Vijf broers naar Amerika

Het gezin van Frans Willem Hubert Vanwersch en Joanna Maria Ehrens /Ernest/Errens bestond uit veertien kinderen. Vader overleed 52 jaar oud aan een hersenbloeding in 1907. Wellicht was dat de reden dat vijf broers naar Amerika vertrokken.

daniel-van-werschIn november 1923 kwamen vier broers Van Wersch aan in Amerika.  Het betrof: Wilhelm van Wersch, oud 28 jaar en bakker van beroep, Daniël, 24 jaar en als enige van de vier broers gehuwd. Bij zijn huwelijk zei hij bakker te zijn. In 1929 was hij alweer gescheiden. Hubert, 22 jaar en Frans (later Adelbert genoemd) 21 jaar. Hij stond op de passagierslijst van de SS Rotterdam te boek als koopman.
Kort daarna is Frans weer snel terug naar Nederland gegaan. Hij woonde in 1923 tot maart 1925 in een bovenhuis aan de Stoofsteeg in Amsterdam, samen met zijn broer Wilhelm Hubert (uit 1895). In 1926 ging hij samen met een andere broer weer naar Amerika.

heinrich-van-wersch

Frans vertrok samen met Wilhelm Adelbert in maart 1925 weer uit Amsterdam. Waar naar toe? Op de kaart stond dat zij ambtshalve vertrokken. Het huis aan de Stoofsteeg was waarschijnlijk een doorgangshuis, want na hen verbleven er korte tijd vele vele mensen, tot in de veertiger jaren.

Frans was zich ondertussen Adelbert gaan noemen. Niet vreemd gezien zijn doopnamen Franz Wilhelm Adelbert. Duitse namen omdat alle kinderen uit dit gezin  in Aken waren geboren.

Op 2 november 1926 kwamen Adelbert en zijn broer Frans Jozef aan in New York. Adelbert zei dat hij al in New York woonde en Frans gaf op dat hij slager was en uit Amsterdam kwam. Zij voeren weer met de SS Rotterdam.
Dus uiteindelijk gingen vijf broers naar Amerika.

De vijf broers

  • Willem Hubert (1895) was de oudste van de vijf broers. Hij reisde veel. Geboren in Aken woonde hij in september 1922 al in Rotterdam op de Schiedamsedijk 7a bij de familie Gernette in huis Hij was bakker. In oktober 1922  liet hij zich uitschrijven om weer terug naar Aken te gaan, naar zijn ouders. In november  1923 kwam hij vanuit Aken naar Amsterdam om vandaar uit dezelfde maand (hij was 28 jaar) naar Amerika te gaan. Hij  hield wel zijn adres in Amsterdam aan want daar staat hij te boek in een woonhuis tussen 1923 en 1925. Op de kaart van het bevolkingsregister staat dat hij zich in juni 1925 liet uitschrijven om naar Amerika te gaan, Waarschijnlijk was de reis van 1923 een verkenningsreis, of wellicht een vakantie?  In 1926 vertrok hij weer voor Amerika. En wellicht was de reis van 1926 ook een zakelijke reis want als reden van zijn vertrek uit Amsterdam stond er ambtshalve. Hij was op dat moment banketbakker. Tussen 1927 en 1932 woonde hij weer op diverse adressen in Amsterdam. In januari 1932 werd hij weer in Amsterdam ingeschreven. Nu kwam hij hier vanuit Utrecht. Hij vertrok in april 1933 uit Amsterdam. Als beroep had hij gezegd dat hij opzichter was. Willem is waarschijnlijk in 1958/1959, in Amerika overleden.
  • Daniel Jozef (1899) was in 1922 getrouwd, maar woonde maar zeer kort samen. Hij was net als zijn oudste broer bakker, meer specifiek: banketbakker. Zijn vrouw dagvaardde hem in 1928 via  een krantenadvertentie omdat zijn adres onbekend was. Thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in het Koninkrijk. Hij moest daarom op 9 augustus 1928 om 11.30 bij de Arrondissement rechtbank verschijnen in Amsterdam. De echtscheiding was op 4 maart 1929. Op papier waren ze zeven jaar getrouwd. Ik denk feitelijk nog niet eens één jaar getrouwd. alg-handlbld-4-juni-1928Hij woonde in 1922/1923 in Rotterdam waar hij banketbakker was. Daniel vertrok in november 1923 met de SS. Rotterdam naar Amerika. Hij was 24 jaar oud. Enkele jaren later vertrok hij met de SS. Rotterdam op 2 november 1926 weer naar New York waar hij op 13 november 1926 aankwam..Op de passagierslijst staat dat hij kok was en kon lezen en schrijven. In 1932 zat hij wer in new York en begin februari 1933 in Amsterdam. In april 1933 ging hij met de SS. Statendam naar New York en specifiek naar Brooklyn . Hij werd in 1939 officieel toegelaten tot Brooklyn., zoals op de bovenste afbeelding te lezen valt waar hij aan de Lenox Boulevard woonde. Op de bewonerslijst van 1940 staat hij genoemd als Daniel Venwersch, 41 jaar (klopt), alleenstaand en woonde 11 West 103 str, in New York. Hij was kok in een restaurant en verdiende 960 dollar per maand voor 36 uur per week. Hij werkte er al 59 weken. Hij hield van golf. In de New York Times van 10 november 1937 wordt hij genoemd als winnar van een partij. Hij overleed in Amerika in februari 1950.
  • Frans Jozef (1900) woonde tussen 1912-1919 in Valkenburg. In 1919 woonde hij al in Rotterdam (Boerenvischmarkt 12 bij Verlinden. In februari 1920 woonde hij ook bij de familie Gernette aan de Schiedamsedijk 7a met zijn oudste broer  en vertrok 7 juli 1920 naar Aken, (Ambtstrasse). Op 1 december 1923 kwam hij aan in new York. Hij ging in maart 1925 vanuit Rotterdam (inmiddels zijn vierde adres in Rotterdam) naar Amsterdam (Marnixstraat 98 III) waar hij vleeschhouwer (slager) was. In 1926 vertrok hij naar Gent. Op 13 november 1926 was hij weer in New York. Frans was 26 jaar. Ook hij is waarschijnlijk in Amerika gebleven want hij werd ook genaturaliseerd.
  • heinrichHubert Heinrich (1901) woonde op zijn 2ste al in Rotterdam waar hij, net als zijn broers, banketbakker was. ging in 1923 ging vanuit Rotterdam naar Amsterdam (Brouwersstraat) en vandaar uit naar Amerika waar hij op 1 december aankwam. Hij werd daar kelner in het beroemde Waldorf Astoria Hotel. In 1926 was hij weer in New York.  In 1928 was hij in Cuba waar hij met de boot naar New York ging. . Op de passagierslijst stond dat hij assistent steward was. Logisch natuurlijk omdat hij als beroiep kellner had. Dit keer was hij vanuit Bremen vertrokken. In 1932 vertrok hij met de SS. Statendam vanuit Rotterdam weer naar New York. Tussen 1936 en 1939 woonde hij op verschillende adressen in Rotterdam waar hij kelner was. Hubert was geen grote man. Op zijn 27ste was hij  1.50 lang en woog hij 72 kilo. Een aparte vermelding  waard stond op de passagierslijst van de SS. Gustav E. Reuter die op 26 juni 1938 vanuit Amsterdam aankwam in Wilmington NC was de cabin boy Hubert van Wirsch Hij zat al 15 jaar op zee. Op 7 juni 1938 ging hij als 37 jarige aan boord, dus geboren ca 1901. Hij was 1,65 groot en woog 68 kilo. Op een andere lijst blijkt dit Hubert van Wersch te zijn. Daarop staat hij als deserted seaman en niet onder discharged. uiteindelijk werd hij op 28 mei 1951 tot Amerikaan genaturaliseerd. Hij woonde aan de Columbus Avenue in New York. Op 2 december 1949 stond in de lokale krant het bericht dat een automobilist een botsing had met een andere auto waarin drie passagiers zaten. Eén van hen was Hubert van Wersch, (48 jaar). Hij had enkele  verwondingen en zijn rechteroog had drie hechtingen nodig. Ergens in die jaren trouwde hij want in 1950 scheidde hij van Margaret N.N. in Florida. In 1952 trouwde hij met Antonia van den Berg. Hubert woonde toen 410 Grassland Road in Valhalla. Hij was ondertussen head waiter geworden. Zij kwam per KLM in 1954 vanuit Amsterdam aan op de luchthaven van New York.  Zij had twee koffers bij zich.
the-herald-statesman-yonker
The Herald- Statesman Yonkers
  • Frans Willem Albert (1902) verhuisde van zijn geboortestad Aken op 22 jarige leeftijd naar Rotterdam waar hij ook aan de Schiedamsedijk 7a woonde. In 1923 was zijn eerste keer dat hij met de SS. Rotterdam naar New York ging. Tussen 1923 en 1925 verbleef hij in Amsterdam, waar hij handelsreiziger maar ook bakker was. Januari 1926 was hij weer in Amerika en op 2 november 1926 ging hij weer, nu met de SS. Rotterdam naar New York waar hij Adelbert genoemd werd. Zijn doopnamen waren tenslotte Franz Wilhelm Adelbert. Hij was koopman. In 1932 ging hij, nu als kelner, weer naar Amerika.In 1933 woonde hij bij zijn oudere broer in Rotterdam. Frans was reislustiger dan zijn broers. hij was de enige die in Buenos Aires geweest was. Dat was in 1937. Van Buenos Aires ging hij naar Montreal en vervolgens reisde hij derde klas naar Nederland met de Almazora van de Royal Mail Lines. Hij was kelner. Frans stierf 35 jaar oud en ongehuwd in Rotterdam op 4 mei 1938. Hij was toen kelner. Zijn overlijden werd door zijn broer Hubert aangegeven.
    declaration of intention
    14 december 1923

    Amerika wilde toen al graag weten wat zij in huis haalde getuige het laatste deel van deze verklaring:
    It is my bona fide intention to renounce forever all allegiance and fidelity to any foreign prince, potentate, state, or sovereignty and particularly to the German empire en (or) Wilhelmina queen of the Netherlands of whom I am now a subject.
    I am not an anarchist, I am not a polygamist nor a believer in the practice of polygamy and it is my intention in good faith to become a citizen of the United States of America and to permanently reside therein
    So help me God

    Het is mijn bonafide voornemen om voor altijd afstand te doen van trouw aan een buitenlandse prins, dictator, rechtstaat of soevereiniteit en in het bijzonder aan het Duitse Rijk en (of) aan Wilhelmina, koningin van de Nederlanden aan wie ik nu onderdaan ben.
    Ik ben geen anarchist, ik ben geen polygamist of gelovige in de praktijk van de polygamie en het is mijn bedoeling om te goeder trouw burger van de Verenigde Staten van Amerika te worden en daar permanent te verblijven.
    Zo helpe mij God.

Een andere broer was Leonard Hubert van Wersch. Hij ging dan wel niet naar Amerika, maar verhuisde vele malen.

Leonard Hubert van Wersch (1893-1984)

Leonard was 13 toen zijn vader overleed. In het jaar dat hij 19 werd (1913) moest hij zich melden voor de Nationale Militie, ondanks dat hij in Aken geboren was. Maar voor de Nederlandse wet was hij Nederlander omdat zijn vader Nederlander was. Leonard was toen dagloner hoewel zijn moeder een kruidenierswinkel in Aken had. Hij moest zich melden bij het 5e Regiment Infanterie, maar dat deed hij niet. Twee maanden later werd geconstateerd dat hij niet verschenen was. Pas twee jaar later in 1915 kreeg hij ontslag uit de Militie wegens een lichaamsgebrek. Helaas stond op zijn kaart niet vermeld welk gebrek dat geweest was.

Ondertussen was de Eerste Wereldoorlog aan de gang. Leonard woonde in 1917 in Maastricht. Waarschijnlijk wilde hij toch naar zijn familie in Duitsland, maar werd hem het verblijf in en de toegang tot het in staat van beleg verklaarde gebied ontzegd. In die tijd moest je namelijk een speciaal bewijs hebben dat je de grens mocht oversteken. Toch wist hij bij zijn familie te komen. Daar bleef hij enkele maanden waarna hij in juni 1917 opeens naar Rotterdam verhuisde. Hier was hij los werkman en koopman ongeregelde goederen. Dat beviel hem niet waarop hij in de maand erna naar Maastricht vertrok. Wellicht dat hier zijn aanstaande vrouw ontmoette.

Maria Olischlägers woonde toen in Maastricht. In november 1917 trouwde hij met haar. Enkele weken later vertrokken zij naar Rotterdam. Leonard was nog steeds koopman ongeregelde goederen. In januari 1918 gingen zij naar Sittard. Hier werd hun zoon Godfried in april 1918 geboren.
Eind december 1918 kreeg hij eindelijk toestemming Bij Besluit van den Commandant van het Veldleger dd. 1 December 1918, is aan de navolgende personen toegestaan terug te keren in het in staat van belegd verklaard gebied waarin hun den toegang was ontzegd.

Hij mocht nu officieel naar zijn moeder. Gelijk verhuisde het gezin voor de zoveelste keer, nu weer terug naar Maastricht. Een jaar later werd in de december 1919 hun dochter Isabelle hier geboren. Zij werd twee jaar oud, als voogdijkind, in 1921 naar de zusters in Roermond gebracht. Wellicht hadden haar ouders het moeilijk? In juli 1921 kwam zoon Hubert in Maastricht ter wereld. In december 1921 verhuisde het gezin naar Hoensbroek. Hier werd in november 1922 hun dochter geboren. Isabelle kwam in 1925 gelukkig weer terug in het gezin.

Hoensbroek werd in juni 1925 verruild voor Sittard en Sittard werd in september 1925 verruild voor Geleen. Op 20 oktober 1927 vertrokken vader, moeder en alleen hun dochter Maria Theresia naar Obbicht. Waar bleven de andere kinderen? In Obbicht had hij een winkel bij zijn boerderij.
Augustus 1929: BRAND. Door onbekende oorzaak ontstond Vrijdagmorgen brand in de woning van L .van Wersch aan den Bornerweg . In korten tijd brandden winkel en woonhuis geheel uit . Van den inboedel kon zoo goed als niets gered worden . Het houtwerk bleef nog den geheelen dag smeulen .De schade wordt door verzekering gedekt. Zij vonden op 11 oktober 1929 onderdak in Geleen waar zij enkele keren naar een ander adres verhuisden. Volgens het Bevolkingsregister van Obbicht was hij mijnwerker. In 1939 kreeg hij zijn pensioen van de Staatsmijnen. Hij was schiethouwer geweest op de Maurits in Geleen.

En toen kwam de Tweede Wereldoorlog. Leonard was in november 1940 lid van de NSB geworden. Later schreef Leopold dat hij maar tot de zomer van 1941 lid was geweest toen heb ik mij bedankt, en heb me niet meer met verdere politiek ingelaten.

Daarvoor werd hij na de bevrijding gestraft. Zijn pensioen en invaliditeitsuitkering werden vervolgens niet meer uitbetaald. Als vergelding werd hij direct na de bevrijding van september 1944 tot september 1945 in Geleen gevangen gezet. Doordat hij hier ziek werd, werd hij op advies van de arts vrij gelaten en ging weer terug naar Geleen.
In 1946 vroeg hij teruggave van zijn uitkeringen omdat hij het financieel moeilijk had.
Vreemd dat hij in zijn brieven nooit vermeldde dat hij in 1943 door de Duitsers in Kamp Amersfoort gevangen was gezet. Hij moest in Duitsland werken en tijdens een verlof keerde hij niet meer terug waarna hij opgepakt en gevangen gezet werd.

Zijn invalidenuitkering was ƒ 137,28 per jaar en bijslag ƒ 68,64 per jaar. Vanaf september 1944 had hij niets meer ontvangen. Zijn invaliditeitsverzekering keerde ƒ 27,28 per 4 weken uit. Die was ook in september 1944 gestopt.
Het gezin woonde in Geleen in een gedeeld huis waarvan zij twee van de vijf kamers ter beschikking had. Zij betaalden geen huur en ontvingen geen steun. Leo had de meubels al verkocht, de elektrische wasmachine, karpetten, een 2/3 vrachtwagen schlaam, weckflessen met inhoud en ook zes kippen aan diverse mensen uit de buurt,. Hij moest eigenlijk in een sanatorium opgenomen moeten worden vanwege stoflongen.

Hun jongste dochter Maria Theresia had haar ouders in die na-oorlogse dagen ook financieel geholpen. Vandaar dat haar vader in juni 1946 naar de instanties onder meer in een brief schreef: Met geheel zijn vader hart zou hij haar nu zoo gaarne een kleine gift schenken voor alles wat zij voor hem en de familie gedaan heeft in de moeilijksche tijde. Daardoor kon zij het hoogst nodige kopen want zij zou in juli 1946 trouwen. Dat voorschot kreeg zij. Zij woonde in Lutterade waar zij in de kost was. Voor dat geld kocht zij ondergoed, een jurk, een paar schoenen en kousen. De rest van het geld had zij aan haar vader gegeven omdat hij geen inkomen had. Zij was juist bij haar baas in de kost omdat tehuis geen plaats is, en mijn ouders op twee kamertjes zitten schreef zij.
Eind december 1946 werd Leopold buiten vervolging gesteld en zijn vrouw in januari 1947.

Leopold was toen 53 jaar en zij moesten vanaf nu verder leven van zijn mager pensioentje, de invaliditeitsuitkering en steun van de gemeente Geleen.

Leonard overleed in 1984 en zijn vrouw enkele maanden later, ook in 1984. Zij lieten vier kinderen achter, inmiddels twee mannen en twee vrouwen en zeven kleinkinderen.

Klik hier om naar de vijf broers te gaan in de Simpelveldse Tak.

Een Stamgenoten website