Jan van Wersch, onderzoeker

Jan van Wersch is geboren en getogen als boerenzoon op de boerderij van zijn ouders. Zijn eerste baan na zijn studie als biochemicus was in 1979 als klinische chemicus in het Atrium Medisch Centrum te Heerlen. Vervolgens werd hij  hoofd van de afdeling hematologie (leer van de bloedziekte) en laatstelijk als directeur van de trombosedienst. Hij heeft meer dan driehonderd  medische publicaties op zijn naam staan.
Meer dan tien jaar geleden ging hij met pensioen. Waarna hij met een studie over koeien begon.
In 2016 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau

1995

leidsch-dgbld-12-juli-1995

Belangstelling neemt nauwelijks af.

Pelgrimstocht langs “wenende” madonna

Het beeldje van Onze Lieve Vrouwe van Fatima waarvan de familie Coumans uit Brunssum beweert dan het bloed en later tranen heeft gehuild, blijkt nog steeds belangstellenden te trekken, Zij negeren de verklaringen van chemicus J. van Wersch, hoofd van het laboratorium van het De Weverziekenhuis in Heerlen, dat het uit kunststof vervaardigde beeldje door de tropische hitte van de afgelopen dagen niet huilt maar smelt.
De hars of was waarmee de ogen  in het beeldje zijn bevestigd , veroorzaakt de bruine vlek onder het linkeroog van de madonna, zo heeft hij bij een onderzoek van één druppel “bloed” vastgesteld. Volgens de politie was de belangstelling aanzienlijk groter dan verleden week. “geen massale stroom pelgrims, maar op sommige uren van de dag toch meer dan honderd”,  zo liet een woordvoeder van de Brunssumse politie weten.

bron: Leidsch Dagblad juli 1995

Geen bloed op wenend beeldje

leeuwarder-courant-1-7-1995Heerlen/Brunssum (GPD, ANP) – De vloeistof die dinsdag uit het linkeroog van een Mariabeeld in Brunssum vloeide, is in elk geval geen bloed. Dat heeft onderzoek door het ziekenhuis in Heerlen onomstotelijk vastgesteld. Op verzoek van het Limburgs Dagblad verrichtte het haematologisch laboratorium gisteren diverse tests.

Het Mariabeeld is gemaakt van gips met een kunststof laagje. De krant wist beslag te leggen op een gestolde druppel vloeistof die van het Mariabeeld afkomstig is. J. van Wersch, hoofd van het laboratorium: “We legden het spul onder de microscoop en we zagen geen cellen. Het definitieve bewijs leverde vervolgens de rode bloedstoftest: die viel negatief uit.”

Bij de proef wordt een substantie toegevoegd die bloed blauw doet kleuren. De gestolde vloeistof van het Mariabeeld veroorzaakte die verkleuring niet. “Uitgesloten dat dit iets met bloed te maken heeft,” stelt Van Wersch.

Het haematologisch laboratorium in Heerlen kon gisteren moet vaststellen wat het spul wel is. “Dan zou het voor veel uitgebreider onderzoek naar het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk moeten worden gestuurd.”
Van Wersch en zijn collega’s constateerden wel dat het gestolde materiaal bij verhitting vloeibaar wordt en verdampt. Dat kan wijzen op organisch materiaal. Bij de woning van het gezin Coumans in de Brunssumse wijk Egge was het gisteren nog veel drukker dan de afgelopen dagen. Veel kijklustigen en filmploegen plus verslaggevers maakten er een waar mediaspektakel van.

Lang zal dat overigens niet duren, denkt cultuur- en godsdienst psycholoog dr. J, Janssen van de katholieke Universiteit Nijmegen. Op het gebied van bloedwenende Mariabeeldjes heeft Nederland immers geen traditie. Het is volgens Janssen zo “klaar als een klontje”dat de bloedende Maria in Limburg is geïnspireerd door de vele huilende Madonna’s die eerder dit jaar in Italie opdoken. “Het is volstrekt duidelijk: als er in Italie niets was gebeurd, dan was er ook in Brunssum niks voorgevallen.”aldus Janssen.

Hij is als psycholoog niet zo geïnteresseerd in de vraag of een wenende Madonna wetenschappelijk gezien tot de mogelijkheden behoort, want dat is immers niet het geval. DE vraag of er sprake is van bedrog, een ingebouwd pompje of zo, boeit hem evenmin. Janssen wil daarentegen wel weten wat mensen bezielt, die hun heil verwachten van een Mariabeeld. “Er is een hoop verborgen leed. Mensen zitten met hopeloze problemen en ziekten. Er bestaat duidelijk behoefte aan een meer mystieke omgang met verdriet en leed.”
Dat is een duidelijk signaal aan de kerk die, zeker in Nederland, altijd “heel nuchter met dit soort zaken omgaat.”

bron: Leeuwarder Courant  juli 1995

2004

“We hebben in dit land op het ogenblik al een tekort aan artsen en medisch specialisten. Dat tekort wordt in de toekomst nog sterker. Daarom is besloten om met zijn allen flink meer artsen op te gaan leiden. Het aantal opleidingsplaatsen voor artsen is in Nederland verhoogd van 1.825 (stand 1998) naar 2.800 (in 2004); het aantal opleidingsplaatsen voor medisch specialisten is opgetrokken van 750 naar 1.000 (in 2003).”

Aan het woord is dr. Jan van Wersch, hoofd van het stafbureau Onderwijs & Wetenschap van Atrium MC. Onlangs oogstte hij lof met een presentatie voor de STZ-ziekenhuizen over de wijze waarop hij zijn stafbureau en de opleidingen heeft georganiseerd. Conclusie: Het is eens temeer van belang dat Atrium MC deel uitmaakt van de kopgroep van Teaching Hospitals in Nederland.

“Dat betekent dat we binnen Atrium MC te maken krijgen met nog meer jonge mensen in opleiding dan we al gewend waren”, vertelt Jan van Wersch. Atrium MC heeft door de registratiecommissie erkende opleidingsplaatsen voor vrijwel alle disciplines (22). Het aantal co-assistentenplaatsen stijgt van zo’n 50 naar 75 per jaar en het aantal artsassistenten van 57 naar 85. Dat is inclusief de 8 SEH-artsen in opleiding, maar exclusief de opleidingsplaatsen bij de Klinische Chemie, Klinische Fysica en Klinische Psychologie.

Jan van Wersch: ‘Het is voor huisartsen en patiënten van belang om te weten dat de patiënten vaker dan voorheen tegemoet worden getreden door een assistent, of worden onderzocht door de specialist, in het bijzijn van een assistent. We moeten hier zorgvuldig over communiceren en waar mogelijk toestemming vragen. Anderzijds hebben we niet alleen een verplichting in de richting van de patiënten maar ook in de richting van de assistenten; we moeten ook zo goed mogelijk aan de opleidingsverplichting voldoen.’
Artsentekorten

De laatste tijd verschijnen regelmatig paniekverhalen in de dagbladen over het dreigend huisartsentekort. Daarbij worden de oplossingen die de overheid in petto heeft onderbelicht. Jan van Wersch: ‘Het landelijke aantal opleidingsplaatsen voor huisartsen is sedert 2001 echt flink opgeschroefd. Lag de instroom van nieuwe huisartsen in 2001 nog op 336, verwachting is dat die in 2010 nagenoeg zal zijn verdubbeld (670). In 2010 zijn er 767 opleidingsplaatsen; een mooi aantal waarmee we echter waarschijnlijk nog net niet helemaal aan de dan geldende opleidingsbehoefte voldoen.’

Het aantal huisartsen in opleiding en instromende jonge huisartsen stijgt dus spectaculair de komende jaren. Maar dat moet ook wel want ook het aantal benodigde huisartsen stijgt fors: van 8100 in 2000 naar circa 11.300 in 2010. ‘De redenen hiervoor zijn legio’, zo betoogt het hoofd van het stafbureau. ‘. ‘Om te beginnen kampen we nog met een vertraagde instroom en een vanwege de vergrijzing verhoogde uitstroom. Daarnaast hebben we last van de effecten van de invoering van de arbeidstijdenwet en van de 36-urige werkweek. Een andere belangrijke factor is de feminisering van het medisch beroep, met het daarbij horende parttime werken, zwangerschapsverlof en vraag naar ouderschapsverlof. Verder hebben we vandaag de dag meer mensen nodig vanwege de bureaucratisering en de toenemende administratieve rompslomp. Last but not least hebben we te maken met een groeiende medische consumptie als gevolg van de dubbele vergrijzing.’

Onderwijs is de eerste pijler van het stafbureau. Wetenschappelijk onderzoek de tweede pijler. Jan van Wersch gaat in op de samenhang. ‘Een onderwijssituatie werk altijd kwaliteitsverhogend. Een docent legt iets uit en de student vraagt zich af of dat wel zo is. Kennisoverdracht leidt evenzo tot zelfreflectie; als je zover bent kom je tot nader onderzoek. Onderzoek bevestigt oude kennis of vernieuwt die en dat betekent weer dat je aan het leren bent. Dit is nu precies dat wat we met zijn allen willen in ons ziekenhuis: een lerende organisatie zijn. Het nieuwe onderwijssysteem in Maasticht leidt mensen op die bereid zijn hun hele beroepsleven lang weer nieuwe kennis te produceren en op te pikken. In die zin is het opleiden een kwaliteitskenmerk van Atrium MC.’

Faciliteren
Het stafbureau draagt er zorg voor dat nieuwe assistenten goed gefaciliteerd en gedocumenteerd hun opleiding kunnen starten in ons ziekenhuis. Bij de introductie worden ook eisen gesteld aan de nieuwe assistenten. Zo moeten ze deelnemen aan de introductiedag en -voor zover het vak zich daarvoor leent- aan reanimatietraingen, intubatietrainingen en communicatievaardigheidstrainingen.
Voor de eenheid van beleid is het evenzo van belang dat voor de assistenten dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn. ‘Dat is prima, de mensen kunnen zich daardoor concentreren op hun opleiding’, besluit Jan van Wersch tevreden.

bron: Stichting GOZ, februari 2004.

2007

jan-van-werschHet jaar 2008 zal bij Sevagram net als in China het jaar van de Koe worden. Veel organisatie ontwikkelingen die in 2007 in gang zijn gezet zullen hun definitief beslag krijgen in 2008. Zo zal de nieuwe organisatie structuur starten met de implementatie van het (nieuwe) locatiemanagement. 2008 Wordt een jaar van actie ofwel een jaar om als het ware de koe bij de horens te pakken. Het is geen toeval dat Sevagram de koe als metafoor gebruikt. De initiator achter deze metafoor is de heer Jan van Wersch, waarschijnlijk één van de Sevagram-medewerkers met het kleinste arbeidscontract, maar daarom niet minder betrokken bij het wel en wee van Sevagram. Jan van Wersch werkt 1 uur per week als consulent voor het laboratorium van Sevagram. De redactie heeft een gesprek met hem.

De liefde voor koeien heeft alles te maken met liefde voor het zorgvak

Wie is Jan van Wersch?
Jan van Wersch, geboren en getogen als boeren zoon in Mechelen. Jan van Wersch is in 1979 als klinische chemicus gestart bij het Atrium medisch centrum te Heerlen. Vervolgens als hoofd van de afdeling hematologie (leer van de bloedziekte) en laatstelijk als directeur van de trombosedienst.
Twee jaar geleden is hij met de OBU gegaan en is hij zich, naar alle waarschijnlijkheid door zijn ervaring als wetenschapper, op hoog niveau gaan verdiepen in het leren (her)kennen en onderscheiden van zuivere raskoeien. “Koeien zijn mijn passie. Tijdens mijn jeugd heb ik vaak op de boerderij moeten meewerken. Ik heb zelf nog geleerd hoe je met de hand koeien moet melken. Maar het veeteeltbedrijf is door mijn studie, mijn werk, mijn huwelijk en 2 zonen meer en meer naar de achtergrond getreden. Toch heb ik altijd, waarschijnlijk onbewust, warme belangstelling voor koeien blijven houden.”

Blinde wandelaar
Toen Jan van Wersch in 2000 over meer vrije tijd ging beschikken trof men hem heel vaak op de fiets kris kras door Limburg aan. Jan kreeg er naast het fietsen een nieuwe hobby bij. Het herkennen en traceren van de meer dan 25 koeienrassen in Limburg. “Geloof me, het is niet mis om precies aan te kunnen geven welk ras zich in een bepaalde wei bevindt. Temeer omdat de meeste boeren tegenwoordig veel kruisingen, dus geen echte raskoeien hebben rondlopen. Het traceren van zuivere raskoeien heeft alles met met passie en emotie te maken. Mensen die dit niet te herkennen verklaren je al snel voor gek. Systematisch ben ik te werk gegaan. Al vrij snel kwam ik tot de conclusie dat ik jarenlang als ik met mijn vrouw ging wandelen niet echt bij de les ben geweest. Achteraf – zeg ik dat ik toen als een blinde rondgedwaald heb zonder bewust mee te maken in wat voor prachtige omgeving wij Limburgers wonen en werken. Ik was te vaak bezig met het oplossen van management vraagstukken en zag niet wat er om mij heen voor mooie dingen gebeurden.”

Ontstaan idee
“Toen op enig moment de Lions Heerlen, waar ik lid van ben, onderwerpen voor fundraising op de agenda plaatsten, kwam het idee naar boven om een kalender te maken. Dit in navolging van een idee van de Lions te Venray, die bekende Nederlanders (BN-ers) hadden gevraagd een schilderijen voor een kalender te maken. Om geen plagiaat te plegen werd besloten dat ik samen met mede-Lion Jos Verhoeven een l2-tal koeien in harmonie met hun omgeving zou fotografen en 1 stier, voor op de cover van die kalender als kartrekker. De opbrengst van deze kalender zouden wij doneren aan het project Mama Alice. De stichting Mama Alice begeleidt onder leiding van een Limburgs meisje, Frederique Kallen, in Ajacucho Peru straatkinderen om hun draai te vinden in het dagelijks leven. Het is een prachtige organisatie die heel transparant veel nuttig werk doet voor arme kinderen in Peru.”

Schot in de roos
“Enkele maanden geleden heb ik bij de Raad van Bestuur aangeklopt met de vraag of er belangstelling bestond voor onze ‘koelender’. Want zo hadden wij hem inmiddels gedoopt. En zoals het wel vaker gaat: de Raad van Bestuur was bijzonder gecharmeerd van de koelender. Zij besloot om de koelender voor medewerkers, vrijwilligers en andere geïnteresseerden aan te schaffen. Deels steunt Sevagram met haar actie ons doel, maar anderzijds zal een klein bedrag van deze kalender bestemd zijn voor het tsunamiproject in Sri Lanka van Sevagram. Bij de uitreiking hoort als uitleg een prachtige metafoor die van toepassing is op elke Sevagram-medewerker.”

Waarom kiest Sevagram voor een koe als symbool?
Jan van Wersch: “De symboliek van de koe is duidelijk. De koe staat symbool voor sympathie, eerlijkheid, geloofwaardigheid, concentratie, betrouwbaarheid, zorgzaamheid, liefde, goedmoedigheid en geduld, maar ook van energie en gigantische kracht. Verder blijkt de koe een dier te zijn dat bij uitstek een gevoel van saamhorigheid en verbondenheid teweegbrengt. Als ie naar een koe kijkt dan daalt toch een vredige rust over je neer. Kijk naar het rustige gemaal van de herkauwende kaken en je wereld verandert in een handomdraai in een mini-paradijs. Ieder (management)probleem lijkt plots zo betrekkelijk. Al deze kenmerken zijn zeker ook van toepassing zijn op alle toegewijde Sevagram-medewerkers.
Vroeger werd een koe in onze contreien nog wel eens als dom beschouwd, maar in India en Egypte stond en staat de koe sinds jaar en dag in hoog aanzien als representant/symbool voor voedingszegen, moederschap en onbaatzuchtige vrijgevigheid en heeft gelijktijdig ook iets mystieks, iets poëtisch. De (heilige) koe wordt daar niet voor niets in de watten gelegd. En tot slot ben ik er van overtuigd dat Sevagram haar medewerkers van harte toewenst dat zij mogen werken en leven in een rustige en harmonieuze omgeving. Via de Koelender wil zij haar medewerkers in elk geval bewust laten worden van de prachtige Zuid-Limburgse omgeving!”

tekst: Marion Schmitz
december 2007

Naschrift:
jan-van-wersch2Uiteindelijk kon de Lionsclub Heerlen een prachtige check presenteren aan
project directeur Frederique Kallen en haar project voor Mama Alice

great_britain_fl_md_whtIn 2007 The Lions Club Heerlen (Limburg, Netherlands) published a koelender(a calendar with cows) The initiator of this project was Jan van Wersch.

Who is Jan van Wersch
He was born as a farmers son in the South Limburgian village of Mechelen. He started as a clinical chemist in the Atrium Medical Center in Heerlen. And ended as managing director of the Trombosis Service. When he left two years ago he started to get more and more interest in cows. Ofcourse it all begun when he was a child on the parents farm. This interest was long time forgotten due to study, work, marriage and two sons. But the interest was always there.
In his free time he biked a lot en tried to recognize the different kind of cows in the Limburgian country. There are more than 25 original species and not the mixed species.

The Lions Club Heerlen wanted in 2006 fundraising on the agenda of 2007 and they thought about a calendar. But it had to be different. Together with co member Jos Verhoeven he photographed twelve different cows and one bull for the cover. The proceeds were donated the Foundation Mama Alice who takes care of children in the streets in Ajacucho in Peru.

In 2008 € 20.000 was donated tot the Foundation.

Of course there came a second koelender for 2008.

2009

jan-van-wersch-koe

Oei een koei!
Wie alles over koeien in het Limburgse land wil weten, moet het boekje “Oei een koei” aanschaffen. Het is een informatieboekje over het Nederlandse dier de koe. Tal van koeienrassen die in Zuid-Limburg voorkomen, zijn er in afgebeeld met een beknopte beschrijving van de kenmerken. Verder zijn ook enkele “koezekere” wandelingen door het Mergelland in het boekje te vinden.

Het boekje kost vijf euro en is gemaakt door dr. Jan van Wersch uit Wijlre (voormalig hoofd van het Haematologisch lab van Atrium MC.) De opbrengst is bedoeld voor de Kinderafdeling van Atrium MC en ouderen in diverse verpleegklinieken in Zuid-Limburg.

Het boekje is te koop bij: Kapsalon Petra in Atrium Heerlen, Trombosedienst OZL, de winkeltjes van Sevagram, Boerderijwinkel Spee Ubachsberg, Tankstation Wiertz Schin op Geul, Eetwinkel van het Heuvelland Gulpen en A gen Vogelstang Mechelen (zie ook www.oeieenkoei.nl). Sponsoren zijn leden van de Atrium Business Club zoals Ortec BV en Defauwes BV.

bron: Ziezo, huisblad Atrium MC okt 2009

2009

HeuvellandINTERVIEW-001

Wijlrese Jan van Wersch “verzamelt” koeien

De 40 leden van de Heerlense Lionsclub lagen destijds plat van het lachen toen doctor-ingenieur Van van Wersch uit Wijlre voorstelde een kalender met door hem gefotografeerde Zuid-Limburgse koeienrassen uit te geven.  Dit jaar haalde hij echter ruim 40.000 euro mee voor hen goede doel op.

De voormalige klinisch-chemicus en hoofd van het hematologisch laboratorium van het Atrium in Heerlen had als de in Bommerig bij Mechelen geboren en getogen boerenzoon eigenlijk helemaal niets anders kunnen bedenken. Hij vond dat het kinderproject “Mama Alice” van Frederique Kallen in Peru er wel bij zou moeten varen, want de door Van Wersch gelanceerde fraaie Koelender 2008 bracht in een oplage van 10.4000 exemplaren maar liefst 20.000 euro op, de editie 2009 toch nog altijd 11.5000 euro. Voor de derde uitgave, een kunstkoelender voor 2 jaar (2010 -2011) met 30 eigenzinnige in specifiek eigen techniek gerealiseerde kunstwerken van bekende Limburgse kunstenaars, werd in september 2009 een veiling gehouden. Netto opbrengst van de kunstwerken 41.345 euro. VanWersch grapt: “En dat alles dankzij Bertha 1 en 2, Clara, Katrijn, Finy, Truus, Toos , Tosca en nr. 423.”
De Wijlrese “koeioloog”  zoals hij in zijn kennissenkring inmiddels betiteld wordt, wijst naar de meters koeienboeken die hij voor zijn populaire lezingen over zijn koebeesten voor vrouwenclubs, zorgboerderijen en agrarische kringen in de regio benut. “Mijn toehoorders drongen telkens bij mij aan om mijn kennis  over de koe in een boek te bundelen. Het 44 pagina’s tellende boekje “Oei een koei!” naar analogie van “Oei ik groei” als resultaat. Daarin zijn 36 Zuid-Limburgse koerassen in een straal van 10 kilometer rondom Wijlre fotografisch vastgelegd.”

Boerenzoon
Hoe heeft hij ze alle 36 weten te vinden? Van Wersch: “Deze boerenzoon uit Bommerig graaft zich van het ene ras naar het andere. Van de Baggerbonte uit Fromberg naar de exotische Chianina (Sibbe). En om vraagtekens op te lossen kan ik altijd nog een beroep doen op mijn neef Servé, die bij een spermaproducent werkzaam is.”
In de handige gids om koeienrassen te herkennen tijdens wandelingen door het Mergelland zijn ook informatieve blokjes over de historie van de koe, het gebruiksdoel, de betekenis in het dagelijkse leven, de koe in de kunst, taal en wetenschap opgenomen. Verder treft de lezer informatie aan over melksamenstelling en alle afgeleide zuivelproducten aan. Maar  ook de verkoopprijzen van koeien en stieren, koeienvlees en zuivelcomsumptie in Nederland. “Oei een koei!” met als subtitel “Wat graast daar in de wei?” bevat verder vijf koezekere wandelroutes vanaf Schin op Geul, Mechelen, Euverem en Partij.

Opbrengst
Het boekje kost 5 euro. Van de eerste oplage van 3000 exemplaren wordt voor de Heerlense Atriumkinderafdeling, een doeboekje aangeschaft waarin de patientjes in dagboekvorm hun privé gedachten en emoties kwijt kunnen. Ook wil Van Wersch met zijn Lionsclub de inrichting van een knuffel- en snoezelverwenkamer voor demente bejaarden in Heerlen en Gulpen realiseren.

bron: Jef Bonten.: Heuvelland december 2009

Jan van Wersch, a former physician at the Atrium Hospital, has written an informative book about Koeien, or cows that are presently to be seen in South of Limburg. He took pictures of 36 species of differtent cows and has written a small informative story about the specific races. The takings of the book goes straitly to children in the hospital and to demented elderly people in Heerlen and Gulpen. The booklet costs only five euro.

2010

jan-van-wersch-koe-2Met dank aan Clara en Bertha

Hij maakte ‘koelenders’ en een wandelgids met koezekere routes. Nu zijn er ‘koelinaire’ tochten. De liefde van Jan van Wersch voor koeien kent geen grenzen.

door Merel Visscher

Ach, dit is wel een foemelaer. Zo maak je ze niet vaak mee.” Jan van Wersch (65) laat zich welwillend likken door een koe in de weide in zijn woonplaats Etenaken, haar soortgenoten staan er nieuwsgierig maar argwanend in een kringetje omheen. Een koe moet je voorzichtig benaderen, weet hij. Vooral niet te hard op zo’n dier afrennen. “99 Procent van de mensen weet eigenlijk niet hoe je met een koe moet omgaan”, zegt hij. Zijn aanbidster heeft intussen de aandacht verlegd naar het jasje van de verslaggever, dat gretig wordt afgesabbeld.

Van Wersch is de laatste jaren zowaar uitgegroeid tor een plaatselijke autoriteit op het gebied van koeien. Hij geeft lezingen en begeleidt ‘koelinaire’ wandeltochten. Je kunt zeggen dat hij de liefde voor de koe van thuis uit heeft meegekregen, maar zo simpel is het niet. “Ik ben boerenzoon, mijn vader had een boerenbedrijf in Bommerig. Ik had daar niet zo veel mee. Ik wilde studeren.”

Dat gebeurde ook en Van Wersch schopte het tot hoofdarts in het Atriumziekenhuis, waar hij nu nog directeur van de trombosedienst is. Hij wandelde wel vaak, maar bij koeien stond hij nooit lang stil. Dat veranderde in 2007 toen hij als lid van de Lions Club Heerlen ging nadenken over fondsenwerving. Op dat moment kwam bij hem het idee van een ‘koelender’, een kalender met koeienfoto’s. Aanvankelijk werd hij hard uitgelachen, maar de eerste vier maanden had de club al meer dan tienduizend exemplaren verkocht voor het goede doel. Van Wersch had zoveel foto’s van koeien rassen geschoten dat er nog een kalender volgde en eerder dit jaar bracht hij op verzoek nog het gidsje ‘Oei een Koei’ uit, met koe-zekere wandelingen en beschrijvingen van rassen.
Bij zijn Lions Club geloven ze het nu wel. “Hou maar op met die koeien, zeggen ze. Dat gaat niet. Ik heb mijn hart verpand aan de dieren. Ze zijn trouw, vlijtig en werkzaam. Ja, ik praat ook met ze. Mijn pa deed dat ook. Met geduld en praten maak je contact. Sommige boeren slaan een koe alleen even op de bil maar zo leg je geen contact.”

Van Wersch en zijn vrouw zijn net terug van koe-vakantie in Friesland, waar hij hard heeft gezocht naar een zwartbonte Fries. De zoektocht duurde een week, maar hij heeft haar gevonden. Hij maakt ook altijd even een praatje met de boer. Zijn echtgenote wacht in die tijd met een haakwerkje in de auto. De afgelopen vakantie heeft ze zo een hele olifant gehaakt. Dat is niet erg, zegt ze zelf. Ieder z’n hobby. Koeien openen deuren, heeft Van Wersch ontdekt. Wie houdt niet van koeien? Inmiddels heeft hij zelf drie koetjes van het Ierse Dexter- ras. De koeien staan in Epen en hij wil ze inzetten voor een verwenzorgproject voor ouderen. Alles wat zijn activiteiten met de koeien opbrengt, is voor het goede doel. Zijn liefde voor de koe gaat ver. Maar nog niet zo ver dat zijn ‘koelinaire’ wandelingen Strikt vegetarisch zijn. “Aan het eind moet je toch een stukje proeven.”  www.oeieenkoei.nl

Bron: Limburgs Dagblad 25 augustus 2010,
tekst: Merel Visscher
foto: Rob Oostwegel

2011

sophianumKoeioloog op Sophinaum
Op vrijdag 15 april, om 19.00 uur, wordt er in het Sophianum te Nijswiller een koeienavond georganiseerd. Jan van Wersch, “koeioloog’ zal u hier alles vertellen wat u nooit geweten heeft. Hebt U zich er al eens verdiept in de vele verschillende koeienrassen, met al hun kenmerken en eigenaardigheden?
Georganiseerd hebben de leerlingen om sponsorgeld te verzamelen voor verschillende goeden doelen in Indonesië̈. Ze gaan er ook met anderen naartoe om deze doelen te ondersteunen en zelf eraan te werken en elkaars cultuur te leren kennen. Naast de Koeienlezing gaan de leerlingen ook uitleg geven over het hoe en waarom van de voorgenomen ‘Goede Doelen’.

Koeioloog van Wersch is de laatste jaren uitgegroeid tot een plaatselijke autoriteit (hij woont in Wijlré) op het gebied van koeien. Hij geeft lezingen en begeleidt ‘koelinaire’ wandeltochten. Je kunt zeggen dat hij de liefde voor de koe van thuis uit heeft meegekregen, maar zo simpel is het niet “Ik ben boerenzoon, mijn vader had een boerenbedrijf in Bommerig. Ik had daar niet zo veel mee. Ik wilde studeren.”
Van Wersch voormalig klinisch-chemicus en hoofd van het hematologisch laboratorium van het Atrium in Heerlen had nooit veel aandacht voor deze dieren. Dat veranderde echter in 2007 toen hij, als lid van Lions Club Heerlen, ging nadenken over fondsenwerving. Toen kwam bij hem het idee van een ‘Koelender’, een kalender met koeienfoto’s.

Uitgelachen werd hij aanvankelijk, maar de eerste vier maanden had de club al meer dan tienduizend exemplaren verkocht voor het goede doel. Jan had zoveel foto’s van koeienrassen geschoten dat er nog een kalender volgde en eerder dit jaar bracht hij nog het gidsje ‘Oei een Koei’ uit, met koezekere wandelingen en beschrijvingen van 36 Zuid-Limburgse koerassen in een straal van 10 kilometer rondom Wijlre.

bron: Weekblad Troef, april 2011.

2012

jan-van-wersch-koeien

Terug bij af
Limburg op z’n mooist.Tussen SIenaken en Epen, op een van de hoogste heuvels van het Mergelland, grazen de drie koeien van Jan van Wersch. Twee Dexters en een kruising tussen een Holsteiner en een Lakenvelder. Vanaf de wei hebben ze uitzicht op het dal. Daar, in de verte, bevindt zich de boerderij waar hij opgroeide.

De link is gauw gelegd. “Ik heb de boerderij ooit verlaten, ben gaan studeren, specialist geworden in het ziekenhuis en heb vijftig jaar lang niet meer omgekeken. Als je in een ziekenhuis werkt, raak je ver van de mensen uitje jeugd verwijderd. Nu komt mijn jeugd weer bij me naar boven. Ik ga me alles weer herinneren. Ik krijg weer contact met de boeren. Ik ben nu terug bij af. En ontdek dat de koe eigenlijk ook weer veel met mijn werk in de zorg te maken heeft. Koeien zijn heel zorgzaam, vlijtig en alert. Wist je dat de trombosedienst waarvoor ik heb gewerkt, ooit is ontstaan door een ongelukje met koeien? In Amerika waren tachtig runderen onthoornd en daarna doodgebloed. Men ontdekte dat dat kwam door de klaverhoudende voeding waar op zich een schimmel bevindt. Dit zet de stolling opeen laag pitje. De stof zit in Marcournar, een middel dat nog steeds wordt gebruikt voor patiënten van de trombosedienst.”

Werk, koeien, boeren – het loopt allemaal door elkaar bij Jan van Wersch. Zijn eigen koeien heeft hij overigens pas twee jaar. Eerst was er het koeienboek: ‘Wat graast daar in de wei? Oei, een koei!’
Van Wersch schreef het omdat hij her en der in het MergeIland verschillende rassen tegenkwam. Hij had geen idee om welke rassen het ging, fotografeerde ze en zocht ze thuis op. Al gauw ontstond het idee om korte rasbeschrijvingen te maken en te publiceren, want- zo vermoedde hij- de vragen waarmee hij rondliep, zouden ook bij anderen leven. Vervolgens bracht hij vijf koe-zekere wandelroutes in kaart.

Het boekje raakte een gevoelige snaar bij de koeienminnende Limburger en door alle publiciteit staat hij nu te boek als “Koeioloog”. Van Wersch geeft lezingen en organiseert excursies. “Als je eenmaal met het koeienvirus bent besmet, dan is het leuk om er een paar te hebben”, verklaart hij de aanwezigheid van de twee Dexters en de kruising Lakenvelder. De aanschaf van deze koeien is ook een antwoord aan de boeren die zeiden: “Het is leuk dat je over koeien praat, maar je bent geen rundveehouder”. Van Wersch, getergd: “Ik dacht: ik zal ze krijgen.”

Nu de koeien onderdeel zijn van zijn leven, wandelt hij met nog meer plezier door het MergeIland. Hij ziet nu niet alleen koeien, maar kent hun bijzonderheden en geniet ervan hoe ze grazen in harmonie met de natuur. “Een fysiologisch wonder”, noemt hij zijn lievelingsdier. “Wist je dat een koe per dag maar twintig minuten slaap nodig heeft? De rest van de dag is ze bezig met het verzamelen van voedsel. Wat me ook enorm imponeert is dat je van de koe alles kunt gebruiken, tot en met de hoorns en de huid. Ik ontdek telkens nog weer nieuwe dingen.”

Tekst Jìnke Hesterman
Foto: Jan Smit / Dierenbeeldbank
bron: Levende Have, oktober 2012

2012

jan-van-wersch-koeadvocaatAdvocaat van de koe
De koe dreigt uit het landschap te verdwijnen. Ondenkbaar en onwenselijk,  vindt Jan van Wersch  in Wijlre. „De koe verdient geen boe.”

De 67-jarige Jan van Wersch zal de komende tijd een paar glazen extra moeten drinken. Hij moet een tandje bijzetten. De koe is in gevaar, de viervoeter met de lobbesachtige uitstraling dreigt meer en meer uit het landschap te verdwijnen, zo melden kranten onophoudelijk. Eeuwenlang is de koe gevierd als nationaal troeteldier. Nu wordt ze vooral door het slijk gehaald als milieuverpester met haar massa’s winden vol methaangas. En steeds  vaker afgeserveerd als onrendabele veelvraat, wier output aan vlees en melk te gering is in verhouding tot de input aanvoer.

Het gaat de boerenzoon in Wijlre, die getrouwd is met een boerendochter, allemaal te ver en te snel. Niet om louter sentimentele redenen is hij aan de koe gehecht. Als wetenschapper en directeur van de trombosedienst weet hij hoe belangrijk de koe was voor de  gezondheid van de mens. „En sinds ik me na mijn pensionering in de koe ben gaan verdiepen, heb ik ontdekt dat de koe aan de basis van heel wat beschavingen heeft gestaan. Talloze malen ook heeft de koe schilders, tekenaars en beeldhouwers geïnspireerd tot grootse kunstwerken”, vertelt Van Wersch in zijn achtertuin vol mals gras. „Mijn twee koeien staan verderop in een wei.”

Eerst de koe als ‘melkgever’ voor wetenschappers. „Aan de koe danken we onze kennis  van voortplantingstechnieken.  Kunstmatige inseminatie, sperma-injecties en embryo transfers, al deze kennis is voortgekomen uit experimenten met koeien”, aldus de Zuid-Limburger, die na zijn studie scheikunde in Aken vijftien jaar werkzaam was in die stad als klinisch chemicus. Daarna was hij hoofd  van het hematologisch hospitaal in Heerlen. „Via onderzoek op koeien ontdekte men in de  periode 1920-1930 dat vitamine K een stollingsstof is en het bloed doet stollen.”Met zijn bêta-blik in de ogen reed hij ook door het Limburgse landschap en catalogiseerde hij de  verschillende rassen. „In Limburg lopen veertig verschillende koeienrassen rond. In het zuiden vooral het zwartbonte Fries Hollandse ras, bij Sittard het roodbont Fries Hollandse en daarboven de MRIJ, de  Maas-Rijn-IJsselkoe. ”Deze  kennis kwam goed van pas toen een bevriende stichting geld nodig had. Van Wersch  maakte een ‘koelender’ met alle rassen die er in Limburg rondlopen. „In drie maanden  tijd werden rond 10.400 exemplaren verkocht.”

Daarna ging hij op verzoek lezingen geven.  Daarvoor ging hij zich verdiepen in de achtergronden van het dier. „De eerste afbeelding van een koe/rund is te vinden  in de grotten van het Franse Lascaux, van 17.500 vóór Christus. Nog steeds loopt het daar  afgebeelde ras met die witte streep op de rug rond.” Omstreeks 8000 vóór Christus lukte het om het rund te domesticeren, te temmen. In het land van de Eufraat en de Tigris. ,,Daar, in die groene driehoek tussen Bagdad, Syrië en Kanaän, neemt ook de beschaving een aanvang: het land van melk en honing.” Vanuit het oosten trok de koe westwaarts. Aan de oevers van de Middellandse Zee was de  koe het dier van de rijken. De armen hadden het schaap, voor wol, leer, vlees en melk.„ Runderen werden als last-en trekdier gebruikt. Of ze kwamen als offerdier aan hun eind.” In Nederland werden de eerste koeien rond 5000 vóór Chr. gesignaleerd. „Vanuit Ierland is de koe hier terecht gekomen.”  In beide landen aardde het beest goed. Maar nergens werd de koe zo tot nationaal icoon  verheven als in Nederland, dat vanaf de vijftiende eeuw constant stukken binnenzee inpolderde om de koe maar aan mals gras te helpen. De welvaart van de Gouden Eeuw was mede gegrondvest op kaas, melk en boter en vooral de handel. De Hollandse matrozen, admiraals en kooplieden trokken de wereldzeeën over, met enkele hompen kaas in hun hangmat en, als een soort voorlopers van Joris Driepinter, enkele bekers melk drinkend.

Helden en iconen worden doorgaans ‘vereeuwigd’. „Op veel schilderijen van de oude Hollandse meesters komen daarom koeien voor. Of er staan verwijzingen op naar ‘het goud’ van de koe: melk en kaas. Denk maar aan het melkmeisje van Vermeer. ”Paulus Potter en Albert Cuyp verdienden een aardige ‘florijn’  met hun schilderijen met weelderige koeien erop. Een portret van de loeiende en melk (welvaart) brengende trots der natie was in trek bij de gegoede stand van Holland. De koe werd symbool van  loyaliteit, welvaart en vruchtbaarheid. In de koe kwamen al deze deugden, die Holland in de Gouden Eeuw groot hadden gemaakt, tot uitdrukking.

Matig enthousiast is Van Wersch over de manier waarop de kunstenaars van De Stijl de koe rond 1930 afbeeldden.,,Als een vierkante blokkendoos. Ach, velen  hebben zich aan de koe vergrepen. Maar de koe blijft nog steeds kunstenaars inspireren en heeft al veel bijgedragen tot hun beroemdheid. Jan Cremer bijvoorbeeld maakte in Amerika furore met zijn koeschilderijen. ”Maar de laatste jaren kantelt het beeld van de koe.Te veel meststoffen en teveel methaangassen produceert het beest, klagen milieuactivisten. En helemaal betrouwbaar is het  vroeger om zijn loyaliteit geprezen dier ook niet meer. „De gekke koeienziekte is slecht voor  het imago van de koe geweest.”

Maar Van Wersch’s kunsthistorisch verhaal over de koe is nog nergens met boegeroep onthaald. „Tot in West-Brabant geef ik lezingen over de koe.” Het heeft hem gesterkt in zijn  koeienliefde. „De koe blijft nodig vanwege haar vlees en melk. En men is bezig het voedselpatroon van de koe zo te veranderen dat zij minder methaangas produceert. ”Zoals er altijd is ‘gesleuteld’ aan de koe om meer vlees te krijgen. Zo werd een beest gefokt dat langere poten had, zodat een melkmachine beter aan de uiers kon worden bevestigd. Nog steeds kan de koe de mens  inspireren. „Het dier is uiterst plichtsgetrouw. Constant in de weer met het produceren van  melk en vlees. Een koe slaapt slechts twintig minuten per dag, de rest van de tijd is zij aan het werk. Alles behalve lui  dus. En evenmin zonder emoties. Met een koe kun je een relatie krijgen als je er veel mee  bezig bent. ”Hij laat een boekje zien met daarin de rassen die er op Limburgse weiden rondlopen. „De Lakenvelder met die witte band is mijn favoriet.  Ja, de koe heeft mijn leven zeer verrijkt.”

bron: 29 september 2012

Koelender 2012
KOEIENKALENDER-2012-VOORBLA

In 2012 kwam de nieuwe koeien kalender beschikbaar. De oplage was beperkt en de prijs 7,50 euro. De kalender is heel kleurrijk met weer foto’s van koeien in de wei. De opbrengst was bedoeld voor diverse goede doelen zoals o.a. een AIDS-wezen project in Lesotho, verwenzorg in verzorgingshuizen in Zuid Limburg en busvervoer voor Poolse kindertehuis-kinderen naar Nederland waar zij drie weken vakantie hebben.

2016

In april 2016 werd dr.ir. J.W.J. van Wersch benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau..

De reden is zoals de website gulpen-wittem schrijft:

Hij was o.m. werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij diverse organisaties en bij het toenmalige de Wever-Ziekenhuis (thans het Zuyderland Medisch Centrum) te Heerlen. Verder was hij hoofd (1979-1998) van en plaatsvervangend opleider (1979-2000) bij het Hematologisch laboratorium en directeur stafbureau Onderwijs en Wetenschap van het huidige Zuyderland Medisch Centrum (1998-2005). Vanuit zijn functie als hoofd van het laboratorium was hij o.a. gericht op wetenschappelijke publicaties en onderzoek. In de laatste jaren van zijn loopbaan heeft hij het zogenoemde ‘’leerhuis’’ opgezet; een werkplaats binnen het ziekenhuis waar onderwijs en onderzoek inhoudelijk voldoende aandacht kregen en noodzakelijke contacten met onderwijsinstellingen ingebed waren. Verder was hij o.a. voorzitter van de bloedtransfusiecommissie, voorzitter van de budgetteringscommissie medische staf en secretaris van de Investerings- en Innovatiecommissie. Daarnaast heeft betrokkene in de jaren 90 intensief met academisch ziekenhuis Maastricht (azM) samengewerkt bij het opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek alsmede (na)scholing aan collega’s. Hij wordt omschreven als een ‘zeer deskundig en bevlogen collega-wetenschapper die geheel belangeloos en met zeer veel inzet zijn diensten heeft ingezet ten bate van de wetenschap en het algemene belang’. Ook stelt men dat betrokkene op het terrein van laboratoriumonderzoek in de geneeskunde een zeer belangrijke en constructieve bijdrage heeft geleverd aan activiteiten vanuit het Maastrichtse Academisch Ziekenhuis en de afdeling Huisartsengeneeskunde van de Universiteit Maastricht.

Verdere verdiensten
Van 1978-1984 is hij voorzitter van de Basisschool Op de Tien Bunder te Wijlre. Van 1979-1984 lid van de wetenschappelijke commissie van de Nederlandse Vereniging voor  Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC). Van 1980-heden consulent van het Klinisch chemisch hematologisch laboratorium van het huidige Zuyderland Medisch Centrum. Van 1983-2000 was hij voorzitter van de medische commissie van de Bloedbank Maastricht.  En van 1984-1994 was hij lid van examencommissie van de NVKC. Van 1984-1994 was hij lid en voorzitter  in de periode 1986-1994 van de Raad van Toezicht van de Rabobank  Wijlre. Van 1985 tot 1995 is hij lid en voorzitter (1986-1995) van de visitatiecommissie van de NVKC. Sinds 1985 is hij directeur van de Stichting Trombosedienst Oostelijk Zuid-Limburg te Heerlen. Hij wordt gezien als het boegbeeld van deze organisatie. Eveneens sinds 1985 is hij lid van de stuurgroep van de medische afdeling van de Hogeschool Heerlen.  En vanaf 1988 is hij bestuurslid en voorzitter (1997-heden) van de stichting dr. Ir. J.H.J. van de Laar voor Wetenschappelijk Biochemisch Onderzoek en lid van de adviescommissie van het Van De Laar Fonds (aug. 2015-heden). De stichting stimuleert onderzoek onder meer door het mede financieren van proefschriften op het gebied van biochemisch onderzoek.

Sinds 1990 is hij lid van de Werkveldcommissie van de laboratoriumopleiding van de Zuyd Hogeschool. Hij werkte jarenlang mee aan de kwaliteitsverbetering van de hogere laboratoriumopleidingen. Van 1991 tot 2014 was hij lid van de Commissie van Deskundigen en Beroepenveld van de Hogeschool Heerlen. Van 1992-1998 was hij lid van de standaardisatie Stolling van de International Federation of Clinical Chemistry and Laboratory Medicine. Sinds 1993 is hij actief lid van de Lionsclub Heerlen. Hij zet zich o.a. in voor het project ‘’Koelender’’, een serie fundraisingsprojecten waarbij de koe het centrale thema vormt.  Vanaf 1995 is hij vrijwilliger bij de Parochie H. Mauritius te Schin op Geul. Hij is o.a. lid van de werkgroepen Avondwake en Woord- en Communiedienst en begeleider bij de doopvoorbereiding en hij assisteert de pastoor bij bijzondere diensten. Sedert 1998 is hij lid van de UHD vakgroep Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Maastricht en van 2000 tot 2007 was hij wetenschappelijk adviseur van de Bloedbank Limburg te Maastricht. Sinds 2005 is hij adviseur van de Raad van Bestuur van het Medisch Centrum Alkmaar. In de periode 2007-2014 is hij secretaris van het Parochiaal Armbestuur Gulpen. Sinds 2002 is hij lid van de Vrienden van Fanfare St. Cornelius Schin op Geul . Sinds 2013 is hij beschermheer van fanfare St. Cornelius. In 2012-2014 is hij medeauteur van het pictogramkookboek ‘’Lekker koken in beeld’’. Dit kookboek wordt gebruikt op scholen binnen het speciaal onderwijs. Vanaf 2013 is hij lid van de Orde van den Prince, afdeling Heerlen. De Orde van den Prince zet zich in voor de behartiging van de belangen en uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

Hij heeft ca. 300 publicaties op zijn naam staan en in 1992 was hij de winnaar van de Berckelprijs (de wetenschapsprijs van het voormalige de Wever-ziekenhuis). Tevens is hij voorzitter van de jury van voornoemde prijs geweest.

Tot zover www.gulpen-wittem.nl

Behalve dat hij lezingen over koeien geeft, geeft hij ook nog steeds lezingen over bijvoorbeeld de Wetenswaardigheden van het maagdarm kanaal : darm en darmbacteriën in gezondheid en ziekte.

2017

jan en lida van wersch

Dit jaar vierden zij hun Gouden Bruiloft.

Talentino is een knus oergezellig authentiek restaurant waar Talenten met een Psychiatrische en/of verstandelijke beperking de mogelijkheid hebben om op Bourgondische en Ambachtelijke wijze U te laten genieten van hun kooktalenten. Deze variëren van echte Limburgse streekgerechten bij een sfeervol haardvuur tot het serveren van een heerlijke kop koffie met eigen gebakken vlaai, op een unieke locatie gelegen in het hart van Margraten.

Talent van ver af tot dichtbij

jan van werschLIDA EN JAN VAN WERSCH, WIJLRE 5-11-2017

Ja, wij stonden nog ver af van Talent in 2012. Dat veranderde in 2012, toen ik door Marc Huijnen aan de lunch bij Talentino Margraten gevraagd werd om mee te werken aan het tot stand brengen van een kookboek, samen met Stephanie Wouters. Dat was onze kennismaking met Talent. Het kookboek werd een pictogram-kookboek en bleek een groot succes. De eerste druk uit maart 2013 was snel uitverkocht, zodat een tweede druk noodzakelijk werd. Heette de eerste druk nog: “lekker koken in beeld”, de tweede druk werd met een aantal recepten uitgebreid en werd “nog lekkerder koken in beeld” gedoopt. En ook deze uitgave liep en loopt voorspoedig in de verkoop.

We waren voor het kookboek gestart in Talentino Margraten en het bleef ons trekken. Eerst kwamen we er zo nu en dan, toen regelmatig en nu, elke week, meestal op onze vaste dag: de vrijdag. We kennen inmiddels alle Talenten persoonlijk en bij naam en worden dus altijd heel gastvrij onthaald. Overslaan is er bijna niet meer bij, want de erop volgende gelegenheid, dat we er weer zijn, wordt ons duidelijk te verstaan gegeven dat ze ons gemist hebben en waar we dan wel waren en waarom. Heerlijk om te merken, dat zo op je gelet wordt. Talentino is dus een vaste pleisterplaats geworden niet alleen voor ons, maar ook voor veel mensen uit onze kennissenkring. Tussen de soep en aardappelen door heeft mijn vrouw ook een poging gedaan om één van de Talenten haar naam te leren schrijven. Dat is goeddeels ook gelukt, maar we moeten blijven oefenen, anders vloeit de vaardigheid ook weer weg.

Zelf zijn we inmiddels bij Talentino Margraten ook neergestreken met een groep medewerkers uit het Heerlens ziekenhuis, met een familiegroep ter gelegenheid van mijn verjaardag en met een afvaardiging van onze Fanfare uit Schin op Geul. Bij de viering van mijn verjaardag had één van Talenten het in de gaten en zij heeft tot aan het einde van het etentje staan popelen om het lang zal hij leven in te zetten en de jarige met een omhelzing te feliciteren. En aldus geschiedde.

Ik heb het al gezegd: er wordt op ons gelet en dat is niet vervelend maar fijn. Mijn normale kleding-outfit is in colbert en met das en nette overjas. Ik kwam een keer – ik had geen zin om me om te kleden – in mijn vest naar binnen. Onmiddellijk stormde een van de jongens uit de keuken op me af en zei dat dit zo niet kon. En dat was nog wel de jongen, die mij vertelde thuis van zijn vader gehoord te hebben, dat je mannen met das niet moest vertrouwen. Ik moest toen toch echt beterschap beloven voor het volgende bezoek om hem gerust te stellen. Trouwens mijn hoed, die ik ’s winters draag wordt erg mooi gevonden, vooral door een van de vrouwelijke Talenten, hoewel, ze vindt hem mijn vrouw nog beter staan en zij krijgt hem dus ook regelmatig op het hoofd gezet. We zijn zeer tevreden met de service van de hele crew van Talentino Margraten en dat waren onze externe gasten ook.

We voelen het als een warm bad om bij Talentino Margraten binnen te lopen. We hebben veel contacten en we hebben de indruk dat de Talenten ons bezoek fijn vinden. Iedere week gaan we er met plezier naar toe en dat al een hele tijd.

Tenslotte moet me nog van het hart, dat ik nog steeds onder de indruk ben van het grote aantal talenten, dat er überhaupt is in de samenleving, en van het grote aantal dat door Zorgbureau Talent opgevangen wordt. De talenten komen in een liefdevolle omgeving terecht, waar zeker ook de nodige sturing gegeven moet worden, maar we kunnen merken, dat ze zich op hun gemak voelen en gelukkig zijn in de setting, die wij meemaken.

Dit is dan ook bedoeld als een groot compliment aan het Zorgbureau Talent.

bron: 10-TALENT MAGGEZIEN

Klik hier voor Jan van Wersch in de Kerkraadse Tak.

Een Stamgenoten website