In den nacht van 23 op 24 October jl. (1892) werd in de nabijheid van de herberg van van Wersch, te Heerlen, het lijk gevonden van den venter Peter Erven, die ’s avonds te voren was gezien in gezelschap van den herbergier van Wersch en van den gegageerden O.-I. militair Peter Luckers. In den omtrek van het lijk wezen sporen aan dat Erven uit de woning van v.W. naar de plaats, waar hij werd gevonden, was gesleept. Ook was het geld, dat men bij den overledene had gezien, uit zijne zakken verdwenen.
Aanvankelijk werd aan roofmoord gedacht en werden v..W. en L. gearresteerd. Op het lijk werden nochtans geene tekenen van geweld gevonden, evenmin als door een scheikundig onderzoek vergiftiging werd aangetoond. De justitie wist niet, wat van deze geheimzinnige zaak te denken, toen eindelijk de tweede beklaagde Luckers voor den rechter-commissaris de bekentenis aflegde, dat Erven, in staat van dronkenschap verkeerde, door den herbergier en hem buiten de woning werd geleid en aan de straat nedergelegd; dat hij, Luckers, later naar den beschonkene, dien hij slapende vond, is teruggekeerd en hem zijn geld had ontnomen.
Na deze verklaring werd v.W. buiten vervolging gesteld en Luckers, ter zake van diefstal, naar de terechtzitting verwezen.
De behandeling deze zaak had woensdag voor de Arrondissements-Rechtbank te Maastricht plaats. De verklaring der getuigen leverde weinig belangrijks op en liet in het duister of Erven aan eene beroerte dan wel aan eene andere oorzaak is overleden.
De beklaagde L, die een ongunstig verleden heeft, herhaalde onder heete tranen zijne voor den rechter-commissaris afgelegde bekentenis. Dronkenschap had hem tot eene daad gebracht,. waarvoor hij, nuchter zijnde, een afschuw zou hebben gevoeld.
Door het O.M. is eene gevangenisstraf van 10 maanden gerequireerd. De toegevoegde verdediger, Mr. Tripels, achtte in dezen het wettige bewijs niet geleverd, vermits de verklaring van den beklaagde door niets wordt gestaafd. Hij concludeerde derhalve tot ontslag van rechtsvervolging en invrijheidstelling van den beklaagde. De Rechtbank beval dit laatste en stelde de verdere behandeling dezer zaak uit tot 3 Januari a.s. als wanneer nieuwe getuigen zullen worden gehoord.
bron: Roermondsche Courant, 24 december 1892.
Te Heerlen (L.) werd Maandagochtend nabij den stoommolen van den heer Max Roosen en den caféhouder v. W., op den weg gevonden het lyk van zekeren Pieter Erven, lompenhandelaar te Klimmen. Door de justitie uit Maastricht is een onderzoek ingesteld en werd het lijk gerechtelijk geschouwd en geopend; geen enkel letsel of kenteeken van geweldpleging of beroerte werd gevonden; evenwel werden vermoedens opgevat van vergiftiging en werden twee personen in arrest genomen en naar Maastricht overgebracht.
bron: Maasbode oktober 1892
Tegen de beide personen uit Heerlen die gearresteerd werden onder verdenking van moord en diefstal op Peter Erven, is door de Rechtbank te Maastricht rechtsingang met bevel tot gevangenhouding verleend, doch alleen ter zaken van diefstal. Bij het scheikundig onderzoek door deskundigen moeten namelijk geen sporen van een gewelddadigen dood op den overledenen zijn waargenomen.
bron: Nieuws van den dag november 1892.

De Rechtbank te Maastricht heeft buiten vervolging gesteld den herbergier en huisschilder W.v.W. te Heerlen, een der beklaagden, in zake den diefstal op Peter Erven, wiens lijk beroofd op straat werd gevonden. De tweede beklaagde, de vervoersknecht P.L. is naar de openbare terechtzitting verwezen. Zijne gevangenhouding is tevens bevolen.
bron: Nieuws van den Dag december 1892.
De aangifte van het overlijden van Jan Pieter Erven werd door de brigadier en de veldwachter gedaan. Hij is 27 jaar geworden, wa, volgens de akte, werkman en geboren en wonend in Schaesberg. Hij overleed ’s ochtends om 4.00 uur in de Geleenstraat.
De herbergier van Wersch die in het eerste artikel genoemd werd is Willem van Wersch die destijds in de Geleenstraat woonde. Hij was huisschilder, maar had er zoals zovelen in die dagen, een café naast.
Vanwege deze perikelen verhuisde het gezin en hij sloot zijn café. Op 30 januari 1893 werd voor notaris Van Kessel de inboedel van de Geleenstraat verkocht: 24 stoelen, vier tafels, een colistafel, een lange tafel, vijf banken, een grote ronde kachel, een hanglamp, een draaiorgel merk Manopan (foto links) met 26 muziekstukken, 50 à 60 spiegels en schilderijen, buffet met etagère, bierglazen en flessen en wat verder nog ingebracht zou worden. Als je contact betaalde was er een opslag van 8%, bij krediet 12.5 %. Totaal bracht deze openbare verkoop ƒ 174,60 op.
Jan Willem Hubert Von Wersch werd op 5 februari 1854 in Wegscheid, gemeente Heerlen als eerste kind uit Jan Leonard Von Wersch, schoenmaker van beroep, en Maria Wetzels geboren. In het jaar dat hij 19 werd (1873) moest hij zich melden voor de lichting 1874 bij de Nationale Militie. Op dat moment was hij huisschilder.
In het Stamboek van de Nationale Militie stond: Jan Willem Hubert von Wersch nummer 29989. Hij woonde het laatst in Aken, was 1 meter, 6 decimeter, 9 centimeter en 2 millimeter groot (=169,2), zijn gezicht was ovaal, voorhoofd hoog, ogen, blauw, neus spits, mond klein, kin spits, haar, zwart, wenkbrauwen idem, merkbare tekenen: geen. Bij de Aantekeningen stond: 5 mei 1874 met groot verlof, 1 oktober 1874: kanonnier, 29 april 1876, met groot verlof. Ingedeeld 2e regiment veldartillerie in mei 1876. Eerst zat hij bij het 1e regiment veldartillerie.
Hij werd op 5 mei 1874 ingelijfd en wegens eindigen van zijn militiedienst tijd, op den 4 mei 1879 uit de dienst ontslagen. Het was gebruikelijk dat de dienst zo lang duurde.
Blijkbaar was zijn beroep van zijn vader als schoenmaker niet lonend want in 1862 zei hij voerman / handelaar in steenkolen te zijn en bij zijn tweede huwelijk in 1871 was hij slager. Drie jaar later was hij werkman tot zijn overlijden in 1887.
Het gezin van Wersch-Wetzels woonde eerst in wijk C, Wegscheid, vervolgens in 1866 in Schandelen en in 1871 in de Akerstraat, in 1874 in de boerderij A Gen Bek.
In 1876 trouwde Willem, 27 jaar oud, met de Heerlense Maria Theresia Hubertina Penners die een half jaar ouder dan Willem was. Het huwelijk werd vier maanden voor de geboorte van hun dochter gesloten. Bij het huwelijk waren beiden 27. Van hun acht kinderen groeide uiteindelijk maar één dochter op. Vijf stierven er jong tot zeer jong (enkele maanden) en twee kinderen stierven in hun tienerjaren. Uiteindelijk bleef er dus maar één dochter over: Tineke. De ouders zagen zeven kinderen jong overlijden. Ook Tineke werd niet oud. Zij werd slechts 31 jaar en overleed zeven jaar na haar huwelijk.
Uiteindelijk overleefde moeder, als weduwe, haar man en haar acht kinderen. Zij werd 82 jaar.
Begin 1881 woonde Jan Willem Hubert van Wersch bij zijn oom Jan Antoon Willem X Vijgen. In hun huis woonde voor korte tijd zijn schoonmoeder, Jozefina Boost, geboren Heerlen 2 augustus 1824 en overleden Heerlen 18 mei 1898 en een neef van zijn vrouw en enkele schildersknechten.
Willem was huisschilder en hij trouwde vier maanden vóór de geboorte van hun oudste dochter. Zijn vrouw was naaister. rechts de handtekeningen van Willem, zijn vader Leonard en de bruid Therese Penners.
Kort daarna gingen zij eventjes naar Aken. Toen zij op 28 januari 1882 terugkwamen schreef de ambtenaar hen weer in Heerlen in onder de naam Johan Willem Van Weersth genoemd.
Hoewel de ambtenaar in alle aktes altijd Von Wersch schreef, tekende Willem alle aktes steevast met W. van Wersch.
Hij had al die jaren het beroep van huisschilder, terwijl zijn vrouw af en toe een baan als naaister had. I
Maar zijn hoofdinkomen was toch wel zijn schildersbedrijfje. In 1893 verhuisden zij naar het Kerkplein 1, (tegenwoordig Pancratiusplein. Hun huis is gesloopt) Heerlen Dit huis was vroeger bewoond door Brouwers. Willem opende hier een winkel in alle soorten verf en stoffen om verf te maken, borstels, glas, behangselpapier en alle aanverwante artikelen. Hij verkocht voor notaris Van Kessel zijn inboedel op 30 januari 1893 van zijn huis in de Geleenstraat. Dit bracht ƒ 174,60 op.
Er werd verkocht
1: Glazen ƒ 3,30
2: Bierglazen ƒ 3.00
3: Karaf en kraan ƒ 2,40
4: Strijkijzer ƒ 2,40
5: Ketels ƒ 1,55
6: 10 Schilderijen ƒ22,30
7: 4 spiegels 12,20
8: Spiegel aan Dominicus Pelzer, herbergier Bocholtz ƒ 8,50
9: Hanglamp aan dezelfde ƒ 8,25
10: 2 hanglampen ƒ 9,50
11: tafels ƒ8
12. Theekan ƒ 8
13: Etagère ƒ 3,75
14: Kachel aan Johan Reinards, herbergier Spekholzerheide, Kerkrade ƒ 8,75
15: Colistafels aan Antoon Geelen, landbouwer Kerkrade ƒ 22
16: Kachel aan Nicolaas Joseph Bour, werkman, Heerlen ƒ 13.
17: Tafel ƒ 1,60
18: zes stoelen aan Nicolaas Joseph Bour, ƒ 7,80
19: 3 Banken aan Dominicus Pelzer ƒ 4,70
20: Zes stoelen aan hem ƒ 9,60
21: Zes stoelen ƒ 10,80
22: Tobbe, ƒ 0,90
23: Tobbe aan Laurent Reinaards, werkman Heerlen ƒ 1,10
Alles bij elkaar ƒ 174,60.
Tussen 1850 en 1860 waren er in Heerlen zeven wijken: Wijk A was rondom de Dorpstraat, wijk B was rondom Wegscheid (nu Geerstraat), wijk C was rond de Veemarkt, wijk D: Caumer, wijk E Vrusschemig, wijk F: Welter, wijk M: Vrank, wijk N: Heerlerheide. Op bovenstaande foto uit ongeveer 1903/1904 zijn zes huizen te zien:
A 45: Te beginnen bij het links huis A 45 waar in 1850/1860 Hendrik Cox, geboren 1804 en zijn vrouw Maria Geurts, geboren 1796 woonde. Hij was tapper. In huis woonde of verbleef toen Jan Meijs die voerman was.
A 44: Op het tweede gebouw zie je een reclamebord op het balkon. Hierop staat De Nieuwe Limburger Koerier. Dit was het pand van de heer Hermann Weyerhorst uit Geilenkirchen. Hij begon in 1845 met het Weekblad voor Heerlen. In 1847 liet hij de krant in het Duits verschijnen hoewel die eerst in het Nederlands was. Hij noemde het blad Der Limburger Courier. Zijn zoon Karel (geboren 1834 en letterzetter) nam het blad over en in 1869 verscheen de krant weer in het Nederlands. De naam veranderde in De Limburger Koerier. De krant werd gedrukt door Rotatiedrukkerij Weyerhorst.
In 1899 werd de krant door fa. Van de Weyer overgenomen die de krant naar Maastricht verhuisde. Daardoor ontstond er in 1901 in Heerlen de Nieuwe Limburger Koerier, een van de voorlopers van het Limburgs Dagblad. De eerste redacteur was tussen 1903 en 1905 Henri Calker, geboren in Waalwijk.
Hierna kwam boekhandel Penners in het pand aan het nu Emmaplein nummer 6. Hij zat hier al in 1913. In 1934 ging Martin Penners failliet. De nieuwe eigenaar werd in 1938 de weduwe Penners-Sieben.
Op inmiddels nummer 6 genummerd werd in 1938 café-restaurant Zur Stadt Aachen geopend. De uitbater was Harry Diederen. Dit café zat voorheen aan de Geleenstraat. Na de oorlog heropende de zaak om in 1948 friture aan zijn naam het Zuiden toe te voegen. Hij redde het daarmee niet. Want in 1949 kwam de Nederlandsche Credietbank met plannen om het grote pand aan te schaffen. In 1950 opende zij Emmaplein 6. Al gauw werd het te klein want in 1952 werd het verbouwd en kwam er een café en een winkelpand in. Uiteindelijk redde ook dit het pand het niet want het werd door de Nederlandse Credietbank in 1959 gesloopt voor nieuwbouw.
Ook de Credietbank redde het niet en werd Credit Lyonnais.
Op A 43, het witte huis, woonden de weduwe Maria Janssen uit Neerharen en hoofd-commies Jan Gilson, geboren 1799 in Geleen, zijn vrouw Johanna Ritzen, geboren in Heerlen in 1815 en hun dochter Anna Maria Gilson geboren in 1848.
De familie Bour-Meens betrok de woning van Jan Gilson. De familie Bour en Meens bestond uit het echtpaar Nicolaas Jozef Bour (geboren 1834) en zijn vrouw Anna Geertruida Meens (geboren 1830). Op het moment dat de verkoopakte in 1875 opgemaakt werd, was zij zwanger van hun vijfde kind. Totaal kregen zij zeven kinderen.De familie bestond verder uit Antoon Bour, geboren 1797 en leidekker, zwager Nicolaas Meens, leidekker, geboren in 1811 die met Elisabeth Bour trouwde, geboren in 1802 en hun zoon Hendrik Meens, geboren in 1843, ook leidekker. In huis woonde ook Hendrik Bour.
Op A 42 woonde de slager Samuel Kosten met Judith Golstein. Zij overleed in 1850. Het echtpaar kreeg zeven kinderen. De familie Van Oppen kocht dit huis om het in 1875 aan Willem van Wersch te verkopen.
Op A 41 woonde de familie Van Oppen. Hij was landmeter en kwam uit Hulsberg, zijn vrouw Elisabeth Penners uit Schimmert. Het gezin telde zeven kinderen. Vier daarvan werden ook in Schimmert geboren en rond 1845 drie in Heerlen. Elisabeth Penners overleed in februari 1874. Dochter Bernardine verkocht in 1875 het huis waarin de slager destijds woonde aan Willem van Wersch. In het koopcontract stond dat het huis links grensde aan Bour-Meens en rechts aan Van Oppen.
Het huisje waarin Willem van Wersch en familie woonde, werd later afgebroken. Daarvoor in de plaats werd er al in 1929 een aanzienlijk groter huis gebouwd waar vandaag de dag horecazaak Bolero in zit.
Op het huis van Willem van Wersch, achter de lantaarnpaal op het Emmaplein (voorheen Dorpstraat), staat Behangselpapier, Glas en Verfwaren. Willem kocht dit huis in 1875.
Notaris Wijnands
Op 11 september 1908 ging Aloijs Dohmen, dagloner te Caumer Heerlen, en Jan Willem van Wersch, huisschilder naar de notaris. Dohmen verklaarde van Van Wersch ƒ 400 geleend te hebben. Dit bedrag was na vijf jaar of eerder opeisbaar met een aanzegtijd van drie maanden. Hij betaalde 5% rente per jaar. Als borg stelde Dohmen zijn huis en tuin te Caumer.
Op dezelfde dag leende Conrad Theunissen, mijnwerker uit Palemig, Schaesberg, van Jan Willem Hubert van Wersch, Huisschilder uit Heerlen ƒ 1.000 tegen 4,5% rente per jaar.
Hij stelde zijn huis en tuin te Heerlen als onderpand.
Op 18 januari 1911 maakte hij zijn testament op bij notaris Wijnands waarin stond dat hij alles aan zijn vrouw (vruchtgebruik) naliet. Willem overleed in 1918. Van hun acht kinderen groeide er uiteindelijk maar één dochter op. Toen zij trouwde in 1911 was zij enigst kind.
Op 6 juli 1911 leende Michael Frings, hotelhouder uit Heerlen van Willem van Wersch, gehuwd met Theresia Penners ƒ 1.000. Opeisbaar na vijf jaar of direct opeisbaar na een aankondiging van drie maanden van te voren. Hij betaalde jaarlijks 5% rente. Als borg stelde hij zijn huis met tuin in Heerlen in de Geleenstraat.
Op 18 januari 1911 maakte hij zijn testament op bij notaris Wijnands waarin stond dat hij het vruchtgebruik van alles aan zijn vrouw naliet. Hij was huisschilder en winkelier in Heerlen. Willem overleed in 1918.
Op 1 oktober 1912 kwamen de volgende mannen bij de notaris:
1: Leonard Dohmen, mijnwerker uit Heerlen van de Gasthuisstraat, gehuwd met Anna Hermans.
2: Alois Dohmen, landbouwer uit Heerlen in het Caumerveldje, gehuwd met Maria Theresia van der Heiden.
3: Jan Willem Hubert van Wersch, schilder uit Heerlen aan de Emmastraat, gehuwd met Theresia Penners.
Leonard en Alois Dohmen leenden van Willem van Wersch ƒ 1.500. Inclusief jaarlijks te betalen rente van 5% en kosten was dit ƒ 1.800.
Onderpand was een perceel bouwland in het Caumerveldje G 423 en 424, 10 aren 60 centiaren. Er stond al een gebouw op en er zou er nog een op gezet worden.

In oktober 1919 kreeg Willem een bouwvergunning, waarschijnlijk was dat een verbouwvergunning, voor het huis met winkel aan de Akerstraat 54. Opvallend omdat hij in 1918 aan de Spaanse griep overleden was. Hij had immers al in november 1913 een bouwtekening ingediend. Bij de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) staat vermeld dat het huis uit 1920 stamt, tegenwoordig bestaand uit drie adressen.
Diezelfde maand vroeg huisschilder Van Sabben op dit adres om schildersknechten. Een maand later bood op dit adres groothandel Verhaaren zuurkool aan voor winkeliers.
Maria Penners, de weduwe van Willem, adverteerde in het Limburgsch Dagblad van 8 mei 1924 dat zij per 1 juli een groot winkelhuis aan de Akerstraat 54 zou gaan verhuren.
Op het kerkhof van Heerlen aan de Akerstraat is een dubbelgraf met twee staande stenen. Hier liggen vader en moeder, maar ook drie kinderen: Arnoldina (31), Gerard (16) en Mathijs (21). Opvallend is dat ook de man van Arnoldina daar ligt: Sjef Geurten. Maar ook de twee vrouwen van Sjef Geurten die hij trouwde na de dood van Arnoldina: Thea Schmalen en Eugenie Mignon.
Klik hier voor Willem van Wersch in de Heerlense Tak.