Philippe van Wersch

2010

klompen
2010

Philippe van Wersch verzamelde door de jaren heen 150 paar authentieke klompen
Unieke verzameling houten klompen in Kaatsheuvel.

Het begon zo’n 35 jaar geleden, toen zijn eigen klompen versleten waren. Philippe van Wersch zocht een paar nieuwe houten klompen voor in de tuin. Hij klopte aan bij een klompenmaker in Schoonhoven en zag dat de klompen die hij maakte nogal afweken van de houten klompen die hij had. De interesse was gewekt.

Nog maar 15 klompenmakers in Nederland .
Philippe (58 jaar) is geboren te Amsterdam maar al jaren woonachtig in Kaatsheuvel. Hij is vooral een actieve persoonlijkheid met veel interesses. Naast zijn volledige baan verzorgt hij ook nog de website voor de Parochie Kaatsheuvel, beheert hij een eigen website voor de familiegeschiedenis en schreef hij een boek over inheemse wilde planten. Daarnaast verzamelt hij dus al ruim 35 jaar allerlei handgemaakte klompen. Waarom klompen? Het is een natuurproduct, een echt oud ambacht en een uitstervend beroep. Toen Philippe begon met zijn verzameling wist hij een lijst te bemachtigen uit de jaren zestig waar de nog actieve klompenmakers op stonden. Dat waren er toen nog zo’n 160 in Nederland.
Tijdens vrije dagen, weekenden en vakanties trokken ze er met de familie op uit om die actieve klompenmakers te bezoeken. Elke klompenmaker heeft zijn eigen product. Zo zijn er klompen die bewerkt. zijn met houtsnijwerk, handbeschilderde klompen, waarbij elke klompenmaker zijn eigen motief heeft en klompen afgewerkt met leer. Dan zijn er nog werkklompen. zondagse klompen. gelegenheidsklompen en uiteraard de sierklompen. Op dit moment zijn er nog maar 15 klompenmakers over in Nederland. De meeste hebben daarbij een klein museum.

Elke klomp beeft zijn eigen verhaal.
In Brabant werden de meeste klompen gemaakt van populieren-, iepen- en wilgenhout. De klompen gemaakt van de iep waren loodzwaar. Waren de klompen versleten dan kon men bij de klompenmaker er een houten zool onder laten timmeren. Voor mensen met pijnlijke wreven zijn er de klompen met een kortere houten voorstuk en een leren bandje. Voor elke gelegenheid zijn er andere klompen. De klompen in Nederland werden al gebruikt ver voor de Middeleeuwen. Op de schilderijen van Jan Steen zijn ze al duidelijk zichtbaar. Naast West- Europa werden er ook in China en Japan klompen gebruikt. In Frankrijk heet de klomp: “Sabot” hier zou ons Nederlandse woord saboteren vandaan komen.

Unieke collectie van 150 paar klompen in eigen maat
Inmiddels heeft Philippe 150 paar verschillende klompen weten te bemachtig en ook nog eens in zijn eigen schoenmaat. Bij klompen.wordt de daadwerkelijke lengte van je voeten gemeten. Zijn schoenmaat 44-45 is bij de klompen maat 32-33.Volgens Philippe van Wersch zijn er maar zo’n 3 à 4 klompenverzamelaars in Nederland. Zijn collectie is dus uniek te noemen. Inmiddels draagt hij nog steeds klompen voor in de tuin  Deze worden echter bij de Boerenbond gehaald en zijn machinaal vervaardigd.

bron. de Duinkoerier 27 januari 2010
door Yvonne Verhagen

1985

philippe-1985
1985

Van oude verhalen die voorbijgaan

Wat doe je in ’s hemelsnaam als je je eigen vrouw niet kunt verstaan? Philippe van Wersch, een geboren Amsterdammer, begreep zijn Brabantse Jeanne af en toe totaal niet. Regelmatig bracht de Bergse hem met haar dialect in problemen. „Als ze vroeg of ik vaart had, antwoordde ik dat ik stil stond. Van die dingen”, lacht Philippe. Om van zijn huwelijk een doorslaand succes te maken én omdat het een aardige bezigheid bleek, maakte Van Wersch een omvangrijke studie naar, alles wat maar met ‘Berrege’ en vroeger te maken heeft.

Het is enigszins uit de hand gelopen. Philippe van Wersch (34) begon met het noteren van wat typisch Bergse woorden en de betekenis daarvan, maar als ‘import’ mag hij zich nu als een groot kenner van Bergen op Zoom beschouwen. Bescheiden als ‘ie is, zal hij dat niet doen, maar Philippe zou uitvoerige lezingen kunnen geven over Bergse bijnamen, straatnamen, tradities, bijgeloof, liederen en vooral volksverhalen.
De produktmanager bij een Roosendaalse koekjesgigant gebruikte zijn kennis voor het boekje ‘Bergse wondervertelsels’. De amusante verhaaltjes -geillustreerd door de rasechte Bergenaar Joop Mijsbergen –   vernam hij uit de monden van tientallen oudere Bergenaren die hij stuk voor stuk thuis opzocht. Van Wersch ontdekte dat de derde leeftijd blij was dat er weer eens een aandachtig oor naar die uitstervende overleveringen luisterde.

„In welk gezin wordt er nog gezongen, wanneer vertelt pa of ma nog zo’n mooi verhaal bij de open haard? Het is doodzonde als straks niemand ze meer kent. De kinderen van nu horen dat allemaal niet meer. Die kijken alleen nog maar naar zo’n kreng van een televisie, voor ouders dé makkelijkste manier om niet met hun kinderen bezig te zijn. Daarom ben ik met die speurtocht begonnen, om ervoor te zorgen dat die oude volksliedjes en verhalen niet helemaal verdwijnen.”

Van Wersch stapte met een taperecorder en een waslijst vragen naar tehuizen en kwam via via op een enorm aantal adressen terecht. „Als je aanbelt, zeggen ze praktisch allemaal dat hun verhaal niet zo bijzonder is, maar naderhand blijkt vaak dat ze boordevol schitterende dingen zitten. Veel mensen zijn alleen niet meer gewend om te vertellen, omdat nooit iemand ernaar vraagt. Maar als je ze een beetje op gang helpt, krijgen ze er lol in. Ik was ooit bij iemand, die haalde op een gegeven moment zijn hele familie erbij. Stonden ze met z’n allen een hele avond te zingen, echt die sfeer van vroeger.”
Aan enthousiasme geen gebrek, maar de tot medewerkers gebombardeerde ouderen maakten het Philippe niet altijd even makkelijk. Hij weet nu wat het betekent om uren met stokdove mensen te converseren, moest ook de geschiedenis van de vreselijkste ziektes en familieruzies aanhoren en er waren sommigen die hem diverse keren een totaal andere versie van een volksverhaal voorschotelden. Ze waren hem echter allemaal even lief.

Een van hen hield Philippe twee dagen zoet. Toen de hobbyschrijver hem later nog eens wilde uithoren, bleek de oude baas overleden. „Da’s natuurlijk heel vervelend; je bent een bron kwijt. Maar aan de andere kant kon ik de familie blij maken met een bandje met de stem van opa. En ik ben tevreden omdat ik nog net op tijd was om nog iets uit die man te krijgen. Dat klinkt cru, maar het is wel een van mijn grote problemen: hoe kom ik aan al die verhalen voordat er geen mens meer is om ze te vertellen?”

Gelukkig kan Van Wersch voorlopig nog even vooruit. Ook Bergen blijkt rijk aan liederen en vertelsels die de moeite van het bewaren meer dan waard zijn. Het bevreemdt hem alleen dat zo weinig mensen op die gedachte zijn gekomen. „Je hebt genoeg types met interesse voor de historie in het algemeen, maar juist dat volksleven
komt er nauwelijks uit. In veel plaatsen in West-Brabant is dat trouwens het geval. En het enige dat er over Bergen wordt verteld, handelt over de Gertrudisbron en de Zeemeermin. Maar verder houdt het vrijwel op.”
Nu wil hij niet beweren dat alle verhalen in zijn bundeltje typisch Bergs zijn. Als veldwerker van het hoofdstedelijke Professor Meertensinstituut dat zich specifiek toelegt op de folklore, herkent Philippe veel van wat in de Scheldestad de ronde doet.

„Het vertelsel van de man die zich als non voordoet om eerzame lieden te bestelen, kom je in veel plaatsen tegen. Maar het is heel aardig om te zien hoe die dan aan de streek worden aangepast”, zegt Van Wersch, die het wat dat aangaat geen bezwaar vindt dat hij hier als vreemdeling zit te pionieren. „Dat helpt me juist. Een ander vindt al gauw iets vanzelfsprekend, terwijl ik me nog regelmatig verbaas over bepaalde woorden of gebruiken. Slechts een enkele keer stoot ik m’n neus. Bijvoorbeeld toen ik in Bergen een afspraak had op de Vismarkt. Ik wist hoe ik moest rijden, maar toen ik dacht dat ik er was zag ik alleen het St. Catharinaplein. Geen besef dat dat hetzelfde was!”

Om er zeker van te zijn dat hij ook echte volksverhalen te horen krijgt, is het voor Philippe zaak zoveel mogelijk oude Bergenaren op de band vast te leggen. Bij dit vergelijkend warenonderzoek maakt hij ook gebruik van archieven, oude kranten en ander documentatiemateriaal.
„In de volksmond verandert zo’n verhaal al gauw. Er komt wat bij, er wordt wat vergeten… En dan probeer je het toch weer zo authentiek mogelijk te krijgen. Soms lukt dat niet, hoor je van mensen maar vier, vijf zinnen. Op zo’n moment maak ik er toch een heel verhaaltje van. Da’s misschien niet wetenschappelijk verantwoord, maar het moet toch om te lezen zijn. Daarom schrijf ik ook niet in het dialect, dat vind ik zo’n onzin.
Wanneer je dat doet, begrijpt maar een beperkt publiek het en daarvoor zijn die vertelsels veel te mooi.”

bron: Brabants Nieuwsblad 27 september 1985

1979

philippe-1979
1979

BERGSE ZILVERSMID SCHREEF
BOEK OVER WILDE PLANTEN

BERGEN OP ZOOM  Wist u dat een aftreksel van de zilverschoon helpt tegen diarree en andere soorten vloeiingen, dat het kauwen op de wortel ervan helpt bij loszittende tanden en dat het blad tegen geelzucht en scheurbuik en in Friesland tegen koorts wordt gebruikt?
Wist u dat het afkooksel van die zilverschoon tegen pijnlijke ogen en zwerende wonden wordt gebruikt en dat men geloofde dat als het blad in de schoen gedaan wordt dit tegen reuma en geelzucht beschermt?
Wij wisten het niet. U waarschijnlijk ook niet. Maar er is nu een mogelijkheid om dat te weten te komen. Bergenaar Philippe van Wersch heeft in zijn boek „Folklore van wilde planten in België en Nederland” een groot aantal planten op deze manier beschreven.
Denk nu niet dat Philippe een afgestudeerde bioloog is. Neen, de in 1951 in Amsterdam geboren auteur is van zijn vak juwelier/zilversmid en werkt als zodanig bij een bekend Bergs atelier waar gouden en zilveren sieraden worden gemaakt. Toen Philippe in Schoonhoven de vakschool voor juwelier en goudsmid bezocht werd zijn aandacht op de natuur gevestigd. Hij trok die natuur in, zocht en plukte planten, waarvan later bleek dat ze beschermd waren. Dat ontdekte hij bij het determineren. Ook bleek toen dat de meeste namen naast een officiële een folklore naam hebben die meestal iets te maken heeft met de geneeskundige kant ervan.

Zo zegt in de folklore de kleur van de plant iets over de geneeskrachtige werking ervan. Rood heeft te maken met het bloed, geel met gal en wit met melk. Zaken waarvan nu ook de homeopathie gebruik maakt. Met die wetenschap op zak begon Philippe drie jaar geleden met het schrijven van zijn eerste boek. Daarvoor ging hij letterlijk en figuurlijk de boer op om met de mensen te praten over de planten en om hun liedjes daarover te noteren.
Twee bibliotheken hielpen hem bij de verwerking van al die gegevens: de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en de Universiteitsbibliotheek in Leiden.

Zeldzaam
Toen Philippe twee jaar geleden in Bergen op Zoom kwam werken en wonen ging hij ook hier de natuur in en de boer op. „En Bergen op Zoom heeft echt zeldzame planten”, aldus Philippe, waarna hij  zonder erbij te zeggen waar ze groeien  een opsomming geeft: de gevlekte rupsklaver, het glaskruid, de koningsvaren, de zwanebloem en de gele dovenetel. Die staan niet beschreven in dit boek van Philippe. Maar hij is inmiddels al bezig met het tweede deel en daarin zullen stellig deze planten vermeld worden. Philippe is blij met de belangstelling voor de folklore. „Let wel, die heeft in ons land zo’n 80 jaar stilgelegen. En dan heb je heel wat in te halen”, aldus de schrijver, die ook een fervent liefhebber is van folkloristische dansen en muziek.
Hij is dan ook de oprichter van de Folkclub De Hommel. Al jarenlang probeert hij te komen tot de uitgave van een folkblad, maar de Nederlandse uitgevers zien daar geen brood in. Ten onrechte, vindt Philippe. „Maar ja, de folklore heeft in ons land te lang in het folkloreverdomhoekje gezeten”.
“Folklore van wilde planten in België en Nederland” is eind vorig jaar van de persen gelopen bij Hollandia BV in Baarn. Het maakt deel uit van de Hollandia Tuin en Milieuserie. De tekeningen  -op de omslag na-  zijn gemaakt door Ingrid Dijkstra-Cammenga.

Tegen onweer
Eén van de eerste hoofdstukken handelt over de „kroetwusj”, een dialectische naam voor een gewijde bos kruiden die o.a. tegen onweer beschermt. Daarna geeft Philippe de lezer een overzicht van het kruidenboek in de loop der eeuwen en beschrijft hij „theriak” een wondermiddel uit het begin van onze jaartelling.
Een kleine tweehonderd bladzijden worden besteed aan de beschrijving van een heleboel planten, waarna een register volgt waarin een en, ander op volgorde is geplaatst. Natuurlijk staan niet alle 1500 in ons land voorkomende wilde planten in het boek. Die er wel in vermeld zijn komen echter vrij algemeen voor, En dat maakt het voor de lezer alleen maar aantrekkelijker.
„Folklore van wilde planten in België en Nederland” is bij de boekhandel te koop voor f 24,90

bron: Brabants Nieuwsblad 19 januari 1979

Klik hier voor Philippe van Wersch in de Heerlense Tak

Een Stamgenoten website