Typhus epidemie aan de Caumer

Van wersch caumerHeerlen en Omstreken

De typhus-epidemie te Heerlerbaan

CAUMERPUTJE DE OORZAAK.

Een interview met Dr. H.J. van Wersch te Heerlerbaan.

Werd ‘t aanvankelijk reeds als zeer waarschijnlijk aangenomen, thans is, naar men ons mededeelt, door een deskundig onderzoek pertinent vast komen te staan, dat het onlangs dichtgemetselde putje te Caumer de oorzaak is geweest van de typhus-epidemie, welke de laatste weken te Heerlerbaan is uitgebroken.

Naar aanleiding van deze onverkwikkelijke typhus-historie mochten wij gisteren ook een onderhoud hebben met dr. H. J. van Wersch, arts te Heerlerbaan, die onlangs de eerste typhus-gevallen, rondom het Caumerputje mocht constateeren en de eerste patiënten in het ziekenhuis liet opnemen.

Dr. van Wersch stond ons dat onderhoud gaarne toe en sprak er eerst zijn vreugde over uit, dat ‘t gelukt was, de epidemie betrekkelijk nog in de kiem te smoren. Wij stelden hem dan verschillende vragen die de doctor kort en duidelijk beantwoordde.

Onze eerste vraag was: wat typhus eigenlijk is!

De typhus — aldus dr. van Wersch — behoort tot de infectieziekten d.w.z. dat men met een bacil besmet moet worden, alvorens de ziekte uitbreekt. De typhus wordt veroorzaakt door de typhus- bacil. Deze is onder het microscoop te zien als een klein plomp staafje, dat zeer bewegelijk is. De bewegelijkheid wordt veroorzaakt doordat aan dit bacteriënlichaam nog zweefdraden voorkomen. De bacil kan geen hitte verdragen. Reeds bij 60 gr. is de bacterie in een uur tijds gedood. Koude daarentegen wordt goed verdragen; in een vochtige omgeving kunnen deze bacteriën meer dan een jaar aan het leven blijven en zich vermenigvuldigen (volgens Schottmuller, een buitengewoon deskundige op dit gebied), zoodat ze steeds een gevaar blijven leveren voor infectie.

Moet nu iemand, die door typhusbacillen besmet wordt, ook typhus krijgen? was onze tweede vraag.

In sommige gevallen kunnen personen, die met typhusbacillen besmet worden, vrij blijven van ziekteverschijnselen. Maar helaas worden deze personen vaak bacillendragers d.w.z. personen, die met hun ontlasting typhusbacillen blijven uitscheiden en dus een gevaar blijven voor de omgeving. Maar in de meeste gevallen worden de personen, die typhusbacillen naar binnen krijgen, wel ernstig ziek en bedraagt de sterfte zelfs tot 10%. Worden de patiënten weer beter, dan komt het in enkele gevallen voor, dat deze patiënten na hun genezing nog bacillen met hun ontlasting blijven uitscheiden. Men noemt deze Dauerausscheider. De bacillendragers en de Dauerausscheider vormen een voortdurende bron voor infectie.

Is het gemakkelijk de diagnose typhus te stellen?

In het kort gezegd is zelfs bij het ontbreken van een aantal typische verschijnselen door bloedonderzoek een juiste diagnose te stellen, n.l. door de reactie van Widal en Ficker. Maar het heeft geen doel hierop thans verder in te gaan.

Hoe komt nu epidemie tot stand?

Kleinere epidemieën komen af en toe nog wel eens voor door besmette melk of groenten; groote epidemieën kwamen vroeger vaak voor door drinkwater, dat besmet was. In 1886 brak een typhus-epidemie te Hamburg uit. Hamburg kreeg zijn drinkwater uit de Elbe. Toen in 1893 het Elbewater gefiltreerd werd, nam het aantal typhusgevallen plotseling zeer sterk af.

Heeft de ziekte van dezen voorzomer iets te maken met deze typhusepidemie? waagden wij verder te vragen.

Dit is een zeer moeilijke vraag, antwoordde dr. van Wersch. Gaat men de literatuur bestudeeren, dan is het wel merkwaardig, dat in verschillende landen (Duitschland, Amerika) aan een typhusepidemie een epidemie van „onspecifieke” diarrheeën voorafging. Bij een typhusepidemie, die in 1920 te Hannover uitbrak, waren van te voren ongeveer 30.000 — 40.000 personen ziek geworden en leden deze menschen aan een darmcatarrh. Men sprak van de „Hannoversche Wasserkrankheit”. Iets dergelijks heeft men ook in Amerika gezien. Of er nu verband bestaat tusschen de ,,Heerlensche waterziekte” en deze typhusepidemie is moeilijk aan te geven. In de literatuur vindt men wel aanwijzingen.

Hoe komt het, dat deze epidemie zoo gauw herkend werd en direct maatregelen genomen zijn?

Den eersten patiënt heb ik na bloedonderzoek reeds 22 Juli met de diagnose typhus naar het ziekenhuis te Heerlen verwezen. Daarna volgden spoedig meerdere; het viel op, dat alle personen in de buurt van „het putje te Caumer” woonden. Bij informatie bleek dat allen van het betrokken water hadden gedronken. In enkele gevallen was het verband niet zoo duidelijk, maar bij voortgezette ondervraging kon volledige zekerheid worden verkregen. Een fraai voorbeeld is het volgende: Een der patiënten woont vrij ver van het putje af, doch bij informatie bleek, dat de moeder van dezen patiënt op den kalender de data had aangeteekend, wanneer er water aan dit putje gehaald was geworden. En deze data vielen binnen het incubatie-stadium d.w.z. dat, wanneer typhusbacillen het lichaam binnendringen, het ongeveer drie weken duurt, alvorens de ziekte uitbreekt. Dat het water van „het putje” de infectiebron is, volgt ook wel hieruit, dat, zoodra de eerste tvphusgevallen bekend werden, en het verdachte putje op 27 Juli werd dichtgemetseld, daarna tot dusverre geen nieuw typhusgeval meer werd geconstateerd.

Welke maatregelen dienen nu genomen te worden? was onze laatste belangrijke vraag.

Sinds menschenheugenis, aldus dr. v. Wersch, komt er te Heerlerbaan af en toe typhus voor. In 1928 heb ik zelf nog een kleine epidemie gezien. Helaas is nooit de haard gevonden. Maar door deze epidemie zijn wij wijzer geworden. Maar welke maatregelen moeten genomen worden? Dat is een zaak, die de overheid aangaat; deze zal zich, naar we mogen hopen en verwachten wel op deskundige wijze laten voorlichten. Voor de toekomst moet ook het contact tusschen verantwoordelijke personen zoo innig mogelijk zijn, opdat Heerlen van verdere epidemieën zooveel mogelijk verschoond blijve.

Hierbij sloten wij ons natuurlijk gaarne aan en spraken den wensch uit, dat alle typhuspatiënten spoedig weer geheel hersteld zouden zijn, en de epidemie tot stilstand zou zijn gekomen. Helaas is, zooals men weet, een der 17 patiënten overleden, twee zijn er nog tamelijk ernstig aan toe, terwijl de overigen ‘t gelukkig naar omstandigheden goed maken. We waren dr. van Wersch voor het onderhoud zeer dankbaar.

bron: Limburgsch Dagblad 12 augustus 1937.

Naschrift: De put werd eind juli 1937 door de gemeente dichtgemetseld hoewel het een particuliere waterbron was. Tegenwoordig is de Caumerbron aan de Corisberg in de wijk Heerlerbaan een evenementenzaal.

Klik hier voor het levensverhaal over Jozef van Wersch.

Een Stamgenoten website