Floor van Wersch

1916-1995
1916-1995

Floor van Wersch werd als zevende kind uit het huwelijk van Ferdinand van Wersch en Maria Lintjens in Heerlen in 1916 geboren. Net als zijn broer Albert ging hij, in 1929 en 12 jaar oud, op kostschool in Weert. Tien jaar later , in 1939 was hij secretaris van het bestuur van de Heerlense filmkring.

lim-dgbold-9-jan-1939

Floor was toen 23 jaar. Na zijn opleiding volgde hij de opleiding tot leraar.

1936

floor van werschhSTAD EN STREEK

Wijlen Pastoor L.J.J. Litjens

Diep in ons hart hebben wij, oud-studenten van den pastoor, ’t gevoeld, toen ons diens doodstijding toekwam.

Bij het eerste bericht, schudden wij nog ongeloovig onze hoofden, niet in staat om de heele jobstijding te overzien. Maar spoedig werd ons de bevestiging er van gegeven.

Helder herinneren we ons nog de gezellige lessen van den pastoor: hoe wij op het eerste gym. de naamvallen van onze Nederlandsche taal kregen ingepompt; en later, in de 2de klas, de Grieksche lessen, uiteraard zóó saai, die hij steeds weer wist op te vroolijken door z’n geestige zetten. Op z’n gemoedelijk Noord-Limburgsch dialect riep hij soms een van ons terug naar de les, als we met onze gedachten heel ergens anders rondzwierven, dan bij de vervoeging.

Met de uiterste fijngevoeligheid wist hij onze ontwakende jongenszielen te leiden, en gereed te maken voor de toekomstige „struggle for live”.

Hoe goed komen ons nu z’n goede raadgevingen te pas, geweven tusschen de behandeling van twee Latijnsche thema-zinnen, of vastgeknoopt aan de een of andere vertaling.

Hoe vaak ook zinspeelde hij niet op z’n aanstaande pastoors-benoeming, ’t ideaal van z’n zuiver priesterhart. Hij vertelde ons soms daarvan, en er glansde dan iets in z’n oogen wat we toen nog niet begrepen; we werden dan allemaal stil, en staarden verwonderd naar z’n glimlachend gelaat.

En nu is ’t ongeloofelijke gebeurd, ’n Priesterleven, zuiver gewijd aan de dienst van God, wordt plotseling ruw afgesneden door moordenaarshanden. Wat ook de motieven zijn geweest, zwaar zullen de moordenaars moeten boeten om hun schuld bij God te vereffenen. En, o, als zij hem hadden gekend gelijk wij, ik weet zeker, zij zouden nooit tot dat gekomen zijn, wat ze nu deden.

En gij, onze geliefde leeraar, nu gij eindelijk de grootste wensch van uw leven vervuld zaagt, enkel en alleen te werken aan Gods zielenrijk, hebt nu van Hem, die uw algeheel geluk verlangde, uw eeuwige belooning gekregen. Maar uw wijze lessen, uw vriendelijke raadgevingen en ongekunstelde eenvoud, zullen wij ons heel leven niet vergeten, en met u na te volgen in uw voorbeeldig leven, zullen wc u voorzeker dc grootste voldoening geven, voor uw werken en moeite voor ons.

Fl. VAN WERSCH. 21 Januari 1936.

bron: Limburgsch Dagblad januari 1936.

Naschrift:
Pastoor Gerard Litjens was sinds november 1935 pastoor in het Noord-Limburgse Geijsteren. In 1936 pleegden vier mannen een overval op de pastoor om hem van zijn geld te beroven. Hierbij kwam de pastoor om het leven.

1942 / 1943

In 1942 had hij Coob Jongenelen in Amsterdam leren kennen. Daar woonde toen zijn broer Albert. Floor bezocht hem op het moment dat hun tante Gertrude daar ook was. Gertrude kende Coob, en dus ook Floor. Na hun ontmoeting gebeurde er nog weinig, maar toen hij haar naar het station bracht omdat Coob weer terug naar Maastricht ging, spraken ze af elkaar te schrijven. Het jaar daarop verloofden zij zich.

lim-koerier-17-aug-1943

1944

veritas-27-okt-1944
1944

1945

In  Maastricht verscheen het blad Je Maintiendrai, met als ondertitel Vrij Nederland, de patriot Christophoor. Floor stuurde in maart 1945 een ingezonden brief naar de redactie met de titel De Nederlandsche Scheepvaart.

Vroeger op school leerden we allen het eenvoudige zinnetje: „1386, Jan Willem Beukelszoon van Biervliet vindt het haringkaken uit.”

Slechts weinigen zullen later begrepen hebben welk een enorme invloed dat feit op onze verdere geschiedenis, vooral wat betreft de geschiedenis van onze scheepvaart, gehad heeft. Want door het feit dat de haring nu, zoals dat in moderne bewoording heet, geconserveerd kon worden, werd hij een export-artikel bij uitnemendheid. Vroeger reeds waren de Hollanders en Zeeuwen gedwongen geweest om het koren in de Oostzeelanden te gaan halen. Nu echter hoefden zij niet meer met lege schepen derwaarts te varen. Een winstgevend artikel voerden zij met zich mee.

En ook naar Portugal, vanwaar het zout voor de pekelharing en voor de boterbereidïng gehaald werd, namen zij in hun schepen den haring mee. Zó begon zich door de uitvinding van Jan Willem Beukelsz. van Biervliet de vrachtvaart in grotere afmetingen te ontwikkelen. Want eenmaal daarmee bezig, keken de Hollanders en de Zeeuwen niet meer werkeloos toe, wanneer de vrachtschepen van de Hanzeaten en de Bruggenaren hun wateren passeerden met hout, graan, barnsteen, laken, enz., maar gingen zij zelf aan deze vaart meedoen.

En omstreeks het jaar 1450 had de Hollandse vrachtvaart reeds zulk een hoge vlucht genomen, dat de Hollanders de vrachtvaarders tussen de Oostzee en Antwerpen waren geworden, terwijl zij bovendien de koloniale waren uit de Spaanse en Portugese havens gingen halen.

Men weet hoe de geografische omstandigheden meewerken om het karakter van een volk te bepalen. Eeuwenlang had de bevolking van de lage landen een onverzettelijke strijd tegen het water moeten voeren. Hierbij waren zij geheel op zich zelve aangewezen. Ieder dorp, iedere stad, ieder plattelandsgehucht stond voor de taak het water buiten de bebouwde grond te houden en bovendien nog land bij te winnen. Hulp van buiten, van den Keizer, die ver weg woonde, was niet te verwachten.

In deze harde strijd kreeg het Hollandse volk zijn individualistische karaktertrek, d.w.z. zijn eigenschap om zelfstandig en onverzettelijk stand te houden, om geheel steunend op eigen krachten, het plekje grond dat het bezat tegen het steeds dreigende water te beveiligen.

Hard en nuchter, vol werkelijkheidszin vormde zich hier een bevolking, die eens de wereldzeeën zou gaan bevaren vol doorzettingsvermogen en ondernemingslust, eigenschappen, geërfd van stoere en kloeke voorouders.

In de vijftiende eeuw groeide onze vrachtvaart steeds verder uit. En van zelf had zij haar terugslag op het moederland. Overal verrezen de werven, de houtzagerijen, de zeilmakerijen, de touwslagerijen, enz.

Vrachtvaart, handel en nijverheid beïnvloedden elkaar. Amsterdam werd de korenschuur van Europa. Haarlem en Leiden werden de middelpunten van laken- en linnenindustrie. Steeds duidelijker tekende zich af dat de toekomst van de lage landen ter zee was gelegen. De rijkdom nam steeds toe. Toch heeft deze rijkdom de volkskracht, de volksenergie niet doen verslappen, gelijk dit zo vaak gebeurt. Want de rijkdom bleef op slot van zaken in handen van weinigen, in die der kooplieden, die tevens de bestuurders van het gemenebest waren. Voor den man uit het volk lag de rijkdom wel in het verschiet, maar zelden binnen het bereik.

Zodanig was de toestand, toen de tachtigjarige oorlog uitbrak, deze grootse worsteling van het kleine volk van schippers en handelaren tegen de Spaanse wereldmacht. In dezen oorlog kwamen hun al de eigenschappen ten goede die zij in hun harde en stugge strijd tegen het water verworven hadden: n.l. hun wilskracht en hun doorzettingsvermogen, hun hardheid en werkelijkheidszin, hun kracht en hun nooit falende ondernemingslust. De zeehandel bleef gehandhaafd ondanks de steeds dreigende inbeslagname van hun handelsschepen in de Spaanse en later ook Portugese havens. De vijand wist maar al te wel waar de oorzaak lag van het taaie verzet der opstandelingen. „Zeevaart en visserij”, zo staat in een Spaans staatsstuk uit die dagen, „zijn de bronnen, waaruit de vijand zijn rijkdommen trekt om ons zo fel te weerstaan.”

Zo werden de Nederlanders gedwongen om vechteskaders de zee in te sturen en daarmee begonnen de roemvolle bladzijden van ons historieboek, die ons vertellen van de krijgsdaden onzer zeehelden.

Feitelijk is er echter gedurende de 80-jarige oorlog nog geen sprake van een geregelde oorlogsvloot. Spanje, als landmogendheid, zocht vooral zijn overwinningen te land te bevechten en slechts af en toe werden grote vloten uitgerust om de opstandelingen te bestrijden. Telkens echter bleken deze vloten mislukkingen te zijn wanneer zij tegen de Nederlandsche zeevaarders kwamen te staan. Wie herinnert zich niet de Spaansche Armada van het jaar 1588? Maar het bleef daarbuiten bij kleine schermutselingen ter zee en bij geringe waak-eskaders, die de handelsvloot moesten beveiligen. Toch treden ook in dit tijdperk reeds kundige admiraals op. Vooral gedurende de laatste periode van de 80-jarige oorlog. Dit vindt zijn oorzaak hierin, dat men sinds de laatste 25 jaren van de zestiende eeuw grotere aandacht was gaan schenken aan de wijze, waarop men ter zee elkander met uitgebreide eskaders van zeilschepen kon bestrijden. Deze periode kan men dan ook beschouwen als de oefenschool, waaruit later het goedgeschoolde zeevolk en de georganiseerde vlootpolitiek van Johan de Witt tegen de toenmalige Engelse handelsconcurrenten zijn voortgekomen.

Maar reeds voor het einde van de 80-jarige oorlog (1648) lieten de Hollanders blijken wat zij ter zee waard waren, toen zij onder aanvoering van Tromp in 1639 de overmachtige Spaanse vloot voor de rede van Duins tot den strijd dwongen en een vernietigende nederlaag toebrachten. 

bron: Je Maintiendrai, 10 maart 1945.

1946

Floor en Coob waren lang verloofd, zoals in die tijd gebruikelijker was. Zij trouwden pas in 1946.

huwelijk

1950

Na de oorlog ontstond het Irene Fonds om langdurig zieke patiënten uit hun sleur te halen door middel van activiteiten als film, schaakwedstrijden, toneel. Omdat het een landelijke organisatie was, vond men in Limburg dat er te weinig dingen uit Limburg daar van pas kwam. Ook omdat Limburg overwegend katholiek was. In maart 1950 kwam een aantal mannen bij elkaar, waaronder Floor van Wersch, om via een Limburgs comité voor zowel katholieken als protestanten,  het Irene Fonds Limburg op te richten. De activiteiten waren onder meer: concerten, hoorspelen, zang, lezingen, cabaret die over de radio werden uit gezonden. De ziekenhuisomroep avant la lettre.

floor-1952-1953

Op bovenstaande foto staat Floor van Wersch als geschiedenisleraar met zijn klas in 1952 in het museum. Floor zit in het midden tussen zijn leerlingen. Hij was onderwijzer op de volgende scholen:
De Lagere School Gondulfus in Maastricht tussen 1959 en 1965.
Het Stedelijk Lyceum in Maastricht tussen 1965 en 1966.
Het St. Maartenscollege in Maastricht tussen 1966 en 1970.

floor-en-de-kleinen

 

 

 

 

 

 

Floor van Wersch met zijn kinderen in oktober 1953. Links: Joep, Marlieke, Pia en Lidwien. Twee jaar later, het gezin was inmiddels groter geworden, kocht hij het huis aan de Hertogsingel in Maastricht. Bij het overlijden van Coob in 2016 werd er op straat verteld: Mevrouw Van Wersch van de Hertogsingel is overleden.

Portret in 1946 geschilderd door de Maastrichtse kunstenaar Willy Hamelers (1915-1987) van Coob die toen 24 jaar was. Hij schilderde, maar tekende ook. Hieronder een tekening van Floor en Coobs dochter Lidwien met een pop.

1974

In juni 1974 tekende Floor de petitie, samen met een honderdtal andere prominente Maastrichtenaren tegen de vestiging van een abortuskliniek in Maastricht.
In een open brief in de krant schreef hij:

Vragen
De heer Van Agt is twee keer (1971 en 1973) beëdigd als Nederlands Minister van Justitie. Beide keren heeft hij gezworen de Nederlandse grondwet en wetten te zullen handhaven. Als Nederlands staatsburger heb ik twee vragen.

  1. Hoe kan deze minister in verband met de vestiging van illegale abortusklinieken zijn beëdiging waar maken? Hij overtreedt immers het nog steeds vigerende Wetboek van Strafrecht wat betreft Titel XIX artikel 297 en Titel XIV artikel 251.
  2. Kan gezien bovenstaande feiten deze minister strafrechtelijk vervolgd worden?

Graag zou ik van deskundigen inzake het Nederlandse staatsrecht en strafrecht op mijn vragen antwoord willen ontvangen.

Een andere kwestie, die vragen oproept, is de volgende. Kardinaal Alfrink en het Nederlandse Episcopaat hebben in hun herderlijke brieven van februari 1971 en in hun Adventsbrief van 1973 verklaard, dat de Katholieke Kerk abortus provocatus onaanvaardbaar acht.

Mijn vraag is deze: „Vindt het Episcopaat het voldoende papieren verklaringen uit te geven en daarna geen openlijk protest meer te laten horen tegen de inmiddels in Nederland illegaal opgerichte abortusklinieken? Waarom zwijgt het Episcopaat?”

Deze vraag houdt zeer veel katholieken bezig, temeer omdat kardinaal Alfink het in december 1972 zijn plicht achtte de Nederlandse katholieken op te roepen om in Utrecht massaal te protesteren tegen de bommen op Hanoi? Ook toen ging het om mensenlevens.

Dit zwijgen brengt immers een heilloze verwarring teweeg onder de Nederlandse katholieken.

MAASTRICHT   Fl. van Wersch

floor

Het echtpaar Van Wersch-Jongenelen kreeg acht kinderen. Floor overleed in 1995, 79 jaar oud, Coob overleed in 2016, 94 jaar oud.

Deze foto werd enkele jaren voor zijn overlijden in 1995 gemaakt.

Klik hier voor Floor van Wersch in de Heerlense Tak.

Een Stamgenoten website