Ted van Wersch’s reisdagboek 1953

In juli 1953 vertrok Theo van Wersch (Simpelveldse Tak) naar Canada waar hij Ted van Wersch zou worden. Gelukkig voor ons hield hij van zijn reis een dagboek bij. Dank zij zijn neef Fred Alberts, staat hieronder zijn dagboek van zijn dagen aan boord van SS De Waterman en erna.
De SS. Waterman was in1944 in Amerika gebouwd om legertroepen te transporteren. In 1947 kocht de Nederlandse regering het schip om troepen naar Indië te brengen. In 1951 kwam het schip te varen onder de vlag van de Holland Amerika Lijn. Uiteindelijk werd het schip in 1963 aan Griekenland verkocht en in 1970 gesloopt. (bron: http://www.arendnet.com/waterman.htm). De reis naar Canada duurde in dit geval acht dagen.

dagboek-ted
Eerste pagina uit het destijds overgetypte dagboek:

WatermanVertrek uit Rotterdam met het “ss Waterman”,  24 Juli 1953.

Vrijdag 24 Juli 1953
Toen ik omstreeks 5 uur n.m. vertrok uit Rotterdam en nog de laatste puntjes van mijn familie op de kade zag, ging de bel voor het diner, dus toen moesten we gaan eten. In die tussentijd waren we Hoek van Holland voorbij gestoomd en zodoende kon ik van het laatste stukje land niets meer zien.
Om ongeveer een uur of zeven zag ik de “Sebajak” voorbij stomen. Het was echt interessant, de mensen stonden te zwaaien dat het je echt goed deed. Ben verder wat gaan rondlopen overal op het schip. Verder geen bijzonderheden. Die dag ben ik om half elf gaan slapen. De klok werd een uur achteruitgezet.

Zaterdag 25 Juli.1953
Hedenmorgen om half vijf uit bed. Ben die dag wat op bed gaan zitten. De zee is nog tamelijk kalm.
Om zes uur ben ik naar de H. Mis geweest. 7.15 uur ontbijt. Die dag weinig of niks uitgevoerd, alleen wat in de boeken gelezen die ik van Nic en Bep (red: zijn oudste broer en diens vrouw) heb gekregen. Om kwart voor twaalf begon weer mijn diner. Ik was bij de eerste zitting. Er waren in het geheel drie zittingen of beter gezegd vier: de kinderzitting, de eerste en de tweede en de derde zitting. Na het eten ben ik wat gaan rusten tot 4 uur. Daarna wat op dek gezeten. Om kwart voor zes geluncht. Ben wat op dek wezen wandelen. De zee werd wat woeliger. Er kwam een flinke bries opzetten. In de verte zag ik de Ierse kust. Het werd tamelijk koud. Om elf uur ben ik gaan slapen. De klok werd weer een uur achteruitgezet.

Zondag 26 Juli.1953
Weer vroeg uit bed. 6 uur H. Mis. Ben met de kapelaan op het dek gaan zitten; een sigaret gerookt. Weer eten. Het was een flinke wind. De boot deinde hevig.
85 % van de passagiers was zeeziek. Er moesten veel mensen van tafel opstaan. Heb zelf nog nergens last van. Om 10 uur was een Hoogmis. Ze hadden mij gevraagd of ik mee wou zingen, want de Limburgers hadden in het algemeen een goeie stem. Zodoende heb ik dat dan maar aangenomen. Jammer genoeg werd het een mislukking daar er veel mensen zeeziek werden. Na de Hoogmis weinig of niets uitgevoerd daar alles op bed lag. Wat vind ik het nu saai.
’s Avonds kennis gemaakt met een Zeeuwse familie; die gaan ook naar Brits Columbia: man, vrouw en zoontje. De man werkt ook in de fruitteelt. Wij hopen maar, dat we bij elkaar in de buurt komen, dan kunnen we elkaar eens opzoeken. Hebben wat met elkaar gejokerd, waarna ik me wat koortsig begon te voelen, want de pok begon aardig te steken. Daarom kroop ik maar in bed. Maar het was toch al bijna twaalf uur middernacht. De klok werd weer een uur achteruitgezet.

Maandag 27 Juli.1953
Stond vanmiddag om 11.30 uur op. Ik voelde me weer kiplekker. Ben toen gaan eten. Ik zag maar een paar mensen meer in de eetzaal. De rest lag nog in bed. Zeker allemaal zeeziek.Heb me die dag gruwelijk verveeld want het was slecht weer en je zag maar weinig mensen, wel boven aan dek, want daar kon je geen stoel krijgen, daar er allemaal mensen inlagen met een zakje voor zeeziekte. Het was bijna niet om aan te zien, zo slecht zagen ze er allemaal uit. Zelfs nog mensen zoals zeelui en hutboys waren erbij en dat wil wat zeggen. Wel zag ik die dag een paar scholen vissen n.l. dolfijnen. Het was een mooi gezicht om te zien. De klok werd die dag 40 minuten achteruitgezet.

Dinsdag 28 Juli. 1953
Was vandaag weer vroeg op. Er was dan iedere morgen om zes uur een H. Mis waar ik dan weer naar toe ben geweest en waar ik dan ook iedere dag naar toe zal gaan. Vandaag een blijde gebeurtenis aan boord n.l. een kindje geboren. Wel veel te vroeg maar door de emotie en het schommelen van de boot kon zoiets wel gebeuren. Moeder en zoon maken het overigens best. Wel is de moeder wat verzwakt. De kapitein is zo gek, net of het zijn eigen kind is. Hij wil dan ook dat het nog op de boot gedoopt wordt en dat zal dan Donderdagavond om negen uur zijn. Bij de Protestanten is het wel gebruikelijk dat ze wachten tot de moeder op is, maar voor deze keer wordt dan eens een uitzondering gemaakt. Vandaag heb ik dan ook Limburgers ontmoet n.l. van Waubach en Chèvremont en Heerlen, waar ik dan ook in goed plat mee heb kunnen praten. Overigens waren er niet veel Limburgers op de boot. Wel hoorde ik van hen dat er nog een familie uit Brunssum was en een stel van Venlo, Maastricht en Weert. Dat waren ze dan ook. Verder zaten op de boot Duitsers, Polen, Oostenrijkers, Russen, Italianen, Belgen, één Amerikaan en Canadezen. Verder geen bijzonderheden alsdan dat vanavond om 8 uur rozenkrans wordt gehouden en daar maak ik dan ook dankbaar gebruik van. De klok werd weer 40 minuten achteruitgezet.

Woensdag 29 Juli 1953.
Vandaag heb ik me dan eens goed geamuseerd. ’s Morgens de hele morgen hebben we met anderen van allerhande spelen gedaan, o.a. bokspringen, touwtje springen en kettinglopen enz. Om elf uur kregen we warme cacao. Dit kregen we dan iedere morgen en om 4 uur kregen we dan thee met een koekje. ‘s-Middags goed gegeten, waarna we wat zijn gaan kaarten tot 4 uur waarna ik wat ben gaan rommelen in mijn koffers. Toen weer gegeten en daarna naar de bar geweest tot 8 uur, toen rozenkrans en daarna met de kapelaan weer tot 10 uur in de bar gezeten en gedronken. Om tien uur ging de kapelaan slapen waarna ik bij een paar kennissen ging zitten totdat het ongeveer half drie in de nacht was, dus tijd om te gaan slapen. De klok werd 40 minuten achteruitgezet.

Donderdag 30 Juli 1953.
Vandaag waren weer alle mensen gezond; wel zag je hier en daar nog iemand die bleek om zijn neus zag. Naast mij aan tafel zat een dame met haar man. De man zag er nog slecht uit. Zij vroeg: “U bent zeker nog niet ziek geweest?”. Ik zei dan ook: “Nee gelukkig niet”. Nou zij was dan ook maar een dag ziek geweest, maar haar man was van ’s Zaterdags tot Woensdagmorgen niet meer uit bed geweest. Het eten op de boot was goed en stevig, alleen was er geen variatie of dan weinig en we kregen geen verse groenten wat ik wel jammer vond. Wel kregen we na de lunch ’s avonds vers fruit. Die dag moesten we formulieren invullen, zoals de halifaxinhoudswaarde van de koffers en dan moesten we die in dollars schatten. Toen ik dat gedaan had, konden we dan alles zo ver klaar maken, want we zouden de volgende dag in Halifax aankomen. (noot red: Halifax ligt op Nova Scotia, een schiereiland voor de kust van Canada). Daar ik zo ver alles klaar had, ben ik maar wat in de salon gaan zitten en heb ik wat met die Zeeuwen zitten kaarten. Ook was er altijd een vrouw met twee kinderen en die was al drie jaar in Canada. Ze kwam net met vakantie van Holland terug. Die vrouw had dan ook mooie foto’s over Canada, die moest je dan kijken met zo’n fotokijker, zoals Mevr van Johan Blijlevens die heeft van Lourdes. Die avond werd dan een afscheidsdiner gegeven en dat was uitstekend. Ik kreeg twee flinke botten van een konijn en nog zo wat van alles, maar dat was dan ook overheerlijk. Ik zal dan ook maar de menukaart hierbij sluiten, dan kunnen jullie het zelf zien, wat we hebben gesmuld die avond. Daarna was nog een bonte avond georganiseerd door de passagiers met medewerking van het personeel van de boot. We zijn er eens gaan kijken maar we konden geen plaats krijgen en ik vond het ook te stijf. Daarom zijn we maar weer naar beneden in onze salon gaan zitten en hebben daar een beetje gefuifd. We hadden het ons daar dan ook erg gezellig gemaakt. U moet weten, we hadden die salon zo’n beetje voor onszelf. Hij lag vlak tegenover mijn hut en dat was vooraan in de kop van de boot. We zaten daar dan met een man of tien twaalf n.l. die Zeeuwen en die vrouw van Canada, een jong stel en nog een paar mensen en ik dan. Om half twaalf zijn we dan gaan slapen, wel moest ik dan nog in bad en dat heb ik dan ook maar gedaan. De klok werd weer 40 minuten achteruitgezet. Dat was dan in het geheel nu 6 uur verschil met de tijd in Holland.

s.s. “Waterman”
Menu.
A F S C H E I D S / D I N E R.
=============================

Gebonden aspergesoep
Gestoofd konijn
Doperwten
Kwetsen Compote
Aardappel Puree
Mokka Gebak
Fruit
 Koffie.

Donderdag          30 Juli 1953

Vrijdag 31 Juli.
Vandaag is dan het grote ogenblik aangebroken. Ik heb dan ook de laatste H. Mis op de boot bijgewoond. Daarna gaan eten. Toen moesten we allemaal onze koffers naar het bovendek brengen, want die werden van daaruit gelost. In de verte zagen we dan ons nieuw vaderland. Om kwart voor twaalf gebruikte ik dan het laatste diner van deze reis, waarna ik dan de hele tijd aan de reling heb gestaan want we kwamen al dichter en dichter bij land. Eindelijk brak dan het grote ogenblik aan, nog ongeveer een half uur en we waren dan aan land. Eerst kwam er een loods aan boord die ons dan de haven inloodste. Het was feitelijk een baai en geen haven want ze is gewoon door de natuur geschapen. We moesten eerst nog eten, tenminste die mensen, die het laatst van boord gingen.
En toen ging de boot dan eindelijk voor anker. We moesten naar boven om al onze papieren te laten controleren en nog het spoorkaartje in ontvangst te nemen. Toen werden we dan ontscheept. Het was ongeveer 6 uur n.m. Eerst kwamen we in een grote loods. Daar werden we nog eens gecontroleerd, de pas doorgekeken, pokkenbriefje en nog een paar formulieren. Daarna moesten we naar de douane en toen dat gebeurd was, konden we ons spoorkaartje gaan laten knippen en inkopen doen voor de treinreis, want daar moesten we zelf voor zorgen. Kocht men iets in de trein, dan was dat veel te duur. Om 11 uur waren we dan met alles klaar, koffers gecontroleerd, pas en andere papieren in orde en zo moesten we wachten tot twee uur in de nacht, want dan zou de trein eindelijk vertrekken. Toen we dan in Halifax moesten wachten, heb ik nog voor een paar Polen tolk moeten spelen want die kenden niets van Engels, wel spraken ze goed Duits en zodoende kon ik hen dan helpen.
Ze vroegen aan hen wat ze in de koffers en kisten hadden. Maar ze wisten niet hoe ze dat moesten zeggen. Ik vertaalde het dan van het Duits in het Engels zo goed mogelijk als het ging en toen kreeg ik het dan zo ver, dat ze nog geen koffer of kist hoefden open te maken, terwijl de meesten alles moesten uitpakken, ikzelf trouwens ook.
Er waren nog verschillende mensen die ik zo heb geholpen en die zich niet konden helpen met Engels en die hoefden ook geen koffers of kisten open te maken. Dus zo kunt U zien, zo hielp ik andere mensen en die geloofden ze en ikzelf moest mijn kist uitpakken; mijn koffer had ik al weggehaald, dus daarin hebben ze niet gekeken. Intussen was het 1 uur middernacht en was de boot alweer retour naar Holland. (noot red: 25 augustus 1953 voer de Waterman naar Australié)

creslist-watermande bemanning van de SS. Waterman juli 1953,
totaal 100 man.

 Eerste treinreis door Canada.

Halifax Zaterdagmorgen 2 uur, 1 Aug. 1953.
Eindelijk toen ik mij goed en wel in de trein geïnstalleerd had, vertrokken we dan om twee uur. We hadden trein B kolonistenklaswagen 72. Haar daar die Zeeuwen ook met die trein gingen, ben ik en nog een Zeeuwse jongen in wagen 70 ons gaan installeren bij die Zeeuwse familie. We hadden dan een apart compartiment in die wagon en zodoende hadden we van geen andere last. Wel zat er nog een juffrouw uit den Haag, die reisde alleen naar Montreal. Het was dan onderhand zowat 3 uur, toen we dan eindelijk gingen slapen. Om een uur of vijf ’s morgens schrok ik wakker, ik denk, waar ben je dan nou en toen viel me in dat we in Canada waren en dat ik in de trein zat.
We waren al dwars door Nova Scotia, een groot eiland, waar we dan niets van hadden gezien. Een uur of zeven later stopten we dan in Moncton in New Brunswick. Daar konden we ons dan 10 min. de benen strekken, waar we dan ook dankbaar gebruik van maakten.
Wat we daar zagen waren niets anders dan houten huizen met geen verf. Het zag er armoedig en afgebrand uit. Dus we kregen geen mooie indruk van Canada.

Eerst wil ik jullie nog schrijven hoe we in de trein zaten enz.
Ons compartiment zag er als volgt uit:
4 zitbanken. Een zitbank had plaats voor 2 personen. Op de achterste twee zaten vader, moeder en zoon en op de voorste twee die juffrouw uit den Haag, die Zeeuwse jongen (Wim heet die) en ik.
Ik heb dan n.l. twee nachten bij een of beter naast een vreemde juffrouw geslapen n.l. eerst Wim, dan die juffrouw en dan ik. De banken waren bekleed met leer, maar men kon die niet afklappen. Daarom hebben we de koffers ertussen gezet en hebben ons dan zo een soort bed gemaakt en dat ging tamelijk goed.
Omstreeks een uur of half acht hebben we toen ontbeten n.l. brood met boter en vlees en kaas, in plaats van koffie dronken we dan busjes melk. Verder hadden we nog een wasbak en een WC. Wel zag de trein er smerig uit. Toen zijn we maar direct na het eten gaan stoffen en de vloer vegen. De vensterbanken zagen er uit of er kolen hadden gelegen, zo smerig. Toen we dan alles hadden schoongemaakt en opgeruimd gingen we zitten kijken. We kwamen langs enkele nederzettingen, die zagen er erg armoedig uit. We zelden tegen elkaar, als het straks ook zo uitziet op de plaats van bestemming, nou dan weten wij het wel, dan moeten we echt pionieren. We kwamen wel door een prachtige streek wat de natuur betrof, want je zag mooie bossen met rotsachtige bergen, kloven en dalen. U moet zich nu niet voorstellen dat de rails over aangelegde baanvakken lopen, zoals in Holland. De spoorbanen hier lopen dan op plaatsen over de weg gewoon midden door dorpen en steden zonder afrastering. Verder door land en prairie, rotsachtige bergen, over smalle rotsrichels en dwars door de bergen n.l. gewoon tunnels uitgehouwen in de rotsen die dan op plaatsen zo’n mijl lang waren en nog langer.

Het was dan ook een fantastisch gezicht en iets om nooit te vergeten. Slagbomen bij overwegen zie je hier niet, want je ziet alleen maar borden met “Railways-crossing”. Dat betekent: Kijken als een trein nadert. Letterlijk is het: Spoorwegkruising.
Nu zal ik maar doorgaan met de reisbelevenissen. Om 7 uur ’s avonds waren we dan in Bathurst. Maar dat is maar een kleine plaats en er is niet veel van te schrijven.

Zondag 2 Augustus 1953
Ongeveer een uur of tien ’s Zondags stopten we in Montyale in de staat Quebec. Daar mochten we dan weer 10 minuten de benen strekken, want we mochten nooit ver van de trein, daar er al eens mensen waren achtergebleven, wat dan ook later nogal eens voorkwam.
De streek waar we nu doorkwamen, zag dan al iets beter uit. Hier en daar zag je al eens een mooi tuintje voor het huis, wat je eerder dan ook zelden of niet zag. Wel hebben ze hier nergens gordijnen voor de ramen. Van Montyale ging het verder langs de St. Laurent-river naar Levis. Dat is dan de breedste rivier van Canada. Daar kunnen de zeeschepen door varen naar Montreal.
’s Avonds kwamen we dan in Levis aan, ongeveer een uur of negen. Daar stopten we dan eens 20 minuten. Aan de overkant van de St. Laurent-river lag de stad Quebec. Het was een prachtig gezicht als je in de verte allemaal die lichten zag, maar vooral die geweldige winkelreclames. Ons, n.l. Wim en mij, werd medegedeeld, dat we wagon 70 moesten verlaten en dat we dan naar 72 moesten gaan, want 70 en 71 werden straks in Montreal afgekoppeld.
Die Zeeuwse familie moest overstappen in een andere trein want die hadden een spoorkaartje van de “Canadian Pacific Railways” en wij een van de “Canadian National Railways”. Jammer dat we moesten scheiden. Zodoende gingen we ons dan klaar maken om naar die andere wagon in te gaan. Maar daar was geen plaats. Zodoende moesten we wachten tot in Montreal want daar gingen dan wat emigranten uit de trein.
Om twee uur ’s nachts reden we dan Montreal binnen. Jammer dat het nacht was want Montreal is de grootste stad van heel Canada. Wel zag ik wat grote huizen en andere gebouwen en dan die ontzettende grote lichtreclames die ze hier hebben.
Eindelijk kregen we dan plaats in wagon 72. De kapelaan moest hier ook uit de trein. Die was dan tot hier meegereisd.
Om drie uur vertrokken we weer uit Montreal. Vandaar ging het dan door Ottawa, de hoofdstad van Canada.

Maandag 3 Augustus 1953
De trein stopte vanmorgen om zes uur in Ottawa maar dan niet langer dan vijf minuten. Dus bleven we maar in de trein.
Van de stad zelf weet ik dan ook niet veel daar we er niets van gezien hebben. Wel zag ik hier en daar een wolkenkrabber. Wat zijn dat toch machtige gebouwen.
Zo reden we dan door de staat Ontario langs de Ottawa river. Om een uur of twee ’s middags waren we dan in North Bay. Dat is een plaats aan een baai, die heet ook North Bay.

Daar hadden we een half uur de tijd. Zodoende gingen we dan wat winkelen, maar jammer genoeg waren de winkels die dag gesloten, omdat er een bijzondere dag was. Wat, dat weet ik niet. Wel kon je er ergens sigaretten kopen en dat heb ik dan maar gedaan. Om half drie ging het dan weer verder.
In die wagon waar we inzaten kon men de banken uittrekken. Zodoende had men dan een slaapbank. Ze waren wel iets hard, maar ja dat ging wel. Met ons tweeën hadden we samen 8 zitplaatsen, dus vier slaapplaatsen en zodoende hadden we plaats genoeg.
Voor ons zaten een familie uit Groningen met een kind van 9 maanden. Het was een aardige familie.
’s Avonds toen ik slapen ging, kwam die man mij een deken brengen, want ik had die van mij in de kist zitten en daar kwam ik niet aan en Wim had er wel een.
Achter ons zat een familie uit Friesland met 4 kinderen, wel alle vier jongens. Dat waren ook leuke mensen. Met twee jongens hebben we hele dagen kwartet gespeeld n.l. om de tijd om te krijgen. We reden zo weer aan een stuk door met hier en daar een enkele stopplaats tot Dinsdagmiddags.

Dinsdag 4 Augustus 1953.
Om 3 uur waren we dan in Winnipeg, de hoofdstad van Manitoba. Daar konden we dan tot 9 uur ’s avonds blijven. Toen werd het tijd dat we ons wat verse etenswaar gingen halen.
Wim en ik en de Groningse familie gingen samen winkelen. We kwamen dan in zo’n store (zo noemen ze hier de winkels) waar we dan van alles kochten n.l. Wim en ik kochten voor ons beide 2 pakken wittebrood. Dat is dan gesneden en al en het blijft een week vers. Dus twee pakken wittebrood, 3 busjes sardientjes, 1 pakje boter, 10 sinaasappels, 4 tomaten, 6 flessen limonade, 1 busje melk en een busje corned beef. Dat was voor $ 3.76 voor ons tweeën samen. Daarna moest ik ook die Groningse familie helpen met inkopen. Ik was er net mee klaar, toen kwam die Friese familie, die ik dan ook weer heb geholpen en ook nog een paar anderen.
Zelf stond ik verstomd hoe goed ik met mijn Engels overweg kon en of dat kwam omdat die andere mensen er weinig of niets van kenden. Daarna gingen we iets warms eten in een Café-bar. Dat is zoiets als bij ons een snackbar. Meestal kan je ook nog van alles kopen b.v. etenswaren.
We bestelden ons dan ook een warme maaltijd want we hadden vanaf de boot geen warm eten meer gehad. We waren met 4 personen en het kostte samen $ 2.68, dus niet duur. Wij hadden dan ook soep, 5 sneetjes brood, 2 gebakken eieren met vlees en een aardappel want ze eten hier maar in het algemeen een aardappel en daarna nog een kop koffie met ijs. Bier wordt hier nergens geschonken, alleen in biershops. Dat is in een lokaal van een hotel waar men dan alleen bier krijgt. Voor andere drank zoals jenever enz. moet men eerst een vergunning aanvragen of een formulier invullen en tekenen. Dan mag men pas een fles kopen en dan mag je die thuis leegdrinken. Maar jenever, whisky enz. is hier nogal duur. Daarom doen dat dan ook maar weinig of geen mensen.

Net wilden we dan naar de trein gaan, toen een Oostenrijker mij vroeg, of ik nergens bier wist te krijgen. Ik zei jawel en toen ben ik met hem meegegaan en heb ik dan na lange tijd weer bier gedronken n.l. 2 glazen, het kost maar 10 cent per glas.
Intussen was het half negen en de trein vertrok om kwart voor negen. Van de trein was nu een flink stuk afgekoppeld want verscheidene mensen bleven daar achter. Daar waren ook de mensen van Heerlen, Waubach en Chèvremont bij.
Van Winnipeg ging het door naar Regina in de staat Saskatchewan. Dat is een mooie plaats, maar we stopten maar 10 minuten.

Woensdag 5 Augustus 1953.
De natuur werd steeds mooier. Af en toe reden we dan ook door prachtige valleien en door rotsachtige bergen.
Verder zegen we grote kudden vee met enkele cowboys. Ook zagen we een troepje van vijf indianen, dat was interessant. Ze waren welgewoon gekleed.
Om vijf uur waren we dan in de hoofdstad van Saskatchewan n.l. Saskatoon. In Saskatoon mochten we dan weer twee uur de stad in gaan waar we dan ook gebruik van maakten.
Eerst gingen we weer wat eten, die Groningse familie, Wim en een van die Friese jongens en ik. Daar trof ik ook een stel Canadezen die goed Duits spraken. De ouders van die man waren Duitsers. Hij was nu een farm begonnen en moest wat inkopen doen in de stad. Hij zei dat er veel bij komt kijken als men zo pas begint. Van Saskatoon ging het verder naar Edmonton, de hoofdstad van Alberta.

Donderdag 6 Augustus 1953.
In Alberta moesten ons weer heel wat mensen verlaten. Zodoende bleven er niet veel mensen meer over voor Brits-Columbia. Jammer mochten we niet lang in Edmonton blijven, want we moesten door naar Jasper.
Om half twaalf waren we dan ook in Jasper. Dat is een toeristenplaats. Daar was het dan ook erg mooi. Die plaats ligt net tussen de Rockie Mountains. Dat zijn de grootste bergen van Canada. Hier zeggen ze dan ook Zwitserland in het groot. Daar mochten we dan ook een half uur uit de trein. Daar heeft eentje nog foto’s gemaakt. Die zal ik dan eens proberen te krijgen naderhand.
Naast het station stond ook nog een grote totempaal. Dat was er nog eentje utotempaalit de tijd, toen de indianen nog hier heer en meester waren. Nu leven die mensen in reservaten (noot red: zie hieronder). Om twaalf uur gingen we dan weer door naar Vancouver. Dat stuk van de reis zal ik niet vlug vergeten. Dat was dan ook een schitterend gezicht, dwars door de Bergen, waar je soms de toppen niet van zien kon. Ook lagen er nog met sneeuwtoppen. Zoiets moest U ook eens allemaal zien. Dat was dan ook het mooiste stuk van de hele reis.
Jammer dat het donker werd, want we kregen net het laatste stuk en dat waren net die tunnels door de rotsen. We waren er al ook eerder een paar doorgereden maar die laatste waren langer.

(noot red: De totempaal van Jasper werd ca 1870-1880 door de Haida indianen gesneden. In 1914 kocht de regering er een aantal die als eerbetoon aan deze oorspronkelijke bewoners, bij diverse stations kwamen te staan. Zo ook in Jasper. Pas in 2009 werd hij weggehaald omdat weer en wind het hout hadden doen rotten. Bovenin de paal was een enorme snavel van een raaf gesneden. bron: www.jaspernationalparc.com)

Voordat ik verder ga met schrijven moeten jullie me excuseren, want ik zie, ik ben met alles een dag later, b.v. Zondagmorgen moet Zaterdagmorgen zijn en Vrijdagmorgen moet Donderdagmorgen zijn. Dat ie alleen van de treinreis, de bootreis klopt, sorry. Ik zal dan maar weer met Donderdagmorgen beginnen.

Donderdagmorgen 6 Augustus 1953.
Om half zeven waren we dan in New Westminster. Daar moest de Friese familie dan uit. Wel heb ik me toen het adres gevraagd, want zij zeiden al dat ik met hun mee moest. Toen ik dan afscheid van hen had genomen, ging de trein alweer door naar Vancouver. We waren er dan ook om kwart voor zeven. We werden afgehaald door twee heren van de emigratiestichting. Maar daar heb ik, Wim en die Groningse familie geen gebruik van gemaakt want daar zouden we moeten wachten tot 10 uur. Daarom gingen wij eerst maar wat eten.
Toen we aan het eten waren, kwam net die broer van de vrouw. Die kwam hun dan halen, want die hoefde niet meer naar dat emigratie-kantoor. Zij gingen dan ook naar Vancouver Island, maar aan de andere kant van het eiland, dan waar ik naar toe moest. Enfin, toen we dan gegeten hadden, is die familie en die broer en Wim en ik dan toch nog samen naar het emigratiekantoor geweest, waar ik dan kwam te horen dat ik naar Victoria moest. Nou en dat hebben we ook gedaan. Mijn boot vertrok dan om 12 uur uit Vancouver naar Victoria waar ik dan Vrijdagsochtends om 7 uur was. Het avontuur wat ik in Victoria beleefd heb, weten jullie dan, dat heb ik al geschreven.
Nu weten jullie dan wat we gezien en gedaan hebben. Als U nu alles over hebt getypt, dan krijg ik het wel, ook het avontuur van Victoria hé.

Ted.

Naschrift van Fred Alberts:
Ted werkte als bakkersjongen in de bakkerij van Maxime van Wersch in Simpelveld. Een broer van zijn schoonzus had Ted warm gemaakt om te emigreren. Later is zij teruggekeerd, maar Ted is gebleven. Hij werkte als bakker en kok en kwam er toen achter dat je geld kon verdienen door in de logging camps, de houthakker- kampen, te gaan werken.
Hij is altijd in Victoria gebleven en overal op Vancouver Island in de catering voor de timber industry gewerkt. Zijn zus Wilhelmina (Mien) is hem ’n jaar of zes later nagereisd en ook geëmigreerd. Zij is wel naar Amerika doorgereisd, getrouwd met een Amerikaan van Baskische afstamming en heeft in Chicago gewoond. Daarna zijn ze toch weer naar Canada verhuisd.

Ted overleed in Victoria (Canada) op 3 september 2013.

Klik hier voor Ted van Wersch in de Simpelveldse Tak

Een Stamgenoten website