100 jaar pensions Van Weersch in Schin op Geul

Sjang van Weersch (1873-1948)

sjang-van-weersch-schinrosa-paffenJan (Sjang) van Weersch begon op 36 jarige leeftijd in 1910 met zijn café tegenover de kerk in Schin op Geul. Hij (Johannes Hubertus, foto links) trouwde in 1907 met Maria Josephina Rosa Paffen (1880-1947) (foto rechts). Een oudere zus van haar (Maria Anna) trad in 1912 in het huwelijk met de slager Theodorus Salden, een bekende naam in Schin op Geul. Sjang van Weersch leerde zijn toekomstige vrouw Rosa Paffen kennen in Aken. Rosa werkte daar als dienstmeisje/kindermeisje bij baron Von Alphen. Sjang was geboren in Margraten als zoon van een kleine boer. Hij moest thuis meewerken op de boerderij. Toen hij ouder was is hij ook in Aken gaan werken (zo rond 1900) omdat daar meer werk was en betere verdiensten. Op de een of andere manier hebben zij elkaar daar leren kennen.

Echtpaar Sjang van Weersch (*1873) en Rosalie Paffen (*1880).

Aangezien de familie van Rosa uit Schin op Geul kwam, verhuisden beiden na het huwelijk naar dit dorp. Ze kochten samen met de zus van Rosa (Maria Anna) het huis waarin nu het café is. Op 26 mei 1910 is de eerste vergunning voor het café verleend. Theo Salden startte na zijn huwelijk in 1912 met Maria Anna Paffen, een slagerij. De twee stellen kochten daarom samen een nieuw pand aan het Kerkplein, waarin dus het café en een slagerij de ingang deelden, zoals op de foto hieronder blijkt. In 1927 vond er een grote verbouwing plaats en werd het gebouw gedeeld in twee volwaardige panden, elk met een eigen ingang, zoals de huidige situatie aan de straatkant is. Sjang exploiteerde het café van 1910 tot 1948. Het ging, zoals vaak, om een bijverdienste – hij was mijnwerker- en daarnaast kastelein.

sjeng-van-weersch

De gezamenlijke ingang van slagerij Salden (links) en Café Van Weersch aan het Kerkplein (1926) in Schin op Geul met op de foto:
Achterste rij (v.l.n.r.) Theo Salden, Joep Salden, dienstmeid familie Salden, Sjeng van Weersch (27 december 1913), knecht familie Salden (weesjongen uit Maastricht). Vooraan staan Miel Salden en bord-cafe-van-Weersch-1925Maria van Weersch die later met Ally Vliegen zou trouwen. Sjeng van Weersch is de zoon van Jan  (Sjang) van Weersch en Rosa Paffen (zie het bord hiernaast). Dit bord is een uitvergroting van het bord dat op het café hangt,

Om de hypotheek en de kosten voor de verbouwing tot café te betalen ging Sjang bij de koel werken (in de mijnen ondergronds). Dat werk werd goed betaald en stelde hem in de gelegenheid café en werk te combineren.
Het gezin van Sjang en Rosa bestond uiteindelijk uit zes kinderen: vlnr: Tiny, Jan (Sjang), Jos (Sjeuf), Mia, Lies, Piet. Lies en Piet. Deze foto is uit 1926.

zes-van-weersch

De jongste dochter Maria (van Weersch-Vliegen) geboren 1914, vertelt anno 2010 dat midden in het café een grote kachel stond. Men zat dan vaak gezellig samen met de (stam)gasten rond de warme kachel; zij wist zich nog de stamgasten Fons Laeven en Huub Savelsberg te herinneren. Haar taak was vaak achter het buffet om de klanten te bedienen. Als meisje van 18 jaar zong zij dan voor de stamgasten of voor de aanwezige soldaten en vaak eindigde dat in samenzang.
Naast het café was aan de rechterzijde een waranda (zie bovenste foto) waar ook het luik naar de voorraadkelder was. Hierdoor werden de vaten bier en andere voorraden de koele kelder ingerold of gedragen. De kelder was koel maar in de zomer werd nog extra gekoeld met ijsstaven. Op de drankenkaart stond lager bier, pils (was 3 cent duurder dan lager bier), jonge en ouwe klare, vieux, elske en jonge jenever. Daarnaast was er ook priklimonade (sinaasappel of ananas).

limb-dgbl-22-juni-1946De sterke drank werd besteld bij Cobbenhagen in Gulpen. Het bier kwam eerst rechtstreeks van de brouwerij en naderhand van drankenhandel Bertrand-Didden uit Wijlre. Deze is nog steeds de huisleverancier, het bier is van Löwenbräu naar de Leeuw geavanceerd. Het toilet was buiten (zinken “pisbak”) en ook het bekende huuske met houten pot met deksel.
Verder was er buiten een “dreks”-kegelbaan. Vooraan was een houten plank waar de kegelbal “opgezet” moest worden. Daarna rolde de bal over een aarden baan naar een betonnen plaats waar de kegels op stonden. Maria moest als klein meisje vaak op de hark zitten als de baan aangeharkt moest worden.
Naast het kaarten na de hoogmis werd er ook het spel lietschen gespeeld. Dat gebeurde buiten. Men moest met een muntstukje proberen op de lijn of zo dicht mogelijk bij de lijn te werpen. Wie won mocht de muntjes houden. Maar het meest favoriet was toch wel het kaarten en het kegelen. Er was ook een kegelclub die regelmatig mee deed aan kegeltoernooien of een soort competitie.  Na de hoogmis op zondag werd meestal tot een of twee uur gekaart. Er waren meestal vaste groepen of koppels bij het kwajongen of hoogjassen. Daarnaast was toepen een favoriet kaartspel. Als er gewonnen werd, koos men in plaats van een pilsje of een jonge klare vaak voor een sigaar. Deze kostte eind jaren dertig zes cent. Zo hadden de mannen in de week nog wat te roken. Soms was het moeilijk om voor of tijdens de oorlog aan sigaren te komen.

Bij het tappen van een pilsje mocht niet veel bier gemorst worden. Wat toch over het glas liep werd opgevangen in een bakje en werd daarna bij het varkensvoer gemengd. Onbekend of het varken dat vet gemest werd vaak in een roes was. Misschien komt hier de spreuk/uitdrukking zo vol als een varken vandaan.

cafe-van-weersch-miaTot de klandizie behoorden voornamelijk mannen die in de buurt van het café woonden. Daarnaast werd het café ook gebruikt om bepaalde gebeurtenissen te vieren, zoals bijvoorbeeld een doop of een ondertrouw. Men was dan toch in de buurt van het café(kerk of gemeentehuis) en ging vervolgens een drankje drinken op het heugelijke feit. Ook na begrafenissen was een pilsje of drupke de standaard. Het normale cafébezoek vond meestal in de namiddag en de avonduren plaats.

Tijdens en voor de oorlog kwamen er ook veel soldaten in het café. Het begon met Nederlandse soldaten die in het kader van de mobilisatie in en rond Schin op Geul waren gelegerd. Die waren gehuisvest in houten barakken in de baende. Een van deze barakken diende vele jaren als verenigingsgebouw en werd in de volksmond dan ook de barak genoemd. Na de invasie kwamen ook Duitse soldaten naar het café. Maria werd een keer door een Duitse soldaat gevraagd om aan de tafel plaats te nemen en een drankje met hem te drinken. Ze zei dat ze van haar vader niet met klanten aan de tafel mocht zitten om iets te drinken. Na deze weigering trok de soldaat zijn bajonet en dwong haar om bij hem te komen zitten. Met de tranen in haar ogen heeft ze toen plaatsgenomen maar op hetzelfde moment kwam een Duitse officier naar binnen en zag het betraande gezicht van haar. Hij vroeg wat er aan de hand was. Na het verhaal gehoord te hebben gaf hij de soldaat het bevel om het café meteen te verlaten en zijn spullen te gaan pakken om de volgende dag naar een plek dichter bij het front te vertrekken.

Het café was elke dag geopend tot 11 uur ’s avonds. Sjang was een man van de klok. Om klokslag 11 uur werd het café gesloten en moest iedereen de deur uit zijn. Er werd nog wat schoongemaakt en hij maakte nog een rondje door het huis om te kijken of alles afgesloten was. Daarna ging hij naar bed. Maar het gebeurde nogal eens dat er daarna via de achterdeur toch nog wat eerdere klandizie naar binnen werd gelaten. Men had nog dorst of vond het te gezellig. In de keuken werd dan verder gedronken zonder dat Sjang weet had of iets hoorde van deze nachtelijke activiteiten.
Er waren enkele hoogtijdagen in het jaar. Kermis was daar één van. Er was dan altijd “levende” muziek. In het begin was dat iemand met een accordeon en later was dat het bekende muziekduo Lenie en Ludwig.

Lenie en Ludwig.

Er werd een klein podium in het café gemaakt waarop het orkest geplaatst werd. Er werd dan altijd veel gedanst. Om ruimte te maken werden tafels en stoelen vervangen door lange banken met tafels. Hiervoor werd in Valkenburg danspoeder gehaald zodat met gemakkelijker over de dansvloer kon schuifelen. Maar soms was de danspoeder op en dan moest de kastelein wel eens creatief zijn. Zoon Piet van Weersch heeft toen eens in plaats van dit poeder afwaspoeder gebruikt. In begin werkte dit prima maar naarmate de avond vorderde en er steeds meer bier gemorst werd op de dansvloer, werd het een schuimende en plakkerige brei. Achteraf niet zo’n succes.

Kermis was wel altijd een heel gezellige tijd. Er werd natuurlijk ook altijd vlaai gebakken met deze dagen. Men maakte zelf de deeg en  had verse vruchten voor op de vlaai. Alles werd dan naar bakker Erven gebracht die ervoor zorgde dat er lekkere vlaaien werden gebakken en weer thuis werden bezorgd. De vlaai was voor eigen gebruik en werd in de kelder bewaard omdat deze lekker koel was.  Maar natuurlijk wisten ook de vaste klanten dat er gebakken was en dat er vlaai in de kelder stond. Als kwajongensstreek werd er dan vaak een vlaai of een stuk vlaai “gestolen” en gauw opgegeten.

lim-dgbld-12-dec-1953
12 december 1953

Soms waren ook kermisbezoekers met andere bedoelingen in het café. Ze waren op zoek naar ruzie en met wat drank op was dat niet moeilijk. Maar meestal bleef het bij wat dreigementen of getreiter. Soms liep het wel eens uit op een handgemeen of een knokpartij. Maar dat werd dan meestal buiten uitgevochten.
Sjang van Weersch beschikte voor de oorlog ook al over een muziekinstallatie. Een pick-up met platen en een radio die voor de muzikale stemming zorgde in het café.

In het huis hebben altijd meerdere gezinnen gewoond (na verbouwing op de tweede verdieping). Zo heeft er dochter Lies met haar man Lei Ackermans gewoond (getrouwd in 1934). En later ook dochter Tiny met Harry Frijns. (getrouwd in 1939).
Tussen het café en de buren (fam. Salden) was maar een enkelsteens muurtje. Dat was zo gehorig dat je in het café het toenmalige dubbel mannenkwartet Inter Nos kon horen zingen als ze bij Salden aan het repeteren waren. Ook woordenwisselingen kon je letterlijk volgen. Zelfs de geuren van de buren wisten door de dunne muur hun weg in het café te vinden. Als ze bij Salden de soep aan het koken waren kon je dat in het café ruiken.
In 1947 sterft Rosa van Weersch. Een zware slag voor Sjang. Hij krijgt in 1948 longontsteking en herstelt hier helaas niet meer van en overlijdt een half jaar later dan zijn echtgenote.

De drankvergunning gaat over op het oudste kind, in dit geval Tiny Frijns-van Weersch. Zoon Piet wordt de nieuwe kastelein. Samen met zijn vrouw Greta Coumans uit Strucht wordt het café voortgezet en vergroot. Het bedrijf wordt verder uitgebreid tot een pension/hotel.

bron bovenstaand artikel: Frans Vanmeulebrouk /John van Weersch in Periodiek Heemkundevereniging Schin op Geul, november 2010.

De Katholieke Werkman

Samen met 44 mannen, voornamelijk afkomstig uit Schin op Geul, en een enkeling uit Wijlre, richtte hij in juli 1917 de Roomsch- Katholieke Coöperatieve Verbruiksvereeniging “De Katholieke Werkman” op. De doelstelling was de aankoop van levensbehoeften en andere artikelen en de verkoop daarvan aan haar leden. Je kon alleen maar lid worden als je al lid was van de Roomsch-Katholieke Werkliedenvereeniging “Sint Martinus” uit Schin op Geul. Ieder kreeg een aandeel in de vereniging van tien gulden waarvan de eerste gulden al bij aanvang betaald diende te worden. Je kon maximaal tien aandelen kopen. De verkoopprijzen van goederen werd door het bestuur bepaald. En als er iets verkocht was, moest dat contant betaald worden. De winst van de vereniging ging voor 15% naar her reservefonds, 10% voor het fonds voor arbeidersbelangen, 10% naar de Roomsch-Katholieke Werkliedenvereniging, 5% voor het dienstpersoneel die aan de coöperatieve vereniging verbonden was en 60% ging naar de leden in verhouding tot het bedrag van de in dat jaar door hen gedane inkopen.
De eerste voorzitter was Pierre Paffen en Hubert Smets de secretaris.

Piet van Weersch (1910-1983)

pension-van-weerschAppartementen -pension Schlenter -Van Weersch in de jaren 70.

Het café ging dus over naar zoon Piet van Weersch. Hij was eerst mijnwerker, net als zijn vader, maar in zijn vrije tijd ook kastelein. Hij trouwde Gretha Coumans. Beiden zaten in de Schutterij St. Mauritius van Strucht (een gehucht bij Schin op Geul). Ook de zoon van Theo Salden begon een hotel naast het café Van Wersch aan het Kerkplein in Schin op Geul. Van  Weersch zit nog steeds op nummer 9, Salden op nummer 7.

vrije-volk-april-1967Het Vrije Volk 1967

Piet was één van de twee die ooit twee keer achter elkaar koning van de schutterij werd. Net geen keizer dus. Zijn zoon Ger was ook lid, zelfs veertig jaar, van Sint Mauritius.

Mieke van Weersch

Het echtpaar kreeg acht kinderen.Hun oudste zoon Jan, uiteraard vernoemd naar opa van vaderskant, nam het café over. Zijn broer Ger nam het weer van hem over en uiteindelijk nam zijn zus Mieke het over. Ondertussen was het al een appartementenverhuur bedrijf geworden met nieuwbouw ernaast. Anno 2010, dus honderd jaar later heet het Appartementen -pension Schlenter -Van Weersch.

Op de achterkant van deze ansichtkaart uit 1963 staat: Hotel Pension P. van Weersch-Coumans, Kerkplein 9 (Tel. 04459-322) , Schin op Geul (Z.L.)

pension-van-weersch1

schlenter-2007foto uit 2007. Je ziet dat de bomen groter zijn geworden en dat het pand wat veranderd is. In de zomer op het terras in (of uit) de zon is hier heerlijk.

In 2010 was het feest. De zaak bestond honderd jaar. De krant besteedde er aandacht aan:
pension-van-weersch-barHet pils komt anno 2010 uit de brouwerij van Haacht. Maar het smaakt nog steeds als Leeuw, vindt Zef Schlenter, het bier dat al een eeuw wordt geschonken in zijn zaak. Café Van Weersch in Schin op Geul bestaat precies honderd jaar. Zef en Mieke Schlenter-van Weersch vormen inmiddels de derde generatie die het cafeetje bij de dorpskerk uitbaten. “Opa Sjang Van Weersch begon destijds meteen café”, vertelt Mieke Schlenter. “Het pand bestond in die tijd uit twee gedeelten: links had je de slagerij, rechtdoor liep je de kroeg in. Later nam mijn vader Piet de zaak over. En sinds 1985 staan Zef en ik hier.” Vanaf het begin heeft de familie van Weersch kamers verhuurd aan toeristen. Vroeger gebeurde dat alleen in de zomermaanden, herinnert Mieke Schlenter zich: “In de winter had je hier in het Geuldal nauwelijks gasten.” In die rustige winters repeteerde de fanfare in het café. Ook andere verenigingen vonden er onderdak: de biljartvereniging, de spaarclub. “En mannenkoor Inter Nos werd hier zelfs opgericht.”

Toen ze de zaak in 1985 overnamen, lieten Zef en Mieke Schlenter het pension ingrijpend verbouwen. “De gasten namen geen genoegen meer met een wc op de gang. Maar voor een eigen badkamer waren de kamers veel te klein. Daarom maakten we er vijf appartementen van.” De appartementen zijn het hele jaar door redelijk bezet. “Wat dat betreft is het toerisme de laatste jaren flink veranderd”, stelt Schlenter vast, “tegenwoordig gaan mensen in alle twaalf maanden van het jaar op vakantie”. Het type logeergast is in al die jaren echter hetzelfde gebleven, vindt zijn vrouw: “Schin op Geul ligt vooral goed in de markt bij wat oudere mensen uit de stad, die hier de rust vinden die ze thuis missen.” Het honderdjarig bestaan van café Van Weersch wordt zondag gevierd in hoeve Winthagen aan de Ransdalerweg in Schin op Geul. Om 11.00 uur is daar een mis, met aansluitend receptie en frühschoppen

bron: Limburgs Dagblad 29 mei 2010

Tot begin 2014 zaten Mieke en Zef Schlenter – Van Weersch  in de zaak.

Chris van Weersch

de-kleine-koningVanaf maart 2014 is het café overgenomen door Chris van Weersch en zijn vrouw Joyce Gerekens. Het heet nu Eetcafé De Kleine Koning. Chris is een neef van Mieke. Huub, de vader van Chris is een broer van Mieke . En zo blijft  de uitspanning bestaan.   de-kleine-koning-2

Café de Kleine Koning
Café de Kleine Koning in Schin op geul is sinds 1 februari get domein van Joyce en Chris van Weersch. Het café draagt sindsdien de huidige naam, geïnspireerd door de jongste generatie Van Weersch: Ryan. Die naam is Keltisch voor “kleine koning.”

Sinds kort is het geen café meer maar een brasserie. Je kunt er ook appartementen huren.

Fons van Weersch (1947-2010)

De tweede zoon van Piet, Fons getrouwd met Netty Leenders, begon ook een eigen appartementenbedrijf aan de Walem in Schin op Geul. In de jaren 1975 en 1978 adverteerde hij regelmatig in Het Vrije Volk,democratisch-socialistisch dagblad. Deze advertentie is uit 1975.

vrije-volk-8-jan-1975Het Vrije Volk 1975

Vandaag de dag is het allang niet meer van hen, maar zit er een vakantiecentrum / bowlingcentrum in.

Jan van Weersch (1913 – 2002)

pension-j-van-weerschJan (Sjeng) van Weersch, de broer van Piet, dus ook een zoon van de Sjang van Weersch die hier helemaal bovenaan genoemd wordt, begon destijds, samen met zijn vrouw Marieke Savelsberg, een pension in Schin op Geul. Het pand werd in 1957 gebouwd en was al snel een pension. Jan en zijn vrouw hadden het pension tot 1973 aan de Graafstraat 13 in Schin op Geul. In 1973 overleed namelijk zijn zijn vrouw Marieke. Daarna werd het verkocht aan Sjef van Wersch en diens vrouw Mia Dulles. Tegenwoordig wordt ’t Brönneke door diens dochter Jolanda van Wersch en haar man Errol Wauters geleid. Zat Jan van Weersch op Graafstraat 13, Jolanda en Errol zitten aan de Graafstraat 3, Schin op Geul.

janpietjos

Ook Sjeng (eigenlijke naam was Hubertus Johannes oftewel Jan) was net als anderen in Limburg mijnwerker. Het pension deden zij ernaast. In zijn mijnwerkerstijd  werd hij op 31 maart 1941 lid van de Nederlandsche Katholieke Mijnwerkersbond. Hij was 28 jaar en machinist op de mijn. Op 59 jarige leeftijd werd hij in 1973 gepensioneerd.

Op de foto uit 1931 de drie broers: Jos (1911), Jan (1913) en Piet (1910) van Weersch.

Mia van Weersch (1919 – 2016)

hotel-mimosaDe jongste zus van Piet en Sjeng, Mia, begon in 1954 ook een pension, dat, samen met haar man Ally Vliegen,  in 1959 een hotel werd. Door de gemeentelijke herindeling ligt dit hotel nu in Valkenburg aan de Geul. Het hotel Mimosa  werd door twee van hun dochters geleid: Marlies en José Vliegen. Deze bovenstaande foto stond op hun website. In 2009 werd Mia Vliegen- van Weersch negentig jaar. Zij was wellicht hiermee de oudste hotelondernemer van Nederland. Zij overleed in 2016. Zie hieronder. Beide dochters stopten in 2017 met het hotel dat in juli van dat jaar verkocht werd.

Jubilea voor 90-jarige hotelondernemer

maria vliegen23-03-2009

Afgelopen weekeinde is mevrouw Maria Vliegen-van Weersch negentig jaar geworden. Deze nog altijd actieve hotelondernemer zit dit jaar 55 jaar in de hotellerie. Na eerder een gastenverblijf aan huis te hebben gehad, werd vijftig jaar geleden Hotel Mimosa gebouwd, waar mevrouw Vliegen nog steeds de dagelijkse leiding over voert. Het hotel viert dit jaar dus ook een jubileum.

1985 1985

Hotel Mimosa, dat zichzelf typeert als een gezellig familiebedrijf, is landelijk gelegen en heeft uitzicht op het oudste treinstation van Nederland (1853) dat nog steeds in gebruik is. In het hotel staat gastvrijheid voorop. Mevrouw Vliegen geeft stellig antwoord op de vraag wat zij het leukste aan haar vak vind, en daarom nog altijd niet kan stoppen: het menselijk contact.
bron: www.hospitality-management.nl

Mia overleed in mei 2016.

Klik hier voor Sjang van Weersch in de Losse Takken.
Klik hier voor Piet  van Weersch in de Losse Takken.
Klik hier voor Mieke van Weersch in de Losse Takken.
Klik hier voor Chris van Weersch in de Losse Takken.
Klik hier voor Fons van Weersch in de Losse Takken.
Klik hier voor Jan van Weersch in de Losse Takken.
Klik hier voor Mia van Weersch in de Losse Takken.

Een Stamgenoten website