Ferdinand van Wersch, ondernemer

Hubert Ferdinand van Wersch (1876-1955)
Hubert Ferdinand van Wersch (1876-1955)

Mijn opa Ferdinand van Wersch stierf op 4 november 1955, 79 jaar oud. De begrafenis was op 7 november 1955. Hij heeft voor Heerlen heel wat betekend. Zelfs zoveel dat Het Limburgs Dagblad op 5 november 1955, een dag na zijn overlijden schreef:

lim-dgbl-5-nov-1955kopieFerd. H. van Wersch, 79 jaar oud, overleden Een alom bekend Heerlenaar ging heen.Heerlen, 4 November (Eig. red.)Op 79-jarige leeftijd overleed Vrijdagmorgen in het St.Joseph-Ziekenhuis te Heerlen de heer Ferd. H. van Wersch, een Heerlenaar die zich bijzonder grote verdiensten voor zijn stad verwierf en een arbeidszaam leven leidde als weinig anderen.

Hij was de laatste van de vijf broers van Wersch, van wie het geboortehuis in de Emmastraat staat. Het geslacht van Wersch stamt uit de jaren omstreeks 1660 van de grote boerderij “La ferme lanterne” te Wahlwiller. De grootvader van de thans overledene trok vandaar naar Aken waar hij een koetsiersbedrijf begon. Zijn vader G.W. van Wersch (moet zijn J.W. van Wersch, 352,XX, noot webmaster) kwam van Aken naar Heerlen, trouwde hier en vestigde in 1859 het bekende schildersbedrijf in de Emmastraat dat over vier jaar dus honderd jaar zal bestaan. Ferdinand werd hier op 26 Juli 1876 geboren. Hij studeerde enige jaren voor onderwijzer en nam daarna als echte paardenliefhebber vrijwillig dienst bij de huzaren. Na de dienst ging hij in 1898 naar de schildersschool te Rotterdam om zich met een eigen zaak in de Klompstraat te Heerlen te vestigen. In 1904 trouwde hij met Maria H. Lintjens, een afstammeling van burgemeester Lintjens die van 1820 tot ’43 burgervader van Heerlen is geweest. In 1908 vestigde de heer van Wersch zich in ’t pand Stationstraat 6, waar zijn familie nu nog woont. Klik hier voor een gidsje met bruiloftsliederen die gezongen werden bij hun zilveren bruiloftsfeest in 1929.

Wat deze echte Heerlenaar voor zijn stad, en het algemeen belang heeft gedaan, daarover zou ’n boek zijn te schrijven. Vooral ook het verenigingsleven trok hem aan. Zo was hij o.m. jarenlang voorzitter van de R.K. middenstandsvereniging en van de R.K. schilderspatroonsbond. Hij organiseerde middenstandstentoonstellingen, gymnastiekfeesten, wieler-feesten (Hij was eerste voorzitter van het bestuur van een nieuw comité om een groot wielersport gebeuren in Heerlen te organiseren. Het werd de Duivelsrit in de Mijnstad genoemd.  Hij was ook eerste voorzitter in de commissie van financiën en lid van de werkgroep Terrein- en Verkeerscommissie. schuttersfeesten, priesterfeesten, enz.

Verder was hij, die de folklore na aan het hart lag, voorzitter van het huldigingscomité bij gelegenheid van het 350-jarig (moet zijn: 450 jarig: noot webmaster) bestaan van de Heerlense schutterij St. Sebastianus (Ferd was in mei 1930 voorzitter van het feestcomité van de Koninklijke Schutterij St. Sebastianus, noot webmaster) en voorzitter van het huldigingscomité bij de viering van het 90-jarig bestaan van de Kon. harmonie St. Caecilia. (dat was in juli 1923, noot webmaster). Na de oorlog verwierf hij zich nog grote verdiensten voor de schutterij als lid van de commissie van bijstand; niet voor niets werd hij dan ook tot erelid benoemd. Vier jaar lang diende hij de gemeenschap als lid van de gemeenteraad.

Stoere commandant
En dan mag zeker niet vergeten worden zijn jarenlange commandantschap van de Heerlense vrijwilliger brandweer – zowel vóór de oorlog (tot 1930) en vooral ook onder de bezetting.
Aan hem persoonlijk dankt Heerlen dat op 17 september 1944 – de bevrijdingsdag – het station niet tot de grond toe afbrandde. Op eigen risico riep hij zijn brandweer op, die dapper met het blussingswerk begon nadat hij een Duitse autoriteit had weggestuurd met de verzonnen mededeling dat hij van hoger hand opdracht had om de brand in het station te blussen. Tijdens de oorlog was hij ook steeds het allereerst op zijn post als de sirenes gierden. Op 70-jarige leeftijd werd hij door de brandweer met een borstbeeld van hem zelf, gemaakt door de Heerlense beeldhouwer H. Stump, vereerd. Gedurende de oorlog 1914-1918 had hij zich eveneens reeds zeer verdienstelijk gemaakt bij het verzorgen van Belgische geïnterneerden en vluchtelingen. Hiervoor ontving hij van koning Albert de onderscheiding van de gouden palm van de Kroonorde van België (= Les Palmes en or de l’Ordre de la Couronne). Het oud-Heerlens dialect lag de heer van Wersch ook bijzonder na aan ’t hart. Het Ned. Taalgenootschap kon bij hem terecht wanneer het ging om oud-Heerlense uitdrukkingen, enz. Hij heeft steeds intens met de ontwikkeling en bloei van zijn stad meegeleefd. Een groot liefhebber was hij tenslotte van de jacht waarbij hij als schutter een bekende naam had. Maandagmorgen a.s. om 10. uur vint (dat stond zo in de krant, noot webmaster) in de St. Pancratiuskerk de plechtige uitvaart van deze Heerlenaar plaats waarna de begrafenis op het kerkhof volgt.

Promotor van Limburgs eigene

Ferdinand H. van Wersch te Heerlen overleden

Een bekend Heerlenaar, de heer Ferdinand Hubert van Wersch, is Vrijdag j.l. na een korte ziekte, in de gezegende leeftijd van 79 jaren, in het St. Joseph-ziekenhuis te Heerlen overleden, Hiermee is een rasechte Limburger, die over heel de provincie zijn vrienden telde, heengegaan.
In het openbare leven van Heerlen heeft de thans overledene steeds een belangrijke rol gespeeld. De heer Van Wersch was vele jaren actief lid van de Heerlense gemeenteraad, terwijl vooral de oudere inwoners van de mijnstad hem kennen als commandant van de vrijwillige brandweer, voor welke instelling hem niets teveel was. In deze functie redde hij in 1944 het Heerlense station, toen dit (door historisch nog niet geheel verklaarde reden) dreigde uit te branden. Tal van verenigingen hebben in de heer Van Wersch een stille promotor gehad. Met bijzondere liefde wijdde hij zich steeds aan de belangen van de schutterij St. Sebastianus, die hij meermalen van de ondergang redde. De Limburgse folklore lag hem bijzonder aan het hart, terwijl hij als trouw lid van Veldeke veel heeft gedaan voor het bewaren van het Limburgs eigene. Tijdens de eerste wereldoorlog heeft de heer Van Wersch bijzondere faam verworven als organisator van feesten en fancy-fairs ten bate van de Belgische vluchtelingen. Voor dit werk ontving hij in 1927 de Belgische onderscheiding „Les Palmes en Or de l’Ordre de la Couronne”.

Als voorzitter van de Heerlense Middenstandsvereniging had hij in 1920 een groot aandeel in de organisatie van een grote tentoonstelling op het terrein waar nu de Hema staat De heer Van Wersch stond in heel Zuid-Limburg bekend als een voortreffelijk jager. Jarenlang gaf hij zijn beste krachten als leider van de gymnastiekvereniging Coriovallum. Onder zijn voorzitterschap werden tal van feesten, w.o. het 90-jarig bestaan van de Kon. Harmonie St Caecilia in mei 1923, even zovele successen.

De uitbundige groei van Heerlen heeft de thans overledene steeds op de voet gevolgd en als zakenman wist hij zijn schildersbedrijf aan de steeds groeiende behoeften aan te passen. Hij voltooide belangrijke opdrachten van de mijnen en schilderde meermalen grote complexen woningen.
De plechtige uitvaartdienst vindt plaats op Maandag, 7 November a.s. om 10 uur ’s morgens in de St. Pancratiuskerk, waarna de begrafenis volgt op het kerkhof aan de Akerstraat. De begrafenis vindt plaats vanuit het ziekenhuis, om half 10.

bron: de Nieuwe Limburger 5 november 1955

Noot webmaster: In 1897 richtte hij Gymnastiekvereniging Coriovallum op. Dat was destijds de eerste gymvereniging in Heerlen. De krant schreef bij zijn overlijden in 1955 hierover: Deze vereniging kwam -vooral dank zij het pionieren van de heer van Wersch- tot grote bloei. Er zijn nog Heerlenaren die zich de dag herinneren dat Fwerdinand van Wersch op gymnastiekfeesten in sporttenue mee door de straten van Heerlen marcheerde.
In 1957 werd een zogenaamde nieuwe gymnastiekvereniging in Heerlen opgericht met dezelfde naam.

limb-dgbl-8-nov-1955Uitvaart en begrafenis Ferd. H. van Wersch Onder zeer grote deelnemende belangstelling werd Maandagmorgen ’t stoffelijk overschot van de heer Ferd H. van Wersch ter aarde besteld. Bij het St. Joseph-ziekenhuis waar hij was overleden, vormde zich de grote stoet met voorop een groep van de Heerlense brandweer onder leiding van de plv. commandant, de heer Kouwenberg en de Heerlense schutterij “St. Sebastianus”. Deze vormden ook de erehaag aan de ingang van de St. Pancratiuskerk waar de plechtige Uitvaartdienst werd opgedragen door kapelaan van Eyseren met assistentie. Een neef van de overledenen de W.E. heer van Wersch  uit Amsterdam las aan een zijaltaar een H. Mis. De kerk was tot in de hoeken met gelovigen gevuld. Ook burgemeester van Grunsven nam deel aan de offergang. Vertegenwoordigers waren er verder van de kon. Harmonie “St. Caecilia”, de Middenstandsver. de Limb. Dialectenver. “Veldeke”. Onder de honderden die de overledenen de laatste eer bewezen bevonden zich voorts de gemeenteontvanger dhr. J. Beckers, de chef van de afd. Bevolking,  dhr. Th. Janssen, raadsleden en oud-raadsleden, oud-wethouder de Vries, vele oud-Heerlenaren, tevens goede vrienden van de overledenen. Op het kerkhof, waar de bijzetting in het familiegraf plaats vond, werd de absoute verricht door kapelaan Bonnemayers. Hier vormden brandweer en schutterij weer een erewacht bij het graf, dat met eens chat van bloemen en kransen, w.o. een van de Brandweer, werd bedekt.  De oudste zoon van de overledenen, die in Amsterdam woont, sprak namens de familie een hartelijk woord van dank tot allen voor de betoonde deelname. Met name dankte hij de brandweer en de schutterij en de vele oud-Heerlenaren,. Die zijn vader de laatste eer hadden willen bewijzen.

De Nieuwe Limburger schreef op 8 november 1955

Ferd. H. van Wersch ten grave gedragen Onder grote belangstelling en met treffende medeleven heeft Heerlen Maandagmorgen afscheid genomen van de heer Ferdinand Hubert van Wersch, oud-commandant van de vrijwillige brandweer, die Vrijdag na een korte ziekte in de leeftijd van 79 jaren te Heerlen overleed. Een lange begrafenisstoet trok tegen half tien vanuit het ziekenhuis naar de St. Pancratiuskerk, waar kapelaan J. van Eijseren met assistentie de plechtige Réquiemmis opdroeg. Een heerneef van de overledene, de Z.E. Heer J. van Wersch uit Amsterdam (webmaster: = Leo van Wersch), droeg een H. Mis op aan een zij-altaar. De plechtige uitvaartdienst werd o.m. bijgewoond door burgemeester M. van Grunsven, verschillende raadsleden en oud-raadsleden, gemeente-ontvanger Beckers, de heer Janssen, chef der afdeling Bevolking, de heer Tummers, namens Veldeke, de heer van Rummelen, talrijke vrienden van de overledene, vertegenwoordigers van de Middenstandsvereniging en de Kon. Harmonie St. Caecilia en tenslotte geüniformeerde deputaties van de vrijwillige- en beroepsbrandweer en van de schutterij St. Sebastianus, welke bij het binnendragen van de lijkkist een erehaag vormden aan de kerkdeur. Na de uitvaartdienst verrichtte kapelaan van Eyseren de absoute. De lange begrafenis stoet naar het kerkhof aan de Akerstraat werd voorafgegaan door brandweer en schutterij, die nadien aan de geopende groeve, de laatste groet brachten. Kapelaan Bonnemayer verrichtte hier de laatste gebeden, waarna de oudste zoon van de overledene, de heer F. van Wersch (webmaster: moet G. van Wersch zijn) uit Amsterdam, namens de familie dankte voor het betoonde medeleven. Talrijke kransen en bloemstukken vormden een laatste eerbetoon aan de overledene, die zich tijdens zijn leven onschatbare verdiensten in het verenigingsleven verwierf.overl-adv

Familie

Tot zover de kranten over Ferdinand van Wersch bij zijn dood. Hij werd geboren op woensdag 26 juli 1876 in de Emmastraat 8 in Heerlen. Toen heette die straat de Dorpsstraat. Zijn naam dankt hij aan zijn peetoom Ferdinand van Oppen die naast de familie Van Wersch woonde en die, via de familie Penners, familie van zijn vader Jan Willem Anton van Wersch, was. In 1895 moest Ferd opkomen voor zijn nummer en werd huzaar in dienst van Hare Koninklijke Hoogheid Koningin Regentesse Emma. Hij was gelegerd in ‘s-Hertogenbosch.
Ferdinand  was 19 jaar en bleef tot en met 1896 in dienst.  Zijn plan was om als koloniaal naar het toenmalige Nederlands Indië te gaan. Dat mocht niet van zijn broers (hun ouders waren al enkele jaren dood). Een man van een bepaalde stand, zoals dat van hun vader, werd geen soldaat. En naar de Oost ging, volgens de toenmalige opvatting, alleen het uitschot.

Van de familie Van Oppen kocht Jan Willem Anton het huis Emmastraat 8 en begon er een schildersbedrijf in. Rond 1960 werd dit huis afgebroken in het kader van stadsvernieuwing. Ferdinands vader stierf toen Ferd dertien was en zijn moeder toen hij zeventien was, waardoor hij een wees werd. Gelukkig had hij oudere broers die hem opvoedden. Op zijn negentiende werd hij huzaar in ‘s-Hertogenbosch en in 1896 ging hij naar de schildersschool in Rotterdam waar hij op kamers zat. In dat pension waren enkele meisjes die van beroep “kunstrijders” te paard waren en in het circus optraden. Ferdinand wilde indruk maken en sloot een weddenschap met hen af: hij kon dat vak net zo goed als de meisjes. En om dat te bewijzen trad hij enkele avonden op in het circus als “kunstrijders”of “schoonrijder” te paard. In 1898 ondernam hij een grote reis. Zijn twee jaar oudere zusje Jeanette was inmiddels getrouwd met Alphons Eyssen. Deze man was uitvinder van elektrische apparaten en reisde zijn met zijn vrouw door de wereld om die apparaten te verkopen. Zodoende kwamen zij ook in Moskou terecht. En dat in 1898! Daar kreeg zij vreselijke heimwee naar Heerlen en schreef haar broer Ferdinand of hij haar kwam halen. En hij reisde naar Moskou af en haalde haar op.

werkbriefjeTerug in Heerlen begon hij een schildersbedrijf. Eerst in de Klompstraat en later in de Stationsstraat. Heerlen was juist in die tijd aan het groeien, mede door de komst van de trein in 1896 en de opkomst van de mijnbouw, Dat betekende vele nieuwe huizen en fabrieken. Ferdinand sloot een contract met de mijndirecteuren waardoor de zaak zich stevig uitbreidde.

Huwelijk
In 1904 trouwde hij met Maria Hubertina Lintjens. Hij was 28, zij 21. Hun pasfoto’s staan bij de Heerlense Tak bij hun namen. In 1917 kreeg H.F. van Wersch te Heerlen, in verband met de Eerste Wereldoorlog, een vergunning van de Inspecteur der Directe belastingen Invoerrechten en Accijnzen tot het vervoeren van oliën, verfstoffen en behangselpapieren, benoodigd voor het uitoefenen van zijn bedrijf, van behangen en schilder, naar zijne werken te Brunssum, Hoensbroek, Heerlen, Schaesberg, Kerkrade en Eijgelshoven langs gewone wegen. Deze vergunning is enkel maar van kracht voor vervoer tusschen zonsop- en ondergang; daarvan mag alleen gebruik gemaakt worden door den houder, door leden van zijn gezin of door personen in zijnen dienst.

Kinderen
Ferd trouwde twee keer. Zijn eerste vrouw, Maria Lintjens, overleed in 1931 toen zij 48 was. Zij was met kennissen aan het wandelen in Roermond en kreeg een hartverlamming. Het echtpaar had negen kinderen waarvan er vier voor haar al overleden waren.

lintjens
Limburgsch Dagblad 1931

Vader moest na haar dood voor vijf kinderen zorgen, naast zijn actieve leven als verenigingsman en zakenman. De jongste was pas dertien. Wellicht vandaar ook dat hij anderhalf jaar later, in november 1932 een tweede huwelijk aan ging met de Belgische Mary Claesen. Uit dit tweede huwelijk werden geen kinderen geboren.
Twee kinderen gingen ook de verf in, net als hun vader en ooms. De andere kinderen werden actrice, onderwijzer en huisvrouw.

Op 28 januari 1945 schreef Ferd van Wersch een brief van acht kantjes aan zijn dochter Corrie, de latere Belgische actrice Cara van Wersch. Hierin beschrijft hij onder meer de aanvallen van de Duitsers op het bevrijde Heerlen en de over de schade en persoonlijk leed. Klik hier voor de uitgetypte brief. Op 2 maart 1943 schreef hij twee kantjes aan zijn dochter. Hierin beschreef hij de Engelse bommen op Heerlen. Klik hier voor deze brief.

Verenigingsleven

Ferdinand werd langzaamaan een van de grote organisatoren van dorpsfeesten. Hij zat in allerlei besturen, werd lid van de vrijwillige brandweer en gaf het sociale leven van Heerlen dat wat het nodig had, getuige de krantenberichten hierboven en hier na volgend. Zo was hij  in 1933 lid van de kas controle commissie van de Roomsche Reisvereeniging. Tot aan zijn dood was hij  lid van de Bouwvereeniging Ons Thuis in Heerlen. Deze vereniging had hij samen met zijn zwager H. Lintjens in 1908 opgericht. Het doel was om verbetering aan te brengen in de huisvesting van mensen. In 1938 was er feest: de Vereniging bestond 30 jaar.

koninginne-optocht
Koninginne-optocht.

Brandweer
De vrijwillige brandweer had ook een grote plek ingenomen in zijn hart. Op 8 april 1908 werd die opgericht. De voorzitter was de heer Schmitz, een zeer markante figuur met een grote grijze baard. De tweede voorzitter was, volgens de geschriften Willem van Wersch, volgens anderen Edmond van Wersch. En als één van de twintig leden was Ferd van Wersch. Alle drie waren ze broers. Later zou Ferd als luitenant het commandantschap op zich nemen, zoals hieronder uitgebreid verteld wordt.  Op 31 augustus 1919 nam de brandweer ook deel aan het koninginne-feest. Op bovenstaande foto staat boven op de wagen, in het wit staat Jetteke van Wersch, dochter van Ferd van Wersch, die een jaar later, op 11jarige leeftijd, zou verongelukken. Op de bok van de wagen zit in het midden de voorzitter van de vrijwillige brandweer de heer Schmitz. Links naast hem zit Ferd van Wersch. De stoet rijdt net het Emmaplein in Heerlen op. Rechts de winkel Amsterdamsche Boterhandel. Links ervan een winkel met Drogerijen. En rechts ernaast een modezaak. Links op de foto de Comestibles hoekwinkel van de Fa. M.H. Krekelberg. Enkele jaren later zou daar een café in komen.

Toen Ferd 70 jaar werd, in 1946, schreef de Limburger:

HEERLEN. Dhr. F. v. Wersch, commandant van de Vrijwillige Brandweer, viert morgen zijn 70sten verjaardag. Wij mogen hét feit, dat dhr, v. Wersch, ondanks zijn vergevorderden leeftijd, nog steeds actief brandweerman is, gerust uniek noemen. Om zijn goeden teamgeest en zijn opgeruimd karakter, geniet de feesteling de sympathie van al zijn collega’s. We willen niet achterblijven bij de vele gelukwenschcn, die dhr. v. Wersch ter gelegenheid van zijn verjaardag zal ontvangen, en hopen van harte, dat hij nog lang zal voortaan met „onbluschbaar vuur” te blusschen

Volksfeesten
In 1921 was hij mede organisator van twee belangrijke feesten. In mei 1921 was Ferd penningmeester van de 19e Limburgschen Katholiekendag. In augustus 1921 was er de Middenstands-tentoonstelling. Om dat feest te promoten verscheen er een speciale editie, een zogenaamd Tentoonstellingsnummer van het Limburgsch Dagblad (zaterdag 13 augustus 1921). Zijn broer Edmond had daar een stand vanwege zijn kunsthandel. Ferd had als voorzitter van het comité het voorwoord geschreven:

Geachte Lezer. Rust een wijle!
Ge staat hier op den klassieken bodem van het Romeinsche Coriovallum! Doch een zooverren terugblik in de omnevelde geschiedenis deze plaats verlangen wij niet van U. Zie slechts een korte spanne, een kwart eeuw, 25 luttele jaren dus, terug en ge zult verbaasd staan over de verandering die hier heeft plaats gegrepen.

Toen ’n schilderachtige landelijke omgeving: hier en daar een minder aangelegd dan wel vanzelf onstaanen Kerkgraaf of Bongerd poel of Gats, nu rechtlijnige breede winkelstraten met dreunende vrachtwagen, razende autobussen en zoemende auto’s, in vluggen zig-zag wirwarrend naar een bijkans niet te gissen doel.

Toen in ’t Gatske of strateke ’n klein winkeltje van ’n ambachtsbaasje, dat ’n nerikje drijft als bijzaak; nu waren paleizen van bank- en hotelwezen en schier in alle straten met groote voortvarendheid als wolkenkrabbers omhoog gedreven winkelhallen met zwermen van drukke bedienden.

Toen een eenvoudige bevolking van omtrent zes duizend brave zielen, passende in het rustige kader van z’n gouden korenvelden, thans, of na de grootsteedsche annexatie van Schaesberg een warreling van 40.000 inwoners, bijeengezogen door ’t zwarte goud van onze bodem, welhaast uit alle landen der aarde.

In de eerste auto zit Hubert Ferdinand van Wersch tijdens de optocht vanwege het 175 jarig bestaan van de Schutterij Sebastianus. De foto is gemaakt in de Saroleastraat in Heerlen. Opvallend is dat het stuur van beide auto’s aan de rechterkant is.

Toen als ontmoetingspunt op ’n Zondagschen kerkgang het over ’n brug met tweebogen te bereiken kerkje; nu dagin, daguit van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat de Saroleastraat als slagader van het grootstadsverkeer en hier en daar en in de verte als rookzuiverend verrezen de Godshuizen, scholen, patronaten, tehuizen, hospitalen, ambachtscholen, tot zelfs daar hoogop in de bosschen een alweer nieuwe vroedvrouwenschool.

Foto is gemaakt op dezelfde plek, alleen 80 jaar later, in 2002. De erker van het linkerhuis was van steen; nu van hout.

Toen als éénig hotel het toch ook reeds vermaarde hotel Cloot, dat nog in exploitatie is, thans restaurants en eerlang een schouwburg van den eersten rang en een gerestaureerd Aambosch; teveel wellicht naar oud-Limburgsche zede. Aambosch en Saroleastraat! Twee namen die herinneringen, gepaard aan weemoed wellicht wekken in het warmvoelende hart van den rechtgeaarden Limburger: aan den onvergetelijke Sarolea.

Sarolea, de man, die gansch met zijn werkkracht, met gansch zijn have en goed den reuzensstoot gaf tot de ontginning der mijnen die de opbloei waren van Heerlen, van de Mijnstreek, meer dateerend vanaf Bloeimaand 1896 toen voor ’t eerst ’t stoomros daverde van het aloude Sittard naar Herzogenrath.

En ook thans nog, zelfs in dezen kritieken tijd, als elders verslapping dreigt en verwarring. verheugt Heerlen zich in een weliswaar getemperden maar toch gestagen groei.

Het verheugt zich in een welvarenden arbeidersstand, een uit zijn slaapperiode met verjongde kracht gewekten Middenstand en nijvere industrieën.
Wat de R.K. Middenstand thans durfde ondernemen als voornaamste uiting van zijn zich ontwikkelende kracht vindt Ge hier in den opzet deze Tentoonstelling.

Aan traditie heeft Heerlen U weinig te toonen: het heeft geen vergeelde perkamenten die getuigen van de ontvangst van de grooten der aarde, maar Heerlen is “De groeiende Stad”. het is nieuw, het is zichzelf, het teert niet lusteloos op den verwelkenden roem van die vóór ons waren: het heeft den durf der jonkheid en bereikt reeds den moed van den vastberaden man: het verwelkomt zijne gasten in het nieuwe kleed van de moderne stad.
Wees welkom!

Ferd. van Wersch

In dezelfde krant staat tevens een redactioneel stuk over de voorzitter Ferd. van Wersch:

..den verdienstelijken voorzitter, die ’n openbaring voor ons geweest is, hetgeen we zoo treffend hebben kunnen waarnemen op eene der goed bezochte, van goeden geest en amicalen omgang getuigende vergaderingen van den R.K. Heerlenschen Middenstand. 

Het is bekend, dat bij alle volksuitingen de van Werschen (hier krijgt ook de bescheiden man, de heer Edmond van Wersch (Ferd’s oudere broer) zijn welverdiende pluim), zooal niet steeds vooropmarcheerend, dan toch altijd stuwende krachten zijn. Zonder hen is ’n Zangersfeest, een fanfare, ’n muziek-, tooneel- of turnuitvoering ’n organisatie of opzet van godsdienstigen, van vermakelijken, van ontspannende aard bijna ondenkbaar.

limb-koerier-13-augustus-19

In deze speciale uitgaven stonden de foto’s van het bestuur..
Kolom 1: G. Bouwman (secretaris), F. Siebelink (voorzitter propaganda-commissie), J. Verbeek.
Kolom 2: Ferd van Wersch (Voorzitter), J. Warnars (Vice-voorzitter).
Kolom 3: W. Thijssen (penningsmeester), K. Tendijck  en M. Paulssen-Dols.

En zo organiseerde hij vele feesten, bijeenkomsten, bruiloften, priesterwijdingsfeesten, Schutterij feesten etc. Een kleine selectie:

90 jaar Koninklijke Fanfare St. Caecilia (1923)
In juli 2923 vierde de Koninklijke Fanfare van Heerlen hun 90jarig bestaan. En dat moest weer herdacht en vooral gevierd worden. Ferd zat in het feestbestuur en de krant schreef over hem dat hij: een buitengewoon enthousiaste speech waarin hij enkele herinneringen naar voren bracht en ten bewijze dat de Heerlensche burgerij met de fanfare symphatiseert en meeleeft. Hij bood het fraaie cadeau , ed instrumenten aan.
Ferds broer, Edmond, zat in het bestuur van de Fanfare.

H.A.M.I.T. (1924)
In Heerlen werd destijds jaarlijks een middenstandsbeurs georganiseerd. Die heette de H.A.M.I.T. Heerlensche Algemeene Middenstand Industrie Tentoonstelling. Ferd was minstens al in 1921 als voorzitter betrokken bij de Middenstandsverenining die toen nog de R.K.M.V. heette. In 1924 werd toen de HAMIT georganiseerd. Natuurlijk deed hij als winkelier zelf ook mee met een stand.
lim-dgbld-2-aug-1924
450-jarige bestaan van de Koninklijke Schutterij Sint Sebastianus. (1930)
In augustus 1930 vierde de Schutterij haar 450 jarig bestaan, van 1480 tot dan, 1930. Ook dat moest gevierd worden en weer was Ferd van Wersch de voorzitter. Uiteraard bedankte hij na afloop alle mensen die er aan meegedaan hadden.
lim-dgbld-19-aug-1930

Herdenkingsboek en officieel programma der huldigingsfeesten ter gelegenheid van het 450 jarig bestaan der Koninklijke schutterij St. Sebastianus Heerlen

Zondag 3 en 10 augustus.
Aan Bestuur, Officieren en Manschappen der Schutterij St. Sebastianus Heerlen
Bij het herdenken van het 450-jarig bestaan Uwer Schutterij roep ik U, tevens in naam van de Feestcommissie, van harte een “Lang zal zij leven” toe.Als rasechte Heerlenaar heb ik natuurlijk een warm hart voor onze oudste vereeniging, een erfschap onzer vaadren, dat wij met een zeker piëteitsgevoel in eere behooren te houden.

Ik herinner mij nog levendig de dagen mijner jeugd, toen onze schutterij een tijdperk van ongekende bloei beleefde. Bij kermissen en feesten was zij de toonaangevende vereeniging. Doch helaas, na dien tijd van bloei kwam een tijdperk van inzinking. De schutterij had voor het modern voelende gedeelte  der bevolking afgedaan, er waren geene redenen meer om zulk een verouderde vereeniging langer te steunen of in stand te houden en slechts geringschatting, ja zelfs bespotting bestond er nog voor dat schoone stukje folklore, hetwelk ons verhaalde van zeden en gebruiken onzer voorouders van voor meer dan vier eeuwen.
Tot eindelijk enkele flinke mannen, bezield door een gezonden geest, niet ontvankelijk voor moderne dwaalbegrippen, zich het lot onzer schutterij hebben aangetrokken en in een korte spanne tijds er in slaagden, aan deze vereeniging een nieuw bloeitijdperk in het vooruitzicht te stellen.

Aan deze mannen een saluut.
Schutters in ’t gelid ! Geef acht !! Presenteert het geweer !!!

LANG LEVE ONZE SCHUTTERIJ !  HOERA !
Heerlen, Augustus 1930
Ferd. van Wersch

Voorz. Feestcommissie

Op de website van de Schutterij Heerlen wordt vermeld dat Ferd van Wersch later erelid was van de Schutterij. Veel dank aan hem verschuldigd voor het behoud van de schutterij voor de stad Heerlen. Na een onenigheid in de vereniging en een stilstand van 1934 tot mei 1936 heeft hij beide partijen weer bij elkaar gebracht. Schutterij Heerlen.

De Duivelsrit (1936)
In 1936 was hij de voorzitter van een groots wielerevenement De Duivelsrit. Maandenlang stonden de lokale kranten vol met nieuws over de voortgang van dit spektakel. Er kwamen grote namen als Sylver Maes, die net de Tour de France gewonnen had en natuurlijk ook de bekende Kees Pellenaars, naast vele andere grote namen.
De Duivelsrit was een wielerfestijn over 160 km door Zuid Limburg met start en finish in Heerlen. De directe aanleiding voor het evenement was het 75jarig bestaan van de Vincentiusvereniging. Er verscheen een feestgids met de namen en foto’s van de deelnemers, woordjes van de voorzitter, de burgemeester, de pastoor en anderen naast vele advertenties. Ferd van Wersch schreef twee stukken: een voorwoord en een korte geschiedenis van de stad.

De groote dag.
Zaterdag 12 September zal als een dag van beteekenis in het geheugen der Heerlensche Sportvrienden gemerkt worden.

De Duivelsrit

De naarstige voorbereiding van maanden, het ijverige werk van meerdere weken, komt heden tot bekroning. Deze sportdag is een dag van groote betekenis, ook wijl ’t geldt een gebeurtenis van ongewoon gewicht. Dat immers het Comité “De Duivelsrit” het organiseeren van dezen zoo buitengewoonen wedstrijd op het gebied van wielrennen aandurft, pleit in meer dan één opzicht voor zijn gezond streven en groote wilskracht.

Meerdere sportmenschen uit de, ons zoo dierbare, Mijnstreek hebben op ons verzoek hun welwillende medewerking verleend. Deze “Duivelsrit”demonstreert onweerspreekbaar den flinken moed der comité-leden.

Geachte mede-comité-leden, laat ons de hoop koesteren dat onze opzet slagen moge, dan zien wij ons zwaar voorbereidingswerk tot onze voldoening bekroond en teven zullen wij door het welslagen van deze “Duivelsrit” de nooden van vele inwoners van ons geliefd Heerlen helpen lenigen en de St. Vincentiusvereeniging in haar zwaar werk steunen.

Met sportgroet,

Ferdinand Van WERSCH
Algemeen voorzitter
“De Duivelsrit”

Toen alles voorbij was kon de Vincentiusvereniging f. 1300,- van het Bestuur ontvangen. Jaren later, in 2006, schreef de wielerjournalist Wiel Verheesen zijn boek Heerlen Wielerstad van Duivelsrit tot WK.

St. Pancratius (1938)
In 1938 had het kerkkoor St. Pancratius weer eens een eerste prijs in Leuven gewonnen bij een zangconcours. Enkele jaren daarvoor sprak zijn broer Edmond het koor toe. Nu deed Ferd het als lid van het comité Veertig jaar vooruitgang.
Dit comité was in juli 1938 opgericht om het veertigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina op 6 september te vieren.

Les Palmes (1927)
couronneBehalve dat hij zich hiervoor inzette,palmes vergat hij ook het sociale aspect niet. De oorlog, de wrede Eerste Wereldoorlog was dan wel aan Nederland voorbij gegaan, maar onder meer Limburg kreeg wel de Belgische vluchtelingenstroom te verwerken. Zowel Ferdinand als zijn broer Edmond zetten hun gezamenlijke krachten in en regelden weer van alles. Dit leidde tot een koninklijke Belgische onderscheiding voor beide broers.

Ferdinand en zijn broer Edmond ontvingen in januari 1927 de Belgische ridderorde Les Palmes en Or de l’Ordre de la Couronne, vanwege hun werk voor de Belgische vluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog. Zo smokkelde Ferdinand brieven over de Maas naar België en spanden zij zich in voor het welzijn van die vluchtelingen. Koningin Wilhelmina verleende op 10 maart 1927 verlof tot het aannemen van de gouden Palmen van de Kroonorde van België, die beide broers op 20 januari 1927 kregen: Le Roi a bien voulu vous conférer, sur ma proposition les Palmes en Or de l’Ordre de la Couronne.

De vrijwillige brandweer

Ferd van Wersch zat bij de vrijwillige brandweer van Heerlen. Samen met zijn team werkte hij naast de beroepsbrandweer. De vrijwillige brandweer werd in 1908 opgericht. Heerlen was nog te klein voor een beroepsbrandweer. De stad groeide. Om het gebrek aan een professionele brandweer op te lossen moest de politie ook als beroepsbrandweer  optreden, naast de vrijwillige brandweer. De commandant van de politie was bijvoorbeeld ook in 1933 commandant van de beroepsbrandweer.

brandweer-volkshuis

Ergens eind twintiger jaren brandde een huis in de Klompstraat in Heerlen af (toen Schasebergerweg 2). In april 1931 overleed namelijk Frans Samson, een van de mannen die op deze foto staat.Deze foto werd dus in de Klompstraat gemaakt. Hoe zag het huis eruit voordat er de brand uitbrak?

klompstraatKenmerkend is natuurlijk de kerktoren van de Nederlands Hervormde Gemeente die in 1949 afgebroken is. Het huis dat afbrandde is het tweede huis links.
Alle huizen aan de linkerkant zijn inmiddels gesloopt en alleen het rechter huis op de foto bestaat nog op de hoek van Deken Bemelmansstraat.

Het team van luitenant (en later commandant) Van Wersch bestond uit:

brandweer-volkshuis.detail- De vrijwillige brandweer van Heerlen

brandweer-volkshuis-detail-

(klik op deze foto’s voor een vergroting) vlnr:
Van Rummelen, Charles Hubbe, Ferd van Wersch, Jan Gerards,, Habets, Hub Brands, Gerh. Gerard, Hub. Meens, Jos Meens, Antoon Gerards, Jacq Schmitz (met de mooie lange grijze baard. Hij was de commandant), Willem van Wersch (broer van Ferd), Frans Samson, Jos Stollman, Frings, Jos. Lückers, Habets, Michel van de Hal, Chang Baur, ?
Op de ladder van boven naar beneden:
?, Jos Koolen, Jos Baur, Hub Koolen

 

Op 1 maart 1946 verscheen het volgende artikel in de krant:
lim dgbl 1 mrt 1946De mannen van onze geüniformeerde Vrijwillige Brandweer, die in de bange oorlogsdagen menige dappere daad hadden gesteld, hebben Dinsdagavond in de zaal Schiffers, waar hen een feestavond werd aangeboden, eens vroolijk gefeest. Het Is een genoeglijke en gezellige avond geworden, die door den commandant van de Vrijwillige Brandweer, dhr. v. Wersch, werd geopend. In zijn enthousiast gestemd speechje over de geschiedenis van de Vrijwillige Brandweer, herdacht hij in plëteitvolle woorden Inspecteur Bongaerts, den commandant van de Brandweer, die voor het vaderland Is gevallen, en dhr. Pierren, den commandant van de groep Heerlerheide. die in de eerste dagen na de bevrijding bij de uitoefening van zijn plicht den dood had gevonden. Deze woorden werden staande aangehoord. Commandant Couwenberg sprak ook nog een kernachtig woordje en deed een beroep op de vrouwen en meisjes van onze Vrijwillige, Brandweer menschen om hen bij hun mooi werk te stimuleeren. De avond verliep verder in een hoogst gezellige stemming, waartoe een welgekozen programma van „elck wat wils” niet weinig bijdroeg. Tot slot werd een dansje gemaakt.

En een paar maanden daarna, in juli 1946:
limb dgbl 25 juli 1946 HEERLEN. Dhr. F. v. Wersch, commandant van de Vrijwillige Brandweer, viert morgen zijn 70sten verjaardag. Wij mogen het feit, dat dhr. v. Wersch, ondanks zijn vergevorderden leeftijd, nog steeds actief brandweerman is, gerust uniek noemen. Om zijn goeden teamgeest en zijn opgeruimd karakter, geniet de feesteling de sympathie van al zijn collega’s. We willen niet achterblijven bij de vele gelukwenschen, die dhr. v. Wersch ter gelegenheid van zijn verjaardag zal ontvangen, en hopen van harte, dat hij nog lang zal voortgaan met „onbluschbaar vuur” te blusschen

vrijwillige-brandweer
De vrijwillige brandweer met rechts commandant Van Wersch tijdens de Sacramentsprocessie 1946 in Heerlen.

Op 17 september 1979 was het 35 jaar geleden dat Heerlen door de Amerikanen bevrijd werd. Op zaterdag 15 september  1979 verscheen daarom  in het Limburgs Dagblad een paginagroot artikel van Cor Lommers over de laatste dagen van de oorlog in Heerlen. Hierin werd onder meer gesproken over het Driemanschap dat tijdens de oorlog Heerlen bestuurde. Dat waren dhr. G.L. Couwenbergh, waarnemend brandweercommandant, dhr. A.H.M. Hermans, commandant van de luchtbeschermingsdienst en de apotheker dhr. C.G.N. Voncken als waarnemend hoofd van de luchtbeschermingsdienst.

In het kader van Ferd. van Wersch citeren we het volgende stukje daaruit:

Branden
Op zondagmorgen 17 september zagen de Duitsers in Heerlen, dat er niets meer aan te doen was. Voordat zij voorgoed vertrokken, staken zij echter eerst nog het station, het Royal Theater en het postkantoor in brand. (…) Het Royal Theater vatte geen vlam. Wel het station. Toen de luchtbeschermingsdienst dat ontdekte trok er onmiddellijk een opruimingsploeg heen om de inboedel te redden. Deze ploeg werd door de nog aanwezig Duitsers uit elkaar geschoten. De brandweer wist achteraf een deel van het station te behouden. Tijdens het blussen kwam er een Duitse officier langs, die wilde weten waar het blussen voor nodig was. “Feindliche Granateinschlag”, was het antwoord. De man geloofde het en lichtte zijn laarzen nog op om de brandslangen niet te beschadigen.

Tot zover enkele regels uit deze krant.

Eén van de bronnen die de heer Lommers gebruikte was het artikel met de titel De Brandweer in moeilijke dagen. Brandweer’s strijd tegen de Duitsche bezetters uit Het Limburgsch Dagblad van 26 september 1944. Enkele regels uit dat artikel van 1944:

(…) Toen de Duitschers en Amerikanen hier in en om Heerlen een doorlopend gevecht leverden, trok een speciale Duitsche vernietigingsploeg Heerlen binnen, wier taak het was de openbare gebouwen in brand te steken. Het station stond ook op het programma van de heeren, en om 12 uur maakten ze een begin met hun werk. Zij schijnen daarvoor een uiterst brandbaar, phosphorhoudend materiaal gebruikt te hebben waarmede zij het hoofdbureau aanstaken. In no time ontstond een flinke brand met groote rookontwikkeling. Een en ander was niet ontgaan aan een lid van de brandweer, die vanuit een goede plaats de Duitsche vernielers had gadegeslagen. Zijn werk was om hierop onmiddellijk de brandweer te alarmeren. Ofschoon het volkomen in strijd was met de bedoeling van de Pruisen om den brand te blusschen, die er uitgesproken op tegen waren, is de vrijwillige brandweer onder leiding van Luit. v. Wersch er niettemin snel op uitgetrokken. Met hoofdwachtmeester Lange waren 6 á 7 menschen, later kwam er versterking, die onder gevaarvolle omstandigheden slag tegen het vuur leverden.(…) Tijdens het blusschen dreigden plotseling moeilijkheden van den kant van een Duitsche officier, die wel niet tot de vernietigingstroepen scheen te behoren, maar blijkbaar wel begreep, wat hier gaande was. Luit. v.Wersch nam deze man voor zijn rekening en bracht hem aan het verstand dat de brand door granaatinslag was ontstaan en dat het blusschen een alleszins gerechtvaardigde zaak was. Luit. v.Wersch verzocht hem bovendien vriendelijk met zijn wagen op de slangen te passen. Er zou beschadiging  – van de slangen wel te verstaan – kunnen ontstaan.(…) Na de bevrijding heeft de brandweer met Luit. v.Wersch, adj. Couwenbergh, de heer Hermans, hoofd van de L.B.D. vaste kern en Drs. Voncken, die dag en nacht in touw waren geweest en voor alles op de bres hebben gestaan, op enige wagens een eereronde door Heerlen gemaakt en men heeft daarna nog deze gelegenheid aangegrepen om adj. Couwenbergh voor zijn cordaat optreden en gedrag te huldigen.

Op 4 april 1945 stond het volgende in het Limburgsch Dagblad:

limb-dgbl-3-apr-1945

Op 29 mei 1945 stuurde burgemeester Grunsven van Heerlen de volgende brief naar Ferd. van Wersch

Aan den heer H.F. van Wersch, commandant der Vrijwillige Brandweer.
Alhier.
Het is mij een behoefte U mijne erkentelijkheid te betuigen voor de belangrijke diensten, welke U sedert 6 september j.l. onder moeilijke omstandigheden aan de Brandweer en aan de gemeente bewezen hebt.
De Burgemeester van Heerlen.

Terug naar het artikel van Cor Lommers uit 1979. Een dag later, op dinsdag 18 september 1979 stond een ingezonden brief in de krant:

Driemanschap? Naar aanleiding van het artikel van Cor Lommers over het bestuur van Heerlen tijdens de bevrijding wil ik op het volgende wijzen: het bestuur van Heerlen bestond niet uit een driemanschap, maar uit een viermanschap. De vierde man was de heer Van Wersch senior, destijds commandant van de vrijwillige brandweer van Heerlen. Hij was de belangrijkste van het viertal. Wanneer er moeilijke beslissingen genomen moesten worden en vooral als er Duitsers te woord gestaan moesten worden was de heer Van Wersch, die dit afhandelde. Zijn standpunt was: ik ben de oudste en de minst kwetsbare en naar een oudere man wordt vlugger geluisterd. Ere wie ere toekomst en het nooit gekregen heeft. Ik heb het van nabij meegemaakt evenals meerdere collega’s, die naar ik meen bovenstaande gaarne zullen bevestigen.
Heerlen: A. Haak.

commandant Links: Ferd als brandweercommandant in 1946.

Op 21 september 1979 verscheen in de krant een reactie op deze ingezonden brief, van Floor van Wersch, de jongste zoon van Ferd. van Wersch. Een deel uit de brief:

(…) Speciaal wat betreft zijn aandeel in de bevrijding van Heerlen weet ik van hem het volgende. Bij hun aftocht staken de Duitsers september 1944 het Heerlense station in brand met de bedreiging erbij, dat ieder, die zou willen trachten deze brand te blussen met de dood bestraft zou worden. Geheel op eigen verantwoording en dus met gevaar voor eigen leven rukte mijn vader niettemin  uit met de vrijwillige brandweer, waarvan hij de commandant was, en liet het vuur doven nog onder het oog van de Duitsers. De vrijwillige brandweer heeft hem daarvoor later een bronzen borstbeeld aangeboden (…)

Op dinsdag 25 september 1979 reageerde  J. Bruggeman uit Hoensbroek. Een deel uit die ingezonden brief:

Op het verhaal van de heer Van Wersch, docent geschiedenis wil ik graag reageren met de zuivere waarheid. In september 1944 stond ik op die bewuste dag als 15-jarige jongen bij het Royal Theater. Plotseling hoorde ik schieten uit de richting Sarool. Met grote snelheid raasde een motor met zijspan richting station. Een Duitse soldaat gooide, staande in het zijspan, een handgranaat op het station en daarna, over mijn hoofd heen, een handgranaat door de ruiten van het Royal Theater. Even later kwam de vrijwillige brandweer aangemarcheerd uit de richting Stationsstraat met als commandant uw vader naar ik nu vernam. (Het was een zeer corpulent persoon). Hierna had uw vader een gesprek van zeer korte duur met een van de Duitsers en maakte toen rechtsomkeert en marcheerde weer in de richting zoals ze gekomen waren, maar nu in sneller tempo. Het station is dus niet geblust door uw vader met zijn manschappen, maar ik heb zelf gezien, dat spoorwegpersoneel deze brand geblust heeft. (…)

stationheerlen

Donderdag 27 september 1979 schreef Floor van Wersch o.a.:

Driemanschap? (4 en slot) (…) Wat de kwestie betreft volgende. 1) Mijn vader was in september 1944 een uitgesproken magere kleine man en niet zoals de heer J. Bruggeman beweert “een zeer corpulent persoon”. De man die de heer Bruggeman achteraf meent voor mijn vader aan te zien, was dat dus niet. 2) De heer A. Haak vertelde me, dat in Heerlen indertijd het verhaal de ronde deed, dat de vrijwillige brandweer onder leiding van mijn vader de brand van het Heerlense station bluste. Zijn ondercommandant was de heer Lange. Deze is misschien nog op te sporen.

Nadat deze ingezonden brief verschenen was, werd Floor van Wersch thuis door verschillende personen gebeld:

De eerste was de heer Quaedvliegh (oudambtenaar van de Oranje Nassau mijn 1). Hij zei dat hij de heer Lange goed gekend heeft en dat hij inderdaad ondercommandant van de vrijwillige brandweer was. Maar waar hij woonde wist hij niet.

De tweede was Nikla Gielen. Hij was, als lid van de beroepsbrandweer, getuige van de brand in het station. Zijn verhaal bevestigde dat Ferd. van Wersch het brandende station aan het blussen was. Hij vertelde: Er kwam een bejaarde Duitse soldaat met het geweer over de schouder en vroeg aan uw vader: “Wo sind meine Kameraden?”, waarop vader antwoordde: “Jong, zet dat geweer weg en gank te voot nao diene Heimat. Dae sind dien Kameraden.” Daarop zette die soldaat dat geweer weg en wandelde weg.

Een derde telefoontje was van de heer Collombon, destijds lid van de vrijwillige brandweer die aan Floor bevestigde dat zijn vader de brand geblust had. Tevens zei hij dat de Duitsers de wissels op het station hadden laten springen en dat dat waarschijnlijk de knallen waren die de jonge Bruggeman toen hoorde.

Limburgs Dagblad, Zaterdag 29 september 1979. Reactie van de heer J. Collombon uit Heerlen:

Driemanschap? Als oud-lid van de toenmalige vrijwillige brandweer wil ik reageren op het commentaar van de heer J. Bruggeman uit Hoensbroek. Wat hij op die bewuste Bevrijdingsdag ook gezien mag hebben, blijkbaar niet de heer van Wersch. Dit was geen corpulent persoon, maar een kleine schriele man. Ik heb persoonlijk de straalpijp in handen gehad die de eerste waterstraal leverde om de brand in het station te blussen. Bovendien zijn wij niet aangemarcheerd gekomen (zeker niet met onze slangen, pompen enz. op onze nek), maar met de oude Mercedes Benz, onder commando van de heer van Wersch.

Uit het archief van mijn vader kwam het volgende artikel dat hij bewaard had.

De nooit gewaardeerde heldendaad van Ferdinand

volkskrantBeste „Lange Jan”, Ook hier in Amsterdam wonen abonnee’s van Uw blad die van veraf zeer intens meeleven met de ontwikkelingen en gebeurtenissen van de oude Mijnstreek. NU LEES ik daar onder de rook van de Lange Jan van verleden week zaterdag dat de huidige Kerkraadse brandweer-commandant de schuld om het behoud van het oude stationsgebouw op zich heeft genomen. NU WIL ik hier na al die jaren niet gaan redetwisten over wat en waar. Het was in die dagen toch al zo’n grote janboel in Heerlen. Ik meen toch wel dat hier ergens een beetje onrecht werd aangedaan aan een groots figuur destijds, de heer Ferdinand van Wersch zaliger gedachtenis. IK KAN het mij nog zeer goed herinneren. Het was op die zondagochtend tijdens de Hoogmis in de St. Pancratiuskerk. Wij waren toen wat men heden teenagers pleegt te noemen en konden door het groene glas in lood naast de tochtdeuren tijdens de H. Mis een vernietigings-compagnie der bezetters door de Oranje Nassaustraat zien trekken. Na de kerkgang vernamen wij van opgewonden mensen dat men bezig was het postkantoor en ook het stationsgebouw in brand te steken. Nieuwsgierig en het gevaar niet beseffend, zoals je op die leeftijd nu eenmaal bent, renden wij erop af en konden de vlammen reeds bij Durlinger op de hoek uit het stationsgebouw zien optraden. Op hetzelfde moment dat de Duitsers de benen namen in de richting Saroleastraat, hing „der Ferdinand” van Wersch als een woedende stier uit het raam boven zijn schilders- en behangzaak in die straat en even later stoof hij als een raket, gekleed in brandweerkleding (hij was ’t hoofd der vrijwillige) in de richting van het station. Wij achter hem aan. Ergens achter het Scala-theater werd een karretje met brandweerslangen uitgehaald. Wij waren er ooggetuigen van hoe de eerste stralen hoogstpersoonlijk daar „der Ferdinand van Wersch” op het vuur werden gericht. LATER hebben we er in Heerlen nog vaak om gelachen en hebben hem dit hedendaagse „cultuurbezit” nog menigmaal in de schoenen geschoven”.
Amsterdam. G. S.

Nawoord
Opeens uit het niets verscheen in 1984 in het personeelsblad van de KLM de memoires van George Stienstra, een KLM kok die vele vluchten gemaakt had. Hij schreef over zijn oorlogstijd.

Die vrijdag voor de bevrijding bliezen Duitsers de spoorrails op en
staken ze het stationsgebouw in brand. Met de oude Van Wersch,
die in de Stationstraat een kunsthandel dreef en bij de luchtbescherming was – net als mijn vader – hebben we de brand helpen blussen. Hadden we het maar niet gedaan, dan was het station afgebrand en hadden we een nieuw gekregen, net als in Venlo.

Afscheid
Op 26 juli 1946 nam Ferd afscheid van de vrijwillige brandweer.  De krant schreef:
limb-dgbl-25-juli-1946Heerlen. Dhr. F. v. Wersch commandant van de Vrijwillige Brandweer, viert morgen zijn 70sten verjaardag. Wij mogen het feit dat dhr. v. Wersch, ondanks zijn vergevorderde leeftijd, nog steeds actief brandweerman is, gerust uniek noemen. Om zijn goeden teamgeest en zjn  opgeruimd karakter, geniet de feesteling de sympathie van al zijn collega’s. We willen niet achterblijven bij de vele gelukswenschen, die dhr v. Wersch ter gelegenheid van zijn verjaardag zal ontvangen, en open van harte, dat hij nog lang zal voortgaan met “onbluschbaar vuur”te blusschen.

Maar blijkbaar was het geen definitief afscheid. Pas op 12 augustus 1949, Ferd was inmiddels 73,  ontving hij een brief van Burgemeester en Wethouders van Heerlen waarin stond dat zijn arbeidsovereenkomst als adjunct hoofdbrandmeester 1e klas der Vrijwillige Brandweer met ingang van 1 september 1949 ontbonden was.

Borstbeeld

In een van bovenstaande artikelen werd gesproken over het borstbeeld van Ferd van Wersch.

opaDit borstbeeld van Ferdinand werd in 1946 door de Heerlense beeldhouwer H. Stumpf gemaakt ter ere van Ferdinands zeventigste verjaardag in opdracht van de vrijwillige brandweer Heerlen. Hij werd afgebeeld in zijn uniform waarop de Belgische onderscheidingen te zien zijn. Al vanaf de oprichting van de vrijwillige brandweer op 8 april 1908 was hij lid daarvan. Tussen 1939 en 1945 was hij luitenant en commandant van die vrijwillige brandweer en moest veel uitrukken als Heerlen weer eens gebombardeerd was. In 1970 verhuisde de weduwe Van Wersch en het huis werd ontruimd. Een opkoper kwam langs om mee te nemen wat zou overblijven, maar hij nam dat wel erg letterlijk want alle spullen verdwenen, zo ook dit borstbeeld. Pas in 1979 kwam men erachter dat het borstbeeld in een café in Mheer stond tussen de flessen drank. Ferdinand hield trouwens wel van een borrel en een betere plek kon hij zich niet gewenst hebben. Gelukkig gaf de cafébaas het beeld terug aan een zoon van Ferdinand.Het borstbeeld is nu in familiebezit.

De bevrijding van Heerlen en de brand in het station lim-dagbl-17-sept-1948
Heerlen heeft ook nog enkele dagen een nieuwe burgemeester gehad, die zijn tenten in het Grand hotel had opgeslagen. Niemand heeft zich van de man ooit iets aangetrokken. Toen de Amerikanen naderden, is hij met zeer stille trom weer verdwenen. Enige deining ontstond, toen Nietsch met de karabijn in de aanslag de brandweerkazerne kwam binnenstappen om te informeren waar de burgemeester en de politie waren. Dhr. Van Wersch. commandant der vrijwillige brandweer, moest met hem mee om enkele adressen aan  te wijzen. Toen deze echter beweerde niet te weten waar de burgemeester woonde. werd het Nietsch  te machtig. Hij deelde Van Wersch mede, dat hij “verhaftet” was. Met een allerongelukkigst gezicht begon deze toen te vertellen, dat hij vrijwillig leven op het spel zette om het hele Duitse leger tegen brand en luchtaanvallen(nota bene) te beschermen. Nletsch kwam onder de indruk van het roerende verhaal en met een “Scher dich hin, Lump” kon dhr. Van Wersch optrommelen.

Afscheidsbrand Zonder verdere noemenswaardigheden liep de Zaterdag, de vooravond van de bevrijding, ten einde. Zondagmorgen zagen de Duitsers, dat er niets meer aan te doen was. Voordat zij voorgoed wegtrokken, staken zij echter eerst nog het station, het Royaltheater en het postkantoor in brand. De brand In het postkantoor werd onmiddellijk ontdekt (men had er al zo’n beetje op gerekend). Onder-brandmeester Klijne trok er met een ploeg heen en bluste de brand in korte tijd, waardoor hij de telefooncentrale voor Heerlen en omstreken redde. Het Royaltheater vatte geen vlam. Wel het station. Toen de Lbd. het ontdekte, trok er onmiddellijk een opruimingsploeg heen om de inboedel te redden. Deze ploeg werd door de nog aanwezige Duitsers uit elkaar geschoten. Toen zij vertrokken, kwam onmiddellijk de brandweer, die een deel van het station wist te behouden. Tijdens het blussen kwam er een Duitse officier langs, die wilde weten waar het blussen voor nodig was. “Feindliche Granateinschlag” was het antwoord. De man geloofde het en lichtte zijn laarzen nog op om de brandslangen niet te beschadigen. De Duitsers wilden ook nog het licht en de waterleidingsinstallatie vernielen. De luchtbeschermingsman, die mee moest om de weg te wijzen beweerde dat dit al allemaal “kaput” was. De Duitsers, die haast hadden, geloofden het maar al te graag, zodat licht en waterleiding volkomen intact uit de strijd kwamen. Vele malen moest de luchtbeschermingsdienst en brandweer Zondagmorgen uitrukken om hulp te bieden bij granaatinslagen die het naderbij komen der Amerikanen aanduidden. En eindelijk in de middag lieten de eerste bevrijders zich zien. Toen door middel van een Amerikaanse mitrailleurband op de commandopost het bewijs geleverd was, trokken dhrn. Couwenberg, Hermans en Voncken naar het gemeentehuis om zich present te melden bij de burgemeester, die al was teruggekeerd. Zij gaven hem het bestuur der stad weer over, waarna de burgemeester eigenhandig de Nederlandse driekleur op het raadhuis uitstak. Aan Heerlen’s bezettting was officieel tot einde gekomen. Na de opwelling van vreugde, werd het weer stiller. Er vielen nog steeds granaten, die slachtoffers eisten. Heerlerheide was nog niet vrij. Dit gebeurde pas op Maandag waarbij de groepscommandant van de brandweer, dhr. Pleren, slachtoffer van zijn plicht viel.

De mannen van de brandweer en luchtbescherming hebben zich tijdens de zware dagen die aan de bevrijding voorafgingen, kerels van sta-vast getoond. Vooral de drie leiders, Couwenberg, Hermans en Voncken hebben zich voor de bevolking onschatbaar verdienstelijk gemaakt. De leden van de vrijwillige luchtbeschermingsdienst, die de gehele oorlog door in gevaarlijke uren op de bres stonden zullen als herinnering aan deze tijd een oorkonde krijgen. Dat dit nog niet geschied is, komt door de vele moeilijkheden die de volledige liquidatie van de luchtbescherming tot nog toe in de weg stonden.

bron: Limburgsch Dagblad 17 september 1948 (althans een deel ervan).

Politiek leven

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat hij ook politiek betrokken was. B & W van Heerlen stelden Ferd in september 1920 voor tot Lid der schattingscommisie voor de Rijksinkomen belasting. In 1923 deed hij mee aan de verkiezing voor de Provinciale Staten. Hij belandde met 1190 stemmen op de elfde plek. Tussen 1935 en 1939 zat hij namens de KDP in de raad van Heerlen. Toen stemde hij tegen de loon- en salarisverlagingen van het gemeentepersoneel. Waarschijnlijk was Ferd toegetreden omdat zijn zwager, dhr. H. Lintjens, toen wethouder namens de KDP was.

Korte geschiedenis van de KDP: In 1926 was er de Roomsch Katholieke Staats Partij (RKSP). Een van hun leden was Veraart. Die stapte uit de RKSP en richtte de Katholieke Democratische Bond op (KDB). Bij de verkiezingen van 1933 wonnen zij geen zetels. Hij zocht een partner en dat werd de Roomsch Katholieke Volkspartij (RKVP). Deze partij steunde de linkse partijen op ontwapeningsvoorstellen. De RKVP was een kleine partij. Zij had slechts één zetel in 1933. Uit deze fusie ontstond de KDP: de Katholieke Democratische Partij. Deze partij werd vooral aantrekkelijk gevonden door de katholieke arbeiders omdat de partij tegen de RKSP was. De KDB was antifacistisch en pacifistisch. Maar vooral een Limburgse partij. Bij de Tweede Kamer verkiezing van 1937 was hun leuze “Tegenover het Kapitalisme het Katholicisme”. Dat leverde een ander beeld van de partij op. In maart 1937 verscheen een geheim stuk over de Linksche Arbeiders Organisaties. Op de lijst stonden een kleine 150 groeperingen. De KDP werd hierin een kleine linksche groepeering genoemd. De groep kreeg extra aandacht omdat hun partijblad door iemand werd gedrukt die lid was van de SDAP. Wederom kregen ze te weinig stemmen (1125) en in 1939 keerde de partij teug in de schoot van de RKSP. Deze partij was meer richting KDB gaan denken.

bronnen: A. Cammaert, 1994: Opkomst en Bestrijding van fascistische en nationaal-socialistische stromingen in de jaren dertig. L. Lipschits, 1975: Ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse politieke partijnen. http://dbpedia.org

In juli 1939 waren er gemeenteraadsverkiezingen in Heerlen. Er werden toen 18.452 stemmen uitgebracht. 9.776 stemmen gingen naar de R.K. Staatspartij, 3.866 stemmen gingen naar de Volkspartij RK Dissidenten, 2.802 naar de SDAP, 1.504 naar de Christelijke Historische Unie gecombineerd met de Ant-Revolutioniare Partij en 497 naar de Communistische Partij.

Zakelijk Leven

schilders
Ferd staat links. De foto is bij het gebouw van het pensioenfonds gemaakt.

Ferds vader was in 1859 een schilderszaak begonnen aan de Emmastraat in Heerlen. Ferd en drie van zijn broers (August, Edmond, Frans) volgden daarom dan ook een schildersopleiding en vestigden zich als zelfstandig aannemers van schilderwerken, gecombineerd met eigen verfzaken. Hun zonen kwamen ook in de verf terecht. Het bouwterrein aan de nieuwe Stationstraat voor zijn nieuwe huis verwierf Ferd op een veiling in 1909. Zijn zwager Harry Lintjens, de latere wethouder van Heerlen, bouwde het huis met een winkel en acht kamers. Twee jaar daarvoor had Ferd zijn vergunning gekregen tot het vervoeren van oliën, verstoffen en behangselpapieren benoodigd voor de uitvoering van zijn bedrijf, van behanger en schilder naar zijne werken.

ferd van wersch
Briefhoofd 1923

Opvallend was toen er een aanvraag tot bouwvergunning uit 1922 in het archief werd aangetroffen. Het had niets met zijn huis te maken, maar Ferd en zijn zwager aannemer Harry Lintjens wilden tien woningen gaan bouwen aan de Schaesbergerweg / Kloosterkoolhof. Harry woonde destijds aan de Kloosterkoolhof. De vergunning werd afgegeven maar pas na een beroepschrift van Harry Lintjens en Ferd van Wersch uit december 1922 . In dit beroepschrift verweerden zij zich tegen de geweigerde bouwvergunning. In 1923 kwam er een nieuwe bouwtekening. Van de tien woningen  wilden zij er nog maar vier aan de Kloosterkoolhof bouwen. De huizen werden nooit gebouwd. Wat wel doorging was de verbouwing van hotel De Amstel tegenover het station in Heerlen. Ferd vroeg op 29 maart 1924 een bouwvergunning aan voor de verbouw van het hotel.

Ook Ferds eigen huis was onderhevig aan veranderingen: Foto’s van het huis Stationstraat 6, Heerlen:

Na de verbouwing van zijn pand ging Ferd ook andere zaken dan verf en behang verkopen. In 1933 schreef de krant:

Het is een goed teeken wanneer men demonstreert als zakenman, zijn tijd te begrijpen en daarin mee te willen.En ’t geeft blijk van den groei van t bedrijf wanneer men behalve moderniseeren ook nog gaat uitbreiden.
Hiertoe heeft dhr. Ferd. van Wersch zich genoodzaakt gezien, en hij heeft thans in de Stationstraat 6 een omvangrijk bedrijf gekregen.
In de nieuwe etalages zoowel als in de overzichtelijke winkelruimten komen de artikelen, behangselpapieren, toiletartikelen, wasdoek en schilderijen uitstekend tot hun recht.
De wijze van inrichting is zoodanig dat zoowel het exterieur als het interieur bijzonder aantrekkelijk kunnen heeten. Door deze groote vernieuwing zal dhr. van Wersch zijn reeds zoo ruim debiet zeer zeker nog eenige uitbreiding weten te geven.
Het loont werkelijk de moeite de resultaten der verbouwing aan het pand van dhr.F.v. Wersch te gaan bezichtigen. Mooi, modern en practisch is de eerste indruk, die mij aandachtiger beschouwing nog versterkt wordt. De étalageruimten zijn geheel vervaardigd uit Ocuméhout een exotische houtsoort van pachtige teekening.

In 1943 werd het de wijk waar het huis staat, getroffen door een bombardement. Albert schreef in mei 1943 aan zijn zus Cara hierover: Het huis in Heerlen is met Pinksteren waarschijnlijk nu heelemaal opgeknapt. Daar was veel schade door het bombardement. Ik was blij dat jij in Antwerpen ook goed afgekomen was.

Hieronder enkele advertenties:

Zakelijk was Ferd voorzitter van de Middenstandvereniging en ook lid, namens het Kleinbedrijf, van het bestuur van de Kamer voor Koophandel voor de Zuid-Limburgsche Mijnstreek. Uiteraard was hij voor de eerste bijeenkomst in april 1922 voor uitgenodigd.

Graf van Ferdinand en Maria van Wersch (361,10) in Heerlen
Op de grafsteen staat:
Mijn Jezus barmhartigheid. Hier rust in vrede M.H. van Wersch-Lintjens, Geb. 1.12.1882. Overl. 1.4.1931 Hubert F. van Wersch. Geb. 26.7.1878. Overl. 4.11.1955
R.I.P.
Feitelijk is Ferdinand in 1876 geboren. Foto gemaakt in 2001.

Klik hier voor Ferd van Wersch in de Heerlense Tak.

Een Stamgenoten website