Indiëgangers

Toen Indonesië nog “ons Indië” was, gingen veel Nederlanders daar naar toe, hetzij als missionaris, vakantieganger, verpleegster, soldaat (vrijwillig of dienstplichtig) of handelaar. 
Hieronder een kleine opsomming van deze Stamgenoten Indiëgangers.

De oudste vermelding vond ik in de boeken van het Bataljon Oost-Indische Infanterie van de Oost- en West Indische troepen. Op 19 mei 1815 werd aan Louis Wersch (zonder van) 61 francs en 20 centimes betaald, dat gelijk stond aan 29 gulden en 10 cent, als Waterloo gratificatie. Dit bedrag werd aan de Minister van Koloniën betaald zodat die het naar Louis kon overmaken.

Joseph van Wersch, geboren Vaals 13 mei 1927 nam als vrijwilliger na de oorlog in maart 1944 (Limburg was toen al bevrijd), dienst in het leger. Zijn opleiding kreeg hij in Engeland. In 1946 werd hij tot sergeant benoemd. Enkele maanden later, in september 1946, vertrok hij met de SS. Klipfontein naar Indië.  Daar overleed hij als sergeant van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger, in Karees op Java op 18 november 1948.  Samen met veertig andere soldaten staat zijn naam op een oorlogsmonument buiten Wittem. De Oorlogsgravenstichting vermeldt zijn plaats van overlijden als Kampong Sakambangan en hij ligt begraven op het Nederlands Ereveld  Menteng Pulo in Jakarta, vak III, nummer 80/7DD. Klik hier voor meer informatie over Joseph.

klipfontein
Aankomst van de Klipfontein in Tandjong Priok in Indië (Collectie Tropenmuseum)

Johanna Catharina van Weers, geboren op 20 augustus 1873 en overleden Semarang 1 november 1944 als oorlogsslachtoffer in het Gedangankamp. Zij trouwde op 11 augustus 1897 met Johan Nicolaas Vogel die geboren was in Amsterdam op 1 juni 1869. Zij ging al in juli 1904 (30 jaar oud en nog geen kinderen) naar Batavia met de SS. Koningin Regentes. Later ging zij  weer terug. Het gezin vertrok in december 1917 naar Indië. Inmiddels hadden ze drie kinderen.

Catharina Susanna van Weers, geboren 5 oktober 1883. In het boek Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden betreffende Europeanen op Java, geschreven door mr. P.C. Bloys van Treslong Prins over begraafplaatsen staat in deel IV, blz 32 de volgende tekst voor de begraafplaats Bandoeng: Hier rust Klein Jopie. En eronder: Johan van Weers, geboren Bandoeng 8 M. Zoon van Catharina Susanne van Weers te ’s Gravenhage. Dus Jopie werd maar acht maanden oud. Op de website www.roosjeroos.nl staat het overlijden van Johan van Weers in Bandoeng (Preanger Regentschepen) op  8 juni 1909.
Op de kaart van het Bevolkingsregister Den Haag staat dat Catharina juli 1914 vanuit Soerabaia naar Den Haag ging waar zij bij haar zwager J.N. Vogel (zie hierboven) verbleef om op 11 april 1918 naar onbekende besteming te vertrekken.
Ik heb ook een bericht uit de krant dat mej C. van Weers met de SS. Ophir in augustus 1907 vanuit Rotterdam naar Nederlands Indië ging. Stel dat dat deze Catharina was en zwanger was. Daar haar kind kreeg dat overleed. Als het Catharina zou zijn. dan zou zij 23 geweest zijn en ongehuwd.

alg-hndlbl-18-aug-1907
Mej C.S. van Weers ging met SS. De Rembrandt op 14 mei 1914 van Batavia naar Nederland  en kwam 7 juni 1914 aan in Genua. Zij vertrok met de SS. Koningin der Nederlanden op 6 november 1915 van Amsterdam naar Batavia waar zij in Soerabaja op 24 maart 1921 overleed, zonder getrouwd te zijn. Zij werd slechts 37 jaar.

Gijsbert Hubert Jozef (Gijs) van Wersch, geboren 18 augustus 1916, overleden Heerlen 25 december 1982 was technisch directeur Kufferath in Mariaweiler (D.). Hij trouwde in Batavia op 15 augustus 1947 met Constance Marie Sorgdrager, geboren Medan (Indonesië) 22 mei 1922. Zij was de dochter van Bastiaan en Constance Ernestine Pluim Mentz.

ned-dgblpers-28-mrt-1947Gijs verhuisde in 1935 naar de Koedijkstraat 33 in Den Bosch waar hij soldaat (volontair) was. Hij vertrok in december 1936 uit  Den Bosch en ging naar Maastricht waar hij aan het Sterreplein 18 woonde. In maart 1937 tekende Gijs voor vijf jaar als kanonnier tweede klasse en werd in juli 1937 geschikt bevonden voor uitzending. Hij kreeg de premie van ƒ 100,- In juli 1937 ging hij als soldaat met de ms Marnix van St. Aldegonde vanuit Amsterdam naar Indië en kwam op 29 juli 1937 daar bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL),. De arts noteerde dat hij 1,747 meter groot was en een huidlitteken op zijn rechter onderarm had.

Toen de oorlog uitbrak, kon hij zich schuilhouden op een suikerplantage op Oost Java. Toch werd hij in augustus 1943 geïnterneerd in Soerabadja en in augustus 1945 bevrijd uit het Jappenkamp Tjimahi op Java. Hij was sergeant artillerie. Omdat hij goed Engels sprak werd hij na zijn bevrijding liaisonofficier bij de Gurka’s (=Indiase bevolkingsgroep) in het Engelse leger. Daarna was hij werkzaam voor de NEFIS:  de inlichtingendienst van de Nederlanders op Indië.
Hij werd in nov 1947 tijdelijk bevorderd tot algemeen sergeant voor de duur van de tewerkstelling en twee maanden later, zou hij wegens ziekte, met de MS Zuiderkruis terug naar Nederland gaan. Deze reis ging echter niet door. Enkele maanden later, maart 1948, ging hij samen met zijn bruid, die in verwachting was, terug naar het ouderlijk huis in Heerlen.

Op 2 juli 1948 ging hij met de ms Waterman naar Indië. Op 3 november 1948 volgden zijn vrouw en zoon Bas. In november 1948 kreeg Gijs  in Indië ook de tijdelijke rang van korporaal. Op 21 december 1949 ging Gijs met de ms Asturias terug naar Nederland waar hij op 12 januari 1950 aankwam in Rotterdam. Het nieuwe jaar was net begonnen toen de de duur van zijn tewerkstelling verviel. In september 1950 kreeg hij eervol ontslag wegens opheffing van de KNIL.

In augustus 1951 kreeg hij de zilveren medaille voor trouwe dienst. Hij had al de Voortrekkersbadge, het ereteken voor Orde en Vrede en ook het O.H.K. (oorlogsherdenkingskruis)

Begin zestiger jaren van de vorige eeuw werden er in het bisdom Roermond verschillende loterijen opgezet om bouwpastoors te helpen hun kerken te bouwen. Op 28 januari 1962 werd met een nieuwe loterij begonnen Leek helpt zielzorger. Deelnemers konden een lot van ƒ. 1,- kopen en maakten daarmee kans op grote prijzen waaronder twintig prijzen van ƒ 1000,-
Een maand later was de trekking. Op 28 februari 1962 kwam pastoor Corbey, die een kerk in Molenberg wilde bouwen, samen met twee andere heren bij Connie van Wersch-Sorgdrager en overhandigde haar een cheque van ƒ 1000,-. Er waren totaal 350.000 loten verkocht.

Het Limburgsch Dagblad schreef:
De heer Driessen was in Heerlen bij de uitreiking van de cheque aan mevrouw Van Wersch-Sorgdrager, vergezeld door de heer D. Kuipers, parochievertegenwoordiger en van bouwpastoor A. Corbey. Haar gezicht lichtte feestelijk op, toen het grote ogenblik gekomen was en een van haar zoontjes zag zijn droom — een fiets — zo langzamerhand werkelijkheid worden. „Maar”, zo zei de gelukkige winnares, „in een gezin van vier kinderen is steeds van alles nodig en zo’n bedrag is welkom om dingen te realiseren waar tot nog toe geen centen voor waren”.
Typisch is dat ook mevrouw Van Wersch door een buurvrouw op haar geluk attent werd gemaakt. Het lot werd aan haar huisdeur verkocht door’ mej. Sips.
Mevrouw Van Wersch heeft maar één lot gekocht. „Dat doe ik altijd”, bekende ze, „omdat ik het zo sneu vind, mensen die zoveel voor een zaak overhebben dat ze huis aan huis aankloppen om iets te verkopen, zondermeer weg te sturen.”
Het echtpaar kocht later inderdaad een fiets voor hun zoon en voor thuis een radio.

lim-dgbld-1-mrt-1948Opvallend aan deze vermelding is dat Gijs en zijn vrouw Wersch zonder van genoemd worden. Maar ook dat zijn voorletters verkeerde volgorde hebben.
Klik hier voor Gijs van Wersch in den Heerlense Tak.

Hendrik Jozef van Wersch, geboren Aken 10 september 1896, woonde in Amsterdam en trouwde in Aken op 1 mei 1923 met Anna Elisabeth Plum (Ploem). Zij was in Luik op 30 april 1900 geboren. Het huwelijk werd op 15 juni 1933 in Amsterdam ontbonden.  Hij was niet komen opdagen en zij verbleef in Vlissingen. Beiden waren werkloos. Hendrik overleed ongehuwd in Amsterdam op 11 mei 1974 en werd begraven op 16 mei 1974 op de begraafplaats Nieuw Ooster.

In tegenstelling tot zijn broers, vertrok hij niet naar Amerika, maar op 23 juni 1916 als soldaat naar Indië. Hij voer met de SS. Gorontalo naar Oost Indië om dienst te doen in het KNIL (Koloniale Reserve). Op 28 mei 1916 tekende hij een contract voor zes jaar als kanonnier 2e klasse, ingaand op 6 juni 1916. Bij aankomst werd hij omschreven als 1,677 m lang. Hij ontving een premie van f. 400,- Op 12 april 1920 was hij bestemd om naar Nederland te gaan op grond van artikel 10 van het reglement op de 2e klasse van de militaire discipline. Hij had een briefje van ontslag en vertrok op 26 juli 1920 met de SS Patria en kwam op 29 augustus 1920 aan in Rotterdam.

Hij heeft dus vier jaar gediend. Ondanks dat hij in Aken geboren was, was hij Nederlander. Zijn ouders woonden aan de Victoria-strasse 25 in Aken. Hendrik (ook wel Heinrich)  was zowel banketbakker als kelner en koopman (al deze drie beroepen hadden zijn broers ook), en havenarbeider.
Zijn vrouw had bij hun huwelijk al een zoon, geboren in Aken 12 augustus 1921. Hij heette Matthias Hubert Plum. Waarschijnlijk een zoon van Heinrich omdat zowel de namen Matthias als Hubert bij zijn vader en moeder voorkomen. In dec 1931 kwam zij vanuit Amsterdam naar Vaals en vertrok weer in mei 1932, terwijl haar zoon als in februari 1932 naar Aken was verhuisd. Zij was naaister.

Op 27 augustus 1942 werd Heinrich vanuit Amsterdam op transport gezet naar Duitsland om in Keulen te gaan werken bij de Hollandische Unternehmung De Polpoort. Hij was eigenlijk mijnwerker volgens de transportliste. Hij woonde op de 1. Goudsbloemdwarsstraat 17 III en was volgens zijn toen opnieuw uitgegeven paspoort grondwerker.

Klik op de afbeelding voor een vergroting
Klik op de afbeelding voor een vergroting

 J. van Weerst jr werd volgens onderstaande mededeling in de Indische krant het Bataviaasch Nieuwsblad uit januari 1888, overgeplaatst.
bataviaasch-newbld-21-jan-1Dit is echter geen Stamgenoot maar het is J. van Weert jr, volgens de Javaansche Bode en Nieuws van den dag, kleine courant van 27 februari 1888, waarnaar ik dus geen verder onderzoek gedaan heb.

Johann Josef Van Weersth, geboren in het Belgische Mouland op 31 mei 1849 en  overleden in het Duitse Forst op 11 oktober  1908,  trouwde op 4 juni 1881 met Maria Hubertine Smeets die op 30 september in Voerendaal geboren was. Zij kregen zes kinderen waarvan er een voor 1908 en een ander  al voor 1932 gestorven waren. Zij hadden twee getrouwde zonen, twee dochters waarvan één getrouwd en elf kleinkinderen.
Johann van Weersth nam op 7 oktober 1876 in Maastricht vrijwillig voor zes jaar dienst als soldaat bij de Koloniale Troepen en ontving f. 300,- handgeld. Op 28 oktober 1876 vertrok hij met de SS. Prinses Amalia uit het Nieuwe Diep naar Indië.  Hij was 27 jaar. Op zijn aanmeldingskaart stond bij geschreven: is behept met niet hinderlijke zeer geringe verstijving der linkerwijsvinger.  Op 20 januari 1879 kreeg hij toestemming wegens ziekte (tijdelijke ligchamelijke ongeschiktheid)  om naar Nederland te gaan. Dit gebeurde op 12 maart 1879 met de SS Maduro en kwam op 1 mei 1879 in Amsterdam aan. Hij had blauwe ogen en blond en was 1,67 groot.

A.D. van Werst was volgens onderstaand bericht uit het Nieuws van den Dag van Nederlandsch Indië van januari 1910 benoemd tot leerling opziener. Geen idee wie dit is.nwsvddag-ned-ind-3-jan-1910
F.J.F. van Werst werd in de Nieuws van den Dag van Nederlandsch Indië genoemd van 24 juni 1895 omdat hij geslaagd was voor het overgangsexamen van de derde naar vierde  leerjaar aan de Koninklijke Militaire Academie en dan speciaal de Infanterie Oost Indië. Ook hier blijkt het een zettersfout van de krant te zijn. het betreft F.J.H. van West, die in mei 1913 in Indië overleed. Hij was 1e luitenant der infanterie.

leo van weerschLeo van Weersch werd geboren in Schimmert op 5 februari 1918. Hij meldde zich als vrijwilliger voor het Indische leger. Dat werd hem niet in dank door zijn ouders afgenomen. Bij aankomst in het leger was hij 1,778 groot en had een litteken aan de rugzijde van zijn linker muisduim. Op 20 september 1939 werd hij ingelijfd en was verbonden voor den Overzeeschen militairen dienst voor vijf jaar als soldaat. Hij kwam op voor zijn nummer, lotnummer 170.

van weersch
bron: NIOD, geheugen van Nederland

Op 5 januari 1940 werd hij geschikt bevonden voor uitzending en kreeg een premie vanƒ 100,-  Hij vertrok diezelfde maand 28 januari 1940 (bijna 22 jaar oud) nog naar Genua om aan boord van de SS Marnix van St Aldegonde als soldaat 1e klasse naar Indië te gaan. Enkele maanden later verloofde hij zich daar met Mia Geurts uit Sittard. Maar het jaar daarop kwamen de Jappen en ook Leo werd in 1942 gevangen genomen en ondergebracht in twee verschillende Jappenkampen (Hombu Camp en 4d Camp) in de plaats Tjimahi op Java. Zijn POW nummer was 9247 en zijn legernummer was 96280. Als gevangene moest hij dat jaar met vele andere manen als slaven aan de Birma spoorlijn in Thailand werken. In 1945 werd hij bevrijd. 1946 bracht hem meer geluk want toen trouwde hij in het voorjaar met Remi Dongmiran in het kamp Nakompaton in Thailand.

Op 24 september 1946 werd hij met velen naar Nederland geëvacueerd. Hij en zijn zwangere vrouw vonden onderdak bij zijn ouders in Schimmert die daar een café hadden. Een maand later werd hun dochtertje geboren. Als snel vertrok het jonge gezin  op 28 augustus 1947 weer naar Indië. Leo kreeg de tijdelijke functie van korporaal. Helaas overleed daar hun dochtertje, vijf maanden oud. Het werd te gevaarlijk, ook voor dit gezin want inmiddels was hun zoon Jan geboren. Vandaar dat zij op 3 november 1950, na een maand varen op de ss. Oranto terug  in Nederland aankwamen.

Nu moest Leo werk zoeken, maar kon het niet vinden. Zijn ouders  gaven hem geen onderdak omdat hij als vrijwillig als soldaat naar Indië gegaan was. Ontstonden er spanningen in het gezin? Leo ging samenwonen bij Marie Emmelot. Bij haar kreeg hij uiteindelijk zes kinderen. Werk werd pas in 1954 in de Belgische mijnen van Romsee gevonden. Leo en Marie woonden toen in Eijsden op verschillende adressen. Toen hij zijn pensioen van het Koninklijk Nederlandsche Indisch Leger (KNIL) in 1959 kreeg stopte hij bij de mijn. Hij was 41 jaar oud.

Leo overleed in Maastricht in 1974, hij werd slechts 56 jaar.

Hubert Leonard van Wersch, geboren Maastricht 7 juli 1921, overleed in Stein op 19 maart 1985. Hij was ook een van de  Indiëgangers die in het leger zat. Hij trouwde met Cecilia Przijbijla (Cili Pryzbyla).

Peter Mathias (Peter) van Weersch, (1923-1993) trouwde Mia Heijnens. In het  Limburgsch Dagblad uit 1948 staat dat hij in maart van dat jaar met de Grote Beer als soldaat vanuit Indonesië in Amsterdam aankwam. Hij reisde door naar zijn ouders in Heerlen: Het adres stond er bij: Roemer Visserstraat 3.  De Grote Beer was een hospitaalschip. Peter was 25 jaar.
Later schilderde Peter reclames op vrachtauto’s, o.a. bij de melkfabriek De Mijnstreek in Heerlen, hieronder afgebeeld. Hij schilderde de letters. Zijn vader was ook schilder.

foto: www.rijckheyt.nl
foto: www.rijckheyt.nl

Hij bedankt in 1948 iedereen die hem zo vriendelijk ontvangen had bij zijn terugkeer.
lim-dgbl-3-april-1948

Servaas Leopold van Wersch (roepnaam Leo) werd geboren in Eijs op 15 januari 1903. Hij overleed in Geleen op 25 januari 1992 en was dus 89 jaar.  Leopold trouwde twee keer. De eerste keer met Maria Catharina Höttges. Doordat Leo in Indië was en zijn bruid in Leiden werd er met de handschoen getrouwd. In Leiden was de heer Johannes Hendrikus Spijker volgens een vergunning van oktober 1930 aangesteld tot gevolmachtigde om dit huwelijk te voltrekken. Leo was 27 jaar en soldaat in Bandoeng, zijn bruid 29 jaar en zonder beroep in Leiden. Zijn ouders gaven middels een authentieke actie toestemming tot het huwelijk. Die woonden immers in Wittem. Haar ouders waren overleden. Het huwelijk werd op 5 november 1930 ingeschreven in de Burgerlijke Stand.

Maria Höttges vertrok februari 1931 uit Leiden naar Bandoeng met de SS. Christiaan Huygens. Het was een reis van bijna twee maanden.

Op 4 oktober 1923 werd Servaas Leopold in Wittem ingelijfd bij het Regiment Genietroepen als dienstplichtig soldaat. Enkele maanden later (maart 1924 en 21 jaar oud) ging hij op groot verlof en kwam na 1,5 jaar weer terug. Enkele dagen later vertrok hij weer met groot verlof om een jaar later terug te komen. Op 26 juli 1927 tekende hij een contract voor vijf jaar bij de Overzeeschen militaire dienst en ontving op 31 oktober 1927 de premie van 400 gulden. Op 24 december 1927 kwam hij in Batavia aan met de SS. Grotius. Toen werd zijn lengte gemeten: hij was 1,676 m lang. Hij was24 jaar.

Net getrouwd, hij in Batavia, zij in Leiden, kwam zijn vrouw (Mevrouw L. van Wersch. Dit staat voor mw. Leopold van Wersch) met de SS. Christiaan Huygens op 13 december 1930 aan in Indië.   Zij was daar enkele maanden, vertrok naar huis en ging weer op 10 februari 1931 met de Christiaan Huygens van Amsterdam naar Batavia.
Wellicht wilde zij haar huwelijk redden. Maar dat mocht niet baten, want Door het vonnis van den Raad van Justitie te Batavia van 25 september 1931 en de inschrijving in de registers van den burgerlijke stand der gemeente Batavia op 12 december 1931 is het in nevenstaande akte vermelde huwelijk door echtscheiding ontbonden.

Kort daarop werd hij uit dienst ontslagen en kwam op 12 juli 1932 aan met de SS. Indrapoera in Rotterdam. De route die het schip nam was uitgebreid: Batavia, Singapore, Belawan-deli, Sabang, Colombo, Suez, Port-Said, Marseille, Gibraltar, Tanger, Southampton, Rotterdam.

In 1938 trouwde hij voor de tweede keer. Nu met Elisabeth Geertruida (Lieske) van Workum (1910 – 1988). Na zijn Indiëtijd  was hij mijnwerker en daarna verzekeringen. Hij was ook vertegenwoordiger van de Centrale Arbeids Voorziening in Waubach.

Johannes Peter Gerard (Hans) van Weersch (1928 -2008)  trouwde Mia Meijs  In augustus 1953 slaagde hij voor zijn diploma Engelse Handelscorrespondentie en was werkzaam bij de Staatsmijnen als ADSP beambte B.P. Per 1 februari 1970 werd hij belast met de leiding van het Bureau Beambtenpersoneel.

In december 1949 vertrok hij naar Djakarta.  In februari 1950 kwam hij met de SS. Johan van Oldenbarneveld, vertrokken op 27 januari 1950 uit Djakarta, aan in Amsterdam. Aan boord was hij film operator. Hij was slechts enkele weken daar geweest.

Edmond Jozef Hubert (Hub) van Wersch, geboren op 21 april 1913 en overleden in Amsterdam 3 juli 1967, trouwde de eerste keer in 1937 en scheidde in 1957 van Anna Helena Meulenberg (1915 – 1983). Bij zijn huwelijk was hij 23 jaar en journalist. Zij was 21 jaar en had geen beroep.  Hij trouwde voor de tweede keer, in 1957, met de actrice Lea Bentubo (1908 -1984). Dit huwelijk werd in 1967 ontbonden. Haar toneelnaam was Dolly Dolores.
Hub woonde in 1937 met zijn gezin aan de Tuinderstraat in Rotterdam waar hij handelaar in granen was. Toen Rotterdam gebombardeerd was, dook zij onder. Het gezin vertrok naar Heerlen. Op 21 oktober 1950 kwam hij voor de eerste keer in Djakarta aan vanuit Amsterdam met de KLM. Daar was hij hoofd vertegenwoordiger voor een Duits bedrijf.

javabode-9-juni-1952De politionele acties braken uit en Hub vertrok in opdracht van zijn bedrijf naar Manilla. Hij vertrok in 1953 naar Indonesië en wat later dat jaar naar de Philippijnen.Hij stierf in 1967 in Amsterdam en werd in Heerlen begraven.
Klik hier voor Hub van Wersch in de Heerlense Tak.

Anne Marie van Wersch-Holz (1859-1950) vertrok als weduwe op 4 mei 1932 met de SS. Indrapoera van Rotterdam naar Batavia. Op van 2 maart 1933 kwam zij weer terug. Zij verbleef dat jaartje in Bandoeng, West Java. Haar man, Johan van Wersch, hoteleigenaar in Vaals, was in 1925 al overleden.  Hoewel zij in Gulpen geboren was, werd in ’t jaar van haar terugkomst haar het Nederlanderschap verleend.

Maria Hubertina Catharina van Weers, (1896 – 1970)  ging samen met haar man Wieger Dam (1894 – 1944)  waren ook Indiëgangers waar hij een baan als mijnbouwkundig ingenieur had bij een steenkolenmijn. In 1921 deed hij  zijn candidaats examen aan de Technische Hoogeschool.

Maria ging in 1919 vanuit het Limburgse Brunssum naar Den Haag waar zij, 23 jaar oud, kinderjuffrouw was bij de familie Weber in de C. Speelmanstraat 45. In 1926  vertrok zij vanuit Den Haag naar Schaesberg. Vier jaar later was zij weer in Den Haag om er te trouwen. Leuk feit dat zij als Limburgse Van Weers tussen de Haagse tak van Van Weers verbleef.

In oktober 1930 waren zij getrouwd. Vrijwel direct voeren zij naar Indië waar hij zijn eerste baan had als ingenieur 3e klasse op de Oembilinsteenkolenmijn. Dat duurde heel kort want diezelfde maand werd hij overgeplaatst naar de Poeloeaoet steenkolenmijnen. In 1931 werd hij weer teruggeplaatst naar de Ombilinmijnen. Ondertussen was hij tot ingenieur 2e klasse benoemd bij den Mijnbouw.
1932: zij waren zij in Sawah Loento op Nederlandsch Oost Indië 
Maart 1934: Met de Jan Pieterszoon Coen naar Nederland. Omdat hij zes jaar in dienst was bij de mijnbouw kreeg hij een verlof van acht maanden.
November 1936: met de MMS (mailmotorschip) Dembo naar Batavia.
April 1937: Met de Johan van Oldenbarneveld naar Nederland.
Mei 1937: benoemd tot ambtenaar op nonactiviteit.
Maart 1939: Wegens ziekte kreeg Wieger een binnenlands verlof van één maand in Bandoeng.
Mei 1939 werd hij van het hoofdkantoor in Bandoeng overgeplaatst naar de Boekit Asammijnen.
1940 -1942: Zij woonden in Tandjoeng-Enim (N.O.I). want daar was de Boekit mijn.
1944: Wieger overleed in het Interneringskamp Muntek (tegenwoordig Mentok) op West Bangka 50 jaar oud op 13 augustus 1944. Het was een Jappenkamp in Zuid Sumatra op het eiland Bangka.
1958: Mary van Dam-van Weers woonde in Brunssum. Zij overleed  in 1970.

dam.van.w.2005
bron: Oorlogsgravenstichting

Zijn vrouw was toen ziek en verbleef in Palembang bij Sumatra, op een ander eiland dan waar haar man gestorven was. Hij ligt begraven op het Nederlands ereveld Leuwigajah in Indonesië.

wieger-van-dam

Op de rechter overlijdensadvertentie werd het overlijdensjaar verkeerd geplaatst. Volgens de familie was hij in 1945 overleden, terwijl op het kruis 1944 staat.

Op de site www.indischekamparchieven.nl staat: In Zuid-Sumatra werden de geïnterneerde mannen, vrouwen en kinderen eind 1943 en in de loop van 1944 overgebracht naar twee grote verzamelkampen in en bij Muntok op het eiland Bangka. De mannen werden geïnterneerd in de gevangenis, de vrouwen en kinderen in een barakkenkamp buiten de stad. Vooral de mannen hebben het op Bangka zwaar gehad: in de gevangenis kwam tussen september 1943 en maart 1945 bijna een derde van alle geïnterneerden om het leven. In maart en april 1945 werden de Muntok-kampen ontruimd naar de afgelegen rubberonderneming Belalau bij Loeboeklinggau. Tijdens de reis kwamen bijna 30 geïnterneerden om het leven. In Belalau werden de vrouwen en kinderen ondergebracht op het emplacement van de rubberonderneming aan de Soengei Tjoeroep. Het mannenkamp lag ruim 2 kilometer verder naar het oosten. In augustus 1945 verbleven in de Belalau-kampen meer dan 1.100 geïnterneerden.

wieger van dam 1930
Klik op de foto voor vergroting:
Koninginnedag 1930 in Sawah Loento

Op deze foto staan
bovenste rij vlnr:  mw. Badings, dhr. Crijns, dhr. Vis, dhr. Van Dam en dhr. Johannesen (houtvester)/
Middelste rij vrnl: dhr. Holleman, dhr. Wijthoff, mw. Wijthoff, mw. Crijns, mw. Duursma, mw. Holleman, mw. Vis, mw. Wijngaarden-Jentink, mw. Van Dam-van Weers.
Onderste rij: dhr. Badings en dhr. Duursma.

Op de foto ontbreekt dhr Van Wijngaarden. Hij was net als Wieger van Dam, mijningenieur.
(met dank aan mw. Wijngaarden, schoonkleindochter)

Toevallig (?) was de man van mevrouw Van Wijngaarden, net als Wieger van Dam, mijningenieur.

Een Stamgenoten website