Ruud van Wersch

2013

De carnavalsvereniging de Flaarisse uit Geleen bestond in 2013 6 x 11 jaar. Ter ere van dit feest ontwierp Ruud van Wersch deze Vastelovondposter. Ruud was prins van Geleen geweest. In januari 2016 ontving Ruud van Wersch voor zijn langjarige artistieke verdiensten voor de Flaarisse de Zilveren Buut. Zo schreef hij diverse carnavalliedjes.

foto: Danny Vanhoudt

Ruud ontwierp diverse logo’s.

2012

De man die Doe maar kleur gaf.

Horde gillende meiden die massaal flauw vielen bij concerten, vier nummers één album. Het was Doe Maar waarschijnlijk nooit overkomen zonder Gelener Ruud van Wersch (60) en zijn markeerstiften.

De band die in de jaren tachtig groter was dan Marco Borsato ooit zal zijn, was contractueel verplicht na een eerste matig scorend album nog een tweede elpee op te nemen. De Weerter platenmaatschappij Telstar van schlagerkoning Johnny Hoes, geloofde toen nauwelijks nog in de band. De nummers voor het album lagen al een tijdje “op de plank”. Vooral het ontwerp voor de hoes was een knelpunt. Er waren veel wisselingen in de band en de bazen van Telstar wilden geen geld uitgeven aan een dure albumcover, waarvan het effect onzeker zou zijn. “Aanleiding was de hoes van de eerste elpee”, vertelt Ruud van Wersch. Een zwart wit foto van een van de bandleden, slechts gekleed in een niet verhullende regenjas en een politiepet, met daaronder de tekst “Ik zou het willen doen”. De kuise platenbazen waren woedend en censureerden zijn prominent afgebeeld lid met een sticker van Doe Maar.

Te Gek
Zoiets zou Telstar niet nog een keer gebeuren,” zegt Van Wersch, die destijds ontwerper was bij de platenmaatschappij in Weert. Voor het tweede album Skunk, mocht geen foto gebruikt worden. Alles moest zo goedkoop mogelijk. “ik kende Joost Belinfante en Ernst Jansz nog van een optreden meet C.C.C. inc. op Pinkpop dat ik had gefilmd. Op een gegeven moment kwam ik Belinfante  tegen in de studio in Weert. De hoes moest knallen, zei hij. Zoals het rood-blauwe “niet parkeren” verkeersbord maar dan rood, geel en groen, verwijzend naar reggae.”Het album zou rond carnaval 1981 in de winkel liggen en dus moest op die kleuren een variant worden bedacht. Van Wersch: “Ik nam roze, groene en gele markeerstiften, trok een diagonale lijn en maakte de bovenste helft groen en de onderste roze. In het midden schreef ik met gele letters “Doe Maar. De jongens die net uit de donkere studio kwamen, vonden het helemaal te gek.:  En niet alleen zij. De felle kleuren vielen op in de schappen met platen. Skunk werd het best verkopende album van Doe Maar en was het begin van het grote succes in de jaren tachtig. En Van Wersch? De toen 29 jarige ontwerper werd er niet rijk van. bekend  ook niet. Zijn ontwerp wel. in 2000 werd het zelfs verheven tot postzegel, een eer die niet iedereen te beurt valt.

bron: Limburg Plus, november 2012, Tekst en foto: Kim Stienen.

2011

Limburg krijgt eigen Carnavalsvlag
Op 11-11-’11 komt er in Limburg een Carnavalsvlag op de markt. Dit is een idee van de Sociëteit Awt Prinse van stads carnavalsvereniging de Flaarisse uit Geleen. De initiatiefnemer en (hoofd)ontwerper is Ruud van Wersch, gewezen stadsprins van Geleen. Op deze provinciale Carnavalsvlag staat een ‘joviale’ versie van de Limburgse leeuw die de carnavalskleuren, rood-geel-groen, vasthoudt. Tijdens de carnavalsperiode zie je door heel de provincie Limburgse vlaggen maar natuurlijk ook de bekende rood-geel-groene vlaggen hangen. Terwijl deze laatse eigenlijk de kleuren van Bolivia zijn. Maar dit is nu niet bepaald het meest democratische land van de wereld, aldus van Wersch. De dag voordat het vijfde seizoen, het carnavalsseizoen, losbarst mag cultuurgedeputeerde Noël Lebens, het eerste exemplaar in ontvangst nemen in het Corner House in Geleen. De vlaggen hebben het formaat van 1 bij 1,5 meter en gaan 11 euro en 11 cent kosten. De vlaggencentrale in het Friese Dokkum heeft er inmiddels 1111 gefabriceerd mede dankzij een aantal grote Limburgse bedrijven. Wanneer u zelf een Carnavalsvlag wilt bestellen, dan kunt u terecht bij de Mooi Limburgs webshop van De Limburger.

2009

 Pinkpop, eenmaal, andermaal… Pinkpop, het bekendste en grootste popfestival van Nederland, begon in 1970 in Geleen. Bijna veertig jaar historie heeft tal van relikwieën en anekdotes opgeleverd. Die passeren donderdag in Geleen de revue tijdens een popquiz en een heuse veiling.

Een eenmalig en streekgebonden festival. Onder die noemer organiseerde een aantal jongerencentra op 18 mei 1970 een popfestival in het Burgemeester Damenpark van Geleen. “De begroting voor het eerste festival bedroeg 15.000 gulden. Het was mooi weer en er kwamen 10.000 mensen die 2,50 gulden betaalden. Dus bleef er 10.000 gulden over en deden we het nog een keer. Zo is het gekomen…” Einde citaat van Pinkpop-baas Jan Smeets.
De rest is geschiedenis en precies die (Pinkpop)-historie komt donderdag in het Reüniegebouw in Geleen aan bod tijdens de popquiz Think about… Popmusic! The Pink- popedition en de aansluitende veiling. Aan de hand van vier video- en twintig geluidsfragmenten worden de deelnemers aan de tand gevoeld.

Belangrijke drijvende kracht achter een flink stuk geschiedschrijving van Pinkpop is Ruud van Wersch. Dankzij de Gelener bestaan er überhaupt filmbeelden van de eerste Pinkpopedities. “Ik was 17 en had met sinterklaas een super 8-filmcamera gekregen. In totaal drie minuten, wel zonder geluid, kon ik ermee opnemen.”
In ruil voor pakjes sigaretten wist Van Wersch backstage te komen en de bühne te beklimmen om daar te filmen. “Zo heb ik per toeval de stroomstoot die George Kooymans tijdens het optreden van Golden Earring te verwerken kreeg, kunnen filmen.”

Vijf jaar lang maakte de Gelener opnamen, die hij later tot een film van een uur monteerde. Het geluid voor de film kreeg hij van vrienden die hij met een bandrecorder tussen het publiek liet staan. Pas vanaf 1976 maakt de tv opnamen van het festival en is Van Wersch’ werk niet langer nodig.
Hij is ook de man die het bekende getekende poppetje, zoals dat vanaf 1973 op de posters van Pinkpop voorkomt, vijftien jaar geleden vorm heeft gegeven door er een 75 centimeter hoge pop van te vervaardigen. Het zwartharige, in een jurk gehulde, meisje is inmiddels uitgegroeid tot hét Pinkpopsymbool. “Dat meisje is een icoontje geworden en is door menig artiest stevig vastgepakt”, weet Van Wersch.
Veel van de relikwieën die hij en anderen in hun bezit hebben, worden donderdag na afloop van de popquiz geveild. Een van de pronkstukjes is een origineel affiche van de eerste Pinkpop, in 1970. De opbrengst van de veiling gaat naar Amnesty International.

 

De popquiz begint om 20.30 uur in het Reüniegebouw, Wilhelminastraat 1 in Geleen. Inschrijven kan ter plekke vanaf 20.00 uur. Aansluitend is de veiling.

bron: Limburgs Dagblad, 26 mei 2009, door Ivo Op den Camp, Foto Peter Schols

De enthousiaste filmer Ruud van Wersch legde tussen 1970 en 1974 de eerste vijf afleveringen van dit festival vast op film. Wie zien en horen we? Beelden van Pinkpop 1970-1974.

2009

In Maastricht had je twee ‘hippe’ tenten: Berchmans voor de werkende jongeren, Combi voor de studenten. In de zomer van ‘69 werd de 24-jarige Jan Smeets benoemd tot programmeur van Berchmans. ,,De directeur wilde vernieuwende muziek. Weg met Anneke Grönloh. Het was een tijd van love and peace, seks, drugs en rock and roll. Alleen aan de drugs deed ik niet mee.”
Smeets had in de mijnstreken al furore gemaakt met het organiseren van rock and roll concerten en love-ins. En had een vleugje flower power gesnoven in de Haagse Houtrusthallen met het Lahoblobloe festival, Laat Honderd Bloemen Bloeien. ,Een en al wierook, psychedelische lichten en vloeistofdia’s. Maar de meeste inspiratie deed ik op bij Jazz Bilzen en de busreisjes naar de opnames van het VPRO-programma Piknik, met doctor John en zo. Als we terugreden zeiden we tegen elkaar: wat die Hollanders kunnen, dat kunnen wij ook.”
Dat zou nog wel blijken.

Eén van de vaste bezoekers van Berchmans was Ruud van Wersch. Hij had het gezapige Geleen verruild voor het dynamische Maastricht. Ruud schreef zich in voor de Stadsacademie. ,,Ik kwam van de HAVO St Michiel in Geleen, waar het hoofd van de school een leerling naar huis stuurde, omdat deze verscheen in een broek met bloemenmotief. Lang haar tot op de schouders was ook verboden. Op de academie was alles precies andersom, zoals het echte kunstenaars betaamt. Omdat bouwvakkers inmiddels ook lang haar droegen lieten de kunststudenten hun haar millimeteren. Ik ook.”

Er kwamen die zomer geluiden dat er in Amerika een uniek driedaags festival had plaatsgevonden. Drie dagen van love & peace. De media besteedden er geen aandacht aan. Amerika was toen sowieso heel ver weg. ,,Maar het Woodstock-gevoel was in Limburg en omgeving al aan het ontstaan”, zegt Ruud. ,,We hadden Verkerke-posters van Che op de kamer, droegen Afghaanse jassen met het Ban de Bom-teken. Liepen in legerjasjes. Overal had je popfestivals, waar alternatieve muziek werd gedraaid, waar psychedelische bands optraden en waar vrijheid heerste, waar je ongestoord kon blowen en andere dingen doen, die je ouders niet zo leuk vonden. Er was veel opwinding in die tijd. We spraken veel over de Club van Rome: de aarde ging ten onder als we het roer niet omgooiden.”
Alles zou gaan veranderen. Zou.

Maar al een jaar na Woodstock was de spirit er deels uit en waaide het sterrenstof op. Iedereen was een jaar ouder. Sommigen gingen studeren. Anderen stichtten een gezin of vertrokken naar de Randstad, om daar de mogelijkheden te verkennen. De beweging verpolitiseerde steeds verder, tot afgrijzen van Paul van der Velden. “Velen stapten over naar de CPN. Lachwekkend. Van het ene keurslijf in een nog groter keurslijf. Toch is dat Woodstock-gevoel wel een beetje in Heerlen blijven hangen. Als er iets wordt georganiseerd steekt iedereen een handje toe. Hier kun je nog steeds samen iets moois beleven.”

Jan Smeets is indirect schatplichtig aan Woodstock. Holland Pop in Kralingen werd gemodelleerd naar Woodstock. Smeets regelde succesvol de voorverkoop van Holland Pop in Limburg en kreeg als dank vrijkaartjes. In Rotterdam ontmoette hij Leon Ramakers en student TH Delft Berry Visser. Zij hadden het subsidiecircuit ontdekt en wisten met één brief vijfentwintig duizend gulden binnen te krijgen. Smeets hield oren en ogen open. De rest is geschiedenis.

Smeets voelt zich erfgenaam van Woodstock. ,,Met z’n allen naar popmuziek luisteren. Muziek als bindmiddel. Vreedzaam, non-racistisch. Ik programmeer daar ook op. De Woodstock Factor. Kijk naar Woodstock 1999. Daar zijn ze zo dom geweest om een aantal nieuwe agressieve bands te contracteren, om jong publiek te trekken. Er werd gevochten en gestolen. Ik heb bij Pinkpop nooit punkbands binnengehaald. En daarom is bij ons het Woodstock-gevoel nog steeds aanwezig.”
Voor Ruud van Wersch kwam de katharsis in het voorjaar van 1970. ,,De Woodstock-film kwam in de bioscoop. De elpee was er al. Maar nu zagen we met eigen ogen wat in Amerika was gebeurd. Drie dagen love en peace. Het had een enorme impact. Bij V&D in Maastricht was een hele etalage uitgeruimd voor het filmaffiche. De film was heel opwindend. De muziek. De manier waarop het gefilmd was, ook uniek, met al die shots door elkaar.”

Ruud was één van de weinige Limburgers die Woodstock adoreerden, maar niet naar Kralingen afreisden voor een surrogaat-beleving. ,,Zes weken later was Pinkpop. Ik heb iemand omgekocht met een pakje sigaretten en toen kon ik backstage filmen. Alleen een stukje Golden Earring, want ik had maar een cassette van drie minuten. Pinkpop was en is voor mij het Woodstock van Nederland. Elk jaar krijg ik weer datzelfde gevoel. Samen iets beleven. Vrede, harmonie.”

Sef Derkx koestert zijn illusie. ,,Dat collectieve Woodstock-gevoel was snel weg. De nieuwe mens, dat was een utopie. Maar er is wel iets bij mij blijven hangen. In mijn hoedanigheid van museumdirecteur ben ik nog steeds bezig om nieuwe horizonten te verkennen, nieuwe werelden te ontdekken. Dat is mijn eigen Woodstock-gevoel. Dat is voor mij het hoogste goed.”

Ruud van Wersch werkt bij bioscoop Lumière in Maastricht.

bron: De Limburger 16 augustus 2009.

1981

In 1981 werd ook Ruud geïnterviewd door een journalist over het verstrekken van gratis singeltjes aan piraten.Vandaag de dag moet je eerst uitleggen wat singeltjes en piraten zijn. Ruud werkte op dat moment bij Telstar in Weert. De journalist schreef er er een groot verhaal over. Hieronder staat alleen het stuk waarin het verhaal van Ruud namens Telstar staat:

Bij platenmaatschappij Telstar van Johnnie Hoes in Weert ligt het anders. Daar maakt men de handen niet vuil, althans volgens Ruud van Wersch van de afdeling perspromotie van Telstar. Hij weet wel dat vele andere platenmaatschappijen met speciale pluggers voor piraten werken en gratis plaatsjes hun doen toekomen. Ook verbaast hij zich over de vaak kostbare apparaten waarover vele van de bekendere piraten beschikken. “Zij worden gesponsord, dat weet ik zeker,” aldus Van Wersch.

Telstar houdt zijn handen schoon. Geen speciale piratenpluggers en ook geen gratis plaatjes voor piraten. Na enige aandringen geeft Van Wersch toe dat Telstar wel over een uitgebreide lijst met adressen van etherpiraten beschikt. Nee, zij krijgen geen plaatjes, maar wel maandelijks een folder met de nieuwste uitgaven van Telstar.

Telstar houdt zich ook aanbevolen voor tips van piraten. En inderdaad, ook laat men wel gratis plaatjes achter bij plaatselijke detailhandelaren die op hun beurt plaatjes gratis aan piraten vertrekken. En is Telstar blij met de grote groei van de piraterij? “Ja zeker, daar zijn we heel blij mee,” beslist Van Wersch.

bron: Leeuwarder Courant 31 januari 1981

1977

Ruud van Wersch
ANWB de Kampioen november 1977

Ruud stond als acquisiteur uit Geleen in een advertentie van Bosch.

Ruud van Wersch
Kampioen 1977

1973

In 1973 werd het O.L.S. gehouden in Eijs-Wittem. In opdracht van Brand’s Bierbrouwerijen uit Wijlre is van dit O.L.S (Oud Limburgse Spelen)  toen door Ruud van die dag ’n ruim een uur durende kleurenfilm met origineel geluid vervaardigd. Van de toen 154 deelnemende schutterrijen won op die dag uitgerekend schutterij St. Maternus uit Wijlre. Het gevolg was dat het O.L.S. 1974 in Wijlre 1974 ook in opdracht van Brand’s Bierbrouwerijen volledig is vastgelegd in kleurenfilm en geluid. Het  O.L.S 1974 werd gehouden op dezelfde zondag van de historische WK-voetbalwedsrijd Nederland-Duitsland. In deze film zijn ook de spannende en teleurgestelde gezichten van vele schutters te zien die Nederland op de, op het O.L.S.-terrein geplaatste tv’s, zagen verliezen. Beide films, volledig zonder rechten, zijn in Ruuds bezit.

Klik hier voor Ruud van Wersch in de Wittemse Tak.

Een Stamgenoten website