Limburgs Dagblad, 1980

caral-limb-dgbl-26apr1980Heerlense speelde voor moeder-overste in TV-film
Het boeiende leven<
van Cara van Wersch

Antwerpen – Diegenen die de door de NCRV uitgezonden tv-film „De blijde dag” hebben gezien, of de kijkers die op het BRT scherm deze Vlaams/Nederlandse co-produktie hebben gevolgd, zullen zich zeker nog het spel van de moeder overste van het weeshuis herinneren. Wat men over het algemeen niet zal weten, is dat men in deze rol een volbloed Heerlense aan het werk zag: Cara van Wersch, wier vader een welbekend aannemer van schilderwerken uit de Stationsstraat was, die zijn plaatselijke faam mede te danken had aan de grote feestelijkheden die hij organiseerde. Samen met zijn vriend, de architect Tummers, zette vader van Wersch grote schuttersfeesten in elkaar en was bij die gelegenheden een vlot spreker. Daarnaast was hij ook geruime tijd commandant van de vrijwillige brandweer van Heerlen.

Cara van Wersch, 66, jaar. Een ranke, elegante verschijning. Gekleed in ecru pantalon en dun wollen bruine jumper met vlindermouwen fladdert ze door haar ruime flat in het Antwerpse Berchem. Het is een gezellig, comfortabel onderkomen waarin de actrice slechts weinig meubilair heeft laten staan. Maar toch weer niet zó weinig dat het er onaangenaam toeven zou zijn. De vrije ruimte die zij om zich heen heeft gecreëerd sluit goed aan bij haar levensfilosofie: zij is een overtuigd aanhangster van T’ai Chi Chuan, een Chinese yogavorm, bedoeld om lichaam en geest fit te houden en in vroeger tijden ontworpen door de Taoisten, aanhangers van de natuurfilosofie. Cara van Wersch is een levende reclame voor het T’ai Chi Chuan. Op het moment van kennismaking maakt zij met haar kleine, slanke figuur een broze indruk, maar die wordt even later volslagen teniet gedaan door de ongelooflijke kracht, vitaliteit, humor en intelligentie die heel haar wezen uitstraalt. De ogen van Cara van Wersch zijn die van een jonge, moderne, strijdbare vrouw.
„Ik heb een paar jaar geen interviews gehad”, zo valt ze met de deur in huis. „En nu ineens drie. In de Belgische editie van „Avenue” verschijnt in juni een artikel over mij en dan komt er een groot verhaal in het blad „Anders” dat vooral over het T’ai Chi Chuan gaat, waar ik me zo in verdiep. Maar dat het Limburgs Dagblad nu een gesprek met mij wil hebben vind ik bijzonder leuk”.

Vroeger

Bij Cara van Wersch thuis hadden ze negen kinderen. „Ik heb eigenlijk niet zo lang in Heerlen gewoond”, vertelt ze. „Toen ik zeven was werd er een zusje van me vóór het station overreden. Mijn ouders waren zo bang geworden dat we toen allemaal naar kostschool werden gestuurd. Ik heb er op veel gezeten, want ik was een heel moeilijk kind, dat altijd vol zat met vragen, vooral op geloofsgebied. Ik heb trouwens ook nog drie jaar op de handelsdagschool in de Gasthuisstraat gezeten”.
Cara van Wersch, die het al jong in zich had om iets voor andere mensen te betekenen, ging vervolgens naar een school voor maatschappelijk werk. Haar praktijk wilde ze opdoen in een textielfabriek in Tilburg. „Maar dat werd een afgang”, lacht ze. „Ik had aan niemand gezegd dat ik praktijk deed en men dacht dus dat ik gewoon een van de arbeidsters was. Er gebeurde echter ontzettend veel in die fabriek dat alle rechtvaardigheid tartte en wilde met een stel jongelui actie voeren. Er is toen onmiddellijk naar huis gebeld en ik werd per auto weggehaald. „Het enige wat we met haar kunnen doen is, haar in een niet katholiek milieu brengen”, werd er gezegd, en ik kwam dan ook op een heel chique neutrale school in Brussel terecht waar de laatste hand aan de opvoeding van meisjes van goede familie werd gelegd. Maar na drie jaar ging de school failliet en ik vertrok weer richting Heerlen”.

Cara van Wersch vertelt over haar boeiende, opwindende leven. De ene gebeurtenis na de andere komt in haar herinnering terug. Achteraf zijn het interessante soms sappige verhalen, maar op het moment zelf zal de Heerlense het niet altijd even gemakkelijk hebben gehad. Daar is nu niets meer van te merken. Ze vertelt stralend en met Franse esprit dat ze pianoles kreeg in de houten muziekschool op het „zwarte veldje”, waar nu Heerlens gemeentehuis staat, dat ze meer wilde en dat ze via een nicht, de in Limburg bekende actrice Thea Eyssen, bij de Dramatische Kunstkring terecht kwam. Cara van Wersch wilde nóg verder, maar daarvoor moest ze het ouderlijk gezag trotseren. „Ze zagen het thuis niet graag, dat ik mezelf aan de duivel verkocht”, vertelt ze. „Mijn moeder zei zelfs: „Ik zou nog liever achter je lijkbaar lopen dan je aan het toneel te zien”. Voorlopig kwam daar dan ook niets van terecht. Moeder was overigens wel een lieve vrouw, maar ze waren thuis verschrikkelijk streng.

Stok

Ik mocht nooit ‘s avonds alleen buiten lopen en als ik met Stef Klein was uit geweest stond m’n vader thuis met de stok op me te wachten”. Heel openhartig vervolgt Cara van Wersch: „Weet je ik was thuis niets. Moeilijk, lastig, rare ideeën. Het zusje dat overreden was daar hield mijn moeder veel meer van. Moeder is jong gestorven. Achtenveertig was ze. Misschien van verdriet want ze had veel meegemaakt. Behalve dat zusje is er een kind bij een verhuizing gestorven en in één nacht zijn er nog twee broertjes aan kroep overleden”.
Mooi is de geschiedenis hoe Cara van Wersch aan het Belgische toneel belandde. „Na de dood van mijn moeder wilde ik toch doorzetten”, zo vervolg ze haar levensverhaal. „Ik ben toen eerst naar Eduard Verkade gegaan en moest iets voordragen. “Nou, met die zachte g van u kunt u onmogelijk bij ons theater komen,”gaf deze als reactie. Maar het geval wilde dat de Koninklijke Nederlandse Schouwburg van Antwerpen ieder jaar in het openluchttheater van Valkenburg kwam. Voor een bepaald stuk van Shakespeare wilden ze geen speciale actrice meebrengen en ze schreven dan ook naar Valkenburg of er niet iemand uit de buurt was. Ik heb meteen het boekje gekocht en heb het hele stuk van buiten geleerd. En ik vergeet nooit mijn eerste ontmoeting met Charles Gilhuis van de K.N.S. Ik kwam daar als achttienjarige. Helemaal opgewonden omdat ik echte acteurs zou zien. „O, dat is jammer”, zei Gilhuis meteen. Ik voelde me verschrikkelijk en wilde weer weggaan, maar toen zei hij daarop: „Ik dacht dat ze me de een of andere gewone oudere vrouw zouden geven die toevallig beschikbaar was en we hebben van die rol daarom figuratie gemaakt. „Het was dus een zwijgende rol geworden en dat is-ie gebleven”.

Vrijheid

Het resultaat was dat Cara van Wersch in Antwerpen terecht kwam, beroepsactrice werd en er tal van fraaie rollen heeft gespeeld. Twintig jaar bleef ze vast verbonden aan de Koninklijke Nederlandse Schouwburg, maakte met mensen als Joris Diels en Ida Wasserman dolle avonturen mee, maar wilde uiteindelijk haar vrijheid terug. “Ik was blij dat ik er wegging”, zegt ze. „De laatste directie was me niet goed gezind”.
In al die jaren in het Vlaamse land heeft Cara van Wersch heel veel op de planken gestaan, veel aan hoorspelen meegewerkt en is ze in vijftig à zestig televisiefilms en spelen te zien geweest. Vooral BRT kijkers kennen haar, maar ook in ons land is ze al regelmatig te zien geweest, wanneer er een Vlaamse produktie werd uitgezonden.
Wie zou menen dat haar dagen met al dat acteren gevuld waren, heeft het mis. Ze heeft een vierjarige opleiding tot yoga-lerares gevolgd, maar ze heeft haar leerlingen laten weten dat ze met lesgeven wilde stoppen toen haar belangstelling voor het T’ai Chi Chuan gewekt was. Bovendien heeft ze Russisch gestudeerd en wel in die mate, dat ze beëdigd vertaalster is, vijf jaar een talencursus Russisch op de radio heeft gehad en zes jaar lang avondonderwijs Russisch heeft gegeven. Daar moest ze van hogerhand onlangs mee stoppen omdat ze boven de vijfenzestig was.

Gelukkig

Cara van Wersch is getrouwd geweest met een Franstalige Belgische ingenieur. „Ik voel me nog steeds getrouwd”, zegt ze. „We hadden zo’n ontzaglijk gelukkig huwelijk. In die tijd was ik nog bij de K.N.S. en ik had eigenlijk nooit willen trouwen, maar toen Paul mij vroeg of ik zijn vrouw wilde worden kon ik geen nee zeggen. Ik had zoveel respect voor hem dat ik graag wilde. Ik was toen al tweeenveertig jaar en tien jaar jonger dan mijn man. Maar hij was niet zo gezond en na tien jaar huwelijk overleed hij.
Toen hij nog leefde heb ik altijd gedacht: „Ik kan beter alleen achterblijven”, en dat is ook zo uitgekomen,
Maar ons huwelijk leeft nog altijd voort. Zo voel ik dat. Direct na Pauls dood ben ik heel veel gaan werken. Dat waren ook de jaren dat ik me op Russisch en yoga gooide, dat ik druk bezig was bij de BRT en ook nog af toe films maakte. De complexen die ik uit mijn jeugd had overgehouden kon ik in de yoga kwijt, maar door een toeval ontdekte ik tijdens een congres het T’ai Chi Chuan. Deze andere vorm van meditatie en natuurlijk, geintegreerd bewegen was voor mij een openbaring. Voor mij was dat het ware, omdat yoga tenslotte een bedacht systeem waarin toch spanningen kunnen optreden”.

Cara van Wersch, een vrouw met een rijk leven achter de rug en een rijk leven voor zich. Een vrouw die altijd zal kunnen zeggen: „Ik heb niet voor niets geleefd”.

Bron: Limburgs Dagblad  26 april 1980

Een Stamgenoten website