Limburg Dagblad,1989

cara-lim-dgbl-14-okt-1989Heerlense werd de Mary Dresselhuys van België

ANTWERPEN – Afgelopen maandag was zij (op Nederland 1) nog te zien in ‘Villa des Roses’ van Willem Elschot’. Qua stem is Cara van Wersch (76) in ieder geval niet oud. „Denk je er aan schat, dat ik een beetje vegetarisch ben,”` zegt ze aan de telefoon, en ze laat een kristallen lachje rinkelen. Ik zou zweren dat ik een bakvis aan de lijn heb.

Ongeblust is bij Cara van Wersch haar verlangen naar kennis, verdieping en verandering. Men zegt van mensen die onder het sterrenbeeld tweelingen geboren zijn, dat ze altijd met honderd en één zaken in de weer zijn. Je mag wel zeggen dat deze vrouw daarvan het springlevend bewijs is. Haar rol als tante Cara in de jeugdserie ‘Kapitein Zeppos’ heeft haar waarschijnlijk de meeste bekendheid opgeleverd. „Ach,” zegt ze, „Zeppos is al zo eindeloos lang geleden, en ze praten erover alsof ik nooit iets anders heb gedaan. Plezierig vond ik het wel in de metro, toen twee jongemannen, universiteitsstudenten, aan elke kant naast mij kwamen lopen. Die hadden mij vroeger nog op de tv gezien.

Russisch

Na een loopbaan van twintig jaar bij de Koninklijke Nationale Schouwburg in Antwerpen, vond deze grand old lady, die op 27 mei 1913 in Heerlen geboren werd, het toneelspelen welletjes en gooide zich op de studie van het Russisch. Ze behaalde het diploma van tolk-vertaalster en gaf  jarenlang, tot haar vijfenzestigste, Russische les op de BRT-radio.
Toen kwam ze ‘in kontakt’ met yoga.
Cara: „Voor de yoga heeft Senne Rouffaer me enthousiast gemaakt. Toen ik in de serie van ‘Kapitein Zeppos’ speelde, viel het me op hoe vitaal en energiek Senne Rouffaer er uitzag. ‘Hoe hou je dat toch vol, elke avond?’ vroeg ik hem. ‘Ik ga elke avond op mijn kamer op mijn hoofd staan,’ zei hij en ik wist niet waar hij het over had. Ik had nog nooit over yoga of meditatie gehoord. Maar het fascineerde mij en toen ik over Oosterse filosofie begon te lezen, raakte ik daar helemaal van in de ban. Maar nu ik Tai  Chi Chuan ken, hoeft het helemaal niet meer. Uit Tai Chi haal ik al mijn kracht.”

Als ze mij vragen: ‘Wat is Tai Chi?’, dan zeg ik: ‘Doe het gewoon om de oefening, geef de oefening de aandacht. Je leert jezelf kennen met die oefening, door die oefening word je iedere dag geconfronteerd met jezelf, je kan er alleen maar uithalen wat je er zelf in steekt.’
“Ik ontdekte Tai Chi in Zwitserland op een congres over yoga. Tijdens de middagpauze zag ik een jongeman oefeningen doen. Heel traag, hij bewoog zoals het gras en de bloemen zachtjes mee met de wind. Hij leek één met de natuur en de kosmos. Ik was er zo door geboeid, zo gefascineerd, dat ik de resterende dagen van het congres met hem mee geoefend heb.”
„Uit elk Tai Chi gebaar spreekt een diepe waarheid. Je kan een gebaar niet anders doen dan vanuit je diepste wezen. Yoga is een wetenschappelijk systeem, Tai Chi spruit voort uit het leven, uit de natuur zelf. Tai Chi heeft me op korte tijd alles gegeven wat ik in yoga heb proberen te vinden, zonder dat ik daarbij iets tekort wil doen aan yoga. Tai Chi is ook ouder dan yoga. Het is een traditionele Chinese gymnastiek. Een heel oud Chinees systeem van relaxen om harmonie in jezelf te vinden. Het zijn precies die oefeningen waarmee de Chinezen elke ochtend op straat bezig zijn.”

Stout kind

„Toen ik aan het toneel wilde, zei mijn vader: ‘Doe wat je moeder gedaan heeft ;,trouw en krijg kinderen’. Mijn vader was aannemer van schilderwerken; de broer van mijn moeder was bouwer. Ik werd altijd van school gestuurd wegens godsdienstige kwesties. Ik kon niet geloven dat God zo’n wereld gemaakt had. Op school mocht ik zelfs niet spreken met protestantse kinderen. En toen dacht ik al dat de kerk de mensen op een verschrikkelijke manier onder de plak houdt.”
„Op kostschool in Eijsden hadden we zuster Hildegard. Met een mannelijke stem vertelde ze ons allerlei verhalen terwijl wij bezig waren met handwerken. Heiligenlevens en zo. Hoe een man in zijn doodskist gevonden werd met zijn hand in zijn mond. Ik dacht: ‘Die heeft van de honger zijn hand willen opeten en ik werd achtervolgd door angst’. De kinderen thuis liepen altijd in het gareel. In elke Van Wersch-familie moest toch één priester zijn? Ik had twee broers. (Noot: webmaster: zij had drie broers) Als kind had één van hen als speelgoed ‘een mis’, en wij moesten altijd bij hem naar de mis komen. Zo en zo laat, en dan kregen we een pepermuntje. Mijn andere broer was meer een Winnetou.”

noot: Zuster Hildegarde was in de wereld Anna Kunz, geboren in Bockenheim (bij Frankfurt) 25 december 1882, overleden in het klooster in Eijsden op 1 april 1952. Haar taken waren Zorg spreekkamers. bediening gasten. kleuterschool. surveilleren kinderen in de dorpskerk. (info via http://familiemuseum.ursulinenconvent.com)

Circus

„En ik, ik droomde van het circus en dan huilde ik hete tranen als het circus weer wegtrok. Op de kermis ging ik eens op een steile wand met een motorfiets. Ik hield mijn kin geklemd tegen die man aan het stuur van de motor en mijn rokken waaiden omhoog tot mijn schouders. Ik voelde me! Ik heb iets gepresteerd wat anderen niet durven. Maar mijn vader stond mij thuis al met een stok op te wachten.”

„Twee van mijn zussen stierven op dezelfde nacht aan difterie. Mijn broer, het oudste kind, was vijf jaar toen mijn ouders verhuisden naar een nieuw huis. Hij zat op de bok, vatte kou en ging dood. Ons Jetteke stierf vlak voor haar plechtige communie. Ze werd bij de school overreden door een auto die achteruit reed. Jetteke was twee jaar ouder dan ik. En dan die geloofskwesties… omdat ik niet wilde bidden. Een zus van vader sprak Frans. Ze was bij de zusters in een gesticht. De Père, de priester van het gesticht zei: – ik was toen bijna veertien – ‘Mon enfant, vos yeux trahissent l’état de votre âme. Suivez-moi,’ zei hij, maar ik ging niet mee naar de tuin. Ik zie het nog voor me. Later zou mijn tante tegen de zusters van het gesticht zeggen: ‘Dit is mijn nicht Cara, ze is aan het theater, maar dat doet ze alleen maar om de goede werken’. Mijn moeder stierf toen ze 48 was. Vader wilde, in Roermond geloof ik, een ijsfabriek kopen voor één van de jongens, toen het gebeurde. Mijn moeder had altijd gezegd: ‘Kindje, als ik je op de planken zou zien staan, zou ik nog liever achter je lijkbaar aan lopen’. Ze was de liefste en de zachtste vrouw, maar met van die hopeloze opvattingen. En ze had toen al vier kinderen verloren!”

Slechte boeken

Cara vervolgt haar verhaal: „Vader wilde mij op kostschool doen, maar ik mocht er niet binnen omdat ik aan het theater wilde studeren. De Decamerone van Boccaccio stopte ik onder mijn matras, ik was toen veertien of vijftien jaar en ‘s avonds las ik daar uit. Een dienstmeisje vond het bij het bedden opmaken en ging met het boek naar mijn pa. Vader wist niets van literatuur, dat ik daar een meesterwerk van de literatuur in handen had. ‘De fundamenten rotten onder het huis weg van de slechte boeken die jij binnen brengt’, zei hij. Op een keer moest ik in de slaapkamer van mijn ouders zijn en toen zag ik de Decamerone liggen op het nachtkastje van mijn vader.”

Verschrikkelijk

„Ik heb nooit willen trouwen en toch ben ik uit puur respect met die man getrouwd: Paul Glassee, een Brusselaar, een weduwnaar. Ik was al een heel eind in de dertig, tegen de veertig. Hij ging om mijn hand vragen bij mijn vader. Heel ouderwets. Hij knielde om mijn hand te vragen! Mijn vader bromde tussen zijn tanden, omdat hij mij zo verschrikkelijk had gevonden: ‘Ja ja, dat is wel in orde’. Ik was voor mijn familie ‘de juffrouw die aan het toneel gegaan is’. Ze zeggen van de Van Werschen dat ze allemaal verschrikkelijk zijn, maar dat ze op hun oude dag vriendelijker worden. Ik mocht jarenlang thuis niet meer binnen. Mijn ouders waren ouderwets getrouwd, in gemeenschap van goederen, en toen mijn moeder stierf kreeg ik (18) een voogd. Mijn vader was principieel tegen alles wat ik deed. Hij schreef iedere cent op die ik uitgaf. Later trok hij dat af van het erfdeel van mijn moeder. Daarmee wou hij te kennen geven dat hij het niet eens was met wat ik deed.”
Over Heerlen zegt zij: „Dat was toen een dorp, met 15.000 inwoners. De deken en de pastoor hadden het voor het zeggen. Nou, toen ik getrouwd was werd ik opeens heel burgerlijk. En mijn man, die wist niet wat hem overkwam. Daar maakte hij altijd grapjes over. Hij zei: ‘En ik, die trouwde met een actrice omdat ik dacht ‘s avonds de kousen in de luchter te vinden…”!

Vegetariër

„Mijn man kookte zalig, -maar ik at het niet. Ik ben veertig jaar geleden vegetariër geworden uit eerbied voor het leven. En dat zit zo ongelooflijk diep in me, dat gevoel, een soort verbondenheid met al wat leeft. Dat is me niet opgelegd, maar een evolutie zal ik maar zeggen, van nadenken en rondkijken. Ik wil niet dat er voor mij een leven wordt geofferd. Ik kom, naast de rechten voor de mens, ook op voor de rechten van het dier. Een dier kan zich niet verdedigen tegen de mens en tegen menselijk geweld. De mens ontziet de mens niet eens, waarom zou hij dan een dier ontzien? Nee, niet om alternatief over te komen eet ik geen dierlijk voedsel, maar puur uit een diepe overtuiging, uit eerbied voor het leven. Leo Tolstoi zegt: ‘Zolang er slachthuizen zijn, zullen er ook slagvelden zijn’.
„Grote bewondering heb ik voor Joris Diels, de directeur van de KNS. Hij zorgde er onder de oorlog voor dat zijn vrouw Ida Wasserman en BRT-radiodirigent Daniel Sterneveld uit handen van de Duitsers bleven. Wij, acteurs, kregen van de bezetters een ‘Nachtschein’ om ‘s nachts na de voorstelling op straat te komen. Ik heb ‘fronttheater’ gespeeld met Yvonne Lex, in het zuiden van Frankrijk, en met haar moeder, de actrice Helena van Herck, en met Bob Timmermans, Jetje Naessens en Edward De Leu. We woonden in Majac, een dorp van 600 inwoners en twee wc’s: één bij de burgemeester en één bij de pastoor. Jetje Naessens en ik hielden het huis in orde, we moesten water halen aan de fontein, aan de pomp. Jetje werd op een dag ziek. En toen zeiden de dorpelingen: ‘Ça je croix bien, u wast zich veel te veel’.

„Er is bij het theater voortdurend vraag naar oude actrices. Ik heb pas afgezegd bij de KNS, bij Yvonne Lex. Ik heb rollen geweigerd in twee Franse films. Aan de mensen van de KNS heb ik gezegd: ‘Ik heb vorig jaar drie maanden mijn Tai Chi groep in de steek moeten laten voor het toneel; wat gaan mijn mensen zeggen? Ik hoef toch geen carrière meer te maken? Die rol in ‘Het huis van Bernarda Alba van Lorca’, vorige winter in Brussel en mijn rol in ‘Villa des Roses’ van Willem Elsschot zijn helemaal niet bedoeld als comeback. Ik had alleen maar zin in nog wat contact met de collega’s. Maar nu ik Tai Chi heb, hoeft het allemaal niet meer, zo.”

Bron: Artikel verschenen in  het Limburg Dagblad, door Germaine Thys (hierboven) ,
en
in Het Belang van Limburg van 14 oktober 1989, door Germaine Thys, (hieronder).

Ik deed nog wel wat anders dan die tante Cara in Zeppos.

Het Belang van limburg 1989Ongebroken is bij actrice Cara van Wersch (76) om te beginnen haar stem. “Denk je er aan schat, als we gaan eten, dat k een beetje vegetarisch ben, zegt ze aan de telefoon en ze laat een kristallen lachje rinkelen. Ik zou zweren dat ik een bakvis van 17 aan de lijn heb.

Ongeblust is bij Cara van Wersch het verlangen naar kennis, verdieping en verandering. Men zegt van mensen die onder het sterrenbeeld tweelingen  geboren zijn, dat ze altijd met honderd en een zaken in de weer zijn. Jij mag wel zeggen dat van Wersch daarvan het springlevend bewijs is. Zo oud als ze is, beschikt ze nog altijd over een tomeloze energie en vitaliteit.

In een van de allereerste kleurenfoto’s van Gevaert staat Cara van Wersch afgebeeld in dit prachtige costuum uit een stuk van Shakespeare.

Haar evenwicht tussen lichaam en geest houdt van Wersch in stand door Tai Chi Chuan. Het gaat eigenlijk om een verdedigingskunst, zeer nauw verwant aan de oude Chinese vechttradities, waaronder Kung Fu behoort. Tot de vorige eeuw werd Tai Chi enkel beoefend door monniken en leden van de keizerlijke familie. Nu wordt overal in China aan Tai Chi gedaan: op het perron , in de plantsoenen en op de fabrieksterreinen. Het is als het ware een oeroude vorm van fitness, waarbij tergend langzaam voor de toeschouwer, al de bewegingen in elkaar overvloeien. Voor onze ogen voert een verbluffend lenige van Wersch in haar Antwerps appartement de bewegingen: “De witte ooievaar spreidt zijn vleugels” en  “Pak de vogel bij de staart” uit.

Haar rol als tante Cara in de jeugdserie “Kapiteín Zeppos” heeft haar waarschijnlijk de meeste bekendheid opgeleverd. –“Ach”, zegt ze, ”Zeppos is al zo eindeloos lang geleden, en ze praten erover alsof ik nooit iets anders gedaan heb. Plezierig vond ik het wel in de Metro, toen twee jongemannen, universiteitsstudenten, aan elke kant naast mij kwamen lopen. Die hadden me vroeger nog op tv gezien.”

Cara van Wersch kwam als Nederlands-Limburgse uit een gezin van negen kinderen in Heerlen, naar Antwerpen om daar haar toneelaspiraties waar te maken. Na een loopbaan van 20 jaar bij de Koninklijke Nationale Schouwburg in Antwerpen, vond ze het toneelspelen welletjes geweest en gooide ze zich op de studie van het Russisch. “Mijn liefde voor het Russisch dateert van na de oorlog. Als jong meisje was ik wég van de Russische literatuur. Ik heb de taal geleerd, eerst  door zelfstudie, daarna officieel, aan de tolkenschool.”  Van Wersch behaalde het diploma van tolk-vertaalster en gaf jarenlang, tot haar vijfenzestigste, Russische les op de BRT-radio. Intussen vertaalde ze ook nog werken van Gorki, Toergenjev en enkele Russische toneelstukken.

Toen leerde ze Yoga kennen.

Van Wersch: “Voor de Yoga heeft Senne Rouffaer me enthousiast gemaakt. Toen ik in de serie van Kapitein Zeppos, speelde, viel het me op hoe bijzonder vitaal en energiek Senne Rouffaer er uitzag. “Hoe hou je dat toch vol, elke avond”, vroeg ik hem. “Ik ga elke avond op mijn kamer op mijn hoofd staan”, zei hij en ik wist niet waar hi¡ het over had. Ik had nog nooit over yoga of meditatie gehoord. Maar het fascineerde me, en toen ik over Oosterse filosofie begon te lezen, raakte ik daar helemaal van in de ban. Maar nu ik Tai Chi Chuan ken, hoeft het helemaal niet meer. Uit Tai Chi haal ik al mijn kracht.

Wat is Tai Chi ?

Cara van Wersch: “Als ze me vragen: Wat is dat?- dan zeg ik: Doe het gewoon om de oefening, geef de oefening de aandacht. Je leert jezelf kennen met die oefening, door die oefening word je iedere dag geconfronteerd met jezelf, je kan er alleen maar uithalen wal je er zelf in steekt.
Ik ontdekte Tai Chi in Zwitserland, op een congres over yoga. Tijdens de middagpauze zag ik een jongeman oefeningen doen. Heel traag, hij bewoog zoals het gras en de bloemen zachtjes mee met de wind. Hij leek een met de natuur en de kosmos.
Ik was er zo door geboeid, zo gefascineerd, dat ik de resterende dagen van het congres met hem mee geoefend heb.
Uit elk Tai Chi gebaar spreekt een diepe waarheid. Je kan een gebaar niet anders doen dan uit je diepste wezen. Yoga is een wetenschappelijk systeem, Tai Chi spruit voort uit het leven, uit de natuur zelf.
Tai Chi heeft me op korte tijd alles gegeven wat ik in yoga heb proberen te vinden, zonder dat ik daarbij iets tekort wil doen aan yoga. Tai Chi is ouder: een heel oud Chinees systeem van relaxatie om harmonie in jezelf te vinden. Het zijn precies die oefeningen waarmee de Chinezen elke ochtend op straat mee bezig zijn.”

cara van wersch
Glamourfoto van actrice Cara van Wersch uit de veertiger jaren. Het portret werd in Londen gemaakt.

Stout

Als kind al was van Wersch een spring-in-‘t-veld, een ongedurig wild diertje in een rustig ouderwets-burgerlijke familie. Tot afgrijzen van haar ouders wilde ze aan het toneel. “Toen ik maar niet ophield met daarover te zeuren, zei mijn vader: “Doe wat je moeder gedaan heeft: trouw en krijg kinderen.” Mijn vader was aannemer van schilderwerken ; de broer van mijn moeder deed bouwwerken. Aan het toneel gaan, was je ziel aan de duivel verkopen, vonden ze. Ik werd altijd uit school weggestuurd wegens godsdienstige kwesties. Ik kon niet geloven dat god zo’n wereld gemaakt had. Op school mocht ik zelfs niet spreken met protestantse kinderen. E. toen dacht ik al dat de kerk de mensen op een verschrikkelijke manier onder de plak houdt.
Op kostschool in Eijsden hadden we zuster Hildegart. Met een heel mannelijke stem deed ze ons allerlei verhalen terwijl we zaten te handwerken. Heiligenlevens en zo. Hoe een man in zijn doodskist gevonden werd met zijn hand in zijn mond. Ik dacht : die heeft van honger zijn hand willen opeten, en ik werd achtervolgd door angst.
De kinderen thuis liepen altijd in het gareel. In elke van Wersch familie moest toch een priester zijn. Ik had drie broers. Als kind had een van hen als speelgoed “een mis” en wij moesten altijd bij hem naar de mis komen. Zo en zo laat en dan kregen we een pepermuntje. Mijn andere broer was meer een Winnetou.

Circus

En ik, ik droomde van het circus, en dan huilde ik hete tranen als het circus weer wegtrok.
Op de kermis ging ik eens op een steile wand met een motorfiets. Ik hield mijn kin geklemd tegen die man aan het stuur van de motor en mijn rokken waaiden omhoog tot mijn schouders. Ik voelde me: ik heb iets gepresteerd wat anderen niet durven. Maar mijn vader stond me thuis al met een stok op te wachten.
Twee van mijn zussen stierven op dezelfde nacht aan difterie. Mijn broer, het oudste kind, was vijf jaar toen mijn ouders verhuisden naar een nieuw huis. Hij zat op de bok, vatte kou en ging dood. Ons Jetteke stierf vlak voor haar plechtige communie. Ze werd bij de school overreden door een auto achteruit rijdende auto. Jetteke was twee jaar ouder dan ik. En dan die geloofskwesties, omdat ik niet wilde bidden.
Een zus van vader sprak Frans. Ze was bij de Zusters in een gesticht. De Père, de priester van het gesticht zei: – ik was toen bijna 14: – “Mon enfant, vos yeux trahissent l’état de votre âme. Suivez-moi, “zei hij, maar ik ging niet mee naar de tuin. Ik zie het nog voor me. Later zou mijn tante tegen de zusters van het gesticht zeggen: “Dit is mijn nicht Cara, ze is aan het theater, maar dat doet ze alleen maar om de goede werken’.

Decamarone

“Mijn moeder stierf toen ze 48 was. Vader wilde, in Roermond geloof ik, een ijsfabriek kopen voor één van de jongens, toen het gebeurde .Later is hij hertrouwd en we hebben eigenlijk altijd goed met onze stiefmoeder kunnen opschieten.
Mijn moeder had altijd gezegd: ‘Kindje, als ik je op de planken zou zien staan, zou ik nog liever achter je lijkbaar aan lopen’. Ze was de liefste en de zachtste vrouw, maar met van die hopeloze opvattingen. En ze had toen al vier kinderen verloren!
Vader wilde mij op kostschool doen, maar ik mocht er niet binnen omdat ik aan het theater wilde studeren. De Decamerone van Boccaccio stopte ik onder mijn matras, ik was toen 14 of 15 jaar en ’s avonds las ik daar uit. Een dienstmeisje vond het bij het bedden opmaken en ging met het boek naar mijn pa. Vader wist niets van literatuur, dat ik daar een meesterwerk van de literatuur in handen had. “De fundamenten rotten onder het huis weg van de slechte boeken die jij binnen brengt,” zei hij. Op een keer moest ik in de slaapkamer van mijn ouders zijn en toen zag ik de Decamerone liggen op het nachtkastje van mijn vader.”

Kousen

„Ik heb nooit willen trouwen en toch ben ik uit puur respect met die man getrouwd: Paul Glassee, een Brusselaar, een weduwnaar. Ik was al een heel eind in de dertig, tegen de veertig. Mijn man ging om mijn hand vragen bij mijn vader. Heel ouderwets. Hij knielde om mijn hand te vragen. Mijn vader bromde tussen zijn tanden, omdat hij mij zo verschrikkelijk had gevonden: “Ja ja, dat is wel in orde”. Ik was voor mijn familie ‘de juffrouw die aan het toneel gegaan is’.
Ze zeggen van de van Werschen dat ze allemaal verschrikkelijk zijn, maar dat ze op hun oude dag vriendelijker worden. Ik mocht jarenlang thuis niet meer binnen.
Mijn ouders waren ouderwets getrouwd, in gemeenschap van goederen, en toen mijn moeder stierf kreeg ik (18) een voogd. Mijn vader was principieel tegen alles wat ik deed. Hij schreef iedere cent op die ik uitgaf. Later trok hij dat af van het erfdeel van mijn moeder. Daarmee wou hij te kennen geven dat hij het niet eens was met wat ik deed.”

Heerlen was toen een dorp, met 15.000 inwoners. De deken en de pastoor hadden het voor het zeggen.
Nou, toen ik getrouwd was werd ik opeens heel burgerlijk. En mijn man, die wist niet wat hem overkwam. Daar maakte hij altijd grapjes over. Hij zei: ‘En ik, die trouwde met een actrice omdat ik dacht ’s avonds de kousen in de luchter te vinden!”

Vegetariër

„Mijn man kookte zalig, maar ik at het niet. Ik ben veertig jaar geleden vegetariër geworden uit eerbied voor het leven. En dat zit zo ongelooflijk diep in me, dat gevoel, een soort verbondenheid met al wat leeft. Dat is me niet opgelegd, maar een evolutie zal ik maar zeggen, van nadenken en rondkijken. Ik wil niet dat er voor mij een leven wordt geofferd.
Ik kom, naast de rechten voor de mens, ook op voor de rechten van het dier. Een dier kan zich niet verdedigen tegen de mens en tegen menselijk geweld. De mens ontziet de mens niet eens, waarom zou hij dan een dier ontzien?
Nee, niet om alternatief over te komen, eet ik geen dierlijk voedsel, maar uit een diepe overtuiging, uit eerbied voor het leven. Leo Tolstoi zegt: ‘Zolang er slachthuizen zijn, zullen er ook slagvelden zijn’.

Fronttheater

Grote bewondering heb ik voor Joris Diels, de directeur van de KNS. Hij zorgde er onder de oorlog voor dat zijn vrouw Ida Wasserman en BRT-radiodirigent Daniel Sterneveld uit handen van de Duitsers bleven. Wij, acteurs, kregen van de bezetters een ‘Nachtschein’ om ’s nachts na de voorstelling op straat te komen.
Ik heb ‘fronttheater’ gespeeld met Yvonne Lex, in het zuiden van Frankrijk, en met haar moeder, de actrice Helena van Herck, en met Bob Timmermans, Jetje Naessens en Edward De Leu. We woonden in Majac, een dorp van 600 inwoners en twee wc’s: één bij de burgemeester en één bij de pastoor.

Jetje Naessens en ik hielden het huis in orde, we moesten water halen aan de fontein, aan de pomp. Jetje werd op een dag ziek. En toen zeiden de dorpelingen: ‘Ça je croix bien, u wast zich veel te veel’.
„Er is bij het theater voortdurend vraag naar oude actrices. Ik heb pas afgezegd bij de KNS, bij Yvonne Lex. Ik heb rollen geweigerd in twee Franse films. Aan de mensen van de KNS heb ik gezegd: ‘Ik heb vorig jaar drie maanden mijn Tai Chi groep in de steek moeten laten voor het toneel; wat gaan mijn mensen zeggen? Ik hoef toch geen carrière meer te maken?

Die rol in ‘Het huis van Bernarda Alba’ van Lorca, vorige winter in Brussel en mijn rol in ‘Villa des Roses’ van Willem Elsschot zijn helemaal niet bedoeld als comeback. Ik had alleen maar zin in nog wat contact met de collega’s.

Maar nu ik Tai Chi heb, hoeft het allemaal niet meer, zo. In Tai Chi heb ik vervulling gevonden.

Cara van Wersch is op 17 oktober te zien op Nederland 1 in de derde aflevering van “Villa des Roses” van Willem Enschot.

bron: Het Belang van Limburg van 15 oktober 1989 . door Germaine Rhys

Een Stamgenoten website