Max van Wersch, marathonloper /slijter

Tussen 1980 en 1989 behoorde Max van Wersch uit Kerkrade als marathonloper tot de top van hardlopers van Nederland. Begonnen als trimmer werd hij al gauw ontdekt als marathonloper door de Nederlandse Atletiekbond en de sponsors. Een marathon is 42 km en 195 meter lang. Max liep die op een keer in 2 uur 15 minuten. Een hele prestatie als je weet dat hij zijn eerste marathon in 1979 liep met een tijd van 2 uur en 58 minuten.
In die jaren schreven de kranten regelmatig over hem. Hieronder een hele kleine selectie uit die kranten. Vreemd vind ik het dat een Gerard Nijboer wel bij velen bekend is,  maar Max niet.

1982

kerkrade-1982
Kerkrade, de 10 Engelse Mijl, 1982

1985

lim-dgbl-20-apr-1985Max van Wersch droomt zelfs van de wereldtop
Heerlen. Trimmen is in. Sterker zelfs, het bedrijven van vrijetijds sportbeoefening neemt hand over hand toe. In deze tijd krijgt de mens steeds meer behoefte het lichaam in conditie te houden of te houden. Maar dat deze vorm van bewegen verder kan leiden dan dat blijkt uit het verhaal van Max van Wersch.
Deze 27 jarige Heerlenaar begon ooit als pretentieloze trimmer en is inmiddels uitgegroeid tot een van Nederlands beste Marathonlopers. Dat bewees Max van Wersch precies een week geleden nog in de Westlandmarathon waarin hij in een persoonlijke recordtijd de verdienstelijke 3e prijs voor zijn rekening nam. Een interview.

“Ja,” lachte Max van Wersch, “ik ben ooit als trimmer begonnen. Ik was toen een jaar of achttien en wilde weer iets aan de conditie gaan doen. Ik moet er wel bij vertellen dat ik vanaf mijn tiende tot zestiende de atletieksport beoefende. Daarna had ik er geen zin meer in. Het inspireerde mij weinig nog aan wedstrijden mee te doen. Daarom kapte ik ermee. Op stap gaan vond ik fijner.” Zoals velen van zijn leeftijd wilde ook Max van Wersch van zijn jonge leven profiteren. Daarom was er voor actieve sportbeoefening geen tijd meer over. Hij behoorde echter niet lang tot het leger van levensgenieters. Het bloed kroop ook bij Max van Wersch waar het niet gaan kon. “Na een jaar of twee kwam ik tot bezinning. Ik vond het niet meer leuk dat ik geen sport meer beoefende. Daarom besloot ik weer te gaan lopen. Als trimmer dan wel te verstaan. Ik had geen enkele inspiratie om ooit tot de top van Nederland te gaan behoren. Dat is er achteraf toch van gekomen.”

Passie
In de keuken van zijn ouderlijke woning vertelt Max van Wersch honderduit over zijn passie, het marathongebeuren. Het gesprek wordt plots onderbroken door telefoongerinkel. Janine van der Bolt meldt zich aan de ander kant van de lijn.. “Janine zit in Portugal. Ze werkt daar aan haar conditie,” verduidelijkt de afgetrainde atleet. “Janine van der Bolt, Harrie Driessen, Marcel de Veen en ik trainen vaak samen. Edmund Wojciechowski is onze trainer. De beste van Nederland, vind ik. Aan hem heb ik veel te danken.”

Max van Wersch was aanvankelijk lid van Trimclub Brunssummerheide. “Omdat ik helemaal niet de bedoeling had ooit wedstrijden te gaan lopen. Bij de Trimclub Brussummerheide vormden we een gezellig kliekje. Omdat ik steeds beter begon te lopen, kreeg ik de behoefte aan een marathon te gaan deelnemen. Mijn debuut maakte ik in 1979 in de Marathon van Maastricht. Ik deed er 2 uur en 58 minuten over. Niet gek voor het niveau waarop ik toentertijd trainde. Ik was eigenlijk nog een trimmer. Daarom was ik ontzettend tevreden met de prestatie.”
Het bevredigende debuut in de Maastrichtse loop over 42,195 kilometer was voor Max van Wersch de aanzet om ermee door te gaan. Van Wersch: “Twee maanden later stond ik aan de start van de Amsterdamse trimmarathon, die ik in 2 uur en 43 minuten uitliep. De groei zat er dus in.”

De zoon van een Heerlense wijnhandelaar (Max werkt in de twee zaken van zijn ouders) bleef toch nog tot 1982 op trimniveau (de trainingsopbouw was nog slecht) acteren, maar raakte niet veel later helemaal overtuigd van zijn talenten toen hij de Marathon van Eindhoven in 2.21.03 uur afwerkte. ”In Eindhoven vestigde ik de eerste keer de aandacht op me. Het leverde me een plaats in de Nederlandse B-Selectie op. Ik liep nadien ook Edmund Wojciechowski tegen het lijf. Hij stelde meteen goede trainingschema’s voor mij samen. Dat betekende wel dat ik helemaal vanaf de basis moest beginnen. Daardoor kon ik mijn progressie in 1983 niet voortzetten. De drie marathons waaraan ik deelnam (Maassluis, Amsterdam, Enschede) liep ik steeds in 2 uur en 21 minuten.” Toen de aanpassingsperiode achter de rug was, begon de trainingsijver onder Edmund vruchten af te werpen. “Dat bleek vorig jaar in Maassluis. De Westlandmarathon liep ik in 2.16.47.”

Keurkorps
De prestatie van Max van Wersch bleef bij de Nederlandse Atletiekbond niet onopgemerkt. De Heerlense lange afstandsloper werd aanvankelijk officieus en niet veel later officieel aan de nationale A-ploeg toegevoegd. “Behalve mijn provinciegenoten Cor Lambregts en Pieter Ruisman en ik,behoren ook Gerard Nijboer, Cor Vriend, Jac Valentijn en Rudy Vermiel tot het nationale keurkorps. Via de bond kwam ik vorig najaar in de marathon van Montreal terecht. Steken in mijn zij verplichtten mij jammer genoeg de strijd te staken. Toch sloot ik 1984 goed af. Ik nam op de Nederlandse ranglijst immers de zesde plaats in.
Max van Wersch maakte een zelfverzekerde indruk. Terwijl hij een slok neemt van zijn tweede kopje koffie, geeft hij zich helemaal bloot. “Ik zal ooit de marathon in 2 uur en 11 minuten lopen. Die tijd ligt binnen mijn bereik. Ik heb zelfs de pretenties om ooit tot de wereldtop door te stoten. Over een jaar of drie hoop ik dat ideaal te bereiken. Vaak heb ik al aan de Olympische Spelen in Seoel gedacht. Toch denk ik dat de marathon van Korea niet geschikt zal zijn voor de Nederlandse atleten. Veel te zwaar en bovendien schommelt de temperatuur daar steeds tussen de dertig en de veertig graden. Bepaald niet ideaal voor ons,”meent hij.

Coming-man
De Limburgse coming-man is vast besloten zijn doel ooit te bereiken. “Ik heb voor de marathon gekozen omdat dat onderdeel me het meest aanspreekt. Als marathonatleet moet je ontzettend diep kunnen gaan en alles voor je sport over kunnen hebben. Daarom heb ik ook veel respect voor wielrenners. Ik ontzeg me ook alles om vooruit te komen. Het is een enorme uitdaging. Ik vind het prachtig om alles uit het lichaam te halen wat erin zit en steeds beter te presteren. Als ik me aan het voorbereiden ben op een marathon, train ik zelfs vijf tot zes uur per dag. Ik doe dat ontzettend graag.”

Voorlopig heeft Max van Wersch die gesponsord wordt door de Amerikaanse sportgigant Brooks, geen marathon meer op het programma staan. In Rotterdam is hij vandaag dus niet van de partij. “Omdat  ik vorige week in Maassluis liep, zou dat ook niet kunnen,” vertelt Van Wersch. “Een atleet heeft immers zes weken nodig om van een marathon te herstellen. Ik heb de komende weken wel enkele onbelangrijke stratenlopen op het programma staan. Omdat ik aan het afbouwen ben zal ik daarom niet tot het uiterste gaan. Hoewel ik er een hekel aan heb, ga ik in de zomer ook op de sintelbaan lopen. Dat doe ik om aan mijn snelheid te schaven. Mijn eerstvolgende marathon loop ik in het najaar Hoogstwaarschijnlijk in september in Peking of in oktober in Chicago. Ik hoop dat ik tegen die tijd weer de nodige vooruitgang heb geboekt.

Bron: de Limbursch Dagblad 1985
Tekst Bennie Ceulen

1985

lim-dgbld-2-dec-1985

Het weekeinde van Max van Wersch

MARGRATEN – Max van Wersch, een van de trekpleisters van de eerste editie van de halve marathon van Margraten, slenterde ruim een kwartier voor de start van de loop, arm in arm met vriendin Andrea het inschrijvingslokaal binnen. „Waar is de organisator, waar is Rob Gulikers”? vroeg hij. Terwijl zijn collega-atleten in de straten van het stadje de laatste voorbereidingen troffen, wees niets er op dat Max van Wersch deel zou uitmaken van het ruim 300 koppen tellende veld. „Ik ben vandaag toeschouwer”, verduidelijkte hij, toen hem naar zijn loopschoenen werd gevraagd. „Rob Gulikers heeft mij gevraagd om toch naar Margraten te komen om de indruk weg te nemen dat de organisatie enkel maar met een bekende naam had geschermd om een aantrekkelijk deelnemersveld bijeen te krijgen”.

Met de beslissing van Van Wersch niet te starten in Margraten, kreeg zijn weekeinde plotseling een andere wending. Een weekeinde dat zaterdagochtend in de slijterij aan de Kloosterkoolhof begon „en bijzonder druk was”, aldus de Achilles Top-atleet. „Van negen tot zeven heb ik het waanzinnig druk gehad in de zaak. Ik had amper tijd om tussendoor een uurtje te trainen. Van tien tot elf heb ik een duurtraininkje van ongeveer veertien kilometer gehouden”. De drukte in de slijterij komt op een voor Van Wersch gunstig tijdstip. In de voortdurende belangenstrijd tussen zaak en ‘hobby’ speelt de atletiek tot januari een ondergeschikte rol.

 „Na de New Vork-marathon ben ik aan een rustfase begonnen”, aldus Max van Wersch. En met rustfase bedoelt de 26-jarige een trainingsschema dat ligt tussen honderd en honderdvijftig kilometer per week. In die ‘rustfase’ worden tempotrainingen in de vorm van wedstrijden opgenomen. Zaterdagavond kwam de tempotraining in de vorm van de halve marathon van Margraten te vervallen. „De secretaris van Achilles Top belde me met de mededeling dat mijn voornemen om te starten tijdens een wilde loop, en dat was die halve marathon, in de ogen van de bondsbestuurderen geen genade zou vinden en dat ik het risico zou lopen geschorst te worden. Ik heb meteen Carla Beurskens, die eveneens in Margraten zou starten, ingeseind. Na grondige bestudering van de reglementen en enkele telefoontjes met mensen, die op de hoogte zijn van de gebruikelijke handelwijze in voorkomende gevallen, leek het risico te groot. Ook Carla dacht er zo over, waarna ik organisator Rob Gulikers heb gebeld en hem heb meegedeeld dat wij niet zouden starten”.

Tegen die tijd, om ongeveer half elf zaterdagavond, stond ook het voornemen van Max van Wersch vast om deel te nemen aan de cross in Heythuysen, die gistermiddag om 15 uur van start werd geschoten. „Ik had een lange tempoloop gepland en moest een alternatief hebben voor Margraten. Wel had ik Gulikers toegezegd dat ik als toeschouwer in Margraten zou zijn. Ik dacht dat ik voldoende tijd had om als toeschouwers in Margraten te zijn en als deelnemer tijdens de Sinterklaascross van start te gaan”.

Tijd, die de Heerlense atleet doorgaans ontbreekt. Vanaf februari wordt het aantal trainingskilometers drastisch verhoogd om aldus een goede basis te leggen voor het atletiekseizoen, dat vermoedelijk weer tot oktober zal duren. „Te lang”, vond Max van Wersch het afgelopen seizoen. „Ik was in New Vork opgebrand, te moe”. In overleg met trainer Edmund Wojchiekowski stelt Max van Wersch momenteel zijn agenda voor komend jaar samen. Het hoogtepunt ligt vroeg in het seizoen: de marathon van Maassluis. „In februari wordt het aantal trainingskilometers opgevoerd naar tweehonderd tot tweehonderdvijftig. Daarvoor is een stage gepland in de zon, waarschijnlijk Portugal of de Canarische eilanden. De eerste piek komt te liggen tijdens de opening van het wegseizoen in Alphen aan de Rijn. In Maassluis loop ik de marathon”.

Maassluis wordt het uitgangspunt voor het nieuwe seizoen. De tweede zaterdag in april is daarmee del belangrijkste dag in het atletiekjaar van de Heerlense slijter. Waarom Maassluis? Waarom een marathon waar de wereldtop niet aan de start verschijnt en waar de omstandigheden allesbehalve ‘lopersvriendelijk’ zijn? „Het ontbreken van de wereldtop is alleen van voordeel voor een atleet, die qua prestatie tussen da 2.12 en de 2.16, zeg maar de subtop, zit.
In Rotterdam wordt aandacht aan de wereldtop besteed. Atleten, die bij de subtop horen, lopen daar vaak dertig kilometer alleen. In Maassluis blijven we altijd met een grote groep samen. Verleden jaar ben ik tegen het eind zelfs’ aan de groep gaan sleuren om de zaak uit elkaar te krijgen, omdat we nog met zijn twintigen over waren. De progressie, die ik in drie jaar Maassluis heb doorgemaakt sterkt mijn vertrouwen in die marathon. Van 2.21,30 onder slechte omstandigheden tot 2.15 verleden jaar. Ook toen waren de omstandigheden niet bijster”.

Van de cross in Heythuysen kwam niets terecht. „Ik vertrok Ie laat uit Margraten”, vertelde Max van Wersch. „Ik kon me daarop niet voldoende voorbereiden dus heb ik er maar een training loop van twintig kilometer van gemaakt. Een beetje heuvelachtig, richting Trintelen, dat is goed voor de spieren”. Na een uur en zestien minuten waren de twintig kilometer achter de hielen. „Jammer, dat het zo is verlopen. Ik had tijdens die halve marathon graag mijn gezicht laten zien in h deelnemersveld.”

Bron: Limburgsch Dagblad 12 december 1985,
Tekst:fred Sochacki
Foto: Frits Widdershoven

In de  onderstaande tabel staat een willekeurige selectie van de wedstrijden en de uitslagen die Max gelopen heeft. Opvallend is dat het bijna allemaal in de top tien is. In de later verschenen boeken staat hij dan ook vermeld in de top tien van Nederland.
Max was destijds lid van atletiek vereniging Achilles-Top in Kerkrade. Op hun website staat een eeuwige top tien van oa. mannen die het beste scoorde vanaf het begin van Achilles tot heden. Max staat onverslagen al 23 jaar (sinds 1987) op de eerste plaats met een nog steeds ongeëvenaarde afstand op de uurloop. Hij staat sinds 1984 op de tweede plaats van alle halve marathonlopers en op de derde plaats sinds 1985 van alle marathonlopers.

 

Maand en jaar Waar en wat plaats
11/1980 Volksmarathon Amsterdam 1ste
1981 Herzogenrath Halve Marathon 1ste *
10/1982 Weert, 10 Engelse Mijl 1ste
5/1983 Amsterdam Marathon 6de
5/1983 Eersel 25km 1ste
6/1983 Soest 5 mijl 2de
9/1983 Eindhoven 15 km 2de
10/1983 Weert Uurloop 1ste
3/1984 Alphen a/d Rijn 8ste
6/1984 Enschede halve marathon 3de
7/1984 Solothurn 27ste
3/1985 Alphen a/d Rijn
Marathon
8ste
5/1985 Amsterdam Marathon 8ste
1985 New York Marathon 93ste
9/1985 Uden 15 km 6de
3/1986 Alphen a/d Rijn 12de
4/1986 Westlandmarathon 11de
6/1986 Tegelen, halve marathon 5de
11/1986 Maastricht Cross 4de
12/1986 Margraten halve marathon 1ste
3/1987 Weert Uurloop 1ste
5/1987 Geleen Halve marathon 1ste
6/1987 Grindmerenloop 8ste
7/1987 Ned. Kampioenschap 9de
8/1987 Grootebroek
halve marathon
1ste
11/1987 Margraten Halve Marathon 6de
2/1988 Kerkrade 1ste
11/1988 Margraten halve marathon 8ste
     

 Eerste in de halve marthon van Herzogenrath in 1981. Tot op heden (2010) heeft niemand daar zijn tijd verbeterd.

 Enkele van de tientallen artikelen die over hem verschenen.

Wat doet Max tegenwoordig?

dscn5229Max is de derde generatie die in de drankenhandel zit. Zijn opa begon ermee, toen zijn vader en nou Max. Hadden ze in de jaren zestig nog twee zaken. Nu heeft Max een winkel in Heerlen genaamd Maxwijn. Ook hier presteert hij boven de norm. In 2004 en in 2005 werd hij gekozen tot de beste slijterij van Limburg.

“Wijn is een snobistisch artikel”

Parkstad heeft goed slijters. Tenminste, als je kijkt naar de lijst genomineerden voor het predikaat Beste Slijter van Limburg. Vier van de zes kwamen uit Heerlen (2) en Voerendaal(2) Maar ééntje kon er de beste zijn: Max van Wersch in Heerlen, Hij dingt in juni mee naar de landelijke titel.

Zelfverbeste-slijter1zekerd, vlotte babbel en ongetwijfeld een lopende wijnencyclopedie als je hem zo hoort praten. Max van Wersch van de gelijknamige wijnhandel /slijterij is trost op zijn vak. Dat hij uitgeroepen is tot de beste slijter van Limburg, mag dan ook gezegd worden. Een grote witte vlag van de vakvereniging Slijters Unie siert zijn pui.
Bij binnenkomst valt meteen de verlichting op. Tot achter in de winkel verlichten de spotjes de stofvrije flessen alcohol, extra benadrukt door de smalle verticale spiegels aan de wand. Vooraan wijnen uit Chili voor een paar euro. En in een vitrine de trost van de slijter: een Chateau Pétrus uit 1986 voor duizend euro, een cognac (Bagnolet, deels bestaand uit cognac uit 1890) voor 550 euro.
“Wijn is een snobistisch artikel. Er zijn altijd mensen die erop kicken om zo’n fles in de kelder te hebben liggen, Het is een cult.”zegt Van Wersch terwijl hij er een handboek op naslaat om de precieze naam van een wijn te achterhalen.

In de winkel staat een kleine bibliotheek aan boeken over allerlei alcoholische dranken. Van Wersch kijkt er nauwelijks in, zegt hij, maar zijn collega, Jacqueline Geraerts vindt dat er “altijd nog wat te leren”valt.
Volgens het jury rapport van de Slijters Unie is Van Wersch in de prijzen gevallen om zijn waar te verkopen, zijn vakkennis, de moderne inrichting van de winkel en de presentatie van de drank. Van Wersch: “We hebben veel vaste klanten. Op een gegeven moment ken je die mensen. Ook ons assortiment met bijvoorbeeld 160 whiskey’s (of whisky’s, zoals de Schotten het schrijven) is groot en we bezorgen bij klanten. Dat doet ook niet iedere slijter.”

Het vak is Van Wersch eigenlijk met de paplepel ingegoten. Zijn opa had al een Heineken groothandel verderop in de straat. Zijn vader begin in 1961 de huidige slijterij. “Mijn ouders hebben echt geen alcoholisten van ons gemaakt. En mijn kinderen krijgen thuis ook gewoon frisdrank.” Hij geeft wel toe geregeld van zijn eigen waar te proeven. Eindelijk alles dat nieuw binnenkomt. Na sluitingstijd dat wel.“Ik ben nu een dagelijkse wijndrinker.”
Geraerts heeft een paar van haar favoriete wijnen in de kelder van de winkel liggen. “Hier liggen ze goed en blijven ze ook liggen. Thuis is zo’n fles zo opengetrokken.”Voor haar zilveren bruiloft heeft ze een fles klaarliggen die ook 25 jaar oud is.

Klik hier voor Max van Wersch in de Simpelveldse Tak.

Een Stamgenoten website