Jacques van Wersch, pastoor

pasfoto
1848 – 1910

Jacques van Wersch, pastoor van Spekholzerheide, werd maart 1848 als oudste zoon en kind in een Simpelvelds gezin van acht kinderen geboren. Zijn vader Joannes Josephus Hubertus Vanwersch (!) was 29 jaar. Zijn moeder, Anna Lumey, was 28 jaar. Vader zou veertig jaar of meer koster zijn van de kerk in Simpelveld. Ook was hij ambtenaar van de Burgerlijke Stand en later werd hij wethouder, uiteraard ook in Simpelveld.

jonge-jac
Jac als student.

In die tijd was het een soort gebruik dat de oudste zoon priester zou worden. Die rol was dus toebedacht aan zoon Jacques. Opvallend was dat in dit gezin er twee priesters zouden komen en één non. Aan het eind van de 19e eeuw woonden het gezin met drie broers van hun vader en hun vrouwen en kinderen in het huis aan den kerk in Simpelveld, In dit huis woonden ook nog neven, nichten, de knechten en een meid.
Jacques ging naar de lagere school van meester Schreurs. Die had waarschijnlijk weinig kinderen in de klas. Er was trouwens maar één klas. Er was immers nog geen leerplicht. Deze meester Schreurs was er medeverantwoordelijk voor dat Jacques op 14-jarige leeftijd naar het gymnasium Rolduc in Kerkrade kon gaan.

Rolduc wersch
Jacques kreeg in in Rolduc in 1862, 14 jaar oud, de tweede prijs voor Geschiedenis en Aardrijkskunde..

Op Rolduc kreeg hij ook zangles van de bekende priester Pothast. Die hield een dagboek bij.  In 1864 en 1865 schreef die over Jacques dat hij als sopraan zong. Hij schreef: Principaux chantres sous ma direction, de belangrijkste door mij gedirigeerde zangers. Daar stond Jacques ook bij. In de jaren 1861/1864 noemde hij slechts drie zangers waarvan Jacques er een van. Jacques zong in Hooge Troost, Erlkönig (gecomponeerd door Pothast) en Les Deux Savoyards.
Mocht je de muziek willen hebben van de Erlkönig? Stuur dan een mail via het contactformulier.

Jacques van Wersch
Handschrift van Bert. Pothast

Hij was 21 toen hij na Rolduc in oktober 1869 naar het seminarie in Roermond ging voor de priesteropleiding. Op zijn 25ste werd Jacques in 1873 in Roermond door bisschop Paredis tot priester gewijd waarna hij tot kapelaan in de Sint-Lambertusparochie in Kerkrade werd benoemd. Jacques woonde  nu als kapelaan in Kerkrade.

krantDeze 16e april 1873 was een bijzondere dag voor katholiek Simpelveld en speciaal voor de familie Van Wersch want er werden op deze dag vier feesten tegelijk in één gezin gevierd. Zelfs de Limburger Koerier van 1873 besteedde hier aandacht aan. De hoofdfiguur is priester Jacques J. van Wersch, de oudste van acht kinderen. In het artikel links worden de heugelijke feiten genoemd:

1: De pas tot priester gewijde Jacques van Wersch droeg zijn eerste mis in Simpelveld op,
2: Hij zegende het huwelijk in van zijn zus,
3: Hij gaf de eerste communie aan zijn jongste zus,
4: Zijn ouders waren 25 jaar getrouwd.

Jacques zegende het huwelijk in van zijn -nu- oudste zus Maria met Jan Verstraelen. Zijn oudste zus was immers in 1867 in het klooster Eijsden overleden. Tijdens de communie ontving zijn jongste zus Josephina, die enkele maanden terug net tien geworden was, voor het eerst in haar leven de hostie. En tenslotte herdachten hun ouders, Jan en Anne, hun 25jarig huwelijksfeest. Eigenlijk zouden zij in mei 1873 26 jaar gehuwd zijn, maar vanwege de samenloop van omstandigheden vierden zij het in april 1873, hun 25 jarig feest. Zij trouwden destijds op 4 mei 1847. Het feest was dus groot.

Ter gelegenheid van dit grote feest vroeg de familie Jan Joseph van Ool, onderwijzer in Roermond, om een feestgedicht te schrijven.

Den Eerwaarde Heer
J.J. VAN WERSCH
en zijner achtbare familie
uit hoogachting opgedragen

Hier in ons Simpelveld, te recht alzoo geheeten
Waar eenvoud zetel houdt, van trots men niets wil weten,
Hier treedt een wonder voort, gevierd heel ongestoord,~
In Neêrland nooit gezien, van elders nooit gehoord.
In volsten zin des woords, mag elk daarop wel bogen,
En bidden God den Heer, dat Hij thans uit den Hoogen
Zijn zegen zende neêr, hier in dit Simpeldal,
Waar bé op bé vandaag ten Hemel stijgen zal:
Hier ziet in een Wonderboom met zijn Ega neergebogen.
Het hart vol warmen dank en tranen in de oogen,
God smeekend aan  ’t Altaar voor ’t heil van al hun kroost
Dat uitmaakt hunne vreugd, dat strekt tot Beider troost;
Ja komen als om strijd, den Allerhoogste bidden
Nog jaren hen gezond te laten in hun midden
En schenken hun te gaâr tot zaligheid gewis,
Wat hun naar ziel en  lijf het meeste noodig is.

Daar ziet men aan hun zij een brave dochter weder
Met hem, dien zij bemind, Hij haar van harte teeder
Om aan elkanderen te zweren liefd’en trouw;
Hij Haar, als haar gemaal, Zij Hem als echtevrouw.
Ook zij zijn neêrgeknield, het hart gericht naar boven
Om uit een warme borst den Heer van al te loven,
Dat Hij zoo gunstiglijk vandaag hen al gedenkt
En aan het Ouderhart, vierdubble vreugde schenkt.

Nu komt een reine Maagd, naar aller welbehagen
Haar eerste offer ook met vreugde op te dragen
Aan Hem, dien zij bemint zoo vuriglijk en teêr
En knielt aan Oudren zij, raast Broeder, Zuster neêr,
Een Engelin gelijk  – haar oogen neêrgeslagen
De handen saamgevouwd, wij zij den Heer ook vragen
Een gunst naar haren zin, een. bruidschat naar haar wil;
Maar wat kan vreugde niet! …. haar lippen blijven stil:
Haar reine ziel alleen, kan slechts nog zwijgend spreken,
Terwijl haar teeder hart van vreugde schijnt te breken;
Zij bidt uit reine ziel: ,,0, God en Opperheer!
Zend toch Uw zegen hier op Vader, -Moeder neêr!
Spaar hen, 0 lieve God! gezond nog vele jaren,
Wil ook mijn Zusters, – Broêrs voor allen ramp bewaren;
En dat ik groei al meer in Engel reine deugd,
Tot lof van U, o Heer! en ook tot aller vreugd!”

Ginds, gaat Aärons zoon met reine Priesterbeden
Voor ‘t eerst als Offeraar het Heilige betreden,
Om zijn Diebren al, geschaard aan Gods altaar
Te dragen Gode op – te zeggen hen te gaar;
Ziet eens met welk een gloed, Hij  ‘t offer gaat bereiden,
Dat Hij den God van al voor hen hier komt te wijden,
Ziet eens hoe zedigheid die waarde nog verhoogt,
Als ‘t oog hem paarlen schenkt, die Hij in stilte droogt;
Hoe liefde voor hen al, zich zelven kan vergeten;
Voor ‘t heil van hen slechts bidt, – van ‘t zijne niets wil weten;
Hoe Hij hen allen saâm het Heilige bedeelt,
Dat vriend en vijand zelfs in volle waarheid streelt;
Hoe Hij den huwlijksband-van zuster komt te knoopen;
Haar op des Bruigoms deugd, het beste doet verhopen,
En dan uit reine hart aan allegaâr te saâm
Zijn Priesterzegen geeft in Jezus, zijnen naam!
Zal Simpelveld te recht vandaag  niet mogen roemen
En ‘t Ouderhart voorwaar gelukkig kunnen noemen,
Bij ‘t zilv’ren Bruiloftsfeest, zoo luisterrijk en schoon?
Spreidt zich niet algemeen een vreugde hier ten toon?
Gaan brave telgen niet die vreugd met Ouders deelen.
Daar hunne bruiloft ook, een ieders hart komt streelen, –
En zij dus wederzijds, – zoo als men nog niet leest
Gaan vieren op één dag, vierdubbeld vreugdefeest.
Geluk, dan Allegaar – Geluk en Godes zegen!
Schalt U vandaag van mij, -Juicht U een ieder tegen!!!!

ROERMOND, April 1913. J.J. Van Ool

Op 14 juni 1876 vindt te Kerkrade de inzegening plaats van het St Elisabethstift  De inzegening van de kapel en gebouwen geschiedt door deken Aegidius Joseph Quodbach met assistentie  van  de  kapelaans  Xaverius Neujean  en Jacob van Wersch.

Jacques was in Kerkrade ook mede-oprichter, van de Roomsch Katholieke Conferentie van den H. Lambertus van de Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo. Het doel van deze vereniging, opgericht in december 1876, was de armen te helpen. Ze noemden zichzelf De Vincentianen van Kerkrade. Zo gaven zij de armen tweemaal per week een warme maaltijd, deden huisbezoek, brachten vertroosting aan zieken en gevangenen en gaven gratis onderwijs. De vereniging werd ca. 1903 opgeheven.
In de Piusalmanak stond het volgende: De Vincentianen van Kerkrade legden zich bovendien toe op het liefdewerk “De Spijskokerij”, primair gericht op ‘de bezochte gezinnen’ en andere armen, die in de winter gratis tweemaal per week een warmen maaltijd kunnen krijgen.

jacques-kelkToen Jacques van Wersch kapelaan werd kreeg hij van de koster Antonius Wiertz een verguld zilveren kelk als welkomsgeschenk. De kelk heeft een zeslobbige, geprofileerde voet met geperforeerd randje; op de lobben de gegraveerde voorstellingen van kruisgroep – Jacobus de Meerdere  – Sint Maarten – Jozef – Lambertus – Antonius van Padua. Onder de voet staat de inscriptie: AntonIVs WIertz kIrChroDanVs Donat Ioh. IaC. Van WersCh pastorI In SpekhoLzerheIDe.

onderkant-kelk

Antonius Wiertz was familie van Jac. Hij was getrouwd met de achternicht van Jac.  Jac. en zijn achternicht hadden dezelfde overgrootvader.

1882 naar Rome

Op 14 juli 1882 ging Jacques van Wersch naar Rome. Daar kreeg hij een volledige aflaat voor. Na zijn bezoek kreeg hij een oorkonde met twaalf namen daarin die ook deze aflaat kregen. 

leo-IX

Lees hier verder wie er allemaal genoemd werden en wat staat er in deze oorkonde.

1883 en verder

In 1883 overleed zijn broer Arnold van Wersch die missionaris was in het Amerikaanse Willimantic. Dit gebied viel onder bisschop Lemmens van Vancouver. Toen die in 1894 in de pers bekend maakte dat er grote armoe in het bisdom was zodat zij de stammen niet bekeren, startte er in Nederland een Missie van Mgr. Lemmens om geld in te zamelen. Op de eesrte dag kwam ƒ 117 binnen waarvan ƒ5,- van Jac, omdat natuurlijk zijn broer in dit bisdom missionaris was geweest.

In 1892 was pastoor Wetzels 25 jaar pastoor in Spekholzerheide en Jac. inmiddels kapelaan in Spekholzerheide. Dat werd gevierd. maar omdat de deken van ziek was, hield Jac. de feestpreek. Pastoor Wetzels overleed echter een jaar later in juli 1893. Kerkrade telde 6944 zielen, 10 protestanten en 3000 communicanten.

Pastoor Spekholzerheide

Twintig jaar nadat hij kapelaan was geweest, werd hij in september 1893 tot derde pastoor van de St. Martinuskerk in Spekholzerheide benoemd. Destijds een dorpje bij Kerkrade, tegenwoordig een wijk in Kerkrade west. Deze kerk was al in 1850 gebouwd en pas in 1851 werd Spekholzerheide een zelfstandige parochie.
In 1893 telde Spekholzerheide 1400 zielen, geen protestanten en 950 communicanten. Een jaar later waren dat 1422 zielen en 984 communicanten. Toen pastoor Jac. van Wersch in 1910 overleed waren dat 2515 zielen en 1610 communicanten.

andenkenJacques van Wersch werd feestelijk door de burgerij ingehaald. Zij zonden acht ruiters naar Kerkrade om hem op te halen en te begeleiden naar Spekholzerheide. Aan de dorpsgrens stonden nog eens 20 ruiters te wachten.  De Gemeenteraad ontving hem in feestelijke kledij. Er was muziek, zang en alle verenigingen waren aanwezig. Om drie uur was de hoogmis met vier heren. 33 Geestelijken assisteerden toen.  Hij werd al geroemd als zielenzorger, raadgever voor de ouders, vader voor de jongeren en vriend van de verdrukten. In Spekholzerheide werd hij net als de pastoors voor hem, erevoorzitter van de harmonie St. Caecilia van Spekholzerheide.

De Limburger Koerier schreef op 20 september 1893 het volgende verhaal over zijn plechtige installatie als pastoor van Spekholzerheide.

Spekholzerheide, 19 sept. Heden had alhier de plechtige installatie plaats van den nieuwen herder, den eerw. heer J. van Wersch. Voor dit feest was ’t dorp in feestgewaad gestoken; langs de straten vooral daar, waar de stoet zou passeeren, waren kransen en guirlandes aangebracht en triomfbogen opgericht; ontelbare vlaggen wapperden ter eere van den nieuwen herder. 
Was reeds eene cavalcade, bestaande uit een 40tal ruiters, allen even feestelijk uitgedost, den herder tegemoet gereden, om 9 uur verkondigde klokkengelui, dat de plechtigheid zou beginnen. Allengs stroomden honderden kerkwaarts om zich bij den stoet aan te sluiten, die den nieuwen herder te Onderst-Spekholz ging afhalen. Hier had de begroeting plaats onder het gebulder van ’t geschut en het spelen der harmonie.

In hartelijke woorden verwelkomde de heer P. Pluymakers den nieuwen herder, namens de parochianen onder aanbieding van een bouquet, terwijl een knaapje zijn weleerw. den herdersstaf aanbood. Nu bewoog zich een waarlijk statige processie kerkwaarts: aan ‘t hoofd van den stoet de ruiters, dan de schooljeugd vervolgens de vrouwen, daarna de harmonie, de zangsocieteit en de schutterij en eindelijk een groot aantal bruidjes in ’t wit, die den nieuwen herder onmiddellijk voorafgingen. Deze werd omringd door een groote schare geestelijken, terwijl een lange rij van mannen den stoet sloot. 

Onder muziek en zang toog men nu ter kerke, alwaar een engelachtig bruidje onder passende aanspraak den herder den sleutel aanbood. Ook de weleerw. heer kapelaan hield hier in kernachtige taal eene aanspraak tot den nieuwen herder. Tot tekst had hij gekozen „Hosanna qui venit in nomina Domine“: Gezegend Hij  die komt in den naam des Heeren. In hartelijke woorden heette hij den nieuwen herder welkom te midden zijner kudde, wees hem op het edele, het verhevene zijner schoone roeping, en besloot zijn uit ’t hart gevloeide rede met de woorden: wees der armen vriend, der ouderen steun, der kinderen vader, wees alles voor allen ter liefde Gods! 

Bewogen en met eene van aandoening trillende stem, dankte de nieuwe herder voor de gevoelvolle woorden.  Met genoegen zoo sprak hij zal ik mijne zwakke krachten offeren, om met Gods hulp voor het heil der zielen in deze parochie werkzaam te zijn. Nu begon de plechtigheid in de kerk, waar de ceremoniën verricht werden door den hoogeerw. heer pastoor-deken van  Kerkrade. Geassisteerd door vier zonen der parochie, droeg nu de nieuwe herder het H. Misoffer op. Na het Evangelie beklom de eerw. heer deken van Kerkrade den preekstoel en schilderde met de hem eigen welsprekendheid, den priester als den gezant Gods in  ’t rijk van Christus op aarde, met de macht bekleed, de  zielen te leiden, de waarheid te leeren en de genaden van den heiligen Godsdienst uit te deelen. 
Na de H. Mis werd de zeereerw. heer Van Wersch  door de harmonie naar de pastorie begeleid, alwaar  zijn eerw. de talrijke gasten aan een deftig feestmaal  vereenigde.
’s Namiddags te 3 uur werd den nieuwen herder nog door de harmonie, het kerkkoor en de schutterij eene serenade gebracht, waarmee de feestelijkheden besloten werden. Waarlijk, voor ons dorp was dit feest, dat in de beste orde afliep, stichtend en legde getuigenis af zoowel van den godsdienstigen vromen zin der inwoners als voor de oprechte achting en liefde, die zij den priester toedragen. Met recht mocht de nieuwe herder dan ook in zijne aanspraak zijn nieuwe parochianen reeds zijn vrienden noemen.  Nooit zal voor Spekholzerheide deze dag in vergetelheid raken; hij was zoowel voor den nieuwen  herder als voor de heele parochie een ware vreugde-  en feestdag. 

Gelijk in 1894 gaf hij opdracht om te kerk de polychromeren. De rekening werd via collectes en vrijwillige bijdragen betaald. Jacques tekende deze opdracht met:

jac van wersch 1894

Uitbreiding kerk

Al snel na zijn benoeming tot pastoor in Spekholzerheide wilde hij de kerk een rijker, waardiger aanzien geven en gaf in 1894 een kunstenaar opdracht alvast te beginnen met het polychomeren van de muren en de beelden. In het begin deed de kunstenaar dat gratis. Toen de journalist in 1896 terugkeerde zag hij een rijkversierde kerk. De schilder wad J. Esser en het ontwerp was van Heimersdorf die ook in Aken de kerk versierd had.

In 1897 schonk een goede katholiek de kerk een derde klok. De kerk bezat er twee, waarvan er een kapot was. Dit cadeau was voor Jac. van Wersch aanleiding om twee nieuwe klokken te bestellen. Dat deed hij in Duitsland bij de firma Petit en bij de firma Edelbroek.  Na aflevering kregen de drie klokken de namen: Rochus, Martinus en Maria.

Tijdens de gemeenteraadsvergadering van augustus 1907 vroeg het kerkbestuur van de St. Martinus een subsidie aan voor de vergroting van de kerk. Het plan was dat zij in het najaar van 1907 met de vergroting  wilden beginnen. In de vergadering van september 1907 kreeg het kerkbestuur een subsidie van ƒ 10.000. Lang niet genoeg dacht het bestuur want in januari 1908 vroeg zij ook subsidie aan bij de gemeente Heerlen.

Maar al jaren eerder waren er plannen voor de vergroting. In november 1905 werd al gezegd dat door de uitbreiding in bewoners, voornamelijk door de industrie (mijnbouw) de bevolking sterk groeide. Pastoor Jacques van Wersch had inmiddels al 2309 mark binnen. De mijn Willem-Sofia schonk ook nog eens ƒ 250.
December 1907 was het zover dat architect Nis. Ramakers uit Sittard de aanbesteding uitschreef voor het bouwen van een transept met koor, torentjes, en sacristie en het restaureren van het bestaande gedeelte. 
Ramakers had als diverse huizen, maar ook kerken en kloosters ontworpen. In 1907 had hij net het klooster van de zusters van Goddelijke Voorzienigheid verbouwd. Deze zusters waren door pastoor van Wersch vanuit het Duitse Munster naar Spekholzerheide gehaald. Deze acht zusters vestigden zich in het voormalige huis van het hoofd van de school W. van de Weijer. In 1911 stichtten de zusters de meisjesschool en in 1912 werd een nieuwe school gebouwd.

Architect Ramakers was voor pastoor Van Wersch de aangewezen architect. Het bestek voor de verbouwing van de kerk dat Ramakers schreef was 24 pagina’s dik op A5 formaat. Als titel droeg het bestek: voor het bouwen van een transept met priesterkoor, torentjes, sacristijen en het restaureeren en vernieuwen van het bestaande gedeelte.

Pastoor Van Wersch ondertekende dit bestek op 9 januari 1908.  Ramakers bereidde zich uitstekend voor op de plannen voor de kerk. Zo maakte hij reisjes naar Luik, Roermond, Maastricht, St. Odilienberg en Aken om daar de Romaanse kerken te bekijken. Op de eindafrekening schreef hij hiervoor ƒ 69,80 totaal op.
Er werd een aanbesteding uitgeschreven waaraan negen aannemers intekenden. De laagste was Cornelis. Duijkers (ƒ 33.024,-) die al meer in deze gemeente gebouwd had.

ontwerp-kerk
Het ontwerp van de architect

Het oude priesterkoor werd vervangen door een nieuwe koorpartij met torens en een dwarsschip met galerijen toegevoegd. Het middenschip en de toren, die verhoogd werd,  kregen een neoromaans uiterlijk.

martinuskerk
De kerk anno nu

Op 7 juli 1910 ontving pastoor Van Wersch de rekening van de architect en van de aannemer. De architect rekende ƒ 58.100 en de aannemer vroeg ƒ 39.646,54. Ook toen hielden ze aannemers zich niet aan de begroting. De opvolger van Van Wersch, pastoor Jongen, ontving in augustus 1911 een brief van de architect om de laatste betalingen te doen aan de aannemer.

kerk-voor-verbouw-2Hoe de kerk parochie destijds aan het geld kwam is ondanks onderzoek, niet duidelijk geworden. Uit de jaarrekening van 1899 bleek dat de parochie dat jaar een batig saldo had van ƒ 9,40. De uitgaven waren ƒ 3586,15 en de inkomsten waren 35.76,75.
Weliswaar ontving de parochie ƒ 950,- subsidie van de Gedeputeerde Staten van Limburg en de gemeente Heerlen ƒ. 250,- Waarschijnlijk waren het giften van zijn ouders en van de inwoners van de parochie die voor het geld zorgden.

In de buitenkant van het nieuwe priesterkoor werd, toen alles binnen enkele maanden af was, een herinneringssteen gemetseld met het jaar MCMVIII (= 1908) erin.

herdenkingssteen spekholzerheide
In april 1908, tijdens alle perikelen rondom de nieuwbouw was hij vaak van huis. Zodoende konden inbrekers hun slag slaan. In de krant van 15 april 1908 stond dan ook het volgende bericht:
Inbrekers in Limburg.
In de woning van den Eerw. heer Pastoor van Wersch te Spekholzerheide is inbraak met diefstal gepleegd. De dief is in den tuin gekomen en heeft toen een glasruit vernield en is zoo naar binnen gegaan. Vermist werden uit een lessenaar 7 Mark aan Duitsch zilvergeld, 3 gulden en 2 mark aan grosschen, verder nog twee kistjes sigaren van 100. De marechaussees deden onderzoek; Van dader geen spoor.

Jac van Wersch was ook betrokken met de vergroting van de kerk in Rimburg. De krant schreef op 22 maart 1900:

RIMBURG, 20 Maart. Tegelijk met het patroonfeest dezer parochie werd gisteren alhier op feestelijke wijze de eerste steen gelegd voor de vergrooting der Kerk. Tot omstreeks 1830 maakte Rimburg deel uit van de parochie Eigelshoven. Van dien tijd af tot 1850 ongeveer was het een rectoraat en daarna tot parochie verheven. De Kerk en de School benevens aangrenzende bezittingen waarvan het vruchtgebruik bestemd was voor den tijdelijken pastoor en onderwijzer, werden destijds geschonken door Fräulein Sophia Von Böhmer.

Afwisselend was de stroom uit de naburige grensdorpen tot deze kerk nu eens meer, dan minder sterk. Na den cultuurkamp echter, toen er aan gene zijde der grens bijna in elke parochie een priester ontbrak, ja enkele kerken er in ’t geheel geen hadden, kwamen steeds meer bezoekers. De grenshandel in ’t klein is er thans niet vreemd aan, dat de toeloop van de Duitsche parochiën buitengewoon groot is. Zoo is op ’t oogenblik de in 1725 gestichte Kerk te klein geworden en zal nu naar de plannen van den bekenden architect J. van Groenendael te Hilversum vergroot worden. Naar aanleiding van dit heuglijk feit vierde men hier gisteren feest. Omstreeks 3 uur namiddag zette zich een stoet in beweging, bestaande uit: de schoolkinderen jonge dochters, die het hunne gedaan hadden tot versiering der kerk, plaatselijke vereenigingen, bruidjes en koorknapen, de hemeldragers met den versierden steen, die de oorkonde zal bewaren, de geestelijkheid, gevolgd door de ingezetenen en tal van belangstellenden uit de buurt.

In geregelden optocht wordt de steen door de heele parochie ter Kerk gebracht. Na een plechtig lof bestijgt de WEerw. Heer Van Wersch, pastoor te Spekholzerheide, den kansel en schetst in zinrijke woorden de beteekenis der Kerk als huis God, als ons huis, ais huis der gebeds, als offertempel, als huis der genade en des zegens, als huis der geestelijke voeding, als altaar, der verzoening met God.
De gewijde spreker eindigt met een oproep aan al de aanwezigen gericht, om ook het offer der liefde te brengen tot het instandhouden en versieren van Gods tempel.

Daarna volgt de ceremonie der steenlegging door den Weleerw. heer Pastoor der parochie, geassisteerd door een tiental geestelijken uit de naaste parochiën aan beide zijden der grens.

Een paar maanden voor zijn overlijden in december 1910, gaf hij nog de opdracht om de leidingen voor het elektrisch licht aan te leggen.

Zusters van Liefde

Hij was het die de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid naar Spekholzerheide riep en huurde de woning en de afgekeurde school van de gemeente. Hier werden de zusters en de meisjes ondergebracht.

De pastoor probeerde de zogenaamde Graverweide te kopen voor het aanleggen van het nieuwe kerkhof. Het oude kerkhof aan de noordzijde, in 1851 door deken Quodbach ingewijd, was te klein. De pastoor kocht toen enige terreinen aan de Klein-Graverstraat, die als kerkhof werden ingericht. De Graverweide behoorde aan Oscar Penners uit Luik. Daar deze Penners niet om geld verlegen was, wilde hij niet verkopen. Wil Kochen schijnt in de gemeenteraad nog veel moeite te hebben gedaan om dit kerkhof uit de kom te doen verdwijnen, hetgeen echter mislukte.
pastoor jan van wersch

Links is pastoor Neujean, de tweede is A.J. Deutz, de derde is Jacques van Wersch en rechts is zijn vriend Jan Alberdingk.

Schrijver

Duits was de voertaal in die tijd in deze Limburgse streken. Er werd in het Duits les gegeven en vaak was de mis ook in het Duits. Decaan Deutz en pastoor Van Wersch schreven samen enkele boeken waaronder Wegweiser für die Jugend und Heil im Gebet. Ook leverde hij bijdragen voor het wekelijkse Kerkraads tijdschrift  Kerkraadse Die Christliche Familie. Sonntagsblatt zur religiösen Belehrung und Unterhaltung für das Katholische Volk. Dit werd in Kerkrade vanuit de Lambertusparochie tussen 1898 tot 1934 uitgegeven door Nicolaas Alberts, drukker in Kerkrade. Het blad verscheen in de parochies Kerkrade, Spekholzerheide, St. Pietersrade en Bleijerheide.

jacques van wersch

Hij bleef hier tot zijn dood op 31 december 1910 pastoor. Hier was hij ook erevoorzitter van de harmonie Sinte Caecilia van Spekholzerheide.
In oktober 1910 werd in Roermond het H. Familie Congres gehouden met als doel middelen te beramen om deze godsdienstige mannenvereeniging meer en meer in bloei te doen toenemen en te verbreiden, schreef de krant. Jacques Van Wersch maakte deel uit van het ere-comité, waar ook zijn vriend Menten in zat.

Hij schreef of vertaalde:

  • Wesen, Zweck und Uebung der Andacht zum hh. Herzen Jesu: kurzgefasste Belehrungen nebst den gebräuchlichsten Gebeten aus den besten Quellen (Aken, 1889),
  • Das heilige Messopfer in seiner Wesenheit und in seiner Feier (Le Roux, Strassburg, 1895),
  • Heil im Gebete: ein Büchlein der nöthigsten Belehrungen und Gebete (Alberts, 1888),
  • Priesterliche Betrachtungen über die Messe eines jeden Tages. vertaling: vijf delen (Le Roux, Strassburg, 1896),
  • Wer is Sankt Joseph (Roermond 1890.

Toen het boekje Das Heilige Messopfer in seiner Wesenheit und in seiner Feier in 1895 verscheen, schreef de Limburger Koerier daar een boekbeoordeeling over:

Dat niet-Katholieken van het wezen der ceremonies der H. Mis niet het minste begrip hebben, is hun niet kwalijk te nemen, zoolang althans ze het verstand hebben daarover te zwijgen. Erger is het evenwel, dat hun, wien het Mis-hooren ten christenplicht is, zoo dikwijls inzicht en bevatting ontbreekt van de hoogheilige handeling, waarbij ze tegenwoordig zijn. Het is voor velen een werktuigelijk aanwezig zijn, zonder dat zij in den geest den gang volgen van het onbloedige offer, dat voor hun oogen voltrokken wordt.
Pastoor van Wersch heeft een zeer verdienstelijk werk gedaan met de uitgave van bovengemeld boekje Logischer, bevattelijker, klaarder en aantrekkelijker bestaat er over dit onderwerp geen. De beteekenis der H. Offerande zoowel als de zin der verschillende opeenvolgende ceremonies is uitgelegd met een helderheid, die pakt, en met een zegtrant, die boeit.
Het eerste gedeelte is gewijd aan het H. Misoffer in zijn wezen. Daarin worden behandeld het offer in het algemeen, het offer des Ouden Verbonds, het kruisoffer en ten slotte het Mis-offer als cultus-plechtigheid van den eeredienst met zijn veelvoudig doel en zijn onschatbare vruchten.

Het tweede gedeelte beschouwt meer den uiterlijken vorm, de plaats des offers, het altaar, de uiterlijke gewaden, met hare symbolische beteekenis en de verschillende onderafdeelingen der H. Mis.
Het zou moeielijk vallen, een enkel hoofdstukje ten voorbeeld hier uit te kiezen. Zij zijn alle even belangrijk van inhoud en even aantrekkelijk behandeld. Ook de ontwikkelde lezer kan er zijn nut mede doen; en het bij wonen der Heilige Mis zal na de lezing voor hem een bekoorlijkheid te meer krijgen, omdat hij zich rekenschap geven kan van veel, wat hem vroeger koud liet en wat hij onwetend beschouwde als uiterlijke doellooze handeling.

Dat het boekje in het Duitsch geschreven is, mag sommigen weerhouden van de aanschaffing. Voor meer ontwikkelden zal de vreemde taal geen hinderpaal zijn. Een vertaling in het nederlandsch zou voor ons katholiek volk een weldaad wezen.
Het oorspronkelijke is een keurig boekdeeltje van 340 blz. en kost in prachtbandje slechts 90 cent.

bron: Limburger Koerier 26 oktober 1895

1898, 25-jarig priesterjubileum

Jac van Wersch vierde zijn 25-jarig priesterjubileum:

KERKRADE, 29 Maart.
Heden viert een der meest geachte ingezetenen onzer gemeente een zoo al niet zeer zeldzaam, dan toch heuglijk jubelfeest. De weleerw. heer Jac. J. Van Wersch, pastoor van Spekholzerheide, herdenkt heden den dag, waarop hij voor 25 jaren door wijlen Mgr. J. A. Paredis te Roermond tot priester werd gewijd. Niet minder dan twintig jaren van zijne priesterlijke loopbaan bracht de jubilaris als kapelaan door in ons midden, tot hij in 1893 wel van standplaats veranderde door zijne verplaatsing naar de hem thans toevertrouwde parochie, doch niettemin inwoner onzer gemeente bleef. De jaren van zijn verblijf en zijn werken in Kerkrade hebben hem hier zooveel vrienden als inwoners gemaakt. Aan blijken van belangstelling, vriendschap en hoogachting heeft het den gevierden
jubelpriester heden dan ook niet ontbroken. Wegens den Vastentijd moet natuurlijk de openbare feestviering achterwege blijven; doch menige wensch en menige bede werd voor den waardigen priester gevormd en ten Hemel geslierd. Moge de weleerw. heer Van Wersch nog lange jaren in krachtige gezondheid zich kunnen wijden aan zijn zoo verdienstelijken werkkring. Dat is de wensch niet alleen zijner parochianen, maar ook van geheel Kerkrade.

25 jarige priesterjubileumKerknieuws.  Spekholzerheide, 2 April.
Donderdag jl. werd het 25-jarig priesterschap van onzen eerw. heer pastoor J. Van Wersch op plechtige wijze kerkelijk gevierd. Op uitdrukkelijk verlangen van den jubilaris zou deze dag zonder eenige publieke feestelijkheid voorbijgaan. Een menigte vromen waren van heinde en verre gekomen om de plechtige hoogmis bij te wonen, die de jubilaris op dezen schoonen dag uit dankbaarheid ging opdragen. De zeereerw. heer Zaunbrecbers en de weleerw. heeren gebr. Keybets, allen van Spekholzerheide,  assisteerden hem bij de H. Mis. Ook waren nog een aantal priesters uit het dekenaat Kerkrade aanwezig om aan het feest luister bij te zetten. De zeereerw.  heer J. Deutz, pastoor-deken van Kerkrade, hield de feestrede, waarin hij in schoone taal de waarde en de  grootheid van het H. Misoffer schetste. Met zijn bekende welsprekendheid verklaarde hij ons, dat enkel de priester geroepen is cm dit verheven en grootsche offer op te dragen. Eenieder was getroffen door de schoone woorden van den redenaar. 

Zonder eenige publieke feestviering verliep dan verder deze dag. Jammer genoeg. Gaarne had men van dezen jubeldag een feestdag gemaakt. Immers de trouwe parochianen hadden redenen genoeg om blijken van belangstelling en dankbaarheid te uiten. In de vijf jaren van zijn verblijf alhier heeft zijn eerw. zich door zijn onvermoeid en ijverig werken aller harten gewonnen. De rijke polychromeering van deze kerk, het aanschaffen van een drietal kostbare klokken en nu op den jubeldag het verrijken der kerk met een nieuw torenuurwerk, waarlijk, dat reeds zijn bewijzen genoeg van den ijver dezes priesters en de aanhankelijkheid en getrouwheid, waarmee de parochianen hunnen herder geldelijk steunen. Ook de armen werden op dezen dag niet vergeten; ieder behoeftige, die zich ter pastorie vervoegde, viel een bijzondere gave ten deel. 

’t Is zeker de wensch van alle parochianen, dat het den beminden herder gegeven zij, eenmaal het gouden feest te vieren, opdat hij nog lang kunne werken voor het heil der zielen. De liefde, de trouw, de steun zijner parochianen blijft hem verzekerd. 

bron: Limburger Koerier 2 april 1898

Een jaar later overleed zijn moeder Anna Maria Lumey,  geboren in het Duitse Orsbach op 9 augustus 1819 en overleden in Simpelveld op 17 april 1899.overlijden moeder

Overlijden

Jacques van Wersch overleed eind december 1910. Hij werd 62 jaar. De krant wijdde het volgende artikel aan hem:

pastoor-jac-de-tijd-3-jan-1Pastoor van Wersch.

Zaterdagavond overleed te Spekholzerheide plotseling en onverwacht de Z.E. Heer J.J. van Wersch. De overledene die zich sedert eenige dagen reeds onwel gevoelde, had zaterdag zijn gewone herderlijke bezigheden verricht. Des avonds voelde hij zich echter weer onwel en dit aan verkoudheid toeschrijvende begaf hij zich ter ruste.
Na eenige oogenblikken liet hij echter den Eerw. Heer kapelaan ontbieden. Deze verklarende dat hij zijn einde voelde naderen en dezen verzoekende hem de H.H. Sacramenten der stervenden toe te dienen. En nadat de kapelaan aan den wensch van Z.E. had voldaan overviel de pastoor eene bloedspuwing, waaraan hij onmiddelijk overleed.
Jan Jacob Van Wersch, in het jaar 1848 te Simpelveld geboren, volbracht zijne studiën te Rolduc en in het Groot Seminarie te Roermond, en werd aldaar in 1873 tot priester gewijd. In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot kapelaan te Kerkrade, alwaar hij 20 achtereenvolgende jaren bleef totdat Z.D.H. de Bisschop hem in 1893 benoemde tot pastoor te Spekholzerheide, alwaar hij meer dan 17 jaren als zieleherder werkzaam was.
Zijne parochie was hem alles en nog in 1908 begon hij aan de uitbreiding der parochiekerk. Wat hij daar in korten tijd heeft weten tot stand te brengen dwingt bewondering af.
In de lange jaren zijner rustelooze werkzaamheden heeft hij zich de liefde, de toegenegenheid en aanhankelijkheid zijner parochianen en oud-parochianen in zoo groote mate weten te verwerven dat aan zijne bare niet alleen zijne parochiekinderen treuren maar geheel Kerkrade mede deelneemt aan den rouw over het verlies van den overleden priester. Ja priester met hart en ziel, ijverig zielzorger, godvruchtig herder, uitstekend predikant eenvoudig en innemend vriend en raadgever, dat waren de hoedanigheden, die in pastoor Van Wersch vereenigd waren, en hem stormenderhand de harten zijner parochianen deed verwerven.

Daarbij was hij een man van buitengewone gaven van geest en verstand. In de vraagstukken van onzen tijd toonde hij een diep doorzicht en gezond redeneerend verstand en vaak hebben wij ons aan zijnen aangenamen zakelijken maar tevens krachtigen betoogtrant vermeid, wanneer hij op de hem eigene hartelijke wijze ons jongeren, meer strijdlustigen den toom trachtte aan te leggen voor wat hij meende, dat de door ons voorgestane zaak zoude schaden. Steeds eenvoudig, steeds hartelijk, steeds vriendelijk en innemend was hij in zijn omgang met allen, en zelfs daar waar te laken en te berispen was, daar verliet hem zijne aangeboren goedheid niet en zijne berisping klonk steeds meer als vaderlijke vermaning dan als rechterlijke terechtwijzing.
In den tijd, toen zijne herderlijke werkzaamheden nog niet dien omvang hadden aangenomen welke de groote uitbreiding der parochie heeft gebracht, zijn nog verschillende kleinere werkjes van zijne hand verschenen (o.a. Uitleg der Heilige Handelingen bij het H. Misoffer) terwijl hij lange jaren een zeer gewaardeerd medewerker was van de Geilenkirchener Zeitung.
Moge hij thans hierboven reeds het loon ontvangen voor zijne rustelooze werkzaamheden en zijn welbesteed godvruchtig leven.
Hij ruste in vrede.

bron: tekst Limburger Koerier 3 januari 1911

bidprentje voor

jacobus-de-tijd-4-jan-1911

Een andere krant schreef een artikel waarin meer stond over de persoon Jacques van Wersch

Het luidde:

Spekholzerheide
Pastoor J. van Wersch †

Onverwachts “gelijk de dief in den nacht” werd onze dierbare en onvergetelijke pastoor uit dit leven geroepen.

Na Zaterdagavond j.l. nog tot ruim 7 uur in de kerk biecht gehoord te hebben, begaf hij zich ter pastorie en daar hij zich eenigszins onwel gevoelde, ging hij omtrent acht uur ter ruste. Nauwelijks was hij op zijn kamer toen de bel klonk. Toen men vroeg wat hij wenschte, sprak hij “haal spoedig den eerw. Heer kapelaan., de Heer roept mij.” en werkelijk, na voorzien te zijn van de H.H. Sacrament, gaf hij kalm onder het prevelen van een schietgebed den geest.

latere-leeftijdWat de parochie in pastoor van Wersch verliest weet men n Kerkrade waar hij als kapelaan werkzaam was en in Spekholserheide. Hij was het leven, de ziel zijner parochianen. Zijn reine levenswandel, zijn oprecht karakter,, zijn gepast ernst en luim hadden ons zoo innig aan hem verbonden dat wij hem nooit zullen vergeten.

Helaas, te vroeg had eene slepende ziekte hem overmeesterd, doch niettegenstaande bleef hij werken tot het uiterste. Een leven heeft hij geleid dat van alle krachten en gaven de volle inspanning vroeg; een leven, dat geen rust kende en geen verpoosing, dan waar zijn zwak gestel onthouding gebood; een leven dat niet wenschte te rusten, maar steeds om meerder arbeid zocht voor het heil zijner hm toevertrouwde kudde; een leven dat niet geleefd werd voor zich zelve of te eigen bate, maar dat werd geleid en bezield door den geest der zelfverloochening en zelfopoffering.

Wie pastoor Van Wersch in de kerk zag, aanschouwde een priester in den waren zin des woords. Zijn overtuiging zijn vast geloof, sprak uit zijn kerkelijken dienst. In de cathechismusles was hij een leraar, die de kinderen wist te boeien, te overtuigen meer te sleepen, en op den kansel sprak hij met groot talent; hier was hij eigenlijk op zijn plaats, wanneer hij het woord Gods verkondigde.

Als een geleerd priester en een goed prediker stond hij bekend, wat trouwens ook uit zijn geschriften blijkt.
Aan het ziekbed liet hij zich niet roepen maar verscheen hij herhaaldelijk uit eigen drang, ouden van dagen ging hij opzoeken, troostte hen en werd hun vriend. Wie zal zeggen hoeveel verheffing van levenskost, hoeveel verhooging van levensgeluk aan duizenden in den loop der jaren zijn gezegende verschijning heeft gebracht.

En kwam men op de pastorie steeds vond men hem bezig aan zijn schrijftafel.

Te vroeg werd hij dan ook op oudejaarsavond, na nog zijn vrienden bezocht, en hun een zalig nieuwjaar toegewenscht te hebben aan ons ontnomen. Lang heeft hij gesukkeld het was alsof deze heilige zich niet scheiden kon van het sinds lang gesloopte lichaam, maar nog steeds en overal waar de priester moest zijn, daar was pastoor Van Wersch.

Pastoor J. v. Wersch werd geboren te Simpelveld den 15 maart 1848. Hij studeerde te Rolduc  en te Roermond waar hij in 1873 werd priester gewijd. Daarna was hij 20 jaar lang met veel vrucht als kapelaan te Kerkrade werkzaam, tot hij in 1893 benoemd werd tot herder alhier.

Veel heeft hij in de jaren van zijn werkzaamheid alhier tot stand gebracht. Aan hem danken we oa. de vergrooting onzer kerk, noodzakelijk geworden door het steeds toenemen der bevolking. Door zijn ijverige bemoeiingen werd onlangs de  bijzondere meisjesschool geopend.

Rusteloos streefde hij er naar, zijn parochianen onzen schoonen godsdienst  meer en meer te doen kennen en beminnen. Dat hij niet te vergeefs arbeidde, bewijst de godsdienstige geest die nog altijd hier heerscht ondanks de uitbreiding der industrie.

Met de woorden op de lippen: “ik kan niet meer, de Heer roept mij,” viel hij neer, midden in zijn vollen werkzaamheden.

God geve hem nu de eeuwige rust!

Een andere krant beschreef zijn uitvaart. Een goed beeld hoe een priester in die tijd vereerd werd.

Spekholzerheide.
Begrafenis van pastoor Van Wersch  †

In ons klein, eenvoudig dorp bewoog zich Donderdag een stoet, grootsch, indrukwekkend, maar tevens diep treurig. Een stoet zoals men zelden misschien in groote steden aanschouwt.

krantenbericht-1910Groot was de deelname, talrijk waren de kransen, die op de lijkbaar hingen. Niet alleen verscheidene Kamerleden, maar ook Mgr.Drehmanns en de Kardinaal, Aartsbisschop van Keulen Mgr. Dr. Fisscher hadden bewijzen van deelneming gezonden. Zeker bewijzen genoeg, dat de  overledene in hoog aanzien stond, bij hoog en laag, bij geleerden zoowel als bij den minste zijner parochianen. Wij willen dan ook niet meer uitweiden over zijn groots begaafdheden waardoor hij zich zoovele en verlerlei vrienden verwierf, reeds genoeg is hiervan in dit blad gezegd.

Van heinde en verre waren nu deze vrienden samen gestroomd om den overledene de laatste eer te bewijzen, om hem grafwaarts te begeleiden.

Omtrent 10 uur was de lijkstoet gevormd, bestaande uit de schooljeugd en een twintigtal bruidjes in ’t wit met bloemen en kransen, gevolgd door al de plaatselijke vereenigingen met hare vaandels. Twee muziekcorpsen, de harmonie St. Caecilia en het mijnwerkersmuziekcorps van Staatsmijn Wilhelmina in uniform speelden treurmuziek. Achter den lijkwagen volgde een 45-tal priesters, waarna familie een eene groote schare volks.

Zoo werd het lijk ter kerk gebracht, die voor deze plechtigheid met zwaar rouwfloers behangen was, en waarin bij de electr. lampen, nog honderde kaarsen brandden.

Nadat het lijk midden in de kerk geplaatst was, waaromheen zich al de vereenigingen plaatsten, werd de plechtige lijkmis opgedragen door den z.eerw. heer den deken  van Kerkrade, geassisteerd door den z.eerw. heer deken van Heerlen, en de eerw.h.h. pastoors van Bocholtz en Schaesberg. Al de andere heeren  geestelijken hadden op het kerkkoor plaats genomen en zongen de mis.
Nadat  deze geëindigd was, beklom de hoogeerw. heer Mgr. Mentzen het preekstoelgedeelte en schetste in gloedvolle en de hem zoo eigen schoone beeldrijke taal, den levensloop van Joh. Jac. Van Wersch.
Hij, de gevierde redenaar had hem gekend als jongeling als student in Rolduc, hij was zijn leeraar geweest, en toen hij priester was, had hij hem in zijn werken gadegeslagen.  Hij kon dus ook naar waarheid een beeld van den overledene schetsen..

En dat deed hij. Hij schetste dezen braven priester als leeraar der kinderen, als vriend der armen en trooster der zieken en ouden van dagen. Hij was een echt priester, zeide de redenaar d.w.z.  een man Gods en een man des volks. Alle aanwezigen kunnen dit getuigen, ja zelfs de muren van dit zoo prachtige kerkgebouw getuigen van die waarheid, door zijn priesterlijken ijver, is dit gebouw tot stand gekomen.

In de harten zijner parochianen heeft hij zich het schoonste gedenkteeken opgericht. Hij was een goed priester. Goed in elke beteekenis, maar vooral in den zin van hartelijk, van liefdadig en hulp vaardig voor iedereen. Het hooge loon voor zijn werken en streeven zal hem dan ook zeker reeds zijn ten deel gevallen. Moge hij ruste in vrede.
Groot was de ontroering, die de woorden van den eminenten spreker wekten.

Na afloop der kerkelijke plechtigheden trok de stoet in dezelfde volgorde naar ’t kerkhof, alwaar de kerkelijke inzegening plaats had.

Nadat het kerkelijk zangkoor een treurlied gezongen, de muziekcorpsen nog eenige choralen hadden doen weerklinken, sprak bij het graf de heer Van de Weyer, hoofd der school, namens de onderwijzers een woord van dank, en schetste in ’t kort al wat pastoor Van Wersch voor het onderwijs gedaan had, vooral wees spreker erop, dat de nieuwe bijzondere school der eerw. Zusters alleen door zijn toedoen en initiatief tot stand gekomen is.

Een neef van den overledene dankte al de aanwezigen voor de belangstelling en de eer den overledene heden bewezen.

Hiermede nam de droevige plechtigheid een einde.

Het is inderdaad eene droeve en verbijsterende waarheid,. Dat de herdersplaats die nu ledig staat, voorshands niet gemakkelijk door zulk eene kracht zal ingenomen worden. Er is een talent ten grave gegaan, een talent dat juist nu in den tegenwoordige tijd te Spekholzerheide op zijn plaats was.

Moge God, die deze priester de kracht en het vermogen gaf zooveel goeds te verrichten, hem loonen voor de wijze waarop hij zijn talenten heeft besteed in Zijn dienst, tot heil der evennaasten.

Dat hij ruste in vrede!

grafgraf-detail

 

 

 

 

 

 

 

 

Pastoor Jac. van Wersch ligt nog steeds begraven op het kerkhof aan de Van de Weijerstraat in Kerkrade-Spekholzerheide. In dit graf liggen nog twee andere pastoors van Spekholzerheide:

Pastoor Tummers, herder tussen 1930-1932 en pastoor Grooten, herder tusssen 1949-1964. Respectievelijk de zesde en de achtste pastoor waar Jac van Wersch de derde pastoor was.

Het Roomsch-Katholieke dagblad De Tijd uit Amsterdam schreef over zijn overlijden het volgende:

KERKNIEUWS.
Pastoor Van Wersch.  

Zaterdagavond overleed, voorzien van de laatste   H.H. Sacramenten, in den ouderdom van 63 jaren,   de Zeereerw. heer Joh. Jac. Hub. van Wersch,   pastoor te Spekholzerheide. De overledene was  een algemeen geacht, een werkelijk hoogstaand  priester, die alleen door den ongunstigen toestand   van zijn gezondheid belet werd, om zijn talenten en zijn toewijding in zóó ruimen kring vruchtbaar te maken, als hem steeds werd toegedacht en toegewenscht. Enkele kleine ascetische werkjes getuigen van zijn bekende godsvrucht, gepaard   met een helder inzicht en grooten studielast.

Aan den laatste kon hij evenwel weinig voldoening   geven, omdat hij het grootste deel van zijn priesterlijk leven sleet te midden van de mijnwerkersbevolking te Kerkrath. Wanneer de Kerkrathsche   mijnwerkers nog steeds in den roep staan van in godsdienstig-zedelijk opzicht boven de meesten   hunner vakgenooten uit te munten, Is dit niet het   minst aan den onverdroten priesterlijken ijver van den zoo beminden kapelaan Van Wersch te danken, die geheel opging in de zielzorg en den dienst van den arbeider en de armen.  

Men schrijft ons nog: Slechts enkele dagen leed Zijneerw. aan eene verkoudheid, en niemand kon vermoeden, dat de dood zoo spoedig een einde   zou maken aan het welbestede priesterleven van pastoor Van Wersch. Den geheelen Zaterdag had   hij nog zijne ambtsplichten vervuld, ‘s avonds   gevoelde hij zich vrij ziek; op zijn verlangen diende de kapelaan der parochie den herder de   H.H. Sacramenten der Stervenden toe. Spoedig   daarna kreeg Zijneerw. eene bloedspuwing, die plotseling den dood ten gevolge had. Groot is de verslagenheid, die in de parochie heerscht; want Pastoor Van Wersch was een herder, die zijne schapen met wijs beleid hoedde.

Veel   heeft hij gedaan tot verfraaiing van Gods Huis. Pastoor Van Wersch was bovendien een bekend redenaar, een vriend en raadgever voor allen; met raad en daad stond hij bij, waar zijne hulp en zijn steun werden gevraagd.   Ruim 17 jaren stond hij aan het hoofd eener belangrijke, zich steeds uitbreidende parochie in   de mijnstreek. Van 1873 — het jaar zijner priesterwijding — tot 1893 was hij als kapelaan te Kerkrade werkzaam, waar hij niet minder door   zijn voorbeeldigen ijver en vele en velerlei deugden zich de achting en genegenheid der parochianen had weten te verwerven, van de hand van Pastoor Wersch zijn enkele kleinere werken verschenen, terwijl hij zijne welversneden pen in dienst der   journalistiek stelde. In enkele Duitsche bladen verschenen geregeld artikelen van den overledene.  

Hij ruste in vrede.  

Het kerkbestuur van de kerk vergaderde in februari 1911 weer voor de eerste keer. Toen was namelijk de nieuwe pastoor P. Jongen bekend en geïnstalleerd. In de notulen stond: De nieuwe voorzitter opent de vergadering, brengt in dankbare herinnering zijn hooggeschatten voorganger den Zeereerw. Heer J. van Wersch, die, nadat hij Gods huis hier op aarde heeft voltooid, als loon het eeuwige Jerusalem is binnengegaan.

Klik op een foto voor vergroting.

Op donderdag 19 januari 1911 verkochten de erven van de pastoor Jac. van Wersch alle aanwezige meubelen: als Eikenhouten salonameublement, bestaande uit colistafel, 12 stoelen en sopha, en salonkastje.
Verder piano, bibliotheek, secretaire, diverse kasten, colis- en andere tafels, rieten en houten stoelen, leuningstoelen, spiegels en schilderijen,
en kachels.
Vier ledikanten met toebehoor, lavabo, waschtafels en nachttafels, kleerkasten, badkuip.
Verder alle keukengerief als : stoelen, keukenkast, fornuis, glas, porcelein, ketels en andere keukengereedschappen, waschketel en al hetgeen
verder aanwezig zal zijn.

Brief van Van Oppen

Op 15 januari 1911 kwam een brief uit Meriden USA, ongeveer 60 km van Willimantic. De afzender is diaken A. van Oppen, een van de priesters die de begrafenisdienst van missionaris Arnold van Wersch in 1883 in Willimantic meecelebreerde.
Hij reageert hierin op het overlijden van Arnold’s broer, Johan Jacobus van Wersch, pastoor van Spekholzerheide die in 1910 overleden is.

diaken van Oppen diaken van Oppen
Werther Herr. Mit Bedauern habe ich die Todes Anzeige Ihres werthen Bruders, des hochw. Herrn Pfarrers erhalten. Ich bitte die Familie meinen innigsten Sympathie versichert zu sein. Hochachtend Rev. A. van Oppen.

De geadresseerde was J.L. van Wersch, de Simpelveldse oud-burgemeester Joseph Ludwig Hubert van Wersch, een oom Arnold en Johan Jacobus van Wersch.

Pastoor Jongen herdacht tijdens zijn eerste kerkbestuursvergadering zijn voorganger met de woorden: Aanwezig alle leden van het Kerkbestuur. De nieuwe Voorzitter opent de vergadering, brengt in dankbare herinnering zijn hooggeschatten voorganger den Zeereerw. Heer J. v. Wersch, die, nadat hij Gods huis hier op aarde had voltooid, als loon het eeuwig Jerusalem is binnengegaan.

hier voor pastoor Jacques van Wersch in de Simpelveldse Tak.

Een Stamgenoten website