Zuster Martha en Petrus Jozef Savelberg

In 1928 verscheen in Heerlen een boekje over mgr. Petrus Joseph Savelberg (1827-1907), stichter van de Congregaties der Kleine Broeders en Zusters van de H. Joseph. Klein omdat dat op de eenvoud duidde. Hierin werd ook zuster Martha genoemd. Toen Savelberg nog kapelaan was, woonde hij in Heerlen bij mejuffrouw Lintjens, wier huis tegenover den toren der parochiekerk lag. Zij heette Maria Mechtilde Stephanie Hubertine Lintjens. Nooit getrouwd stierf zij in 1891 in haare wooning op het kerkhof (het kerkplein in Heerlen aan de westzijde van de toren van de St. Pancratiuskerk. Deze woning is allang afgebroken).

savelbergZij was in haar laatste jaren rentenierster, met andere woorden: zij was gepensioneerd. Via haar vader had zij een rijk erfdeel waarvan zij onder andere dit huis gekocht had.
Zij zal waarschijnlijk op leeftijd geweest zijn, omdat kapelaan Savelberg haar huis verkoos om te verblijven. Vanuit dit huis begon Savelberg met zijn goede daden. In 1867 begon hij in de Gasthuisstraat in Heerlen met de verpleging van de armen en behoeftigen. Hij noemde het zelf: eene instelling van weldadigheid onder den naam van armenverpleging, ten doel hebbende het verplegen van hulpbehoevende oude mannen en vrouwen, alsmede die van arme weezen. Enkele jaren later waren er al veertien oude mannen in verpleging in twee kleine huisjes. Een deel van het huis werd als “klooster” gebruikt, waarvoor onder andere mejuffrouw Lintjens voor de altaarkleden zorgde.

In 1871 sloot zich een nieuwe zuster bij hen aan: Petronella van Wersch, geboren in Aken op 16 september 1832. (Heerlense Tak blz. 352, XIX,5). Twintig jaar daarvoor was zij dienstmeid geweest bij het protestantse gezin van Frederik Carel Stork uit Oldenzaal. Hij was ontvanger der Registratie, diens vrouw Anna Müller en hun twee kinderen (1850 en 1852).

Petronella ontving in 1872 bij haar inkleding de naam zuster Martha en was 39 jaar oud. Savelberg had nu zeven vrouwen rondom hem verzameld die hij het gezegende zevental noemde. In huis droegen zij een donker kleed met een mutsje en in de kerk een lange donkere mantel met zwarte kap voor de winter en een tulen muts voor in de zomer.

petrus joseph savelberg
Petrus Joseph Savelberg

In 1872 overleed overste zuster Alexia (Mina Sijstermans), lid vanaf het eerste uur. Hij wilde zuster Martha als opvolgster aanwijzen helaas, deze was bijna het tegenovergestelde van de goede Zuster Alexia. Wat de Stichter opbouwde, zocht zij heimelijk omver te werpen. Het werden moeilijke, zware tijden voor de Congregatie! En toen later de Stichter genoodzaakt was eene vergadering aan te brengen, kon zij het niet meer uithouden en na ongeveer anderhalf jaar verliet zij ons.

De groei van het klooster was sterk, ook de vraag naar opvang van de wezen. De pastoor van Schaesberg vroeg eind 1873 of hij hier in Schaesberg een dependance wilde oprichten voor de wezen. Savelberg stuurde zuster Martha en zuster Clara naar Schaesberg. Of, zoals in het boekje Levensschets van den Hoogeerwaarden Heer Mgr. Petrus Joseph Savelberg uit 1909 op bladzijde 77 staat dat tegen de zusters storm was ontstaan. Het huis dat zij in Schaesberg zouden betrekken was de kosterswoning, eigendom van de kerk.  De koster woonde er nog in en verzette zich tegen de komst van de zusters in zijn huis. Hij kreeg een deel van de bevolking mee in zijn verzet. Heel aardig was de ontvangst der eerste Zusters te Schaesberg. Zr. Martha ging met Zr. Clara het huis bezien. Zij werden met steenen nageworpen en iemand uit de buurt riep: Jongens, laat de honden los. De meeste dorpsbewoners hielden het namelijk voor een groot onrecht, dat de koster het huis, waar hij herberg hield, en waar bij sommige gelegenheden goed toegespreken werd, verlaten moest.

Zuster Martha trad in mei 1874, na drie jaar gewerkt te hebben, uit. In het boekje: Levensschets van den Hoogeerwaarden Heer Mgr. Petrus Joseph Savelberg staat op bladzijde 75: Het was eene verkwikking voor zijn hart, dat eene versterking noodig had te midden der onaangenaamheden, welke hem het gedrag der tweede Overste, Zuster Martha, bereidde. Hij zag zich zelfs gedwongen met goedkeuring des Bisschops, haar van haar ambt te ontzetten, hetgeen den 3den December 1873, den 1e Zondag in den Advent, plaats had. De toenmalige bisschop Paredis verleende haar toestemming van hare tijdelijke gelofte van armoede en gehoorzaamheid zoodat zij het gesticht kan verlaten om in de wereld hare belofte altijd eenigszins indachtig te leven en hare dagen te slijten.

Petronella was toen pas 42 jaar. Na haar vertrek ging zij naar Keulen, ook naar een klooster in de Streitzeuggasse 10a, waar wij op 17 februari 1891 overleed, De aangifte van overlijden werd door Kloster geistliche Maria Gotthard gedaan. Zij werd 58 jaar.

De organisatie is doorgegaan. Voor de Kleine Zusters werd in 1985 in Rolduc een standbeeld opgericht van ‘de onbekende zuster’, als huldeblijk voor alle Kleine Zusters die daar vanaf 1897 het huishouden en de verzorging voor hun rekening hadden genomen. En in 1997 heeft de congregatie van de Kleine Zusters van de H. Joseph uit Heerlen in het teken gestaan van het 125-jarig bestaan. En Petrus Joseph Savelberg? In Rome ligt een aanvraag voor zijn zaligverklaring.

Over deze orde verscheen bij het 140-jarig bestaan in 2013 bij uitgeverij Verloren in Hilversum een dik boek geschreven door Gabrielle Dorren met de titel Met de minsten der mijnen.

Klik hier voor Petronella van Weersch in de Heerlense Tak.

Een Stamgenoten website