De wielerbaan van Heerlen

Het wielrennen begon in Zuid-Limburg in 1885 met het oprichten van een wielrennersclub in Maastricht. Al snel kwam Venlo met een houten wielerbaan van 400 meter die in 1894 werd geopend[1]. Pas in september 1915 kreeg de heer L. Savelberg (Ambachtstraat, Heerlen) een vergunning van de gemeente Heerlen om de grond te pachten en daarop een houten baan te bouwen[2]. Het gevolg was dat een jaar later, in oktober 1916, de Limburgse kampioenschappen korte en lange baan gehouden konden worden. Deze wielerbaan van Heerlen was 139 meter lang De krant schreef: De Heerlensche wielerbaan leent zich nu echter niet best tot het maken van snelle tijden[3].

Eén Organisatie

Op initiatief van de provinciaal gedelegeerde de heer Darmstadt (Schuitenberg 59, Roermond) van de Nederlandse Wielerbond werd begin 1923 de Zuid-Limburgschen Rennersclub Veel Geluk opnieuw opgericht[4]. De club was eigenlijk al in 1912 opgericht onder de naam Glück Auf. Het doel was de wielersport in Zuid-Limburg zoveel mogelijk te bevorderen en in goede banen te leiden.

Wielerbaan

Behalve Veel Geluk was er in Heerlen nog een wielervereniging. Dat was Frisch Op die in januari 1923 internationale wielerwedstrijden op hometrainers op een zaal-renbaan organiseerde. Dat was zo vernieuwend omdat het brak met de wielertraditie, dat de opkomst maar matig was[5].

Veel Geluk ging voortvarend verder. In maart van dat jaar kwamen plannen om ook in Heerlen een modernere houten wielerbaan van 200 of 250 meter met tribunes te bouwen op het Bekkerveld. Dit veld heette zo naar de driehoekige vorm van het terrein dat daarna op een vogelbek leek. De eerste houten baan was in Amsterdam (het Olympisch Stadion), vervolgens Rijswijk, Tilburg, Rotterdam, Maastricht en toen Heerlen. De krant schreef in juli 1923: De pogingen tot een wielerbaan schijnen thans veel kans van slagen te hebben. En wethouder Spijkers van Heerlen lichtte in juli 1923 de aanvraag toe voor de aanleg van een wielerbaan op 4000m2 aan het Bekkerveld[6].

wielerbaan heerlen
1923: Plan voor een Wielerbaan. Collectie Ryckheyt.

De werkzaamheden aan de wielerbaan aan het Bekkerveld vlotten goed: Het wordt een first class baan. Zij zal groot worden 225 meter, breed 6 meter met 7 meter in de bochten[7]. De organisator was dhr. P. Moonen, die een rijwielhandel had in de Akerstraat 20, samen met consortium van enkele sportminnaars. Veel Geluk had inmiddels 95 leden. Daarom werd het bestuur uitgebreid met secretaris H. Lambermont (Schaesbergerweg 59, Heerlen[8]). Hij was tevens de vervanger van de provinciaal gedelegeerde van Nederlandse Wielerbond.

In november 1923 werd, vanwege het tienjarig bestaan van de Zuid-Limburgschen Rennersclub “Veel Geluk” op de wielerbaan van Heerlen een wedstrijd plaats.

In het kader van verdere regulering eiste Veel Geluk van de Zuid-Limburgsche Rennersclub, en dus alle verenigingen, dat er op sportterrein voortaan verbandmiddelen aanwezig moest zijn. Veel Geluk had veel invloed. Hun reglement gaf goedkeuring aan regionale wedstrijden van andere wielerverenigingen. Ook Simpelveld, Wahlwiller, Ubachsberg hielden in 1923 wielerwedstrijden. Zo groot was de invloed van de Heerlense wielervereniging dat deze wedstrijden alleen gehouden konden worden onder het reglement van Veel Geluk[9].

Op 19 augustus 1923 was de opening van de wielerbaan door wethouder Spijkers met de aankomst van het kampioenschap van Limburg op de wielerbaan. Er waren 3000 toeschouwers. Natuurlijk werd de baan ook gebruikt door de De Zuid-Limburgsche Rennersclub Veel Geluk. Het Limburgsch Dagblad schreef Het keurig aangelegd baantje valt zeer in den smaak der renners[10]. Er werden op de baan gelijk grote internationale wedstrijden voor beroepsrijders gehouden. Door een importeur werd een premie ingezet. De winnaar kreeg een sportkostuum.

wielerbaan aan het bekkerveld
Plaats van de wielerbaan. Collectie Rijckheyt.

Gevaar

De bestuursleden van Veel Geluk werden voor twee jaar gekozen, met dien verstande dat het halve bestuur ieder jaar aftrad. De heer Savelberg (Smedestraat 5) was ook provinciaal gedelegeerde van de Nederlandsche Wielerbond. Hij stelde zich in 1924 niet meer herkiesbaar bij Veel Geluk. Zodoende kwam M. Kessels als vice-voorzitter in het bestuur. Lindedlauf werd herkozen. De nieuwe voorzitter werd M. Lambermont.

Maart 1924 kwam een potentieel gevaar vanuit de gemeente Heerlen. Die wilde op 1 januari 1925 het contract met de wielerbaan beëindigen. De wielerbaan zou moeten verdwijnen, wellicht naar een andere gemeente waardoor de belasting op vermakelijkheden ook zou verdwijnen. Gelukkig wonnen de lobbyclubs waardoor in april de gehele wielerbaan van een nieuwe houten vloer werd voorzien. Er kwam meer plaats voor toeschouwers. Voorheen was het een drekbaan[11]. In de volksmond heette de baan Kuipke. Dus er kon weer een wielerwedstrijd uitgeschreven worden. In die maand schreven vijftig deelnemers zich in. Entree voor het publiek was 15 cent en donateurs op de tribune en leden hadden vrije toegang. De maand erna trok de wedstrijd 4000 toeschouwers. De avondopenstelling kwam in juli 1924.

Niet iedere renner was blij met de wielerbaan. Hij was klein en had steile bochten.

De entreeprijs varieerde. Voor grotere wedstrijden met bekende Hollandse namen was de toegang voor de tribuneƒ 1,25, Op de 2e rand ƒ1,- en staanplaatsen waren ƒ 0,0625.[12] Dat er veel Hollandse renners meededen viel niet bij iedereen in goede aarde. Via een ingezonden brief in het Limburgsch Dagblad van juli 1924 vroeg een inwoner zich af waarom de directie van de wielerbaan alleen maar buitenlandsche en Hollandsche renners haalden die hier met elkaar hun krachten komen meten. Van onze Limburgsche renners hoort men alleen op de buitensteedsche banen.

De landelijke De Courant, het Nieuws van den dag schreef op 28 juli 1924 een kritisch artikel met de kop: De wielersport in Limburg, Te hard van stapel geloopen? Over de Heerlense baan schreef de krant: De Heerlensche baan trekt de laatste maanden veel minder toeschouwers dan vroeger en komt ook niet meer aan de kosten.
De oorzaak van een en ander ligt in het te grote aantal wedstrijden, de te lange programma’s en het elkander tegenwerken door op dezelfde dagen wedstrijden uit te schrijven. De banen hebben hun kosten opgejaagd door tegen elkander op te bieden en direct de beste en duurste rijders te engageeren. De entréegelden werden hierdoor noodzakelijk hoog en het publiek werd de vele wedstrijden moede.

De entreeprijzen stegen in september weer harder. Voor de tribune moest je nu ƒ 1,75 betalen, voor de 2e rand met zitplaatsen f. 1,25 en de staanplaatsen kosttenƒ 0.75 plus stedelijke belasting[13].

Jaarcontract

De gemeente Heerlen bleef toch vast te houden aan hun plannen om de wielerbaan de nek om te draaien. Het contract met de wielerbaan eindigde per 1 jan 1925. De exploitanten wilden weer een nieuw contract van één jaar. B en W kwam met een brief die zij in november 1924 van de Kerkraad der gereformeerde kerk in Heerlen had ontvangen. De Kerkraad klaagde over de wielerbaan omdat die de godsdienstoefeningen in de kerk aan het Bekkerveld op zondagmiddag stoorde. Dat kwam door de muziek, door geraas van auto’s en het rumoer van het publiek. De commissie voor Openbare Werken adviseerde daarom inderdaad een jaarcontract. De kerk stond aan de Bekkerweg 30[14].

Ieder jaar begon het wielerseizoen op tweede Paasdag. Meestal was dat april. Om toch de leden en publiek vast te houden organiseerde Veel geluk in februari 1925 een zesdaagse op hometrainers in café Limburgia in Heerlen. De zaal zat al die dagen propvol.

koppelwedstrijden heerlen
1924

Sigaren

Pierre Moonen (Akerstraat 6a, Heerlen) werd begin 1925 benoemd tot directeur van de Heerlense Wielerbaan. Hij was tevens secretaris van Veel Geluk. In mei 1925 schreef de wielerbaan een prijsvraag uit voor de toeschouwers. Drie firma’s stelden prijzen ter beschikking. Highland Tobacco uit Amsterdam stelden 10.000 Blue Band sigaretten ter beschikking, de naamloze vennootschap sigarenfabriek Diadema uit Maastricht (Gubbelstraat) 3000 sigaren en Wolf en Hertzdahl met winkels in Heerlen (Geleenstraat), Sittard en Maastricht een kostuum. Sommigen wonnen 1000 sigaretten, sommigen 50 sigaren, anderen twee doosjes sigaretten[15].

Hieruit kun je afleiden dat roken populair was. Uit de advertenties die de Highland Tobacco zette, kun je afleiden dat er alleen mannen aan meededen. De advertenties spraken alleen over deelnemers van de prijsvraag en dat een van de prijzen een kostuum was. Het Centraal Bureau voor Statistiek publiceerde in 1924 de cijfers uit 1923 betreffend sigaren en sigaretten. Er waren 1 miljard sigaren verkocht, 2 miljard sigaretten en 12.800.000 kilo tabak. Dit vertegenwoordigde een waarde van 15 miljoen gulden, in 1923.

Ieder jaar weer moest de wielerbaan terug naar de gemeente voor een nieuwe huurovereenkomst van de grond[16]. De brief die de gereformeerde kerk in 1924 naar de gemeente stuurde was de aanleiding om in het contract van 1926 op te nemen dat de grond wel verhuurd werd, mits het aantal wedstrijden op zondag beperkt bleef.

Mijnschool
Links op de achtergrond staat de Mijnschool, de latere MTS en nog later de HTS. In 2022 komt hier de Tarciusbasisschool en diverse mogelijkheden voor opvang van kinderen.

Nieuwe wielerbaan?

Het Limburgsch Dagblad van juli 1927 schreef onder de kop: Heerlener wielerbaan: De wielerbaan-exploitatie is wel de meest riskante sport-exploitatie in de open lucht en vooral dit jaar moeten de meeste banen dit ondervinden. De eene wedstrijd na den anderen verregent en menige baan moet haar poorten sluiten. Ook de Heerlener Wielerbaan zag reeds 3 wedstrijden achter elkaar verregenen. Deze tegenspoed liet de Directie van genoemde baan niet afschrikken a.s. Zondag wederom met een prima program voor den dag te komen. Er waren geruchten (schreef de Nieuwe Koerier) dat er sprake zou zijn van de oprichting van een nieuwe baan waarop motoren konden racen. De huidige baan was te klein daarvoor. Ieder jaar werd de baan weer door de Nederlandsche Wielren Unie gekeurd. Alleen werden er vragen gesteld voor wat betreft de bochten. Al eerder vond men die te steil. Daarom werd overwogen of de baan door een verandering in de bochthelling aantrekkelijker zou worden. Ook waren er in 1927 plannen om de wielerbaan te overdekken. De kosten daarvan bedroegen ƒ 6 à 7000. Of zou wellicht een nieuw terrein betere resultaten opleveren? Om wedstrijden achter motoren op de baan te houden had de baan een A-concessie nodig. Maar de NWU wilde daar niet aan. Dat er vanaf het begin van de baan al zonder goedkeuring met motoren werd gereden deed er niet toe. In juli 1928 kwam die lang verwachte concessie toch.

wielerwedstrijden
1926

Meningsverschil

Ook begin 1928 werd er weer een nieuw bestuur gekozen. Dit keer werden het M. Kessels (voorzitter en zelf wielrenner en oud-kampioen), Ph. Hinsen, J. Bijsmans, E.J. Timmers en P.J.H. Moonen.

Het terrein van de wielerbaan werd aan dhr. Kessels[17] verhuurd en niet aan dhr. Moonen hoewel Moonen al vanaf het begin betrokken was met de wielersport in Heerlen[18]. Ook omdat hij een rijwielenwinkel in de Akerstraat had. Hij stapte al snel uit het bestuur vanwege een meningsverschil met de anderen in het bestuur over een te nemen strafmaatregel tegen een renner. Moonen wilde de renner straffen, de anderen niet[19].

Maar ook omdat voorzitter Kessels het jaar daarvoor al bij een andere rijwielhandelaar was geweest of die voortaan de onderdelen voor de renners wilde leveren en Moonen niet meer. Kessels ving bot.

Zowel Moonen als Kessels vochten hun meningsverschil via open brieven in de krant uit[20]. Moonen had de NWU geschreven dat de Heerlense Wielerbaan geld geeft als prijs in plaats van waardevolle kunstvoorwerpen of rijwielonderdelen. Eerst waren het medailles, daarna waardevolle rijwielonderdelen en daarna waardevolle geldprijzen.

In de begintijd reden de nieuwelingen een wedstrijd over 5 of 6 ronden en weet u wat ze toen kregen voor eerste prijs? Vaak een stel fijne baanwielen die een waarde hadden van ongeveer 20 gulden[21].

Moonen bleef zich wel bezighouden met wielrennen. Samen met dhr. Maas van het gelijknamige café organiseerde hij in maart 1928 een vaardigheidsrit voor wielrijders op transportrijwielen over een afstand van 15 tot 20 km. In juni 1928 besloot hij zijn betoog: Geachte lezers, weet u waar onze Limburgsche renners naar toe geholpen worden, als dat zoo doorgaat? Ze zullen binnenkort afgevoerd kunnen worden van de lijst der renners. En aan wie dan de schuld? Aan allen, die nu niet mede protesteeren. Zij die met de wielersport medeleven, hebben toch al te best kunnen merken, dat onze Limburgsche renners ver op den achtergrond worden geplaatst in de wedstrijden hier op de baan. En waaraan hebben ze dat verdiend?[22]

De gemeente Heerlen was nog steeds van mening dat het Bekkerveld anders ingericht diende te worden. Vandaar dat er in mei 1929[23] naast de wielerbaan op het Bekkerveld de kweekschool Maria Immaculata voor onderwijzeressen gebouwd werd in opdracht van de zuster Franciscanessen uit Valkenburg. In september 1929[24] werd die school geopend en in juni 1936 werd de subsidie aan de kweekschool stopgezet[25].

Neergang

Moonen had al in 1928 geschreven dat de Heerlense wielerbaan te vlak lag waardoor ongelukken gebeurden en konden gebeuren.

Vanwege de populariteit van het wielrennen waren ook in andere gemeente verenigingen begonnen met het bouwen van banen. In 1930 kwam de baan van Heer erbij. Die baan werd zelfs de beste en de snelste baan waardoor Heerlen minder dan Heer ging draaien. Daarbij kwamen de crisisjaren die ook hard in Heerlen aankwamen. Het bezoek aan de baan in Heerlen daalde ondanks dat er grote namen waren. Die grote namen vroegen wel hoge gages. Er moest dus iets gebeuren met de baan.

Het bestuur kwam in februari 1931 met het plan om de wielerbaan te verlichten. Tot overmaat van ramp zei de provinciaal afgevaardigde van de wielerunie en lid van het hoofdbestuur van de Nederlandsche Wielren Unie, dhr. Darmstadt uit Roermond, in maart 1931 dat Veel Geluk misschien theoretisch nog zou bestaan, een vaststaand feit was, dat zij praktisch niet meer bestond[26]. Hij wilde de wielersport in Heerlen en omstreken weer tot bloei brengen. Op de door hem uitgeschreven vergadering kwamen maar 50 mensen opdagen.

Met algemene stemmen werd een nieuwe wielervereniging opgericht. Tevens werd de directeur van de Heerlense baan gevraagd om meer aandacht te geven aan de Limburgse renners.

Het proefdraaien met de verlichting voor de wielerbaan was op vrijdagavond 22.00 uur en zaterdagavond in juni 1931 waardoor er gratis toegang was[27]. Er waren 25 grote booglampen en 18 lampen en diepstralers, zes van 1000 kaarsen en 12 van 600 kaarsen.
Op het Bekkerveld kwam in september 1931 ook ruimte voor de R.K. Voetbalvereeniging Heerlen V.V.H. 1932 draaide de wielerbaan volop, nu met versterkt geluid en muziek: Den spreekhoorn-omroeper wordt hierdoor dus overbodig. De Sociaal-Demokratische Arbeiders Partij (SDAP) wilde in april 1932 via de gemeenteraad toestemming hebben om gebruik te mogen maken van de wielerbaan voor meetingen. Als de exploitant zou weigeren dan zal volgend jaar de SDAP  bij het verhuur met andere voorstellen komen. B. en W. van Heerlen stemden in met het voorstel tot het beschikbaar stellen van de wielerbaan[28]. De volgende maand kon eindelijk een baanrecord genoteerd worden 100 km in 2 uur en 24 minuten.

De redactie van de Limburger Koerier vroeg zich in juni 1932 in een artikel af of de wielerbaan nog wel van deze tijd is. De Heerlense baan bestond nu 9 jaar en was 225 meter lang. De laatste tijd zijn er nieuwe banen kleiner en steiler gebouwd. 5000 bezoeker kunnen die bijwonen. Wij gelooven toch dat de Heerlener Wielerbaan het langste leven heeft gehad.

In Eindhoven vond in september 1932 de oprichting plaats van Wielerbaan Exploitanten en Directeuren Vereeniging. In het voorlopig bestuur was M. Kessels, voorzitter van de wielerbaan Heerlen, voorzitter. Toch was de baan in Heerlen niet dood. Tijdens een wielerfestijn in augustus 1932 waren er meer dan 5000 bezoekers.

Oudste baan

Steeds meer wielerbanen kwamen er. In 1933 waren er nu wielerbanen in Kerkrade, Hoensbroek, Nuth, Sittard, Roermond, Oirsbeek en Schaesberg (6000 plaatsen). Heerlen kreeg, als oudste Limburgse wielerbaan de eerste keuze bij het vaststellen van wedstrijden data.

Dat de baan van Hoensbroek aangelegd was, was een foutje van de Wielrenunie omdat die baan maar vijf kilometer van die van Heerlen lag. Heerlen had echter nog een “baan”. Dat was de lemen baan op het Vredesstraat voor de jeugd. Daar kwamen iedere avond in 1933 1000 tot 2000 toeschouwers naar de jeugd kijken. In september mocht de jeugd voor het eerst op de echte wielerbaan op het Bekkerveld met elkaar strijden.

Ook de opkomst van het Nationaal Socialisme van Hitler had effect op de organisatie van de wielerbaan. In augustus 1933 zou er een wedstrijd zijn tussen Nederlandse en Duitse koppels. Echter wilden/mochten geen van de Duitsers starten omdat er geen hakenkruisvlag opgehangen mocht worden. De Duitse Wielerbond had Duitse renners verboden om te starten als de hakenkruisvlag niet opgehangen zou worden. De Duitsers werden vervangen door andere Nederlanders. Helaas werd de wedstrijd na 10 minuten afgebroken omdat het begon te regenen. Dus het publiek ging naar huis[29].

Nieuwe plannen

In Heerlen circuleerde het gerucht dat de gemeente in 1932 het plan had om de komende winter een overdekte winterwielerbaan te bouwen. Heerlen zou dan de eerste gemeente in Nederland zijn met zo’n baan. Helaas voor de wielrenliefhebbers bleek het inderdaad een gerucht te zijn. De gemeente had daarvoor helemaal geen plannen[30]. In september 1933 kwam een groep mannen bij een met hetzelfde plan. De voordelen waren legio: Er was geen concurrentie, niet van wielrenners, maar ook niet van voetballers en in de winter is er weinig te doen voor de wielerliefhebbers. Daarom zullen de gages voor de renners laag zijn en dus de entreeprijs toereikend voor iedereen. Hetzelfde plan werd in 1934 weer geopperd. Laten we allen samenwerken om een overdekte wielerbaan te krijgen waaraan in Heerlen zoo’n groote behoefte bestaat schreef de Limburger Koerier op 1 december 1934.

Het bleef echter bij een plan.

Wielerbaan verdwijnt

De Heerlener wielerbaan verdwijnt. Door gebrek aan medewerking van het gemeentebestuur van Heerlen, zo begon het bericht in het Limburgsch Dagblad in 1935. De eens zoo beroemde Heerlensche Wielerbaan, kweekplaats van sterren, is ten doode opgeschreven ook al gelijk verluidt om de weinig medewerking van gemeentewege[31].

De baan bracht tussen 1924 en 1934 ƒ 50.000 aan belasting op. De redenen op te stoppen waren de hoge belasting van 20% en de hoge terreinhuur. Er werden onderhandelingen gestart voor grond buiten de gemeente. Deze onderhandelingen hadden in zoverre effect dat de baan in maart 1935 afgebroken werd. De nieuwe baan kwam op het terrein achter de bakkerij van fa. Kessels-Roos op Musschenbroek op de grens Heerlen-Schaesberg. De lengte was 200 meter. De belasting die de gemeente hief zou bepalen of het Schaesberg of Heerlen wordt.

Bij ‘t afsterven der Heerlener Wielerbaan, zo luidde de kop en het artikel vervolgde met En zoo staan we aan het sterfbed van de eertijds zoo machtige heerscheres in de Limburgsche Wielersportbeweging, de wielerbaan van Heerlen[32].

Op het Bekkerveld zou wellicht een park komen met waterpartijen dat aangelegd zou worden in het kader van de werkverschaffing. Publieke werken begon is september 1935 met het egaliseren van het terrein waar eenmaal de roemruchte Heerlener Wielerbaan had gelegen. Het terrein zou wellicht gebruikt worden voor tentoonstellingen. De redactie van de krant had liever gezien dat het terrein met het ernaast liggende terrein zou veranderen in een groot sportpark met een overdekte wielerbaan, een rolschaatsbaan etc.[33] In plaats daarvan kwam er 1938 de Sint Annakerk waarvan rector V. Kellenaers de bouwpastoor werd.

Het was afgelopen met de wielersport in Heerlen. De wielerbaan heeft tien jaar op het Bekkerveld vele duizenden mensen vermaak geboden. Wellicht dacht de Heerlense ondernemer Ferd van Wersch van de Stationstraat in 1936: dat nooit. Samen met enkele anderen stampten zij in korte tijd de Duivelsrit uit de grond. Klik hier om verder te lezen.

Philippe van Wersch
Gepubliceerd in 2019 in Mijnstreek, Historisch Magazine voor Parkstad Limburg.

Noten:
[1] Venloosch Weekblad, 28 oktober 1893
[2] Rijckheyt, 015-03.3.1.1.120
[3] De Telegraaf, 3 oktober 1916
[4] De Nieuwe Koerier 4 juni 1933
[5] Limburgsch Dagblad 23 januari 1923
[6] Limburgsch Dagblad 12 juli 1923
[7] Limburgsch Dagblad 2 augustus 1923
[8] Limburger Koerier 28 februari 1924
[9] Limburger Koerier 1 juni 1923
[10] Limburgsch Dagblad 25 augustus 1923
[11] Limburgsch Dagblad 19 april 1924
[12] Limburgsch Dagblad 12 juli 1924
[13] Limburgsch Dagblad 5 september 1924
[14] Limburgsch Dag blad 14 november 1924
[15] Limburgsch Dagblad 30 mei 1925
[16] De Nieuwe Koerier Maas- en Roerbode 3 mei 1926
[17] Rijckheyt 258-N
[18] Limburger Koerier, 16 april 1928
[19] Limburgsch Dagblad 8 juni 1928
[20] Limburgsch Dagblad, 10 april 1928 (Moonen), 7 juni 1029 (Moonen), 8 juni 1928 (Kessels), 9 juni 1928 (Moonen)
[21] Limburgsch Dagblad 9 juni 1928
[22] Limburgsch Dagblad 7 juni 1928
[23] Limburgsch Dagblad 14 mei 1929
[24] Limburgsch Dagblad 19 september 1929
[25] Limburgsch Dagblad 27 juni 1936
[26] Limburger Koerier 26 maart 1931
[27] Limburgsch Dagblad 12 juni 1931
[28] Limburgsch Dag blad 6 april 1932
[29] Limburger Koerier 28 augustus 1933
[30] Limburger Koerier 26 november 1932
[31] Limburgsch Dagblad 28 maart 1935
[32] Limburger Koerier 16 maart 1935
[33] Limburgsch Dagblad 17 september 1935

Een Stamgenoten website