Genealogische website Warsage

Florent eijssen

Florent Eijssen was met Jeannette van Wersch getrouwd. Jeannette ontving als jongste dochter van Jan Anton van Wersch, schilder/glazenier in Heerlen regelmatig ansichtkaarten van haar broers en zussen. Zo ook van haar oudere zus Gertrude (1869-1954). Gertrude was dame de compagnie van beroep en reisde in die hoedanigheid met de adellijke families d’Outremont en De Geloes nogal veel. Zij stuurde haar jongste zusje ansichtkaarten uit allerlei steden en streken.

Op de achterkant van deze kaart staat:
den 11 juni 1898 (Jeannette is 23 jaar)
Beste Jeanne, Monster zonder waarde heb ik ontvangen besten dank voor kaart en resten. Veel pleizier met de kermis. Jammer dat ik er niet bij ben.
Salut. Gertrude van Wersch.

Jeannette ontving veel ansichtkaarten. Klik hier.

Jeannette werkte in haar jonge jaren als winkeljuffrouw bij de textielwinkel van de firma Corsten in Roermond, hoogstwaarschijnlijk intern.

In 1895 vertrok zij naar Rotterdam, en Keulen en in 1899 naar Brussel waar zij dat jaar met de Belgische Florent Eijssen trouwde.

Het echtpaar woonde in 1901 en 1902 in Parijs. Daar werd hun zoon Florent geboren. Het echtpaar vestigde zich (met inmiddels twee kinderen) rond 1904 definitief in Heerlen.  Dachten ze, want de familie vertrok wat later naar Moskou waar hij voor de firma Christofle werkte. Daar wonen hielden zij niet vol, ook vanwege de Revolutie. Jeannette nam contact op met haar broer Ferd. Die vertrok vervolgens naar Moskou om haar en de kinderen te halen.

Jeannette van Wersch
Jeannette van Wersch

Eenmaal terug in Nederland betrok het gezin Eijssen-van Wersch een huis aan de Oranje Nassaustraat in Heerlen.

In 1920 riep de paus op om de kinderen in midden Europa te helpen. De Nederlandse geestelijkheid stichtte toen de Sint Josefvereeniging. Er woonden vele Nederlandse gezinnen in Duitsland. Maar nu, vanwege de na-oorlogse ellende, keerden ook velen terug. Maar Duitsland hielp de Nederlandse gezinnen niet. Daarom nam de Josef vereniging aktie. Voor Heerlen konden de liefdegaven bezorgd worden bij het Minderbroerderklooster of bij Madame A.F. Eyssen, Oranje Nassaustraat 2. Zij trad hiermee in de schreden van haar beide broers Edmond en Ferd die ook vele deden voor de samenleving en voor de Belgische vluchtelingen.

Florent Eijssen was elektro-chemicus en werkte voordien voor de firma Christofle ( o.a. tafelzilver) in Parijs, Berlijn en Moskou. In Heerlen richtte hij een bedrijf voor elektrische installatie op. Zijn echtgenote voerde een winkel in comestibles – kruidenierswaren

Jeannette was Lid van de Derde Orde en H. Familie. Alphonse Florent  Eijssen was lid van het Aartsbroederschap der H. Familie en begiftigd met het Croix Mauve.

eijssen
Het gezin Eijssen -van Wersch rond 1915, v.l.n.r. Thea, moeder Jeanette, Florent, Ferdinand, onbekende heer, Mariëtte, vader Florent Eyssen.
Floor Albert
Jeannette met kleinzoon Florent Albert. (Albert is de achternaam).
eijssen
Het gezin Eijssen omstreeks 1920 in de tuin van Oranje Nassaustraat 2 in Heerlen.

lim-gbld-20-mei-1922

Zij woonden in de Oranje-Nassaustraat, nr 2, Heerlen. Florent Eijssen vond een procedé uit om aardewerk en porselein met metaal te bekleden. Het patent ging verloren. Hij heeft nog gepoogd de uitvinding te exploiteren, maar dat werd een mislukking.

In 1915 hadden zij al telefoon. Zij woonden toen nog steeds in de Oranje Nassaustraat maar nu op nummer 37. Hun telefoonnummer was 34.

1925

EEN NIEUWE UITVINDING.
florent eijssenHEERLEN, 17 Juni 1925.
Gisterenmiddag- gaf de heer Eijssen te Heerlen in zijn laboratorium in de Oranje-Nassaustraat een demonstratie voor de Ned. pers met zijn nieuwe vinding, waarop reeds het Ned.-Belgisch en Fransche octrooi is verleend, terwijl dit inmiddels bij andere landen is aangevraagd. Door deze vinding van den heer Eijssen, is het zooals hij demonstreerde mogelijk geworden een laagje koper, ijzer, zilver, goud of een ander metaal op hout of glas zich te doen vasthechten en dit in betrekkelijk korten tijd. Men begrijpt de draagwijdte van deze vinding, wanneer men nagaat, dat b.v. bij de porcelein isolatoren van de telefoonnetten onbreekbaar worden, dat voortaan alle artikelen voor huishoudelijk gebruik gemetaliseerd kunnen worden en zoodoende voor breken worden gevrijwaard. Na het resultaat met de isolatoren werd van rijkswege een onderzoek ingesteld, waarna Eijssen, patent verschillende proeforders kreeg van het rijk.

bron: Eindhovensch Dagblad juni 1925

EYSSEN’S PATENT. Geeft het een revolutie in de glas- en aardewerk-industrie?

Dinsdagmiddag gaf de heer A. Eyssen in zijn laboratorium aan de Oranje-Nassaustraat een demonstratie van het nieuwe Eyssen’s Patent, waarop reeds door Nederland. België en Frankrijk octrooi was verleend, terwijl dit inmiddels in andere landen werd aangevraagd. De uitvinder zette voor de pers in een causerie uiteen, hoe hij gekomen was tot het nu bereikte resultaat, hoeveel moeite en zorg dit had gekost. Nu echter is het mogelijk geworden, glas, porcelein enz. te metaliseeren, wat met proefnemingen in het laboratorium werd aangetoond. Een isolator, waarvan er duizenden aan onze telefoonnetten zitten en een tegel, werden ter demonstratie gemetaliseercl, d.w.z. er werd gemaakt dat zich een laagje koper (ook andere metalen is mogelijk) op het porcelein afzet. Het resultaat was spoedig bereikt en verrassend.

Naar men ons mededeelde, waren door het Rijk proeven genomen en foto’s geven een overzicht van deze proefnemingen. Evenals aan de telefoonpalen werden een aantal isolatoren opgesteld, en hierop werd met steenen geworpen. Alleen de gemetaliseerde isolatoren hielden het uit. Dientengevolge kreeg Eyssens Patent reeds enkel, proef orders. Ook andere zaken, zooals kopjes, kannetjes, porceleinen pannen enz., kunnen worden gemetaliseerd en de laatste krijgen daardoor een groote duurzaamheid en vuurvastheid. Men begrijpt nu, dat de draagwijdte van deze vinding enorm is, daar bij massatoepassing van dit product de glas- en porcelein-industie stop zal komen te staan, of althans een veel kleineren afzet, door het minder breken harer artikelen, zal krijgen.

bron: Limburgsch Dagblad juni 1925.

Florent eijssenAlphonse Florent Eijssen was patenthouder onder meer van de witte porseleinen dopjes die vroeger op de elektriciteitspalen zaten om de zekeringen te beschermen. In Heerlen richtte hij een bedrijf voor elektrische installatie op. Hij adverteerde met Licht, Kracht, Bel en Telefooninstallaties. Op deze foto is een voorbeeld van de techniek die hij patenteerde.

VREESELIJKE RAMP.
De installatie van den heer Eyssen-v. Wersch vernield.
Onopgemerkt door de meeste Heerlenaren heeft in den nacht van Maandag op Dinsdag de familie Eyssen-v. Wersch in de Oranje-Nassaustraat een ontzettende ramp getroffen. 
Onze lezers zullen zich nog herinneren, hoe we voor eenigen tijd in de gelegenheid waren mededeeling te doen, omtrent de vinding gedaan door den heer Eyssen inzake het metalliseeren van glas, porcelein en aardewerk.


Nu plots in den afgeloopen nacht is het heele werk dat de heer Eyssen met zooveel moeite, met zooveel zorg ook, opbouwde door het vuur vernield.
Van de geheele inrichting, de motoren en verdere machines, die alhoewel ze slechts tijdelijk zóó waren, geïnstalleerd achter de woning, een grooten indruk maakten is niets overgebleven dan een groote ruïne.


Te circa 3 uur — hoe weet niemand — moet het vuur ontstaan zijn en de heer Stienstra gaf er volgens het politierapport, te 3.30 uur kennis van, aan het hoofdbureau. De autospuit is toen onmiddellijk onder commando van brandmeester Tjjssen uitgerukt en heeft door haar energiek optreden groote onheilen voorkomen. Zij is er in geslaagd de onmiddellijk aangrenzende gebouwen alle voor de vlammen te bewaren.


De 2 slangen op de waterleiding werden dus wel goed bediend, en het gevaar dat aanwezig was door het feit, dat in de perceelen ernaast en erachter verfwaren en benzine waren geborgen, is bezworen.
Te kwart voor 5 is de brandweer ingerukt. Ook de Commandant der Brandweer, de heer Erkens, was op het terrein van den ramp.
Men begrijpt dat deze ramp, de familie Eijssen-van Wersch zeer zwaar heeft getroffen, temeer nog, waar zij op het oogenblik nog in de onzekerheid verkeert of verzekering de schade dekt of niet.

bron: Limburgsch Dagblad 21 oktober 1925

Hij vroeg op 27 oktober 1925 in Amerika octrooi aan en dat werd verleend onder nummer 1558853: Process for the metallization of porcelain or glass. Hij heeft nog gepoogd de uitvinding te exploiteren, maar dat werd een mislukking. Ook kon hij zijn patent verkopen, maar deed dat echter niet.

Een van hun kinderen, ook met de naam Florent, was de initiatiefnemer van de pelgrimstocht naar Banneux

1945: Florent Eijssen jr.

joep

Tussen 15 januari  en 3 maart 1933 verscheen Maria als ‘Maagd der Armen’ acht maal aan het twaalfjarig meisje Mariette Beco in Banneux,  een plaatsje gelegen tussen Luik en Verviers. De heilige Maria verscheen daar voor alle natiën om het lijden van de zieken te verlichten. Zij riep op om ter plekke een kapel te bouwen en veel te bidden. Bisschop Kerkhofs van Luik erkende in 1949 de verschijningen. Op de verschijningslocatie, in de voortuin van het huis Beco, werd  in augustus 1933 een devotiekapel ingewijd.

In 1945 begon Florent Eijssen jr (1901-1990), getrouwd met Johanna Band, als dank voor de bevrijding te voet naar Banneux te gaan. Langzaamaan sloten zich vrienden bij hem aan. In de zeventiger jaren begon de tocht aandacht te krijgen van de pers en er kwamen steeds meer deelnemers.

Foto: Zijn neef Joep van Wersch loopt met het vaandel naar Banneux.

1971

lim-dgbl-24-dec-1971

Al meer dan 25 jaar te voet heer en terug naar Banneux

Kerstmis betekent voor Florent Eijssen boete

door Jan Willem van Gils

VALKENBURG, 24 dec. — Ze kennen hem in België, de nu 70-jarige Florent Eijssen uit Valkenburg. Al meer dan vijfentwintig jaar gaat hij elke kerstnacht te voet naar de bedevaartplaats Banneux, waar hij de kerstviering meemaakt en daags daarop keert hij weer te voet terug naar zijn woonplaats.

Voor hem is kerstmis geen vreugdefeest. Kerstmis betekent voor Florent boetedoening. Florent is jarenlang een eenzaam pelgrim geweest op de oude weg van Zuid-Limburg naar Banneux, en het is nog niet zo gek lang geleden dat hij voor het eerst een compagnon vond die de tocht eens een keer wilde meemaken. En intussen hebben zich al meer dan 30 mensen bij Florent aangesloten. Ook dit jaar —- ze zijn vanmorgen in alle vroegte vertrokken — hebben zich al bijna dertig dames bij de heer Eijssen aangemeld om mee te mogen lopen naar Banneux.

Belofte
Florent heeft onder alle weersomstandigheden gelopen. Een jaar heeft hij niets dan regen gehad. Doorweekt kwam hij toen in Banneux aan, maar even zo vrolijk als hij uit Valkenburg was vertrokken startte hij de volgende ochtend opnieuw in de stromende regen op weg naar huis. Twintig graden vorst heeft hij meegemaakt. De ijskegels hingen aan zijn wenkbrauwen toen hij tegen elf uur ’s avonds in Valkenburg arriveerde. Barre sneeuwstormen heeft hij meegemaakt. „Het was in Battice een keer zo erg dat we nauwelijks de brug over de Boudewijnweg durfden oversteken, zo hard stormde het. Door elkaar goed vast te houden hebben we de brug kunnen oversteken”, vertelt Florent, die liever zijn belevenissen tijdens zijn pelgrimages en het doel daarvan voor zichzelf houdt. „Toch kan ik niet zwijgen, want ik wil andere mensen laten weten dat kerstmis voor mij geen vreetfeest is, dat er nog andere waarden zijn”, gaat hij verder. Florent spreekt over een’ belofte die hij kort na de oorlog heeft gedaan. Om een zeer persoonlijke reden zou hij enkele jaren te voet naar Banneux gaan om daar de kerstnacht door te brengen. Toen hij zijn belofte had ingelost besloot hij om zolang hij leefde Kerstmis in Banneux te vieren.

Geen helden
Het is een lange weg naar de bedevaartplaats, die in de uitlopers van de Ardennen ligt. Heen en terug betekent het 116 kilometer. De Banneux-pelgrims zijn het meest bang voor de „Col de Tancremont” die enkele kilometers vóór Banneux ligt, en waarbij een hoogteverschil van ruim 400 meter overbrugd moet worden. „Velen van ons krijgen hier de grote inzinking”, zegt Florent die er uitdrukkelijk aan toevoegt dat hij en de zijnen geen rekordbrekers zijn. „We zijn geen sportmaniakken en ook geen helden.

We willen alleen maar kerstmis vieren op onze manier. En waar kan men dat beter doen dan op de plaats waar Onze Lieve Vrouw zelf is verschenen?” Florent die in 1901 in Parijs is geboren is een diepgelovig man. Daar komt hij rond voor uit. Hij zegt het verschrikkelijk te vinden dat tegenwoordig zoveel priesters het ambt verlaten. „Dat begrijp ik nou niet hè”, zegt hij verbitterd terwijl hij een nieuwe pijp stopt. „Telkens als wij bij elkaar komen in Hoogcruts bij de Belgische grens om gezamenlijk naar Banneux te vertrekken bidden wij dc eerste rozenkrans voor de uitgetreden priesters. De hele weg bidden wij. We lopen op het ritme van het Weesgegroet”. Florent Eijssen heeft veel vrienden gemaakt in al die jaren. Vooral langs de oude route van De Plank naar Banneux heeft hij rustpunten gevonden in herbergen en bij boeren waar hij praktisch kind aan huis is. „Le pélerin hollandais” is in de Voerstreek een begrip geworden. „Het is goed gebruik”, vertelt Florent, „dat de oudere generatie de hoed voor ons afneemt als ze ons tegenkomt. Dat hoort zo bij pelgrims in België”.

Operatie
Een keer heeft Florent de tocht gedeeltelijk moeten lopen. Dat was vorig jaar, toen hij na een operatie op doktersadvies thuis moest blijven. „Ik heb toch nog 35 kilometer kunnen lopen”, zegt hij, „toen ben ik in de auto gestapt die ons volgde”. De Banneuxgangers hebben nu ook vaste plaatsen gekregen in de kerk in Banneux. „Langs de sacristie komen wij de kerk binnen”, vertelt Florent. Jammer vindt hij het dat hier tegenwoordig geen Franse missen meer worden gelezen.

„Dat was een mooie tijd. Ik zorgde altijd dat ik bij de eerste mis in Banneux was, want dan werden Franse kerstliederen gezongen. Prachtig zijn die. De tweede en derde mis werd respektievelijk in het Latijn en het Nederlands gelezen. Nu is dat allemaal weg”.

Lourdes
Florent Eijssen heeft al eerder een monstertocht gemaakt. In zijn jonge jaren is hij een keer te voet naar Lourdes gegaan. Maar hierover wil hij nu niet vertellen. „Dat is een verhaal apart”, zegt hij. De man uit Valkenburg traint nooit voor de tocht naar Banneux. Het enige dat hij wel veel doet is fietsen. „Het moet een boetetocht blijven”, zegt hij vastberaden. Toch bereidt Florent zijn tocht goed voor. In zijn totaal versleten rugzak heeft hij alle mogelijke spullen zitten om blaren te kunnen behandelen. Hij masseert zelf de „recruten”, zoals hij degenen noemt die voor het eerst aan de tocht deelnemen. Zelf omzwachtelt hij zijn voeten en draagt een paar zware schoenen. Eén paar heeft hij in de rugzak zitten voor de terugtocht.

Herder
De Valkenburgse pelgrim heeft ook nooit angst gehad in de jaren dat hij eenzaam en verlaten naar Banneux liep. Alleen doorkruiste hij bossen waar zelfs op een kraakheldere zomerdag geen mens zich laat zien. Hij herinnert zich hoe hij een keer een berg sneeuw voor een gedaante had aangezien. „Dat kan geen spook zijn, want die bestaan niet”, had hij tegen zichzelf gezegd en was vastberaden -doorgelopen. Onderweg stopten soms wel eens auto’s: waarvan de bestuurders Florent vroegen of hij mee wilde rijden. Hier wilde hij nooit iets van weten, want ..le pélerin hollandais” stelt zich op het standpunt dat hij niet naar een festival gaat maar aan een boetetocht bezig is. „Ik voel me als een herder die naar de stal gaat waar Christus geboren is en van dit feit moeten we geen feest maken waarbij alleen maar veel gegeten wordt”. Het ontbijt van Florent in Banneux bestaat dan ook alleen maar uit droog brood met bloedworst, hetgeen volgens hem daar gebruik is. De doorzetter uit Valkenburg weet zich elk jaar omringd met steeds meer pelgrims. Dit jaar is de jongste 16. en de oudste. Hijzelf, 70 jaar. Voor hen is de pelgrimage naar Banneux de mooiste kerst die ze zich kunnen indenken.

bron: Limburgs Dagblad 24 december 1971

 In 1976 waren er 200 deelnemers, in 1977 304. Dat groeide door tot 1985 toen er 1000 bedevaarders waren, want het was de 40ste keer. De paus bezocht ook dat jaar het bedevaartsoord. Tegenwoordig zijn er enkele honderden bedevaarders.
In december 2010 was het voor de eerste keer dat de bedevaart afgelast werd vanwege de enorme hoeveelheid sneeuw in de Ardennen.

1975

joep1In 1975 vroeg Florent Eijssen zijn achterneef Joep van Wersch weer of hij mee wilde lopen als vaandeldrager.

Iedere tocht begon op 24 december om 08.30 uur in Valkenburg met eenmis waarna de deelnemers naar Florent gingen om hem op te halen. Vervolgens begon men aan de tocht van 58 km lang. (sinds 2010 is de tocht 51 km lang). Om 22.00 uur werd vervolgens in Banneux de kerstnachtmis gezamenlijk gevierd.
De Belgische tv maakte in 1975 en in 1983 er een reportage over.

1984

joep-lim-dgbl-1984
Artikel uit 1984

Tegenwoordig wordt de 2x 51 kilometerpelgrimstocht georganiseerd door de Stichting Rooms Katholieke Kerstboetebidweg.

Thea Eijssen

Thea werd op 3 augustus 1905 in Heerlen geboren. Rond haar 16e begon zij met toneelspelen. Zij trouwde in 1931 met Marie Joseph Alphonse (Fons) van der Linden die in 1907 in Heerlen geboren was. Twee jaar daarvoor was hij tot onderwijzer aan de R.K. Bijzondere school in Klimmen benoemd. Hier bleef hij tot eind jaren dertig werken. Later woonde het paar aan de hoek Rijksweg en Craubekerweg in Klimmen waar hij voor ƒ 31 per maand een huis huurde met vijf kamers en een mansardekamer op zolder. Ook pachtte hij een boomgaard voor ƒ 25 per maand.

In 1936 slaagde hij in Utrecht voor het examen m.o. Frans Fons was leraar aan de HTS in Heerlen en aan de HBS in Maastricht. Begin zestiger jaren was hij ook verbonden aan de R.K. Handelsavondschool in Maastricht.

Thea speelde eerst bij de Dramatische Kunstkring in Heerlen, maar zij bleef ook na haar huwelijk in diverse gezelschappen spelen. In 1932 kreeg zij bij een toneelwedstrijd in Maastricht de gouden penning met lauwerkrans als Beste Toneelspeelster.

Enkele recensies

Limburgs Dagblad, 25 februari 1922:
Thea Eyssen, die aan het eind van den avond met ’n schat van frissche bloemen werd gehuldigd, had zich, als koningin der heksen, goed In haar rol ingedacht. Zij was — ’t is gelukkig maar op het tooneel!… — ’n satanisch heksen-vorstin! Haar dictie, haar mimiek en gebarenspel, haar valsche lachjes en wreede trots werden goed gekarakteriseerd.

Limburger Koerier, 27 mei 1924:
…gaf de voordrachtskunst reeds goed meester te zijn
Limburgs Dagblad, 9 oktober 1924:

..voelde zich thuis op de planken en veroverde door haar ongekunsteld spel stormenderhand de sympathie van het talrijk opgekomen publiek.
Limburgs Dagblad, 17 april 1925:

Juist een rol voor haar, zij heeft keurig gespeeld alleen oppassen voor te poeslieverig, te zoet spel.
Limburger Koerier, 8 juli 1927:

Zij was bepaald het zonnetje in Nielsen’s keurig blijspel, een schitterend zonnetje, dan blijk gaf van veel tooneelroutine en veel natuurlijke begaafdheid
De Limburger, 29 april 1930:

het wel doordachte spel van Thea Eijssen.
De Limburger, 19 januari 1933:

Uiterst begaafd, wist zij zoowel de coquette, als de door smart en berouw verslagen vrouw uit te beelden, zonder zich tot overdrijving te laten leiden.
Limburgs Dagblad, 7 februari 1952: ..bracht een zo gespannen, ontroerende Olivia dat het publiek als het ware al het voorafgaande vergat en ademloos en in pure stilte even de zoete pijn van liefde onderging.

In 1950 schreef Thea een sprookje: De Prinses die niet lachen kon. Het werd met veel succes opgevoerd door het Zuid-Limburgs Jeugdtoneel, dat door haar echtgenoot was opgericht. 25 jaar later werd dit toneelstuk in de Schouwburg van Valkenburg opgevoerd door de Dramatische Kunstkring, waarbij zijn vele triomfen had gevierd. Ook hier speelde Thea mee, zij was inmiddels 70 jaar. Haar dochter Niny maakte in dit sprookje van haar moeder, net als destijds Cara, haar toneeldebuut.
Andere sprookjes die zij bewerkte voor toneel: Assepoes en Sneeuwwitje en de zeven dwergen.

In onderstaand interview uit 1954 met Thea Eijssen zei zij dat haar nicht Cara van Wersch in 1933 bij haar haar debuut had. Cara debuteerde echter al eerder.

thea eijssenBoer verklaarde haar voor gek….

THEA EIJSSEN DERTIG JAREN OP PLANKEN VAN LIMBURGS TONEEL

„Dr. Beckers heeft mij gevormd tot wat ik nu worden mocht”
(Van onze Mijnstreek-redacteur)


Thea van der Linden-Eijssen gaat op Zaterdag 13 Maart a.s. haar dertigjarig toneeljubileum vieren in de Heerlense Stadsschouwburg. Dat Heerlen als plaats van jubileum-viering door dr. Beckers werd uitgekozen, is op verzoek geweest van de jubilaresse zelf. Zij werd immers in Heerlen geboren, zette daar haar eerste schreden op “ de planken” en bewaart nog steeds de aangenaamste aan onze grootste mijnstad. Nu woont Thea Eijssen, alweer zovele jaren in het rustige Klimmen, aan de voet van de berg, waar zij resideert als moeder van een groot gezin, dat nimmer heeft geleden onder de grote passie voor het toneel.Hoe zij bij al haar zorgen voor man en kinderschaar nog tijd heeft gevonden, en zelfs volop tijd, voor het instuderen van haar talrijke rollen? Zij heeft ons op deze vraag een kort en bondig antwoord gegeven: “Voor wat je graag doet, vind je steeds wel tijd.”


HET ZAT ER JONG IN….

In haar prille kinderjaren verlangde zij reeds naar het toneel. Maar het was voornamelijk moeder, die erop tegen was, dat zij “aan het toneel zou gaan”. Want opgeleid worden voor het toneel, betekende in die dagen: vertrekken naar Amsterdam, waar toen de enige beroepstoneelschool van den lande was. En Amsterdam lag zo ver weg van Heerlen, terwijl het toneel in die dagen nog niet bepaald in goede reuk stond.

En nadat zij als de heksenkoningin in Goudmuiltje en als koningin Dorea in Repelsteeltje kunstlievend Heerlen ten dage van de roemvolle Heerlense Muziekschool onder Charles Hennen getoond had, dat er „iets in haar zat”, zoals een dagbladrecensent mocht vaststellen, begon zij in 1924 haar „echte” liefhebberij-toneelloopbaan bij de Dramatische Kunstkring onder Anton Hulsman.


Deze pionier van het amateurtoneel in Limburg had haar „ontdekt” tijdens de operette-uitvoeringen van de Heerlense Muziekschool en dies toog zij bij de Dramatische aan de slag. Eigenlijk was het een echte stunt voor het jonge meisje, want „gemengd toneel was wat in die dagen”, zegt Thea Eijssen nu, dertig jaar later met een glimlach. Zij voelde zich toen een pionierster. „Van Hulsman heb ik veel geleerd. Hij eiste veel, maar gaf ook veel. Hij wist om vooral de echte liefde voor het toneel bij te brengen.


Van 1924 tot in 1933 speelde zij bij de Dramatische in dertig toneelwerken de hoofdrollen. Met bijzonder genoegen denkt zij nog steeds aan deze periode terug: aan jhr. Graafland, die na elke uitvoering zulke gedegen, interne critieken gaf; aan haar vertolkingen van Judy in Vadertje Langbeen, van Vrouw Wildt in Fiat Justitia -Gerard Brom was enthousiast tijdens de voorstelling voor de eerste sociale studieweek van Rolduc- van Volante, in Dolle Hans van Fabritius en van Freuleken in het gelijknamige toneelspel van Herman Roelvink.

In deze rol ook nam zij als vaste speelster afscheid van de Dramatische Kunstkring in 1933, tijdens een voorstelling waarin haar nichtje Corry van Wersch debuteerde, die nu als Cara van Wersch verbonden is aan de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Antwerpen.

Thea was inmiddels getrouwd met Fons van der Linden en moeder geworden. Het herhaalde moederschap stond uiteraard geregeld spelen in de weg. Haar man had zij gevonden bij het Zuid-Limburgs Toneel en geen wonder dus, dat zij ook nog aan dit gezelschap met haar man vele stukken heeft gespeeld. Tot de tweede wereldoorlog vervulde zij nadien voornamelijk gastrollen; bij de Dramatische Kunstkring, bij het Zuid-Limburgs Toneel en op Treebeek bij het Beambtentoneel en Bouwmeester.

JUBILEUM GING V00RBIJ…
In 1927 was zij voor het eerst als .„dochter van Roeland” in het Valkenburgse Openluchttheater opgetreden. Elke zomer zou zij daar een gemengd publiek van haar kostelijke spel laten genieten en de meest gunstige persrecensies verwerven. Toen zij echter verleden jaar voor de vijf en twintigste maal opnieuw het Openluchttheater betrad en ditmaal als Aase in Ibsens Peer Gynt een van haar meest ontroerende rollen kwam dr. Beckers te laat achter dit zilveren jubileum om er een feesttintje aan te geven.


In 1947 was zij bij hem „in dienst getreden”, eerst onder de combinatie Zuid-Limburgs Toneel, Walram en Het Masker, later, van de stichting af in 1948, in de Speelgroep Limburg. „Dr. Beckers heeft mij gevormd tot wat ik worden mocht”. Vijf en zeventig maal speelde zij met grote voorliefde afwisselend de rollen van Hypollita en Hermie in Shakespeare’s Midzomernachtsdroom. Bijzonder graag speelde zij ook de rol van Emely Brent in De Tien Kleine Nikkers, „omdat Emely Brent zo’n vinnige vrouw is” en de rol van Aase in Ibsens Peer Gynt, „omdat je je in Aase als moeder zo volkomen kunt uitleven”. „Het was altijd hard werken maar dr. Beckers toonde steeds een eindeloos geduld, ook met mij”, verklaarde zij.

VLUCHT IN DE NATUUR
Haar rollen leerde Thea Eijssen op de landweggetjes achter Barrier-Klimmen. Daar speelde zij wandelend in de holle wegen, haar grote rollen in de eenzaamheid. „Eens was ik bezig met Eva’s Philippica tegen Adam in Vondels: Adam in Ballingschap, toen ik in het vuur van mijn studie, niet merkte, dat mij van achteren een boer op de fiets wilde passeren. H(j belde en belde, maar ik was zo verdiept in Vondels wonderschone verzen, dat ik maar doorging, totdat ik opeens, verschrikt, in mijn tekst bleek steken. De fietsende boer was mij rakelings gepasseerd. Toen zag ik, hoe de boer zich op de fiets omkeerde, de rechter wijsvinger krachtig enkele malen tegen het voorhoofd stootte, om mij aldus ondubbelzinnig te laten weten, dat ik absoluut gek moest zijn.”


In 1951 zag zij een groot verlangen vervuld: zij kon lessen nemen aan de toneelschool in Maastricht, waar zij lessen in toneelspel kreeg van Caro van Eijck en spraaklessen van Niny Ballieux. Van einde 1946 tot en met 1950 was zij nog met haar man opgetrokken met het Zuid-Limburgse Jeugdtoneel, waarvan Fons van der Linden leider was. „Een tijd vol heerlijke rollen in Sneeuwwitje, Assepoester en andere sprookjes, welke daarom zo dankbaar waren, omdat de jeugd van Limburg zo enthousiast medeleefde”. Thea had zelf met veel succes de sprookjes bewerkt.


En nu gaat ze jubileren. Voor het eerst. En haar mooiste toneelherinnering? De gouden medaille, welke zij in 1952 verwierf tijdens de internationale toneelwedstrijd van De Lauwerkrans in de Maastrichtse Stadsschouwburg als „de beste toneelspeelster”. En voor de rest is zij vol dankbaarheid, dat zij de beste jaren van haar leven mocht en mag geven aan het volk van Limburg en aan allen, ook boven de grote rivieren en zelfs over de grenzen, die de prestaties van de Speelgroep Limburg wisten en weten te waarderen.

bron: Gazet van Limburg 20 februari 1954

1979

Thea overleed in 1979.

Klik hier voor Alphonse Florent Eijssen, de vader van Florent Eijssen in de Heerlense Tak.

Klik hier voor zijn dochter Thea Eijssen.

error: