Anju van Wersch-Marathe

2014

Anju van Wersch-Marathe groeide op in Pune, in de gedachte van universeel broederschap. “Kasten, daar deden we thuis niet aan. Al die barrieres, wat een flauwekul.’

One in 17 million

In de woonkamer van Anju van  Wersch-Marathe (61) staat één  boekenkast met Nederlandse, één met Engelse en één met Marathi  boeken. In de laatste is haar moeder vertegenwoordigd. ‘Haar gedichten waren lesstof op de middelbare school,’ vertelt ze. ‘Terwijl  ze chapati’s stond te rollen, vroeg ik wat bepaalde zinnen betekenden, zodat ik goed voorbereid in de klas kwam. Ik hield van tekenen en schilderen en al hadden we het niet  breed, ik mocht naar de kunstacademie.’ Na het eindexamen kwam ze Hub tegen,  een Nederlander die,voordat hij Che Guevara zou gaan helpen in Bolivia, eerst naar India was gelift. Na een week vroeg hij haar ten huwelijk, een week later zei ze ja, even later woonde ze in Nederland. Samen probeerden ze wereldburger te zijn, vaak buiten de gebaande paden. Zo leefden ze in  een Emmaus-gemeenschap, zochten werk bij Indiase ontwikkelingsprojecten, knapten een oude rijnaak op om in te wonen en kregen drie kinderen. Na verloop van tijd kreeg Anju ruimte om haar oude liefde voor tekenen en schilderen weer op te pakken. Haar atelier in Alphen aan den Rijn hangt vol portretten, van Indiërs en Hollanders. ‘Dit is nu mijn weg. Sinds ik dat weet, sla ik mijn vleugels uit.’

Wat waren je eerste indrukken in Nederland?
‘Het was december, koud en grauw. Vanuit  het vliegtuig zag ik vierkante, kale bossen.  Maar mijn schoonmoeder wachtte me op  met open armen. Het waren de jaren zeventig, de Beatles speelden met Ravi Shankar en de eerste Wereldwinkels verschenen. Veel mensen spraken Engels en men was  nieuwsgierig naar mijn achtergrond. Ik werd bedolven onder de indrukken en had zestien uur slaap per dag nodig om alles te verwerken. Ik had ook heimwee. Naar de geur van jasmijn, de uitbundige kleuren van India, naar dal en pickles en naar mijn familie. Om  de dag schreef jk brieven naar mijn moeder.’

Hoe sta je na veertig 40 jaar in Nederland?
‘Onlangs las ik Het Psalmenoproer van Maarten ’t Hart. Ik hoorde mezelf tegen een vriendin zeggen: “Ik weet weer meer van mijn vaderlandse geschiedenis”. Ik heb hier diep wortel geschoten. Het is verrijkend twee werelden te kennen. Nederland is een fantastisch land. Als actief lid van  Amnesty weet ik hoe belangrijk vrijheid van meningsuiting is; die bestaat hier. We beleven nu een sombere tijd, maar kijk eens naar alle cultuur en wetenschap waar aan je kunt deelnemen.’

Wat zou je hier willen veranderen?
‘Het toenemende wij-zij denken, de vreemdelingenangst. Ik zou minder auto’s op de weg willen. En geen marktwerking in de publieke voorzieningen als zorg en openbaar vervoer.’

Hoe sta je nu tegenover India?
‘Sinds mijn vader en moeder zijn gestorven ga ik er minder vaak heen, maar ik zal altijd verbonden blijven met het land. Negatieve berichten, zoals over die vreselijke verkrachtingszaak, doen pijn. Wat India betreft zou ik  graag meer respect voor vrouwen willen  zien. En een einde aan de corruptie.’

India Nu: Tekst en foto: Hannah Valk, januari 2014

1998

ALPHEN  ‘Een gek kan meer vragen dan…’ is een wekelijks terugkerende rubriek, waAnjuarin een streekgenoot onder de loep wordt genomen. De geïnterviewde mag zelf bepalen wie de week daarop wordt belicht.

Wie is Anju van Wersch-Marathe?
Geboren op 18 december 1951 in India, waar ik gedurende twintig jaar in Poona gewoond heb. Ik heb mijn man Huub leren kennen toen ik net klaar was met mijn opleiding ‘commercial art’ aan de kunst academie. Hij had zijn baan als redacteur bij het Eindhovens Dagblad opgezegd en trok met zijn rugzak de wereld rond. Vanaf het moment dat we elkaar leerden kennen, hadden we een zielscontact. We voerden lange en diepe gesprekken; over oppervlakkige dingen hadden we het nooit. Al na een week vroeg hij of ik het leven met hem wilde delen. Ik zei niet meteen ‘ja’, maar nog geen week later hielp ik hem uit zijn onzekerheid en een maand later waren we getrouwd.

Hoe vonden uw ouders dat?
Bij mijn moeder viel het heel goed. Haar vader was theosoof dus is zij opgegroeid met het idee van ‘universal brotherhood’. Zij vond het allemaal prachtig maar mijn vader wilde zijn dochter niet zomaar meegeven. Hij was aanvankelijk wat huiverig want mijn twee oudere zussen waren al gescheiden. Maar Huub was zo enthousiast, hij kon zo vol energie met mijn vader discussiëren, dat mijn vader het uit eindelijk wel zag zitten. Mijn ouders zijn geweldig. Mijn moeder is in haar taalgebied, dat zo groot is als Frankrijk, een gevierd dichter. Zij zong haar gedichten en liederen zelf en was daardoor heel bekend. Haar werk stond in de tekstboeken op de middelbare school. Ik besefte amper dat ze beroemd was, voor mij was ze gewoon mijn moeder die me thuis af en toe de les las. Ik heb nog steeds een goed contact met haar. Ik heb veel brieven naar huis geschreven in het Merathi, dat is onze taal. Als verrassing heeft mijn moeder mijn brieven in boekvorm laten uitgeven. Dit boek heeft een prijs gewonnen in de categorie ‘unintended literature’. Een tweede boek volgde en is goed ontvangen in India.

Met welk geloof bent u opgegroeid?
Mijn ouders zijn zeer ruimdenkend en gaan er van uit dat er slechts een God is, maar dat alle culturen en volkeren daar hun eigen invulling aan geven. Ik ben met ruime inzichten in het Hindoeïsme opgevoed, met een open geest voor alle wereldreligies. Vandaar dat ook het Nieuwe Testament mij aansprak, met name de gedachte dat spirituele ontwikkeling voor iedereen mogelijk is. Het Nieuwe Testament biedt een leidraad voor een eenvoudige levenswijze, heel basaal, iets wat je kunt nastreven. Dat spreekt mij aan, het is veel eenvoudiger dan de Baghavat Gita. Nog steeds proberen Huub en ik te leven vanuit een religieus gevoel. Je bent geboren om lessen te leren en om God te dienen. De dingen gebeuren, maar je kan zelf kiezen hoe je er mee om gaat. Wat onze kinderen betreft, geven we hen christelijke waarden en oosterse filosofie mee, maar we vinden dat ze zelf moeten uitzoeken welke weg ze hiermee opgaan. Er hangt bij ons een kruis aan de muur en we vieren Kerst en Pasen, maar we zijn geen actief lid van een kerk.

Hoe beviel het u in Nederland?
Na ons huwelijk ben ik met Huub naar Eindhoven gegaan en later naar Best. Ik moest erg wennen aan deze nieuwe wereld, alles was anders. Het verkeer, de afwas, het toilet, en het gebrek aan geuren en kleuren. Dat mis ik nog steeds. Ik heb nooit een taalcursus gedaan, maar ik sprak Engels en pikte het Nederlands vrij snel op. Gewoon door te leven, en door me te laten verbeteren. Ik ben heel gelukkig in Nederland. ‘Er is een enorme politieke vrijheid en de kansen voor ontwikkeling zijn optimaal. Ik heb de Nederlanse en de Indiase cultuur in mijzelf geïntegreerd. Wat ik meegenomen heb is bijvoorbeeld het gemak om open en zonder waarde-oordeel met anderen om te gaan. Ook mijn houding ten opzichte van materiele zaken heb ik uit India meegenomen.

Hoe staat u dan tegenover materiële zaken?
Als tegenover een bloem: nu is hij er, ik geniet er van, en zo dadelijk is hij weg, dan is het ook goed. Ik hecht me er niet aan. Huub ook niet . Op een gegeven moment hebben we zelfs besloten om al onze spullen weg te doen en te gaan zoeken naar een zinvolle manier van leven. Huub zegde zijn baan op, en met niet meer dan een weekendtas vol kleren begonnen we onze zoektocht. Eerst hebben we een jaar door gebracht bij de Emmausbeweging van abbé Pierre, vervolgens hebben we in India een aantal sociale projecten opgezocht om te zien of we ergens wilden blijven. Na een half jaar waren we weer in Nederland en hadden we nog steeds niets gevonden. Huub wilde niet meer terug in de journalistiek en zo komt het dat hij op zijn negenentwintigste nog culturele antropologie is gaan studeren. Geld hadden we niet, dus vroegen we een maximale beurs aan en leende Huub geld van zijn vader. Daarvan kochten we een oude woonboot in Amsterdam. Drukke jaren volgden. Huub studeerde, verbouwde eigenhandig de woonboot, en werd vader van twee zonen en een dochter.

Hoe ziet uw leven er nu uit?
Sinds acht jaar wonen we in Alphen. Huub is werkzaam in de communicatiebranche en ik ben free-lance ontwerper van wenskaarten. Ook ontwerp ik condoleance kaarten, een boeiend maar moeilijk project. Ik heb nooit een baan gehad want ik wilde de kinderen zelf groot brengen, maar Huub zorgde vroeger op zaterdag voor de kinderen om mij de kans te geven mijn tekenen en schilderen verder te ontwikkelen. Ik wil ooit nog eens groot gaan schilderen, in olieverf. En ik zou graag kinderboeken illustreren. Ik wil zo veel, maar neem pas een stap als de tijd rijp is.

Van wie wilt u wat meer weten?
Van Martruus Claessen. Een wijze vrouw die prachtige beelden maakt.

bron: Alphens Nieuwsblad 26 september 1998 

Klik hier voor haar website.
Klik hier voor haar kunst.
Klik hier voor Anju van Wersch-Marate in de Kerkraadse Tak.
 
 
 

Een Stamgenoten website