Genealogische website Warsage

Op 9 april 1847 kocht Willem Gerard van Wers, geboren in 1802, de Gasteshof in Bocholtz van Jan Hubert Van Den Hoff, landbouwer in Bocholtz die met Maria Beckers getrouwd was.

 

Gerard en zijn gezin woonde al op de Gasteshof, maar dan als pachters, niet als landbouwer of boer, maar als kleermaker. Hij kon schrijven en ondertekende de geboorteakte van zijn zoon Andreas in 1838 met W: G: Van Wers. Gerard was in 1826 met Anna Hanssen getrouwd.

 

De koopakte van de Gasteshof is bewaard gebleven.

compareerde Jan Hubert Vanden Hofs, landbouwer, in huwelijk met Maria Mechtildis Beckers wonende te Bocholtz, aan ons notaris wel bekend dewelke verklaarde te hebben verkocht en mitsdien onder vrijwaring volgens de wet vrij van hijpotheken in vollen eigendom over te dragen aan en ten behoeve van den eerzamen Willem Gerard Van Wers, winkelier wonende te gezegd Bocholtz in huwelijk met Anna Elisabeth Hanssen aan ons notaris wel bekend dewelke mede comparerende in koop verklaarde aan te nemen:

Eene schuur met stalling, boomgaard en twee tuinen gelegen te meergenoemde Bocholtz, ter plaatse genaamd den Gastenhofs, reinende ter ene zijde Pieter Joseph Milles, ten andere de Straat, en hoofd de erfgenamen Leonard Ortmans.

 

Volgens de akte betrof het de kadasternummers B 1024, 1037 en 136 en 135, bij elkaar 21 roeden, 86 el. En hier maakte de notaris een schrijffout. Dit zal hieronder verder duidelijk blijken.

 

De koper betaalde de lands- en plaatselijke belastingen, totaal ƒ 470,- Hij tekende de akte met W.G. Van Wers.

Gerard had niet het hele bedrag beschikbaar en leende ƒ 240. Dit werd ook vastgelegde in een notariële akte. …compareerde De Eerzame Willem Gerard VanWersch, winkelier in huwelijk met Anna Elisabeth Hanssen, wonende te Bocholtz, aan ons notaris wel bekend. Dewelke verklaarde deugdelijk Schuldig te zijn aan den Wel Edelen Heer Jan Felix Ghijsens, ontvanger van S’rijks directe belastingen, woonachtig te gezegd Bocholtz.

Hij zou het bedrag binnen zes jaar terug moeten betalen met 5% interest. Deze rente moest jaarlijks op 19 april betaald worden. Was dat na een maand nog niet gebeurd, dan konden delen van de gestelde borg verkocht worden.

1e Onderpand

Als borg stelde Van Wersch onroerende goederen in Bocholtz te weten:

1: een schuur met stal, boomgaard en twee tuinen gelegen ter plaatse genaamd de Gasteshof B 1024, 1037, 136 en 135.

 

Op 7 oktober 1848…compareerde de Eerzame Willem Gerard Van Wersch winkelier, in huwelijk met Anna Elisabeth Hanssen, wonende te Bocholz, aan ons Notaris wel bekend dewelke verklaarde deugdelijk schuldig te zijn aan den Heer Pieter Alexander Henfling secretaris der gemeente Gulpen en zijne zwagerin Mejufvrouw Maria Gertrudis Theresia Ernst, meerderjarig ongehuwd, beide winkelier wonende te gezegd Gulpen.

 

Zij leenden een bedrag van ƒ 230,- aan Van Wersch.

 

De voornoemde van Wersch belooft de gezegde som van Twee Honderd dertig gulden aan genoemde schuldeischers te zullen terug geven in gereede muntspetien heden over tien Jaren en inmiddels daarvan intresten te zullen betalen gerekend tegen vijf ten Honderd s’jaars, welke Jaarlijks op den Zevenden October zullen moeten betaald worden ten woonhuize van de schuldeischers te Gulpen.

2e Onderpand

Als onderpand gaf hij

1: een huis in Bocholtz, voorheen een schuur met tuin B 1024. 135 en 136

2: een tuin voorheen een boomgaard B 137

Hij had dit onroerend goed in eigendom via de akte verleden voor notaris Nijst van 9 april 1847.

Als onderpand gaf hij weer dezelfde onroerende goederen die hij al eerder als borg had gesteld. Totaal had hij nu die ƒ 470 geleend, de koopprijs van het huis en land. Zo goed ging het dus niet als hij gedacht had.

 

En nu is het duidelijk dat de notaris in 1847 een schrijffout gemaakt had. In de akten had hij de kadasternummers opgenomen die Gerard gekocht had en als borg stelde. Hij schreef in de akte nummers op, maar in plaats van B 137 had hij B 1037 geschreven. En dat stuk grond lag aan de andere kant van Bocholtz, terwijl B 137 aansloot bij de andere stukken land van Gerard.

Blijkbaar kon hij als kleermaker niet genoeg verdienen om zijn gezin te onderhouden. Want in 1849 werd genoteerd dat hij in Bocholtz bakker was en zijn vrouw winkelierster. Zij woonden toen aan de Gasteshof 20.

 

Uiteindelijk moest hij beseffen dat hij de schuld nimmer zou kunnen terugbetalen, niet aan Gijsens en niet aan Henfling. Dus werd de Gasteshof te koop gezet. Wellicht door de eisers omdat Gerard niet aan zijn aflossingsplicht voldeed.

Verkoop

Gerard Van Wers verkocht de Gasteshof voor de helft in december 1849 aan de zussen Maria Catharina Josephina Ernst, getrouwd met Alexander Henfling, gemeentesecretaris van Gulpen en Maria Gertrudis Theresia Ernst, winkelierster in Gulpen. Catharina Ernst verkocht haar helft in januari 1851 aan haar zus. Het betrof de stukken 1024, 135, 136 en 137. Die hadden in 1851 inmiddels een hernummering ondergaan en waren kadasternummers 1247 en 1248. Zij verkocht vervolgens in juli 1852 deze twee stukken aan  het echtpaar Christiaan Dabekausen /Josepha Somer. Hij betaalde er ƒ 600 voor. En begon er een smederij.

In maart 1859 overleed zijn vrouw Anna Elisabeth Hanssen en Gerard bleef met hun dochter Maria op de Gastehof wonen, of zoals in de overlijdensakte van Anna Elisabeth Hanssen staat: op de Hof. Hij was geen bakker meer maar dagloner en 59 jaar oud. Hun oudste dochter trouwde, vreemd genoeg al in april 1859. Vreemd omdat ze een maand na het overlijden van haar moeder trouwde. Normaal stond er een “gesloten” periode van rouw voor. Na haar huwelijk verhuisde zij Margraten.

Gerard en zijn dochter Maria konden ook na de verkoop van het huis hier blijven wonen. Gerard overleed hier in 1875.

Waar lag de Gasthof?

In 1373 werd er al een kerk in Bocholtz vermeld. Hier werd de kapel van een gasthuis bedoeld dat gelegen was ter plaatse van de huidige pastorie en dat bestemd was voor de opvang van pelgrims die via Aken naar Santiago de Compostela trokken. Bocholtz ressorteerde tot 1794 onder de parochie Simpelveld. In 1803 kreeg de kapel van Bocholtz de status van parochiekerk. (bron: Meertensinstituut). De huidige pastorie werd in 1794 gebouwd.

 

Volgens de Bongard, van de Heemkundige Kring Simpelveld-Bocholtz, jaargang 27, nummer 4, blz. 174 lag de gasthof voor de pelgrims aan de de Minister Ruysstraat waar de Gasteshof lag.

Bewoners

Volgens het Bevolkingsregister van rond 1850 woonden er toen vijf gezinnen in de Gasteshof.
1: Sschoenmaker Jan Juneman, zijn vrouw Anna Jongen en zeven kinderen.
2: Dienstknecht Pieter Milles en zijn vrouw Maria Prickarts met twee kinderen.
3: Landbouwer Hendrik Van den Hoff, Maria Arnoldi en vier kinderen.
4: Dagloner Stephan Bischof en zijn vrouw Johanna Renaerts Reijnders. Zij hadden geen kinderen.
5: Bakker Gerard van Wers en zijn vrouw Anna Hanssen en drie kinderen.

 

Na 1850 wijzigde een deel van een straat met de plaatsaanduiding Gasteshof naar Hof. Gerard van Wers woonde toen Hof 20b, terwijl de andere gezinnen hierboven nu in de Kom van Bocholtz woonden. Juneman woonde voortaan K 15, dat omgenummerd werd naar 20, Milles woonde nu K 17 dat 22 werd en Bischof werd K 19 dat 24 werd. De hoefsmid Dabekausen woonde nu met zijn gezin K 26. Dat is nu De Minister Ruysstraat.

 

Op Hof 118, dat 159 werd, woonde vanaf 1877 het gezin van Jan Prickaerts getrouwd met Johanna Nicolaije en drie kinderen. En op een onbekend nummer woonde Gerard Scheeren en zijn vrouw Catharina Xhonneux met negen kinderen. Die kwamen in 1888 in het dorp wonen.

Foto 2021: John Counotte

De Gasteshof bestaat niet meer. Op de plek waar het lag staan nu huizen. Minister Ruysstraat 22, 24 en 26 zijn zeer waarschijnlijk nog huizen die hier gestaan hebben. Het achterste gedeelte (nummer 22) heeft overwelfde kelders met muren van mergelsteen meer dan een meter dik. Waar Gerard van Wers woonde staan nu nieuwere huizen, gebouwd in 1910. In de 19e eeuw heette deze straat de Akerstraat. De naam Gasthof is wel bewaard gebleven doordat er een straat in Bocholtz deze naam kreeg. 
In het boek Oos durrep va vrugger uit 1978 wordt nog verteld dat Jaasseshof een verbastering is van Gasthuishof, gelegen tegenover supermarkt Bertram oôp er Bersche. Dat was aan de Minister Ruysstraat 5, inmiddels gesloopt. Het gebouw stond tegenover “onze gasthof”.

Het verleden

Een gasthof was vroeger een soort ziekenhuis en herberg voor reizigers en pelgrims. In de 14 eeuw was er al een gasthuis in Bocholtz met een kapel. Dit gasthuis lag op de plek waar de oude pastorie in 1796 gebouwd werd. Het diende voor de opvang van pelgrims die via Aken naar het Spaanse Santiago de Compostela trokken. En in Santiago werd de heilige Jacobus vereerd. De kerk van Bocholtz heet dan ook de Sint Jacobus de Meerdere kerk.
Tijdens grondwerkzaamheden ten behoeve van de vergroting van de kerk werden naast de huidige kerk funderingen van een kapel gevonden die teruggaan tot in de 12e eeuw. Hier had destijds een eenbeukig gebouwtje gestaan met een smal rechtgesloten koor. Eromheen lag een grote fundering van een iets groter gebouw uit de late middeleeuwen.
De pastorie werd gelijktijdig vergroot.

Volgens de Bongard, van de Heemkundige Kring Simpelveld-Bocholtz, jaargang 27, nummer 4, blz. 174 lag de gasthof voor de pelgrims aan de de Minister Ruysstraat waar de Gasteshof lag.

 

1816
Al eerder dan Gerard van Wers was er een band met Van Wers en de Gasteshof. Op 27 februari 1816 werd in de Gastehooff Johan Gerard Hubert van Wersch geboren. Zijn vader Henricus Vanwersch woonde op Flengendal en zijn moeder Maria Elisabeth Kirchhoff was woonachtig op de Gasteshooff. Zij waren in november 1815 getrouwd. Hun tweede kind werd op de Billenhoef geboren. Henricus Vanwersch was de oom van bovengenoemde Gerard van Wers.

Er is het verhaal in het boek van Dydden: In het jaar des Heren 1487, de 4e dag in juni, kwamen naar ons klooster Beaurepart op het eiland van Luik, zekere afgevaardigden uit Bocholtz met de namen Willem Katterbont en Laurens op de Bies, onderdanen van onze parochiekerk in Simpelveld in het gebied van ‘s-Hertogenrade, in het bisdom Luik, aartsdiakonaat Maastricht en onder ons beheer. Ze vroegen en smeekten dat met onze toestemming de kapel gelegen in Bocholtz en gewijd aan de Heilige Jacobus kon worden herbouwd en ze vroegen de stichting van een altaar van de Heilige Julianus in het gasthuis van de armen en [ze vroegen] dat wordt hersteld dat de Kruisheren tweemaal per week de mis moeten lezen.

 

In dit boek zijn meerdere verwijzingen naar het gasthuis van Bocholtz, zo ook een uit 1596 toen het gasthuis vernieuwd was. En naast het gasthuis was een huis en hof.

1899

In de Limburger Koerier van 1899 stond het volgende artikel:
BOCHOLTZ, 28 Aug. Heden werd een begin gemaakt met de slooping van den ouden toren der voormalige oude kerk van Bocholtz. Goddank, dat door onzen Z. E. heer pastoor hiertoe besloten werd. Deze ruïne was alles behalve een sieraad van ons dorp en vooral van de onmiddellijke omgeving van ons prachtig godshuis. Tevens zal de daaraan palende woning van den Z. E. heer pastoor verbouwd worden tot eene werkelijke pastorie, een waardig pendant der kerk en een waardig huis voor den geestelijken herder onzer parochie. Wie het genoegen had deze tegenwoordige woning te betreden, zal overtuigd zijn, dat het verbouwen ten zeerste noodzakelijk is. Eigenlijk was in de parochie Bocholtz nooit een pastorie gebouwd. Ds kroniek verhaalt ons hieromtrent het volgende: In 1389 bestond te Bocholtz een gasthuis, gelijk men er zoovele vond langs de Maastricht-Akener handelswegen. Naast het gasthuis stond aan de oostzijde eene kapel met toren, in de 17e eeuw hertimmerd en in 1870 vervangen door eene gothische kerk. In genoemd jaar werd eene geestelijke stichting voor de zielenrust van Jan, heer van Gronsveld, die te Aken gedood was door Eustachius van Bongard, resideerende op den burcht Bongard te Bocholtz, gedaan. De stichting bestond in een castraalaltaar, gewijd aan den heiligen Julianus, in de gasthuis kapel te Bocholtz. Het beneficium van dit altaar bracht veertien Rijnsche gulden op. Dit werd in 1457 door ridder Godfried van Bongard geschonken aan het klooster der Kruisheeren te Aken, mede eene stichting der Bongard’s Daarvoor moesten aan het genoemde altaar te Bocholtz wekelijks twee heilige Missen gelezen worden. In 1616 werd het beneficium naar het klooster te Aken ver plaatst. De kapel te Bocholtz. toegewijd aan den h. Jacobus den Meerdere, werd later bediend door den pastoor van Simpelveld. Doch in 1796 werd Bocholtz een eigen parochie. Toen werd het oude gasthuis ingericht tot pastorie, volgens een inschrift boven de deur. Ook thans zal het oude monument gedeeltelijk behouden worden.

 

Bij de verbouwing van de pastorie verkocht de aannemer in maart 1900 de dakpannen, de deuren, vensters, oude eikenhoutenbalken, plavuizen.

In 1932 vond er een aanbesteding plaats voor het afbreken en verbouwen van de pastorie. Aannemer Vliex had voor ƒ 5.950 ingeschreven en aannemer Horbach, ook uit Bocholtz, had voor ƒ 5.035 ingeschreven.

 

In mei 1981 werd de restauratie van de pastorie na een jaar met een bijzondere mis afgesloten. In augustus van dat jaar werd de pastorie op de monumentenlijst gezet.

 

Gasthof is tegenwoordig een straatnaam in Bocholtz.

Klik hier voor Willem Gerard van Wersch in de Kerkraadse Tak.

error: