers, gemeente Vaals,
3: Johan Van Weersch, landbouwer wonende in de Voorscht (=Forst) dicht bij Aken gehuwd met Maria Josepha Slenter,
4: Johan Caspar Van Weersch, landbouwer wonende te Lemiers,
5: Magdalena Van Weersch bijgestaan en gemachtigd door haar echtgenoot Gabriel Vincken, rederijker wonende te Holset gemeente Vaals,
6: Joseph Van Weersch, wonende te Orsbach gemeente Richterich, getrouwd met Maria Catharina Lennerts.
Zij verkopen aan de gebroeders Jan Leonard Ploumen, Pieter Joseph Ploumen en Hendrik Joseph Ploumen, allen ongehuwd en landbouwers in Bocholtz, in de gemeente Bocholtz:
Een boomgaard of weide. akkerland op de Dallenderweg en op de Prickartsweg.
Zij hadden dit uit nalatenschap van wijlen hun vader Hendrik Van Weersch per akte van deling verleden voor notaris Struijk te Kerkrade van 24 april 1818.
22 februari 1867: Met zijn vrouw en zoon Caspar en zoon Johann kwamen zij uit Forst naar Vaals. Hier hadden zij knechten en meiden werken.
1871: Marie Josepha Schlenter schonk een monstrans aan de kerk van Holset.
5 maart 1885: Voor notaris Wintgens verschenen:
Johan van Wersch uit Vijlen, in huwelijk met Maria Josepha Slenter, en zijn zoon Peter Joseph van Wersch, landbouwer in Vijlen/Vaals. Hij kocht van Frans Rothz, landbouwer in Aken op de hoeve Horn een perceel bouwland in de Biessen in Vaals voor ƒ 307,20 en betaalde direct.
6/1890: Zijn overlijden: De ambtenaar schreef op de doodsakte Vanwersch waar de aangever zoon Pieter de akte tekende met P J van Wersch (zonder puntjes).
8 juni 1890: Zijn overlijden: Memorie van aangifte nalatenschap. De baten waren ƒ 5.273 en de lasten en schulden waren ƒ 242,60. Dus saldo was ƒ 5.024,40.
Alleen de kinderen uit zijn tweede huwelijk erfden.
1: Pieter Van Wersch, landbouwer te Forst gemeente Eilendorf bij Aken,
2: Casper Van Wersch, landbouwer in Simpelveld,
3: Pieter Josef Van Wersch, landbouwer in Vijlen.
Volgens de wet zijn zijn drie meerderjarige kinderen de erfgenamen. Zij erven de helft van 37 stukken grond (bouwland, boomgaarden, huis en erf in Vijlen. Zijn vrouw Maria Josepha Slenter leeft namelijk nog. De helft is op ƒ 5.273 geschat.
De kosten waren voor begrafenis en kerkelijke diensten tot en met de eerste jaargetijde
Elk kind erfde ƒ 1.674,80.
17 februari 1896: Memorie van Successie van Maria Josepha Schlenter, gehuwd met Johan van Wersch, ingediend op 20 mei 1896.
1: Pieter van Wersch, landbouwer woont Elendorf bij Aken,
2: Caspar van Wersch, landbouwer woont Simpelveld,
3: Piter Jozef van Wersch, landbouwer in Vijlen.
De andere kinderen uit het eerste huwelijk worden niet genoemd.
Zij erfden 38 stukken land en het huis. Alles ter waarde van ƒ 5.125 min de begrafeniskosten ƒ 236 = ƒ 4.889.
Ga hier terug naar Jan Van Wersch x Hanen
K.7g. Jan Caspar (Jean Gaspard) Vanwersch, geboren 18 maart 1809, overleden Wittem 25 juli 1877, trouwde Vaals 26 september 1851 Anna Maria Pierlot, geboren Wijlre 2 juli 1817, landbouweres, zoals de ambtenaar schreef, overleden Voerendaal 7 november 1908,
1829: In het jaar dat hij 19 werd, moest hij zich inschrijven voor de Nationale Militie. Hierin schreef het leger dat Caspar in Vaals woonde waar hij landbouwersknecht was en zijn vader dagloner.
1850-1859: Volgens het Bevolkingsregister van Vaals woonde bij hem in Lemiers ook de broer van zijn schoonvader: Matthijs Leimans, geboren 1759 en overleden 1852. Zij hadden toen een dienstbode in huis Maria Kamp, geboren in 1821.
9 juli 1851: Bij notaris Batta kwamen:
1: Mathijs Van Weersch, landbouwer te Wijlre (zegge) te Vijlen, gemeente Vaals gehuwd met Anna Catharina Slenter,
2: Joanna Maria Van Weersch bijgestaan en gemachtigd door haar man Egidius Leijsen, landbouwers te Lemiers, gemeente Vaals,
3: Johan Van Weersch, landbouwer wonende in de Voorscht (=Forst) dicht bij Aken gehuwd met Maria Josepha Slenter,
4: Johan Caspar Van Weersch, landbouwer wonende te Lemiers,
5: Magdalena Van Weersch bijgestaan en gemachtigd door haar echtgenoot Gabriel Vincken, rederijker wonende te Holset, gemeente Vaals,
6: Joseph Van Weersch, wonende te Orsbach gemeente Richterich, getrouwd met Maria Catharina Lennerts.
Zij verkopen aan de gebroeders Jan Leonard Ploumen, Pieter Joseph Ploumen en Hendrik Joseph Ploumen, allen ongehuwd en landbouwers in Bocholtz in de gemeente Bocholtz
1: boomgaard of weide,
2: akkerland op de Dallenderweg,
3: Akkerland op de Prickartsweg,
Zij hadden dit uit de nalatenschap van wijlen hun vader Hendrik Van Weersch.
1860-1882: Bevolkingsregister. Bij hen in huis woont ook zwageres Gertrudis Pierlot, geboren Wittem 27 december 1821. Zij was dienstbode. Vader was akkerbouwer. Zij wonen Lemiers 152.
1864: zij vertrokken in 3/1864 naar Wittem.
12/1869: zij wonen in Mechelen en dan specifiek Helle 191. Hij is landbouwer.
25 juli 1877: Na zijn overlijden werd een Memorie van Successie opgemaakt.
De ondergetekende
1: Anna Maria Pirlotte, wonende in Mechelen als moeder en voogdesse over haar minderjarige kinderen Hubert en Gertrude van Wersch,
2: Barbara en Johan van Wersch wonende in Mechelen als meerderjarige kinderen van het echtpaar
verklaren
dat Johan Caspar is overleden en dat zijn enige erfgenamen zij wettige kinderen zijn.
Hij liet na in Lemiers gemeente Vaals
1: Bouwland aan de Molenweg.
2: Bouwland aldaar.
3: Bouwland in het Klaasveld.
Moeder kon niet schrijven, Johan en Barbara wel, die tekenden de akte.
1880: Bevolkingsregister Wittem. Zij is weduwe en geboren Anna Maria Pirlot, Vaals 4 juli 1829. Zij vertrekt april 1884 naar Voerendaal met haar kinderen Johannes, Hubertus en Gertrude.
1884: Bevolkingsregister: ingeschreven in april 1884 Voerendaal, Kunrade huis B73 vanuit Wittem. Zij is weduwe van Wersch, eigen naam is Pierlot, geboren volgens dit register Vaals 4 juli 1829. Zij woont met vier kinderen en drie kleinkinderen in dit huis. Johan Cunibert, Anna Catharina Mertens Wittem 20 maart 1886 en overleden Kunrade 8 februari 1889.
1884: Caspar was in 1877 overleden. Zijn weduwe vertrok april 1884 naar Voerendaal met haar kinderen Barbara, Johannes, Hubertus en Gertrude.
1888: Maasbode van 31 oktober 1888: Er was brand in Kunrade: twee huizen in de fik. Ook dat van de weduwe Van Wersch waarvan de eigenaar B. Vliegen was. Oogst en inboedel vernield. Schade ƒ 5.000 en ze was te laag verzekerd.
1889: Bevolkingsregister 1879 Voerendaal. Zij woont Voerendaal, specifiek Kunrade, huis B 37. Zij is weduwe. Zij woont hier in met vier kinderen Jan (17 maart 1855, landbouwer), Hubert 11 september 1857, landbouwer), Gertrudis (23 mei 1859) en Maria Barbara 27 augustus 1852). In huis wonen ook Jan Cunebert Mertens, kleinzoon Wittem 29 november 1882 en Frederik Cunebert Mertens, kleinzoon, Wittem 10 oktober 1887, kinderen van Barbara die weduwe was.
Ga hier terug naar Caspar Vanwersch x Pierlot
K.7j. Joannes (Johann Vanwersch), gedoopt Aken 16 april 1794, overleden Aken 11 augustus 1847, trouwde Aken 20 oktober 1815 Maria Agnes Lennertz, gedoopt Aken 4 april 1794, overleden Aken 7 juli 1854.
Hij was boer in Aken.
1816: Doop van dochter Joanna Maria. De pastoor schreef de achternaam als Wanwersch.

Pieter Joseph Beckers gehuwd met Maria Vanwersch, akkerman, beiden wonende binnen. de stad Aken
Zij verkopen aan Jacobus Leunes gehuwd met Anna Gertrudis Cremers, rentenier in Simpelveld een grasweide in den Kleine Waalbroek, grenzend aan Agnes Langohr, de andere kant erfgenamen Dionis Vanwersch, en in het noorden aan de familie Schiffeler.
2: land in den Wildendale, grenzend aan erfgenamen Huppertz, de andere kant erfgenamen Deonis Vanwersch, het noord: de Hatzgensweg.
3: land in de Wildedale, grenzend aan Maria Josepha Langohr, aan de andere kant Maria Agnes Langohr en in het noorden de weduwe Dautzenberg.
Deze stukken land erfden zij van hun vader Franciscus Vanwersch. Zij kregen in één keer hiervoor ƒ 223,30 ook wel 472 franc 60 centimes, of 170 rijksdaalders.
4 juni 1844: Johann Vanwersch die in de Sandkaulstrasse in Aken woonde, hield via de notaris een openbare verkoop van vee en roerende goederen:
Twee paarden met compleet tuigage, 2 lange karren, 2 slagkarren, 1 ploeg, 2 eggen, 1 wals, 1 blockwinde, een grote ijzeren ketel, een ijzeren wagenbalk, 1 vruchtenpers, schoffel, strokist, zwijnentrog, ijzeren ketting en akkergereedschap.
1853: Weer was er openbare verkoop in opdracht van de weduwe en kinderen van de overleden Johann Vanwersch. Hij woonde Sandkaulbachstrasse 417. Er werd verkocht twee woningen, akkerland, grote tuin, 11 morgen tuin deels akkerland, deels weiland, gelegen in de Süstergasse in het Süsterfeld en voor de Sandkaulthor am Wolf.
1854: Op 23 oktober 1854 laten de kinderen en erfgenamen van het overleden echtpaar Vanwersch-Lennertz zeven stukken land in Aken voor notaris Weiler uit Aken openbaar verkopen.
1: 3 morgen 7 roeden 82 voet weiland in de Süstergasse,
2: 1 morgen 107 roeden 47 voet akkerland in Rossfeld en op de Kronenberg,
3: 1 morgen 109 roeden 26 voet akkerland in Vogelshaag bij de kerk bij St. Foillan en St Jakob,
4: 67 roeden 55 voet akkerland, ook daar,
5: 1 morgen, 96 roeden 69 voet akkerland op de Mühlenfeld bij de Lütticher Chaussee,
6: 2 morgen 18 roeden akkerland bij Gruthes begrensd door de Preussweg, Lütticher Chaussee,
7: 86 roeden, 24 voet akkerland aan de Vaalserweg, begrensd door de kerk van St Jakob.
Ga hier terug naar Johann Vanwersch x Lennertz
K.8a. Willem Vanwersch, geboren Vaals 13 september 1832, overleden Vaals 15 augustus 1914, dagloner, trouwde Vaals (Lemiers) 25 april 1863 Maria Catharina Hubertina Schnabel, geboren Vaals 30 september 1833, overleden Vaals 25 april 1908.
1863: Bij het huwelijk en de geboorte van hun dochter Maria Catharina in 1863 werd haar beroep als naaister vermeld. Een van de weinige keren dat er een beroep bij vrouwen staat.
1865: Bij de geboorte van hun dochter Maria Theresia in 1865 staat er geen beroep meer achter haar naam.
1870: Willem is dagloner en kan niet schrijven.
7 april 1889: Voor notaris Wintgens in Wittem
Verschenen:
1: Willem Van Wersch, fabrieksarbeider, woont Vaals,
2: Emmanuel Van Wersch, arbeider, woont Harlis onder Vaals,
3: Hendrik Van Wersch, fabrieksarbeider, woont Vaals,
4: Johan Stephan Lennertz, wever, woont Vaals, gehuwd met Magdalena Van Wersch,
5: Egidius Schiffers, wever in Vaals, gehuwd met Theresia Van Wersch,
6: Pieter Van Wersch, fabrieksarbeider, woont Aken.
Zij verkochten aan Willem Gorissen gehuwd met Anna Maria Scheeren, fabrieksarbeiders, wonende te Lemiers: een huisje met plaats in Lemiers 1 are, 60 centiaren. Dit hadden de kinderen van hun moeder Theresia Tossaint, weduwe van Pieter Van Wersch, geërfd. Er was geen bewijs dat het haar eigendom was. Gorissen betaalde er ƒ 40,- voor.
Alleen Pieter, Egidius Schiffers en Johan Stephan konden schrijven dus die tekenden.
Eind 1800: Hij is dagloner, zijn vrouw is waschster. Zij wonen Tentstraat 14.
1907: Bij het huwelijk van hun dochter Maria Catharina x Grüters zijn haar vader en moeder beiden zonder beroep en wonen in Vaals.
Ga hier terug naar Willem Vanwersch x Schnabel.
K.8h. Jan Peter van Wersch, geboren Forst Gut Schönrath 15 februari 1841, overleden Forst (bij Aken) 21 augustus 1910, trouwde 13 februari 1867 Elisabeth Milles, geboren Burtscheid 12 oktober 1841, overleden Forst 11 april 1906.
1890: Overlijden zijn vader: Hij erft met zijn twee broers de helft van de 37 stukken grond van zijn vader. Ieder erft ƒ 1.674,80. Peter Van Wersch is landbouwer in Forst, gemeente Eilendorf.
1892: Hij plaatste in de Duitse krant Echo der Gegenwart van 24 maart 1892 een advertentie dat hij zijn vijf paarden en wagens en nog meer op donderdag 31 maart 1892, op Gut Schönrath verkoopt omdat hij met zijn vervoersbedrijf stopt.
Op 8 april 1892 biedt hij zomerkoren ter verkoop aan.
1897/1898/1902: Deze jaren verkocht hij vele paarden, merries en hengsten, ook bood hij zijn hengst ter dekking aan.
11/ 1898: Hij adverteerde afgelopen jaar veel met zijn hengst. Nu adverteerde hij met Junge fette Gänse zu schlachten.
1906: In de Duitse krant Echo der Gegenwart van 27 mei 1906:
Der letzte Besuch galt dem nahe bei Drimborn gelegenen Gute Schönrath. Dieses war im 17. Jahrhundert Eigentum des spanischen Steuerempfängers Thiens in Aachen, dessen Wappen mit der Jahreszahl 1640 heute noch den Torbogen am Eingange des Hofes ziert. Im 18. Jahrhundert war die Burg im Besitze der Familie von Thenen, dis im Jahre 1773 der österreichische Oderleutnant Philipp Joseph von Thenen aus Glottau in Böhmen„das Allodial-freiadliche Haus und Gut Thiensenhaus, jetzt Schönrath genannt, samt Wiesen, Benden, Gärten, Gehölzen, Fischweihern und allen darauf haftenden Kapaun-, Haber- und sonstigen Pachten“ für 4000 Rthlr. an Hermann Isaac von Aussem verkaufte. Aus dem Besitze der Familie Scheidler ging dasselbe im 19. Jahrhundert in den Besitz des Freiherrn von Rellessen über. Herr Verwalter van Wersch hatte die Freundlichkeit, den Geschichtsfreunden die alte Wasserburg zu zeigen und auf einzelge Eigentumlichkeiten des Gebäudes aufmerksam zu machen. Eine Inschrift aus einem Querbalken im Hose mit der Jahreszahl 1443 erregte in Bezug auf ihre Echtheit einige Bedenken.
Eine kleine Nachsitzung bei Welter im Forst beschloß den schönen Ausflug, von dessen Verlauf sich die Teilnehmer auss beste befriedigt erklärten.
Vertaling: Het laatste bezoek was aan het landgoed Schönrath bij Drimborn. In de 17e eeuw was dit eigendom van de Spaanse belastingontvanger Thiens in Aken, wiens wapenschild met het jaartal 1640 nog steeds de boog bij de ingang van de boerderij siert. In de 18e eeuw was het kasteel eigendom van de familie von Thenen tot 1772, toen de Oostenrijkse eerste luitenant Philipp Joseph von Thenen uit Glottau in Bohemen “het allodiale vrijstaande huis en landgoed Thiensenhaus, nu Schönrath genoemd, samen met weiden, velden, tuinen, bosjes, visvijvers en alle pachten daarop” voor vierduizend rthlr. verkocht aan Hermann Isaak von Außem. In de 19e eeuw ging het eigendom van de familie Scheibler over in het bezit van Baron von Nellessen. De heer van Wersch, de beheerder, was zo vriendelijk om de geschiedenisliefhebbers de oude waterburcht te laten zien en hen te wijzen op enkele bijzonderheden van het gebouw. Een inscriptie op een dwarsbalk op de binnenplaats met de datum 1443 wekte enige bezorgdheid over de echtheid ervan
Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie)
1907: Verkauf von Pferden und Stieren.
Am Donnerstag den 19. September 1907, nachmittags 1 Uhr, läßt Herr Peter van Wersch zu Aachen-Forst,„Gut Schönrath,“ auf seiner Hofwiese, wegen Verringerung des Viesbestandes:
7 Pferde, wobei 1 3-jähr. gedeckte Stute, 2 2-jähr. Wallache, 1 1½2-jähr. Stute, 3 Hengstfohlen von 6 bezw. 10 Mon. alt und 1 Rassepferd, zum Milchfahren geeignet; ferner: 3 schöne rotbunte deckfähige Stiere, sodann 1500 Stück Bier- und Milchgläser, teils mit Henkel, Bierpumpen für Kohlensäure 2 freiwillig auf Kredit gegen Bürgschaft verkaufen.
Gleich nachher wird noch 1 beigebrachtes Arbeitspferd und 1 Fohlen mitversteigert.
Raeren. Friedr. Schumacher.
Vertaling: Verkoop van paarden en stieren.
Op donderdag, 19 september 1907, in de namiddag om 1 uur,
De heer Peter van Wersch uit Aken-Forst, “Gut Schönrath”, heeft op zijn boerenweide 7 paarden laten verkopen wegens inkrimping van de veestapel:
7 paarden, waaronder 1 3-jarige gedekte merrie, 2 2-jarige ruinen, 1 1½2-jarige merrie, 3 hengstveulens van respectievelijk 6 en 10 maanden oud en 1 volbloedpaard geschikt voor het rijden van melk; voorts: 3 mooie roodbonte stieren geschikt voor het dekken, dan 1500 stuks bier- en melkglazen, sommige met handvatten, bierpompen voor koolzuur om vrijwillig op krediet te worden verkocht tegen garantie.
Onmiddellijk daarna zullen 1 werkpaard en 1 veulen geveild worden.
Raeren. Friedr. Schumacher.
1910: In de Duitse krant Echo der Gegenwart van 23 augustus 1910 werd een overlijdens advertentie gezet door de Katholische Missionverein.
Op 24 december 1910 staat er een vooraankondiging van een openbare verkoop op 7 en 8 maart 1911 door de familie van Wersch op Gut Schönrath in Aken Forst.
Bij zijn graf treurden twee zonen, vijf dochters, een schoondochter, drie schoonzonen en negen kleinkinderen.
1944: Gut Schönrath vernietigd in de Tweede Wereldoorlog. De voorburcht uit de 18e eeuw bestaat nog.
Ga hier terug naar Jan Peter van Wersch x Milles.
K8i-4 Maria Elisabeth Vanwersch, geboren Simpelveld 1 november 1874, overleden Bocholtz 26 maart 1949, trouwde Simpelveld 4 februari 1909 Johannes Hubertus Kruijen, geboren Cadier en Keer 4 september 1885, overleden Heerlen 19 november 1961.
1910: Overlijden van hun dochter Maria Barbara Philomena Kruijen, 7 maanden oud. Moeder wordt in de akte Maria Elisabeth Van Wersch genoemd (hfdletter V). Zij wonen in Oud Vroenhoven.
1918: Hij vraagt via een advertentie in de krant een sterke jongen. Adres Hof Bocholtz.
1919: Zijn hond Juno een Dobberman is weggelopen van de Hof Bocholtz.
In november 1919 vroeg hij om een meisje dat kon melken, niet beneden de 16. Hof Bocholtz D 28.
9/1920: Hij vraagt om een knecht voor boerenwerk en met paarden kunnende omgaan. Blijkbaar komt er niemand of zijn de reacties niet goed. In nov 1920 plaatst hij dezelfde vacature. Zij wonen Hof Bocholtz D 28. Dit is nu Hofstraat 9-11 die in 1926 de familie Franssen-Van Wersch kocht. De familie Kruijen-van Wersch kwam uit Raren. Zij kochten de boerderij in 1917 voor f. 40.000 en trokken er maart 1918 in. Tijdens de verkoop in mei 1917 was er nog een pachter in de boerderij die tot 1 oktober mocht blijven, want dan liep de pacht af. Hij betaalde f. 1.200 per jaar huur / pacht. Er waren ook twee arbeidershuisjes bij die een pacht opbrachten van f. 158,40 per jaar. Bij de boerderij staat een herenhuis. Volgens de verkoop uit 1917 had Kruijen het recht de kelder van dit gebouw te gebruiken. In 1920 wordt het herenhuis opnieuw verkocht waarbij het recht van de kelder naar de nieuwe eigenaar ging. (Boek Hoeve de Hof van Armin Hamers).
29/1/1921: Openbare verkoop via notaris Wijnands Heerlen op 2 februari 1921
Op verzoek van J.H. Kruijen-van Wersch te Hof Bocholtz, verkoop van
1: bouwland aan de Huskensweg,
2: bouwland aan Langeberg,
3: bouwland in Kerkveld,
4: bouwland aldaar,
5: bouwland in Vlengerdalveldje,
6: bouwland aldaar,
7: bouwland Platveld,
8: bouwland daar,
9: bouwland aan Putskuil,
10: bouwland aldaar,
11: bouwland aldaar,
12: bouwland aan Overhausengewande,
13: bouwland aldaar.
1923: De openbare verkoop werd voor het eerste geadverteerd in maart 1923. De pachthoeve de Hof, huis, schuur stallen, erven, boomgaard en 12 stukken wei/bouwland, bijna 18,5 bunder en twee arbeiderswoningen. In de advertentie stond onderaan dat aankoop zeer speculatief was vanwege de steenkoolmijnen onder Bocholtz.
Verkoop op 4 april 1923.
In 1923 is Kruijen failliet omdat zijn vrouw abnormaal veel geld uitgaf aan snoep. Dus werd per openbare verkoop de boerderij openbaar verkocht. De koper was dhr. Pleiers. Pleiers verkocht vervolgens de hof door aan het echtpaar Alexander Franssen/Maria van Wersch, zie daar. bron: oa Hoeve De Hof van Armin Hamers.
1949: Haar overlijden. Johannes Kruijen hertrouwde met Elisabeth Steins.
1961: Toen hij overleed was hij tuinknecht en woonde Ubach over Worms. Hij was weduwnaar van Maria van Wersch en echtgenoot van Elisabeth Steins.
1972: Lim Dagblad:
Hoeve „De Hof” werd gebouwd in 1617 en werd in 1779 verbouwd door de heren van het adellijk huis Oberhausen, later alleengoed van ‘s Hertogenrade. In 1725 werd zij door baron Van Kollenburg verkocht aan de Schout van de Heerlijkheid van Bocholtz-Simpelveld C L. Limpens, voor 2755 Rijksthaler. Haar grondgebied was toen 10 à 80 morgen. Na eeuwenlang in het bezit geweest te zijn van families Pleijers ging zij naar de tegenwoordige eigenaar Basting. Zij heeft door de aanleg van de autowegen en het klaverblad bijna alle grond verloren en staat hierdoor nu ruim 1 jaar leeg. Lim Dgbld 24 augustus 1972.
Ga hier terug naar Maria Vanwersch x Kruijen
K.8k. Theodoor Van Weersch, geboren Simpelveld 31 augustus 1817, overleden Heerlen 7 mei 1875, trouwde Simpelveld 24 mei 1844 Peternel Vorage, geboren Heerlen 18 februari 1815, overleden Kerkrade 14 december 1895.
1817: Zijn geboorte: De ambtenaar schreef Theodor Vonwers terwijl zijn vader tekende met J.L. Van Weersch.
1845: Geboorteaangifte dochter Maria Jozefa. Vader tekende de akte met T Van Wersch. De ambtenaar schreef Theodor Van Weersch. Hij woonde in Beitel.
1850/1860: Bevolkingsregister: Theodoor van Weersch woont met zijn Petronella Voragen en kinderen en knechten in Heerlen C 144. Dat was Caumerrotte. Hij is landbouwer, zijn kinderen nog zonder beroep. In huis woont ook Egidius Antoon Joseph Voragen (= halfbroer van Petronella), Johan Vossen, geboren Nuth en dienstknecht, Jacobus Vrusch, geboren Simpelveld en dienstknecht en Maria Odilia Voragen, geboren Heerlen en zonder beroep. Zij was haar tweelingzus. Zij ging 28 februari 1855 naar Kerkrade.
6/1860: Jan Theodoor Van Wersch, landbouwer in Beitel gehuwd met Petronella Voragen, leende van Ego Van der Elst, directeur bij de Domaniale Kolenmijn te Kerkrade gehuwd met Maria Susanna Hupkens ƒ 1.410.
Ego van der Elst werd rond 1826 in Werkendam geboren. Hij trouwde in Maastricht mei 1855 met de één jaar jongere Maria Susanne Hupkens uit Maastricht. In 1856 was hij al directeur der mijnen. Hij overleed in Heerlen april 1897.
Theodoor kon het geleende bedrag terug betalen over vijf jaar tegen een jaarlijkse rente van 5% .
Als borg stelde hij zijn goederen in Heerlen:
1: bouwland te Klein Heugde,
2: bouwland aldaar,
3: bouwland aldaar,
4: boomgaard te Beitel.
Deze eerste drie percelen had hij via notaris Johan Willem Daniel Smeets Heerlen van 25 augustus 1851 verkregen. Het vierde perceel gekocht via onderhandse akte Simpelveld 25 januari 1856.
1860/1880: Bevolkingsregister: Jan Theodoor van Wersch, geboren 1 september 1817, Peternel Voragen, geboren 18 februari 1825, dat werd doorgestreept en veranderd in 29 januari 1823. Zij. wonen hier met hun vijf kinderen. Sinds 5 februari 1880 woonde ook Gustaaf Johan Smitshuizen hier als kostganger, geboren Echt 4 oktober 1846, zie dochter 8 die met hem zou trouwen. Hij was Nederlands Hervormd en rijkscommies. Vader is landbouwer, de rest heeft geen beroep. Zij wonen wijk F nummer 41.
3/1871: Anna Gertrudis Quaedvlieg, weduwe van Simon Joseph Geilgens, (die was in december 1870 in Kerkrade overleden) en wonende te Onderste Spekholz, en Jan Theodoor Van Wersch, landbouwer in Beitel, kwamen samen met de notaris in haar huis waar op 16 maart 1871 de openbare verkoop van vee en roerende goederen zal plaats vinden. aan den verzoekers toebehoorende. Dus hij is ook deel eigenaar. Alleen de goederen van de weduwe werden verkocht, die van Jan Theodoor niet of was er geen belangstelling voor?
1875: Na zijn overlijden werd er Memorie van aangifte van het recht van successie wegens de nalatenschap van Jan Theodoor Van Wersch opgemaakt.
De ondergetekenden
1: Petronella Voragen, weduwe van Jan Theodoor, landbouwster als moeder en voogdes over Anna Maria Van Wersch,
2: Alphons Van Wersch, landbouwer,
3: Maria Josepha Van Wersch, zonder beroep,
Alle drie wonende in Beitel, gemeente Heerlen.
4: Leonard Van Wersch, dienstknecht in Leersdorf bij Aldenhoven,
5: Joseph Van Wersch, dienstknecht te Lersdorf
verklaren dat in Beitel Jan Thedoor is overleden
Als erfgenamen nalatende zijn vijf wettelijke kinderen,
de onverdeelde helft
1. Bouwland in Heerlen op de Kleine Heugde,
2: Bouwland aldaar,
3: Bouwland op de Heufde.
De ambtenaar schreef Van Wersch. De kinderen tekenden met Vanwersch.
1880: Voor notaris Smeets werd op 15 januari 1880 een akte opgemaakt waarin grond uit de erfenis van vader aan Alphons (zie 3) verkocht werd. Bij elkaar ƒ 4.940. Op dat moment was moeder winkelierster en landbouweres in Beitel, toen nog een gehucht bij Heerlen. Als van Wersch ondertekende vader zelf alle aktes, hoewel de ambtenaren steeds andere schrijfwijzen hanteerden.
1881: Bevolkingsregister Heerlen. De weduwe Peternella van Wersch geboren Voragen vertrok in maart 1886 naar Kerkrade waar zij in huis bij zoon Alphons woonde.
1895: Haar overlijden, de familie zette een overlijdens advertentie in de Limburger Koerier van 19 december 1895. Zij werd 80 jaar. afzender was J van Wersch, Drievogels-Spekholzerheide. Dat is haar zoon nummer 5.
Ga hier terug naar Theodoor Van Weersch x Vorage
K.8k-5
1869: Hij vertrok op 18-jarige leeftijd naar Siersdorf.
1893: Jos van Wersch te Drievogels plaatst een advertentie in de Limburger Koerier van 26 augustus 1893 waarin er in zijn lokaal het jachtgeld uitreikt wordt door het Bestuur.
1894: Hij was commissaris bij het Landbouw Casino in Kerkrade.
17 maart 1896: Hij maakte zijn testament op en liet het vruchtgebruik van zijn roerende en onroerende goederen na aan zijn vrouw.
Ik Egidius Josef Van Wersch geef en legateer aan mijne echtgenoot Anna Elisabeth Hamers haar leven lang het vruchtgebruik van al de roerende en onroerende goederen welke ik zal komen na te laten, met ontheffing van de verplichting om daarvoor zekerheid te stellen.
De notaris noemde hem Van Wersch, terwijl hij tekende met E J Vanwersch. Hij woonde op Drievogels.
17 maart 1896: Ook zij maakte haar testament op voor notaris Moors waarin zij het vruchtgebruik legateerde aan haar man.
1897: Zijn schoonmoeder in Valkenhuizen was weduwe geworden en zij en haar kinderen verkochten de inboedel van het huis en de boerderij. Totaal bracht deze openbare verkoop ƒ 2.163,92 op. Jos kocht maar drie dingen: bonenstaken voor 0.60 cent, eggentanden voor ƒ 0,70 en een ketting voor ƒ 0.20, dat was gereedschap en geen sieraad.
1898: Hij gaf in zijn lokaal ruimte aan de Boerenbond Drievogels om bestellingen te doen.
1898: J van Wersch te Drievogels dankt de Veeverzekeringen Mij. Almelo voor de volle uitbetaling van zijn gestorven paard.
7/1899: Er is nog steeds de herberg van de heer Jozef Van Wersch te Drievogels.
29 maart 1900: Egidius Jozef Van Wersch koopt van de erfgenamen Packbier in Simpelveld bouwland in De Del, 25 aren B 409 en B 410. En ook bouwland in Simpelveld genaamd Het Bijl, 17 aren B 523.voor ƒ 251, 80. Hij is landbouwer te Drievogels.
26 januari 1901: Mathias Packbier, landbouwer in Simpelveld verkocht aan Egidius Josef Van Wersch, landbouwer in Drievogels, gemeente Kerkrade een perceel bouwland gelegen in het Langveld binnen Simpelveld B 408, 10 aren groot, Hij betaalde 78 gulden.
4 januari 1904: Leonard Uerlings, landbouwer in Locht, Heerlen, leende van Aegidius Jozef Van Wersch, herbergier te Drievogels Kerkrade, ƒ 130 binnen drie jaar terug te betalen tegen 4½% rente. Als onderpand stelde hij een lap grond in Heerlen.
8/1909: Brand in de woning van Van Wersch (Drievogels) woonhuis en stallen werden de prooi der vlammen, vee werd gered, behalve de kippen en konijnen die in de vlammen omkwamen.
1920: In 1920 vertrok de weduwe Maria van Weersch-Hamers en neef Frans van Weersch naar Hitfeld bij Aken en in 1917 was neef Jozef al naar Brunssum vertrokken.
30 mei 1931:
Notaris Nijst te Kerkrade zal op Dinsdag 16 Juni 1931 n.m. 3 uur in het café van den heer Janssen bij de tramhalte aan de Locht; Gemeente Heerlen ten verzoeke van de erven van wijlen de echtlieden Joseph V. Wersch-Hamers publiek en definitief verkoopen:
Landerijen onder Heerlen en Simpelveld;
Kavel een: bouwland in Langveld te Simpelveld, gelegen naast Prevoo, Knops en Gorissen, kadaster Sectie B Nummers 408 409 en 410 groot samen 36 aren 70 centiaren of 179 kleine roeden in pacht bij de heer Karel Eygelshoven te Beitel.
Kavel twee, bouwland aldaar, gelegen naast Drummen, Vliex, Merx en Eygelshoven kadaster Sectie B No. 523 groot 17 aren 10 centiaren of 83 kleine roeden in pacht als voren, tot Stoppelbloot 1933.
Onder Heerlen aan den Rukkert weg Sectie G;
Kavel drie: boomgaard aan den Rukkertweg naast Linden en Bulkens, kadaster nummers 1479 en 1480, samen groot 42 aren 25 ca. of 204 kleine roeden.
Kavel vier: bouwland in Ruckertveld naast Borghans, de Kerk van Heerlen en Willem Winters, kadaster No. 2045 groot 25 aren 50 ca. of 323 kleine roeden.
Kavel vijf: bouwland aldaar naast Dautzenberg-Trybels en Debets, kadaster nummers 1095 en 1084 groot samen 35 aren 60 ca. of 172 kleine roeden.
Kavel zes: bouwland aldaar naast Debets. Bost en Gemeenschappelijk Grondbezit, kadaster Nummers 1038 groot 2L aren 30 ca. of 103 kleine roeden.
Alles in pacht bij den heer Diederen tot October 1932. Nadere inlichtingen en kadastrale kaart ter inzage bij notaris Nyst voornoemd.
Zij kregen geen kinderen.
Ga hier terug naar Egidius Jozef van Wersch x Hamers
K.8l. Jan Jozef van Wersch, geboren Simpelveld 2 februari 1823, overleden aan TBC Kerkrade 29 mei 1889, trouwde Heerlen 17 januari 1856 Johanna Elisabeth Beckers, geboren Heerlen 21 maart 1835, overleden Kerkrade 29 december 1898.

1842: Militie archief Maastricht: hij was landbouwer. Zijn moeder was landbouwster.
1850: Hij woont bij zijn vader en stiefmoeder.
1854: In 1854 vertrok hij naar Heerlen waar hij ging trouwen. Bij hun huwelijk woonde Jan Jozef in Beitel en zijn vader in Simpelveld. Zijn moeder was ten tijde van het huwelijk al overleden. Jan was landbouwer, 32 en zijn aanstaande was 20 jaar oud. Zij woonde in Drievogels, gemeente Heerlen, en was ook landbouwster. De trouwakte wordt zelf door Jan ondertekend met J J Van Wersch, terwijl de ambtenaar Van Weersch schreef.
Bij de geboorten van de kinderen schreef de ambtenaar Vanwersch terwijl vader steeds tekende met Van Wersch.
1856: Hij kwam in 1856 naar Bleijerheide waar hij akkerbouwer was. Zij vertrokken in 1873 naar Pruisen. Maar kwamen weer snel terug.
3/1858: Hubert Arnold Vijgen, grondeigenaar en paardenkoopman, gehuwd met Barbara Vanderheijden, beiden uit Heerlen, verpachtten aan Johan Joseph Van Wersch, landbouwer te Locht, gemeente Kerkrade, gehuwd met Maria Elisabeth Beckers
1: een hofstede met bijbehorende gebouwen, plaats, tuin, wei, bouwlanden en boomgaarden, in Bleijerheide, ongeveer vijf bunders , 11 roeden, exclusief een huisje met tuin in Bleijerheide vlakbij de hofstede. Ze pachtten het voor zes jaar, vanaf half maart.
De verpachter mocht echter na drie jaar de pacht eindigen indien een van hun getrouwde kinderen hier wilde wonen. De pachter moest dan wel zes maanden van te voren geïnformeerd worden. Maar ook de pachter kon de pacht na drie jaar eindigen met zes maanden aanzegtijd.
De pachtprijs was ƒ 354,37. De pacht moest in handen van de verpachter in zijn woonhuis betaald worden. Het mocht ook in Frans geld waarbij vijf frank de waarde heeft van ƒ 2,36¼. Schoonvader Mathijs Joseph Beckers, gehuwd met Catharina Dremmen, landbouwers in Locht, stelde zich borg voor zijn schoonzoon.
12 maart 1873, akte 25, notaris .J.H. E. Gulikers
De griffier van het kantongerecht als gemachtigde van notaris Gulikers te Kerkrade regelde de openbare verkoop op woensdag 12 maart 1873 op verzoek van Jan Jozef Van Wersch, landbouwer te Bleijerheide in zijn huis van huismeubelen, schuur en keldergereedschappen, ingemaakt goed en aardappelen
1: vensterramen 0,50
2: hout 0,50
3: paardentuig 0,50
4: Keperen: 1,70 (wellicht balken waarop de vloer gespijkerd wordt lim dialecten wrdnbk)
5: dengereedschappen 0.60
6: keperen 1,60
7: hout, 0.60
8: hout: 0,90
9: kersbaum 2,90
10: nog een, 2,20
11 hout, 0,30
12: bonenstaken 2,30
13: dito, 3,-
14: hout, 0,25
15: planken 1,20
16: waskuip 2,-
17: dito 1,50
18: karrongen (= houten spijlen die op een wagen staan) 0,80
19: prullen 0.90
20: vat, 1,20
21: hout: 1,20
22: durpel 1,20
23: wellebrak 1,30
24: kuip en twee vaten, 2,20
25: waskuip 1,-
26: planten 2,10
27: kruiken 0,70
28: spanhout 0,50
29: laddersporten 0,40
30: leiwagen 2,70
31: kekselkist 1,20
32: kruikar 3,-
33: ladder 2,90
34: balk 2,20
35: schoffel 1,80
36: twee schoppen 0,70
37: gaffel 1,10
38: zaag 0,60
39: dito 1,40
40: zeisel 1,10
41: ketel 1,60
42: ketel 1,10
43: kanapé 3,80
44: kist 2,50
45: val, 0.70 (wrsch een stukje hout aan de achterkant van een hoogkar waardoor de vregelpaal gestoken werd (Lim woordenboek)
46: tafel: 1,90
47: tafel 1,80
48: schaven 1,90
49: ziften 0,60
50: spoel 0,70
51: wan ƒ 1
52: pers 1,10
53: kist 2,10
54: zes stoelen 9,50
55: ledikant 8,60
56: dito 10
57: trog 2
58: hond 20,50
59: zwijn 30,50
60: ladder 2,40
61: schoffel 26
62: halsband 1,10
63: waag 1,80
64: koffiepot 1,10
65: dito 0,50
66: dito: 2,0
67: pan 1,40
68: marmit 1,40
69: doos 1,-
70: spiegel 5,20
71: bloempjes 1,10
72: duiven 3,10
73: emmer 2,80
74: klok 6,50
75: geweer 17
76: geweer 6,80
77: pistool en kruitbus 6
78: accordeon 5,50
79: zuurkool 1,70
80: dito 2,50
81: dito 2,50
82: schilderijen 1,50
83: dito 1,70
84: dito 0,60
85: zuurkool 1,60
86: dito 2,80
87:uurwerk 7,50
88: dito 8,10
89: dito 10,50
90 ketel 0,60
91: kast 40
92: Kar 20
93: melktuit 3,90
94: glazen 0,80
95: haan 2,50
96: ketting 5
Bij elkaar ƒ 361,65.
1878: Bij de geboorte van Pieter is tevens de eerste vermelding dat zijn vader herbergier in Bleijerheide is en 55 jaar. De ambtenaar schreef Van Wersch, vader tekende J J Van Wersch.
1881: Voor notaris Lemmens werd op 27 juni 1881 een akte opgemaakt waarin stond dat Jan Joseph Van Wersch wonende aan de Prick, Kerkrade, schuldig was aan Nicolaas Joseph Hubertus Quadvlieg (die gehuwd was met Maria Josepha Hubertina Hatten en die woonden aan Hof Kerkens in Schaesberg) een bedrag van ƒ 1.960 schuldig tegen 5% rente. Jan moest nu direct ƒ 1.160,50 terugbetalen.
1883: Parochianenregister (Archief Kerkrade). De pastoor schreef Joh. Jos Vanwersch, M.El. Beckers. En de kinderen Leonard, Maria, Hubert, Hubertina Johan, Joseph.
1888: Bij het huwelijk van hun zoon Jan Leonard in Valkenburg was vader caféhouder in Kerkrade.
2 januari 1888: Jan Joseph Vanwersch getrouwd met Clara Elisabeth Beckers, herbergier in Kerkrade, leende van Johan Nicolaas Joseph Frederik Alberts, boekbinder in Kerkrade ƒ 400, terug te betalen binnen 10 jaar en jaarlijks 4½ % interest.
Als onderpand stelde hij: zijn huis, erf en bouwland in Kerkrade 17 are groot.
1889: In zijn overlijdensakte staat dat hij herbergier was in Kerkrade. Hij overleed in zijn woning te Neuprick. Dat was de naam van een wijk en een mijn in Bleijerheide. Hij overleed volgens zijn Duitstalige bidprentje aan de Abnehmungskrankheit. Diverse malen had hij de laatste sacramenten ontvangen.
In de meeste geboorteakten van hun kinderen schreef de ambtenaar Jan Jozef Vanwersch. Echter dezelfde ambtenaar schreef in enkele geboorteaktes Van Wersch. Dus los van elkaar. Vader tekende consequent met J J Van Wersch.
19 mei 1889: Zijn Memorie van Successie. De volgende personen kwamen bij elkaar:
1: Leonard Van Wersch, arbeider in Kohlscheid.
2: Mathijs Van Wersch,
3: Herman Van Wersch, allebei brouwer in Aken,
4: Hubert Van Wersch, knecht in Aken,
5: Maria Van Wersch, dienstmeid in Kohlscheid,
6: Johan Van Wersch,
7: Joseph Van Wersch,
8: Hubertina Van Wersch,
9: Helena Vanwersch.
Deze laatste vier waren minderjarig voor wie hun moeder Maria Elisabeth Beckers en wettige voogdesse, handelde. Zij was herbergierster, wonend in Kerkrade.
Zij verklaren dat hun vader Jan Joseph Vanwersch op die datum overleden is.
Hij heeft de volgende goederen nagelaten
1: de helft van een stuk land aan de Zoerbeemden, Heerlen, 42 are en 40 ca.
2: De helft van een weiland Vogelput Kerkrade, 25 aren 50 ca.
3: De helft van een huis en bouwland in het Boschveld te Kerkrade, groot 17 aren, 50 ca.
De helft der voormelde goederen werden geschat op ƒ 1.890.
4: De helft van de inboedel als meubelen, kleren enz, geschat op ƒ 300.
Samen ƒ 2.190.
De kinderen erven ieder 1/9 deel.
Hij had een testament opgemaakt bij notaris Moors, Kerkrade 8 april 1889. Hierin kreeg zijn vrouw het levenslange vruchtgebruik over het vermelde met een schuldbekentenis aan zijn zoon Mathias Van Wersch groot ƒ 1.000 tegen 4 %.
Sommige kinderen tekenen Van Wersch, anderen Vanwersch en van Wersch
1893: Zijn weduwe plaatste een advertentie onder zijn naam dat in zijn lokaal Jos van Wersch te Drievogels het jachtgeld uitgereikt wordt door het Bestuur van de jachtvereniging.
1898: Hoewel hij in 1889 overleden was heette zijn lokaal nog steeds Lokaal van den heer Jos. Van Wersch te Drievogels. Hier was ruimte voor de Boerenbond Drievogels om bestellingen te doen.
29 december 1898: Haar overlijden: Memorie van Successie.
1: Johan Leonard Van Wersch, winkelier in eigen naam en als voogd over zijn minderjarige broer Pieter Jozef Van Wersch en als gemachtigde van zijn broer Hendrik van Wersch, brouwersgezel te Brussel. Hij schreef die machtiging in het Duits.
2: Mathias Van Wersch, winkelier
3: Karel Naphausen, herbergier als man van Maria Van Wersch,
4: Henri Jozef Hubert Maria Alphons Rompen, schrijnewerker als man van Hubertina Van Wersch allen wonende te Kerkrade,
5: Herman Van Wersch, slager te Aken,
6: Johan Hubert Van Wersch, berg élevè te Essen,
7: Jan Willem Sauren, bakker, te Vaals als echtgenoot van Helena Van Wersch,
verklaren
dat hun moeder Marie Elisabeth Beckers zonder testament op 29 december 1898 overleden is in Kerkrade en dat haar kinderen de erfgenamen zijn, ieder voor 1/9 deel.
De onverdeelde helft van
in Kerkrade gelegen onroerend goed:
1: Huis, tuin, bouwland, boomgaard 43,65 aren.
In Heerlen
2: Bouwland 32,40 aren,
Deze goederen geschat ƒ 6.582,30.
In de gemeente Richterich liggend onroerend goed:
3: Bouwland 39,18 aren, geschat ƒ 383,
4: Inboedel gewaardeerd: ƒ 555,
Totaal aan baten: ƒ 7.520.
Waarvan de helft ƒ 3.760.
Schulden
De helft van
1: Gebroeders Bosten te Gracht voor geleverde boter en aardappels ƒ 73,26,
2: Brouwer Vorage te Kerkrade voor geleverd bier in 1889 ƒ 47,50,
3: de erfgenamen van Karel Albert Souren te Kerkrade voor geleverd meel ƒ 43,44,
4: Lambert Straatman uit Kerkrade wegens geleend geld blijkens schuldbekentenis van 21 december 1884 tegen 5% rente ƒ 106,34,
5: Het Roomsch Catholick Kerkbestuur te Heerlen wegens schuldbekentenis voor notaris Baelen te Nieuwenhagen 8 februari 1895 tegen 4% rente ƒ 1.800,
Totaal aan schulden ƒ 2.070,54.
Waarvan de helft ƒ 1035,27.
En het geheel aan schulden
6: aan aangever Johan Leonard Van Wersch wegens geleend geld blijkens akte voor notaris Beelen 18 maart 1895 ƒ 300,
7: August Smeets wegens geleverde sigaren in 1897 en 1898 ƒ 21,50,
8: August Mathijsen te Weert wegens geleverde sigaren in 1898 tot en met de sterfdag ƒ 30,49,
9: J. Koullen te Kerkrade wegens geleverd bakwerk in 1898 tot en met de sterfdag ƒ 1,56,
10: H.A. van de Water te Bladel voor geleverde sigaren ƒ 11,
11: Gebroeders Hennen te Heerlen voor geleverde goederen in 1897 en 1898 tot en met de sterfdag ƒ 23,58,
12: J.J. Essers te Kerkrade voor geleverd glas 1898 tot de sterfdag ƒ 13,44,
13: Ferdinand Arnolds te Sittard voor geleverde sigaren in 1898 tot en met de sterfdag ƒ 16,
14: Smeets Habets te Valkenburg voor geleverde cognac in 1898 tot sterfdag ƒ16,80,
15: Karel Weijden te Kerkrade wegens geleverd brood in 1898 t.m sterfdag ƒ 2,40,
16: Tittmann & Saureländes (ph: is Dittman & Sauerland Actien Brauerei, de latere brouwerij de Leeuw, sinds 1886 in Valkenburg) te Valkenburg wegens geleverd bier in 1898 t/m de sterfdag ƒ106,33,
17: Gemeente Kerkrade wegens achterstallige belasting op de hoofdelijke omslag en de honden over 1898 ƒ 3,65,
18: Begrafeniskosten ƒ 102,40,
Totaal aan schulden ƒ 1684,92.
Dus te verdelen ƒ 3.760 – ƒ 1.684,93 = ƒ 2.075,08.
2/1899: Notaris Moors houdt een openbare verkoop in het koffiehuis van de erven (kinderen) Van Wersch aan de Prikskuil, gemeente Kerkrade. Zij verkopen het huis met vergunning erf en tuin gelegen in Prikskuil, een boomgaard in Vogelsweiden (Kerkrade), in Heerlen bouwland in de Zoerbeemden en in Richterich bouwland te Frohnratherfeld.
Zoon Johan Leonard kocht het huis voor ƒ 5.400 en het stuk bouwland in Richterich voor ƒ 382.Hij was winkelier in Bleijerheide. De openbare verkoop bracht ƒ 6.964,30 op. Ieder kind kreeg 1/9 deel.
Ook werden huismeubelen verkocht. Duidelijk de inboedel van een café.
HUISMEUBELEN als:
een in goeden staat zijnde piano met stoel, 1 sofa, 1 ronde- en 10 vierkante tafels, 42 stoelen, waarvan 24 met rieten zittingen, 3 banken, 3 keukentafels, glazenkasten, mahoniehouten commode, kersenboombouten kleerkast, wastafel, 3 ledikanten met toebehoor, buffet, glazenrek, bier- en jeneverglazen, 3 kachels, fornuis, 4 spiegels, 18 schilderijen, een 3-armige en een 2-armige lamp, regulateur en 2 huisklokken, waskuipen en de keukengereedschappen in koper, tin, porselein en aardewerk, kruikar, groot regenvat, jachtgeweer en jachttas enz. enz. enz. enz.
Een dag later werden de roerende goederen verkocht: Er werden 136 voorwerpen verkocht ter waarde van ƒ 704,90. Hieronder een klavier voor ƒ 100 en een moedergodsbeeld voor ƒ 0.30. Een biljart met toebehoor voor ƒ 110. Duidelijk boedel van een bar. Zijn dochter Helena kocht een soepkom voor ƒ 4,50 en messen en vorken voor ƒ 4,30. Zoon Johan Hubert kocht een geweer voor ƒ 15.
7/1899: Het was nog steeds de herberg van de heer Jozef Van Wersch te Drie Vogels.
Het buurtschap Drievogel is gelegen rond het kruispunt noord-west aan de Locht waar nu de Lidl is. Vanaf 1830 werd hier een “kantoor van bewaring” van de “Nederlandsche Posterijen” ingericht. Vanuit hier werd de post in Kerkrade verdeeld. In de annalen van Rolduc schrijft abt Heyendal, Nicolaas van de taverna ad tres aves. (= café van de drie vogels). Op de Ferrariskaart uit 1775 staat het gebouw aangegeven als Cabaret Drij Vögel waarbij cabaret kleine herberg betekent. In 1617 komt de naam voor als aen de Veugel of aen de Voegel. bron: www.kgv.nl
8/1909: Er was brand in de woning van van Wersch (Drievogels) woonhuis en stallen werden de prooi der vlammen, vee werd gered, behalve de kippen en konijnen die in de vlammen omkwamen.
Ga hier terug naar Jan Jozef van Wersch x Beckers.
K.9a-2: Pieter Jozef Vanwersch, geboren 15 januari 1899, overleden Vaals 11 juni 1975, trouwde Vaals 28 augustus 1919 Johanna (Julie) Schleijpen, geboren Aken 13 september 1898, overleden Vaals 14 april 1996.
1914: Hij vertrok in september 1914 naar Aken. In oktober 1914 kwam hij weer terug.
1918: Samen met zijn broer Willem ging hij op 15 maart 1918 naar Hemelrijk 24 in Woensel waar zij werk als fabrieksarbeider hadden gevonden. Op 5 april 1918 gingen zij echter weer terug naar Vaals. Het was een reis van 100 km heen en 100 km terug.
1919: Hij vertrok mei 1919 naar Aken. Twee dagen later kwam hij weer terug. Hij was grondwerker en fabrieksarbeider.
16 mei 1920: Ten laste legging: Na het verlof verleend op 17 november 1919 van acht dagen was hij niet teruggekeerd. Hij meldde zich vrijwillig op 15 januari 1920 in Maastricht. Zijn verweer: Hij was die tijd naar Duitsland gegaan om zaken te doen. Het plan was om dezelfde terug naar Holland te gaan. Hij werd echter door een Franse patrouille gearresteerd en kort in gevangenschap gezet bij Keulen. Toen hij vrijgelaten werd heeft hij herhaaldelijk geprobeerd de grens over de steken, doch dat mislukte steeds. Tenslotte meldde hij zich bij de politie in Maastricht. Getuigen hebben zijn verhaal bevestigd. Op 16 januari werd hij onder militair geleide teruggebracht naar de kazerne. Hij was volgens de geschriften van de rechtbank 1,684 lang.
1920: Pieter Jozef Vanwersch, milicien kanonnier, zat bij het 7e Batterij, 4e afdeling, 3e regiment, Veldartillerie ’s Bosch.
Op bevel van Auditeur Militair in Den Bosch werd hij op 31 augustus 1920 gevangengenomen. Zijn strafbaar feit was een eerste desertie in tijd van vrede. Op 31 augustus 1920 werd hij opgesloten. Op 3 september 1920 werd hij weer vrijgelaten in opdracht van de auditeur militair. Hij was 1,62 met blonde haren en blauwe ogen. Hij tekende P. Jos Vanwersch en was gehuwd.
Bij zijn tweede desertie zat hij bij 7e Bat, IV Afd, 3 R.V.A. Dus een tweede gevangenschap volgde op 27 december 1920 in opdracht van de Krijgsraad 3e Militair Arrondissement. Weer kreeg hij een maand detentie met aftrek van voorarrest van 27 december 1920 tot en 29 januari 1921. Hij is nu 1,70. Hij was grondwerker, ook fabrieksarbeider.
1935: Pieter was kandidaat voor de gemeenteraad in Vaals voor de CPN, de Communistische Partij Nederland.
1939: In 1939 maakte de Centrale Inlichtingendienst een lijst van links-extremistische personen. Daar stond zijn naam ook bij. Opvallend dat zijn zus trouwde met een man die ook lid bleek te zijn van de CPN (sinds 1990 is de Communistische Partij Nederland opgegaan in GroenLinks).
1946: Hij ondertekent een lijst met kandidaten voor CPN bij de Prov Staten.
Juni 1949: Hij tekent de lijst met kandidaten CPN gemeenteraad Vaals.
Februari 1951: Pieter stond op de foto genomen bij terugkeer uit gevangenschap van communistisch 2e Kamerlid, en zijn zwager, J.H. (Huub) Hermans (1898-1978). Die was ondergronds mijnwerker en in 1946 gekozen in de Eerste Kamer voor Noord-Holland en Friesland. Hij werd gevangen genomen in oktober 1950 vanwege het aanzetten tot desertie uit het leger van een “krijgsman” of mannen. Hermans zat ook in de Prov Staten (1946-1962) en trad af als 2e Kamerlid maar nam in augustus 1951 ontslag wegens gezondheidsredenen. Er was een half jaar gevangenis geëist met aftrek. Ook nam hij in oktober 1951 ontslag uit de gemeenteraad sinds 1946 aanwezig, Vaals en trad uit de CPN en de Prov. Staten.
10 maart 1951: Pieter was aanwezig op een vergadering CPN Vaals.
Ga hier terug naar Pieter Jozef Vanwersch x Schleijpen.
K.9a-6. Maria Catharina Johanna Vanwersch, geboren 10 april 1903, overleden Heerlen ziekenhuis 8 maart 1973, trouwde Vaals 28 februari 1924 Jozef Hubert Hermans, geboren Vaals 30 oktober 1898, overleden Vaals 16 juni 1978.

1922 / 1926: Hij zat in het Bondsbestuur van de Limburgsche R.K. Werklieden-Vereeniging St. Joseph. En in Vaals was hij de voorzitter van de lokale vereniging.
1924: De trouwakte ondertekende zij zelf met M.C.J. van Wersch.
11/1940: Orgaan van den Bond van Ambtenaren: Hij was een van de correspondenten van de Bureaux voor Arbeidsrecht. Hij woonde Seffenterstraat 8, Vaals.
11/1944: Hij schreef een artikel in de Waarheid over Zo waren hun manieren, Zwarthandelaren en Gestapo arm in arm.
9/1945: Hij is secretaris van de CPN Vaals en woont Stationstraat 4.
4/1946: Hij is kandidaat voor de CPN voor de Tweede Kamer.
4/1946: Hub Hermans krijgt een interview in de Waarheid.
Onze Kamercandidaten
Wanneer komt de pensioenregeling? vraagt J.H. Hermans
De Nederlandse mijnwerker aan de spits.
We moeten even wachten, voor het mooie zonnige huis in Vaals voor we binnengelaten worden. Hermans heeft nachtdienst gehad en moet uit zijn bed gehaald worden ,’t Is niets erg, dat gebeurt zo vaak,” zegt zijn vrouw in dat aardige zangerige dialect, dat de Vaalsenaars spreken. En even later stapt Hermans binnen. Als je hem ziet, groot en zwart, met lachende ogen, dan begrijp je onmiddellijk, dat Hermans populair is in de mijnstreek. Als je met hem praat dan 
Niemandsland tussen Amerikanen en Duitsers was. het initiatief nam en hulp organiseerde. Hermans is 51 week burgemeester geweest, hebben andere Vaalsenaars ons al verteld. Maar Hermans zegt: Och burgemeester: ik heb zo dit en dat gedaan, maar ‘t was niet belangrijk.”
Het liefst praat Hermans over de mijnen. “Ik heb 26 jaar ondergronds gezeten”, zegt hij. „En ‘t is een mooi werk. Mistroostig? Hoe kom je er bij. Het is beneden lichter dan boven! Ik zou niets anders willen doen.”
Zo praat een mijnwerker over zijn vak, zo praat bijna iedere mijnwerker, omdat hij van zijn vak houdt Natuurlijk spreken we over de grondslag van onze wederopbouw, de kolenproductie en voorzichtig weegt Hermans zijn woorden. De regering ziet de zaak verkeert.
Uitlatingen als van minister Mansholt in Groningen zijn grievend en de mijnwerkers zijn er boos om. De Katholieke Mijnwerkersbond heeft dan ook protest aangetekend. Wat weet de regering eigenlijk van ons af. De mijnwerkers zijn zich volkomen bewust van de noodzakelijkheid om de productie te verhogen Op het ogenblik produceren we 80 % van de productie van 1938. Maar 1938 was het topjaar van het jaag- en drijfsysyteem. Slaven waren de mensen in de pijlers. leder kreeg een stuk aangewezen om af te slaan een stuk zo groot, dat het onmenselijk was. Ze sloegen zichzelf bij de kolen neer, heette dat hier. En als het zover was, als ze niet meer mee konden, dan volgde onherroepelijk ontslag.
Dat systeem willen we onder geen voorwaarde meer terug. En ir. Groothoff. de beheerder der mijnen heeft dat ook gezegd.
Wist je overigens, dat de Nederlandse mijnwerkers aan de spits staan van alle mijnwerkers ter wereld voor de productie per man en per dag? Neen, als de productie niet hoog genoeg is dan heeft dat andere oorzaken, dan dat de mijnwerkers saboteren.
Een van de oorzaken, die men vaak over het hoofd ziet. is de roofbouw van de moffen. En is vijf tot acht jaar voorbereiding nodig om aan een pijler te beginnen. De Duitsers echter hebben de voorbereidingen laten lopen en alles op de productie gegooid Dat moet ingehaald worden. Dan worden op het ogenblik de diepste en de slechtste kolenlagen gelost Waarom? Sommigen zeggen, dat de directies dat doen omdat ze nu makkelijker van hun slechte kolen afkomen, dan wanneer er weer overvloed is. Hoe dan ook. dit werkt remmend.
De aanvulling!
Als de vader mijnwerker was, dan werd de zoon het ook. Maar daarin komt nu verandering De sociale voorzieningen in de mijnstreek zijn verhoudingsgewijs nog zo slecht dat veel vaders hun zoon niet meer naar de mijn sturen.
De sociale vraagstukken moeten nu eindelijk eens opgelost worden. En daarvoor is in de eerste plaats een goede pensioenregeling noodzakelijk. We hebben er 25 jaar op gewacht en we hebben er 25 jaar in de vakbonden voor gestreden, maar het is er nog niet door.
Een kleine commissie, gevormd uit de mijnwerkers, heeft maanden geleden een concept pensioenregeling samengesteld, dat algemeen aanvaardbaar wordt geacht. De directeur van het AMF (Algemeen Mijnwerkers Fonds) zou dit concept opsturen naar de regering. Na lange tijd is dat gebeurd en nu blijkt dat er geen kostenberekening bij is, waar de regering nu om gevraagd heeft. Wij krijgen sterk de indruk, dat met de pensioenregeling getraineerd wordt en dat men wil wachten tot na de verkiezingen. De mijnwerkers eisen dit echter vóór de verkiezingen. We hebben waarachtig lang genoeg gewacht.
Over de Stichting Mijnwerkersvoorziening zijn de arbeiders evenmin tevreden Men krijgt wel punten, maar er is weinig te koop. Bovendien zijn de salarissen der bovengronders zó laag. dat ze niets kunnen kopen. Uit vele mijnwerkerskringen gaan stemmen op om deze bevoorrechting der mijnwerkers maar af te schaffen.
Dan zijn er nog de te lage levensmiddelentoeslagen en het terugnemen van de a-sociale koeliedrijvers van 1938 in de mijn, die wrevel verwekken en de stemming verknoeien. Als de regering deze vraagstukken oplost, dan zullen meer arbeiders door de mijnen aangetrokken worden en zal de productie stijgen Het goede begin is er.
De Nederlandse mijnen zijn de veiligste van de hele wereld. De mijnwerkers hebben een goede leerlingopleiding en er is één hoofd van alle staats- en particuliere mijnen om de productie te reguleren. Zo kan de productie verhoogd worden, maar niet door laster. Toen Prins Bernhard de Emma-mijn bezocht, zei hij tegen.een mijnwerker: “Jullie maken je nogal zwart hier beneden.’ „Maar niet zo zwart als de regering ons maakt”, zei de toegesprokene ad rem. Dit tekent de stemming der mijnwerkers.
Een gesprek voeren in Nederland zonder over de oorlog te praten, is een onmogelijkheid. En dan hoor ik, dat Hermans’ illegale activiteit lang vóór ’40 begonnen is. In ’33 reeds had Hermans contact met antifascisten in Duitsland en zorgde hij voor de verspreiding van illegale kranten. De brieven naar Praag, die hij in deze tijd schreef, werden hem later, in ’43, door de Gestapo voorgelegd De N.S.B.-postbode uit Vaals had ze gecopieerd. Driemaal hebben ze Hermans te pakken gehad en driemaal weer losgelaten ook. De eerste arrestatie gebeurde al op 10 Mei ’40 ‘s morgens in de vroegte.
Tijdens zijn burgemeesterschap na de bevrijding was er geen geld in Vaals. Hermans confiskeerde het geld van de post (met toestemming van den directeur overigens) en betaalde ieder gemeentelid 80 % van zijn salaris uit. Socialist is Hermans altijd geweest. Sinds 1919 heeft hij in de S.D.A.P. voor de arbeidersbelangen gevochten. Van ’35 tot ’39 was hij wethouder. Thans is hij hoofdbestuurslid van het Alg. Mijnw Verbond. „We hadden de hele oorlog niets meer van de partij gehoord”, zegt hij, „en daarom zijn er geen S.D. A.P.-ers meer in Vaals. We hebben ons allen bij de C.P.N aangesloten; die had wèl van zich laten horen.” Er is geen sarcasme in zijn stem, alleen de logica van den man uit één stuk. Een stevige poot, een uitnodiging om nog eens langs te komen, ik sta weer buiten. ”Een fijne kerel”, zegt de chauffeur, als de motor aanslaat En geeft daarmee de beste karakteristiek van Hermans.
De Waarheid 20 april 1946
8/1947: De Waarheid: Hub Hermans, Eerste Kamerlid, vroeger loco burgemeester van de Limburgse gemeente Vaals, een man die als geen ander de problemen van de mijnstreek kent.
9/1947: Hij schreef een artikel in: Voorwaarts: propaganda orgaan van de CPN: Dit keer over Kolen in de kit? Hij begint:
DE OORZAKEN VAN HET PERMANENTE TEKORT AAN STEENKOLEN
Reeds in het begin van dit jaar werd den volke kond gedaan, dat de distributie van steenkool, voor verwarming van gebouwen en woningen, ook voor de komende winter zou blijven gehandhaafd. Deze mededeling werd gedaan, ondanks de verzekering, dat het jaar 1947 ons de gewenste en benodigde 12 millioen ton steenkool uit eigen bodem zou opleveren. Thans staat het wel voor iedereen vast, dat deze 12 millioen ton bij lange na niet aan de oppervlakte zullen komen, met als gevolg, dat ons land aangewezen blijft op import van dure (en meestal minderwaardige) kolen. De geïmporteerde kolen zijn van zeer minderwaardige kwaliteit en men vraagt zich wel eens af, waarom dit minderwaardige product, dat ons tegen abnormale hoge prijs (deviezen) wordt geleverd, door de Nederlandse inkoopcommissie in Amerika wordt aangekocht. Als vergelijking in kwaliteit met de Limburgse steenkolen diene de mededeling, die schrijver dezes mocht ontvangen van een arbeider uit een groot Gas- en Electriciteits Bedrijf hier te lande, namelijk, dat het asgehalte der Amerikaanse kolen 12% en dat der Limburgse kolen 1 à 1½% bedraagt. Commentaar over kwaliteit is hier wel overbodig! Willen we echter van deze last ontdaan worden, dan moeten er wegen en middelen beraamd worden om de eigen steenkoolproductie op te voeren.
2 juli 1948: De waarheid:
Ik hoor bij jullie, dat zal je na de oorlog merken”
HALVERWEGE de golvende heuvels begint Duitsland. Donker en licht groen van vele verschillende bomen omzomen de gouden korenvelden. Als kleine jongen trok Huub Hermans in de vacantie over die golvende velden naar Duitsland, om bij de boeren te werken voor 1 Mark per dag en de kost. In het streng Rooms-Katholieke gezin waren twaalf kinderen: de vader werkte in Aken op een textielfabriek en de paar marken, die de kinderen thuis brachten waren een welkome aanvulling.
Ook Huub trok op 13-jarige leeftijd naar Aken, om daar als loopjongen in een textielfabriek te beginnen. Na de eerste wereldoorlog maakte Duitsland een woelige tijd mee. De ene staking na de andere werd geproclameerd en de jonge Huub, die lid was van de Duitse vakbeweging, beleefde intensief de strijd van de arbeiders. En toen in 1918 te Vaals een afdeling van de S.D.A.P. werd opgericht, sloot Huub Hermans zich onmiddellijk hierbij aan.
In 1920 devalueerde de Mark en honderden arbeiders, die in Duitsland werkten, moesten nu in Nederland hun brood verdienen. Huub Hermans werd in dat jaar mijnwerker. Hij werd lid van de Ned. Mijnwerkersbond en nam actief deel aan het werk van de organisatie, die reeds toen de strijd voerde voor de wettelijke regeling van de pensioenen. Van 1932 tot ’35 was het vraagstuk der lonen van groot belang. Er werden loonsverlagingen ingevoerd en de mijnwerkers werkten soms slechts 4 a 5 dagen per week. Er werd bittere armoede geleden in het land van de kolen.
Behalve het actieve werk in de vakbond, was Huub Hermans secretaris-penningmeester van de afdeling Vaals der S.D.A.P. en in 1935 werd hij tot wethouder benoemd.
In de raad bracht hij herhaaldelijk het werklozen-probleem ter sprake en verdedigde hartstochtelijk de belangen der werkers. Toen brak de oorlog van 1940 uit. Op 10 Mei kwamen de Duitsers hem reeds arresteren en hij werd verhoord in Munster. Na een maand werd hij echter weer op vrije voeten gesteld. In het voorjaar van 1941 begon de S.D. een nog fellere jacht op de communisten te maken. Huub Hermans voelde, dat hij hier iets tegen moest doen en organiseerde een protest-demonstratie, waaraan bijna de gehele bevolking van Vaals deelnam.
Opnieuw werd hij gearresteerd op 24 Juni. Via Schoort kwam hij in Amersfoort terecht waar hij dertien maanden zou blijven. In dit kamp ontmoette hij Louis de Visser, met wie hij uren lang sprak. „Jij bent een ware communist, jij hoort bij ons”, zei Louis dikwijls tegen hem. Huub antwoordde: „Ik weet het al lang. Ik hoor bij jullie. Als de oorlog voorbij ls, zul je dat merken”. Omdat Huub Hermans mijnwerker was, achtten de nazi’s hem op deze post belangrijker en na dertien maanden gevangenschap werd hij voor de tweede maal ontslagen.
In 1943 nam de Gestapo hem andermaal in arrest. Nu verdacht van hoogverraad, dat reeds vroeger had bestaan: het helpen van Duitse emigranten en het verspreiden van illegale Duitse kranten. Vier maanden zat hij in de gevangenis in Aken, toen de rechter, die met het onderzoek was belast, hem vrij liet „omdat hij niets bewijzen kon”. „Deze rechter was geen nazi en geloofde het wel,” zegt Huub Hermans. Hij zette zijn illegale arbeid voort tot aan de bevrijding.
Huub als burgemeester
De Amerikanen bleven echter drie kilometer voor Vaals liggen en het dorp zou vijf weken niemandsland blijven. Het dorp had geen burgemeester meer. Deze was weggegaan en Huub Hermans nam zijn taak over. In samenwerking met enige andere communisten proclameerde hij bekendmakingen, riep een ordedienst in het leven en verdeelde het aanwezige voedsel. De arbeiders konden niet gaan werken, want niemand werd doorgelaten. Geen nood: Huub kwam met de directeur van het postkantoor overeen dat het aanwezige geld gebruikt zou worden voor steun. In het dorp heerste volkomen orde en rust. Maar na deze opwindende weken, waarin Huub Hermans nauwelijks tijd nam om te slapen, zou het meer normale leven terug keren.
Onmiddellijk werd de Algemene Bond van Werkers in het Mijnbedrijf opgericht en Huub werd tot hoofdbestuurder van deze bond gekozen. Een der eerste acties was weer die der pensioenen. In October 1946 proclameerde de Bond een 24-uur staking, waaraan 70% der mijnwerkers deelnam, om tot verhoging der lonen van de bovengrondse arbeiders, te komen. Huub Hermans werd door de Partij afgevaardigd naar de Eerste Kamer. Ook daar bleven hem de kompels lief.
Op 9 Mei 1947 sprak hij in de Eerste Kamer: „Mijnheer de Voorzitter, ook ik heb als mijnwerker 25 jaar aanschouwelijk onderwijs genoten in de wijze, waarop men de arbeider iedere arbeidsvreugde ontneemt, waarop men van de arbeider een slaaf maakt in de meest uitgebreide zin van het woord”.
Verder wees hij op de noodzakelijkheid van de woningbouw in de mijnstreek. En de pensioen-regeling, waarvoor hij reeds zo lang had gevochten besprak hij dezer dagen nog: „Verhoog de mijnwerkerspensioenen met een toeslag van 25%”.
Kijk deze donkere Zuiderling diep in het hart en ge zult er het warmkloppend hart van de kompel vinden „omdat men nergens ter wereld zoveel kameraadschap aantreft als onder ln de kuil”.
7/1949: Hij werd door het hoofdbestuur van de Algemene Bond van Werkers in het Mijnbedrijf geroyeerd. Hij was Tweede Kamerlid voor de CPN.
2/1950: Gemeenteraadsvergadering: Hub Hermans diende een motie in voor een loonsverhoging van 10% voor gemeentewerklieden en die motie werd aangenomen.
In dezelfde vergadering werd ook zijn voorstellen aangenomen om een bedrag van ƒ 10.000 op de begroting te plaatsen voor een badinrichting in Vaals. En het tweede voorstel: om de gemeente Vaals gunstiger te classificeren in verband met de heffing der personele belasting.
Hij was Limburgs communistisch Eerste en Tweede Kamerlid, die tot 1940 voor de SDAP wethouder in Vaals was. Was als ondergronds mijnwerker werkzaam in de steenkolenmijnen. Werd in 1950 gearresteerd wegens hulp aan desertie en moest na veroordeling van drie maanden zijn Kamerzetel opgeven. Hij was ook loco burgemeester van Vaals.
3/1950: Kandidaat Provinciale Staten voor de CPN. Hij is partijleider in vier kiesdistricten. In april 1950 werd hij als enige van de CPN gekozen voor de Prov Staten Limburg. Hij kreeg 7.488 stemmen.
10/1950: Het Parool: Aanzetting tot desertie ZES COMMUNISTEN, WAARBIJ KAMERLID GEARRESTEERD
(Eigen bericht) Het communistische lid van de Tweede Kamer de heer. J. H. Hermans uit Vaals en vijf andere communisten zijn gearresteerd onder verdenking van „opzettelijk de desertie van een krijgsman in dienst van het rijk te hebben teweeggebracht of bevorderd”. Behalve lid van de Tweede Kamer is de heer Hermans ook lid van Gedeputeerde Staten van Limburg. De andere gearresteerden zijn de heren P. F. J. van Buren Lensink, lid van de gemeenteraad van Vaals voor de C.P.N., J. Droomers, Brunssum, H. L. Leenders, P. J. Bertrand, beiden uit Vaals en N. F. J. Bitter uit Kerkrade. De politie in Limburg beschikte al enige tijd over gegevens, die bewezen, dat enkele personen probeerden militairen over te halen — soms wel en soms niet met succes — desertie te plegen. Naar aanleiding hiervan zijn bovenvermelde arrestaties verricht. De gearresteerden zijn opgesloten in het Huis van Bewaring te Maastricht. Gisteren werden zij voor de rechter-commissaris geleid,
10/1951: De Waarheid: Hermans uit de CPN
Naar wij vernemen heeft H. Hermans uit Vaals als lid voor de CPN bedankt. Wij brengen in herinnering, dat H. Hermans bij het bekende desertiegeval in Vaals was betrokken. De leiding van de CPN heeft destijds scherpe critiek uitgeoefend op de personen, die hiermee te maken hadden. Hermans heeft blijkbaar geweigerd deze critiek als juist te erkennen, in het bijzonder het verwijt, dat aan de belangen van de CPN, die afwijzend staat tegenover genoemde handelingen, schade werd berokkend.
11/1950: Het Parool: Er werd zes maanden gevangenisstraf tegen Hermans geëist. Hij had de deserteur naar België gebracht.
12/1950: Uiteindelijk werd Hermans tot drie maanden met aftrek veroordeeld.
8/1951: De Volkskrant: Communist Hermans bedankt als Kamerlid
(Van onze parlementaire correspondent) DEN HAAG, 19 Aug. — De 52-jarige communist J, H. Hermans uit Vaals heeft bedankt voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer en dat van de Provinciale Staten voor Limburg. Dit meldt „De Waarheid” en het blad voegt er aan toe, dat het besluit genomen is met het oog op „zijn slechte gezondheid”. Het partijbestuur van de C.P.N, heeft zijn goedkeuring verleend. Afgevaardigde Hermans heeft in het afgelopen zittingsjaar niet veel Tweede-Kamervergaderingen meegemaakt. Hij bracht namelijk enkele maanden in de gevangenis door en nadat hij in Maart was vrijgekomen vertoonde hij zich niet vaak meer in ‘s Lands Vergaderzaal. Hermans — mijnwerker van beroep — was vóór de oorlog lid van de S.D.A.P. Tijdens de bezetting ging hij naar het communisme over. In Zuid-Limburg werd hij echter niet beschouwd als een volgeling van Moskou door-dik-en-dun. Men betitelt hem als een „salon-communist”. Zijn arrestatie in October 1950 wekte dan ook enige verbazing. Hermans werd veroordeeld, omdat hij deserteurs had geholpen bij het onderduiken. Vlak na zijn arrestatie kwam het bericht, dat de C.P.N. Hermans in de steek had gelaten. Dit gerucht verdween toen hij weer in de Tweede Kamer verscheen.
10/1951: Na zijn ontslagname is hij een handel in lompen en oud ijzer begonnen. Hij heeft ook bedankt voor de Provinciale Staten en de gemeenteraad. Hij is ook uit de CPN gestapt.
6/1952: Benoemd tot tijdelijke schrijver bij de Belastingdienst. En in 3/1954 tot adj. commies titulair.
Loopbaan
Ga hier terug naar Hub Hermans
K.9j. Jan Joseph Hubert Van Wersch, geboren Simpelveld 7 maart 1879, overleden Heerlen 17 november 1959, trouwde Simpelveld 17 februari 1909 Anna Maria Elisabeth Eschweiler, geboren Simpelveld 29 juli 1889, overleden Mechelen 13 december 1973.
Tijdspad Ten Hove (door kleinzoon Jan van Wersch)
1830: Ten Hove bestond uit verscheidene stalletjes, schuurtjes. De eigenaren waren broers en zussen Radermacher. Toen Jan Gerard Radermacher in 1850 in Mamelis overleed, liet hij onder andere enkele stukken land Ten Hove na aan zijn kinderen, waaronder aan zijn zoon Jan Pieter Radermacher.
1854: Jan Pieter (zoon van Jan Radermacher) trouwde in Vaals in 1825 met Johanna Maria Mertens. Hun dochter Maria Barbara Philomena Radermacher werd in 1839 geboren. Zij trouwde 1867 met Johann Caspar Hubert van Wersch, geboren in 1842 in Forst. Hij verhuisde in 1867 met zijn ouders en broers en zussen naar Vaals waar hij enkele maanden later trouwde. Zij verhuisden in 1872 naar Simpelveld naar de Hennenberg. Na twee jaar na diens overlijden in 1906 verhuisde de weduwe met enkele kinderen naar Ten Hove in Mechelen. Zij bouwde hier een nieuw huis waarvan het bakhuis nog intact is.
1916: Het overlijden van de weduwe Van Wersch- Radermacher te Simpelveld.
1917-1918: Deling, scheiding nalatenschap. De nieuwe eigenaar wordt hun zoon Johan Joseph Hubert van Wersch, geboren. 1879 te Simpelveld. Hij trouwde in 1909 met Anna Maria Elisabeth Eschweiler (1889-1973) en pachtte tot maart 1915 de Hennenberg. Zij vertrokken in maart 1915 naar Ten Hove.
1915-1931: Familie Van Wersch-Eschweiler verblijf op Ten Hove.
1932-1934: Pachter is Guillaume Bours-Thomassen uit Vijlen. In november 1934 verhuizen zij naar Gronsveld.
1931-1934: Verblijf van de familie Van Wersch op Hommerich dat in 1934 afbrandt.
1935: Zij gaan daarom terug naar Ten Hove.
1938: Herbouw na brand in 1937. De stal en de schuur waren totaal afgebrand, twee paarden, twee kalveren en zeven varkens vonden de dood in de vlammen, samen met landbouwwerktuigen. Het huis bleef onaangetast.
1956: Kleine bijbouw geplaatst.
1951/1953 – 1993: Familie Frans Van Wersch-Hustings.
Tot zover Jan van Wersch.
1906: Hij geeft het overlijden van zijn vader aan. Hij is 28 en landbouwer, woont Simpelveld en tekende de akte met J J H van Wersch (waar de ambtenaar Van Wersch schreef). Hij pachtte de hoeve Hommerich. Die werd in 1934 door zijn neef Willem van Wersch gepacht.

9 januari 1922, Notaris Roebroeck te Valkenburg.
Johan Jozef Hubert, genaamd Joseph van Wersch, landbouwer wonend ten Hove, gehuwd met Elisa Eschweiler, leende van Gerard Spronck, landbouwer in Sibbe, Oud-Valkenburg ƒ2.000.
Aan rente moest hij 7½% per jaar betalen en als hij binnen een maand na de vervaldag zou betalen dan was de rente 7%.
De kosten van de akte waren ƒ 150.
Als onderpand gaf Joseph van Wersch huizen, schuur, stallen, tuinen, bouwlanden, weilanden, hooilanden, boomgaarden en zijn bakhuis, alles in Wittem. Alles bij elkaar tien hectaren, 73 aren en 75 centiaren.
In Simpelveld stelde hij als borg: huizen met erf, tuin en een boomgaard, groot 25 aren, 85 centiaren. De gebouwen moesten verzekerd zijn tegen brandschade.
Als er niet betaald kon worden, dan mocht de schuldeiser de boel per opbod verkopen.
17 februari 1922, Notaris Roebroeck,
1: Joseph van Wersch, landbouwer te Mechelen in algehele gemeenschap van goederen getrouwd met Elisa Eschweiler die handelde in eigen naam en als lasthebber van Peter Joseph Eschweiler en Anna Maria Bodden, beiden zonder beroep, wonende te Mechelen, zijn schoonouders.
2: Paulus Hubertus Ernest Eussen, landbouwer te Bocholtz, gehuwd met Maria Catharina Engelen.
Comparant 1 verkoopt aan comparant 2
huizen, erf, tuin, boomgaard aan de Erimstraat in Simpelveld , 25 aren en 85 centiaren. Deze huizen waren van zijn schoonouders. Zij hadden de machtiging aan Joseph van Wersch op 21 december 1921 gegeven.
Hij betaalde ƒ 5.400 en kon er 15 maart a.s. intrekken. Als volgt te betalen: ƒ 400 per direct en ƒ 5.000 op 15 maart a.s.
Opvallend dat hij dit verkoopt want in de akte van januari 1922 staat dat hij deze panden als onderpand bij een lening geeft, terwijl in die akte staat dat het niet verkocht mocht worden.
1931: Hij plaatste een advertentie waarin hij gegadigden opriep die voor 15 maart de boerderij wilden pachten op Ten Hove 110. De boerderij was 13 bunder groot. Te pachten voor één jaar.
1932: Zij woonden op de hoeve Hommerich. Hij verkocht aan de gemeente enkele stukken grond voor de verbreding van het Oude Molenstraatje in Simpelveld. Hij was landbouwer.
1937: Begin oktober 1937 brandde de schuur en stallen van zijn boerderij Ten Hove af. De krant maakte het veel erger: Niets kon worden gered. Enkele paarden zijn in het vuur omgekomen, terwijl de geheele voorraad oogst verloren ging.Het woonhuis, dat nog geheel nieuw was, is totaal uitgebrand. Slechts enkele muren staan nog overeind.
1950: Telefoonboek: J. van Wersch, Ten Hove 110, Mechelen, Wittem, tel: K 4455 – 245. Het adres werd ook wel als Ten Hooven geschreven.
1959: Zij zetten een advertentie in de krant als dank voor hun 50-jarig huwelijksfeest. Zij wordt hierin Eischweiler genoemd. Adres Ten Hove 8.
Ga hier terug naar Jan Joseph Van Wersch.
K.9j-5. Anna Maria Elisabeth (May) van Wersch, geboren Simpelveld 11 november 1914, overleden Maastricht 29 januari 2003, trouwde 1951 Jan Charles Raemaekers, loodgieter/dakdekker, geboren Lanaken 6 november 1905, overleden Maastricht 14 augustus 2000, 94 jaar oud, zoon van Wilhelmus Raemaekers en Maria Alexandrina Gerardu.
1927: In september 1927 werd zij uitgeschreven uit Wittem want zij ging naar Maastricht naar de Boschstraat 69. Zij was toen 13 jaar.
1932: Op 18 oktober 1932 verhuisde zij naar Gulpen.
1933: Op 20 januari 1933 vanuit Gulpen ingeschreven in Maastricht en weer vertrokken mei 1937 naar Kerkrade, Markt 10.
1934: A.M.E. van Wersch uit Maastricht slaagde in Venlo voor het examen Bewaarschool.
3 mei 1937: Ingeschreven in Kerkrade vanuit Maastricht en vertrok 14 oktober 1937 naar Ten Hove 110 Mechelen waar haar ouders woonden. Zij was winkeljuffrouw.
1951: May trouwde met weduwnaar Charles Raemaekers. Diens eerste vrouw Maria Gertrudis Van der Zander was in 1946 overleden.
Vandaag zal mej. M. van Wersch voor het laatst „les” geven in de Fröbelschool an de Rechtstraat. Aan deze school is mej. Van Wersch gedurende vijf jaren verbonden geweest, in welke periode zij de genegenheid en sympathie heeft weten te verwerven van de kinderen en ook van hun ouders.
Behalve en voortreffelijk staat van dienst op onderwiisgebied, heeft de nu scheidende fröbel-onderwijzeres nog veel verdienstelijk werk verricht in de Katholieke jeugdbeweging en in diverse sociaal-charitatieve organisaties. Mej. van Wersch was o.a. geruime tijd welpenleidster bij de Kath. Verkenners, leidster in het Koloniehuis te Bunde en gezinsverzorgster.
Vrijdagmiddag hebben de kleuters van de school aan de Rechtstraat reeds „officieel” van hun juffrouw afscheid genomen.
Ook vele ouders hebben die middag mej. Van Wersch bedankt voor de zorgen aan hun kinderen besteed, terwijl ze haar, nu ze binnenkort in het huwelijk treedt, veel geluk in haar nieuwe levensstaat toewensten. De dankbare ouders boden aan de scheidende fröbel-onderwijzeres een fraai geschenk aan.
Ga hier terug naar May van Wersch.

K.9n. Alphons Jozef van Weersch, geboren Beitel 17 februari 1848, overleden Kerkrade 30 augustus 1890, trouwde 1880 Coslar (D) Anna Maria Krings, geboren Coslar 1850, overleden Kerkrade 6 november 1886.
1871: Hij was per 20 december 1871 dienstknecht in Kerkrade. Jammer genoeg is onbekend bij wie en waar.
1876: In het jaar dat hij 19 werd moest hij zich melden voor de Nationale Militie. Hij was landbouwer en werd vrijgesteld wegens broederdienst.
1880: Bij de geboorte van zijn eerste kind was hij tapper, later was hij landbouwer, wonend in Beitel.
Alle geboorteaktes worden door hem ondertekend met Alphons van Wersch of A Vanwersch waar de ambtenaar steeds van Weersch schreef.
15 januari 1880: Anna Maria Van Wersch, zonder beroep, uit Beitel, verscheen voor de notaris zowel in eigen naam als gemachtigde van
1: Maria Petronella Vorage, weduwe Theodor Van Wersch (K.8k), winkelierster en landbouwster wonend in Beitel,
2: Frans Nicolaas Eugene Janssen in gemeenschap van goederen getrouwd met Maria Josepha Van Wersch.(=dochter van K.8k) landbouwer, wonen Locht, gemeente Heerlen,
3: Leonard Van Wersch, rentmeester woont Dürr Bosslar,
4: Egidius Joseph Van Wersch, rentmeester woont Bourheim.
Zij verkopen aan de mede verschijnende en (schoon)broer Alphons Joseph Van Wersch (K.9k), landbouwer 9/10 deel in de volgende goederen (huis en land) gelegen in Heerlen op de Klein Heugde, op de Klengste, in de Beitel, in Beitelsgewande. Hij betaalde hiervoor ƒ 4.940.
Ook neemt hij 9/10 in mindering van de koopprijs voor zijn rekening de hypothecaire schuld van ƒ 3.290 ten bate van vrouwe Anna Elisabeth van Anholt, gehuwd met Martin Joseph Aloys Hubert Stasse en de heer Frederik van Anholt, allen renteniers en wonende in Schaesberg, volgens akte voor notaris Smeets. van 30 november 1866.
Ook neemt hij een schuld van ƒ 1.323 ten bate van de heer Damian Bergstein, koopman in Heerlen, volgens akte van 15 oktober 1870 voor notaris Smeets.
Ook neemt Alphons enige te gemeld Beitel aan de straat gelegen stallingen over, den zoogenaamde nieuwe bouw, eene mestplaats en de daaracher gelegen oude schuur te zamen groot 4 aren vijf en dertig centiaren. Dit kreeg zij bij akte3 1 oktober 1877 voor notaris Smeets. De koopprijs bedraagt ƒ 1.678,30.
1881: In januari aankomst in de gemeente Heerlen. Op het bevolkingsregister staat de naam van zijn vrouw als Anna Maria Kerings
1884: Hij was in 1884 als landbouwer in Drievogels (Kerkrade) ƒ 6.400 schuldig aan Johan Albert Bausch uit Vaals die hovenier was. Als onderpand gaf hij vier hectare en twintig aren, huis en gebouwen, erf, plaats, tuin, boomgaard en bouwland in Beitel. Die grond lag op de Locht, op de Heugde en op de Kleine Heugde, alle drie bij Kerkrade. Dit land had hij van zijn vader geërfd en in 1880 ook bij gekocht van zijn broer en zussen.
Nov 1886: Haar overlijden. Alphons woont Drievogels. Hij tekende de akte met A Vanwersch. De ambtenaar schreef ook Vanwersch. Hij was 38. Tegen hem zei hij dat zijn vrouw geboren was in Coslar in Pruisen en dat haar ouders in Bourheim wonen. Hij zei tevens dat de moeder van zijn vrouw Antonette Even was ipv Christina Soen.
7 december 1886: Op verzoek van Alphons Joseph Van Wersch, weduwnaar van Anna Maria Krings, landbouwer te Drievogels, zowel in eigen naam als vader-voogd van
1: Mathijs, geboren 6 november 1880,
2: Jozef, geboren 26 maart 1882,
3: Josefa, geboren 10 december 1883,
3: Frans Van Wersch, geboren 27 september 1885.
Verder in tegenwoordigheid van
1. Egidius Joseph Van Wersch, rentmeester woont Bürheimerburg, burgemeesterij Coslar bij Gülich als toeziende voogd voor deze kinderen
2: Egidius Antoon Joseph Voragen, landbouwer woont Sweijer, gemeente Wijnandsrade door de verzoeker benoemd met waardering van de nader te beschrijven roerende lichamelijke zaken, beëdigd in november dit jaar.
Alphons was op 16 januari 1880 in Coslar getrouwd zonder hun huwelijksgemeenschap geregeld te hebben. Na het huwelijk gingen zij in Beitel wonen en daarna in Drie Vogels. Hier overleed zij op 6 november 1886 zonder testament.
De goederen waren geschat door vermelde Voragen:
1: vijf koeien en een rund elk f 100, dus ƒ 600,
2: vijf varkens ƒ 250,
3: dertig hoenders ƒ 52.
Een hoop landbouwgereedschap, als ploegen, eggen, zichten, enz. Ook paardentuig, emmers, ladders, karren, tafels, stoelen banken, klerenkast, glazenkast, linnenkast kachels,, melk artikelen, aanrecht, klok, bedden, hun kleding aardappels., veevoer, rogge, tarwe, boekweit, hooi, klaver, steenkolen, kerkboek met slot, twee broches, twee kruizen met kettingtjes, oorhangers, drie ringen, alles van goud, ƒ 600, betaalde rekeningen . Alles bij elkaar ƒ 2.857.
27 juni 1890: Verzoekschrift 11 juni 1890 aan B & W van Heerlen (bron: 015HVW-716))
Gezien het verzoekschrift van Van Wersch Alfons Joseph, tapper te Drievogels, Kerkrade, voor deze 11 juni om op zijn perceel bouwland kadastraal bekend Sectie F N: 1675 ter plaatse genaamd de beitel onder deze gemeente eene steenbakkerij op te richten.
Mede gezien de overlegde plattegrondteekening met beschrijving der op te richten steenbakkerij beide in duplo benevens een uittreksel uit deze kadastrale legger, overwegende, dat uit het proces-verbaal de commodo et incommodo (=voor en nadeel) blijkt dat daar niemand tegen de oprichting der genoemde bakkerij eenige bezwaar heeft ingebracht.
Besluit
Aan genoemden Van Wersch, Alfons Jozef de gevraagde vergunning tot oprichting der vermelde steenbakkerij te verleenen, onder gehoudenheid dat dezelve binnen zes weken in werking moet zijn gesteld.
Gedaan te Heerlen deze 27 Junij 1890.
Kadaster nummer F 1675 was van zijn moeder Petronella Voragen. Het ligt te Beitelsgewande. aan de Beitelsweg. Alfons zal niet geprofiteerd hebben van zijn steenbakkerij want hij overleed twee maanden later.
1890: Een kleine maand na het overlijden van Alphons Joseph van Wersch werd de inboedel opgemaakt door notaris Smeets uit Heerlen. Dit gebeurde in opdracht van zijn broer Egidius Joseph van Wersch, landbouwer te Drievogels als voogd voor de vier minderjarige kinderen van Alphons. De oudste was 10, de jongste één jaar.
Omdat er in 1884 al een lijst was gemaakt na het overlijden van zijn vrouw, kunnen nu de beide lijsten met elkaar vergelijken worden. Opvallend is dat de waarde van de goederen in die vier jaar gestegen is naar ƒ 4.500,10.
Meubels, ƒ 126,50, keukengereedschapppen en keukengerieven: ƒ 51, kelder en melkgereedschappen, kuip en vaatwerk, emmer en draaivat: ƒ 44, garderobe van beide echtelieden voor zover die nog voorbehouden is: ƒ 30, ledikanten en beddengoed, linnengoed, ressort, matrassen, wollen en soortgelijke stuk: ƒ 67, vier vrachtrijderspaarden voor ƒ 410, vier koeien, een rund en vier kalveren: ƒ 792, een varken en vier biggen: ƒ 47 de hoenders: ƒ 13 een waakhond: ƒ 2, voorradig hooi ƒ 200, voorradig tarwe, rogge en haver met het stro: ƒ 1.020, voorradige karoten: ƒ. 42, etc etc. Totaal was de waarde ƒ 4.500,10
1891: In 1891 hadden de vier kinderen een schuld aan Gerard Pelt, winkelier in Heerlen, van ƒ 4.070.
19 mei 1891: Memorie van aangifte:
Aan baten bezat hij ƒ 8773,01. Aan lasten en schulden: ƒ 6.234 Dus het saldo is ƒ 2.539,01.
De erven zijn zijn broer Egidius Joseph Van Wersch, landbouwer wonende te Drie Vogels als voogd over de minderjarige kinderen.
Hij moest wel de eed afleggen tot het beëdigen der Memorie van Aangifte voor het Recht van Successie en van overgang betrekkelijk de nalatenschap van Alphons Joseph Van Wersch. Dat deed hij op 2 juni 1891.
De minderjarige kinderen waren
1. Mathijs Van Wersch, 2. Jozef Van Wersch, 3. Jozefa Van Wersch, 4. Frans Van Wersch.
Aan activa had hij:
Enkele percelen waren van zijn moeder Petronella Voragen geweest waaronder het huis met tuin. Zij woonden destijds in den Beisel (=Beitel) bij Heerlen.
Dan waren er ook nog enkele gebouwen en landerijen onder Kerkrade. Dit onroerend goed was op ƒ 5.300 geschat.
Ook was er roerend goed dat voor de helft geërfd werd waarvan de totale waarde ƒ 2.227 was. De helft was ƒ 1.113,50.
En een inventaris geschat op ƒ 1.818,60.
Aan contanten: ƒ 454,50.
sub Totaal: ƒ 8.686,60.
Hierbij was er nog een vordering ten laste van de heer Pluijmaekers te Soureth van ƒ 185.
Totaal ƒ 8.773,01.
Passief
1: begrafeniskosten en kerkelijke diensten nu en nog te doen tot en met het eerste jaargetijde. ƒ 189.
2: de helft van de volgende schuldvorderingen
a: aangegaan door wijlen Jan Theodoor Van Wersch, gehuwd met Petronella Voragen blijkens akte van verbruiklening met hypotheekstelling dd 30 november 1866 voor notaris Smeets, ten behoeve van Anna Elisabeth van Anhold en van Frederik van Anhold ten bedragen van ƒ 3.290. Door de overledene geheel te zijne laste genomen, blijkens akte van verkoop en koop van 15 januari 1880 voor notaris Smeets verschuldigd aan de heer Mack te Maastricht, doende de helft ƒ 1.645
3: aangegaan door de overledene volgens akte ven verbuikleening met hypotheekstrekking dd 24 november 1884 bij notaris Smeets ten behoeve van Albert Bousch van ƒ 6.400, doende de helft: ƒ 3.200.
4: Aangegaan door de overledene volgens akte van schuldbekentenis dd 17 oktober 1886 ten behoeve van de declarant van ƒ 1.200, waarvan de helft ƒ 600.
5: Aangegaan door de overledene blijkens onderhandse akte van schuldbekentenis van 31 januari 1880 ten behoeve van de heer Pijls, burgemeester van Maastricht. De hoofdsom was ƒ 1.200 doende de helft ƒ 600
Sub totaal ƒ 6.234.
1912/1915: De ambtenaren gingen met een werkboekje langs ieder huis en noteerden de namen. Voor Locht en De Beitel noteerde hij Wed. Van Wersch, blz 65. Hubert 1885 en Jozef Hubert 1882. De enige Van Wersch die in het boekje van die datum staat.
Ga hier terug naar Alphons Jozef van Wersch.
K.9o-2: Maria Hubertina Josephine Elisabeth van Wersch, geboren 3 april 1891, overleden 20 oktober 1974, trouwde Kerkrade 30 juli 1919 Maria Frans Hubert Crijns, geboren Simpelveld 19 november 1887, overleden Heerlen 19 mei 1955.
1906: Hij werd benoemd door de ministers van Landbouw en van Waterstaat tot schrijver bij de Staatsmijnen.
1911: Benoemd als tweede klerk tot bureaubeambte bij de Staatsmijnen.
1918: Hij werd als adjunct-secretaris ter beschikking gesteld aan de directeur tevens secretaris van de mijnschool.
23 October 1930 :Zilveren Jubileum Staatsmijnen. Op deze dag herdenkt dhr. M. F. H. Crijns zijn zilveren jubileum bij de Staatsmijnen. Na vier jaar werkzaam te zijn geweest aan de Laura te Eygelshoven, kwam dhr. Crijns in 1905 op het hoofdbureau der Staatsmijnen. Na verschillende administratieve functies bekleed te hebben werd hij 1 April 1913 bureauchef en wel van de afdeeling Kabinet en Algemeene Zaken. Dhr. Crijns is ook een bekende persoonlijkheid in het vereenigingsleven en wel het meest bekend als secretaris van de Zangvereeniging St. Pancratius. Dhr. Crijns heeft ook in deze functie zeer veel bijgedragen aan de exploitatie van den Schouwburg en de vernieuwing helpen voorbereiden. Het zal dhr. Crijns niet aan blijken van belangstelling ontbreken. Wij wenschen den jubilaris, aan wien wij vele prettige en aangename herinneringen hebben, nog vele jaren.’s-Avonds ontving hij aan huis een serenade van het Pancratiuskoor.
1933: Hij was Lid van de Bloemencorso-commissie ter ere van het eeuwfeest van de harmonie Sint Caecilia in Heerlen.
1949: Hij werd gedecoreerd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij was chef Secretariaat Staatsmijnen.

De heer Crijns vertelde : „Mijn gehele diensttijd bij de Staatsmijnen heb ik op de Secretarie gewerkt. Aanvankelijk omvatte de Secretarie de gehele administratieve dienst uitgezonderd de boekhouding.
De grondlegger van deze dienst was de heer J. G. van der Mark, aan wie ik veel dank verschuldigd ben. Om een idee te geven van de enorme vlucht, welke het Hoofdbureau van de Staatsmijnen in de afgelopen vijftig jaar heeft genomen, zou ik eraan willen herinneren, hoe de heren Bunge en De Kat, destijds ingenieur, in die eerste jaren gehuisvest waren. Zij hadden hun kantoor op de gang van het oude postkantoor, waar vroeger de loketten waren geweest. Nog iets: in 1907 was bij de Staatsmijnen wel geteld één typiste in dienst. Daar moet je nu maar eens om.
Bron: steenkool, 1952, nr 4, blz 105.
M.H.F.H. Crijns +
Op 67-jarige leeftijd is te Heerlen overleden de heer M. F. H. Crijns, tot zijn pensionnering chef van het kabinet der Staatsmijndirectie. De teraardebestelling vindt plaats heden Maandagmorgen te Heerlen op de katholieke begraafplaats, na de plechtige Heilige Mis van Requiem, welke om tien uur inde St. Pancratiuskerk wordt opgedragen. De heer Crijns was ridder in de Orde van Oranje Nassau. Vele jaren lang is de overledene eender steunpilaren geweest van het koninklijke Heerlense mannenkoor Pancratius. Meer dan 35 jaar vervulde hij bij dit koor de functie van secretaris-penningmeester, terwijl hij na het overlijden van de heer Henri Hennen ook nog korte tijd voorzitter is geweest. Vooral in de tijd. dat Pancratius de Heerlense Schouwburg exploiteerde, heeft hij. zich grote verdiensten vergaard. Tot zijn dood was hij lid van de Heerlense Muziekcommissie van het bestuur der Heerlense Muziekschool van het stichtingsbestuur van de Heerlense Stadsschouwburg en van het bestuur van de R. K. Spaarbank St. Pancratius, waarvan hij de jaarvergadering op j.l. Dinsdag nog in goede gezondheid medemaakte. Als jong maatje kwam de heer Crijns in dienst van de kolenhandel van de heer Henri Hennen. Hij ging vervolgens als loopjongen naar de Laura en Vereniging. Enkele jaren later kwam hij in dienst der Staatsmijnen. Deze bevonden zich in hun eerste periode van ontwikkeling. De heer Crijns werd zelfs nog als rijksambtenaar aangesteld. Toen hij na een voortreffelijke staat van dienst de Staatsmijnen met pensioen verliet, was hij de laatst overgeblevene der tot de Staatsmijngemeenschap behoord hebbende rijksambtenaren. Door zijn grote kwaliteiten van geest en hart had hij zich opgewerkt tot kabinetschef der directie, de voornaamste vertrouwenspositie binnen het bedrijf. O. L. Heer moge deze rusteloze werker voor wie de pensionnering geen rust bracht, de rust hebben geschonken, welke hij zozeer heeft verdiend!
Begrafenis Gazet van Limburg 24 mei 1955
MIJNSTREEK Heerlen Ter aardebestelling van de heer M. F. H. Crijns
Overweldigend waren de laatste eerbewijzen, welke Maandagmorgen werden geschonken aan de Donderdag j.l. overleden heer M. F. H. Crijns, die grote bekendheid heeft genoten als chef van het kabinet der Staatsmijndirectie en die in het culturele en maatschappelijke leven van Heerlen een zeer voorname plaats heeft ingenomen. De lange stoet welke het stoffelijk overschot begeleidde naar de parochiekerk van de H. Pancratius, werd geopend door de directeur en een bestuursdeputatie van het K.H.M. Pancratius, waarvan de overledene gedurende meer dan 35 jaren secretarispenningmeester is geweest. Na de familie volgden vertegenwoordigers van de mijndirecties onder wie de heer H. H. Wemmers, voorzitter van de Staatsmijndirectie en directeur drs. A. C. J. Rottier mr. M. H. J. S. van de Wiel als afgevaardigde van het Heerlense gemeentebestuur, voorts het bestuur van de Heerlense Muziekcommissie, het bestuur der Heerlense Muziekschool, het stichtingsbestuur van de Heerlense Stadsschouwburg en het bestuur van de R.K. Spaarbank St. Pancratius. In laatstgenoemde colleges heeft de heer Crijns een vooraanstaande plaats bekleed. Na afloop van de door deken ir. H. Bemelmans opgedragen Mis van Requiem, werd het stoffelijke overschot gebracht naar de algemene begraafplaats, waar kapelaan J. Bonnemayers de absoute verrichtte. Nadat een zoon namens de familie een kort dankwoord had uitgesproken, bracht de vaandeldrager van het K.H.M. Pancratius een laatste vlaggegroet en vertoefde ieder der aanwezigen nog korte tijd voor de open groeve.
Ga hier terug naar Maria en Hub Crijns-Vanwersch
K.9p. Jan Mathijs (Mathias Joseph) van Wersch, zoon van 8l, geboren 12 december 1859,
1859: Bij zijn geboorte schreef de ambtenaar Vanwersch in de akte terwijl zijn vader tekende met J.J. Van Wersch.
1878: Dit jaar werd hij 19 dus moest hij zich inschrijven voor de Nationale Militie. Hij was koetsier en 1,73 meter groot.
1881: In september 1881 kreeg hij het nationaliteitsbewijs dat hij Nederlander was en moest hiervoor ƒ 1,29 betalen. Hij kwam uit Aken waar hij sinds 1879 woonde en brouwersknecht was. Hij vertrok juli 1884 weer naar Aken en liet zich uitschrijven. Het bewijs was overigens maar één jaar geldig. Ook hier noemde de ambtenaar hem Jan Mathijs Vanwersch.
1882: Weer deed hij een verzoek voor een nationaliteitsbewijs en kreeg die op 16 november 1882, en weer geldig voor een jaar.
1884: In april 1884 kreeg hij het nationaliteitsbewijs dat hij Nederlander was. Hij moest hiervoor ƒ 1,35 betalen.
1889: Zijn vader overleed en Mathijs deed de aangifte. Hij was toen 29 jaar en arbeider. De ambtenaar schreef op de overlijdensakte van zijn vader zijn naam als Vanwersch, maar Mathijs tekende met M.J,. Van Wersch. Ergens rondom deze tijd kocht hij van een erfenis het huis in de Pannesheiderstraat in Bleijerheide, een voormalige handelsbank en postagentschap. Hij werd in 1913 brievengaarder in Bleijerheide.
1894: Zijn aanstaande vrouw had hij leren kennen toen hij als brouwersknecht in Aken werkte. Zijn aanstaande was de dochter van de eigenaar van de brouwerij. Na hun huwelijk in Aken dat jaar runde zij hun winkel met koloniale waren in Bleijerheide. Bij hun huwelijk tekende zijn vader de akte met J.J Van Weersth.
1895: Bij de geboorte van hun zoon Herman gaf hij op winkelier in Bleijerheide te zijn. Hij had hier een levensmiddelenzaak en tevens een postagentschap.
1896: Hij kocht van Anna Maria Gillissen, weduwe van Pieter Josef Gorissen, winkelierster in Bleijerheide een stuk van haar boomgaard in Bleijerheide. Mathias betaalde ƒ 300. Zijn deel van de boomgaard moest hij middels een muur of een heg afscheiden van haar deel. De heg mocht hij planten op de scheidslinie en daardoor verkreeg de verkoopster de mede eigendom van de heg.
1897: Bij geboorte van Maria Elisabeth zei hij brouwer te zijn. Hij ondertekende de akte van Herman met M.J. van Wersch en die van Maria Elisabeth met Math van Wersch.
1897: Voor notaris Moors uit Kerkrade kwam Mathias als gemachtigde van de familie Curtius om een gebouw bestaande uit twee woningen met stal en tuin in Bocholtz te verkopen. Die werden verkocht aan Johan Wilhelm Kreijen getrouwd met Hubertina Conar, die arbeider was en in Bocholtz woonde. Zij kregen er ƒ 530 voor. Mathias was winkelier in Bleijerheide. Hij trad op namens zijn vrouw Catharina Curtius, schoonzus Louisa Curtius gehuwd met Mathias Schroeder, Magdalena Kerris gehuwd met Nicolaas Jozes Hensgens.
1899: Bij de geboorte Anna was vader 39 jaar en winkelier in Bleijerheide. Hij was brouwer in de Blijerstraat, Wijk B, 238, later B 313 en daarna B 340.
Bij de openbare verkoop van het huis en landerijen van hun ouders voor notaris Moors was zijn oudste broer Jan Leonard voogd over hun minderjarige broer Pieter Jozef. Mathijs was toeziend voogd. Hij was ook winkelier in Bleijerheide, net als zijn broer Jan Leonard.
De openbare verkoop bracht ƒ 6.964,30 op. Ieder kind kreeg 1/9 deel.
1902: Willem Josef Zimmerman leende van hem ƒ 2.100, terug te betalen in Duits geld waarbij 1 mark gelijk staat aan ƒ 0,60. Zimmerman mocht dat geld ineens of binnen 10 jaar betalen, maar ook in halfjaarlijkse termijn van ƒ 60 met een rente van 4½%. Borg was zijn nieuw gebouwde huis met bouwland aan de Bleijerheiderweg.
1903: Hij leende ƒ 1.200 aan Hendrik Van Loo, steenbakker in Kerkrade terug te betalen binnen 15 jaar en jaarlijks te betalen 4½%. Hij moest het terug betalen in Duits geld waarbij 1 mark = 60 cent was. Als onderpand gaf Van Loo zijn net gekocht huis in Bleijerheide.
Op dezelfde in hetzelfde jaar leende leende Godfried Van Loo, steenbakker in Kerkrade (wellicht broer van de hierboven genoemde Hendrik van Loo), ƒ 1.200, terug te betalen in Duits geld binnen 15 jaar tegen 4½% rente. Als borg stelde Van Loo zijn pas gekochte huis en plaats (15 maart 1903) in Bleijerheide. Het huis moest tegen brand verzekerd worden en ieder jaar moest hij het bewijs tonen van de betaalde premie.
1904: Mathias Zimmerman, stukadoor in Kerkrade, verkocht aan Hendrik Jozef Quaedvlieg, mijnwerker in Nulland een huis en tuin in Klein Nulland voor ƒ 700. Mathias Van Weersch leende Quaedvlieg hiervoor ƒ 400. Borg was een deel van het huis. Handtekening hieronder uit 1904 .

1905: Winkelier Mathias Jozef Van Wersch uit Bleijerheide leende aan de stukadoor Mathias Jozef Zimmerman uit Bleijerheide ƒ 1.800, terug te betalen in tien jaar, tegen 4½% rente. De aflossing moest in Duits geld gebeuren 1 Mark is 60 cents. Als onderpand gaf Zimmerman zijn in aanbouw zijn huis en tuin in Bleijerheide.
2 april 1905: Mathias Joseph Van Wersch leende aan Joseph Ackermans, metselaar in Bleijerheide, gehuwd met Catharina Beckers ƒ 2.000. Terug te betalen in 10 jaar tegen 4½% jaarlijkse rente. Als borg stelde de lener zijn huis en bouwland in Kerkrade in het Reiserkouleveld.
De voorwaarden waren altijd hetzelfde:
1: Hij moest het bedrag in Duits geld terug betalen, één mark is zestig cent.
2: Hij mocht het bedrag ook in eens of in delen van ƒ 100 terugbetalen, maar dan wel drie maanden van te voren aankondigen.
3: Het huis moest tegen brand verzekerd worden. Jaarlijks moest hij laten zien dat de premie betaald was.
4: Als Ackermans niet kon betalen dan nam Van Wersch de verzekering over en berekende de kosten door aan Ackermans.
5: Als Ackermans niet meer kon terugbetalen, dan mocht Van Wersch de borg openbaar verkopen.
6: Het verbondene moet behoorlijk onderhouden worden. Dus hij mag niet de aard en bestemming veranderen, niet vervreemden, niet bezwaren, niet verhuren, in erfpacht geven of vruchtgebruik of bewoning afstaan.
1911: In de krant van 3 januari 1911:
Aachen 2 Jan. Der Destillateur Matth. van Wersch der 25 Jahre in der Destillerie und Likörfabrik Ewig und Selt beschäftigt ist, erhielt in Anerkennung seiner treuen Dienste von der Firma ein Ehrendiplom und ein Geldgeschenk.
1913: Hij was in december voor zijn postdienst-examen geslaagd. Hij werd J.M. Vanwersch genoemd. Zijn werk was het verzamelen van de post, het sorteren en verspreiden ervan.

1923: De Limburger Koerier van 23 mei 1923 schreef: In verband met de afvloeiing van overcompleet personeel wordt aan dhr. J.M. van Wersch, sinds de opening van het hulppost-, telegraaf- en telefoonkantoor te Bleijerheide kantoorhouder aldaar, wegens het bereiken der gestelde leeftijdsgrens met ingang van 1 Juli e.k. eervol ontslag verleend. Hij was 64 jaar.
1924: Hij overleed aan voedselvergiftiging. Zijn lichaam werd door Justitie Maastricht na onderzoek in juli 1924 vrijgegeven om begraven te worden. Hij was gepensioneerd ambtenaar, volgens de overlijdensakte. Hij had immers een postagentschap.
1936: Na het overlijden van hun moeder verkochten de kinderen het huis. Er werd door notaris Huynen een advertentie geplaatst dat op 16 december 1936 in het café-restaurant van Deckers in Bleijerheide het huis verkocht werd met aanhoorigheid, erf en flinken tuin, groot vier aren. Het huis bevatte een winkellokaal en vijf vertrekken, op de eerste verdieping acht vertrekken en op de tweede verdieping vijf mansardekamers en twee zolders. Het huis had waterleiding, gas en elektriciteit.
In 1939 ging hier de weduwe Stultiens-Vanwersch wonen, zus van Herman.
Klik hier voor Jan Mathijs Vanwersch
K.10k. Frans Hubert van Wersch, zoon van 9j, geboren Mechelen 16 oktober 1917, overleden 8 februari 1993, landbouwer, veehouder, trouwde Mechelen 1946 Maria Hubertina (May) Hustings, geboren 29 maart 1923, overleden 5 januari 2000.
1946: Hij leende ƒ 3.000 van zijn schoonmoeder en betaalde die in twee keer terug. In 1946 en in 1950.
De ondergetekenden verklaren dat zij van F.H. v. Wersch geb 16 Oct 1917 en gehuwd met Maria Hustings geb. 29 Mrt 1923 de somma van ƒ 1500 vijftienhonderd gulden gedeeltelijk hebben terug betaald aan Wed. Hustings-Keulen te Bommerich Mechelen. Op de somma van ƒ 3.000 drieduizend gulden van ’t overgenomen vee op 15 Mrt 1946.
Getekend: Weduwe Hustings-Keulen, H.J. Hustings, E H Hustings- Horbach, Philomena Hustings, M f Dautzenberg-Hustings, W. Vanwersch.
1960: Eind vijftiger jaren had hij een stikstofproefboerderij in Mechelen. Dat betekende dubbele administratie. Hij moest namelijk zijn eigen administratie bijhouden en die van de proefboerderij. Hij heeft dit vele jaren gedaan. Het doel was om het grasland voor de koeien dusdanig te bemesten met stikstof dat daardoor er een betere melkproductie tot stand kwam. Er werden honderden kilo’s stikstof uitgestrooid.
1960: Hij is vice voorzitter van de fokvereniging De Toekomst Mechelen. Die was in 1917 als Stierhouderij opgericht.
1966: Demonstratie op zijn boerderij Eperweg 8,Mechelen, van de nieuwste machines en werktuigen voor de hooioogst. Op het program der demonstratie staat: maaien van gras met cirkel- en trommelmaaier, gras schudden met trommel- en cirkelschudder, transport van hooi mét hooidrager en opraapwagen, hooi in de opslag brengen met blazer en met hooiverdeler. Tenslotte het ventileren van hooi
bron: De Nieuwe Limburger 8 juni 1966.
Klik hier voor Frans Hubert van Wersch.
K.10n. 
Februari 1963: Sjir wilde een braakliggend terrein kopen dat aan zijn grond grensde dat deels aan de kerk van Vijlen toebehoorde. Sjir pachtte die grond. Juli 1963 was de gemeente bereid de grond te verkopen gelegen aan de Gulkoelerweg van 200m² te Hilleshagen voor 0,50 cent de m² en zes populieren voor ƒ 15 per stuk. Sjir was zuivelarbeider.
1965: In 1965 woonde hij Hilleshagerweg 49 in Mechelen. Hij wilde de grond die hij pachtte van het Burgerlijk Armbestuur kopen. De grond was 23 are groot (2300 m2). Zijn voorstel was om 90 of 95 cent te betalen per m². De grond stond bekend als Guilkuil. Het tegenvoorstel van de gemeente Wittem was ƒ 1 en Sjir accepteerde dat. Maart 1966 was de koop afgerond. De weg die daar loopt heet de Gulkoelerweg, ca 800 meter van zijn huis.
1977: In het personeelsblad van Campina stond het volgende bericht: In Maastricht vond op donderdag 21 april 1977 de huldiging plaats van de heer G. Vanwersch. Stammend uit een boerengezin van 16 kinderen, was er niet voor iedereen plaats op de boerderij. Na in militaire dienst te zijn geweest, heeft hij een tijd lang gewerkt bij een veearts. Kort daarna, op 22- jarige leeftijd werd hij aangenomen bi de zuivelfabriek te Reijmerstok.
‘s Zomers werkte hij daar in de poedermakerij en ‘s winters gaf hij voorlichting aan de veehouders.
Zijn kundigheid werd bij dit bedrijf goed benut, want al spoedig kreeg hij er allerlei taken bij, zoals het laboratorium, de boekhouding en de uitbetaling van de melkgelden.
In 1960 volgde zijn benoeming tot tweede assistent-bedrijfsleider onder direkteur Pustjens. Deze funktie behield hij tot de sluiting van het bedrijf in 1971.
De heer Vanwersch werd toen overgeplaatst naar het bedrijf in Maastricht, waar hij assistent-depothouder werd.
In 1973 werd hij assistent-bedrijfsleider van de boterfabriek onder de heer Hermsen.
De heer Vanwersch is een gewaardeerd medewerker, deskundig, met een groot verantwoordelijkheidsgevoel en weet vooral goed leiding te geven. Ook buiten het bedrijf is hij erg aktief en bekleedt diverse funkties in het maatschappelijk leven.
Direkteur L. v.d. Heuvel dankte deze uitstekende werknemer voor het vele gepresteerde in deze 25 jaren.
1987: Sjir is van 1987-1990 voorzitter van de harmonie St Cecilia Mechelen.
1997: zijn overlijden: zoon Servé verbouwde de stal van nummer 49 tot woonhuis en dat werd 49a.
Aan de Hilleshagerweg in Mechelen staan veel vakwerkhuizen. Een ervan staat dwars op de weg op een verhoging. Het is meer een schuur dan een woonhuis. Bij navraag bij de familie werd verteld dat dit huisje bekend staat als het bakhuis. Officieel is dit tegenwoordig Hilleshagerweg 49a. Bij een verbouwing werd een stuk hout in het dak met een inkerving gevonden waarop een jaartal uit 1801 staat.
Een oud huisje dus. Volgens het Kadaster stond achter het bakhuis begin 19e eeuw een boerderij die aan de familie Mousset toebehoorde. Opvallend is dat in die Kadastergegevens dit huisje ook al bakhuis werd genoemd. In die tijd waren er vele bakhuisjes, ook in Mechelen.
In die tijd woonde landbouwer Paulus Mouzet / Mousset / Moezet hier. Hij was in 1830 met Anna Maria Priem gehuwd. Naast het bakhuis had hij een grote tuin en daarachter de boerderij. Toen hij in 1885 overleed werden zijn eigendommen beschreven. Hij had veel land. Tezamen met de beide huizen had alles voor de toenmalige Belastingdienst een waarde van ƒ 6.000. Tegenwoordig zou dat zo’n € 82.000 zijn.
Vandaag de dag wonen afstammelingen van de familie Mousset hier. Alleen heten ze nu Van Wersch.
Klik hier voor Sjir Van Wersch.
K.10ze. Herman Joseph Vanwersch, van Wersch, zoon van 9p, geboren 31 augustus 1895, onverwacht overleden Kerkrade 23 november 1973, 78 jaar, boekhouder, trouwde Laurensberg 30 juli 1936 Martha Hesse, geboren Dortmund 7 november 1905, overleden Kerkrade 27 september 1993.
1917- 1918: Samen met zijn broer speelde hij in het bedrijfselftal van de Domaniale. Na opheffing gingen zij met anderen over naar Sparta Bleijerheide.
13 september 1922: Zijn zus Maria trouwde met Stultiens. Hij was getuige en ambtenaar en 27 jaar. Zijn broer Karel was ook ambtenaar en getuige en 22 jaar.
Augustus 1928: Tijdens de voetbalwedstrijd Bleijerheide – Helmond werd de scheidsrechter zeer ernstig mishandeld. Het hoofdbestuur van de bond schorste toen voor één jaar het voltallige bestuur van de voetbalclub van Bleijerheide, waaronder Herman van Wersch, wegens het- als Bestuurslid van Bleijerheide- niet nemen van beschermende maatregelen tegenover de scheidsrechter bij de op 13 mei 1928 gespeelde wedstrijd bij den op 13 Mei 1928 gespeelden wedstrijd Bleijerheide-Helmond. Hij woont Pannesheiderstraat 39.
1928: Sportkroniek, Weekblad voor sport, 21 mei 1928: Secretaris H. Van Wersch.
5 september 1929: In de Sportkroniek staat dat het bestuur gerehabiliteerd is.
1936: Hun huwelijk. Hij is 40 jaar en boekhouder. De ambtenaar schreef zijn achternaam Vanwersch. Martha Hesse is 30 jaar, geen beroep, geboren in Dortmund en woont in Aken. Opvallend is dat de ambt tevens schreef dat een van de getuigen Anna Catharina van Wersch, was, zuster van de bruidegom. Herman tekende H vanwersch en zijn zus A.C. van Wersch. Zij wonen Bleijerheiderstraat 6, Kerkrade.
Mathijs, Herman en Karel van Wersch (Eerder gepubliceerd in de Stamgenoten 173, mei 2025)
Mathijs van Wersch (1859-1924) trouwde in 1894 met Catharina Curtius (1868-1935). Hij werd brievenbesteller in Bleijerheide en distillateur in Aken. Zijn vrouw stond in hun koloniale winkel aan de Pannesheiderstraat in Bleijerheide. Mathijs was lid van de plaatselijke schutterij. Toen die stopte, richtte hij samen met andere jongeren de voetbalvereniging Sparta op 27 juli 1914 in Bleijerheide op.
Twee van hun zonen, Herman (1895-1973) en Karel (1900-1970 ) kwamen in het seizoen 1917-1918 bij Sparta voetballen. Zij zaten al in het bedrijfsvoetbalteam van de Domaniale. Dat team stopte waarna enkele spelers naar Sparta overstapten.
Herman trad al gauw als secretaris toe tot het bestuur van Sparta en Karel bleef voetballen. Verruwing in de voetbal was toen al een feit want in 1928 werd na het wedstrijd het hele bestuur voor een jaar door de Voetbalbond geschorst. De scheidsrechter was namelijk tijdens een wedstrijd ernstig mishandeld en het bestuur had verzuimd beschermende maatregelen te nemen.
In 1954 bestond Sparta 40 jaar en dat werd sober gevierd want het ging niet goed met de club. Dat jaar gingen zij daarom samen met Kerkrade en de nieuwe naam werd Roda Sport. Roda Sport ging in 1962 samen met Rapid JC en zo ontstond Roda JC.

Het kersverse echtpaar huurde het huis aan de Bleijerheiderstraat 6. Eigenaar was aannemer Peter Eggen uit Bleijerheide. Toen dit huis een zakelijke bestemming zou krijgen in 6/1956 opende J. Vandeberg de damesmodezaak.
In 1956 verhuide het gezin tijdelijk naar de Theresiastraat in Bleijerheide totdat zij een koophuis gevonden hadden aan de Marktstraat 20 in Kerkrade-Centrum (circa 1957).
1937: Herman was huwelijksgetuige bij zijn zus Anna Catharina die in 1937 met Peter Kreukels trouwde. Hij tekende de akte met H vanwersch en hij was boekhouder.
1941: De sport illustratie: Besluit strafcommissie: H. Van Wersch (B.V.S.) ontvangt een waarschuwing de leiding van den scheidsrechter niet meer te bemoeilijken.
2/1949: Hij was secretaris bij de lokale afdeling van de KVP.
1/1949: 25 jaar in dienst bij NV Boek-Courant- en Handelsdrukkerij De Zuid-Limburger, dus sinds 1924:
JUBILEUM BIJ DE ZUID-LIMBURGER.
De Heer H. J. van Wersch 25 jaar in functie.
Zaterdag 15 Januari a.s. herdenkt de heer H. J. van Wersch, Bleijerheiderstraat 6, de dag dat hij voor 25 jaren in dienst trad bij de N.V. Boek-Courant- en Handelsdrukkerij „De Zuid-Limburger”. De Heer van Wersch heeft de vele ups en downs van het bedrijf met hart en ziel meebeleefd. In zijn functie van boekhouder strekt hij zijn zorgen uit zowel over de handelsdrukkerij als over de courant en de boekhandel en als zodanig kennen hem de talloze relaties van het bedrijf.
Met grote ambitie en met prijzenswaardige energie heeft hij thans een kwart eeuw de belangen van „De Zuid-Limburger” gediend. De stiptheid en de toewijding, waarmede hij zijn taak verricht, verdienen grote lof.
Op verzoek van de jubilaris wordt, van groots feestbetoon afgezien. De viering beperkt zich Zaterdagmorgen tot een huldiging in de kring der bedrijfsgenoten.
22/6/1956: Woonhuis Bleijerheiderstraat 6 was inmiddels per januari 1956 verbouwd tot woonhuis/winkel waar J. Vanderberg-Kämmerling op 22 juni 1956 zijn damesmodewinkel opende. Sinds 2018/2019 staat het pand leeg. Het bestaat uit twee huisnummers 6 als winkel en 6a als appartement erboven, 157 m2. Het pand is uit 1901.
1973: Bij zijn overlijden woonde weduwe Martha Hesse aan de Marktstraat 20, Kerkrade.
Klik hier voor Herman van Wersch

1917- 1918: Samen met zijn broer Herman (hierboven) speelde hij in het bedrijfselftal van de Domaniale. Na opheffing gingen zij met anderen over naar Sparta Bleijerheide.
16 februari 1918: De Zuid-Limburger: Juliana en Sparta voetballen in een oefenwedstrijd om zo uit te zoeken wie van beide ploegen de beste spelers zijn. Beide teams worden samengevoegd tot 2 elftallen. Dus in één team spelen zowel Juliana spelers als Sparta spelers. Van Wersch speelde in elftal B die spelen in blauwwitte trui.
19 april 1919: De Zuid-Limburger: …voetbalde K. van Wersch ook in een gecombineerde ploeg met Juliana tegen Hochstenbach. Sparta-Juliana en Oranje zijn een onderling verband aangegaan, dus samengevoegd zodat dat er een opheffing noodzakelijk was.
7/1919: Zuid-Limburger: K. van Wersch speelt met het team tegen Philipssport. Zooals we weten is Eindhoven een der beste clubs van het zuiden der N.V.B. 1e klasse.

1920: Ons Sportblad: Van Wersch voetbalt voor Sparta: De verdediging van Sparta is goed maar Van Wersch moet vlugger wegwerken.
1946: Op 13 juni 1946 vierde hij zijn 25-jarig jubileum op de Domaniale Mijn Maatschappij als bureaubeambte. Zijn werknummer was 7850. Karel was 21 toen hij begon te werken en stopte met zijn werk op 1 september 1965; hij was toen 65 en had 44 jaar bij één baas gewerkt.
1954: In 1954 won hij een prijs van ƒ 25 voor een van de best onderhouden voortuinen van Kerkrade. Er deden 33 mensen mee.
Klik hier voor Karel van Wersch.

Ger van Wersch: ‘Samen werken aan gezondheid geeft meer plezier en voldoening’
Eigenlijk is hij al met pensioen, maar de kunde en ervaring van jongveespecialist Ger van Wersch zijn van grote waarde. ‘Ik ben nog drie dagen per week aan het werk om nieuwe collega’s in te werken en mijn klanten over te dragen.’
En eerlijk gezegd kan hij het werk eigenlijk ook niet helemaal missen. ‘Ik ben van de relaties, 85% van mijn klanten ken ik al langer dan 15 jaar. Bij sommigen zit ik al met de derde generatie aan tafel.’ Werken aan omzet en volumegroei, alsook scoringsdrift om nieuwe klanten binnen te halen is niet het primaire doel van deze nestor. ‘Ik haal er veel voldoening uit om veehouders te helpen werken aan een gezonde veestapel. Want een gezonde kalveropfok zie je later terug bij robuuste, gezonde koeien.’ De vraag die bij Ger centraal staat in zijn klantcontact is: welk resultaat wil je halen? ‘Veehouders moeten met eigen overtuiging ergens aan gaan werken, anders lukt het niet. Dan volgt gezondheid, plezier en voldoening vanzelf.’
Begonnen als adviseur kalverhouderij
Begin juni 2022 is Ger 45 jaar actief als jongveespecialist. Als zoon van een melkveehouder, opgegroeid met 5 broers en 5 zussen en een nog jonge vader zocht hij na zijn opleiding een baan buitenshuis. ‘Ik werkte thuis enthousiast mee en het jongvee verzorgen was mijn taak’, blikt Ger terug. Toen hij ging solliciteren bij DMV – waar ook al een broer van hem werkte – betekende het voor hem ook verhuizen naar Veghel. ‘Dat vonden ze thuis wel heel lastig, maar ik wilde vooruit. Ik moet zeggen dat ik er achteraf geen spijt van heb dat ik verhuisd ben.’
Als jonge adviseur begon Ger als begeleider in de kalverhouderij. ‘Toen had ik zo’n 30 bedrijven rondom Veghel onder mijn hoede waar ik elke twee weken mee om tafel zat. Bedrijven met zo’n 300 tot 400 kalveren per bedrijf. Een enkeling had 1000 kalveren’, schetst hij de bedrijfsgrootte toen.’Dat intensieve contact had wel zijn charme, maar je moet wel oppassen dat je een zakelijke afstand houdt.’
In 1992 schoof hij op in zijn werk en kwam in de handel en verkoop van de kalveren terecht. ‘Ik reisde naar veemarkten in Den Bosch, Zwolle en Leeuwarden om kalveren te selecteren.’ Het waren lange dagen want om 6 uur ’s morgens begint de handel en regelmatig kwam hij niet voor 9 uur ’s avonds thuis. ‘Dat was voor mijn vrouw niet altijd leuk, we hadden toen drie jonge kinderen.’ Van een mobiele telefoon had toen nog niemand gehoord, dus Ger zat ’s avonds in de keuken met de telefoon zijn boeren te bellen voor de planning en afspraken. ‘Die mobiele telefoon is toch wel een uitkomst’, zegt hij lachend.
Totaalaanpak jongvee
In zijn carrière als jongveespecialist is het werk van Ger niet veranderd, de werkgevers wel. De samenwerking met Agrifirm betekende een mooie kwaliteitsslag. ‘Dan gaat het niet alleen meer over de poeder, maar is het een totaalaanpak. Van A tot Z begeleiden we de opfok met kennis, tools en producten.’
Bron: www. kalvolac.nl, juni 2022.
Klik hier voor Ger van Wersch..
K.11zr. Willem Francois Hubert (Wiel) van Wersch, zoon van 10w. kapper in 1971 daarna mede eigenaar drankengroothandel, trouwt Enny Bertrand.

Je moet maar durven: Leeuw verkopen in het dorp waar Brand wordt gebrouwen. Toch viert drankenhandel Bertrand-Didden komende week het 100-jarig bestaan.
Leeuw bier in het dorp van Brand
Door Monique Evers
Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: uw opa verkocht Leeuw bier in het dorp waar Brand wordt gebrouwen? Ging dat wel goed samen?
Enny van Wersch lacht. „We hebben het over 1911 en inderdaad, bijna het hele dorp werkte bij Brand. Mijn opa, Sjeng Didden, verkocht het Duitse bier Dittman & Sauerland dat tien jaar later overging naar de toenmalige Valkenburgse brouwerij.”
Bij zijn huis in Etenaken vulde hij zelf de flessen bier die hij daarna weer bij de cafés afleverde. Later verhuisde hij naar de Parallelweg waar hij het bedrijf uitbreidde met een café-restaurant, Berg en Dal. En daar werd uiteraard Leeuw bier geschonken. „Daar kwamen de mensen uit het dorp dus niet”, vertelt zijn kleindochter Enny. „Want zij werkten bij Brand en vonden Leeuw bier niet te drinken. Dus zat het café vol met mensen uit de omgeving, veel vertegenwoordigers en toeristen. Soms al om acht uur ‘s morgens.”
Opa Sjeng hield het niet alleen bij bier. Hij begon een limonadefabriek: Didden’s limonade. Heel Wijlre en omstreken ontdekte het drankje. „Vruchten heette dat in die tijd, een soort sinas, heel zoet. Het recept heb ik helaas nooit kunnen vinden”, vertelt Enny. Haar moeder Leny en vader Gir Bertrand namen in 1956 het bedrijf over. De naam veranderde in drankenhandel Bertrand-Didden,

Het café van opa Sjeng (boven) en de vrachtauto’s van de Wijlrese drankenhandel (beneden). foto’s Drankenhandel Bertrand-Didden
Tijden veranderden, grote merken kwamen op en het was niet langer lonend om zelf frisdrank te blijven maken. Leny en Gir besloten zich alleen nog maar met de handel bezig te gaan houden. Er moest verhuisd worden naar een groter bedrijfspand, eerst aan de Elkenraderweg, later in de Dorpsstraat. Ze sloten de Moulin Rouge aan de Valkenburgerweg en in de plaats kwamen een slijterij en vakantieappartementen.
In 1991 nam dochter Enny de zaak over. Samen met haar man Wiel van Wersch. Die was kapper maar had geen enkel probleem met de carrièreswitch. „Je blijft toch met mensen bezig.”

Bertrand-Didden heeft ook een eigen biertje: ‘Wielrees Speciale. Een beetje van Wijlre en een beetje van Wiel. van Brand door Monique Evers.
Klik hier voor Wiel van Wersch.
K.11zzg. Bernhard Ursula Karel (Bernard) van Wersch, zoon van K.10zf, was getrouwd met Jeannette Bisscheroux.
1962: Hij won onder de naam Bennie v. Wersch, Koninginnestraat 22, Kerkrade een prijsje bij een paaskleurwedstrijd uitgeschreven door de Nieuwe Limburger. Hij kreeg een paasei.
1971-1980: Universiteit Amsterdam: Sociale Geografie (drs) en Nederlands Recht (mr).
In 1987 begonnen als secretaris van de interfacultaire wetenschapscommissie Geneeskunde/Gezondheidswetenschappen.
5/1991: Oberservant (Blad van de Rijksuniversiteit Limburg) Mr. drs. B.U.K.van Wersch secretaris-directeur FdAW. Het CvB heeft mr.drs.B.U.K.van Wersch benoemd tot secretaris-directeur van de FdAW. De benoeming gaat in per 1 juli 1991. Mr. Van Wersch is sinds 1986 werkzaam bij de RL. Hij begon als medewerker bij het bureau van de Faculteit der Geneeskunde. Sinds 1990 is hij tevens waarnemend diensthoofd van de Instrumentele Dienst van de Faculteit der Geneeskunde.
11/1993: Obervant: Splitsing KT-CWS: Officieel krijgt de FdAW pas op 1 januari van het volgend jaar een nieuwe vorm. De studierichting Cultuur-en Wetenschapsstudies verdwijnt dan uit de faculteit en gaat met medeneming van de vakgroepen Geschiedenis, Letteren en Wijsbegeerte, onder aanvoering van directeur Ben van Wersch, over naar de nieuwe Faculteit der Cultuurwetenschappen.
3/1994: Mr.drs. B.U.K. van Wersch is secretaris-directeur van de nieuwe faculteit. Hij was sinds 1991 secretaris-directeur van de FdAW. B
11/1999: Observant: Ben is ook hoofd faculteitsburo.
1/2001: ContinuUm, uitgave van de Universiteit Maastricht., Ben is als secretaris-directeur adviseur van het Faculteitsbestuur per 1 september 2000.
4/2001: En ook secretaris.directeur Faculteit der Cultuurwetenschappen: FdCW.
6/2009: Ben is hoofd Centrale Proefdier Voorzieningen.
Klik hier voor Ben van Wersch.