Op 14 maart 1869 schreef Gerard van Wersch op een klein briefje dat Josefina Slijper, geboren in Kerkrade op 30 september 1854, 1,5 jaar goed bij hem gewerkt had. Waarom dat briefje dan nog steeds in bezit van de familie is, is onbekend. Je zou toch denken dat Josefina Slijper dit wel zou hebben. Hij schreef dat hij op Lückerhijde woonde.

Tegenwoordig kent iedereen in de regio Kerkrade de kliniek Luckerheide. Waar komt de naam dan vandaan?
De naam Luckerheide herinnert aan het feit dat de schepenbank Kerkrade eind 17e eeuw een schuld moest aflossen aan de Luikse geldschieter L. de Cartier, en daarom een deel van het gemeenschappelijk weidegebied te Chevremont aan hem verkocht. In het begin van de 18e eeuw werd het land ontgonnen en werd er een grote hoeve met herenhuis gebouwd, waar leden van de magistratenfamilie De Limpens gewoond hebben.
Wikipedia schrijft:
“Chevremont (Kerkraads: Sjevemet) is van origine een dorp in de gemeente Kerkrade. In de 21ste eeuw vormt het een wijk van Kerkrade. De naam Chevremont komt van een foutieve Franse vertaling van het Latijnse Cavatum Montem, wat vrij vertaald steile berg met afdaling naar de holle weg betekent. Rond 1363 wordt het gebied Chevremont, Schaveymont genoemd. De naamsontwikkeling loopt dus van Cavatum Montem, via Schaveymont en Sjevemet naar Chevremont. Tegenwoordig wordt vaak de (foutieve) spelling Chèvremont aangetroffen waardoor de naam als vertaling uit het Frans een onterechte betekenis kreeg: die van Geitenberg.”
In het Land van Herle van november 1958 schreef mr. J. Belonje een artikel met de titel ‘Chevremont en de Gouden Spoor’, betreffende de familie De Danner. Hierin stond ook de zin: Chevremont (zal hoogstens) een herenhuis zijn geweest annex pachthoeve.
Hij sloot zijn artikel af met de opmerking:
Hoe de verdere lotgevallen van het huis Chevremont zijn geweest wil ik gaarne ter bestudering aan latere onderzoekers overlaten en in zoverre blijft mijn verhaal dus onvolledig. Mijn doel is hier dan ook slechts geweest de attentie eens te vra-gen voor De Danner met zijn Gouden Spoor en voor Chevremont.
Belonje schreef over het huis Chevremont maar niet over de hoeve. Zijn sluitzin en het bovenstaande Bewijs van Goed Gedrag waren de reden van dit artikel.

Lückerheide was echter geen dorp, gehucht of plaatsnaam, maar, zoals zo dadelijk blijkt, de naam van een landgoed met huis en pachtboerderij waarvan De Limpens de eerste bewoners op het huis waren. Daar woonden toen Arnoldus Wolterus Limpens met zijn vrouw Maria Helena Pelzer en hun kinderen naast drie bedienden.
Eigenaar De Limpens
Volgens het gemeentearchief Kerkrade werden begin 18e eeuw het huis en de pachthoeve door de familie De Limpens gebouwd. Vader was schout van het dorp Merkstein. Deze familienaam De Limpens komen we ook tegen bij de Huiskenshof in Klimmen. In het boek Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst uit 1933 was de hoeve volgens de ankers in 1784 gebouwd en het rechthoekige woonhuis rond 1700.
De omschrijving luidde: woonhuis (± 1700), voorheen Schepengerecht, heeft begane grond en twee verdiepingen; de gevel aan de tuinzijde, van baksteen met mergel hoekblokken, heeft kruis- en tweelichtsvensters, en ovale zoldervensters onder een baksteenen lijst. Vensters- en deuromlijstingen van Naamsche steen, alle met ontlastingsboogjes. Zadeldak met gebroken vlakken.
In 1770 noteerde de Kerkraadse pastoor Johannes Gerardus Schmits, samen met zijn kapelaan Henricus Josephus Mostert, wie er in zijn parochie woonde. Andersgelovigen werden niet geteld. Beide geestelijken telden 2375 parochianen. Bij Lückerheide meldden zij twaalf inwoners. Dat was de familie De Limpens met personeel.
Op de Lyst Behelzende het getal en de naamen, ouderdom, staat of beroep der Inwoonders van de Gemeente van Kerkrade uit 1796 stonden de volgende bewoners van het huis:
A.M. de Limpens 65 jaar, advocaat, zoon Franciscus Limpens (zonder de DE), 36 jaar, schoonzoon W.L de Danner, 27 en zijn vrouw M.A. Limpens, 40 jaar. Verder een dienstknecht en een dienaar.
Pachter Cörver
De pachthoeve werd al rond 1736 door de familie Cörver gepacht.
In 1742 werd Arnoldus Wolterus Cörver op Luttigerheid geboren als zoon van Leonardus Körvers / Curffs en Catharina Meijers. Zijn peetvader was Arnold Wolter Limpens, vandaar de voornamen van de jonge Körvers. Helaas overleed hij jong. De pastoor hield de namen en adressen bij van zijn parochianen. Zo schreef hij in 1743 dat de bewoners van de pachthoeve Leonardus Körffs en Catharina Meijers waren die met hun zeven kinderen en een dienstmeisje op Lüttiger Heid woonden.
In 1756 schreef hij dat Catharina Meijers inmiddels weduwe was en met hun kinderen Catharina, Joannes en Martinus op Lüttigerheyd woonden. Zoon Joannes was in 1753 met Anna Rothkrantz getrouwd en zij hadden hier een zoon Joannes Caspar gekregen. Dus kon de pastoor in 1781 schrijven dat op Luckerheydt nog steeds Joannes Cörver met zijn vrouw Anna Catharina Rothkrantz woonde. Hij noemde ook de vier kinderen die op de hoeve woonde: Joannes Caspar, die afwezig was toen de pastoor langs kwam, Maria Catharina, Joannes Leonardus, Anna Catharina en de knechten Leonard Gentis, Reinerus Krapels, Jacobus Hermans, Willem Hendrik Frosch en de dienstmeid Maria Sybilla Gobler.
Joannes Cörvers, pagter in den Luijckerheijde van den Heere Schepen Limpens, en zijn knecht Hans Willem Mertens die rond de 25 jaar was verschenen in 1765 bij de notaris om een getuigenis vast te leggen. Mertens verklaarde op verzoek van Hendrik Anton Poyck, dat hij nooit appels van Cörvers gekocht had. Ook kende hij niemand die dat wel gedaan zou hebben.
Twee knechten van Poyck, Leonardus Roelings, rond 32 jaar, en Jan Schieffers, kwamen omstreeks 22 jaar, verklaarde dat Joannes Cörvers wel degelijk appels verkocht had. Want zij spraken Joannes Geilenkirchen. Die had gezegd dat deze appels uit het Nyerspreckerweijde kwamen die van Poyck was en dat Cörvers die weggereden had. Geilenkirchen had die appels zelf van de boom afgeslagen.
Boete
Op 18 mei 1786 kregen de burgemeester en de acht toezichthouders of rotmeesters van Kerkrade het verzoek om de pachters sommeren te beginnen met de reparatie van de Haenraeder straat, een grote openbare weg die in zeer slechte staat was. Rotmeester Francis Pellizone concludeerde dat de pachters Joannes Cörver pachter van het goed Chevremont, Joannes Dautzenbergh pachter van Erenstein, Servaes Damseau pachter van nieuw Erenstein, ende Winandus Lahaije, pachter van Klooster Anstel, nog niets gedaan hadden terwijl de anderen dat wel uitgevoerd hadden. Joannes Cörver en Winandus Lahaije begonnen direct maar de andere twee weigerden. Volgens het Reglement van 15 juli 1751 van het Land van Valkenburg moest iedereen een amende betalen van vijf pattacons zodat de reparaties van wegen niet nagelaten zou worden.
Op 27 mei 1786 herhaalde de schout nogmaals het bevel van 23 mei aan de pachters Joannes Dautzenbergh van Erenstein en Servaas Damseau van Nieuw Erenstein ook wel de Nieuwe Hof genoemd, om 5 pattacons te betalen.
wegens hun weigering om na diverse verzoeken mee te werken aan het repareren van de openbare Haenraerderwegterwijl de anderen dat wel deden.
Beide pachters moesten op 3 juni aanstaande ‘s morgens om 9 uur in het schoolhuis van Kerkrade de reden vertellen waarom zij niet wilden betalen. Bij die bijeenkomst was ook rotmeester Francis Pelliconi aanwezig.
1796
Op de Lyst Behelzende het getal en de naamen, ouderdom, staat of beroep der Inwoonders van de Gemeente van Kerkrade uit 1796 stonden de volgende bewoners van de hoeve:
A.M. Rothkrans, 70 jaar, boerin, L.M. Körver, 35, zoon, M.C. Körver, 38 jaar dochter, A.C. Körver, 28, dochter, en de knechten: L. Kukelkorn, 30 jaar, J.H. Handels, 34 jaar, N. Herpers, 26 jaar en P.J. Cavesch, 17 jaar.
Eigenaar De Danner
Arnaud Wauthier Hijacint de Limpens, 77 jaar, overleed in het huis dat inmiddels van schoonzoon Willibrord Louis de Danner was, op 26 juli 1808. De burgemeester noteerde in de overlijdensakte dat Arnaud de Limpens haut drossard de la ville en paijs de Rolduc et majeur d’ubach was geweest. Dus drossaard, schout, van de stad en landen van Rolduc en burgemeester van Ubach. De aangifte werd gedaan door Jacques Hautvast, 25 jaar en Claude Hautvast, 23 jaar. Beiden waren volgens de akte neven van De Limpens.
De burgemeester, ook wel de schout, woonde ‘au hameau dit Chevremont’.
Bovengenoemde Willibrord de Danner was in Kerkrade op 14 april 1795 met Maria Agnes de Limpens van Doenrade gehuwd die toen op Chevremont woonde. De Danner was parochiaan van de St. Jakobkerk in Aken. De pastoor schreef nog erbij dat hij kamerheer van prins Sforza was.
Maria Agnes de Limpens overleed op 5 februari 1819, op het huis, 64 jaar oud. In haar overlijdensakte staat dat zij geboren was op het kasteel van Doenrade en de dochter van Walram de Limpens en Maria Catharina de Limpens van Doenrade was. Haar man De Danner was ridder van de Gulden Spoor, een pauselijke orde, lid van de Provinciale Staten van Limburg en schout. Vandaar dat het artikel van Belonje dat in de aanhef staat Chevremont en de Gouden Spoor.
De weduwnaar de Danner was in Aken in 1771 geboren. Hij bleef op Chevremont wonen. Volgens de erfenisrechten was de helft van het huis en landerijen van hem. Toen hij in 1820 met de Maastrichtse Petronella Lebens, geboren in 1787, hertrouwde, ging hij met de zus van zijn overleden vrouw die in Merkelbeek woonde, over de erfenis praten. Zij was weduwe van Mathijs Houtvast. Het gesprek was positief voor hem. Zodoende kocht hij op 17 oktober 1821 de andere helft van het landgoed van haar. Hij kocht huis, plaats, hof, weide, bempd, akkerland en verdere grond behorend aan het goed genoemd Chevremont in de gemeente Kerkrade, geschat acht bunder vierkant. Hij betaalde 300 Franse kronen dat gelijk stond aan 823 guldens 20 cents.
Tien jaar waren zij gehuwd toen Jan de Danner in 1830 in Kerkrade overleed. Hij was tussen 1807 en 1830 burgemeester / schout van Kerkrade geweest.

In het tweede huwelijk kreeg het echtpaar wel kinderen. Maria Mechtildis Hubertina de Danner werd in 1821 geboren. 16 jaar later, in 1837, deden Antoon Joseph Herry, eerste schepen van Kerkrade en verwant aan de familie De Limpens, 57 jaar, uit Vink en pachter van de hoeve Luikerheide Gerard Peltzer, 40 jaar, aangifte van het haar overlijden.
In januari 1823 werd hun tweede dochter Amalia (1823-1852) geboren. De Danner was toen lid van de Provinciale Staten van Limburg en woonde op zijn kasteel genoemd Chevremont.
En in 1826 werd Maria Mathildis Johanna de Danner (1826-1832) geboren. Bij de geboorteaangifte noemde de ambtenaar de vader de wel Edele gestrenge heere Johanes franciscus Xaverius Willibrodius Ludovicus De Danner Vredereger van het kanton S’Hertogenrade Burgemeester van de gemeente Kerkrade Ridder van de Orde van den gouden Sporen wonende ten zijnent ten Chevremont. De Danner tekende de akte met Ridder van Danner.
Na het overlijden van De Danner erfde zijn weduwe alles en verhuisde later met haar dochter Amalia terug naar Maastricht waar zij in de Kleine Straat gingen wonen.
Kadaster
Op de kadasterkaart uit 1823 staat het huis met deze naam en behoorlijk wat grond. Het kadaster laat twaalf stukken land zien, waar het bakhuis, het huis en de pachthoeve deel van uitmaken. Totaal bezat het landgoed 25 bunder grond. Een bunder was 0,82 hectare, dus totaal was hun land bijna 21 hectare groot. Er was een schaapsweide, land dat gebruikt werd als bouwland en er waren twee boomgaarden. Eén boomgaard was al vier voetbalvelden groot. Abusievelijk werd de hoeve in het kadaster van 1823 ook Bruckerheide in plaats van Luckerheide genoemd.
De straat In de Boomgaard in Kerkrade herinnert nog aan de boomgaard van Lückerheide.
Pachter Pelzer
Toen de eerstgeborene van De Danner in 1837 overleed, was, zoals we lazen, Gerard Pelzer, de pachter van de hoeve een van de aangevers. Gerard Joseph Pelzer was op 29 mei 1796 in Kerkrade geboren. Hij trouwde in 1821 in Nieuwenhagen met Anna Catharina Josepha Mostart. Hun kinderen werden tussen 1822 en 1840 geboren. De eerste in Kerkrade daarna werden er drie in Eygelshoven geboren, vervolgens drie in Heerlen en vanaf 1835 drie kinderen op Luikerheijde in Kerkrade.
Gerard Pelzer pachtte de hoeve vanaf 15 maart 1833. Het pachtcontract is bewaard gebleven. Toen het in juni 1832 werd opgesteld, woonde het echtpaar in Vrank bij Heerlen. De verpachtster was Maria Petronella Lebens, de weduwe van Lodewijk Willebrord de Danner, akkervrouw en rentenierster, woonachtig te Chevremont gemeente Kerkrade.
Maria Lebens verpachtte het voor de duur van negen jaar vanaf 15 maart 1833 aan het echtpaar Pelzer aannemers der Landhove Chevremont inclusief het bakhuis, alle gebouwen en 32 bunder land. Weliswaar met uitzondering van enkele heerschappelijke gebouwen.
Vervolgens werden er veertien voorwaarden gesteld.
Een van de pachtvoorwaarden was dat de pachters de verpachtster van steenkool voorzagen en wel zooveel en wanneer de verpachtster tot gebruik van haar huis zal noodig achten.
Zij moesten ook jaarlijks de verpachtster een vet varken van 100 pond geven, De verpachtster mocht één koe in de weilanden laten grazen die bij de pachters in de stal moest staan en gevoed worden.
Ieder jaar moesten zij zes gezonde en veredelde appelbomen planten waarvan zij de vruchten mochten plukken en het snoeihout voor eigen gebruik houden.
Het fruit aan de verpachte en onverpachte muren was voor de verpachtster. Ook mocht zij jaarlijks vier appelbomen kiezen, een perenboom en een kastanjeboom om de vruchten te nuttigen.
Naar believen der Verpachster zijn de pachters gehouden alle zon- en feestdags een bekwaam paard in de chaise of ander rijtuig te leveren, om naar de kerk te varen, of op andere dagen naar vrienden gebracht te worden. Verder moest zij tienmaal per jaar naar Maastricht gebracht worden waarbij de pachters ook een ervaren koetsier moesten leveren mits de rijkosten afgedragen worden door de verpachtster.
De pachtsom van de hoeve was ƒ 739,80 in twee termijnen te betalen: de eerste op 15 maart en de ander op 1 oktober. De pacht liep officieel in 1842 af waarna zij naar Heerlen-Vrank verhuisden. Bij zijn overlijden in Heerlen in 1877 liet hij 23 stukken land na, drie in Nieuwenhagen en twintig in Kerkrade.
Pachter Juncker
Al in 1840 liet zij een pachtcontract voor de hoeve opmaken tussen haar en de nieuwe pachters Willem Juncker gehuwd met Josepha Werth, akkerlieden die op de Berg te Laurensberg bij Aldenhoven, kring Julich woonden. Volgens de notariële akte was de verpachtster akkervrouw en rentenierster woonachtig te Chevremont. Dit contract ging op 15 maart 1842 in en ook voor de duur van negen jaar. In plaats van het jaarlijkse vette varken uit het contract met de vorige pachters, konden de nieuwe pachters ƒ 30 betalen. Zij moesten echter geen zes maar acht appelbomen jaarlijks planten. De weduwe Lebens mocht jaarlijks de vruchten gebruiken van één notenboom, één kastanjeboom en van acht appel- en twee perenbomen.
Er waren nu meer voorwaarden (twintig in plaats van veertien) dan in 1832. Een van die voorwaarden was dat de pachters absoluut geen stier in de wei mochten laten om de jonge bomen niet te bederven. Tweemaal per jaar moesten zij de molshopen slechten, zij kreeg ieder jaar acht mud aardappelen. En mocht de verpachtster geen koe houden, dan moesten de pachters jaarlijks 60 pond boter leveren. De pacht was nu ƒ 900.17
Pachters Van Weersch
Frans Willem van Weersch was in 1794 in Kerkrade gedoopt waar hij in 1819 met Maria Elisabeth Wiertz trouwde. Hij was landbouwer in Kerkrade en woonde hier aan het Eind. In 1851 pachtte het echtpaar ook voor negen jaar de hoeve en een deel van het Heerschappelijk huis van de weduwe De Danner-Lebens die in Maastricht woonde. De pachtprijs was ƒ 1.100 per jaar, in twee termijnen te betalen in gouden of zilveren geldstukken. Behalve alle plichten die een pachter voor de gebouwen en het land had, als reparaties, onderhoud, vervangen van dode bomen en struiken, waren er nog specifieke plichten:
De pachters moesten ieder jaar zes wagens appels van de beste soort in Maastricht bij haar afleveren, 20 pond kastanjes van de beste en dikste soort, negen mud beste soort aardappelen en twee karren met kolen van de mijn. Mocht er een misoogst zijn of andere onvoorziene zaken, dan zou de verpachtster geen schadevergoeding kunnen eisen. In het pachtcontract wordt de naam Luckerheide niet genoemd.
De weduwe De Danner liet in oktober 1850 meubelen, keukengereedschappen en een rijtuig van het huis openbaar veilen die ƒ 334,80 totaal opbracht. Frans Willem van Weersch kocht diverse zaken waaronder een glazen kast. Dat bedrag gaf zij op 20 augustus 1851 aan notaris Batta in beheer die er een kwitantie voor uitschreef. Op 23 augustus 1854 schonk zij acht stukken land aan de kerkfabriek van Kerkrade. Van de opbrengst van dat land moest de pastoor ieder jaar twee kinderen, een jongen en een meisje, ter gelegenheid hunner eerste Heilige Communie, kleden. Ook moest van de opbrengst armengeld uitbetaald worden. Zij schatte de jaarlijkse opbrengst op ƒ 1.150.21.
Na zijn pachtperiode werd in 1860 zijn zoon Gerard de nieuwe pachter. Frans van Wersch verhuisde met zijn gezin in 1868 naar Laurensberg waar hij ide brandewijndistilleerderij Geschwister van Wersch oprichtte. Gerard, die Luckerheide na zijn vader gepacht had, kwam een jaar later naar Laurensberg. Vandaar dat briefje waarmee dit artikel begonnen werd.
Toen Marie Petronella De Danner-Lebens in Maastricht op 23 maart 1859 overleed, liet zij geen kinderen na, die waren al eerder overleden. Wel had zij een testament gemaakt waarin zij haar broers en zussen tot erfgenamen maakte. Mochten zij overleden zijn, dan erfden hun dan levende kinderen. Op 7 april 1859 werd de inventaris opgemaakt van wat zij had achtergelaten. Dit bestond uit de meubels, de sieraden, serviezen, bestek, papieren en effecten etc. Alles had een geschatte waarde van ƒ 1.989,17. Deze spullen stonden verdeeld over enkele kamers op de eerste verdieping. Twee kamers hadden ieder twee ramen die op de straat uitkeken. De keuken had één raam dat op de achterplaats uitkeek, net als een kamer naast de keuken. En er was een kelder.
Eigenaar Jan Jozef Deutz
De erfenis bestond uit het huis Chevremont, de pachthoeve Luckerheide en een groot aantal stukken land. De erfgenamen verkochten dit per opbod in juli 1859 aan Jan Jozef Deutz voor ƒ 38.100. Op de pachthoeve boerde toen nog steeds Frans Willem Van Weersch getrouwd met Maria Elisabeth Wiertz, de ouders van de in de eerste alinea genoemde Gerard van Wersch.
Rechts: Le courrier de la Meuse 3 juli 1859
Ondertussen kwamen in de buurt van het grote huis steeds meer huizen waardoor het Provinciaal blad van Limburg in 1873 al sprak van het gehucht Chevremont.
Eigenaar de familie Hermesdorf-Deutz
Eigenaar Jan Jozef Deutz, gehuwd met Maria Josepha Meijers, overleed in 1875 op de hoeve Kloosterrade als een rijk man. Hij liet vijf kinderen na waaronder Andreas Deutz, pastoor-deken van Kerkrade waarnaar de Deken Deutzstraat in Kerkrade genoemd is. Onder die kinderen werden zijn bezittingen van huizen en de landerijen verdeeld. Ieder kind kreeg ter waarde van ƒ 64.421,50. Dus de totale waarde was ƒ 322.107,50. Dat zou anno nu zo’n € 4 miljoen zijn.26
Drie kinderen kregen een derde deel in de hoeve Kloosterade, dat naast het se-minarie lag, zijn dochter kreeg twee huizen met de naam Niersprunk in Kerkrade en zoon Jan Hendrik (ook wel Jan Hubert) Dominicus Deutz, gehuwd met Maria Sibilla Hubertina Frederica Melchers, erfde de hoftede Luikerheide.
Diens dochter, Maria Josepha Francisca Hubertina Deutz, geboren in 1865, trouw-de in 1892 met de kunstschilder Petrus Franciscus Hermesdorf. Haar vader over-leed een klein jaar later op 21 juli 1893 op het huis Luikerheide. Volgens zijn overlijdensadvertentie was hij “Gutsbesitzer zu Lückerheide und Mitglied des Kir-chenvorstandes“.
Voor de Belastingdienst werd vervolgens in april van het jaar daarop een memorie van successie door zijn schoonzoon Theodoor Ofpergelt ingediend, landbouwer in Wijnandsrade. De waarde van zijn goederen was toen ƒ 39.043,40 terwijl zijn weduwe Maria Melchers voor de helft belastingplichtig was en hun twee dochters gezamenlijk voor de andere helft.
9
Een deel van de inboedel inclusief het vee werd half maart 1895 geveild. Dit was in opdracht van zijn nabestaanden:
Vrouwe Maria Sibilla Frederika Melchers, weduwe van de heer Jan Hendrik Do-minicus Deutz, grondeigenares wonende in gemeld Lückerheide
2: de heer Theodoor Josef Hubert Opfergelt, econoom, wonend in Wijnandsrade gehuwd met vrouw Maria Magdalena Deutz.
3: de heer Petrus Franciscus Hermesdorff, kunstschilder wonend op Luckerheide en zijn echtgenote Mejuffrouw Maria Josef Francisca Deutz.
Er werden zes paarden, twee veulens, dertien koeien, vijf kalfjes en zeven varkens verkocht naast akkergereedschappen en inboedel voor ƒ 6.495,86. Pachter Boy-mans van de hoeve was een koper die het meeste kocht.27
Hier kregen Maria Jozefa Deutz en Frans Hermesdorf in 1895 hun zoon Bernhard Hermesdorf die advocaat procureur in Deventer zou worden en in 1928 lector Romeins Recht aan de R.K.-universiteit van Nijmegen28, om daarna hier rector-magnificus te worden.
Zes jaar na het overlijden van Dominicus Deutz in 1893, gingen zijn weduwe en de dochters over tot verdeling van de goederen. De weduwe Maria Melchers hield wel tien stukken land buiten de verdeling. Die lagen in Kerkrade, Heerlen, Chevremont en Bocholtz. Alle landerijen en de boerderij met heren- en pachters-woning gingen naar het echtpaar Maria Magadalena Deutz in huwelijk met The-odoor Opfergelt, econoom in Wijnandsrade. Dit vertegenwoordigde een waarde van ƒ 72.843,32. Vandaar dat Opfergelt zijn schoonmoeder en schoonzus een aanzienlijk bedrag moest betalen: Aan zijn schoonmoeder betaalde hij ƒ 35.886,66 en aan zijn schoonzus ƒ 15.635,01. Aangezien hij ruim in zijn geld zat, betaalde hij dat direct aan hen uit. Dat zou vandaag de dag zo’n 1,5 miljoen euro zijn.29 In de verdeling werd nog wel bepaald dat de heer en mevr. Opfergelt geen gebou-wen of muur mocht optrekken hoger dan twee meter tussen de pachthoeve en het deel van de tuin die aan de heer en mw Hermersdorf was toebedeeld “ten einde het licht voor het schildersatelier niet te benemen”.30 Er was dus nog geen sprake van het kasteeltje dat hierna gebouwd kon worden.Doordat het echtpaar Hermsdorf-Deutz opeens een aanzienlijk bedrag tot hun beschikking had, lieten zij rond 1899 een romantisch kasteeltje op het terrein van Luckerheide bouwen. Frans Hermesdorf overleed in 1904 in het ziekenhuis van Aken maar werd wel op het kerkhof van Kerkrade begraven. Na zijn overlijden in 1904, gebruikte zijn broer in de zomer van 1905 het atelier waar hij schildercursussen aan Duitse dames gaf31 en enkele jaren daarna gaf zijn weduwe hier naai- en kooklessen.32 Zo gingen twee dochters van Jan Havens, een gegoede graanhandelaar uit het Brabantse Vierlingsbeek, bij haar in de leer. Rika Havens (22 jaar) ging in 1917 en Anneke (18 jaar) in 1919 voor bijna een half jaar naar haar toe en logeerden daar.33 Kerkrade eerde later de schilder door een straat naar hem te vernoemen.
De weduwe Hermesdorf verkocht op 4 december 1905 in het huis via een open-bare veiling meubelen (Rococo-empire stijl), schildergereedschappen, boeken, tijdschriften, etsen, studies, diverse schilderstukken:
10
Openbare Verkoop van Schilderstukken Antieke en andere meubels
Notaris Moors
te Kerkrade zal op MAANDAG 4 DECEMBER 1905,
’s voormiddags te 10 uur, op verzoek en ten huize van Mevrouw de weduwe Her-mesdorff te Luckerheide, gemeente Kerkrade, togen kontante betaling verkoopen
VIER EIKENHOUTEN KOFFERS
en dito driehoekige kast, fraai gebeeldhouwd, 8 dito stoelen, (Roccoco stijl), le-dekant (Empire) mahoniehouten kastje (Empire), waschtafel, ijzeren en bonten ledekanten met toebehoor, kerseboomhouten kastje keukenkast, 2 kachels, nik-keltafeltje, 9 gebourreerde leunstoelen, stoelen met houten en rieten zittingen, huisklok, Venetiaansche spiegellijst, verschillende schilderijlijsten, 2 luchters (Em-pire), oude kruiken en borden, schildersgarderohe en gereedschappen, electri-seermachine, huistelephoon, verrekijker, naaimachine, bloemenkorf, vogelkooi, bijenkorven en verscheidene keukengereedschappen. De studies, matleven, schetsen, etsen en heliogravuren van wijlen den kunstschilder, den heer Fr Her-mesdorff
Eene verzameling schilderstukken van oude meesters als; landschappen, stille-vens, portretten, emblemas, heliogravuren enz.
Verschillende brieftasschen met schetsen, etsen, kappen, Madonna, gekleurde kopersteken, een landschap van Daubigny enz.
De verzameling boeken en tijdschriften, handelende over schilder- en andere kunsten.34
Maria Deutz hertrouwde in april 1907 met de 42-jarige weduwnaar en slager Pieter Josef Heijmans35. Zij woonde toen in Wijnandsrade.36 Na hun huwelijk verhuisde het echtpaar weer naar de villa Luckerheide.37 In 1920/1925 was hij se-cretaris/penningmeester van de Kerkraadse afdeling van het Limburgsche Groene Kruis.38 Pieter Heijmans overleed in 1926 en de weduwe verhuisde in 1929 naar Nijmegen waar haar zoon als professor verbonden was aan de universiteit. Hier overleed zij in maart 1937.
Nieuwe pachters
De in mei 1894 gehuwde Winand Hubert Boymans/Boijmans uit Nieuwenhagen en Maria Hubertina Keybets uit Kerkrade kwamen enkele maanden na hun hu-welijk naar de pachthoeve Luikerheide. Zij kregen in juli 1895 hier hun eerste kind Sophia Clara Boymans. In 1901 deed hij mee aan de verkiezing voor de gemeenteraad: “Een man die zonder twijfel de belangen der Gemeente zal weten te behartigen”.39
Op 17 en 18 februari 1904 verkocht Hubert Baumans wonende te Luckerheide, zijn paarden, vee en gereedschappen. Het pachtcontract liep in maart af. De vei-ling bracht ƒ 2.137.10 op. De notaris vermeldde geen naam van een echtgenote.
11
Was zij al overleden? In ieder geval niet in Kerkrade. Dat het om dezelfde man ging, bleek uit zijn handtekening.
Hierna is niets meer over dit echtpaar terug te vinden, behalve dan dat een zoon in februari 1898 geboren werd en kort daarna op Luckerheide overleed. Waar-schijnlijk zijn zij naar Duitsland verhuisd. Hubert Boymanns was in Merkstein geboren.
De familie Huntjens
Na hem werd Jan Egidius Huntjens in 1904 de nieuwe pachter. Hij kwam van de Kerkraadse pachthoeve Berenbosch.40 De eigenaar was nog steeds Theodoor Opfergelt die in Wijnandsrade in 1905 burgemeester zou worden41. Jan Huntjens was in 1870 in Hulsberg met Maria Catharina Limpens getrouwd en zij vierden in 1920 op Luckerheide hun 50-jarig huwelijksfeest. Acht jaar later overleed Jan hier en vier maanden later zijn vrouw.
Twee van hun kinderen Jan en Jacob pachtten samen de hoeve waardoor The-odoor Opfergelt in maart 1926 een nieuw huurcontract opstelde tussen hem en Jaques Hundjens en Jean Hundjens. Zij pachtten de boerderij en diverse stukken land “hiervan uitgezonderd een woning op 1 Maart 1926 bewoond door Vroun Meijer, verder een strook door het Staatsspoor onteigend (…) en een gedeelte (…) voor bouwterrein.” De huurtijd was vanaf 15 maart 1926 drie jaar en bedroeg ƒ 2.650 per jaar. Deze brief werd met potlood veranderd in een huurtijd van twee jaar tegen een pachtsom van ƒ 2.000. Maar het jachtrecht bleef bij Opfergelt. Na-dat er diverse andere bepalingen waren afgesproken over de veldvruchten, de gerooide bomen, toegang door de verhuurde enz, tekenden beiden met Jacques Huntjens en Jan Huntjens. Per 1 april 1935 werd de pacht verlaagd naar ƒ 1.800 per jaar, de helft te betalen op 15 maart en de andere helft op 15 oktober Maar toch redden zij het niet. In april 1936 vroeg hij om uitstel van betaling omdat hij het geld niet had. Wel had hijzelf nog bij iemand een vordering van ƒ 2.000 en had hij onroerend goed in Hulsberg, maar omdat daar het vliegveld zou komen was de prijs met driekwart gezakt. Hij had die stukken grond van zijn tante geërfd.42 Pas in maart 1939 liet hij die stukken openbaar veilen waarvoor hij nog steeds pachtgeld kreeg.
Door de groei van Chevremont en aanleg van nieuwe straten kwam Luikerheide aan de Sint Pieterstraat in Kerkrade te liggen.
De broers stelden een stuk gepachte grond als feestterrein beschikbaar de prach-tige en lommerijke weide van de familie Huntjes aan de Lückerheide tegen de R.K. Kerk43. Op het terrein Luckerheide aan de Kaffeebergerweg speelt de voer-balclub uit Roermond tegen Chevremont44. En in de weide tegenover de kerk was onder meer in 1938 een groot weidefeest.
Hun zoon Hubert Jacob Huntjens trouwde in juni 1931 met Maria Hubertina Ni-colaye en de hoeve werd als hun woonplaats vermeld.45 Hij overleed er in 1942.
Mijnschade
Toen in juni 187346 de directie van het Vereenigd Gezelschap voor steenkolen-
12
ontginning in het Wormdistrict, gevestigd in Kohlscheid, na een boring in Chevre-mont een concessie aanvroeg tot opsporing van steenkolen en andere delfstoffen, kon zij niet vermoeden dat dat jaren later tot mijnschade zou leiden.
Theodor Opfergelt kreeg in februari 1919 een brief van de mijn Laura als ant-woord op zijn schrijven dat er mijnschade aan twee percelen was en hij daarvoor geld wilde zien. De Laura antwoordde dat er van schade niet echt sprake was. Vervolgens bood hij de Laura beide percelen te koop aan voor ƒ 10 de kleine roede. Laura bood ƒ 7. Uiteindelijk accepteerde hij, na overleg met de weduwe Maria Heijmans-Deutz dat.
De mijnverzakkingen bleven aanhouden. In 1925 stond het volgende bericht in de krant:
“Bodemverzakking.
In de gemeente Kerkrade komen den laatsten tijd ernstige bodemverzakkingen voor tengevolge van den mijnbouw. Onder den grond wordt gewerkt door mijn-werkers van de mijnen „Laura, Willem Sophie”, staatsmijn „WiIhelmina” en de Domaniale Mijnen, Op den Kaalheider steenweg zijn de verzakkingen zeer goed waarneembaar. In het midden van den druk beganen en bereden, pas nieuw be-keiden steenweg komen plots groote gaten. De kelders in de huizen zakken en de levensmiddelen vallen in de diepten. In Spekholzerheide zijn straten, die wel 25 a 40 c.M. zijn gezakt, in Chévremont is een straat ongeveer 70 c.M. gezakt”.47
Toch werden er in 1926 in Chevremont zo’n 200 huizen gebouwd. Een jaar later hadden ze al te maken met scheuren vanwege de verzakkingen veroorzaakt door de Laura.48
In een brief van december 1933 van Opfergelt aan de heer Henri le Boeuf49, voor-zitter van de Raad van Beheer van de Laura en Vereeniging stond het advies de boerderij af te breken en het land op te splitsen in stukken van 4 à 5 hectare en dat te verhuren aan de boeren in de omgeving. Volgens schatting zouden die dan 70 gulden per hectare aan pacht willen betalen. Financieel zou dat beter zijn dan steeds opnieuw schade te moeten betalen. Vandaar dat de schrijver van de brief hem informeerde dat hij daarom de boerderij en land voor ƒ 80.612,50 aan Laura en Vereeniging verkocht had. Bij elkaar 25 hectaren.
De gebroeders Huntjens waren nog tot half maart 1936 de pachters. De pachtsom was ƒ 2.000 per jaar. Aan de heer J.H. Jongen was het huis zonder contract ver-huurd voor ƒ 75 per drie maanden. Jongen woonde er ook al in 193350.
In 1936 liet de Laura een brief naar de Domaniale sturen die begon met “Daar de bodem onder Chevremont thans vrijwel tot rust is gekomen achten wij nu ook het oogenblik gekomen tot definitief herstel onzer hoeve Lückerheide over te gaan”. Zoals toen gold tussen de Domaniale en de Laura, was de helft van de herstelkos-ten voor de Domaniale en de andere helft voor de eigenaar. Drie jaar later in 1939 was er nog steeds geen oplossing. De Domaniale was bereid de helft van ƒ 18.000 te betalen. In een brief van augustus 1939 opperde de Domaniale dat de Laura
13
de hoeve zou herbouwen, maar dat moesten ze dan maar “op zoodanige afstand van onze concessie, dat weinig of geen invloed van onze afbouw te duchten zal zijn”. Als de Laura dat zou doen dan was de Domaniale bereid geen ƒ 9.000 maar ƒ 10.000 te betalen51.
Sloop
In 1936 werden op het ‘kasteel Lückerheide’ aan de Toupsbergstraat 14 in Che-vremont 500.000 bakstenen te koop aangeboden à f. 3,- de 100 stuks.52 Dit waren stenen van villa Luckerheide die wegens mijnschade, veroorzaakt door de mijn Laura, in 1936 gesloopt werd.
Kasteel Lückerheide Foto: gemeentearchief Kerkrade.
Teleurgestelde pachters
In 1939 werd door Opfergelt een nieuwe boerderij gebouwd met de naam Luiker-heide. Van 1 mei tot 1 november 1939 verhuurde hij de kelder, de hoofdingang met daarnaast een kamer, keuken, hal en privaat en op de eerste verdieping vijf kamers aan de Domaniale Mijn-Maatschappij voor ƒ 15 per maand dat aan het eind van de huurtermijn betaald mocht worden. De Domaniale mocht zelf voor bewoners zorgen.53
Het bericht ging rond dat de nieuwe hoeve een pachter zocht. De Laura kreeg veel brieven van boeren die Luikerheide als nieuwe boer wilden pachten.
J. Ploumen was zo iemand. Hij schreef in juni 1939 dat hij op de ‘Lückerhof’ met zijn gezin van acht kinderen wilde komen waarvan er vier op de boerderij meewerkten. Hij pachtte al zes jaar de hoeve in Hoogcruts in Noorbeek van de
14
familie Gerrekens en daarvoor negen jaar de hoeve van mevrouw Lacroix in Re-ijmerstock. Hij gaf twee redenen op: Hoogcruts werd verkocht en zijn grote gezin. Als een derde referent gaf hij pater gardiaan van het klooster in Hoogcruts op. Het katholicisme leefde toen sterk.
Andere gegadigden waren:
E. Vaessen van de hoeve Strijthagen in Schaesberg, een jonge boer, 28 jaar die spoedig met E. Schnackers van de hoeve De Bongaard in Bocholtz zou trouwen. Quirijn Grooten-Marx die de hoeve Kruisbroeders in Bocholtz naast de pastorie, twee woonhuizen en vijf hectaren bouwland in eigendom had. Vanwege hun zes opgroeiende kinderen zocht hij een grotere boerderij. Zijn neef, kapelaan Groot-en van de parochie Pietersrade in Chevremont deed een goed woordje voor hem. Verder waren er H. Pessers-Horsmans uit Ubachsberg, H. Packbier uit Nieuwen-hagen die 16 jaar op Nieuw Ehrenstein geboerd had, de heer Schoonbrood van de Leenhof in Heerlen, J. Benders uit Eijgelshoven en de heer Houben.
In juni 1939 schreef A.A. Souren ook een brief. Zijn brief begon tenminste met “De Heeren Overheids Persoonen Der Mijn Laura En Ver. o.a. Den Weledelgestr Heer Ir. Edixhoven”. Souren schreef dat zij dertien grote kinderen hadden waar-onder vijf zonen waarvan er drie ‘gediplomeerd landbouwer’ waren. Zij woonden op de Rouenhof in Nieuwenhagen. Omdat hij niet direct iets hoorde, schreef hij nogmaals in augustus 1939. Na ontvangst van de brief, deed de heer Schweitzer, een directielid van de Laura, er met een paperclip een korte notitie bij: “De fami-lie Souren is mij persoonlijk bekend en heeft op Schaesberg een goeden naam”.
De pachter van de hoeve werd dus A.A. Souren54 en nadien zijn zoon Wim Sou-ren. In 1942 plaatste hij een advertentie in de krant met het adres Pieterstraat 115 Chevremont waarin hij jonge biggen te koop aanbood. Opvallend in zijn adver-tentie uit 1944 was dat er opeens foutief, een accent op Chevremont kwam te staan, dus Chèvremont. De oude betekenis was verloren gegaan55.
Wim Souren trouwde in 1943 met Maria Vleugels en zij kregen zes kinderen. Een van zijn kinderen vertelde:
“In de laatste jaar van de oorlog was er gebrek aan voedsel. In de schuur van mijn vader lag de oogst van dat jaar opgeslagen. In de winter werd het altijd ge-dorst. Een grote tractor dreef met een riem de dorskar aan waar uit de voorkant het graan kwam en aan de achterkant het opgebonden stro. Die winter stonden Duitse soldaten met geweren bij de kar om te voorkomen dat het graan naar de burgers zou gaan in plaats van de soldaten. Op een keer werden de twee soldaten uitgenodigd om in de voorkamer een glaasje te komen drinken. Er werd zoveel geschonken dat ze dronken werden en niet meer in staat waren naar de schuur te gaan. Het gevolg was dat de zakken met graan naar de bevolking gingen”.
Ook hij stelde, net als de familie Huntjens, zijn wei beschikbaar voor feestelijkhe-den zoals een groot schuttersfeest op 17 mei 1948. In april 1950 ging de familie Souren naar de Rouenhof in Nieuwenhagen56 terug. Hun dochter vertelde later: “We gingen weg omdat mijn ouders er geen bestaansmogelijkheden meer was.
15
Vanwege de uitbreiding van de wijk Chevremont kwamen er steeds meer huizen. Mijn pijn in zijn hart vertrokken we naar de Rouenhof”.
Hij moest wel nog een brief naar de Laura en Vereeniging sturen waarin hij ‘de hoeve Luikerheide en landerijen behoorlijk zal opleveren’. Zijn vader schreef een gelijkluidende brief aan de Laura dat hij de Rouenhof goed zou ontruimen. Wim mocht het pachtcontract met de Laura van zijn vader overnemen57.
Sloop boerderij
Al in maart 1941 had de Laura een brief aan de gemeente Kerkrade geschreven waarin zij om een sloopvergunning vroeg. De hoeve was onbewoond en zou vanwege nieuwbouw niet meer in aanmerking voor bewoning komen58.
Ook de oorlog kwam bij de boerderij voorbij. Piet Diederen vertelde dat hij als 15-jarige slagersjongen, in oktober 1943 bij de Laura moest schuilen vanwege een luchtgevecht tussen de Amerikanen en de Duitsers. De Amerikanen hadden een Duits vliegtuig neergehaald dat zich vlakbij de boerderij in de grond boorde. Zelf stortte de Amerikaanse B-17 toestel bij de mijn Julia neer.59 Vanwege granaatin-slagen tussen 15 september 1944 en 22 oktober 1944, was de hoeve afgebrand. Alleen de stallen konden hersteld worden. De Laura deed in januari 1945 een verzoek aan B & W van Kerkrade voor een vergunning tot voorlopig herstel. Tien dagen later lag de vergunning bij de Laura. De waterleiding werd vernieuwd en de boerderij provisorisch hersteld. Kosten zo’n ƒ 6.000 te betalen aan aannemer Spiertz.
In oktober 1945 volgde de bouwvergunning voor de herbouw van een gedeelte van het woonhuis die in november 1945 afkwam.60
Het bouwplan werd op 7 mei 1947 door de eigenaar ‘De My tot Exploitatie der Steenkolenmjnen Laura en Vereeniging’ Eygelshoven ingediend bij het gemeen-tebestuur Kerkrade. De tekeningen werden in maart 1948 ingediend. Pachter was nog steeds W. Souren.
De kosten voor herbouw zouden ook deels uit het budget van het Ministerie voor Wederopbouw Boerderijen komen. In april 1948 werd er nog steeds over de hoogte ervan gecorrespondeerd. Blijkbaar had dat geholpen want die maand werd bekend gemaakt dat aannemers zich op een openbare aanbesteding kon-den inschrijven.“Zolang de voorraad strekt zijn bestek en voorwaarden ad ƒ 12,50 verkrijgbaar bij ir. J. Beersma b.i. van het bouwbureau van de mijnen Laura & Vereniging te Eygelshoven”.61
Eindelijk waren de totale kosten pas in februari 1950 bekend: Die bedroegen ƒ 23.120,64 waarvan de Laura ƒ 12.364 van het eerdergenoemde Ministerie kreeg. De Laura had een hoger aandeel verwacht.
Na pachter Wim Souren werd in maart 1950 Jan Adolph Benders uit Eijgelshoven de nieuwe pachter. Hij had in 1939, net als Wim Souren, als geïnteresseerde een briefje naar de Laura geschreven dat hij de hoeve wilde pachten. Hij kreeg toen een afwijzing, maar werd jaren later wel weer benaderd.
Juni 1952 werd er door de gemeente Kerkrade bijna twee miljoen gulden beschik-
16
baar gesteld voor de bouw van 116 woningen voor huisvesting van personeel van de Laura.
‘De woningen zullen gebouwd worden op de zgn. „Lückerheide”, het terrein ge-legen langs de St. Pieterstraat tegenover de parochiekerk van Chevremont. Hier zullen twee nieuwe wegen worden aangelegd, terwijl de openliggende terreinen aan de Toupsbergstraat zullen worden volgebouwd’.62
Daarom werd in juli 1952 de ruïne van de oude boerderij Lückerheide eindelijk geruimd. De krant vermeldde dat er een onontplofte Amerikaanse granaat in de hoeve werd aangetroffen.63
Waar lag de hoeve? Wanneer je de kadasterkaart van 1823 vergelijkt met Google Maps dan kun je stellen dat de hoeve tussen de Toupsbergstraat en de Schout-straat lag. Aan de andere kant grensde hun eigendom aan toen de ‘chemin de Kaffenberg’, tegenwoordig de Kaffebergsweg in de wijk Chevremont.
Toen in 1954 een deel van de grond van Chevremont bouwrijp gemaakt was, ontstonden hier de Schoutstraat en Schepenenstraat. Deze straten lagen op het voormalig bezit van het huis en de hoeve, verwijzend naar schout De Danner. Net zoals de Luikerheidestraat en andere straten daar in de buurt.
Tijdens de raadsvergadering van 23 januari 1991 werd besloten tot schadeloos-stelling van J.L.G. Benders in verband met pachtontbinding hoeve Luikerheide alsook tot verkoop van grond gelegen hoek Toupsbergstraat – Schepenenstraat.64 In 1992 had de gemeente Kerkrade, eigenaar van de hoeve, plannen om de boer-derij vanwege uitbreidingsplannen te slopen. Op dat moment woonde de familie Benders er. Zij pachtten de woning met acht hectare grond.
Hoeve Luikerheide.Foto: Frans Rode 1991.
17
Ook in plaats van deze hoeve wilde de gemeente woningen voor gehandicapten bouwen. Een zorginstelling wilde vervolgens de hoeve ombouwen voor een activiteitencentrum. Maar dat werd te duur geacht. Dus sloop werd voorgesteld. Echter het merendeel van de gemeenteraad was tegen deze sloop. B&W zette hun plannen door. Enkele maanden later, juli 1992, waren er zoveel handtekeningen binnen dat B&W besloot de sloop niet door te zetten. De witte boerderij aan de Pieterstraat bleef eigendom van de gemeente die daarom nu een koper zocht. Eind 1993 werd de boerderij voor vier ton verkocht. Er zouden twaalf appartementen in komen.
Bijlage 1
7 juli 1859 notaris Haenen Maastricht, akte 160, RHCL 20.242a_166 Blz 57-65
De Edel Groot Achtbare Heer Mr. Joseph Edouard Lebens, advocaat, Lid van de Provinciale Staten van het Hertogdom Limburg en Wethouder Gemeente Maas-tricht, werd gemachtigd door zijn vader de heer Petrus Arnoldus Lebens, rentenier 2: Vrouwe Maria Wilhelmina Sophia Lebens, rentenierster, weduwe van wijlen den Wel Edel Gestrengen Heer Willem Pommerenke, wonend te Maastricht.
3: De heer Adolph De Lom de Berg, grondeigenaar gemeente Meerssen, als ge-machtigde van zijn echtgenote Maria Augustina Hubertina Lebens, grondeige-naarster en door zijn zwager de heer Jan Lodewijk Hubert Lebens, chef de bureau bij de Regie van de Staatsspoorwegen in België, wonende te Sint Josse ten Noode en c: zijn zwager en zwagerinne Gerlachus Spee, ontvanger der Douane bij de Entrepots te Antwerpen en zijne echtgenoote Vrouwe Marie Mathilde Antoinette Lebens, wonende in Antwerpen.
4: Frans Lotharius Ferdinand Corten, grondeigenaar wonende te Oensel, gemeen-te Beek, weduwnaar van Josephina Lebens, in eigen naam en als vader van de kinderen Jean Francois Hubert en Maria Antoinette Hubertine Corten, verwekt in zijn huwelijk met wijlen genoemde Vrouwe Josephina Lebens
5: De heer Pieter Lodewijk Hubert Corten, rentenier te Maastricht, in eigenaam als gemachtigde van de heer Jan Corten, bierbrouwer in Geverik, gemeente Beek en als toeziende voogd van de eerdergenoemde twee kinderen
Zij voeren het vonnis uit van de Arr Rechtbank van 28 april 1859 om tot verkoop over te gaan. Hiervan zijn in de stad Maastricht, de gemeente Kerkrade, Heerlen en andere plaatsen affiches opgehangen.
Alle goederen liggen in Kerkrade.
1: Het landgoed Chevremont gelegen in Chevremont, bestaand uit herenhuis, pachterswoning, schuur, ruime stallingen en verdere gebouwen, tuin, vijver, wei-de, boomgaarden, hooi- en bouwlanden, bos en verdere aangehorigheden groot 32 bunder, 32 roeden en 32 ellen vierkant bekend als
a: Bouwland Caffeberg B 2095
b: Poel als schaapsweide Kloosterbosch, B 478 c: Poel als schaapsweide Kloosterbosch B 479 d: bouwland Kloosterbosch B 489
e: Bouwland Luikerheide B 1246 f: Bakhuis Luikerheide B 1247
g: Weide Luikerheide B 1248 h: Vijver Luikerheide B 1249
i: Schaapsweide Luikerheide B 1251 k; Boomgaard Luikerheide B 1253
l: Tuin Luikerheide B 1254 m. Huis Luikerheide B 1255
n: Pachthoeve Luikerheide B 1256
18
o: Boomgaard Luikerheide B 1257
p: Poel als bouwland Luikerheide B 1258 q: Bouwland Luikerheide B 1259
r: Hooiland Luekerheidebemden B 1696 s: Bosch Luekerheidebemden B 1697
t: Bouwland Heiveld B 2124
u: Bouwland Chevremont B1443 v: Heide Kloosterbosch, B 2161 w: Bouwland. Caffeberg B 2096 x: Bouwland, Luikerheide B 2326
y: Schaapsweide Kloosterbosch B 2160 z: Bouwland Luikerheide B 2327
aa: Bouwland Luikerheide B 2328
bb: Schaapsweide Kloosterbosch B 2683 cc: Bouwland Kloosterbosch B 3021
dd: Schaapsweide Kloosterbosch B 2684
2: Perceel bouwland in het Heiveld B 1285 3: Bouwland in Caffeberg B 2092
Alle onroerende goederen behoorden tot de nalatenschap van Vrouwe Maria Pe-tronella Lebens, weduwe van Ludovicus Willebrordus De Danner, rentenierster, gewoond hebbende en overleden te Maastricht. Als erfgenamen benoemde zij voor een vierde deel haar broer Petrus Arnoldus Lebens, voor hetzelfde deel haar zus Maria Wilhelmina Sophia Lebens, weduwe van Willem Pommerenke, voor ook een vierde deel haar nichten en neven als de vrouwen De Lom de Berg en Spee, de heer Jan Lodewijk Hubert Lebens en de twee eerdergenoemde minder-jarige kinderen Corten.
En voor het laatste vierde deel haar neven Frans Lotharius Ferdinand en Pieter Lodewijk Hubert Corten.
Dit geheime testament van de Vrouwe Weduwe De Danner werd in Maastricht op 8 juni 1855 gedagtekend.
Lasten en Voorwaarden der Verkooping (ik haal er enkele aan)
1: De genoemde onroerende goederen worden verkocht in de staat waarin ze verkeren inclusief zichtbare en onzichtbare gebreken.
2: De meestbiedende krijgt het nadat het laatste bod zesmaal zonder verhoging afgeroepen is.
3: De goederen onder nummer 1 zijn gepacht door Francis Willem van Weersch, landbouwer, wonende te Kerkrade in huwelijk met Maria Elisabeth Wiertz tot 15 maart 1866 tegen een jaarlijkse pachtprijs van ƒ 1100 voor het lopende jaar. Ver-valdatum is 15 maart aanstaande. En van ƒ 1200 voor ieder volgend jaar. Ook de grondbelastingen zijn voor de pachter.
4: De koper moest een lening overnemen die de verkopers hadden afgesloten voor ƒ 2.297,44 tegen 31/4% ieder jaar te betalen op 10 juni, Die akte werd door
19
notaris Hupkes in Maastricht opgemaakt op 10 juni 1780. De leenster was Anna Theresia Dubois, weduwe van Willem Visschers, rentenierster wonende in Luik en haar kinderen Maria Geertruida Francisca Visschers, gehuwd met de heer Wilmar, luitenant kolonel der Genie, Willem Auguste Visschers, advokaat en Ca-rolus Visschers, rentenier. Allen wonende te Brussel. De borg waren de goederen genoemd onder 1.
De koper van alle nummers was Jan Jozef Deutz voor ƒ38.100. Hij was grondei-genaar in Kloosterrade gehuwd met Maria Josepha Meijers.
De rekening van de notaris was ƒ 2.168,12.