In 1867 overleed Marie Elisabeth van Wersch, zuster Thérèse, 16 jaar oud, in het klooster van de Ursulinen in Breust / Eijsden aan tbc.
De vader van Maria Elisabeth, Johannes Josephus Van Wersch, was koster, raadslid / wethouder en herbergier in Simpelveld. Het gezin Van Wersch-Lumeij met hun kinderen woonde aan de kerk (Pastoriestraat 3, Simpelveld) samen met enkele van zijn broers, naast knechten en meiden. Er woonde op een gegeven moment twintig man in het huis. Maria, geboren in 1849, ging op 16 jarige leeftijd naar het klooster in Breust, tegenwoordig een wijk van Eijsden. Haar oudste broer wilde priester worden en haar tweede broer zat op het seminarie in Kerkrade. Als novice droeg zij een habijt. Het noviciaat is in een klooster een proeftijd om na te gaan of het verlangen om in te treden er daadwerkelijk is. Zij heeft echter nooit haar noviciaat af kunnen maken, want na anderhalf jaar, op 17 jarige leeftijd, overleed zij hier aan tbc.
Een geschiedschrijfster van het klooster schreef in het Frans (hier vertaald):
Zuster Marie Thérèse Elisa van Wersch
Zij zag het licht in Simpelveld in 1847 en ging erg jong naar ons pensionaat. Vrolijk en dienstbaar was zij geliefd bij haar metgezellen van het pensionaat waar zij een voorbeeld was en zich oefende in liefdevolle eerbied. Waar mogelijk liet zij het niet na een bemoedigend woord te uiten aan haar vriendinnen in de stiltetijd. Ondanks de leeftijd van 16 jaar, vroeg zij toestemming voor het noviciaat en met toestemming van haar vrome ouders begon zij haar religieuze arbeid op 10 oktober 1863. Zuster Thérèse was voor de gemeenschap een bron van grote belofte die niet werd uitgesproken.. Geslagen door longontsteking betaalde zij de tol aan de dood. De tuberculose sloeg zeer snel toe en bracht zuster Thérèse aan haar eind. Ach, hoe welkom was het geweest als zij over God had gesproken, over de heiligen als het geloof. Maar haar proefjaar werd niet vol gemaakt. Zij zou echter dispensatie krijgen. Haar superieuren richtten zich tot monseigneur Paredis, bisschop van Roermond. De dispensatie kwam echter te laat want op 15 april 1865, keerde de lieve ziel van de kleine zuster, zo puur en zo hevig, terug naar God.
Sterfdag Mère M. Thérèse van Wersch.
Een andere zuster schreef tientallen jaren later:
Mère Thérèse werd geboren te Simpelveld op 28 Juli 1847. Zij stierf voordat zij hare H. Geloften kon afleggen op 15 april 1865.
Op 16 jarige leeftijd trad zij in ’t klooster. Haar Overste verwachtte veel voor de toekomst van de jonge begaafde religieuze. God beschikte het anders. Mère Thérèse werd door de tuberculose aangetast. De ziekte maakte spoedig grote vorderingen zodat Mère Thérèse weldra haar einde zag naderen. Hoe gaarne had zij hare H. Geloften afgelegd op haar ziekbed om zich geheel aan God te wijden.
Hiervoor was de toestemming van Monseigneur Paredis nodig, daar haar noviciaatstijd nog niet verstreken was. Het verlof kwam helaas te laat; de kleine novice was reeds overleden, toen het verlof aankwam.
Mère Thérèse was een reine, ijverige ziel. Zij stierf betreurd door alles.
15 April 1865 (dit moet 15 april 1867 zijn).
Dat zij ruste in vrede.
Marie Thërèse werd op het kerkhof van Breust bij de Sint Martinuskerk begraven. Moeder Overste, zuster Hélène Marzorati (1841-1912), diende in 1878 een verzoek in om een eigen kerkhof te openen op een besloten plek op het terrein van het klooster. Die toestemming kwam er en de grond werd door pastoor Van Oppen plechtig ingewijd. Inmiddels lagen er op het publieke kerkhof zes zusters.
De resten dergenen die een laatste rustplaats gevonden hadden op ’t publieke kerkhof van het dorp werden nu plechtig overgebracht naar ons eigen kerkhof waar – wij naar wij hopen – ook eens met haar de grote dag des Opstanding zullen afwachten!
Pastoor H.A.L. van Oppen werd in 1825 geboren. Na verschillende parochies werd hij in 1886 tot deken van Gulpen benoemd. Hij overleed in 1901 en werd op het kerkhof van de zusters begraven.

Klik hier voor Marie Elisabeth van Wersch in de Simpelveldse Tak.