1964

Krantenbericht uit 1964. Vóór de creatie van “Het Kind van een Ander”.

Cara van Wersch : elkaar beter leren kennen is een noodzaak.  

Zeven a acht jaar geleden verliet mevr. Cara van Wersch de talentvolle actrice, het gezelschap van K.N..S. Nationaal Toneel,  waaraan ze ongeveer twintig jaar verbonden was/ Maar ze bleef steeds trouw aan de toneelwereld en met de K.N/.S. werden een paar seizoen geleden de banden heraangeknoopt, aar dan als verstaalster van Russisch wek: “Een geschiedenis te Irkoetsk” van Alexei Arboezov en nu “Het Kind van een Ander” van Sjkvarkin, waarvan de creatie voor de deur staat. 

Wij vonden dit een gelegenheid om mevr. Cara van Wersch op te zoeken en werden hartelijk ontvangen in haar werkkamer met een heerlijk uitzicht overheen de bomen van het Nachtegalenpark. Een dikke witte poes vergaf de “indringer” de gestoorde rust niet en verdween na een korte beleefdheidsgroet. Overal boeken, schilderijen en prenten en op de werktafel nog meer boeken waaronder -opengeslagen- een paar dikke Russische encyclopedieën  Ja, zei mevr. van Wersch, waarom ik zo graag uit het Russisch vertaal? Dat heeft z’n vele gronden. Het is op letterkundig gebied zulk een rijk land. Wist ge, dat er vroeger méér dan 300 verenigingen van schrijvers bestonden? Bij  het begin van het Sovjet-regime schreven de letterkundigen zeer vrij. Maar dan kwam met de opbouw van het land de <Prolet-Kult> – ge verstaat het zo – eisen dat er zuiver aan proletarische kunst zou gedaan worden, wat natuurlijk een onmogelijkheid is. Daarna kwam de onderafdeling, de <RAP> een einde maken aan al de afzonderlijke groepen en werd er één grote Russische vereniging van letterkundigen opgericht. Zij voerde een nauw afgebakende bepaling door van de rol van auteur, die volledig in dienst van het staatsidee gesteld werd en van het vijf jarenplan. Dat was rond 1932.   

Contact met het Westen

–    De invloed van Stalin?  
 – Ja, dat zegt men thans en het is zeker dat onder zijn bewind de moeilijkheden en de gevaren groeiden. Maar met die politieke kanten laat ik me niet in. Het was een ontzettend moeilijke periode voor de scheppers van kunst, ook voor de schrijvers, Af en toe schreef er toch nog een <burgerlijk>  werk, maar meestal gingen de drama’s zich toch afspelen in de sovchozen, de kolchozen, op de arbeidswerven.  
 – Meent ge, dat er thans een verlichting gekomen is in die toestanden? 
– O ja, zeker. Ge moogte niet vergeten dat na de tweede wereldoorlog in Rusland iets veranderd was. Machtige legers waren voor de eerste keer buiten hun grenzen getreden en hadden contact genomen met het westen. Ze hadden ondervonden, dat de <imperialisten> toch niet die slavendrijvers waren, zoals binnen hun grenzen verteld werd. Trouwens het westen ging de communisten als mensen zien en omgekeerd ook. Nu zitten we nog wel met die akelige muur daar in Berlijn, maar lk hoop uit de grond van mijn hart, dat die ook weer verdwijnt. De mensen moeten elkaar beter leren kennen, dat is een noodzaak. En wij mogen hen die ginds werken zo maar niet veroordelen op basis van onze levensgewoonten. Het publiek voor de letterkundigen en de toneelschrijvers, dat ligt toch in de Sovjet-Unie, hun publiek. En we mogen niet vergeten dat in verband met het enorme werk dat in Rusland verzet is, de bewondering ook authentiek en oprecht kan zijn. Maar waarom willen de mensen overal op onze kleine wereld altijd maar vechten en geweld gebruiken ? De ene denkt zus en de andere zo. Er moet trots dit toch mogelijkheid zijn, om met elkaar te leven ?   

De eerste kiemen

Wanneer begon voor u de ontdekking van de Russische wereld? 
De eerste kiemen voor die voorkeur liggen in mijn kinderjaren. Ik weet helemaal niet meer door welke omstandigheden, maar een Russisch ingenieur woonde in onze buurt en ik speelde veel met z’n vier kinderen. Ik ken nog altijd de aftelrijmpjes, die ze me voorzegden en die ik heerlijk vond klinken: <Odin, dva, tri> een, twee, drie.,. Dan later, amper zestien – allicht veel te vroeg – las ik zeer, zeer veel, en daaronder Dostojevski <De Gebroeders Karamazov>, Tolstoj, Turgenjev.. En steeds bezielde me de lust die boeken in de oorspronkelijke taai te kunnen lezen. Maar wie dacht er toen aan Russisch leren ? Tot ik plotseling van een vriend hoorde, dat hij een cursus volgde. Dat was vlak na de oorlog, En dan kon niets me nog weerhouden.  
 – Ik meen, dat ge zelf ook les gegeven hebt? 
– Dat kwam later, want op zeker ogenblik heb ik een zeer prettige sport bedreven. Ik ging paardrijden, zelfs een beetje aan dressuur doen. Dat nam heel wat tijd in beslag. Toen vroeg me op zekere dag de h. Bert Van Kerkhoven, de huidige directeur van K.N.S. of ik niet voor de radio wou samenwerken met prof. Hugo Benoit, een buitengewoon kenner van de Slavische talen: Gentse Universiteit, een jaar in Rusland en later nog verschillende seminaries aldaar. Toen ik vernam, dat duizenden en duizenden inschrijvingen toestroomden, heb ik dat werk met vreugde gedaan.  
 –Zijt gij dan met de vertalingen begonnen? 
– Ja, maar ik wou u toch even zeggen, dat die leergangen een noodzakelijkheid zijn, Tot voor betrekkelijk korte tijd werd het Russisch altijd in het Frans onderwezen. Er kwamen stilaan leergangen aan de universiteiten waar men het aggregaat kan behalen na vier jaar. Maar dan moesten er ook lessen kunnen gegeven worden aan de middelbare scholen. Dat kan nu in een atheneum te Schaarbeek, in een lyceum te Brussel, er is een school voor tolken en vertalers te Brussel; er is een goede hogere school te Mons en sedert 1961 hebben we te Antwerpen aan de Rijkshandelshogeschool ook een afdeling voor tolken en vertalers. Rusland is stellig heel interessant op kunstgebied, maar ook wat op handelsbetrekkingen betreft. Dan is het toch best, dat onze eigen mensen het Russisch kunnen leren langs het Vlaams om. 
– Inderdaad en daarom zijn uw vertalingen in het Nederlands dan ook een levendig bewijs van het nut van deze kennis. Hoe is uw keuze gevallen op Sjkvarkin?   

De oude gevoelens

– Wel <Irkeotsk> behoorde tot de specifiek <gerichte> dramaturgie. Sjkvarkin is gans anders. Hij werd in 1893 geboren en maakte de bewogen Jaren, als jongeman mee, In 1924 kwam hij als eerste uit een wedstrijd met een historisch drama <Het donkere Rijk>. Sedertdien heeft hij zeventien stukken voor het Sovjettheater geschreven, de meeste in komedievorm . Steeds heeft hij in zijn werken de spot gedreven, niet alleen met de tegenstanders van het regime, maar ook met vele facetten ven de officiële wereld, Zo werd het thema van een zijner komedies hem ingegeven door het nijpende tekort aan woonruimte en door de misbruiken van sommige leiders, die voor zichzelf wel een behoorlijke woning wisten te veroveren. Een andere keer hekelde hij fel de omkoperij en het gebruik ven steekgelden, maar tegelijkertijd kloeg hij de onbarmhartigheid van sommige Sovjet-bureaucraten aan.  – 
– En ln <Het Kind van een Ander?>    
– Dat is weer wat anders: De vorige stukken verloren grotendeels hun aantrekkingskracht omdat ze al te gebonden waren aan het ogenblik. Maar <Het Kind van een Ander>  geniet nog altijd dezelfde bijval, ook al dateert het van 1933. Tsjechov heeft eens criteria opgesteld voor een blijspel en daaraan heeft Sjkvarkin zlch gehouden, wat verwikkeling, karakters van de personages, bestendige actie betreft. Bovendien heeft hij aangetoond, dat de deugden van uit het vroegere Rusland, die dreigden teloor te gaan in de eerste vernieuwingen van de revolutie. nog altijd bestaan en niet alleen voor de  ouderen, maar vooral voor de jeugd: trouw, huwelijk, familie, b.v. en de vastheid van de gevoelens! In zijn stuk is het een jonge actrice, die de rol moet spelen van een bedrogen meisje dat een kind verwacht. Wanneer een vriendin haar hoort herhalen, meent ze dat alles werkelijkheid is, En de actrice laat begaan, om in het echte leven mee te maken, wat haar heldin op de planken zou moeten beleven. Zo krijgen we dan de reactie van de ouders, vav de vrienden, van drie mannen die om haar hand dingen. Het is prettig geschreven en ik ben er van overtuigd ,dat regisseur Ben Rooyaards het ook prettig zal voortbrengen. 
– Wie vertolken de voornaamste rollen? 
– Daar zijn Ketty Van de Poel, Els Cornelissen, Julienne De Bruyn, Wie Andersen, Willy Vandermeulen, Ge ziet dat belooft. 

Andere vertalingen

–   Hebt ge nog andere werken  uit het Russisch vertaald ? 
–  Zeker, een paar eenakters van TsJechov <De inbreker>, dat  door de radio werd opgevoerd.  Dan is er <Nachtasiel> Maxim Gorki,
 –  O ja, dat is ook in uw bewerking in K.N.S. gekomen. Dat  was ik bijna vergeten.
–  Verder <De prille Vliet>  van Turgenjev, Voor het derde programma van de radio heb ik nu  een nieuwe bewerking gemaakt  van <Een Geschiedenis van Irkoetsk> maar met de nadruk volledig op de liefde en de vriendschap. Het wordt volgend seizoen uitgezonden. En dan zijn er de  talrijke interviews voor de T.V.  Laat eens kijken: met het poppengenie Obrastov, met David Oistrakh, met Gsorskl, een balletmeester.  

– En het toneel zelf, mevrouw, want telkens als uw naam weer opklinkt in de toneelmiddens denkt men terug aan Hedda Gabler, aan de mooie figuur uit < Het Uur der Verrukking> en aan….
 – Ja, ja, dat is heel prettig om horen. Ik heb helemaal het theater niet afgezworen, hoor. O, het zou mij een straf zijn, moest ik niet meer <mogen> spelen, Alleen zijn de omstandigheden gewijzigd. Vast aan een gezelschap zal ik niet meer weerkeren. Maar lk doe nog heel wat werk in verband met het toneel, ja het toneel zelf. Zo pas nog maar heb lk de grote rol gespeeld in een opera van Menotti op het thema van <Amal> van Rabindranath Tagore. Voor T.V. is dát een moeilijke opgave! De eerste tijd heeft men zoveel te denken aan het mlmeren van de zang, dat men er haast het acteren bij vergeet. En dat doet me er meteen aan denken, dat ik het zo fel betreur, dat het St Lievenskoor van Jan Hellings door zijn verplaatsing naar Brussel dreigt te verdwijnen. Wat zongen die kinderen mooi! Ik heb de jongen, die Amal speelde van dichtbij leren kennen en ik heb verschillende platen van het koor. Prachtig, het zou zonder zijn moest dat verdwijnen.

– En ge vergeet nog uw medewerking aan het Nederlands Kamertoneel en uw stralende mevr. Higgens uit <My fair Lady>.
Nee, die vergeet ik helemaal niet. Ziehier een fantasieprogramma van <My fair Lady> dat we voor elkaar hadden gemaakt.
-En mevr. Van Wersch toonde me een brochure, waarin elk van de foto’s der deelnemers versierd was met een opgeplakt plaatje uit een of ander tijdschrift, waardoor de gekste combinaties ontstonden: zijzelf zo weggelopen van een affiche van Toulouse Lautrec, en Ben Rooyaards als kleine jongen! Daarna ging ze verder:
– Ik heb bij de T.V. heel druk werk met de jeugdafdeling en met de dramatische sectie, zodat met mijn vertaalwerk mijn dagen goed gevuld zijn. Een tweetal jaren geleden trad ik nog op in de Kon. Vlaamse Schouwburg naast Gella Allaert. En moesten de directeurs van K.N.S. Antwerpen of K.V.A. Brussel ooit beroep doen op mij, dan zou ik dat graag nog eens meedoen!

Men ziet aan het schitteren van de grote ogen, hoe het heilig vuur van het theater in deze artieste brandend gebleven is. En op deze <geloofsbelijdenis> waarvan de vervulling genoegen zou bezorgen aan het publiek als aan mevr. Cara van Wersch zelf, namen we afscheid.

Willy de Schutter.

Een Stamgenoten website