Jonker van Weerststraat

jonkervanweersstraatIn Brunssum is een Jonker van Weerststraat. Hierbij wordt door vele historische onderzoekers als Jos. Habets in Leenen van Valkenburg in het blad Publications de la Societe Historique et Acheologique dans la duche de Limbourg 1885, W. Moonen in zijn Brunssum, de eeuwen door, blz 85 en 112 en Louis, baron de Crassier in hetzelfde tijdschrift Publications 1937, blz 334 verwezen naar Thijs van Werst die in 1381 leenbezitter was van het Douvengoed in Brunssum en dat Jan van Werst in 1442 met dit goed beleend werd. Als bron voor deze gegevens werd verwezen naar het Dobbelsteijnregister onder de nrs. 20 en 63 en naar het register van Tzevel nr. 21.
Onderzoek van Albert van Wersch in zijn boek Van Wersch 800 Jaar  bracht aan het licht dat dit door de heren verkeerd gelezen en gekopieerd is. In deze registers staan als leenbezitters van het Douvengoed echter ingeschreven Thijs Voerst en Jan Voerst en niet Thijs van Werst noch Jan van Werst. Deze inschrijvingen staan vermeld in register L.v.O. 743 onder de nrs. 65, 285 en 286.

Het boek Van Wersch 800 Jaar verscheen in 1992. Wellicht net te vroeg voor de redactie van het tijdschrift Bron van Brunsham, deel 1: Heren van Brunssum, dat in 1993 verscheen. Ook hierin wordt de fout van bovenstaande historici gekopieerd. Hieruit volgt dus dat het jonkergeslacht Van Werst niet zo vroeg in Brunssum aanwezig was. Pas omstreeks 1444 komt Brunssum voor in het geslacht Van Werst.

Rond die tijd trouwde jonker Jan van Werst met Margaretha Hoen. Haar vader bezat de bovenste en onderste hof in Brunssum, dat hij weer van zijn vader geërfd had. Dit goed stond bekend als het Rosgoed ook wel Rozengaard genaamd. In 1470 bevestigde hij voor het leenhof van Valkenburg dat hij de bezitter was van het Rosgoed. Door dit huwelijk werd Jan overigens pas in 1470 heer van Gerdingen en Nieuwstadt bij Bree in België. Maar ondanks al deze rijkdommen, verbleef Jan en zijn vrouw Margaretha op het hof van Weerst in Weerst. Daar werden ook hun kinderen geboren. Uiteindelijk stamt de Heerlense Tak in deze genealogie, zoals het er nu uitziet, van dit jonkergeslacht af.

Het Rosgoed wordt in het blad Bron van Brunsham omschreven als een groot kasteel dat in 1976 werd opgegraven en onderzocht.

clutteleen 1976
Fundamenten Clutteleen opgegraven in Brunssum 1976

Bekend is het dat het kasteel in begin van de 17e eeuw gesloopt werd omdat de eigenaar in kasteel Genhoes ging wonen dat in 1622-1640 gebouwd was. Tegenwoordig heet een woonwijk in Brunssum Rozengaard. Van het kasteel Genhoes is nog slecht een vijfde over, een vleugel van het bijgebouw.

Na de dood van Jan, erfden twee van zijn zonen: Jan (III) en Daniel het Rosgoed met al het land. Door koop of ruiling kwam het na de dood van Jan (III) in bezit van hun oudste broer Ulrick (III) die Gerdingen en Nieuwstadt al geërfd had. Ulrick was grootgrondbezitter. Hij overleed in 1525 en had een zoon en drie dochters. Zijn zoon Ulrick (IV) overleed echter in 1538, twee jaar nadat hij getrouwd was.
De opvolger van het kasteel Rozengoed werd vervolgens zijn oudste zus Anna getrouwd met Jan Clutt. Het geslacht van Van Werst was in Brunssum uitgestorven.

Het jonkergeslacht Van Weerst was dus een kleine eeuw, vanaf ca. 1444 tot 1538, bezitter van het kasteel Rozengoed. Hierna kreeg Rozengaard, ook wel Rosgoed, een tweede naam: Clutteleen. Er is dus ook een Jonker Cluttstraat in Brunssum.

Een Stamgenoten website