Florent Eijssen, uitvinder en pelgrim

Jeannette van Wersch (1874-1942) en haar man Alphons Eijssen (1899-1959)

ansichtkaart2Jeannette ontving als jongste dochter van Jan Anton van Wersch, schilder/glazenier in Heerlen regelmatig ansichtkaarten van haar broers en zussen. Zo ook van haar oudere zus Gertrude (1869-1954). Gertrude was dame de compagnie van beroep en reisde in die hoedanigheid met de adellijke families d’Outremont en De Geloes nogal veel. Zij stuurde haar jongste zusje ansichtkaarten uit allerlei steden en streken. 
Op de achterkant van deze kaart staat:
den 11 juni 1898 (Jeannette is 23 jaar)
Beste Jeanne Monster zonder waarde heb ik ontvangen besten dank voor kaart en resten. Veel pleizier met de kermis. Jammer dat ik er niet bij ben.
Salut. Gertrude van Wersch

lim-dgbl-9-dec-1922
1923

Jeannette werkte in haar jonge jaren als winkeljuffrouw bij de firma Corsten ( in textiel) in Roermond, hoogstwaarschijnlijk intern. In 1895 vertrok zij naar Rotterdam, Keulen en in 1899 naar Brussel waar zij dat jaar met de Belgische Florent Eijssen trouwde. Het echtpaar woonde in 1901 en 1902 in Parijs. Daar werd hun zoon Florent geboren. Het echtpaar vestigde zich (met inmiddels twee kinderen) rond 1904 definitief in Heerlen.  Dachten ze, want de familie vertrok wat later naar Moskou waar hij voor de firma Christofle werkte. Daar wonen hielden zij niet vol, ook vanwege de Revolutie. Ferd, de broer van Jeanette, nam contact op en vertrok vervolgens naar Moskou om haar en de kinderen te halen.

Jeannette van Wersch
Jeannette van Wersch

Eenmaal terug in Nederland betrokken zij een huis aan de Oranje Nassaustraat in Heerlen. In 1920 riep de paus op om de kinderen in midden Europa te helpen. De Nederlandse geestelijkheid stichtte toen de Sint Josefvereeniging. Er woonden vele Nederlandse gezinnen in Duitsland. Maar nu, vanwege de na-oorlogse ellende, keerden velen terug. Niet allen konden terugkeren. Duitsland hielp de Nederlandse gezinnen niet. Daarom nam de Josef vereniging aktie. Voor Heerlen konden de liefdegaven bezorgd worden bij het Minderbroerderklooster of bij Madame A.F. Eyssen, Oranje Nassaustraat 2. Zij trad hiermee in de schreden van haar beide broers Edmond en Ferd die ook vele deden voor de samenleving en voor de Belgische vluchtelingen.

Florent Eijssen was elektro-chemicus en werkte voordien voor de firma Christofle ( o.a. tafelzilver) in Parijs, Berlijn en Moskou. In Heerlen richtte hij een bedrijf voor elektrische installatie op. Zijn echtgenote voerde een winkel in comestibles – kruidenierswaren

lim-gbld-20-mei-1922
1922

Zij woonden in de Oranje-Nassaustraat, nr 2, Heerlen. Florent Eijssen vond een procedé uit om aardewerk en porselein met metaal te bekleden. Het patent ging verloren. Hij heeft nog gepoogd de uitvinding te exploiteren, maar dat werd een mislukking. IN 195 hadden zij al telefoon en dus stonden zij in het telefoonboek. Zij woonden toen nog steeds in de Oranje Nassaustraat maar nu op nummer 37. Hun telefoonnummer was 34.

1925

EEN NIEUWE UITVINDING.
HEERLEN, 17 Juni 1925.
Gisterenmiddag- gaf de heer Eijssen te Heerlen in zijn laboratorium in de Oranje-Nassaustraat een demonstratie voor de Ned. pers met zijn nieuwe vinding, waarop reeds het Ned.-Belgisch en Fransche octrooi is verleend, terwijl dit inmiddels bij andere landen is aangevraagd. Door deze vinding van den heer Eijssen, is het zooals hij demonstreerde mogelijk geworden een laagje koper, ijzer, zilver, goud of een ander metaal op hout of glas zich te doen vasthechten en dit in betrekkelijk korten tijd. Men begrijpt de draagwijdte van deze vinding, wanneer men nagaat, dat b.v. bij de porcelein isolatoren van de telefoonnetten onbreekbaar worden, dat voortaan alle artikelen voor huishoudelijk gebruik gemetaliseerd kunnen worden en zoodoende voor breken worden gevrijwaard. Na het resultaat met de isolatoren werd van rijkswege een onderzoek ingesteld, waarna Eijssen, patent verschillende proeforders kreeg van het rijk.

bron: Eindhovensch Dagblad juni 1925

naam

EYSSEN’S PATENT. Geeft het een revolutie in de glas- en aardewerk-industrie?

Dinsdagmiddag gaf de heer A. Eyssen in zijn laboratorium aan de Oranje-Nassaustraat een demonstratie van het nieuwe Eyssen’s Patent, waarop reeds door Nederland. België en Frankrijk octrooi was verleend, terwijl dit inmiddels in andere landen werd aangevraagd. De uitvinder zette voor de pers in een causerie uiteen, hoe hij gekomen was tot het nu bereikte resultaat, hoeveel moeite en zorg dit had gekost. Nu echter is het mogelijk geworden, glas, porcelein enz. te metaliseeren, wat met proefnemingen in het laboratorium werd aangetoond. Een isolator, waarvan er duizenden aan onze telefoonnetten zitten en een tegel, werden ter demonstratie gemetaliseercl, d.w.z. er werd gemaakt dat zich een laagje koper (ook andere metalen is mogelijk) op het porcelein afzet. Het resultaat was spoedig bereikt en verrassend. Naar men ons mededeelde, waren door het Rijk proeven genomen en foto’s geven een overzicht van deze proefnemingen. Evenals aan de telefoonpalen werden een aantal isolatoren opgesteld, en hierop werd met steenen geworpen. Alleen de gemetaliseerde isolatoren hielden het uit. Dientengevolge kreeg Eyssens Patent reeds enkel, proef orders. Ook andere zaken, zooals kopjes, kannetjes, porceleinen pannen enz., kunnen worden gemetaliseerd en de laatste krijgen daardoor een groote duurzaamheid en vuurvastheid. Men begrijpt nu, dat de draagwijdte van deze vinding enorm is, daar bij massatoepassing van dit product de glas- en porcelein-industie stop zal komen te staan, of althans een veel kleineren afzet, door het minder breken harer artikelen, zal krijgen.

bron: Limburgsch Dagblad juni 1925.

voorbeelden
voorbeelden van zijn procedé

Alphonse Florent Eyssen was patenthouder onder meer van de witte porseleinen dopjes die vroeger op de elektriciteitspalen zaten om de zekeringen te beschermen. In Heerlen richtte hij een bedrijf voor elektrische installatie op.  Hij adverteerde met Licht, Kracht, Bel en Telefooninstallaties. Op deze foto is een voorbeeld van de techniek die hij patenteerde.

VREESELIJKE RAMP.
De installatie van den heer Eyssen-v. Wersch vernield.
Onopgemerkt door de meeste Heerlenaren heeft in den nacht van Maandag op Dinsdag de familie Eyssen-v. Wersch in de Oranje-Nassaustraat een ontzettende ramp getroffen. 
Onze lezers zullen zich nog herinneren, hoe we voor eenigen tijd in de gelegenheid waren mededeeling te doen, omtrent de vinding gedaan door den heer Eyssen inzake het metalliseeren van glas, porcelein en aardewerk.
Nu plots in den afgeloopen nacht is het heele werk dat de heer Eyssen met zooveel moeite, met zooveel zorg ook, opbouwde door het vuur vernield.
Van de geheele inrichting, de motoren en verdere machines, die alhoewel ze slechts tijdelijk zóó waren, geïnstalleerd achter de woning, een grooten indruk maakten is niets overgebleven dan een groote ruïne.
Te circa 3 uur — hoe weet niemand — moet het vuur ontstaan zijn en de heer Stienstra gaf er volgens het politierapport, te 3.30 uur kennis van, aan het hoofdbureau. De autospuit is toen onmiddellijk onder commando van brandmeester Tjjssen uitgerukt en heeft door haar energiek optreden groote onheilen voorkomen. Zij is er in geslaagd de onmiddellijk aangrenzende gebouwen alle voor de vlammen te bewaren.
De 2 slangen op de waterleiding werden dus wel goed bediend, en het gevaar dat aanwezig was door het feit, dat in de perceelen ernaast en erachter verfwaren en benzine waren geborgen, is bezworen.
Te kwart voor 5 is de brandweer ingerukt. Ook de Commandant der Brandweer, de heer Erkens, was op het terrein van den ramp.
Men begrijpt dat deze ramp, de familie Eijssen-van Wersch zeer zwaar heeft getroffen, temeer nog, waar zij op het oogenblik nog in de onzekerheid verkeert of verzekering de schade dekt of niet.
 
bron: Limburgsch Dagblad 21 oktober 1925

Hij vroeg op 27 oktober 1925 in Amerika octrooi aan en dat werd verleend onder nummer 1558853: Process for the metallization of porcelain or glass. Hij heeft nog gepoogd de uitvinding te exploiteren, maar dat werd een mislukking. Ook kon hij zijn patent verkopen, maar deed dat echter niet.

Een van hun kinderen, ook met de naam Florent, was de initiatiefnemer van de pelgrimstocht naar Banneux

1945: Pelgrim

joep
Neef Joep van Wersch loopt met het vaandel

Tussen 15 januari  en 3 maart 1933 verscheen Maria als ‘Maagd der Armen’ acht maal aan het twaalfjarig meisje Mariette Beco in Banneux,  een plaatsje gelegen tussen Luik en Verviers. De heilige Maria verscheen daar voor alle natiën om het lijden van de zieken te verlichten. Zij riep op om ter plekke een kapel te bouwen en veel te bidden. Bisschop Kerkhofs van Luik erkende in 1949 de verschijningen. Op de verschijningslocatie, in de voortuin van het huis Beco, werd  in augustus 1933 een devotiekapel ingewijd.

In 1945 begon hun zoon Florent Eijssen (1901-1990)  getrouwd met Johanna Band, als dank voor de bevrijding te voet naar Banneux te gaan. Langzaamaan sloten zich vrienden bij hem aan. In de zeventiger jaren begon de tocht aandacht te krijgen van de pers en er kwamen steeds meer deelnemers.

1971

lim-dgbl-24-dec-1971

Al meer dan 25 jaar te voet heer en terug naar Banneux

Kerstmis betekent voor Florent Eijssen boete

door Jan Willem van Gils

VALKENBURG, 24 dec. — Ze kennen hem in België, de nu 70-jarige Florent Eijssen uit Valkenburg. Al meer dan vijfentwintig jaar gaat hij elke kerstnacht te voet naar de bedevaartplaats Banneux, waar hij de kerstviering meemaakt en daags daarop keert hij weer te voet terug naar zijn woonplaats.

Voor hem is kerstmis geen vreugdefeest. Kerstmis betekent voor Florent boetedoening. Florent is jarenlang een eenzaam pelgrim geweest op de oude weg van Zuid-Limburg naar Banneux, en het is nog niet zo gek lang geleden dat hij voor het eerst een compagnon vond die de tocht eens een keer wilde meemaken. En intussen hebben zich al meer dan 30 mensen bij Florent aangesloten. Ook dit jaar —- ze zijn vanmorgen in alle vroegte vertrokken — hebben zich al bijna dertig dames bij de heer Eijssen aangemeld om mee te mogen lopen naar Banneux.

Belofte
Florent heeft onder alle weersomstandigheden gelopen. Een jaar heeft hij niets dan regen gehad. Doorweekt kwam hij toen in Banneux aan, maar even zo vrolijk als hij uit Valkenburg was vertrokken startte hij de volgende ochtend opnieuw in de stromende regen op weg naar huis. Twintig graden vorst heeft hij meegemaakt. De ijskegels hingen aan zijn wenkbrauwen toen hij tegen elf uur ’s avonds in Valkenburg arriveerde. Barre sneeuwstormen heeft hij meegemaakt. „Het was in Battice een keer zo erg dat we nauwelijks de brug over de Boudewijnweg durfden oversteken, zo hard stormde het. Door elkaar goed vast te houden hebben we de brug kunnen oversteken”, vertelt Florent, die liever zijn belevenissen tijdens zijn pelgrimages en het doel daarvan voor zichzelf houdt. „Toch kan ik niet zwijgen, want ik wil andere mensen laten weten dat kerstmis voor mij geen vreetfeest is, dat er nog andere waarden zijn”, gaat hij verder. Florent spreekt over een’ belofte die hij kort na de oorlog heeft gedaan. Om een zeer persoonlijke reden zou hij enkele jaren te voet naar Banneux gaan om daar de kerstnacht door te brengen. Toen hij zijn belofte had ingelost besloot hij om zolang hij leefde Kerstmis in Banneux te vieren.

1971Geen helden
Het is een lange weg naar de bedevaartplaats, die in de uitlopers van de Ardennen ligt. Heen en terug betekent het 116 kilometer. De Banneux-pelgrims zijn het meest bang voor de „Col de Tancremont” die enkele kilometers vóór Banneux ligt, en waarbij een hoogteverschil van ruim 400 meter overbrugd moet worden. „Velen van ons krijgen hier de grote inzinking”, zegt Florent die er uitdrukkelijk aan toevoegt dat hij en de zijnen geen rekordbrekers zijn. „We zijn geen sportmaniakken en ook geen helden.

We willen alleen maar kerstmis vieren op onze manier. En waar kan men dat beter doen dan op de plaats waar Onze Lieve Vrouw zelf is verschenen?” Florent die in 1901 in Parijs is geboren is een diepgelovig man. Daar komt hij rond voor uit. Hij zegt het verschrikkelijk te vinden dat tegenwoordig zoveel priesters het ambt verlaten. „Dat begrijp ik nou niet hè”, zegt hij verbitterd terwijl hij een nieuwe pijp stopt. „Telkens als wij bij elkaar komen in Hoogcruts bij de Belgische grens om gezamenlijk naar Banneux te vertrekken bidden wij dc eerste rozenkrans voor de uitgetreden priesters. De hele weg bidden wij. We lopen op het ritme van het Weesgegroet”. Florent Eijssen heeft veel vrienden gemaakt in al die jaren. Vooral langs de oude route van De Plank naar Banneux heeft hij rustpunten gevonden in herbergen en bij boeren waar hij praktisch kind aan huis is. „Le pélerin hollandais” is in de Voerstreek een begrip geworden. „Het is goed gebruik”, vertelt Florent, „dat de oudere generatie de hoed voor ons afneemt als ze ons tegenkomt. Dat hoort zo bij pelgrims in België”.

Operatie
Een keer heeft Florent de tocht gedeeltelijk moeten lopen. Dat was vorig jaar, toen hij na een operatie op doktersadvies thuis moest blijven. „Ik heb toch nog 35 kilometer kunnen lopen”, zegt hij, „toen ben ik in de auto gestapt die ons volgde”. De Banneuxgangers hebben nu ook vaste plaatsen gekregen in de kerk in Banneux. „Langs de sacristie komen wij de kerk binnen”, vertelt Florent. Jammer vindt hij het dat hier tegenwoordig geen Franse missen meer worden gelezen.

„Dat was een mooie tijd. Ik zorgde altijd dat ik bij de eerste mis in Banneux was, want dan werden Franse kerstliederen gezongen. Prachtig zijn die. De tweede en derde mis werd respektievelijk in het Latijn en het Nederlands gelezen. Nu is dat allemaal weg”.

Lourdes
Florent Eijssen heeft al eerder een monstertocht gemaakt. In zijn jonge jaren is hij een keer te voet naar Lourdes gegaan. Maar hierover wil hij nu niet vertellen. „Dat is een verhaal apart”, zegt hij. De man uit Valkenburg traint nooit voor de tocht naar Banneux. Het enige dat hij wel veel doet is fietsen. „Het moet een boetetocht blijven”, zegt hij vastberaden. Toch bereidt Florent zijn tocht goed voor. In zijn totaal versleten rugzak heeft hij alle mogelijke spullen zitten om blaren te kunnen behandelen. Hij masseert zelf de „recruten”, zoals hij degenen noemt die voor het eerst aan de tocht deelnemen. Zelf omzwachtelt hij zijn voeten en draagt een paar zware schoenen. Eén paar heeft hij in de rugzak zitten voor de terugtocht.

Herder
De Valkenburgse pelgrim heeft ook nooit angst gehad in de jaren dat hij eenzaam en verlaten naar Banneux liep. Alleen doorkruiste hij bossen waar zelfs op een kraakheldere zomerdag geen mens zich laat zien. Hij herinnert zich hoe hij een keer een berg sneeuw voor een gedaante had aangezien. „Dat kan geen spook zijn, want die bestaan niet”, had hij tegen zichzelf gezegd en was vastberaden -doorgelopen. Onderweg stopten soms wel eens auto’s: waarvan de bestuurders Florent vroegen of hij mee wilde rijden. Hier wilde hij nooit iets van weten, want ..le pélerin hollandais” stelt zich op het standpunt dat hij niet naar een festival gaat maar aan een boetetocht bezig is. „Ik voel me als een herder die naar de stal gaat waar Christus geboren is en van dit feit moeten we geen feest maken waarbij alleen maar veel gegeten wordt”. Het ontbijt van Florent in Banneux bestaat dan ook alleen maar uit droog brood met bloedworst, hetgeen volgens hem daar gebruik is. De doorzetter uit Valkenburg weet zich elk jaar omringd met steeds meer pelgrims. Dit jaar is de jongste 16. en de oudste. Hijzelf, 70 jaar. Voor hen is de pelgrimage naar Banneux de mooiste kerst die ze zich kunnen indenken.

bron: Limburgs Dagblad 24 december 1971

 In 1976 waren er 200 deelnemers, in 1977 304. Dat groeide door tot 1985 toen er 1000 bedevaarders waren, want het was de 40ste keer. De paus bezocht ook dat jaar het bedevaartsoord. Tegenwoordig zijn er enkele honderden bedevaarders.
In december 2010 was het voor de eerste keer dat de bedevaart afgelast werd vanwege de enorme hoeveelheid sneeuw in de Ardennen.

florent-rolstoel
In 1988 deed Florent mee in een rolstoel. Hij was 87 jaar.

1975

In 1975 vroeg Florent Eijssen zijn achterneef Joep van Wersch of hij mee wilde lopen als vaandeldrager. Zie onderstaande  foto. Iedere tocht begon op 24 december om 08.30 uur in Valkenburg met een joep1mis waarna de deelnemers naar Florent gingen om hem op te halen. Vervolgens begon men aan de tocht van 58 km lang. (sinds 2010 is de tocht 51 km lang). Om 22.00 uur werd vervolgens in Banneux de kerstnachtmis gezamenlijk gevierd.
De Belgische tv maakte in 1975 en in 1983 er een reportage over.

1984

joep-lim-dgbl-1984
Artikel uit 1984

Jeannette was Lid van de Derde Orde en H. Familie. Alphonse Florent  Eijssen was lid van het Aartsbroederschap der H. Familie en begiftigd met het Croix Mauve. 

Tegenwoordig wordt de 2x 51 kilometerpelgrimstocht georganiseerd door de Stichting Rooms Katholieke Kerstboetebidweg.

jeanette
Jeannette
Florent
Florent

 

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier voor Alphonse Florent Eijssen, de vader van Florent Eijssen in de Heerlense Tak.           

Een Stamgenoten website