sjlaam

Herinneringen aan mijn vader door Jan van Wersch:

‘Wat ik nog weet is dat mijn vader (=Wiel van Wersch 1912-1998)  een transport licentie/concessie had. Ik weet ook nog dat hij die concessie op een gegeven moment heeft laten verlopen, omdat er mensen in zijn directe omgeving waren die dat niets vonden. Toen heeft Rompen die overgenomen. In Mechelen werden hoofdzakelijk gezinnen op en rond Bommerig door mijn vader van sjlaam (=kolengruis) voorzien. Ik denk dat we spreken over de periode 1945-1955.

Mijn ouders woonden in, liever nog, op Bommerig. Hier dreven zij een klein gemengd boerderijbedrijf met vooral melkvee. Omdat er nog wel wat tijd over was en mijn vader een paard, een kiepkar en een platte wagen had, had hij de mogelijkheid en tijd om voor andere mensen vrachten te doen o.a. door hooi te transporteren maar ook door sjlaam op de koel (=mijn) te halen. Hij vertelde ook dat hij na de oorlog meegewerkt had aan de aanleg van de Wittemer Allee om kiezel uit de kiezelgroeve op der Voeleboan (= de voormalige lokale vuilnisstortplaats in het Vijlener bos bij Mechelen) naar Wittem te transporteren en wel met de de schlaagskaar (= kiepkar).

sjlaam
foto: Harry van der Heijden: http://members.home.nl/harria/

In het najaar en de winter deed hij transporten op de route Mechelen-Terwinselen vv. Hij reed met paard en platte wagen leeg naar de staatsmijn Wilhelmina, reed het schlaamloak(=een gat waarin de sjlaam op het terrein van de mijn werd opgevangen en waaruit het spul op de karren/wagens geladen werd) in, laadde de wagen vol met sjlaam en ging weer terug naar Mechelen. Wat mij daarvan verteld is, is, dat ik vaak mee mocht gaan, wat voor mijn vader gezelliger was, want de trip was tenslotte een dagtocht.

Dat was daarom mogelijk, omdat vrijwel vlak tegenover het schlaamloak mijn tante Netty woonde, wier man oom Harie ook bij de Wilhelmina werkte. In de familie deed al grijnzend het verhaal de ronde dat ik in de winter op de wagen zittend halfbevroren in Terwinselen aankwam om bij tante Netty in huis achter de kachel ontdooid te worden. Als ik weer opgewarmd was en mijn vader de wagen volgeladen had, werd ik, na wat gegeten en gedronken te hebben, op de bok gezet en reden we weer naar huis terug om de lading af te leveren en de wagen met de hand, met de platte schup leeg te scheppen.

Het einde van een dagvullend programma, hoewel… Daarna moest er wel nog gemolken worden. Ja, als slotactiviteit moest de wagen ook nog gepoetst worden want het vervoerde spul, sjlaam, was een pikzwarte min of meer zachte kolensmurrie. Tot in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een zeer geliefd en relatief goedkoop stookmateriaal voor de kachel.’

bron: Mechelen en de mijnen, 2015

Naschrift:
Er was destijds een groot verschil tussen mijnwerkers ondergronds en de beambten bovengronds. Niet alleen in loon, maar ook in behuizing en uitstraling. Zo kreeg iedere mijnwerker bij zijn loon de minste kwaliteit kolen mee om thuis te stoken: eierkolen dat een mix  van pek en kolengruis was en sjlaam. Mijnbeambten kregen een betere kwaliteit antraciet of cokes.
Sjlaam was het kolengruis dat vrijkwam in de kolenwasserijen. In grote baden werd door middel van een vloeistof met een hoog soortelijk gewicht de stenen van de kolen gescheiden. Het bovendrijvende kolengruis werd afgeroomd en ingedikt. Het had dan de vorm van zwarte modder, sjlaam in het dialect.

Bommerig

is een buurtschap van Mechelen ten noordoosten van Epen in de gemeente Gulpen-Wittem. Het buurtschap (gehucht)  ligt op een heuvel boven de Geul aan de weg van Mechelen naar Camerig. In 1536 vermeld als Bamberg in het Overdrachtsregister van Epen 1520-1563 (Rijksarch. Maastr.; Tummers, blz. 24-25), in 1696 als Bommerig (Mosmans Mechelen, blz. 20). De bebouwing bestaat uit een aantal hoeven verspreid langs de weg. Begin 19e eeuw stonden hier acht huizen. Bamberg is mogelijk van Banberg, een onder een ban (= rechtsgebied) vallende berg of heuvel. Bommerig ligt immers op een heuvel.  Je kon er uit verbannen worden en dan ben je opeens een bandiet. Op 17e-eeuwse en 18e-eeuwse kaarten komen geen van de bovengenoemde namen voor. Op een kaart uit 1903 komt Bommerigerweg pas voor.

bommerig
Kaart 1903

Al in de  prehistorie was hier bewoning omdat er ertsslakken gevonden werden als restant van gesmolten oer. In het artikel  Metaalertsen in de bodem van Limburg door W.M. Felder en F.H.G. Engelen in Grondboor en Hamer jaargang 43, november 1989 staat:
Veel werk is verricht door de Bergwerk Vereeniging voor Nederland. In een boring in de omgeving van Bommerig, in de gemeente Wittem, werd in 1856 looderts aangetroffen. Dit is de aanleiding tot het aanvragen van de concessie Maria liefst 4300 ha groot. Op grond van de mijnwet 1810 is deze aanvrage afgewezen.
Gedurende de oorlogsjaren 1940-1944 heeft men bij Bommerig geprobeerd een exploratie-schacht te graven. In 1953 kreeg de Oost Borneo Maatschappij N.V. een exploratievergunning voor het opsporen van ertsen in het meest zuidelijke deel van Zuid-Limburg.
In 1936 werd met proefboringen begonnen. 

Jan van Wersch: De plaatsnamen met de uitgangen –ig, -merig, -mig komen in Zuid-Limburg nogal vaak voor : Bommerig, Camerig en Hommerig bijvoorbeeld. De uitgang –merig gaat terug op –berg of –burg en wordt aangetroffen achter een éénlettergrepig eerste element. Door assimilatie verandert de lettercombinatie –nb– en/of -mb-  tot -mm-  of -m-. Op deze manier zou de naam Bommerig afgeleid kunnen zijn van Bamberg of Banberg, maar ook, en misschien nog iets meer voor de hand liggend, van Boomberg.

In het Limburgsch Dagblad van 2 augustus 1934 staat onder de titel Moeilijke Zuid-Limb. Plaatsnamen een artikel van Gerh. Krekelberg doe over Bommerig het volgende schreef:
De verschillende -ich en ig-namen; d.w.z. de beteekenis van deze uitgangen wordt mij gevraagd, zooals wij ze vinden in Kamerig bij Vaals, Vrusschemig en Palemig bij Heerlen,Weberig bij Spaubeek, Bommerig bij Wittem, enz. Men wil, dat al zulke namen teruggaan op den Keltisch-Romeinschen tijd. Ze zijn bijna alle aanduidingen voor oorspronkelijke nederzettingen, hetzij heerenzetels of hoven voor het landelijk bedrijf met woningen voor den bezitter en zijne onderdanen en werklieden naast stallingen en voorraadsruimten. Meestal liggen ze daarbij ook aan Romeinsche heerbanen of dan in de nabijheid ervan. Heel vaak zitten in de prefixen stam- of grondwoorden opgesloten van personennamen, terwijl dan het suffix ig. ich of ik een restant is van het bekende iacum, dat feitelijk het beste overeenkomt met ons heim of heen. (Vergel. nog de namen Melick, Gulik, Blerick, enz.).
In het Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, jrg 36 (1917) schreef M. Schönfeld dat hij de naam Bommerig niet kon verklaren. Hij vond het opvallend dat de Limburgse -ig gebruikt wordt in plaats van het algemene Nederlandse -ik. Hij denkt dat het eerste deel van de naam van dit gehucht naar een persoon verwijst.

Lang moesten de bewoners van de ongeveer dertig woning wachten op water. In 1954 waren er plannen om de waterleiding ook naar Bommerig door te trekken. In 1962 zouden de bewoners pas aangesloten worden.

Wiel van Wersch

Wiel werd als Frans Willem Joseph van Wersch in Simpelveld in 1912 als zesde vanuit eindelijk zestien kinderen geboren. Het gezin van zijn ouders, Jos van Wersch en Maria Eschweiler, verhuisde in de twintiger jaren van de 20ste eeuw  naar de hoeve Hommerich.  Deze hoeve was gelegen op de grens van Mechelen en Gulpen. Willem nam de pacht van zijn vader Jos in 1934 over.

hommerich
Hoeve Hommerich voor de brand.

In het najaar, november 1934 brandde deze hoeve jammer genoeg af. De krant schreef: De hoeve Hommerig alhier is door onbekende oorzaak afgebrand. Veel huisraad en ’t meeste vee kon nog worden gered; enige varkens en kippen kwamen echter in de vlammen om. De hoeve, bewoond door v.W. brandde totaal uit. Verzekering dekt de schade. De familie trok vervolgens naar de hoeve Ten Hove. Het ongeluk trof hen voor de tweede keer toen Ten Hove in 1937 voor een deel verbrandde. De hoeve werd opnieuw opgebouwd en werd later eigendom van zijn broer Frans.
De ouders en Wiel verhuisden vervolgens in 1943 naar de hoeve Bommerig.

kadaster Bommerig
ca. 1820: bron: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Bij het pijltje staan drie woningen. In die tijd (ca. 1820) woonden daar de weduwe Beuken, Peter Moulen en Frans Haemman.  Van de voorste twee huizen werd in 1970 één huis gemaakt. Het achterste huis stamt stamt uit de 18e eeuw. 
Omdat er twee huizen stonden is het pand nu bekend als Bommerigerweg 46-48.  Toen Wiel in 1993 in dit huis in de bovenwoning overleed was het nummer 50. 

wiel van wersch Vincken

Wiel van Wersch, (nummer 7) trouwde May Vincken (nummer 6). Zij kregen zeven kinderen
Jan (19), Elly (8), Wiel (4), Gerard (24), Jacques (2), Jo (10), Mieke (13).
Bovenstaande foto werd gemaakt toen Wiel en May 60 jaar getrouwd waren in 1994.

wiel van wersch
Handtekening van Wiel uit 1959.
  • Jan (19) trouwde met Lida Ploemen (18). Zij kregen Vincent (17) die trouwde Joan Oosterhof (16) en Hans-Peter (20)
  • Elly (8) trouwde Huib Vandermeulen (23). Zij kregen Guido (21) en Maarten (22)
  • Wiel (4) trouwde Annie Nix (3). Zij kregen Mandy (3a) en Kelly (5)
  • Gerard (24) trouwde Carien Huynen (9). Zij kregen Frank (9a) en was in verwachting van Koen .
  • Jacques (2) trouwde Roos Luijten (15). Zij kregen Mirthe (niet op de foto)
  • Jo (10) trouwde Anita Nix (11). Zij kregen Niels (niet op de foto)
  • Mieke (13) trouwde Al Kicken (14). Zij kregen Kjell (1) en Jesper (12).
wiel van wersch
De ouders van Wiel: Jos van Wersch en Anna Eschweiler in 1993

Na de brand verhuisde de familie naar de boerderij Ten Hove. Daar werd deze onderstaande foto gemaakt.

Van Wersch
Deel van het gezin van Jos Van Wersch en Maria Eschweiler bij hoeve Ten Hove.

1: Gerda (1924-2013), 2: vader Jos (1979-1959), 3: Gerard/Jeff (1927-2015), 4:  Mien (1925-2011), 5: May of Lies, 6: Wiel (1912-1993), 7: Huub (1916-2003), 8: moeder Maria Eschweiler (1889-1981), 9: Anna (1910-1981), 10: Frans (1917-1993), 11: Louis (1921-1985).

Evacuatie Kerkrade

Doordat in september 1944 30.000 inwoners van Kerkrade gedwongen werden te evacueren, ontvingen dorpen in de omgeving van Kerkrade vele vluchtelingen. Zo ook in Mechelen. Jan herinnert zich:

Kerkraadse evacués vrienden voor het leven
(met dank aan Cor Bertrand)

Verschillende Kerkradenaren, die op het einde van de Tweede Wereldoorlog, in september 1944, hun woonplaats moesten verlaten om aan de gevaren van wreed oorlogsgeweld te ontkomen, zijn met gastfamilies in het Heuvelland vrienden geworden voor het leven. Zij werden opgevangen o.a. door de gastvrije bevolking van Ubachsberg, Wijlre en dorpen, die behoorden tot de toenmalige gemeente Wittem, waaronder Mechelen.

De agrarische families Van Wersch en Ploemen trokken zich het lot aan van leden van de Kerkraadse gezinnen Sijstermans en Scheeren. Zij zijn vrienden geworden voor het leven, zo weten de heer en mevrouw Van Wersch-Ploemen uit Wijlre zich te herinneren uit verhalen van hun grootouders. Bij de familie van dr. ir. Jan van Wersch in de buurtschap Bommerig kwam het gezin Sijstermans terecht. Zij raakten zo bevriend met elkaar dat zij jarenlang over en weer bij elkaar op bezoek gingen.

Met een kleinzoon van de evacués Sijstermans, de latere arts Arthur, voetbalde Jan van Wersch geregeld op de binnenplaats van de hoeve van zijn familie in Mechelen. Zij kwamen elkaar tegen op het gymnasium en na hun middelbare studies konden contacten in medische kringen te Heerlen niet uitblijven. Arthur Sijstermans werd arts en Jan van Wersch trad als chemicus in dienst bij het ziekenhuis van Heerlen. Medicus Sijstermans overleed in 2004. Bij die gelegenheid kwamen bij dr. ir. Van Wersch de herinneringen aan de evacuatie weer boven. “De toen ontstane vriendschap tussen mijn familie en die van mijn bevriend Arthur kon niet meer stuk. Wanneer mijn moeder haar echtgenoot, die voor een operatie in het ziekenhuis van Kerkrade verbleef, ging bezoeken dan genoot zij gastvrijheid bij de familie Sijstermans.”

De echtgenote van dr. ir. Van Wersch, heeft haar eigen verhaal over de familie Scheeren: “Dochter Clara was als 14-jarig meisje zeer ondernemend. Per fiets ging zij in 1942 op proviand uit. Bij landbouwer Ploemen van hoeve de Oude Brouwerij te Mechelen belde zij aan voor melk, boter, kaas en eieren. Niet zonder resultaat. Het werd haar vaste leverancier van zuivelproducten.”

Toen de familie van aannemer Scheeren uit Chevremont huis en haard moest verlaten, kwam zij als evacué terecht in een café te Trintelen. De primitieve huisvesting samen met andere vluchtelingen beviel haar niet en Clara nam haar toevlucht tot haar bevriende familie in Mechelen. Daar heeft zij vier werken lang gelogeerd in, zoals zij zelfverklaarde, een mooiere kamer dan thuis. Uit dankbaarheid voor de genoten gastvrijheid is Clara van Sjevemet de familie Ploemen blijven bezoeken tot op hoge leeftijd.

bron: Kerkrade evacueert, blz 71, 2004.

De evacuatie was maar voor korte tijd van 25 september 1944 tot  25 oktober 1944 toen de eerste bewoners weer terugkeerden. Velen plaatsten een dankbetuiging in de Limburgs Dagblad:

Klik op een foto

Klik hier voor Wiel van Wersch in de Kerkraadse Tak.

Een Stamgenoten website