Het wapen van de jonkers Van Werst

wapenWapenschilden ontstonden in de riddertijd omstreeks het midden van de 12e eeuw. Voorlopers waren vanen, vlaggen en wimpels waarop bepaalde figuren voorkwamen. Zij vormden een wezenlijk bestanddeel van de uitrusting van krijgslieden. In het begin van de 12e eeuw werden de figuren van de vlaggen op hun uitrusting  en op de paardendekens aangebracht. En in een later stadium ook op de wapenschilden. De harnassen maakten het steeds moeilijker om de ene rider van de ander te onderscheiden. De ridders die ze droegen  waren op het slagveld en bij toernooien niet herkenbaar. Vandaar dat de wapenschilden beschilderd werden. Om de herkenbaarheid, ook op verre afstand te vergroten, werden felle kleuren als groen, rood en blauw op een lichte achtergrond gebruikt. Later werd het wapenschild, dat in het begin bestond uit strepen en balken, soms in combinatie met dieren , planten of voorwerpen, voorzien van een schildhoofd en een helmteken. Deze wapens werden ook gebruikt om documenten te zegelen. De zegels werden dan extra voorzien van een omschrift waarin hun naam en soms een wapenspreuk stonden.

De oudste vermelding van het wapen van Werst (Warsage) in de literatuur is een afbeelding in Hemricourt’s Miroir des Nobles de Hesbaye. Dit werk van dehemricourt befaamde historicus uit de tweede helft van de vijftiende eeuw, bevat tal van gegevens over adellijke geslachten uit deze streken. Op pag. 139 vermeldde Hemricourt het wapen Warsage toebehorend aan een ridder uit Warsage die gehuwd was met een dochter van Bertrand de Liers. Ook dit wapen toonde een dwarsbalk met hermelijnstaartjes. Zie de afbeelding uit het boek.

Met dit wapen zegelde Godfried, ridder van Werst, in 1263 enkele charters. De inhoud van deze charters betrof een geschil dat ridder Godfried van Werst had met de Cisterciënzers van de abdij van Val-Dieu. Deze monniken beweerden dat Christiaan, de vader van Godfried van Werst, enkele landerijen gelegen te Weerst voor een deel aan hen had geschonken en voor een deel aan hen had verkocht. Zijn zoon Godfried was echter niet van plan dit bezit aan de monniken af te staan en raakte, na het overlijden van zijn vader Christiaan in een langdurig conflict met de abdij. Om tot een oplossing te komen besloten de partijen de kwestie aan een scheidsgerecht voor te leggen. Het scheidsrechterlijk oordeel wees de eis van ridder Godfried af en stelde de abdij in bezit van het in Weerst gelegen omstreden land. Even later bevestigde de prins-bisschop van Luik, Hendrik van Gelder, in een volgend charter het arbitrale oordeel, hetgeen door Godfried, ridder van Werst, eveneens geschiedde. De originele perkamenten charters worden bewaard in het Historisch Archief van de stad Keulen. Het zegel van ridder Godfried is slechts fragmentarisch behouden. Een deel van de dwarsbalk valt nog te onderscheiden.

Het prinsdom Luik beschikte over wapenherauten die oorspronkelijk de taak hadden de identiteit van de ridders bij toernooien aan de hand van hun wapens, aan te kondigen. Later werden de wapen schilden in wapenboeken opgeschreven. Omstreeks 1682 omschreven de wapenherauten Jean-Gillis Lefort en zijn zoon Jacques-Henri het wapen van de landjonkers Van Werst  (een dwarsbalk met hermelijn op een groen schild)  als volgt: La noble famille de Werst porte de sinople a la face d’Hermines. Hun opvolger Abry vermeldde er nog bij une tête de col de chien de sinople collecté d’hermine. (hoofd en halsband met hermelijn van een jachthond)zegel-ulrick

Archivaris Flament omschreef het zegel van Ulrick III hangend aan een schepenbrief van 1499 als volgt: Een balk beladen met vijf staarten hermelijn 3-2 en in het schildhoofd twee vijfbladige rozen, omschrift: Sigellu Ulricus de Worsagen. Hiernaast zie je het zegel uit 1496. Bovenaan staat Sigillum (=zegel), rechts staat ulrick de. En links staat Warsagio.

Een afbeelding van het schild van het wapen Van Werst, de dwarsbalk met de hermelijnstaartjes, bevindt zich heden nog aan de rechterkant van de balk van een gebeeldhouwde renaissance schouw in de kelder van het kasteel Abée. Oorspronkelijk zal deze schouw wel in een van de kamers op de benedenverdieping gestaan hebben. Aan de linkerkant staat het wapen van de jonkers van Eynatten. In het midden het wapenschild van de familie Abée en rechts van de familie Van Werst.  Een en ander is het gevolg van het huwelijk in 1554 van Aleijda van Werst, dochter van jonker Ulrick IV van Werst, met Henri van Eynatten.

schouw

Jonkvrouwe Aleijda van Werst werd in 1537 geboren uit jonker Ulrick van Werst en Aleijda Huyn van Amstenrade. Zij trouwde, 17 jaar oud, in 1554 met jonker Hendrik van Eynatten. Hendrik had kasteel De Lichtenberg bij Maastricht in eigendom, maar ook kasteel Abée. Zij kregen negen zonen en vijf dochters. Hun dochter Josine trouwde met Jean de Warnant, heer van Neuville in Condroz, bij Luik. Een van hun kinderen, Jean de Warnant, trouwde met  Dieudonnée Marguerite de Waha. Hun graf is nog steeds in Neuville te zien. Op de grafsteen uit ongeveer 1650 staan zestien wapens afgebeeld, waaronder uiteraard die van Van Werst en Eynatten.
Ook in Neuville is het grafmonument van Pierre de Tinbu en Anne Maria de Warnant. Zij overleed in 1685 en hij in 1690. Toen werd er ook voor hem een grafmonument gemaakt. Voor het eerst was het wapenschild in een nieuwe vorm te zien.

Hun oudste Louis van Eynatten tot Lichtenbvrgh werd in 1556 geboren. Hij was in 1596 kannunik in Leuven. Later werd hij abt van het klooster Sint Gertrudis in Leuven. Toen hij in 1623 overleed werd in 1626 een grafmonument voor hem opgericht waarbij de wapenschilden afgebeeld werden. Aan de rechterkant van het herdenkingsmonument staan de vier moederlijke wapenschilden waaronder dus die van Van Werst.

Dank zij de site: http://balat.kikirpa.be zijn er foto’s hiervan te zien.

Een andere dochter van Alijda van Werst en Hendrik van Eynatten was Alida. Zij trouwde met Jean de Jamblinne. Een van kinderen, Anne, was tussen 1635 en 1658 abdis van het klooster de Notre Dame de Vivier in het Belgische Marche les Dames, bij Namen. Zij overleed in 1658. Ook voor haar werd een grafmonument opgericht. Hierop stond de tekst: ICY GIST NOBLE ET REVERENDE DAME MADAME ANNE DE JAMBLINNE DITE DOYON  LAQVELLE APRES AVOIR REGIT  LOVABLEMENT ET VERTVEVSEMENT L’ESTAT ABBATIAL TANT SPIRITVEL  QVE TEMPOREL L’ESPACE DE 23 ANS, AT RENDV SON AME A DIEV LE 19 DE NOVEMBRE L’AN 1658 AAGEE DE 70 ANS ET PROFESSE DE 54
Vertaald
HIER LIGT DE EDELE EN EERWAARDE VROUWE ANNE DE JAMBLINNE, ABDIS, DIE NA TROUW EN DEUGDZAAM DE ABDIJ TIJDELIJK VOOR 23 JAAR BESTUURD TE HEBBEN, HAAR ZIEL TERUGGAF AAN GOD OP 19 NOVEMBER VAN HET JAAR 1658, 70 JAAR OUD EN 54 JAAR EEN RELIGIEUSE.

Op een schilderij voorstellende abt Liebrecht van Hulsberg genaamd Schaloen, destijds aanwezig in de portrettengalerij van de abdij van Vlierbeek bij Leuven, staat zijn gevierendeeld vaderlijk wapen, waarin dat van zijn moeder Gertrude van Werst, een dwarsbalk met hermelijnstaartje, afgebeeld is. Ook had deze abt bij de Tongerse glazenier Filips Posson een gebrandschilderd raam besteld, waarop hij zich liet uitbeelden met mijter en kromstaf met zweetdoek. Ook hier het gevierendeeld wapen: in de kwartieren 1 en 4 zijn drie rode koeken geplaatst als schuinbalk (van Hulsberg) en in 2 en 3 in groen een zilveren dwarsbalk (van Werst). De hermelijnstaartjes, die de dwarsbalk horen te beladen, werden door de glazenier kennelijk vergeten.

Abt Liebrecht van Hulsberg genaamd Schaloen werd op 5 januari 1547 in het Begijnhof te Maastricht geboren. Hij was de derde zoon van jonker Gerard 11, burgemeester in Maastricht en jonkvrouwe Gertrude van Werst. Gertrude van Werst was een dochter van bovengenoemde jonker Ulrick III en Aleijda Huyn van Amstenrade.

In de kerk van Clermont-Thimister bevindt zich aan de voet van het altaar een grafsteen met aan weerszijden de wapens van Van der Couven en Van Werst met inscriptie. Dirck van de Couven, die hier sinds ca 1552 begraven ligt, was getrouwd met Johanna van Werst, dochter van jonker Adam (I) van Werst. grafsteen De onderste regels van de tekst op de grafsteen luiden: PRII.A.DIEV.POVR.SON.AME. (bidt tot God voor zijn ziel). In de cirkel staat het wapen van de familie en rechtsonder zijn vijf hermelijnstaartjes te zien: het wapen van de jonkers Van Werst

Pas in 1908 valt er weer een vermelding te lezen van het wapen VanWerst. En wel in het Wapenboek van Macco: Altes Limburgischen Adelsgeschlecht welches, wie es scheint im 16e Jahrhundert erlosch oder im Burgerstand aufgegangen ist. Het wapen dat hij hierbij vermeldde, beschreef hij als In Grün ein weiser Hermelinbalken, auf dem Helm ein mit dem Balken belegter grünen Brackenrumpf.

Concluderend kan gesteld worden dat de landjonkers Van Werst tot het midden van de zestiende eeuw een wapenschild voerden waarop een witte dwarsbalk voorkwam welke belegd was met een aantal hermelijnstaartjes op een groene ondergrond. Dat het helmteken een brakkenkop voerde werd door wapenheraut Arbry vermeld.  In het boek Regist aux armoiries de la Nobles à M. Melchior de Coste Bourgois Vittrié à Marche en Famenne uit 1703  staat het wapen nog steeds afgebeeld. Dus blijkbaar werd het in die tijd nog gebruikt.

bron: Albert van Wersch (schrijver van het boek Van Wersch 800 Jaar), Heerlense Tak.

Vandaag de dag wordt het wapen nog steeds gebruikt. grafsteen-jeu-met-wapenIn 1991 bijvoorbeeld op de grafsteen van Jeu van Wersch (1914-1991). Deze grafsteen kun je in Mechelen in Zuid Limburg vinden.

Soms wordt het wapen nog wel eens gebruikt. Hier werd het wapen in 2012 gebruikt op de vlag die Roy van Wersch gebruikt.

vlag-roy-van-wersch-elsoo

In 2016 kreeg  Kirsten Van Wersch een eigen notariaat in de gemeente Sittard-Geleen. Ook zij gebruikte het wapen:

webnotariaat

En Riego van Wersch (Heerlense Tak) verkocht kleurige bermuda’s. Ook hij gebruikte het wapen in zijn logo:

riego-van-wersch

Het wapenschild van de jonkers / ridders Van Werst was niet origineel. Groene of rode vlakken met hermelijnstaartjes werden ook door andere ridders gebruikt. In het Wapenboek van Beyeren, een bijnaam voor de wapenheraut Claes Heynenzoon (ca. 1345-1414). uit 1405 staan enkele wapenschilden die erg veel op dat van Van Werst lijken. In dit boek wordt geen een ridder uit Zuid-Limburg genoemd.

Duitsland

Elisabeth van Weerst trouwde met de adellijke Jan de Blanche, zoon van Hendrik de Blanche en Anna de Jaminet de Tolmonde. Zij kregen twee kinderen: Andries de Blanche en Jan Leonard de Blanche. Andries werd kanunnik in Gent en verhuisde daarna naar Aken waar hij in 1701 werd begraven. Blijkbaar reisde zijn moeder hem na want zij overleed daar in 1680. Op haar grafsteen stond: Hier liegt begraven  jongfrawe Elisabeth van Weerst, weetib (weduwe) hernn Johann Blanche, starb 4 augustus 1680 bitte Gott fur ihre seele und nachkomlingen. Zij werd begraven in het karmelietenklooster in Aken. Op haar grafsteen is het wapenschild afgebeeld van De Blanche, Van Weerst. Tolmonde en Dobbelsteen. Dobbelsteen was de achternaam van haar moeder.

Het klooster in Aken bestaat niet meer. Het werd van klooster, ziekenhuis, kazerne en tenslotte ene politiebureau. De grafstenen zijn verdwenen.

Een Stamgenoten website