Hub van Wersch, wethouder, schrijver

Hub van Wersch volgde in zijn jonge jaren de lokroep van het Oosten, reisde naar India, vond er zijn vrouw en keerde met haar terug naar Nederland. Hij is vader van drie kinderen. Zijn afwisselingrijk leven omvat een journalistieke carrière, vele langdurige reizen, studie van en in 1989 promoveerde hij tot doctor in de culturele antropologie. Zijn werkzame leven bestond uit banen als voorlichter in het bedrijfsleven en bij de overheid, diverse managementfuncties in de communicatie, consultancy en het wethouderschap. Hij publiceerde over uiteenlopende onderwerpen. De laatste jaren wijdde hij zich geheel aan het schrijven. Het verwoorden van het menselijk tekort ziet hij als zijn belangrijkste drijfveer.

2016

vananaara-omslag-bmg-nieuwIn zijn nieuwe boek beschrijft Hub van Wersch zijn reizen van vorig jaar naar Zuid-Amerika en Azië. Het boek leunt op blogs die hij daarover schreef maar bevat veel nieuwe informatie. Hij schrok van de toestand in India. Met de economie gaat het daar goed, maar met de democratie slecht. In de bundel gaat hij  daarop dieper in. Het boek bevat ook kernachtige reflecties op de veronderstelde heiligheid van de koe en de immense problematiek van het ouder worden in India. De bundel is verrijkt met door zijn vrouw Anju getekende portretten (o.a. premier Narendra Modi) en een plattegrond van de fameuze Towers of Silence. Om de complexiteit van de communicatie in India – een land met 22 officiële talen – te illustreren, is een pagina toegevoegd waarop de eerste regel van het Indiase volkslied staat afgedrukt in acht verschillende schriften. Daarnaast bevat de bundel foto’s en een brief aan een geliefde.

Titel:   Van A naar A en terug – Schetsen onderweg (120 pagina’s)
Auteur:  Hub van Wersch
Uitgeverij:  Leon van Dorp (Heerlen)
Prijs:   € 9,95

hub-2016Groene Hart vrijdag 15 april 2016  IN DE SPIEGEL   Hub van Wersch 

Hub van Wersch is deze maanden sporadisch in het straatbeeld van Alphen te zien, want hij  werkt in Harfsen aan een nieuwe roman. Voor een dag terug in Alphen vertelt hij over zijn schrijverschap, de totaal andere wereld van India en waarom hij acht jaar wethouder was. 

BERT VAN DEN HOOGEN 

Altijd opzoek naar de waarheid 

SPIEGELBEELD  „In de Spiegel ontmoet ik iemand  die op zoek is naar de waarheid of  het verhaal achter de buitenkant  die we zien. Telkens als je je verdiept in een onderwerp blijkt dat  die waarheid niet doordringt tot de  buitenkant. Dat komt doordat  mensen altijd bezig zijn een beeld  van zichzelf neer te zetten zonder  de ware persoon te laten zien.” 

SCHRIFT OP DE SPIEGEL  „Ik heb de naam van mijn vrouw  op de Spiegel geschreven. Het is in  de Indiase taal Marathi.Er staat  Anju, uitgesproken als Anzjoe. En de Spiegel staat in boekhandel  Haasbeek waar ik mijn boek Heil  uit de Diepte heb gepresenteerd.” 

SCHRIJVER  „Sinds mijn vroegste jeugd wil ik al  schrijven. Ik ben ook journalist geweest. Ik heb in mijn leven veel  meer beroepen gehad, maar mijn  levensstijl heeft zich nu ontwikkeld  tot die van een schrijver. Voor mij  betekent dat dat ik mij enkele  maanden terugtrek om de basis te  leggen voor een boek. Daar kan anderhalf jaar van onderzoek aan  vooraf gaan. Daarna ben ik nog anderhalf jaar bezig om de basis uit  te werken. Ik vind dat ik nog redelijk snel werk. Nu werk ik aan een  roman waarin wetenschappelijke  fraude een hoofdthema vormt.” 

TREK NAAR INDIA  „Ik was rond 1970 buitenlandredacteur voor het Eindhovens Dagblad. Het werk bestond uit het selecteren van nieuws uit grote stapels telexberichten. Bureauwerk. Ik  vond het onzin dat ik het nieuws  niet met eigen ogen kon waarnemen  Het was de hippietijd. Veel  jonge mensen gingen naar Oosterse landen om een andere wereld  te verkennen, omdat ze niet tevreden waren met de wereld waarin  ze leefden. India had wat dat betreft veel te bieden en ik besloot  over land daar naartoe te reizen. Ik  had verder geen plannen hoe lang  ik daar zou blijven. Ik reisde per  paard, met bussen en treinen.” 

DRIE MAANDEN IN INDIA  „Dat heeft alles te maken met mijn  vrouw die ik in India ontmoette. Ik  had vrijzinnige gedachten over het  huwelijk: ik zou nooit van mijn  leven trouwen. Maar ik ontmoette  de mooiste vrouw van India en  werd werkelijk op slag verliefd. Al  na een week vroeg ik haar om met me mee te gaan. Maar in een land  waarin de ouders een huwelijk arrangeren, was het natuurlijk  schokkend dat ik daar als jonge  gast uit een andere wereld de  mooiste bloem uit India kwam  plukken. De ouders gaven toch toestemming, maar de wet stelde als  voorwaarde dat een buitenlander  pas mag trouwen als hij drie maanden in India heeft gewoond. Zodoende verbleef ik drie maanden  in India en kwam ik getrouwd en  wel terug in Nederland.” 

INDIA  „Ik heb antropologie gestudeerd  met specialisatie India. Het is een  ontzettend fascinerend land. Als je  bedenkt dat er 22 officiële talen  zijn en nog tientallen andere talen,  dan is wel duidelijk dat een centrale aansturing lastig is. Het kastensysteem is een fascinerend onderwerp. De stad van mijn vrouw  is gegroeid van 1,2 miljoen in 1970  naar 4,5 miljoen mensen nu. De  problemen rond volkshuisvesting,  onderwijs, voeding en medische zorg zijn bijzonder groot. Ik vrees  dat die nooit worden opgelost.” 

NEDERLAND  „Ik ben veel relativerender geworden. Toen ik in Alphen kwam  wonen, klaagden mensen dat de  stad zo groot was geworden. Dan  hadden ze het over van 30.000  naar 70.000.Dat is natuurlijk niets  vergeleken met de groei in India en  andere delen van de wereld. Kunnen relativeren is belangrijk, zeker in de wereld van nu. Mensen die  dat niet kunnen, keren zich naar  binnen en kijken niet over de rand  van hun bord. Ik vind dat een begrijpelijk, maar mezelf zou ik dan  een onvoldoende geven.” 

WERELDBURGER  „Als je niet over die rand van je  bord kijkt, blijft je wereld dat bord  havermout. Je blijft daardoor redeneren volgens je eigen normen. De wereld intrekken ging mij makkelijk af. Ik heb tweejaar rondgezworven terwijl ik met1500 gulden  vertrok. Onderweg werkte ik als  druivenplukker of in een restaurant. Als je je eisen niet te hoog  stelt, houd je het lange tijd uit. Ik  wilde met mijn poten in die andere  maatschappijen staan. Niet als toerist, maar participerend, zodat ik  erover kan schrijven.” 

WERELDWIJS DOOR BOEKEN  „Als je je wijsheid alleen uit boeken haalt, komt de informatie via  de ogen van een ander. Ik vertrouw  liever op mijn eigen ogen. Dat is  geen pleidooi om geen boeken te  lezen. Het is goed om je wereldkennis uit wetenschappelijke boeken  te halen, maar ga ook zelf kijken  en ervaren hoe het echt is. De  hoogste wijsheid zal ik niet uit het  reizen halen, maar ik word er wel  wijzer van.” 

ROMANS  „Romans zijn er vooral om te  boeien en niet zozeer om kennis op  te doen. Toch probeer ik de lezer  kennis mee te geven. Wetenschappelijke werken zijn erg vormvast.  Bij romans heb je de vrijheid om  creatief te zijn. Met wetenschappelijke boeken bereik je vakgenoten,  met romans een breder publiek.” 

VAN WERELDREIZIGER NAAR WETHOUDER  „Ik werd wethouder van Alphen,  omdat dat een prachtige manier is  om een gemeenschap te doorgronden. Ik voel me nog altijd antropoloog. Antropologen trekken soms  naar een klein dorpje op Java om  daar maandenlang afgesloten van  de buitenwereld te leven om alles  te weten te komen van dat dorp.  Een dorpsgemeenschap is buitengewoon interessant, Alphen ook.” 

SCHERPE MENING  „Door mijn reizen en levenservaring heb ik een mening die ik  graag scherp formuleer, maar ik  kan die mening altijd relativeren.  Door de scherpte lok ik discussies  uit. Discussie is goed, omdat ik zo  tot nieuwe waarheden kan komen.  Soms leg ik me erbij neer dat het  verschil van mening blijft. Niet alle  verschillen in de wereld zullen  worden opgelost.”

PASPOORT: Geboren:17 mei l948 in  Kerkrade  Opleiding: culturele antropologie aan Universiteit van Amsterdam.  Loopbaan: Journalist, sociaal  werker, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk  Onderzoek, voorlichter PTT  Post, gemeente Amsterdam  en Den Haag, 2002-2010  wethouder Alphen, sinds 2010  publicist.  Privé: Getrouwd, drie kinderen. Woont in Alphen

bron: AD, Groene Hart, april 2016

2015

times-of-india-aug-2015“Industrieel hart van de stad vervangen door hoogbouw.”

Mumbai: Antropoloog Hub van Wersch (67) vindt dat er iets ontzettend verkeerd is aan de witte verf die de alleenstaande schoorsteen van de Phoenix Mills op Mumbai’s industrieterrein, nu een van de trendsettende winkelcentra, kleurt.
De verf laat de schoorsteen er net uitzien alsof hij bij het winkelcentrum hoort en niet een overblijfsel is van het industrieel verleden van Mumbai. “Het is net alsof jullie een deel van jullie geschiedenis vergeten. Het is een belediging naar de mensen die vroeger in de fabrieken werkten. Het centrum van Mumbai was vroeger het industriële hart van de stad. Het hart is eruit gehaald en vervangen door een eindeloze rij aan winkelcentra.

Er is niets meer dat ons aan de rijkdom van Mumbai herinnert dat zijn recht van bestaan ontleende aan de textiel industrie,” zegt Van Wersch. Het doet denken aan de manier waarop Nederland in de jaren vijftig besloot de mijnen te sluiten. “Alle mijnen werden snel gesloten en de schoorstenen werden opgeblazen. Dit is niet de juiste manier om met geschiedenis om te gaan,” zegt Van Wersch.
Hij heeft meer dan gemiddelde interesse in de geschiedenis van Mumbai. Hij heeft een verslag gemaakt van de overgang van fabrieken naar winkelcentra: van mills naar malls. In 1985, drie jaar na de historische textielstaking, de langste in de wereldgeschiedenis, verbleef Van Wersch met negen textiel arbeiders in een klein huisje. Hij leerde hierdoor zes maanden lang het Marathi waardoor hij een verslag kon schrijven, maar ook doordat de arbeiders deze vreemdeling in hun midden vertrouwden.

“Het duurde enkele dagen voordat zij aan mij gewend waren. Ik ook moest mij aanpassen omdat er schouder aan schouder geslapen werd. Er waren immers veel mensen in een kleine ruimte in de warmte van april,” zegt Van Wersch. Slechts na enkele dagen met hen samen gewoond te hebben had hij in de gaten hoe hij zich moest kleden, netjes zoals de textiel arbeiders in de vreselijke dagen na de staking. “Iedereen had twee overhemden; elke dag droegen zij er een terwijl de ander gewassen werd.  Goed kleden gaf hen het gevoel van zelfrespect, zegt Van Wersch. Hij ontdekte hoe belangrijk het voor hen was om iedere ochtend wat geld aan chat te besteden, zelfs als dat alles was wat zij die dag konden uitgeven.

Hij leerde de khanawal, de eetkamers, kennen, waar de textielarbeiders een gratis maaltijd kregen. “Deze waren district gebonden. Er ontstonden groepen van gelijkgestemden: zij kwamen uit het zelfde gebied, spraken het zelfde dialect en hielden van het zelfde eten,” voegde hij toe.
Van Wersch was in Puna waar hij arbeid onderzocht bij multinationals tijdens de textielstaking in Mumbai in 1982. Ook nam hij tijd om Mumbai zelf te bezoeken: “Ik was verbaasd dat zo’n enorme staking recht onder mijn neus plaats vond. Toen wist ik dat ik terug zou komen om over de textiel fabrieken te schrijven,” zei hij.  Nadat hij de industrie van Mumbai in 1982 had gedocumenteerd, is hij nu terug in de stad die hij als plaats in zijn nieuwe roman wil gebruiken.

De eerste keer dat hij India bezocht was in 1972 toen hij 24 was. In Puna werd hij verliefd op een dochter van een beroemde Marathi dichter, trouwde en ging terug naar Nederland. Hij ging de afgelopen veertig jaar regelmatig terug naar India.

bron: Anahita Mukerjiin de The Times of India, augustus 2015 (vertaald)

ad-groene-hart-aug-2015Van Wersch werkt in Mumbai aan roman
Martijn Rijp
Alphen | Voor zijn tweede roman  verblijft Alphenaar Hub van  Wersch drie maanden in de  Indiase miljoenenstad Mumbai,  Een stad die de oud-wethouder  niet zomaar heeft uitgekozen.  Zijn eerste boek Heil uit de  diepte, dat vorig jaar verscheen, is  inmiddels toe aan zijn tweede  druk. Waar dat verhaal zich af speelde in het gebied van zijn  jeugd – Limburg – daar gaat zijn  tweede boek over het land waar hij  zijn hart aan verloor.  “Ik heb een meer  dan 40-jarige  band met India,  Die is sterk. Al  eerder woonde ik  een jaar in Mumbai, in verband  met een onderzoek naar de textielstaking. daar van 1982/1983,”  Daar schreef de antropoloog in  1992 een boek over, “Deze gigantische staking, met 250.000 arbeiders de grootste in de wereldgeschiedenis, kreeg destijds weinig  aandacht. Dat geldt voor zowel  India als de rest van de wereld, Een  roman waarin die staking het decor  vormt is absoluut gewenst:
Zijn boek wordt een mix van feit en fictie. “Stakingsleider Datta Samant werd enkele jaren na de staking op maffiose wijze vermoord  door huurmoordenaars. En ook  liefdesrelaties komen aan bod.”  Om alles zo realistisch mogelijk  te beschrijven verblijft hij drie maanden in Mumbai, waar het verhaal zich afspeelt: “De stad komt naar voren zoals het is: smerig, overweldigend, ontregelend en  fascinerend.”  De lokale media hebben inmiddels zijn aanwezigheid ontdekt. In  de Times of India verscheen onlangs een interview met hem.  Daarin maakte hij zich zorgen over  het verdwijnen van industrieel erf-  goed in de stad, “De gronden waar  de textielfabrieken op stonden zijn  voor veel geld verkocht. Nu staan  daar wolkenkrabbers en kantoorkolossen. Werkgelegenheid en  huisvesting van duizenden arbeiders zijn daarvoor opgeofferd:’

bron: Ad – Groene Hart, 27 augustus 2015

2014

hub-nov-2014

Boeken: Oud-Kerkrade naar Hub van Wersch debuteert laat met roman ‘Heil uit de diepte’

Ketters, kolen en de krant

Kolen, kerk en ketterij’, de ondertitel van Hub van Wersch’ debuutroman ‘Heil uit de diepte’, vat het boek mooi samen. Al had ‘krant’ er ook nog bij gekund.

door Adri Gorissen

Het lijkt een appeltje-eitje. Als de in Alphen aan den Rijn wonende Hub van Wersch (Kerkrade 1948) eindelijk kan toegeven aanzijn al decennia bestaande schrijfdrang keert hij natuurlijk terug naar zijn roots. Zijn debuutroman Heil uit de diepte speelt grotendeels in Rolduc en directe omgeving.Zo logisch is het echter niet gegaan.Om dat helder te krijgen eerst maar wat persoonlijke achtergronden van de auteur. Van Wersch begint na een wat haperende schoolloopbaan op zijn twintigste in de journalistiek. Eerst werkt hij enkele maanden bij De Nieuwe Limburger om vervolgens over te stappen naar De Gelderlander en vandaar naar het Eindhovens Dagblad.Bij die laatste krant is hij redacteur buitenland en komt hij erachter dat hij over onderwerpen schrijft waar hij onvoldoende van weet. Reden om met een rugzak de wereld over te gaan reizen.

In India ontmoet hij zijn vrouw en keert na enkele maanden met haar terug naar Nederland. Daar volgen diverse banen, een studie antropologie,een reeks communicatiefuncties en tot slot een acht jaar durend wethouderschap in Alphen aan den Rijn. Als hij dan zo’n drieënhalf jaar geleden eindelijk aan schrijven toekomt, denkt hij allereerst aaneen boek over de mijnstaking in Engeland in 1984 en 1985. Van Wersch: „Tijdens mijn studie antropologie heb ik een onderzoek gedaan naar de textielstaking in India die duurde van januari 1982 tot augustus 1983. Er deden 250.000textielarbeiders aan mee en het was daarmee de grootste staking ooit. Ik vroeg me af hoe het in godsnaam mogelijk is dat een kwart miljoen mensen al die tijd zonder stakingskas overleeft. Het liep overigens niet goed af: 75.000 arbeiders werden ontslagen en de textielindustrie ging ten gronde.”

„Toen ik eenmaal tijd kreeg, dacht ik: nu ga ik ook iets met de Engelse staking doen. Maar vrijwel tegelijkertijd kwam het besef dat ik dan raar bezig zou zijn. Ik kom uit Kerkrade, uit Limburg, waarom zou ik niets doen met het mijn drama daar, de sluiting van de mijnen?” In eerste instantie wil hij tegen de achtergrond van die mijnsluiting een roman schrijven over Limburg, de Limburgers en hun identiteit. Terwijl hij onderzoek doet voor het boek, ontdekt hij de grote rol van de abdij Rolduc bij het begin van de grootschalige steenkoolwinning eind achttiende, begin negentiende eeuw. „Ik wist daar helemaal niks van”, vertelt hij, „maar ik kwam erachter dat zonder de inzet, de initiatieven en de enorme investeringen van de abten uit die tijd er geen kolenwinning was geweest. Ik begroef me vervolgens in de research en daarbij kwam aan het licht dat Rolduc ook een belangrijke speler was bij de vervolging van de Bokkenrijders.

Fascinerend was bovendien dat er in diezelfde tijd een religieuze strijd woedde, waarbij de abdij betrokken was. Het ging eigenlijk om een strijd tussen katholieken die streng in de leer waren, zoals die van Rolduc, en de gelovigen die wat humanere of rekkelijkere opvattingen hadden. De monniken van Rolduc werden daarbij van ketterij beschuldigd. Dat conflict was niet alleen heel boeiend, want de tegenstrevers gingen elkaar op alle mogelijke manieren te lijf, het had tevens grote consequenties voor de geschiedenis van de provincie.” De gebeurtenissen – vooral de religieuze – in en om Rolduc uit die tijd krijgen daarom de hoofdrol in zijn roman.

Maar Van Wersch wil om die thema’s kolen, kerk en ketterij uit het verleden goed te beschrijven een brug slaan naar het heden. „Ik had eerst geen idee hoe”, herinnert hij zich, „maar kwam later op het idee een hoofdredacteur van De Nieuwe Limburger te introduceren. Een man – gemodelleerd naar de echte toenmalige hoofdredacteur Frie Knepflé -die halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw nieuw is in de regio en zich daarom moet verdiepen inde historie en de cultuur van Limburg. Een man die vrijwel meteen na zijn komst te maken krijgt met de sluiting van de mijnen in Limburg. Hij vertelt als het ware het verhaal.”Dat verhaal krijgt overigens ook nog een behoorlijke zijtak, want de schrijver belicht uitvoerig de democratiseringsdrang die dan door de Nederlandse journalistiek golft en die zijn hoogtepunt vindt in de staking op 4 augustus 1972 van de redacteuren van het Limburgs Dagblad tegen de overname van hun krant door De Telegraaf. „Ik vind dat opmerkelijk, want de redacteuren van het Limburgs Dagblad namen dus het voortouw bij die democratisering. Terwijl overal elders werd gedacht dat in Limburg niks gebeurt, was het omgekeerde het geval.”

heil-uit-de-diepteHeil uit de diepte zou je een documentaire roman kunnen noemen, want hoewel Van Wersch feit en fictie mengt, blijft hij in zijn relaas dicht bij de werkelijkheid. „Ja, die werkelijkheid is de leidraad”, erkent hij, „zo’n 95 procent is echt gebeurd. Maar er zit wel degelijk ook fictie in. De personen in het boek kon ik alleen geloofwaardig maken door ze in te vullen. En de dialogen tussen de diverse figuren zijn natuurlijk verzonnen.” Hub van Wersch – Heil uit de diepte. Leon van Dorp Uitgeverij, 672 blz. ISBN 9789079226184. 24,95 euro.

bron: Limburgs Dagblad november 2014

Noot: Inmiddels is de tweede druk verschenen.

2003

Hub van Wersch : ‘Met de problemen van vroeger heb ik niets te maken’

Wethouders van buiten: een jaar later.
Een jaar geleden verschenen ze op het politieke tapijt. Hoe bevalt het? Gert van Engelen vroeg belet bij twee van deze bestuurders, in De Bilt en Alphen aan den Rijn.

Nationale en internationale politiek konden Hub van Wersch (1948, Kerkrade) doorlopend ernstig beroeren, maar bij lokale politiek trok hij ferm de grens: geen belangstelling. Een wethouderschap was dan ook niet in Frage. Ofschoon hij al dertien jaar in Alphen aan den Rijn woonde en al twintig jaar trouw PvdA-lid was, weerde hij zich politiek niet. Van Wersch, partner en consultant van een communicatieadviesbureau (Quorum) dat overheden bijstaat en tussen 1995 en 1998 directeur voorlichting van de gemeente Den Haag, was niet ‘politiek actief’, wél ‘politiek betrokken’, maar dan voorbij de gemeentegrenzen.
Op slag veranderde zijn weidse horizon in februari 2002. Een delegatie van het afdelingsbestuur vroeg hem zich kandidaat te stellen als wethouder van buiten. Waarom zij hém benaderden, weet hij werkelijk niet. ‘Ik ken hun afwegingen niet. Ja, ze kenden me, ze wisten wat ik deed.’ Vermoedelijk probeerde de PvdA-Alphen hem te werven, omdat intern niemand stond te popelen. ‘De PvdA hier heeft een roerige, heel turbulente periode achter de rug’, licht Van Wersch toe, ‘met grote conflicten. Er was hier van alles gebeurd. Schijnbaar had niemand de dringende behoefte om wethouder van de PvdA te worden.’
Achteraf, zegt Van Wersch, was de timing van de PvdA-Alphen perfect. ‘Als er ooit een goed moment was voor het aantrekken van een wethouder van buiten in zo’n situatie, dan was het toen. Ik was namelijk niet belast door het verleden en kon dus onbevangen een nieuwe start maken.’ Maar verder verliep de besluitvorming aan zijn kant niet zo vlot. De PvdA deed haar verzoek zo kort voor de verkiezingen, omdat zij per se vóór die verkiezingen wilde bekendmaken wie haar kandidaat-wethouder was. Van Wersch aarzelde. ‘Mijn kennis van Alphen was héél beperkt. Ik had een uitstekende baan en verdiende meer dan ik nu doe. Ik hoefde niet zo nodig.’
Hij vroeg twee weken bedenktijd. ‘Ik heb diep nagedacht en had eigenlijk willen zeggen: “Laat maar. Ik voel me zeer vereerd, maar nee.” Maar toen vroegen ze of ze met me mochten praten. Dat mag natuurlijk altijd. Het gesprek dat volgde, vond ik inspirerend, vooral omdat het bijzonder open was.’ Van Wersch stemde toe, en denkt dat hij indertijd de tweede PvdA’er in Nederland was die wethouder van buiten ging worden, ná Rob van Gijzel (die in Eindhoven, samen met de PvdA, uiteindelijk kansloos bleek).’

Meeslepend
Op 28 april 2002 werd Van Wersch benoemd. Hij is wethouder, van welzijn, zorg, kunst en cultuur. De PvdA bezet 4 van de 35 raadszetels. Gevraagd hoe hij het wethouderschap sindsdien beleeft, klinkt er een opgetogen ‘prima’. ‘Ik kan me bezig houden’, verklaart hij, ‘met veel maatschappelijk relevante problemen, allemaal problemen die me boeien. En je kunt er invloed op uitoefenen. Daarnaast vind ik het politieke proces meeslepend.’

Maar dit antwoord betreft toch eerder de baan, niet uw positie als politieke nieuwkomer? Verbaasd: ‘Dit is mijn opvatting. Als ik hetzelfde vind als een wethouder van binnen, is dat toch prima?’
Net als zijn collega in De Bilt ervaart Van Wersch zijn onbevooroordeelde instelling als een groot voordeel. ‘Met de problemen van de PvdA van vroeger heb ik niets te maken. Partijpolitieke problemen kun je als buitenstaander juist heel goed omzeilen, óf oplossen. Verder: ik had geen bijzondere kennis van de lokale gemeenschap, evenmin grote expertise op het terrein van mijn portefeuilles. Ik ben in beide opzichten geen expert, in tegenstelling tot mijn collega’s. Natuurlijk is dat een handicap. Maar blijkbaar meende de PvdA dat ik in staat zou zijn die handicap snel weg te werken. En dat is ook zo. De handicap is oplosbaar.’
Dat voordeel kan, zegt Van Wersch, in een nadeel verkeren. ‘Ik weet niet altijd hoe lokale problemen in elkaar zitten. Dat is lastig. Maar van alle terreinen die ik bestrijk, weet ik wel iets af. Ik was geen expert, maar ook geen onbeschreven blad. Wat ik als wethouder van buiten wel mis, is een historisch geheugen: Welke kwesties hebben hier allemaal gespeeld? Welke posities heeft de partij ingenomen in bepaalde dossiers? Ik heb wat dat betreft veel informatie nodig van de fractie. Nu is er zeker een goed samenspel, maar er speelt nóg een probleem: de fractie is óók nieuw. Van de vier raadsleden zijn er drie nieuwkomers. Zo goed en kwaad als het kan vult de fractie mij aan. Voor de rest is het: lezen, praten, kijken en wandelen in de stad.’

En het college? Behandelt dat u als volwaardige wethouder?
‘Ze nemen me serieus, en dat is ze maar geraden ook. In het begin hebben ze misschien met lichte verbijstering gekeken naar wie ik ben en wat ik allemaal niet wist. Zij noemden straten, en ik wist niet waar die lagen. Maar heel snel constateerde ik dat er in Alphen een verrassend collegiaal bestuur is. Daarmee kun je een hoop problemen ondervangen. De fractie neemt me evenzeer serieus. Reken maar, zíj hebben het besluit genomen mij wethouder te laten worden, dus ze moeten wel.’
De onbekendheid met Alphen en politieke rites zal hem maar kort parten spelen, denkt Van Wersch. ‘Naarmate je er langer zit, verdwijnt het belang daarvan. Ik leer snel’.

Speelbal
In de klaagzang over de nieuwe rol van de wethouder in het nieuwe, duale stelsel – we doen er minder toe en zijn meer speelbal – herkent Van Wersch zich ‘deels’. Zijn observatie is: ‘Ik signaleer dat de verhouding tussen college en raad sneller op scherp staat tegenwoordig, en dat de uitkomst van het politieke proces minder voorspelbaar is geworden. En ik moet nog maar zien dat dit bijdraagt aan grotere betrokkenheid van burgers bij de politiek. Toch was het daarom ooit te doen. Vroeger kon je in de coalitie of in het college aanvoelen hoe je een voorstel door de raad moest loodsen. Dat is nu onzekerder geworden. Wat hetzelfde is gebleven, is dat de raad nog steeds niet over hoofdlijnen praat, maar in details schiet. Nee, dat heeft geen bal te maken met het wethouderschap van buiten, maar met de positie van de wethouder in het dualisme.’
Eigener beweging voegt Van Wersch de waarneming toe dat het verleden van een wethouder van buiten in hoge mate bepalend is voor zijn succes. Met dat verleden bedoelt hij ‘kennis, ervaring en opleiding’. ‘In mijn geval is het belangrijk gebleken dat ik een brede maatschappelijke ervaring heb, ruime kennis van politieke processen en veel met overheden heb gewerkt. Dat alles komt mij nu van pas, stelt me in staat het wethouderschap uit te voeren. Dat is een belangrijke constatering. Als je namelijk zomaar iemand van buiten naar binnen haalt, loopt die persoon grote risico’s én de partij.’

bron: Uit Lokaal Bestuur mei 2003

Klik hier voor een video van Hub als opbouwwerker in Alphen.

2002

hub-wethouderPvdA kiest buitenstaander als wethouder

ALPHEN AAN DEN RIJN

De  PvdA draagt als eerste partij  in Alphen aan den Rijn een  buitenstaander aan als kandidaat -wethouder. Het is de 53-jarige dr. H. van Wersch die al jarenlang lid is van de  PvdA. Hij is voorgedragen, omdat geen van de gemeente raadskandidaten  van de  PvdA het wethouderschap  ambieert.  De partij maakt hiermee gebruik  van de mogelijkheden  van de nieuwe wet “dualisering  gemeentebestuur”. De ontkoppeling van het wethouderschap  en het raadslidmaatschap  maakt het mogelijk  personen van buiten de  raad als wethouder voor te  dragen.  De Alphense PvdA is ervan  overtuigd dat Hub van  Wersch, die zeer veel ervaring  heeft met lokaal en provinciaal  bestuur, als buitenstaander  een belangrijke bijdrage  kan leveren aan het bestuur  van de stad. Van Wersch heeft zich in een  eerdere functie als hoofd lnterne Communicatie en PR bij de PTT-Post verdiept in  vraagstukken van lokale aard.  Vervolgens werd hij directeur Voorlichting en Externe Betrekkingen  van de gemeente  Den Haag. In die functie leerde  hij het hele veld van de gemeentelijke  politiek kennen.  Ook in zijn huidige functie  als adviseur en interim~manager  houdt hij zich uitsluitend  bezig met vraagstukken  van de gemeentelijke en provinciale overheid.

Bron: Leidsch Dagblad 26 februari 2002

p.s. Tot maart 2010 was hij wethouder in Alphen aan den Rijn. Daardoor verschijnt zijn naam regelmatig in de lokale pers.

1989

bombaykaftIn dit jaar promoveerde Hub aan de universiteit van Amsterdam tot doctor in de culturele antropologie. Zijn proefschrift ging over de langste staking aller tijden, in India. Het boek verscheen in 1992.

 

 

Klik hier voor Hub van Wersch in de Kerkraadse Tak.
Klik hier voor de blog door Hub van Wersch.

 

Een Stamgenoten website