Seffenterstraat

De familie Vanwersch in Vaals in de Seffenterstraat.

Het leek alsof de winterstormen in 1864 bleven duren. Zelfs in april was het nog steeds koud en waaide het continu. Van een mooi voorjaar kon je niet spreken tenzij je natuurlijk ging trouwen zoals Willem Vanwersch die op zijn dertigste trouwde met Maria Schnabel. Een halfjaar later werd hun dochter Maria geboren, als eerste van zes kinderen. Willem, 30 jaar, had geen vaste baan, hij kon alleen maar geld verdienen als er iemand was die hem een dag of meerdere dagen wilde hebben. Zijn bruid was 29 en naaister, in Vaals was namelijk een levendige lakenindustrie. De andere kinderen werden met tussenpozen van twee, drie jaar geboren. In 1865 werd Theresia geboren, in 1868 Pieter Emmanuel, in 1870 Gilles, Catharina in 1873 en Anna Maria in 1876, twee jongens en vier meisjes.

Willem was lang dagloner, dus het gezin had het niet breed. Gelukkig vond hij eind 1800 werk, soms in de fabriek en soms als lakenwever.
Zijn vrouw Maria werd zelfs nog als naaister ontslagen waardoor zij een nieuwe baan moest zoeken zodat er toch nog wat geld binnenkwam. Helaas werd die niet gevonden zodat zij, ondernemend als zij was, voor anderen de was en de strijk ging doen. Al spoedig kwamen er meer en meer klanten waardoor haar oudste twee dochters in de wasserij in de Tentstraat bijsprongen.

Hun oudste dochter Maria trouwde in 1892 met de lakenwever Arnold Degueldre. Zij bleef een poosje bij haar moeder werken maar stopte toen zij kinderen kreeg. Haar zus Theresia zou niet trouwen en was in het familiebedrijfje de strijkster.
Pieter was al als kind in een fabriek gaan werken en hij was ook fabrieksarbeider toen hij trouwde. Dat was in 1898 toen hij 30 jaar was. Na zijn huwelijk verhuisde hij met zijn gezin naar een ander adres in Vaals. Het ging hem goed. Hij begon in Vaals met het hotel Egypten aan de Maastrichterlaan.

Zoon Gillis was ook lakenwever geworden maar dan in het nabijgelegen Aken. Daar trof het lot hem slecht. Hij kwam met zijn hand in de machine en al zijn vingers braken. Er bestond in die tijd nog geen ziekte-uitkering. Zijn werk kon hij vergeten en hij werd afhankelijk van zijn broer en van zijn werk als dagloner. Hierdoor waren er in zijn grote gezin met negen kinderen vaak problemen.

Hun vijfde kind Catharina trouwde in 1907 met de Duitse Heinrich Grüters waardoor zij opeens de Nederlandse nationaliteit niet meer bezat. Als laatste trouwde Anna Maria in 1910 met Philip Schingen. Zij was inmiddels ook als strijkster toegetreden in het bedrijfje van hun moeder. Zij was net als haar zus strijkster en trouwde in 1907. Doordat hun moeder in april 1908 overleed en drie maanden later ook haar oudste zus, waren alleen Theresia en Catharina werkzaam als strijksters in de wasserij die nog steeds was gevestigd aan de Tentstraat 14. In 1929 werd het pand gesloopt om plaats te maken voor het pand van De Gruyter.

Haar man, Heinrich Grüters had een uitstekend beroep, hij was lasser. Desondanks wilde Catharina doorgaan met de wasserij van haar moeder. Het huwelijk werd in 1913 gezegend met een dochter die zij naar haar overleden moeder Maria Catharina vernoemde. In 1924 deed zich een prachtige kans voor. De weduwe Isabelle Louise Schmalbach-Lausberg uit Vaals verkocht in november 1924 aan wasserijhouder Heinrich Grüters een huis gelegen aan de Seffenterstraat, te aanvaarden op 1 januari 1925. Hij betaalde hiervoor ƒ 3.600,-.

In 1936 overleed Heinrich helaas al vroeg, 54 jaar oud waardoor zij slechts één dochter hadden. Het gezin woonde toen op Seffenterstraat 15.

seffenterstraat 15, vaals
Seffenterstraat 15, anno 2020

Catharina’s broer, hotelhouder Pieter Emmanuel, overleed in juni 1939 zonder kinderen achter te laten. Zijn vrouw was al in 1932 overleden. Vreemd genoeg waren de erfgenamen zijn twee zussen, die allebei weduwe waren, zonder hun broer Gillis. Wellicht dacht Pieter dat hij zijn weduwzussen meer moest helpen dan zijn getrouwde broer Gillis?

De oorlog brak uit en natuurlijk werd ook Vaals hierdoor getroffen, vooral omdat het dicht bij Aken lag. In 1942 gooiden de geallieerden enkele minuten te vroeg brandbommen op Vaals in plaats van op het 6 km verder gelegen Aken. Er werden enkele huizen in de Seffenterstraat getroffen en ook het huis met de wasserij van de weduwe Maria Catharina Grüters-Vanwersch; het brandde totaal af.

Catharina en haar dochter Maria verhuisden van de Seffenterstraat naar de Kerkstraat waar zij de rest van de oorlog doorbrachten. Wat de reden ook was, de weduwe werd na de oorlog beschuldigd van Duitse sentimenten en werd om die reden onder curatele gesteld. Het kleine vermogen dat zij en haar dochter hadden, moest aan het Beheerinstituut in Klimmen afgestaan worden en werd betiteld als vijandelijk vermogen. De beschuldigingen waren vreemd vooral omdat het politieverslag over haar in 1946 niets schreef dat belastend zou zijn geweest. Het enige dat negatief telde was dat zij door haar huwelijk de Duitse nationaliteit had en in Vaals was blijven wonen. Het politierapport vermeldde na gedegen onderzoek:

  • Zij is geen lid geweest van enige nationaalsocialistische vereniging of organisatie.
  • Zij steunde bovengenoemde verenigingen niet financieel en bezocht er geen vergaderingen van.
  • Zij is niet gedetineerd geweest.
  • Zij heeft niet gediend in het Duitse leger.
  • Zij heeft niet gemanifesteerd met Nederland vijandige vlaggen.
  • De mening omtrent haar houding gedurende de bezetting is niet onverdeeld zonder evenwel iets bepaalds te kunnen noemen, Zij heeft geen illegaal werk verricht.
  • Zij bezat geen radio.
  • Zij ontving extra bonnen voor levensmiddelen, kolen, groente en fruit. Zij gaf weleens broodbonnen aan haar buren. De kolen verbruikte ze zelf.
  • Andere politieke antecedenten zijn er over requestrante niet bekend.
  •  Voor de oorlog heeft zij geen naturalisatie aangevraagd.
  • Maatschappelijk staat zij niet ongunstig bekend.
  • Er is gunstig geadviseerd op haar verzoek ter verkrijging van een vergunning tot voortgezet verblijf hier te lande.

Dus niets aan de hand zou je zeggen. Toch waren er mensen in Vaals die zeiden dat zij:

In juni 1942 kreeg zij van de Ortsgruppe der NSDAP te Vaals een kolentoewijzing van 2000 kg. Aan het Winterhulpwerk heeft zij een bijdrage geschonken terwijl zij voorts bijgedragen heeft aan de kosten voor veldpostpakjes voor te velde staande partij- en volksgenooten. Zij heeft zich tijdens de bezetting niet als een oprecht vriend van het Nederlandsche volk gedragen en haar behoort geen voortgezet verblijf in Nederland te worden toegestaan.

Uiteraard waren deze beschuldigingen anoniem gedaan, maar die hadden wel jarenlang degelijk een nadelig effect. Van die nasleep heeft zij maar een klein beetje meegekregen omdat zij in 1948 overleed. Maar wel sneed het in haar ziel toen haar dochter, schoonzoon met haar kleinkinderen in 1947 als ongewenste vreemdelingen het land werden uitgewezen. Toen de weduwe Grüters in 1949 postuum werd vrijgesproken dacht haar dochter dat zij eindelijk de kleine erfenis van haar ouders zou kunnen krijgen. Deze was geschat op ƒ 970,- terwijl het Sint Josephgesticht in Vaals haar een rekening voor kost en verpleging van haar moeder had gestuurd van ƒ 600,-

De grond waarop het huis in de Seffenterstraat 17 had gestaan was inmiddels zonder dat zij het wisten verkocht. Pas in 1963 werd er meer duidelijkheid gegeven over de erfenis, maar hoe dat verder afgehandeld werd, is niet meer bewaard gebleven.

Op de plek van het afgebrande huis Seffenterstraat 17 werd in 1949 nummer 19 gebouwd. Wel zijn de huisnummers in de loop der jaren aangepast. Nummer 17 bestaat niet meer. Op het achterterrein kwamen garageboxen. De opvaart (= inrit) is vandaag nog steeds aanwezig. Ook de voormalige wasserij, op nummer 15, is er nog steeds, alleen verbouwd tot garageboxen. Deze boxen hebben de nummers 15a t/m -q.

Klik hier voor Maria Vanwersch in de Kerkraadse Tak.

Een Stamgenoten website