
Paul van Wersch was van 1 april 1963 tot februari 1967 lid van de Nederlandse Katholieke Mijnwerkersbond Hij werkte op de Emma (met het nummer Ea 50272) waar hij op 4 september 1961 begonnen was. Hij was 18 jaar. Zijn vader en oudste broer werkten ook op de mijn. Eerst ging Paul naar de TVS (Technische Vakschool). Mede dank zij mijnheer pastoor mocht hij aan de opleiding beginnen. De pastoor had toen nog een belangrijke stem in een dorp. Hij kende de familie en familieverhalen.
De TVS was de bovengrondse vakschool en hij slaagde daar als Meettechnisch vakman (zie zijn rapport, door zijn vader ondertekend). Hij moest nu wel eens de mijn in en soms tot 855 meter diepte. Iedere 100 meter diepte was 1 graad warmte erbij.
Dus beneden was het vaak warm. Sommigen kozen voor de diepte want dan kreeg je extra toeslag.
Tijdens de opleiding werd stage gelopen bij het Centraal Proefstation van de Staatsmijn Emma en wel op afdeling Materiaal onderzoek (MO). Er werden materialen en constructies onderzocht, voornamelijk ondergronds.
Na zijn opleiding op de TVS ging hij in militaire dienst. Na de diensttijd van 21 maanden ging hij niet terug naar het Centraal Proefstation, maar naar het Centraal Laboratorium (CL) in Geleen. Er was op dat tijdstip al sprake van het sluiten van het Centraal Proefstation. Op het CL ging hij werken bij de groep Niet Destructief Onderzoek (NDO) van de afdeling Materiaal en Corrosie Onderzoek. Zij onderzochten de materialen van leidingen , reactoren, tanks, etc. op scheuren, wanddikte afname en mogelijk andere gebreken.
De Staatsmijnen werden gesloten en een nieuwe naam werd ingevoerd: DSM (De Staats Mijnen / Dutch State Mines). In zijn verdere DSM-periode heeft hij vele fabrieken buiten het Limburgse bezocht en specialistische inspecties uitgevoerd.
Klik hier voor Paul van Wersch in de Simpelveldse Tak.
In het universiteitsblad Observant van de Universiteit Maastricht van 20 augustus 1992 staat een interview met Chantal:
Chantalle van Wersch, bijna afgestudeerd Verplegingswetenschappen woont in Elsloo, maar is een Vrouw Van De Wereld met eigen kantoortje en storende telefoon. Omdat zij altijd heeft thuis gewoond tijdens haar studie, heeft zeer veel bij kunnen werken. Dat werden uiteraard baantjes in de verpleging, ze had tenslotte al een diploma HBO-V in haar uniform.
Zeer behulpzaam daarbij was ook het ouderlijk automobiel, geeft ze ruiterlijk toe. Een van die veraf gelegen plekken, Watersley in Sittard, werd een stageplaats en die stage plaats wordt,„Es God bleef” weer een echte baan: afdelingshoofd. Hiep hiep hoera voor pap en mam!
In haar afwijzing van het studentenleven is ze nogal kwaadaardig:„Ik heb nu eenmaal een hekel aan Hollanders, en als je op kamers gaat wonen zit je er midden in. “Een bedenkelijke frons als tegenreactie brengt haar niet van de wijs:„Kuddevolk en ieder voor zich betalen in het café, dat zijn twee dingen waar ik absoluut niet tegen kan. Dat wil niet zeggen dat ik niet naar Groningen of Amsterdam was gegaan, als Verplegingswetenschappen daar werd gedoceerd, maar nu het dan toch zo uitkwam was er geen haar op mijn hoofd die er over dacht om op kamers te gaan wonen. “De boze blik in haar ogen tempert enigszins als het over ,,’tdörrep” gaat.
En dan niet zo zeer over Elsloo, wat dat kan haar niet echt boeien. „Ik kom oorspronkelijk uit een zeer muzikale familie uit Klimmen. Zoals dat bij zoveel Limburgse gezinnen gaat werd ons het harmonie-en fanfareleven met de paplepel ingegoten. Mijn broer ging slagwerk doen, zit nu ook op het conservatorium, en ik kreeg een basklarinet. Sint David in Voerendaal was de beste harmonie van de omgeving, dus daar werd ik lid van. “Ondertussen speelt zij ook in de harmonie van Grevenbicht, in de omgeving van Elsloo. Maar het liefst concerten, geen processies en zo. „Dat zegt me allemaal niks, want ik heb toch geen echte band met het dorp.
Elsloo is dan ook zeker niet de reden dat ik niet op kamers ben gaan wonen. “Wat dan wel? Gemakzucht? Het lijkt er op:„Zo streberig als ik ben als het om een maatschappelijke carrière gaat, zo vadsig word ik als ik eenmaal op de bank plof. Mam doet alles thuis, en mijn broer en ik doen niks. Zo simpel ligt dat. En daarover wordt wel eens strijd geleverd. Het enige wat wij hebben ingebracht is een magnetron die we samen hebben gekocht, zodat we de door mam bereide maaltijden kunnen opwarmen als we niet op tijd thuis kunnen zijn voor het eten.
“Een studentenleven lijkt Chantalle totaal te zijn misgelopen. Dat klopt, maar niet omdat ik thuis woonde. Ik had er gewoon de tijd niet voor. Net zo min als voor een vrijer. Ik heb ook niks gemist of zo, maar heb het gewoon heel anders ingevuld dan veel medestudenten deden. Toch heeft het voor mij wel betekenis gehad, maar dan meer in de zin van absolute vrijheid, doen en laten waar je zin in hebt, ook thuis.
En dat zal nu wel voorbij zijn, want vanaf 1 september begint het serieuze leven. “Haar vader heeft al gedreigd haar voor haar zoveelste verjaardag op straat te zetten. En dus gaat ze bij wijze van grap, op haar verjaardag haar koffers pakken om een paar dagen bij een vriendin te gaan logeren. Chantalle:„Natuurlijk meent hij het niet echt, maar er zit wel iets achter van, verdorie, je zult toch ooit op eigen benen moeten staan. Als het zo ver is zal ma ons toch het meeste missen. En met ons de stapels was, het ‘gevreigel’ over het opruimen van onze kamers, het iedere morgen klaar staan met de boterhammetjes, het wekelijkse geruststellende telefoontje als we op vakantie zijn. Maar ja, ook de kuikens van Van Wersch leren vliegen.”
Klik hier voor Chantal van Wersch.