Genealogische website Warsage

hommerich
Hoeve Hommerich voor de brand.

Op vrijdag 16 november 1934 brandde rond het middaguur hoeve Hommerich in Partij af. In een verenigingsblad Hoe was ‘t Toen verscheen in 1984 aan de hand van L.P. geboren in 1924, een verslag van deze brand. Hij hoorde over deze brand van Frans Kohl die in Mechelen naar school ging. Die zei: “We hadden onderweg naar huis al gezien dat er bij Hommerich iets gaande was. Thuis hebben we heel vlug gegeten en toen liepen we zo hard als we konden naar Hommerich. Trouwens, heel Partij liep daarheen. We hebben daar lang staan kijken en tenslotte moesten we heel hard lopen om weer op tijd in school te zijn.”

 

De Limburger Koerier van 1934 schreef die november:
Vrijdagmiddag werd de brandweer gealarmeerd voor een brand die in schuur zou begonnen zijn van de groote Hoeve Hommerich. Ter plaatse aangekomen kon de brandweer niet anders dan toezien naar een zee van vlammen. In een minimum van tijd stond de geheele hoeve in brand. De bewoners die aan het middagmaal aanzaten konden nog een groot gedeelte van de huisraad redden.

Het vee werd uit de stallen gejaagd. Niettemin zijn nog diverse varkens en kippen verbrand. Men kan zich de ontsteltenis van de bewoners indenken die geen weg weten met plm. 50 stuks koevee, 12 paarden, een massa varkens en kippen die allemaal in het wild rondloopen zonder voedsel. De bewoner is Dhr. Van Wersch. Na twee uur was er van de hoeve niets meer over dan een groote puinhoop. De boerderij was verzekerd.

 

De verbrande hoeve lag ten opzichte van de huidige hoeve Hommerich, wat lager. Volgens de schrijver van het artikel in Hoe was ‘t Toen was de hoeve in 1668 opnieuw opgebouwd nadat de vorige door de Fransen platgebrand was. Voor de bouw ervan werden materialen gebruikt van het verwoeste kasteel Wittem. Vandaag de dag liggen aan de Geul onder het gras nog de fundamenten van deze boerderij.

Geschiedenis van hoeve Hommerich

 

1256
Waar nu Ingber ligt, ten westen van Gulpen, lag in de 13e eeuw een riddermatig leengoed: Hoenbergh, thans Hommerig geheten. In 1256 gaf het Kapittel van O.L.Vrouw te Aken het dorp Ingmer in erfpacht aan de gebroeders Winand en Waitelin van Homberg. Het riddergoed Hoenbergh zelf ging in 1397 over in het bezit van de heer van Wittem 1.
Hommerich was daardoor eigendom van de Heren van Wittem. Waarschijnlijk gaat het reeds om een verwijzing naar Hommerich als in het Latijnsboek (1312- ca.1335) een van de leenmannen van de hertog van Brabant ene Andreas de Homberch genoemd wordt.

 

Tussen 1312 en 1350
Jean Hamme van Hoenberch, kreeg van de hertog van Brabant dertig bunder land in Gulpen.

 

1375
Heer Sceyvart van Hoensberg moest in 1375 22 denar belasting betalen aan de stadhouder van Neubourg ten overstaan van de rentmeester van Brabant. In de bijbehorende voetnoot staat dat Hoenergh, een Riddergoed toebehoorende in 1397 aan het huis van Witthem, is de tegenwoordige pachthoeve Homerich te Ingmer (Gulpen)2.

 

1487
In 1487 verkoopt Werner van Wittem burggraaf van Daelhem aan Edmond van Palant den hof te Homborch voor 3100 Rijnse guldens. Er stond op de hof een erfpacht, te lossen met 200 guldens; een andere erfpacht aan Jan van Eynatten met 157 guldens, en een aan Jan Gelissen met 50 guldens te betalen op St. Gertrudisdag (17 maart.

 

1531
In het boek Heeren van Wittem3 schreef archivaris Mosmans in 1923: Den 6 Nov. 1531 beveelt Karel V aan schout en schepenen te Gulpen, Erards (Erard van Pallant) hof Hooberch in ‘t land van Wittem onder de bank van Mechelen liggend vrij te laten van alle taxen en contributiën. En met Hoobergh werd Hommerich bij Partij bedoeld, schreef hij.
Verder in het boek, op blz 127, oppert hij: Hoenbergh, ook genoemd Homerich (…) ligt onder Ingmer (Incher), gehucht van Gulpen. (Slanghen Bijdragen III,117). Kan hier niet bedoeld zijn de hoeve Hommerich boven de Geul in Party.

 

1609
Als gemachtigde van graaf Floris II ontving Adolf Bertholf van Belven voor de Akense Mannkammer op 3 maart 1609 de goederen die behoorden bij de laathoven Hommerich en Berchem. Deze ressorteerden onder de bank van Gulpen en waren afkomstig van oud-drost Jan van Eynatten4.

 

1648
De Limburger Koerier publiceerde op 22 april 1930 een artikel over Kolenboring in Gulpen. De journalist schreef: Thans is door pater H. Mosmans C.SS.R. te Wittem bij nasporingen in het Rijksarchief te Arnhem ontdekt, dat nog ruim een eeuw vroeger, nl. in 1648, door zekeren Jan Peerboom te Gulpen concessie werd gevraagd aan den heer van Wittem, onder wie Gulpen toen ressorteerde, om water over diens hoeven Berchem en Homerich te mogen afleiden ten dienste van het door hem ondernomen werk der oprichting van een „Koelcuylen” (kolenkuil).

Een andere journalist gaat op 25 maart 1954 verder met dit artikel, maar nu in het Limburgsch Dagblad. Hij schreef: In zijn request zegt Peerboom, dat hij zich voor de aanleg van de kolenmijn reeds de medewerking heeft verzekerd van de Heer van Gulpen (Adolf van Eynatten) en inwoners van het dorp. Maar door de hinder welke hij van het water ondervindt, is het hem onmogelijk het werk uit te voeren. De enige goede afwatering loopt over de gronden van de hofsteden Berchem en Homerich, die tot de bezittingen van het kasteel Wittem behoren.

De graaf van Waldeck was ‘n vooruitziend man. Want hij deelde alvast op voorhand mede, dat indien onder de landerijen der hoeven Berchem en Homerich kolen werden aangetroffen, Jan Peerboom zou moeten afwachten wat de Heer van Wittem nog meer zou verlangen, De graaf noemt in zijn schrijven geen enkel bedrag als vergoeding voor de exploitatie van deze kolenlagen. Hij liet wijselijk alle moeilijkheden open. Eerst kijken wat er tevoorschijn kwam. Het kon tegen- maar ook meevallen. Daarom wilde hij zich van tevoren blijkbaar niet binden.

Hier wordt dus geschreven over de oude hoeve Hommerich. Die lag immers vlak bij de Geul.

 

1668
Op bladzijde 130 5 maakte Mosmans de opmerking: In Juni 1668 levert Mathijs de la Haye, halfwin op Wittem, 140 voet eikenhout voor deuren en vensters van den hof Hommerich door de Franschen afgebrand. Een halfwin is een pachter die de pachtsom niet in geld betaalt maar in de helft van de opbrengsten van het land.

 

1741
Het Nederlandsch Gedenkboek uit 1741 schreef dat op Hommerich 3 uuren van Dusseldorp in december 1741 de Catholyke Land-deken woonde.

ferme de Hommerich
1718

 

 

1754
In de 18e eeuw waren de pachters onder meer Servaes Crahay en Winand de la Croix. Curieus is dat bij het afsluiten van het pachtcontract met Winand de la Croix  op 2 oktober 1754 Johan Herman Lamberts en de ehrsamen Herman van Wers als hierzu ersuchten glaubhaften Zeugen aanwezig waren. De naam Van Wersch zou in de 20ste eeuw weer in verband met Hommerich gebracht worden.

 

Herman van weers

 

1796 -1853
In dit jaar werden er in Zuid-Limburg volkstellingen gehouden, zo ook in Gulpen. Bij Hommerig staan: Leonard Schatten, tolheffer (in het Frans: Censier), 59 jaar, zijn vrouw Joanna Gertrude Pasmans /Joanna Margaretha Peusmans, 58 jaar, en hun kinderen Johannes Schatten (40) Gillis Schatten (34), Maria Ida Schatten (20), Maria Catharina Schatten (18), Claire Schatten (15) en acht man personeel waaronder één schaapsherder en een dienstmeid: Mechel Blesers (18). De familie Schatten was hier sinds 17866. Leonard Schatten overleed op de hoeve in 1818. De ambtenaar schreef in zijn overlijdensakte dat hij overleden was te homrich onder Gulpen. Hij was landbouwer geweest. Zijn zoon, Gillis, overleed in 1853 op Hommerig. Hij werd slechts 35 jaar en was ongehuwd. De aangifte gebeurde door zijn neef Mathieu Joseph Schatten, landbouwer ook op Hommerich. Die was 39 jaar.

 

1811
De laatste buitengewone vergadering van de conseil municipal van Gulpen die in het register was opgetekend dateerde van 1 augustus 1811. De vergadering was opgeroepen door maire De Hayme, die sinds 1770 op kasteel Neuborg woonde7, op autorisatie van de onderperfect van 20 juli 1811. Hoewel met zes aanwezige leden het quorum niet aanwezig was stond de onderperfect toch toe om te vergaderen. De Hayme was zelf er ook niet bij. Het ging om een claim van Ernest Conrad Claus, lakenfabrikant te Aken en eigenaar van de boerderij Hommerig, op een terrein bekend als “Verlooren Kost” dat de commune als gemeentegrond beschouwde.8.

 

1851
Op de Volkstelling 1851-1861 komt de familie Schatten ook voor. Alleen wordt Hommerich opeens Hombourg genoemd. Omdat Gillis in 1851 nog niet overleden is, komt zijn naam voor als hoofdbewoner. Maar er staat wel een streep door zijn naam. De anderen zijn Henriette Schatten en Catharina Schatten. Beide dames Schatten vertrokken in 1854 uit de gemeente. Neef Mathieu Schatten was blijkbaar al vertrokken want zijn naam komt niet meer voor op de inwonerslijst van Gulpen 1851-1861. De volgende pachter was de familie Mobers. Herman Mobers was in 1800 in Gulpen geboren en was getrouwd met Johanna Catharina Leclou. Bij hen woonden hun acht kinderen.

Herkomst van de naam

Tummers schreef in Het Land van Herle, juli augustus 1958, blz. 57: In Zuid-Limburg zijn de plaatsnamen, die eindigen op -ig talrijk. Men kan ze verdelen in de volgende groepen: Een van die groepen is de aanduiding die eindigt op -MERIG.


Bijv. Bomroerig (gem. Wittem), Hommerig (gem. Gulpen), Lummerig (= Limbricht), Pamerig (gem. Mheer). Deze uitgang gaat terug op -berg of -burg, en wordt aangetroffen achter een éénlettergrepig (geworden) eerste element, dat eindigt op -n. Door assimilatie verandert de groep -nb- tot -mb- en dan tot -mm- of -m-. Bijv. Hogenberg-Honberg-Homberg-Hommerg-Hommerig.

 

Een andere mogelijkheid is dat de naam afkomstig is van het Belgisch Homburg/Hombourg dat in het dialekt Hommerich werd genoemd. In 1817 overleed in Gulpen Henricus Weenders. In zijn overlijdensakte stond dat hij in Hommerich was geboren. Dat dit Hombourg moet zijn blijkt uit het doopboek van Gulpen. Op 4 maart 1795 wordt zijn oudste kind Joannes Michael Weenders gedoopt. De pastoor schreef dat zijn ouders in Hombourg getrouwd waren.

Natuurlijk moet je de vraag stellen of de huidige hoeve Hommerich, oostelijk van Gulpen, verwant is met het riddermatig leengoed Hoenbergh, westelijk van Gulpen. Het vermoeden bestaat dat beide zeker aan elkaar gerelateerd moeten zijn. Alleen al de naam van beide gebouwen

Kadasterkaart
Een kadasterkaart uit de eerste helft van de 19e eeuw. Iets boven het midden ligt de oude hoeve Hommerich. Tegenwoordig een verhoging in het weiland. Aan de bovenkant op de splitsing der wege ligt hoeve De Bek. Naast Hommerich liep vroeger een weg. Dat was de Mestweg. Door ruilverkaveling is die in 2012 verdwenen.

Een kadasterkaart uit de eerste helft van de 19e eeuw. Iets boven het midden ligt de oude hoeve Hommerich. Tegenwoordig een verhoging in het weiland. Aan de bovenkant op de splitsing der wege ligt hoeve De Bek. Naast Hommerich liep vroeger een weg. Dat was de Mestweg. Door ruilverkaveling is die in 2012 verdwenen.[/caption]

 

De oude hoeve lag op een tweeherig stuk grond. Voor wat de gemeentelijke overheid betrof, lag zij op grond van de gemeente Gulpen. De parochie Mechelen zei juist dat zij bij hun parochie hoorde9. In 1707 stelde de pachter Simon Crahay die vraag ook. Waartoe behoort Hommerich? Tot Gulpen of Wittem? Bij Koninklijk Besluit van 15 mei 1841 werd hoeve Hommerich definitief onder Gulpen geplaatst.10.

 

Zowel hoeve De Bek, bij de splitsing van de Bergweg / Oude Akerweg in Gulpen, als Hommerich met veel grond daarom heen, waren begin 20e eeuw eigendom van graaf Jean Baptist d’Ansembourg11. In juni 1908 werd voor het gerecht van ‘s-Hertogenbosch een zaak uitgevochten tussen graaf de Marchant d’ Ansembourg uit Gulpen als eigenaar van Hommerich en de pachter M.v.d.H. als eiser. Deze zaak speelde al in 1904 voor de rechtbank van Maastricht waarbij het pachtcontract wegens het niet betalen van de pacht, vervallen was. De veroordeelde pachter moest ƒ 2885,67 schadeloosstelling betalen. Totaal werd het te betalen bedrag ƒ 4.250,- De pachter betaalde de graaf ƒ 3.763,57. De vordering op de pachter was dus nog ƒ 486,43. De graaf wilde over dat bedrag roerende goederen van M.v.d. H. openbaar verkopen. De pachter ging hiertegen dus in verweer voor de rechtbank van ‘s-Hertogenbosch met het argument dat tussen beiden in 1904 al een akkoord was gesloten dat het restbedrag uit de verkoop van de opbrengst van het land zou komen: den halven knop der op de pachthoeve Hommerich wassende wintervruchten ter beschikking stelt, ten einde deze vóór 1 November te gelde te maken en zich uit de opbrengst daarvan te betalen. De graaf, besliste uiteindelijk de Rechtbank dat M.v.d.H. gelijk had en veroordeelde de graaf tot het betalen van de gerechtskosten van ƒ 410,8412.

 

De eigenaren van de grond van Op Hommerich waren naast Jean Baptiste de Marchant d’Ansembourg ook  Willem Adrianus Pillera, griffier der Provinciale Staten van Limburg, Jan Franck, Caspar Hamersen. Alexander Lahaye, landbouwer in Gulpen die stukken land in eigendom hadden.

Graaf Jean Baptiste d’Ansembourg was dus eigenaar van grote stukken land en de boerderij Op Hommerich. De hoeve lag toen aan de weg Van Hommerig naar Gulpen. Een paar meter verder was een t-splitsing die langs de hoeve liep, dat was de Mestweg.13.

De laatste pachters

De pacht liep altijd van maart tot maart. Dus op 17 maart kwam in 1869 het gezin bestaand uit de Belgische Christiaan Snoek, getrouwd met Theresia Closson uit Slenaken en hun vijf kinderen uit Slenaken naar Hommerich. Zij vertrokken op 18 maart 1881 naar Wittem.14.

Op 11 maart 1881 kwam een familie Hollands op hoeve Hommerich wonen. Zij kwamen uit Vaals. Egidius Joseph Hollands was getrouwd met Maria Geertruid Scholtessen. Beiden waren in Voerendaal geboren. Zij hadden zeven kinderen. Op 8 maart 1887 vertrokken zij naar Wittem15 Egidius vertrok als weduwnaar uit Mechelen, gemeente Wittem, in november 1896 naar Vaals16.

familie Hollands Gulpen
Dit werd in de grond van Hommerich gevonden. Foto: H. Vanwersch.

 

In februari 190717 woonde de familie Hollands18 nog steeds op hoeve Hommerich. Dit gezin bestond toen uit 15 man: de ouders met hun dertien kinderen. Er waren er al zes overleden. In 1915 stond het pachtcontract op naam van de gebr. Hollands. Dat waren de broers Hubert (geboren in 1881) en Louis (geboren in 1889), zonen van Frans Hollands, ook wel F. Hollandsch19. Die deed mee aan een rijkshengstenkeuring in 1907. Maar zijn hengst Lion werd helaas afgekeurd20 Zijn hengsten Soleil (november 1911), Bijou d’Audenaeken (februari 1913) en Bizzou (november 1913) werden wel goedgekeurd21. Zijn beide zonen, die de boerderij inmiddels hadden overgenomen, zonden ook hengsten naar de Rijksvoorjaarskeuring. In 1923 was dat de hengst Pol22.

Schilderij

In 1908 schilderij Johan Willem Hubert Heuts, meesterschilder in Mechelen, als hobby dit schilderij van hoeve Hommerich die jaren later zou verbranden.

 

schilderij hommerich

De vruchtbare bouwhoeve Hommerich, gelegen onder de gemeenten Gulpen en Wittem, groot 57.15.85 hectare werd op 11 september 1930 via een openbare verkoop in hotel De Kroon door notaris Mostart uit Gulpen verkocht. Deze was in pacht bij mej. weduwe Hollands en de heren gebroeders Lardinois, Keulen en Eggen. Het geheel bestond uit gebouwen, tuin, boomgaard, weiland en hakhout. Waarschijnlijk pachtten de heren delen van de weilanden.

 

Het geheel bestond uit gebouwen en tuin van 35 are, boomgaard van 10 hectare, weiland van 10 ha, 33 hectare bouwland en 2 hectare hakhout. Dan was er nog een weiland in Tevert, groot 5 hectare en bouwland aan de Verloren Kost van 7 hectare die apart verkocht werden. Graaf d’Ansembourg bezat het grootste deel van de Verloren Kost23. Hij was ook de eigenaar van de hoeve.

 

De koper was Henri van Lotringen24, textielgarenhandelaar in Veldhoven. Hij kocht zowel hoeve Hommerich als hoeve De Bek, twee vlak bij elkaar gelegen hoeves. Waarschijnlijk was het zijn doel om een groot jachtterrein te hebben, want hij bleef in Eindhoven met zijn gezin wonen. Beide hoeves grensden met hun land aan elkaar, waardoor Van Lotringen een 100 ha. groot jachtgebied had.

In de krant van juni 1931 staat dat de gebroeders Holland te Hommerich-Gulpen de eerste prijs kregen voor oudere stieren in Gulpen tijdens de premiekeuring 1931 van springstieren25.

 

In januari 1932 werd een advertentie gezet dat de kinderen Hollands via een openbare verkoop via notaris Dahmen het vee en alle gereedschappen, machines en vee wegens ophouden van het bedrijf zouden gaan verkopen26. De pachttijd was in maart voorbij. De verkoop was dus begin maart 1932 want toen liep zoals gebruikelijk, de pacht af. Zij verkochten zeven paarden, paardentuig, machines, karren, akker- en schuurgereedschappen, zestig stuks hoornvee en twintig kalveren, melkgereedschap en enige huismeubelen27. In een advertentie die tien dagen later werd geplaatst waren het acht paarden die verkocht werden28.

 

Een van de gebroeders, Daniel Hollands, overleed in Heer op 1 januari 1939. De akte was naar Gulpen gestuurd waar die op 10 januari 1939 werd ingeschreven. Hij was getrouwd geweest met Maria Anna Snackers. Zijn ouders waren Frans Willem Hollands en Maria Joseph Schoenmakers. Hun zoon was toen 18 toen hij de boerderij kreeg, trouwde en kreeg een zoon Daniel. De ouders van zijn bruid, Maria Snackers, pachtte de hoeve Neubourg van graaf d’Ansembourg. Daarom konden Daniel en Maria op kasteel Neubourg in Gulpen trouwen.

 

Aangezien de familie Hollands in 1932 vertrokken was, kwamen er nieuwe pachters. Dat werd Joseph van Wersch29 getrouwd met Anna Eschweiler en hun kinderen. Zij staan hier op de brug, met enkele van hun kinderen en met hun neef Jeu30. Het trekpaard heeft het haam om dat bewaard is gebleven en nu in de hoeve hangt.

 

1932

In 1942 zou Jeu een belangrijke rol gaan spelen bij de redding van Engelse piloten die op het land van Hommerich neergestort waren. Klik hier.

 

Joseph verhuisde met vrouw en kinderen na de brand van hoeve Hommerich op 16 november 1934 naar de boerderij Ten Hove in Mechelen. De pacht van drie jaar was toch bijna voorbij (maart 1932 – maart 1935). Blijkbaar stond hij bekend als Joseph van Wersch van de hoeve Hommerich omdat hij met die toevoeging zijn spullen openbaar via notaris Roebroeck in het Wijnhuis in Partij openbaar liet verkopen.

 

Te koop waren zichtmachine, zelfbinder(Cormick), maaimachine (Batavia), zaaimachine, drie oogstwagens, slagkar, dogcar, driescharenploeg, 2 cultivatoren, 3 ijzeren eggen, waterkar met vat, koekbreker, electromotor (Dordt) 3 P.K., centrifuge 400L. (Melotte), schoffelmachine. toghamen, werselen, twee ijzeren wellen, botervat enz. Verder: vijf sterke werkpaarden en 22 dragende en kalfkoeien en acht eenjarige runderen31.

 

Dat de pacht in maart begon en afliep komt doordat maart in de Romeinse tijd namelijk de eerste maand van het jaar was. Daardoor heet de zevende maand september (septem is Latijn voor 7), de achtste maand, oktober (octo is 8), de negende maand, november (novem is 9) en de tiende maand december.

Hoewel de hoeve afgebrand was, pachtte zijn neef Willem van Wersch32 op 15 maart 1935 toch de hoeve Hommerich van Henri van Lotringen, eigenaar in Eindhoven. De pacht werd altijd rechtstreeks aan hem betaald.  De familie Schuurmans pachtte hoeve De Bek.

 

 

halsterLinks het haam van een van de trekpaarden van Willem van Wersch. Bovenin het haam zie je nog steeds W v. W staan.Het gezin Van Wersch-Jaminon vertrok na de brand van 1934 naar een gewoon huis in Partij. De eigenaar van Hommerich, Van Lotringen, begon vrij snel met de bouw van een nieuwe hoeve. Twee maanden na de brand verstuurde Van Lotringen op 24 januari 1935 al de bouwvergunning voor het nieuwbouw van Op Hommerich 33.

 

De nieuwe pachter Willem van Wersch, getrouwd met Louise Jaminon, vertelde later zijn kinderen als grap dat de naam Hommerich van homme riche komt, een rijke man. De kinderen konden daar trots op zijn.

Het gezin Van Wersch-Jaminon vertrok na de brand van 1934 naar een gewoon huis in Partij. De eigenaar van Hommerich, Van Lotringen, begon vrij snel met de bouw van een nieuwe hoeve. Twee maanden na de brand verstuurde Van Lotringen op 24 januari 1935 al de bouwvergunning voor het nieuwbouw van Op Hommerich 34.

 

architect De BeverDeze hoeve kwam niet op dezelfde plek als de afgebrande hoeve, maar werd in 1935 zo’n honderd meter hoger gelegen door aannemer J. Kicken uit Mechelen gebouwd. De architect was C.H. de Bever uit Eindhoven. Hij schreef in het Bouwblad35 van 13 juni 1935 (6e jaargang nummer 23): Als we spreken van landeigen vormen, dan geldt dit zeker voor de Limburgsche hoeven, zooals ze daar verspreid liggen in de valleien en tegen de heuvels, met hun groote beschuttende daken, prachtige boogpoorten, ruime geheel ombouwde binnenplaatsen, en van een harmonie en rust die weldadig aandoen. Dus waarom, schreef De Bever, zou ik dat met de nieuwbouw van Hommerich, anders doen, behalve dan aanpassen aan de nieuwe eisen van hygiëne. De grootte van de hoeve werd meestal bepaald naar de hoeveelheid grond welke er bij hoort; in dit geval 50 H.A. Er is hier plaats voor 38 koeien, 15 varkens, 7 paarden en jong vee. De schuur is vrij groot (veel tarwebouw) verder een behoorlijk woongedeelte.De veestallen in Limburg, zooals deze door de pachters gewild worden, wijken af van de Hollandsche, d.w.z. grootere veestand, hoogere voedergoot, ondiepere grup.

.

Eerstesteenlegging

De eerstesteenlegging van de nieuwe hoeve vond plaats op 6 mei 1935 door de kinderen van de eigenaar. De eerste steen werd gelegd door Henri-Cas-en Philij van Lotringen, Eindhoven, Gulpen 6 mei 1935.

 

Enkele maanden later werd er nog een steen gelegd. Op deze steen staat: Op den feestdag van den H. Joannes van het Kruis 24 november 1935 werd dit H. Kruis gezegend door pastoor J. Rutten Mechelen en werd dit mede geplaatst door Henri, Caspar en Phil van Lotringen.

 

eerste steenlegging

De resten van de afgebrande boerderij werden bedekt met een laag grond en zijn alleen als je het weet zichtbaar door een lichte verhoging in het grasland.

 

De familie Willem van Wersch-Jaminon kwam een jaar na de brand en een half jaar na de nieuwbouw weer terug op Hommerich. Zij hadden zolang in een gewoon huis in Partij gewoond.

 

In oktober 1936 gingen enkele graanmijten in de hens. Gelukkig was er niet veel schade.

In de oorlog gaf Willem onderdak aan een Engelse piloot zonder dat zijn vrouw er van afwist. Wat je niet weet kun je ook niet vertellen. Zij merkte alleen dat er steeds weckflessen met ingemaakt eten verdwenen.

 

Willem Josef van Wersch (1887-1965), zijn vrouw Louise Jaminon (1887-1951), Hubertina Kullen (Mientje 1886-1967) en haar man Mathieu van Wersch (1880-1948) Beide mannen waren broers van elkaar.
Foto uit circa 1935 voor de trappen van de nieuwe hoeve.

 

Toen de oudste dochter van Van Wersch in de oorlog op vakantie in Eindhoven bij Van Lotringen was geweest, keerde zij terug, rijkelijk voorzien van textiel voor de uitzet. Zij kreeg 24 halflinnen lakens en slopen met een wit geborduurd patroon en een prachtig geborduurd linnen tafellaken. Dit zegt ook iets over de buitengewone vrijgevigheid van Van Lotringen en over de tijd waarin vrijwel niets verkrijgbaar was. Ook de kinderen van Van Lotringen verbleven in de vakanties op de hoeve.

 

Na de dood van zijn vrouw in 1951 kon Willem de pacht van de hoeve aan zijn zoon Jeu36 overdoen.

familie
Willem Josef van Wersch (1887-1965), zijn vrouw Louise Jaminon (1887-1951), Hubertina Kullen (Mientje 1886-1967) en haar man Mathieu van Wersch (1880-1948) Beide mannen waren broers van elkaar. Foto uit circa 1935 voor de trappen van de nieuwe hoeve.
van Lotringen
Van Lotringen
nieuwbouw hommerich
De stal van de nieuwe hoeve

Jeu van Wersch

In maart 1952 kwam de familie Van Wersch-Nicolaye naar Hommerich waar zij 31 jaar woonde.

 

Rond 1973 bood Henri van Lotringen jr. beide boerderijen (Bek en Hommerich) te koop aan. Het eerst werd de eeuwenoude hoeve De Bek verkocht. Dit was aan wegenbouwer Baars uit Landgraaf. Deze hoeve bracht zoveel geld op dat Hommerich uit de verkoop werd gehaald.

 

In de topografisch atlas van 1950 staat de hoeve met name genoemd, alleen staat er Hommerpich, een zetfout. Naast Hommerich loopt een weg die inmiddels verdwenen is.

De gemeente Wittem ging mee in de tijd dat mensen meer tijd hadden voor recreatieve bezigheden en wilde sportvelden daarvoor hebben. Daartoe gaf zij in 1972 een commissie opdracht uit te zoeken waar dat kon komen. Er werd al jarenlang gevoetbald op het terrein aan de Tevent in Partij. Deze grond was van Van Lotringen junior en van J. Kockelmans, ook uit Partij. Beide stukken grond werd door Van Wersch van hoeve Hommerig gepacht. Daarnaast werd ook een stuk land in Partij van J.W. Rouwette uit Gulpen in taxatie genomen37. De gemeente Wittem wilde deze grond kopen om er een officieel sportterrein van te maken. Hiertoe deden ze een aanbod aan de eigenaren van de gronden. Van Lotringen schreef de gemeente dat hij een andere koper had gevonden want de gemeente bood maar ƒ 2,75 de vierkante meter38. Daartoe besloot de gemeente, die met Kockelmans ook geen overeenstemming had gevonden, tot onteigening van de stukken land ten behoeve van het bestemmingsplan Sportterreinen en Recreatie39.

 

Deze onteigening ging niet door want Van Lotringen en de gemeente bleven met elkaar in gesprek. Van Lotringen maakte duidelijk dat de getaxeerde prijs van ƒ2,75 de vierkante meter te laag was. In mei 1973 spraken Van Lotringen, de wethouder Pappers en de gemeente-secretaris met elkaar over de stukken grond. Van Lotringen wenste slechts te verkopen à ƒ 3,25 de vierkante meter40. Na overleg werd besloten dat de grond  groot 14.700 vierkante meter voor ƒ 3,20 de vierkante meter verkocht werd. Van Lotringen schreef dat het voor 1 december 1973 diende te zijn. Er moest ook een vergoeding komen voor het aantal aanwezig canadas (= populieren) en eiken van ƒ 3,- per groeijaar en een vergoeding van ƒ 2.800 als waardevermindering van de bedrijfsgebouwen41.

 

deur hommerichOok dit ging niet door. De gemeente benoemde een nieuwe taxateur die op 18 januari 1974 zijn rapport schreef. Het sportterrein was inmiddels als in gebruik en werd door J. van Wersch, als pachter, aan de gemeente verhuurd. De taxateur stelde dat Van Lotringen ƒ 3,- de m2 kon krijgen. Hij maakte de rekening op: Van Lotringen kreeg dan voor 14.700 m2 ƒ 44.100, plus waardevermindering à ƒ 0,35 = ƒ 5.145. Voor de bomen (12 populieren, vijf eiken en acht knotwilgen) berekende hij ƒ 1.490,-. Totaal kon hij ƒ 50.735 krijgen. De vergoeding aan pachter J. van Wersch was  ƒ 16.170,-, dat was ƒ 1.10 de m2.

Het verkoopcontract werd op 10 april 1974 opgesteld. Opvallend was dat de gemeente in alle stukken de hoeve steeds Hommerig noemde in plaats van Hommerich zoals op de hoeve boven de deur staat.

 

Op 17 oktober 1974 tekende burgemeester Van de Ven een overeenkomst met Van Lotringen. Door de verkoop van het stuk land had Van Wersch opeens een probleem. Zijn vee had geen drinkplaats meer aan de Kleine Geul. De gemeente gaf een stuk weiland aan de Geul in gebruik aan de heer H. van Lotringen die het kon gebruiken, maar ook de pachter J. van Wersch, zijn huisgenoten en rechtverkrijgenden van beiden. Dit gebruiksrecht gold een onbelemmerde doorgang voor de bedrijfsvoering, dus voor vee en landbouwwerktuigen.

 

Ook hadden ze het recht het vee aan de Geul te laten drinken en het gebruik van het gras. Van Lotringen had een ander deel van dit stuk land aan de gemeente verkocht. (C 8202). Dit stuk lag rechts van de weg die de Kleine Geul oversteekt naar hoeve Hommerich42.

welhovenToen Van Lotringen jr. in 1986 overleden was, maakte zijn weduwe Van Lotingen-Peeters de stand van zaken op betreffende de percelen die bij de hoeve hoorde. Dit deed zij via rentmeester Costermans van rentmeesterkantoor Welhoven43. De hoeve had 55 ha. aan grond, verdeeld over de gemeente Gulpen en de gemeente Wittem. Uiteindelijk verkochten hun kinderen Van Lotringen in 1989 Hommerich aan de laatste pachter Harrie Vanwersch. Die genoot immers het voorkeursrecht. Kort daarna overleed zijn vader Willem. Hij overleed plots in mei 1991 toen hij op het land aan het werk was 76 jaar oud.

 

jeu van wersch
Jeu in 1988

Jeu van Wersch was 14 jaar lang penningmeester van de fanfare Kunst en Vriendschap uit Partij-Wittem en nam in 1988  afscheid. Hij was 74 jaar. Hiervoor was hij sinds 1956 bestuurslid van de fanfare van Partij-Wittem. Leo Pierey, secretaris van Kunst en Vriendschap was toen ere-voorzitter van de Limburgse Bond van Muziekgezelschappen. Jeu kreeg het gouden bondsinsigne en werd tot lid van het erebestuur gekozen. In de familie had hij de naam de Boekhouder. Klik hier voor de toespraak die de voorzitter van de fanfare Kunst en Vriendschap hield bij zijn begrafenis.

Het heden: Harrie Vanwersch

 

Harrie had in november 1983 de pacht van de boerderij overgenomen. Wat er een pech had hij toen in december 1984 de hooizolder totaal uitbrandde. Weer klonk de kreet: Hommerich brandt, zoals vijftig jaar geleden. De vlammenzee was tot ver in de omgeving te zien, vooral omdat de hoeve boven op de heuvel ligt. Door de brand ging 80.000 kilo hooi en stro en 15.000 kilo krachtvoer verloren, schreef het dagblad. Van Wersch bracht 100 stuks vee in veiligheid. De steun voor de familie Van Wersch was groot. Velen hielpen mee met het opruimen van de ravage. Daardoor kon het vee zaterdagavond al terug in de stallen. Eerder al hadden boeren uit Wittem en omgeving hulp aangeboden44.

 

Harrie, die zijn achternaam als Vanwersch schrijft, verbouwde de voormalige stallen en schuren van de hoeve in 2011 tot gezellige en mooie vakantieappartementen met een prachtig uitzicht over hun omringende land.

 

Met dank aan Wiel Lacroix, Dhr. R.R.B.M. van Lotringen, Joop van Lotringen, Daniël Hollands, Harrie en Resie Vanwersch: www.hommerich.nl

Bijlage 1

Stamboom tweede familie Hollands.

 

Frans Willem Hollands, geboren Simpelveld 2 december 1830, overleden Gulpen 30 maart 1921,

trouwde 1: Simpelveld 22 juni 1865 Maria Theresia Horbach, geboren Simpelveld 25 maart 1845, overleden Simpelveld 26 februari 1876, 31 jaar oud, in het kraambed van Jan Joseph, geboren 19 februari 1876. 

trouwde  2: Wijlre 5 april 1877 2: Maria Josepha Schoenmakers, geboren Wijlre 31 maart 1857.

Bij alle geboorten tekende vader de akten met F.W. Hollands. Zij woonden bij de geboorten van alle kinderen op den Molsberg in Simpelveld en waren landbouwers. Bij het eerste kind is vader 36 jaar. Bij het laatste kind is vader 67 jaar.

 

Uit het eerste huwelijk werden geboren:

  1. Maria Ida Hollands, geboren 12 april 1866, overleden 31 juli 1939, trouwde Simpelveld 24 februari 1892 Jan van der Linden, geboren Margraten 18 februari 1862.
  2. Pieter Joseph Hollands, geboren 13 september 1867, overleden Simpelveld 13 oktober 1867.
  3. Maria Anna Hollands, geboren Simpelveld 29 juli 1869 Reinier Kerren, geboren Walhorn (B) 6 augustus 1868.
  4. Pieter Joseph Hollands, geboren Simpelveld 25 juni 1871, overleden Simpelveld 27 juni 1871.
  5. Jan Hendrik Hollands, geboren Simpelveld 22 juli 1872 , overleden voor 1921, trouwde Wittem 20 augustus 1896 Elisabeth Hubertina Vaessen, geboren Gulpen 19 september 1869.
  6. Hubertine Hollands, geboren 14 februari 1875, overleden Simpelveld 11 juni 1875.
  7. Jan Joseph Hollands, geboren Simpelveld 19 februari 1876, overleden voor 1878.Uit het tweede huwelijk
  8. Jan Joseph Hollands, geboren 22 maart 1878., trouwde Vaals 7 april 1920 Maria Elisa Ploemen, geboren Wittem 29 november 1882.
  9. Daniel Hollands, geboren Simpelveld 22 mei 1879, overleden Heer 1 januari 1939, trouwde Gulpen 19 februari 1919 Maria Anna Schnackers /Snackers.
    Zij kregen kinderen.
  10. Jan Hubert Hollands, geboren Simpelveld 9 augustus 1881.
  11. Cornelius Maternus Hollands, geboren Simpelveld 12 augustus 1883, overleden Houthem 26 december 1962, trouwde Itteren 9 februari 1915 Maria Anna Hubertina Schepers/ Scheepers, geboren Simpelveld 8 april 1885, overleden Heerlen 23 mei 1956.
  12. Hendrik Hubert Hollands, geboren Simpelveld 24 september 1885, overleden Simpelveld 1 december 1893.
  13. Pieter Joseph Hollands, geboren Simpelveld 30 augustus 1887, overleden Simpelveld 10 januari 1894.
  14. Thomas Lodewijk Hollands, geboren Simpelveld 14 september 1889, overleden Maastricht 29 november 1959, trouwde Gulpen 6 mei 1931 Anna Maria Hubertina Leclercq, geboren Gulpen 4 september 1891, overleden Gulpen 23 februari 1955.
    Zij kregen geen kinderen.
  15. Maria Hubertina Philomena Hollands, geboren Simpelveld 20 december 1890, overleden Banholt 12 april 1966, trouwde Gulpen 20 februari 1919 Jan Jozef Lacroix (of Hendrik Jozef Lacroix)
    Zij kregen vier kinderen.
  16. Maria Elisabeth Hubertina Hollands, geboren Simpelveld 1 december 1892, overleden Simpelveld 6 december 1893.
  17. Josepha Philomena Hollands, geboren Simpelveld 19 maart 1895 ongehuwd overleden Gulpen 19 februari 1993, 98 jaar.
  18. Maria Elisabeth Hollands, geboren Simpelveld 18 juli 1896, overleden Wittem 17 oktober 1980, trouwde Gulpen 19 februari 1930 Johan Caspar Keulen, geboren Wittem 23 september 1903.
  19. Maria Hubertina, geboren Simpelveld 18 februari 1899,  overleden Maastricht 20 november 1990, trouwde Gulpen 7 april 1926 Jan Hubert Boormans, geboren Gulpen 11 oktober 1896, overleden Gulpen 20 januari 1967.

 

In 1921, bij het overlijden van hun vader, leefden nog 11 kinderen.

Bijlage 2

 

Stamboom Henri van Lotringen:


Theodorus van Lotringen trouwde Gerarda van Laarhoven.
Uit dit huwelijk werden onder andere geboren

  1. Hendricus van Lotringen geboren Zeelst 7 februari 1842,  volgt 2.
  2.  Willem Antonius van Lotringen, geboren Zeelst 25 juli 1851.

 

2: Hendrikus van Lotringen geboren Zeelst 7 februari 1842 , overleden Zeelst 2 juni 1889, trouwde Veldhoven 7 februari 1874  Philomina Baselmans. Haar vader was linnenwever. Bij hun huwelijk was Hendrikus brievengaarder en 31 jaar.Zij was dienstmeid en 31 jaar.

Uit dit huwelijk werd onder andere geboren.

  1. Henricus van Lotringen, geboren Zeelst 12 augustus 1877, volgt 3. 

 

3: Henricus van Lotringen, geboren Zeelst 12 augustus 1877, overleden Eindhoven 20 augustus 1950. trouwde Eindhoven 16 september 1918 met Marie Henriette Josephina de Haan, geboren Eindhoven 23 augustus 1888, overleden 1965, dochter van een kruidenier in Eindhoven.

Uit dit huwelijk werden geboren

  1. Henri Caspar Maria van Lotringen, geboren Eindhoven 23 maart 1922, overleden 1986, trouwde Gertrudis Dorothea Henriette Peeters uit Eindhoven.
  2. Caspar Maria Theodorus van Lotringen, geboren Eindhoven 26 september 1923, die in 1950 frater Cassianus bij de Augustijner paters was in Nijmegen.
  3. Philomena Maria Arnoldina van Lotringen (roepnaam Phile), geboren Eindhoven trouwde Ferd van Stekelenburg.

Bijlage 3

 

Extract uijt het Legger Boek der Heerlijkheijd ende Hoofdbanke Gulpen geformeert in den jaeren 1663 en 1664 ende op Nieuws opgenoomen in den jaere 1695 door de gedeputeerde Scheepenen Renier Schutz, ende Bartholomeus Boshouwer45 mitsgaders Gerard Paulussen, ende Hendrick Essens46, Borgemeesters.

 

Clausule Concernens:
Folio 334. No. 6. Den Hoff Hommerig, oost-Suijd, en West de Straet47, Noord eenen Dries, toebehoorende aen Denselven Hoff, groot vijffthien Bounders, een morgen en vijf en vijftig cleene Roeden segge 15-1-55


Folio 334. No 7. Verlooren Cost, gehoorende aen den Hoff Hommerig, oost en noord de straet van Hommerig, west De Here Van Den Heuvel48, suijd de gewande49 Van Hommerig groot Drie Bounders en wier en veertig cleene Roeden. 3-.44, Nota ligt ten dries, ende word niet gelaboreert.


Folio 345. No 43. Hommerigs Land, oost den Bosch, Noord den voetpadt, west Wilhelmus Emonts, Suijd Denselven groot Een Bounder eene morgen, en ses en vijtig cleene Roeden, segge 1-1-56.


Folio 400. No. 17. Den Hoff Hommerig, oost den Dunnenbosch50, west den Wacholder, Noord den Hoff Berghen51, Suijd den Lanzraeder Wegh52, groot Negenthien Bounders, eene morgen, en vier en vijftig cleene Roeden, Segge 19-1-54.


Folio 575. No 8. Den Hoff Hommerig, oost, en noord de gewande Van Hommerig. West De Heer van den Heuvel, Suijd den Bosch groot Een Bounder, twee morgen en drie en twintig cleene Roeden, segge 1-2-23.


Folio 576, No 9. Eenen Camp53 gehoorende aen Hommerig, oost de geul, suijd den Bongart, west den Weeg, Noord De Heer van den Heuvel, groot Een Bounder, eene morgen en veerthien cleene Roeden, segge 1-1-14.


Folio 579 No 9. Den Hoff Hommerig, oost en noord jan Tenaij, suijd den meggelder Bosch, west Wilhelm Emonts, groot Een bounder, drie morgen, en vijffthien cleene Roeden, segge 1-3-15.


Folio 630, No 2. De gewande Van Hommerig oost Denselven Hoff Noord Swaene Bosch West den weeg langs den Dannebosch, Suijd de Limitten en den Weeg afgaende naer Hommerig, groot vier Bounders en ses en sestig cleene Roeden, dito 4-.-66.


Folio eodem No 3, Nog de gewande Van Hommerig, oost den Coolhof en gemeene Weeg. Suijd en west de Limitten tot in de Laustuijl, noord den Weeg afgaende naer Hommerig, tot aen den Doornenboom, tot op het Eijesesken, groot vier Bounders, eene morgen en drie en taghentig cleene Roeden, segge 4-1-83.

 

Folio 631. No 1. Den Bongaert van den Hoff Hommerig, oost de Limitten, suijd tot op den schoorsteen van den Hoff Hommerig. West den Weeg, gaende naer Bergendael, groot Een Bounder, en agthien cleene Roeden, Segge 1-2-18.


Folio Eodem No. 5. Een Weijdgen, gehoorende aen den Hoff Hommerig, noord den Weeg, suijd den koolhoff, west de gewande, oost den Hoff Hommerig, groot vijff en dertig cleene Roeden, dito, -.-.33


Folio 629, Eenen Dries geleegen tussen den ondersten en bovensten Wacholder Bosch54, gehoorende aen den Hoff Hommerig, groot Seeven Bounders, een morgen en twee en veertig cleene Roeden, dito, 7-1-42.
13 juni 1786.

Opgeteld is dat 61 Bunders en 5 kleine roeden.

Bijlage 4

 

Juli 1786

Verclaere Ick ondergeschreven bij den Eedelen Noogenden55 Raade en Lienhove van Brabant in s.Haage geadmiteerd Landmeeter ter instantie en Requisitie van den wel Eedelen Heer Drossaert Franck gemeeten te hebben den Hoef en Goederen van Hommerigh van de Erfgename van wijlen sijn Excellentie den Heere Rijcks graave Clemens Augustus van Plettenbergh56  Wittem, te weeten al wat onder gulpen gelegen is volgens mij is aengewesen op den 13 Maart 1777 door de Heeren Scheepens Merckelbagh57, N. Hautermans, Roilion en den Tiendeganger58 gillis Bucken59 van Meggelen ten overstaan van den Pagter van Hommerigh.

 

Eerst van eenen steijnpaal gelegen boven de weijde van de Eerfgen. Pesters ten norden den grooten weg en is getoegen een regte linie van deesen paal regt door den uilenberg op den schoresteijn van den Hoef Hommerigh en regt doorgaens door den Coolhof en weijde en weg tot in een stuck land tusschen twee graaven van Pieter van Theuven en van desen hoeck regt over eenen grooten steijn gelegen in Hommerighs land al regt over den weg tot in eenen graef daer een Eeck gestaen had en van dese Eeck regt door Hommerigs land tot boven in den dunnebos op het midden van een groote Cuel bij Provisie mits de voors: mij hier een groote Distantie niet wisten te wijsen en alldaer tiende vrij is en dese Linie daer met houte Paelen doen teeckenen.

 

Vervolgens beschrijft hij alle stukken land die tot Hommerich behoren:
Als nu nog de voor: 2 B.2M.61. elen bijkomt, die de Driessen tusschen de Waggolder bossen te kort zijn, so is Hommerigh groot 59.B en 20 elen te weinig volgens legger tot gulpen van 1663 1 B.3M, 85 elen60.
Actum cadier den 3 juli 1786.
Joannes van Promeren61, Gesworen Landmeeter.

 

Klik hier voor Jeu van Wersch in de Kerkraadse Tak.

  1. Eg. Slanghen, Bijdragen tot de geschiedenis van het tegenwoordige Hertogdom Limburg, Amsterdam /Sittard 1865, blz 111.
  2. Idem, blz 112.
  3. Blz 53
  4. Albert van Wersch sr. Geschiedenis van de dorpbewoners van de Dorphof in Epen, 1999, blz. 5,
  5. Heren van Wittem.
  6. Population de Canton de Wittem. Departement der Neder-Maas, Gemeente van Gulpen. 1796.
  7. Population de Canton de Wittem. Departement der Neder-Maas, Gemeente van Gulpen. 1796.
  8. Kees Schaapveld, Bestuur en bestuurders in Nedermaas, 1794-1814, In de serie Maaslandse Monografieën nummer 83, blz. 158.
  9. Publications de la Societé d'Archéologie dans le Duché de Limbourg, 1865, blz 311.
  10. Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg. Jaarboek van Limburgs Geschied- en Oudheidkundige Genootschap, 1903, blz 188. Vandaar dat op de eerstesteenlegging ook Gulpen staat.
  11. In 1883 overleed Oscar, graaf de Marchant et d'Ansembourg. In zijn testament worden al zijn landbezittingen genoemd. In Gulpen had hij 562 ha, Wijlre 2 ha, Wittem 48 ha, Margraten 4,Amstenrade 165, Heerlen 99, Merkelbeek 62, Schinnen 58, Nuth 2, Hoensbroek 120, Hulsberg 82, en nog kleinere stukken in Oirsbeek en Brunssum.Bron: Acte van Successie 1883. De kleinzoon van Oscar: Jean Baptiste leefde van 1882 tot en met 1961.
  12. Weekblad van het Regt, 24 november 1908
  13. Oorspronkelijk aanwijzend tafel, kaart C2.00
  14. Bevolkingsregister Gulpen, blad 247.
  15. Bevolkingsregister Gulpen.
  16. Bevolkingsregister Wittem.
  17. Hoewel de rechtzaak tegen M.v.d.H. (zie hierboven) in juni 1908 was, woonde in 1907 de familie Hollands op Hommerich. Toen werd hun hengst tijdens de rijkshengstenkeuring afgekeurd.
  18. Zie bijlage 1.
  19. De Tijd, 11 februari 1911.
  20. De Nieuwe Koerier Maas- en Roerbode 23 febr 1907.
  21. De Tijd, 9 november 1911, De nieuwe Koerier 15 febr 1913 en 15 november 1913.
  22. De nieuwe Koerier 10 febr 1913.
  23. Limburger Koerier 16 aug 1930 en kadastrale kaart C 2.
  24. Henricus van Lotringen, geboren Zeelst 12 augustus 1877, overleden Eindhoven 20 augustus 1950). trouwde Eindhoven 16 september 1918 met Marie Henriette Josephina de Haan, geboren Eindhoven 23 augustus, overleden 1965.
  25. Limburger Koerier 11 juni 1931.
  26. Limburger Koerier 9 januari 1932.
  27. Limburger Koerier 6 febr 1932.
  28. Limburgsch Dagblad 16 febr 1932.
  29. Jan Joseph Hubert Van Wersch, geboren Simpelveld 7 maart 1879, overleden Heerlen 17 november 1959, Lid van de Heilige Familie, trouwde Simpelveld 17 februari 1909 Anna Maria Elisabeth Eschweiler, geboren Simpelveld 29 juli 1889, overleden Mechelen 13 december 1973, dochter van Pieter Joseph Eschweiler en Anna Maria Bodden.
  30. Jeu is Willem Jozef Hubert van Wersch (1914-1991).
  31. Limburgsch Dagblad 15 januari 1935.
  32. Willem Josef Hubert van Wersch, geboren Mamelis 27 juli 1887, overleden Vaals 23 februari 1965 en begraven in Mechelen, trouwde Vaals 16 februari 1911 Louise Jaminon, geboren Mechelen 8 augustus 1887, overleden 6 september 1951, dochter van Hubert Martin Jaminon, dagloner, en Anna Maria Franciska Stohlman.
  33. Rijckheyt T401-1280
  34. Rijckheyt T401-1280
  35.  Het R.K. Bouwblad, veertiendaagsch tijdschrift voor bouw- en sierkunst, Officieel orgaan der Algem. Katholieke Kunstenaarsvereeniging.Het R.K. Bouwblad wijdt in de eerste plaats zijn aandacht aan de Kerkelijke Bouwkunst waarmee de Architektuur staat of valt als uiting eener gemeenschap.

     

    Het verwerpt evenzeer het karakterloos voortsloffen in academisch, historicitische richting als het individualistisch zich uitvieren in vormen die wel nieuw-modisch zijn, maar niet "modern", in den zin van: eigentijdsche realisatie der gezonde beginselen, wier waarde in het verleden bewezen werd. Het wil bevorderen: het sterven, uit de verwarde en verwarrende veelheid der huidige "stijlen", naar die eenheid, welke gegrondvest is op het levenskrachtige in de traditie der groote Christelijke Kunst

  36. Willem Jozef Hubert (Jeu) van Wersch geboren Vijlen 28 september 1914, plots overleden bij het werken op zijn land bij hoeve Hommerich, 22 mei 1991, trouwde Vaals 6 februari 1947 met Jeanne Nicolaye, geboren 6 augustus 1915, overleden 31 oktober 1990.
  37. Brief van gemeente Wittem van 12 juni 1972 aan Taxatie Commissie Abels-Dortu in Simpelveld / Bocholtz.
  38. Brief van 29 augustus 1972 (Rijckheyt: T 408-256).
  39. Raadsbesluit van 13 september 1972 (Rijckheyt T 408-256).
  40. Bespreking 3 mei 1973 (idem).
  41. Brief van Henri van Lotringen aan B&W van Wittem, 1 oktober 1973 (idem).
  42. Rijckheyt, gemeente archief Heerlen, T408-1011.
  43. Gerrit Costermans (1935-2006). Van 1963 t/m 1989 is de heer Costermans als rentmeester verbonden geweest aan het Kantoor Kerkelijke Goederen en de Maatschappij van Welstand. Daarnaast had hij enkele particuliere opdrachtgevers via Rentmeesterkantoor Welhoven BV. De heer Costermans is in 1989 zelfstandig verder gegaan en heeft de particuliere opdrachtgevers meegenomen.
  44. Limburgs Dagblad 17 december 1984
  45. Wellicht Bartholomeus Johannes Boshouwer. In oktober schepen van de hoofdbank Geul, Bunde en Ulestraten. (De Maasgouw, december 1901, blz. 94.)
  46. Op de Volkstelling van 1796 wordt hij Hendrik Jan Essers genoemd, ministre (= gezant). Hij is 51 jaar en woont in het dorp Gulpen. Hij is getrouwd met Raschel Termijn, 50 jaar. Hendrik kwam in 1762 in Gulpen wonen. Zijn vrouw in 1771. De andere namen uit deze alinea staan niet op de bewonerslijst van Gulpen uit 1796.
  47. Naast Hommerich liep een straat: Mestweg.
  48. Wellicht Leonard Willem van den Heuvel, schout en crimineel officier sedert 1762 tot en met 1792 en secretaris van de Brabantse Raad in Maastricht, (de Maasgouw, december 1901, blz. 93 ).
  49. Gewande betekent gebouw.
  50. Het Dunnenbos, ook geschreven als Dunnenbosch, is een bosgebied in de gemeente Gulpen-Wittem in de Nederlandse provincie Limburg. Het hellingbos ligt ten noordoosten van Mechelen, ten zuidwesten van Partij-Wittem, ten zuidoosten van Gulpen en ten oosten van Berghem. Het ligt op een noordelijke uitloper van het Plateau van Crapoel dat in het noordwesten nog een uitloper heeft met de Gulperberg. Tussen beide uitlopers ligt een klein dalletje. Het Dunnenbos ligt op de oostelijke helling van dat dalletje, op de westelijke helling van de uitloper.  Aan de zuidzijde gaat het bos over in het Schweibergerbos. Ten zuidwesten ligt aan de overzijde van een smalle akker het Wagelerbos.(Wikipedia)
  51. Bergheim.
  52. Landsrade is een buurtschap ten zuiden van Gulpen. (Wikipedia)
  53. Waarschijnlijk Rave Kamp,, tussen hoeve De Bek en hoeve Hommerich in.
  54. het Wagelerbos, ook geschreven als Wagelerbosch, Wageler Bosch of Wageler Bos, is een bosgebied in de gemeente Gulpen-Wittem in de Nederlandse provincie Limburg. Het bos ligt ten oosten van Crapoel en ten zuiden van Gulpen en Berghem.Het bos ligt op het Plateau van Crapoel en is deels een hellingbos.Aan de zuidrand van het bos staat een oorlogsmonument ter nagedachtenis aan zes gesneuvelde bemanningsleden van twee neergestorte Halifax-bommenwerpers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 28 april 1994 is het monument onthuld in de aanwezigheid van overlevenden van de crash en andere geallieerde oud-strijders. Het is een gietijzeren kruis met corpus en voor het kruis een plaquette met daarop de namen H.A. Poole en S.A. Somerscales. Het monument staat op de coördinaten 50° 47′ 38″ NB, 5° 53′ 40″ OL. (Wikipedia).
  55. Genoegzame Raad en Leenhof van Brabant in Den Haag (1591-1795).
  56. Clemens Augustus van Plettenberg 1741-1771. Zijn grootvader kocht de Vrije Rijksheerlijkheid Wittem in 1722.  Eys in 1723, in 1728 Slenaken en in 1732 Gulpen-Margraten.
  57. Adolf Merckelbach, gedoopt Mechelen 3 juli 1720, woont ald., sinds 15 maart 1764 op kasteel Wittem, leenman van Wittem, schepen van Mechelen, burgemeester ald., overleden  Mechelen 2 juli 1790, tr. 1e ald. 13 juli 1738 Johanna Pessers, ged. Epen 20 okt. 1707, overleden  Mechelen 2 april 1741, dr. van Johan Gerard en Anna Elisabeth Kerris; tr. 2e Vylen 5 juni 1746 Maria Thielen, geb. Vylen 1724, overleden Mechelen 20 dec. 1764, dr. van Simon en Johanna Werts. bron: www.merckelbach.net.
  58. De tiendheffer, degene die de tienden opstreek, had voor het innen een tiendganger welke ervoor zorgde dat de tienden zonder bedrog en op tijd binnen kwamen (de Bongard, maart 1997, blz. 18).
  59. Ook Gillis Bucken was leenman
  60. 1 bunder, 3 morgen, 85 ellen. De grootte van een bunder is afhankelijk van de plaats. Gemiddeld was een bunder in Limburg kleiner dan een hectare. Zo'n 80 m2.
  61. Johannes van Promeren (ook wel Proemeren), geboren Cadier 20 januari 1734, overleden Cadier 11 september 1789, trouwde 1: Petronella Dobbelsteijn, trouwde 2: 3 februari 1782 Maria Spronck.