Genealogische website Warsage

willem van weerschOp 13 mei 1927 werd Willem van Weersch in Ulestraten geboren als zoon van Jan Willem Hubert van Weersch, veldwachter in Ulestraten en Elisabeth Heuts.
Hier doorliep hij de lagere school en in 1934 deed hij zijn eerste H. Communie. Vervolgens ging hij op 12-jarige leeftijd naar een internaat in Roermond, waar hij zijn mulo-diploma behaalde.

Inmiddels was het 1939. De oorlog kwam er aan.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde hij als tolk bij de aanleg en ingebruikname, op 22 maart 1945 van het steunvliegveld “Airfield Yankee 44” in de buurt van Ulestraten, het huidige Maastricht Aachen Airport (MAA vliegveld). Vanaf dit toen Amerikaanse militaire vliegveld werden geregeld verkenningsvluchten en transportvluchten van militair personeel en materieel uitgevoerd. Daar werd hij voor het eerst geconfronteerd met de slachtoffers van de oorlog. De Amerikaanse vliegtuigen kwamen soms gehavend terug, waarbij dode en zwaargewonde vliegeniers en militairen nog vastgeklemd zaten in hun toestellen. Willem assisteerde bij het bergen en bevrijden van deze militaire slachtoffers.

Na de Tweede Wereldoorlog ging hij naar de kweekschool om opgeleid te worden tot onderwijzer in Roermond.

Dienstplicht Willem van Weersch

Op zijn 21e ontving hij in 1948 de oproep om de dienstplicht per 9 maart 1949 te vervullen bij het 7e bataljon van het 2e regiment infanterie (7-2 RI) dat gelegerd was in Roermond Blerick waar de basisopleiding volgde. Een deel van de opleiding was ook op de legerplaats Harskamp (zie hieronder) waarbij de mannen in de kazerne Schalkhaar gelegerd waren, 40 km oostelijk. Daarna volgde de officiersopleiding.

 

vaandrigafscheidOp 3 augustus 1949 scheepte de inmiddels vaandrig Van Weersch zich in Rotterdam in (op de foto duidelijk herkenbaar doordat hij één stip op zijn epaulet heeft) op de M.S. Kota Inten als onderdeel van de H-Brigade waarna de lange zeereis naar Indië begon.
Een vaandrig is de eerste officiersrang bij de Koninklijke Landmacht en is bedoeld voor officieren in opleiding.
De lichting waarin Willem zat, voer als laatste naar Indië. Zij kwamen na het staakt-het-vuren aan.

 

De Gooi-en Eemlander: Wij menen de regering niet onkundig te mogen laten van het feit, dat brieven van ouders, vrouwen en verloofden van de H-brigade en van de betrokken militairen zelf van grote verontwaardiging, verbittering en intense moedeloosheid getuigen. Met de meeste klem dringen zij er bij de regering op aan, dusdanige maatregelen en voorzieningen te treffen, dat de repatriëring van de onmiddellijk voortgang heeft en zeer korte termijn wordt voltooid zonder
dat de veiligheid van de ex-K.N.I.L.-militairen in Indonesië hierdoor in gevaar wordt gebracht”.

 

Aan boord waren de aflossingsdetachementen van de KNIL en van de Koninklijke Landmacht. Aan boord waren ook artikelen voor de militairen in Indië: Tot deze artikelen behoren o.a. 440 tennisrackets, 160 badminton-rackets, 7961 legpuzzles, 650 volley-binnenballen, 300 volleyballen, en voorts grote hoeveelheden sportartikelen en. artikelen voor de hospitalen.
Voordat ze vertrokken werd de Kota Inten voor de zekerheid geheel ontsmet omdat tijdens de afgelopen terugreis uit Indonesië twee gevallen van mogelijke pokken waren geconstateerd.

willem van weersch diensttijd
Willem van Weersch, derde van links
Willem van Weersch, diensttijd
Willem van Weersch, vierde van links

Indië

Echt spannend is het voor hen daar niet geweest. Meer wachtlopen in de steden dan werkelijk het veld in. Zij waren gelegerd nabij de Poentjakpas op West-Java.

 

Toch sneuvelen een viertal jongens:
Jan Wullems uit Weert op 7 september 1949, een kleine maand na hun aankomst, als gevolg van vriendelijk vuur tussen Cheribon en Madjalengka, 19 jaar oud.
J. Stufken op 29 november 1949
J.H. Hagens op 13 december 1949
P.A.G. Schellen op 7 maart 1950.

 

Het leven in Indië was niet gemakkelijk en vergde een immens aanpassingsvermogen. Naast het warme en vochtige klimaat, de insecten, de tropische ziekten en fatale ongelukken verkeerde Willem van Weersch bovendien in een groot gewetensconflict aangezien hij in de veronderstelling verkeerde, dat hij met een humanitaire missie zou worden belast in het voormalige Nederlands- Indië maar tot zijn verbazing terecht kwam in een gelukkig aflopend bloedig geweldconflict.
De benoeming tot compagniecommandant vergde tevens veel van zijn verantwoordelijkheidsgevoel aangaande de zorgen om het welzijn van de dienstplichtige soldaten en onderofficieren, die deel uit maakten van zijn compagnie. Het meest had hij te lijden onder de strijd, die gevoerd moest worden, de ontberingen, waaronder hij te leiden had, de omgekomen kameraden en het ongewisse tijdens de patrouilles, die uitgevoerd moesten worden. Hij vertelde niet veel over zijn ervaringen in het voormalige Nederlands-Indië wel zo nu en dan leuke herinneringen zoals bijvoorbeeld het feit dat de jeeps veelal versierd waren met het opschrift SGMV (Stelt Geen Moer Voor). In Indië volgde begin mei 1950 de bevordering tot reserve 2de luitenant.

stelt geen moer voor
Op de Amerikaanse jeep staat SGMV = stelt geen moer voor.
Willem van Weersch
Willem is de eerste van links

Terugkeer

Zijn diensttijd daar duurde een klein jaar, want op 30 oktober 1950 vertrok het regiment aan boord van de Waterman naar Rotterdam. Aan boord waren 1047 militairen, voornamelijk uit Brabant en Zuid-Limburg. Zij kwamen op zaterdag 25 november 1950 om 08.00 aan en om 09.00 uur begon de ontscheping. Op de terugreis was wel een kleine beheersbare uitbraak geweest van dysenterie waaraan gelukkig niemand overleden was.

 

De soldaten die achterbleven mopperden bij hun meerderen. Ook zij wilden graag en liefst snel naar huis. Dus waarom vertrok de Waterman maar met een kleine 1000 man terwijl die met 1700 man destijds naar Indië voer?

 

In Rotterdam werden ze verwelkomd door het muziekkorps van het regiment Stoottroepen uit Vught en de nodige sprekers zoals een afgevaardigde van prins Bernhard.

 

In Ulestraten werd hij feestelijk onthaald en ontving van de burgemeester een herinneringsplaquette. Op 22 december 1950 het Ereteken voor Orde en Vrede.
Op 1 januari 1951 werd zijn tijdelijke benoeming tot reserve 2e luitenant in Indië omgezet in vaandrig van het regiment grenadiers van de Limburgse Jagers. Later volgde weer de benoeming tot reserve 2e luitenant en op 1 januari 1954 vond de benoeming tot reserve eerste luitenant. Op 6 december 1966 werd hem het onderscheidingsteken voor langdurig dienst als officier met het nummer XV uitgereikt: vijftien jaar in dienst.

 

In augustus 1950 wilde de Regering de gerepatrieerden uit Indonesië inzetten voor de versnelde opbouw van de Nederlandse defensie. Hiervoor werden de inmiddels 7-Decemberdivisie, de tweede Divisie en de F. G en H brigades en 74 compagnieën die vóór de 7 December divisie in Indonesië zaten ingezet. De Defensienota uit die dagen wilde een veldleger hebben van 15.000 dienstplichtigen. Vooral de laatste legeronderdelen hadden in Indonesië niet echt gevochten waardoor zij in Nederland op herhalingsoefeningen moesten. Voor kader en officieren was dat twintig dagen en voor de soldaten tien dagen. Lees verder: bladzijde 24 e.v.

Twee jaar later, begin januari 1954 werd hij bevorderd tot reserve 1e luitenant.

herinnering willem van weersch
Herinneringsplaquette van de burgemeester voor Willem van Weersch
oorlog en vrede
Ereteken voor Oorlog en Vrede 1949. Uitgereikt in 1950
onderscheiding voor dienst
In 1966 ontving reserve eerste luitenant Willem van Weersch het onderscheidingsteken voor langdurige dienst als officier

Staat van dienst

 

1 maart 1948: Bij het Regiment Grenadiers bt ingelijfd als GD.

Op dato met uitstel van eerste oefening tot een tijdstip dat zal vallen na 011847
Het uitstel verlengd tot een tijdstip data zal vallen na 1 augustus 1948
10 augustus 1948: Overgeplaatst naar het 6e Regiment Infanterie
8 september 1948: In werkelijke dienst tot eerste oefening
2 november 1948: In opleiding genomen tot onderofficier
21 december 1948: Soldaat der eerste klasse
4 januari 1949: Ontheven van de onderofficiersopleiding en in opleiding genomen tot officier
11 januari 1949: Korporaal
11 april 1949: Sergeant titulair
21 juni 1949: Vaandrig
24 juni 1949: Overgeplaatst bij het 2e Regiment Infanterie
3 augustus 1949: Uit Nederland vertrokken per ss Kota Inten met bestemming Indonesië
16 augustus 1949: De Keerkring gepasseerd
31 augustus 1949: In Indonesië aangekomen
21 december 1949: Tijdelijk benoemd bij het wapen der Infanterie tot reserve Tweede luitenant voor de tijd dat hij een functie vervult waaraan naar het oordeel van Onze Minister van Oorlog de rang van Tweede luitenant is of kan zijn verbonden
1 juli 1950: Bij reorganisatie overgegaan naar het Regiment Limburgse Jagers

30 januari 1950: Uit Indonesië vertrokken per ss Waterman met bestemming Nederland

13 november 1950: De keerkring gepasseerd
25 november 1950: In Nederland aangekomen
24 december 1950: Met groot verlof
24 december 1950: Eervol ontheven van zijn functie en terug gesteld tot de rang van vaandrig
24 december 1950: Behoort tot het reservepersoneel der landmacht voor de tijd die hij als dienstplichtige nog heeft te dienen

1 januari 1952: Benoemd bij het wapen der Infanterie bij het Regiment Limburgse Jagers tot reserve Tweede luitenant
31 augustus 1953: Terug
13 september 1953: Groot verlof
1 januari 1954: Benoemd tot reserve Eerste luitenant
4 oktober 1954: Terug
5 oktober 1954: Groot verlof
15 oktober 1958: Registratief ingedeeld bij Infanterie 2
7 september 1959: 6 Daagse oefening en geplaatst bij Infanterieschool
13 september 1959: Groot verloof
22 augustus 1960: Registratief heringedeeld bij 803 Aanvullingsbataljon
2 juli 1962: 6 daagse oefening
8 juli 1962: Groot verlof
6 december 1966: Toegekend het onderscheidingsteken voor langdurige Nederlandse dienst als officier met het cijfer XV
6 december 1971: Cijfer 20 in ondersch. teken langd. ned. als off.
1 oktober 1972: Eervol ontslagen

Onderwijzer Willem van Weersch

Na zijn terugkeer uit Indië begon hij te solliciteren naar een baan in het onderwijs, hetgeen in die tijd niet gemakkelijk ging. Het feit dat hij als dienstplichtig militair zijn diensttijd moest vervullen in het voormalige Nederlands-Indië vormde tijdens de gesprekken met de diverse schoolbesturen een onoverkomelijk struikelblok. Alsof het zo moest zijn had het schoolbestuur van de jongensschool in Kaalheide in juni 1950 een vacature geplaatst waarin zij op zoek was naar een onderwijzer met kans op vaste aanstelling. Willem werd aangenomen: het schoolbestuur van de katholieke jongensschool in de mijnwerkerswijk Kaalheide had daar geen moeite mee. Zij zag in Willem van Weersch het ideale beeld van een onderwijzer die het talent bezit om zich volledig in te zetten voor de scholing en opvoeding van de jeugd van Kaalheide.

 

Op 5 augustus 1952 trouwde hij met Melanie Jacobs. Voordat hij naar Indië ging ontmoette had hij haar in het plaatselijk dorpscafé ontmoet. Zij werd de liefde van zijn leven en beloofden elkaar trouw op elkaar te wachten totdat hij terugkeerde uit Indië.

 

En zich inzetten voor de jeugd heeft hij dan ook gedaan, hij bezat namelijk de gave om kinderen iets te leren. Hij kon ontzettend goed vertellen en de kinderen te boeien. Elk jaar schreef hij zijn eigen kerstverhaal. In de week voor Kerstmis namen alle klassen plaats in de gymzaal en las hij zijn eigen kerstverhaal voor, je kon dan een speld horen vallen. Ook de leerlingen, die naar het middelbaar onderwijs gingen kwamen geregeld tijdens hun vakanties een bezoek aan “d’r meester” brengen om weer eens een les bij te wonen. Naast het reguliere onderwijs, organiseerde hij met collega’s niet alleen de kindervakantie week in de zomer voor kinderen die niet met hun ouders op vakantie konden maar ook de carnavalsmiddagen in het buurt centrum. Hij zat in talrijke besturen zoals van het plaatselijk Jongerenkoor (waarvan hij oprichter was), van het comité van de Gezinsbijdrage en van de plaatselijke RABO-bank. Willem was bij de bank lid van de Raad van Bestuur en bestuurslid van de Rabobank Spekholzerheide. Zijn hobby’s waren de moestuin en het vissen op karpers. Met een collega reisde hij zelfs naar Fulda in Duitsland om forellen te vissen.

Overleden

De traumatische en onverwerkte oorlogservaringen opgedaan in het voormalige Nederlands-Indië hebben een zware wissel getrokken op zijn geestelijke gezondheid evenals de, daaruit voortvloeiden, lichamelijke klachten. De laatste jaren beheersten die klachten steeds meer zijn leven, hetgeen hem uiteindelijk fataal is geworden. Het ziektebeeld PTSS waaronder momenteel veel veteranen te leiden hebben “bestond” toen nog niet. Veel te vroeg overleed hij in 1987 op 59-jarige leeftijd “in het harnas”. Op initiatief van het onderwijzend personeel prijkt sindsdien op zijn graf een plaquette met het opschrift “Bedankt meester kinderen Kaalheide”.

De Rabo-bank plaatste een rouwadvertentie waarin zij schreef: Geschokt en met grote verslagenheid hebben wij kennisgenomen van het plotselinge overlijden.

Foto’s en artikel: Wim van Weersch

Klik hier voor Willem van Weersch in de Losse Takken 2.

error: