Ingezonden stuk, 1962

1962

Regisseur Peter Sjarov

Hij is een van de laatste authentieke medewerkers van Stanislavski. Veertig jaar staan zijn kennis en vakmanschap nu reeds in dienst van de Westeurorpese theaters. Hij woont in Rome, maar hij komt naar Berlijn en Wenen, Nederland, België en Israël om er Tsjekov, Toergeniëv, Ostrovski, Tolstoi, Dostojevski, en ook Lorca en Goldoni te ensceneren.

Nu is hij te gast in het Nederlands kamertoneel, dat sedert de heropening in het hernieuwde Haciendatheater met het onweerstaanbaar charmante en innemende stuk van Mihura <Maribel of de zonderlinge familie> volle zalen trok. De befaamde regisseur  ensceneert er <Het dagboek van een deugniet), het meesterlijke blijspel van de geniale Ostrovski. Iedere repetitie is een artistieke belevenis en een bron van inspiratie voor de acteurs. De nu reeds tachtigjarige regisseur beschikt over zijn voile kracht. Er stralen een jeugdig en onuitblusbaar enthousiasme en ‘n warme en oprechte liefde voor het theater van hem uit. Zijn energie is werkelijk verbluffend en zijn werklust aanstekelijk. In een atmosfeer van toewijding en overgave bereiden de acteurs onder zijn inspirerende, intelligente en vakkundige leiding de première voor van dit briljante stuk.

Hij werd geboren in Perm in de Oeral en kwam in 190l als student aan het Kunsttheater in Moskou. In 1906 ging hij rechten en filosofie studeren in Sint-Petersburg. Hierna keerde hij terug naar het Kunsttheater en was er tot in 1919 zonder onderbreking verbonden als acteur.  Toen brachten de gebeurtenissen een onvoorziene en beslissende ommekeer in zijn leven. Hij was met een deel van het beroemde gezelschap op tournee in Charkov, toen de stad door generaal Denikin werd ingenomen… Door een brede witte frontlijn werden de artiesten plots onbarmhartig gescheiden van hun geliefde Kunsttheater, hun meester Stanislavski, en de rest van het vaderland. Het lot dreef hen zuidwaarts, naar de Kaukasus. Na beraadslaging ondernamen ze kort daarop een periculeuze tocht naar het onzekere en het hun onbekende Westen, zonder steun, zonder vrienden, zonder geld, maar met een kapitaal aan talent en vertrouwen in de toekomst. Ze hadden een naam hoog te houden. De leden van het Kunsttheater droomden van de oprichting van een emigrantentheater dat hun hoofdhuis waardig  in West-Europa moest vertegenwoordigen. Maar voor wie konden ze  optreden in een taal die bijna niemand in Europa verstond?

Ze vraagden hun kans en slaagden! De Moskouers brachten grote kunst en die verstaan de mensen overal, ook zonder de taal te kennen. Het ensemble vierde zijn eerste triomfen in Wenen waar het twee maanden zonder onderbreking voor uitverkochte zalen optrad. Dit versterkte het geloof van de kunstenaars in het succes in deze onderneming. Ze dwongen prestige en bewondering af in Boedapest, Praag, Parijs, Berlijn, Kopenhagen en Stockholm. De groep hield stand tot 1922. Toen keerden vooraanstaande kunstenaars als Katsjalov, Olga Knipper, (de weduwe van de in 1904 overleden auteur Tsjekov) en enkele andere gevierde toneelspelers voorgoed naar het Kunsttheater in Moskou terug. Katsjalov overleed in zijn vaderland in 1918, Olga in 1956 op zesentachtigjarige leeftijd. Aan beiden werd de eretitel verleend van <Volkskunstenaar van de URSS>, ze waren beiden Stalinprijswinnaars en ze werden tot twee keer toe met de Leninorde (de hoogste onderscheiding in de Sovjetunie) gedecoreerd.

Voor de achtergeblevenen echter brak een harde tijd aan. Maar niet. tegenstaande het verlies van enkele van zijn belangrijkste krachten werkte de groep met onverdroten volharding voort aan de instandhouding in het Westen van een Russisch theater naar de traditie van de grote Stanislavski in Moskou. Ze beleefden een periode van afwisselend slagen en falen. Weer keerden enkele kunstenaars ontmoedigd naar huis terug. Wat er overschoot van het aan armoede grenzende emigrantentheater vond tenslotte een degelijke steun bij de Tsjechische regering. In 1923 werd overgegaan tot die stichting van de Praagse afdeling van het Moskouse Kunsttheater. Sjarov werd aangesteld als directeur en regisseur. Een jaar lang werkte het jonge toneelgezelschap aan de instudering van een nieuw repertoire, waarmee het opnieuw enkele jaren in geheel Europa voor uitverkochte zalen optrad. In 1927 werd Sjarov dan voor zes jaar hoofdregisseur in Düsseldorf en leraar in de toneelkunde aan de school van Louise Dumont.

In 1932 koos hij Rome tot zijn vaste standplaats. Door bemiddeling van graaf Ciano kreeg hij het Italiaanse staatsburgerschap. Hij richtte een academie van toneelspeelkunst op die hem geheel in beslag neemt, wanneer hij niet ergens de regie voert.

Caravan Wersch

1962

Een Stamgenoten website