Kuppelei

Wilhelm van Wersch werd in het Duitse Verlautenheide op 22 juli 1877 geboren (of 22 juli 1879). Zijn vader Andreas Hubert Vanwerst / Vonwersch/ van Wersch kwam uit Geul-Wittem. Zijn moeder kwam uit Verlautenheide, in de buurt van Aken. Wilhelm trouwde in 1874 met Katharina Pfeifer. Hij was invalide geworden wegens een ongeluk in de fabriek. Om een of andere reden was hij bekend bij de Duitse Geheimen Staatspolizei. Zodoende werd hij in mei 1938 om 20.30 uur wegens Kuppelei opgepakt en naar de gevangenis in Düsseldorf gebracht. In het bijbehorende document dat opgemaakt werd stond: dat hij nicht organisiert. Politisch ist er noch nicht hier in Erscheinung getreten. Hij was dus niet aangesloten bij een vakbond en op politiek gebied was hij nog niet naar buiten getreden.

Wilhelm werd wegens Kuppelei (gelegenheid geven) tot twee maanden gevangenschap veroordeeld. De andere partij in deze zaak was de arbeider Heinrich von Kleist uit Düsseldorf, geboren in 1902 die al eerder veroordeeld was.

De aanklacht

Von Kleist had zich verschillende keren aan homoseksualiteit schuldig gemaakt. Dat was toen strafbaar. Hiervoor was hij al twee keer veroordeeld. In 1935 leerde hij Wolfferts uit Kleef kennen. Die vroeg Von Kleist of hij tegen betaling voor hem een blonde jongen kon vinden. Von Kleist kende niemand en vroeg aan een zekere Clemens die hem kennis liet maken met een zekere Both.

Both verklaarde zich bereid om met Von Kleist naar het huis van Wolferts te gaan om er over te praten. Von Kleist kreeg hiervoor 10 Rijksmark van Wolferts. 

In het voorjaar 1936 hadVon Kleist iemand gevonden en bracht de jonge Pfeil naar de woning van Wolfferts. Die wilde Pfeil niet thuis ontvangen omdat te veel jonge gasten toch verdacht zou zijn.

Von Kleist benaderde Van Wersch omdat hij wist dat hij het vanwege zijn invaliditeit financieel slecht had. Hij vroeg hem zijn huis tegen betaling beschikbaar te stellen. Dat deed Van Wersch. Vervolgens gingen Von Kleist, Pfeil en Wolfferts naar diens huis. Wolfferts en Pfeil gingen de slaapkamer in waar zij ongeveer een half uur bleven. Von Kleist kreeg van Wolfferts 5 Rijksmark en Van Wersch 6 Rijksmark.

Nadat zij de aanklacht aanhoor hadden verweerden beide mannen zich dat zij handelden uit financiële nood.

De aanklacht bleef staan: beiden hadden zich schuldig gemaakt aan gelegenheid geven en daardoor ontucht bevorderd: Von Kleist omdat die mannen aanbood voor ontucht en Van Wersch voor het beschikbaar stellen van zijn huis.

De zaak kwam op 6 december 1938 voor bij de 1e Grote Strafkamer waarbij Von Kleist veroordeeld werd tot zeven maanden gevangenisstraf en Van Wersch tot twee maanden. Door het lange voorarrest hoefde Wilhelm niet naar de gevangenis maar ze moesten wel de kosten betalen.

Von Kleist werd zwaarder gestraft omdat hij al eerder veroordeeld was. Van Wersch kreeg een lagere straf omdat hij geen strafblad had en in grote financiële nood zat. Zijn inkomen was 42 Rijksmark per maand waarvan hij ook zijn vrouw en werkeloze zoon te eten moest geven.

Klik hier voor Wilhelm van Wersch in de Wittemse Tak.

Een Stamgenoten website