Jan Theodoor van Wersch, burgemeester

Johannes Theodorus van Wersch werd op 30 maart 1750 te Kerkrade geboren uit het echtpaar Johannes van Wersch en zijn echtgenote Johanna Catharina Brouwers. Dezen hadden drie kinderen die in Simpelveld geboren waren, waarvan het  oudste kind, een dochter, vroegtijdig overleed.
Het gezin verhuisde van de boerderij op de Molsberg in Simpelveld naar Kerkrade waar Jan pachter werd van de kasteelhoeve het “Heeren Anstel”. Het kasteel werd wegens bouwvalligheid in 1876 gesloopt, de bijbehorende boerderij in 1978.

In 1767 verhuisde de familie terug naar Simpelveld. Vader had toen driemaal zes jaar (de wettelijke pachttermijn) de boerderij gehad en zij moeten daarom wel verhuizen. In Simpelveld kocht hij de boerderij in de Irmstraat welke hij op 20 mei 1767 in eigendom verworven had. Deze boerderij was van zijn schoonzus Mechtilde Brouwers, weduwe van Bart Horbach. Vader betaalde 500 pattacons tegen een koers van twaalf Akense gulden per pattacon. Ook kocht het natuurlijk de landerijen erbij voor 950 pattacon. Deze 1450 pattacon stond destijds gelijk aan 17.400 mark. Alleen de oudste zoon Lambertus bleef in Kerkrade wonen en vestigde zich als boer  op de Heeren Anstel. De jongste zoon Philippus was ingetreden in het klooster van de Minderbroeders Conventuelen in Linnich.
De hypotheek van 1400 pattacons werd door zijn zonen in 1821 afgelost. In zijn notitieboekje schreef hij: Anno 1821 den 20 november ist durch Theodorus van Wersch en Petrus van Wersch, die Capital in Achen afgelegt worden van 1400 paticon en vervallen inbrefsen (=rente) vor 1200 paticon.
boekje-6
Dit geld had hij in 1769 geleend. Op deze boerderij woonde Theodor en zijn broers Stephanus en Petrus. Peter trouwde in 1782 en vertrok. Er waren dus nog twee huishoudens.

Op 5 mei 1777 sterft vader Jan op de leeftijd van 77 jaar in Simpelveld. In een erfenisakte van 11 februari 1779 wordt gewag gemaakt van Anna Catharina Brouwers naergelatene weduwe van wijlen Johannes van Wersch geassisteert met haere grootjarige kinderen.
Toen ook moeder Brouwers op 26 november 1779, 67 jaar oud,  overleden was, bleven de broers Joannes Stephanus, Joannes Theodorus en Joannes Petrus op de boerderij in de Irmstraat wonen.
Theodor, zoals zijn roepnaam luidt, treedt het meest op de voorgrond.

De vierde oktober 1779 was voor Theodor een gedenkwaardige dag: hij treedt op die dag in het huwelijk met Maria Elisabeth Lintjens. Deze was geboren in Voerendaal op 5 oktober 1746. Het huwelijk werd gesloten in Simpelveld. Het echtpaar kreeg in Simpelveld zes kinderen waarvan er drie op jonge leeftijd stierven en drie kinderen uiteindelijk trouwden.

  • Johannes Stephanus van Wersch, geboren 14 januari 1782
  • Anna Catharina van Wersch, geboren 25 januari 1784
  • Pieter Joseph van Wersch, geboren 18 mei 1790.

In een akte, opgemaakt op 13 april 1784, verklaart broer Lambertus, die in Kerkrade was gebleven, dat hij afstand doet van zijn patrimonium in Simpelveld te behoeve van zijn broers Theodorus, Joannes Petrus en Joannes Stephanus voor eene integraele somme van zes hondert pattacons per 12 guldens aix (=Akense guldens).
Na de inlijving van de Zuidelijke Nederlanden bij de Franse Republiek op 1 oktober 1795 volgde een nieuwe bestuursindeling waarbij het land werd verdeeld in departementen en kantons. Simpelveld en Bocholtz, die sedert 16 augustus 1626 tot een Heerlijkheid verheven waren, werden in afzonderlijke gemeenten gescheiden en behoorden na de afkondiging op 5 januari 1796 tot het Canton Rolduc en het departement Nedermaas:  Meuse inferieure.
Omdat ze met twee huishoudens in de Irmstraat woonden, werd dit huis te klein.

Theodor liet in 1797 een nieuw huis bouwen aan de Irmstraat tegenover de boerderij waar het gezin tot dan toe leefde en werkte. Het huis, opgetrokken in Simpelveldse Kunrardermergelsteen bevindt zich nog, op enkele wijzigingen na, o.a. de vergroting van de ramen in de voorgevel en een bijgebouwde ruimte in de achtergevel, in de oorspronkelijke staat.

irmstraat-88kopieBoven de tweedelige deur is een herinneringssteen geplaatst met het jaartal 1797 en de initialen T.vW. en E.L. (Theodoor van Wersch en Elisabeth Lintjens). In het huis bevindt zich nog een slaapkoets met gesloten deuren en een houten schoorsteenlambrizering. Om het huis binnen te gaan moet je drie trapjes op. Vandaar de bijnaam van het huis Op gen trepges. Waarschijnlijk is dit het oudste huis in de tegenwoordige Irmstraat. Tot 1865 bleef hier een Van Wersch wonen. Vandaag de dag is dit Irmstraat nummer 88.

In 1798 werd Joannes F. Schellen opgevolgd door Theodor van Wersch als agent municipal van Simpelveld, een voorloper van de burgemeester. Op 20 mei 1800 volgde zijn benoeming door de perfect Reintjens van het departement Nedermaas, tot burgemeester, of zoals dat toen heette: Maire en ook totofficier de l’Etat Civil, zeg maar ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Simpelveld telde ongeveer 800 inwoners.

benoeming
De uitoefening van het ambt was geen gemakkelijke taak. Daar was vooreerst het gebruik van het Frans als bestuurstaal. Hier rijst meteen de vraag hoe het gesteld was met de kennis van deze taal bij het bestuur in plattelandsgemeenten. Onder de gegadigden voor het ambt waren toch al niet veel geschikte personen te vinden die in aanmerking kwamen. Degenen die het ambt aanvaardden, wisten zich de steun te verwerven van een of ander persoon die de Franse taal machtig was en die als adjoint fungeerde. Dit wordt geïllustreerd in een schrijven van pastoor Joannes Dautzenberg van Bocholtz van 12 Fructidor an VIII, in de normale jaartelling was dat 30 augustus 1800,   (het was de Franse tijd en daar binnen gold tussen 24 november 1793 en 31 december 1806 een andere vorm van jaartelling. Het jaar begon met jaar I na de Franse Revolutie.)  Dautzenberg schreef aan de Perfect van Nedermaas dat hij ontslag vraagt als adjoint omdat hij geen Frans kan lezen, schrijven of spreken. Theodor ontving als burgemeester60 francs per jaar als wedde. Dat zou nu zo’n €20,- per jaar zijn.

Theodor moet een bedachtzaam man geweest zijn. In de beginperiode van de bezetting was hij niet op de voorgrond getreden. Hij had geen politieke aspiraties maar een afwachtende houding aangenomen. Hij moet al de klare blik gehad hebben dat de Franse legers niet ingevallen waren om een korte vakantie te houden, maar van plan waren om blijvend een nieuwe orde te vestigen. De revolutionaire ideeën zullen wel een sterke indruk op hem gemaakt hebben en hij voelde dat een nieuwe tijd was aangebroken. De bouw van een nieuw huis zo vlak na de overgangstijd in 1797, getuigde van moed en vertrouwen in de toekomst. Bij de benoeming als agent municipal legde hij zicht toe op de taak die hem wachtte en begreep dat het noodzakelijk was om zich de beginselen van de Franse taal zich eigen te maken.

Op de declaratiestaat van het jaar XI komen 46 reizen van Theodor voor naar de kantonale hoofdplaats Rolduc. In de jaren VII, VIII en IX reisde hij naar de hoofdplaats Maastricht van het departement. Voor het bijwonen van de zittingen naar Rolduc kreeg Theodor een vergoeding van 7 francs en 40 centimes per zitting. De reis naar Maastricht werd vergoed met 5 francs. Er staat in de declaratie niet bij hoe de reizen werden afgelegd. Gezien de geringe vergoeding mag men aannemen dat de reizen naar Rolduc per voet volbracht werden. Het was niet ver. Ongeveer 9 km  of een kleine twee uur lopen. Naar Maastricht zal hij wel de postkoets gebruikt hebben. Verder blijkt uit de declaratie dat de afwikkeling en uitbetaling, zoals bij de Overheid gebruikelijk is, niet vlot verlopen is.

De diep ingrijpende maatregelen, voortvloeiende uit de vele afgekondigde besluiten, vereisten een tactische optreden, zowel tegenover de burgerij als tegenover de Overheid. Het is dan ook niet te verwonderen dat de medewerking aan de totstandkoming van de Gemeenteraad niet groot was. In een circulaire van de perfect van het departement Maastricht wordt de maire aangemaand om vóór een bepaalde datum mannen te kiezen en hun namen op te geven omdat hij anders genoodzaakt is speciale commissarissen te zenden op kosten van de gemeente. Theodor klaagt dat hij, ondanks de moeite die hij zich getroost heet, er niet in geslaagd is. Op 21 juli 1800 (2 thermidor an VIII) schrijft de perfect een brief met daarin de namen van tien mannen die als gemeenteraadslid in aanmerking komen. In 1801 vraagt de perfect om een zegel van het dorp met de handtekening van de maires van het departement. Opvallend is dat Theodor van Wersch dit verzoek retourneert en zich daarin de maire van Simpelveld en Bocholtz noemt. Is er sprake van vervanging of van samenwerking?

Op 29 maart 1806 sterft zijn vrouw Maria Elisabeth Lintjens op 60 jarige leeftijd

Aan een brief, gedateerd 3 juli 1806, aan Roggieri, perfect van het departement, ontlenen wij dat de maire van Simpelveld ook bemoeienis had met een strijdvraag tussen de kerkmeesters van Simpelveld en die van Bocholtz, aangaande de inkomsten van kerkelijke goederen in de gemeente Bocholtz. De maire bewijst op schriftelijke geschiedkundige gronden dat deze inkomsten rechtens aan de kerkmeester van Simpelveld toegewezen moeten worden.

In januari 1811 maakte Theodor een tijdelijke crisis door of had hij een kortstondige inzinking. De toen 61 jarige werden de beslommeringen te veel en de toestand was er niet rooskleuriger op geworden. Bij de wet van 5 november 1798 was in het departement van Nedermaas de conscriptie (dienstplicht) ingevoerd, hetgeen betekende dat door loting de manschappen werden aangewezen die krijgsdienst moesten verrichten. Op de lijst van lotelingen van het jaar 1810 komen de namen voor van de jongemannen geboren in het jaar 1790. De lijst is ondertekend door de maire Van Wersch. Het lot om soldaat te worden treft ook zijn eigen zoon Pieter Joseph. Die moest in het begin van 1812 naar de garnizoensplaats Maubeuge vertrekken. Mogelijk heeft de ongerustheid omtrent het lot van zijn zoon met andere wederwaardigheden geleid tot het ontstaan van deze crisis. In een brief van 20 januari schrijft hij dat hij zich niet in een goede gezondheid bevindt en daarom vraagt om zijn zoon Johannes Stephanus in zijn plaats te benoemen. Maar als de perfect het niet geschikt vindt, dan zal hij aanblijven en hem verder dienen, zoals het hem behaagt. Het verzoek om zijn zoon in zijn plaats te benoemen rook naar goedbedoelde voortrekken van familieleden en werd dus niet ingewilligd. De perfect hield Theodor aan zijn gedane belofte dat hij verder ter beschikking stond. Zijn slechte gezondheidstoestand nam men niet al te serieus.

De laatste officiële handeling van de maire van Simpelveld is het opmaken van akte 35 van de Burgerlijke Stand op 15 september 1813. De volgende akte, nummer 37,  is opgemaakt op 10 oktober 1813  ten overstaan van Joseph Daniels die nu maire et officier de l’état civil de la commune de Simpelveld is.
Hieruit blijkt dat tussen 15 september 1813 en 10 oktober 1813 Theodor van Wersch ontslagen is of ontslag genomen heeft als maire van Simpelveld. Of zijn vertrek te maken heeft met de terugkomst van zijn zoon Pieter van de Russische veldtocht van Napoleon is onbekend. Pieter bevond zich op dat moment in de oude garnizoensplaats Maubeuge om te herstellen van de doorgestane ellende. Pieter kwam eind november 1813 terug in Simpelveld. Klik hier voor diens levensverhaal..
Een officieel bewijs van ontslag is tot heden niet gevonden.

Opvallend is wel dat de aktes in de tijd dat hij burgemeester was, niet door hem geschreven werden. De aktes beginnen allemaal wel met: voor hem verschenen... Theodor ondertekende alleen de aktes. Heel duidelijk zie je dat met de overgang van de ene maire naar de andere maire. De aktes die toen geschreven werden en ondertekende werden door Van Wersch of Daniëls, zijn namelijk door dezelfde adjoint geschreven. Alleen natuurlijk anders ondertekend. Ook opvallend is dat Theodor al vanaf 1800 de aktes ondertekende met Von Wersch terwijl zijn zoon Johannes handtekeningStefanus, die regelmatig optrad als getuige bij aangiftes van geboorte, overlijden en als huwelijksgetuige, de aktes de ene keer met J. Etienne van Wersch en de andere keer met J.E. van Wersch ondertekende. De naam Van Wersch bleek een moeilijke naam te zijn. Hierboven, op het officiele document van zijn benoeming tot burgemeester wordt hij Van Weers genoemd. Toen zijn zoon Pieter Joseph geboren werd, schreef de pastoor zijn achternaam als van Wers.

Theodor overleed op 29 juli 1828. Zijn overlijden wordt in het notitieboekje door zijn zoon Pieter opgeschreven. Hij was van 23 april 1799  tot september/oktober 1813 burgemeester van Simpelveld. Eerst als agent municipal en daarna als maire.

Bronnen: Leo van Wersch (1903-1993) en Hubert van Wersch (1917-2007). Zij waren neven van elkaar. Beiden hadden dezelfde grootvader. Jan Theodorus van Wersch was diens grootvader.

Klik hier voor Jan Theodoor van Wersch in de Simpelveldse Tak.

Een Stamgenoten website