Genealogische website Warsage

huub van wersch
1913-1967

Edmond Jozef Hubert (Hub) van Wersch werd, als zoon van Edmond van Wersch, op  21 april 1913 in Heerlen geboren. Zijn vader had een grote verf- en kunstwinkel aan de Emmastraat. In 1919 deed hij zijn eerste heilige communie. En dat moest op de foto rechts.

 

Hub van wersch

Hij trouwde in 1937 met Anna Meulenberg en vertrok met zijn vrouw naar Oudenbosch, in West Brabant.

Hier was hij importeur van Natural Granen van de Gebr. de Scheemaecker uit Antwerpen. Deze gebroeders waren in 1930 begonnen met een duiventijdschrift. De oprichting van het productiebedrijf Natural Granen voor de productie van speciaal duivenvoer leek dan ook een logische stap. Hub had in september 1937 het enige depot in Nederland van deze granen. Hij schreef ook enkele stukjes voor alleen de zevende jaargang van dat duiventijdschrift met de naam Het Duivensport. Vandaar dat hij als beroep ook wel journalist opgaf.

familie-edmond

Bovenste rij: 1: Gijs, 2: Paul, 3: Marianne, 4: Anna Meulenberg, 5: Hub, 6: Jozef, 7: Tante Gertrud


Zittend: 8 Berthe Theunissen (weduwe van Alphonse van Wersch), 9: Maria van Wersch-Korst, 10: Mieke of Anne-Lynn, beiden  dochters van Hub 11: Edmond, 12: Julia (?), 13?


Onderste rij: 14: Ed (zoon van Paul), 15: Ria (dochter Alphonse en Bertje), 16: Marianne (zus van Ed) 17 en 18 ?

Duiven

lim-dgbl-1-april-1938

In oktober 1937 vroeg hij namens de Gebr, Scheemaecker een bouwvergunning aan voor het bouwen van een loods in de Lollestraat in Oudenbosch. Dit gebouw zou door aannemer J. Bedaf gezet worden voor ƒ 7144,85. Die loods is echter nooit gebouwd, want in juli 1938 woonde het gezin in Rotterdam in de Tuinderstraat. Hij was daar handelaar in granen.

In 1937 verscheen het volgende artikel over Oudenbosch en specifiek over wat Hub van Wersch in Oudenbosch creëerde:

 

 

duivensportEr gaat wat om in Oudenbosch, opleving der kweekerijen. Iets nieuws voor de duivenmelkers.

Sinds menschenheugenis is Oudenbosch het centrum van de boomkweekerijen in ons land geweest. Het stadje genoot als zoodanig indertijd zelfs een wereldreputatie en velen zullen U nog kunnen vertellen van de schatten die er verdiend werden in „de goeie dagen” toen Engelschen, Duitschers, Franschen en Amerikanen hun geboorteland verlieten om met de Oudenbosschenaars zaken te doen. Dat waren me pas tijden doch das war einmahl, nu is het voorbij. Die gouden jaren zullen wel niet spoedig meer terugkeeren, denken de menschen die door de straten gaan en weemoedig op de heerenhuizen blikken, die nog zijn overgebleven en stil en eenzaam staan als getuigen van vergane grootheid.

 

Voor de reizigers die de treinen dagelijks langs ’t kleine stationnetje voeren is Oudenbosch een halte zooals er zooveel zijn langs de route die zij geregeld volgen, en weinig vermoeden zij dat er de laatste tijd een bijzondere bedrijvigheid heerscht in dit stadje dat reeds jarenlang als een Doornroosje sluimerde tusschen het groen en het loover van de talrijke tuinen die het omgaven. Het schijnt dat er sprake is van een ontwaken van een opleven.

 

Het begint beter te gaan in de kweekerijen. De afzet naar het buitenland neemt toe. Duitschland en Engeland doen weer bestellingen zoodat bij velen de hoop herleeft op een betere toekomst.

Een verjongingskuur.
Zij die meenen dat in de slappe tijden toen er weinig omging in de kweekerijen, de Oudenbossche kweekers slechts met de handen op hun schoot van de rust genoten hebben, vergissen zich terdege. Want het is in die jaren geweest dat de meeste zich ontdaan hebben van hun oude plantsoen- en boomgewassen, en waarin zij hun bedrijven zoo reorganiseerden dat zij gereed waren om bij de eerste opleving de beste mede de vruchten te plukken. De meeste kweekerijen in Oudenbosch hebben een verjongingskuur ondergaan. In plaats van de oude gewassen is men zich gaan toeleggen op de teelt van jonge planten. Hiernaar is de laatste jaren zeer veel vraag in verband met het feit dat de Nederlandsche Heidemaatschappij voor haar werkverschaffingen veel jong goed vraagt. Bovendien zijn het uitsluitend jonge planten en gewassen die het buitenland bestelt.

 

Daar over het algemeen de invoerrechten op planten in Engeland en Duitschland per gewicht berekend worden, zijn het enkel nog de jonge gewassen, die niet zoo zwaar wegen, die aan de exporteurs nog behoorlijke mogelijkheden bieden. Dat de afzet in de kweekerijbedrijven op het oogenblik grooter is dan andere jaren kan men nergens beter merken dan aan het Oudenbossche station van waar het meerendeel der bestellingen verzonden wordt. Er moeten de laatste tijd weken geweest zijn waarin meer dan vierhonderd wagons naar binnen en buitenland getransporteerd werden, terwijl er firma’s waren die over de honderd colli’s op sommige dagen te verzenden hadden.

Een depot voor duivenvoer.
Tot de firma’s die zeer veel per spoor verzenden behoort sedert een achttal dagen „Natural” Granen, van de Gebr. de Scheemaecker uit Antwerpen, die thans een depot voor geheel Nederland in het boomkweekersstadje gevestigd hebben. Ruim acht dagen geleden ontving de heer H. van Wersch, die het depot in Nederland beheert de toestemming van de Nederlandsch Meelcentrale om zaadmengelingen voor Duiven uit België in te voeren. Gedurende een week is men er nog maar mee bezig doch in die korte periode werden zeven duizend kilo naar duivenliefhebbers verzonden. Uit een en ander blijkt voldoende dat dit voor Nederland nog nieuwe bedrijf aan het Oudenbosch spoorwegpersoneel heel wat nieuwe werkzaamheid heeft gebracht.

 

Merkwaardig is de wijze waarop deze handel in duivenzaden is ontstaan. De gebr. De Scheemaecker uit Antwerpen deden een achttal maanden geleden nog niet in zaden. Zij gaven toen enkel een duivenblad uit waarin zij melding maakten van diverse kwalen bij duiven en de wijze waarop deze te bestrijden waren. Tevens werden zaadmengelingen beschreven welke de snelheid der duiven evenals de rui e.d. bevorderden.

 

Door deze artikeltjes hadden de gebr. de Scheemaecker zich in België en Nederland een groote reputatie verworven, zoodat ’t niet te verbazen wat dat toen zij acht maanden geleden in Antwerpen hun zaadhandel opzetten de vraag naar hun mengingen in België sommige weken 10.000 kilo bedroeg.

De Nederlandsche duivenliefhebbers blijken een even groot vertrouwen in deze seizoensmengelingen te hebben, die in feite bestaan uit 75% Nederlandsche grondstoffen welke echter allen in Antwerpen worden gemengd en vandaar weer worden ingevoerd, want reeds de eerste week deden niet minder dan 275 personen uit het geheele land er hun bestelling.

 

Dit begin is dus wel een onverwacht groot succes te noemen. Hoe het de andere weken gaan zal moet natuurlijk afgewacht worden, doch dat er optimistische gedachten gekoesterd worden ten aanzien van de verdere ontwikkeling van dit bedrijf laat zich begrijpen. Nu reeds verlaten meermalen over de honderd zendingen duivenvoer het uitwendig zoo stil en rustig liggende stationnetje van het tusschen zijn heesters en tuinen droomende boomkweekersstadje, waar toch nog heel wat blijkt om te gaan de laatste tijd.

bron: De Grondwet 18 september 1937.

Rotterdam

Zoals bekend werd Rotterdam op 14 mei 1940 gebombardeerd. Vele mensen overleden of leden schade. Een van hen die schade leed was Hub van Wersch die op dat moment met zijn vrouw en zonen hier woonde. Hun oudste was een paar dagen daarvoor uit het ziekenhuis ontslagen. Vader was al een poos werkloos. Hij had weliswaar een uitgeversbureau van het tijdschrift “De Nederlandsche Duif” maar daar kon het gezin niet echt van leven. Dus solliciteerde hij veel en kreeg eindelijk afgelopen april 1940, een brief van de Oranje-Nassau Mijnen dat hij daar als kantoorbediende mocht beginnen. Zijn maandloon was ƒ 128,75 bruto per maand.

 

De verhuizing van de Tuinderstraat 127 twee hoog naar Heerlen was aanstaande. Daar kwam het bombardement tussen. Het huis werd geraakt en hij verloor zijn huis met inboedel. Gelukkig bleef het gezin gespaard.

De verhuizing naar Heerlen was in juni 1940, want het gezin had geen dak meer boven hun hoofd. Bovendien moest hij in Heerlen van alles aanschaffen. Van meubels tot kleren voor hem, zijn vrouw en voor hun twee zoontjes (4 en 2). Financieel had hij het niet breed. Hij kwam vanuit een werkloosheid en zij hadden zelfs geen dak boven hun hoofd. In Heerlen konden ze, dank zij zijn ouders die hier woonden, gelukkig een huis huren. Daardoor werd zijn besteedbaar inkomen verminderd met de huur van ƒ 27, ƒ 3 ziekteverzekering per week en de loonbelasting ging er nog vanaf en de afbetaling voor de meubels van ƒ 10. Hij hield ongeveer ƒ 9 per week over voor eten en kleding, schreef de secretaris van de Armenraad voor Heerlen en omstreken in april 1941 aan het gemeentebestuur van Heerlen.

 

Op 15 november 1940 had Van Wersch vanuit Heerlen een brief naar de Schade-Enquete-Commissie in Rotterdam geschreven omdat hij hoopte op een financiële tegemoetkoming in de schade die hij daar geleden had. Hij had een gespecificeerde opgave gedaan en kwam uit op ƒ 4.490. En hoopte met deze brief een voorschot op dat bedrag te krijgen van ƒ 1.000.
In deze specificatie stond ook dat hij bijvoorbeeld de stofzuiger in huurkoop had, terwijl hij van de rest van de lijst eigenaar was van bv slaapkamerameublement, radio, naaimachine, traploper, kinderledikant, kleding enz enz.


Voor het Armenbestuur had hij een lijst gemaakt met daarop de specificatie van de spullen die hij voor hun nieuwe woning had moeten aanschaffen. Daaronder een dressoir, een haard, een traploper met twintig roeden, tafelkleed en een vloerkleed, een theekastje, ondergoed voor de jongens en voor zijn vrouw. Hij had niets voor zichzelf aangeschaft, volgens deze lijst. Aangezien er ook geen bedlinnen of ledikanten op stonden, huurde hij blijkbaar een gemeubileerd huis. Hij betaalde voor de huisraad en kleding ƒ 502.

 

Van Wersch was niet de enige Heerlenaar die in Rotterdam schade had geleden. Ook de weduwe Zijlstra-Daniels wilde graag een oorlogsschade vergoeding. De burgemeester van Heerlen vroeg op 22 april 1941 in een schrijven aan de Enquetecommissie in Rotterdam welke vergoeding zij voor deze mensen in gedachten had. Hij zette er vaart achter want op 1 mei 1941 schreef hij de Commissie weer aan en schreef dat hij nog geen antwoord had gekregen.

 

Op 17 mei stuurde het Heerlense gemeentebestuur een brief aan de secretaris-generaal van het departement van Sociale Zaken in Den Haag: De Secretaris van deze Commissie heeft ons daarop vertrouwelijk medegedeeld, dat de door van Wersch geleden schade volgens de voorlopige berekening ƒ 2.508,- bedraagt.
Met het oog op deze aanzienlijke schade en de moeilijke finantieele positie waarin van Wersch momenteel verkeert, komt het ons gewenscht voor, dat aan hem een voorschot van ƒ 500,= wordt verleend.

De Schade-Enquete-Commissie Rotterdam deelde eind mei 1941 mee dat Van Wersch een vergoeding van ƒ 2.850 zou kunnen krijgen op grond van een voorlopige berekening geschatte Rijksbijdrage in de door oorlogsgeweld geleden schade. Het Ministerie van SoZa kwam in juni 1941 over de brug met een bijdrage in de uitgave voor dekking en meubilair van ƒ 450. Tevens werd door hen een verzoek gedaan aan het Nationaal Fons voor Bijzondere Nooden, om een bedrag beschikbaar te stellen voor kleding.
Daarop schreef de secretaris van de gemeente in juli 1941 Van Wersch dat hij ƒ 450 kreeg als voorschot maar ook dat dit op het eventueel aan U uit te keeren bedrag wegens oorlogsschadevergoeding in mindering worden gebracht.

 

Van Wersch kocht in juli 1941 van dit bedrag bij Victoria uit Brunssum een haard, een serveerboy en een radio tafel voor ƒ 165. Victoria stuurde de rekening naar de gemeente Heerlen. Het werd weer een stukje beter voor het gezin. Ook het Nationaal Fonds voor Bijzondere Nooden kwam deze maand over de brug met een bedrag van ƒ 51 voor kleding. Dit bedrag werd op de rekening van de gemeente-ontvanger gestort. Ook dit bedrag zou later op het eventueel uit te keren oorlogsschade vergoeding ingehouden worden.

 

Bij Schunck in Heerlen kocht hij vervolgens ondergoed voor de kinderen, voor zijn vrouw die ook drie damespyamea’s kreeg. En weer niets voor zichzelf. De rekening van ƒ 51 werd door het gemeentebestuur betaald. In september 1941 kocht mevrouw Van Wersch bij Schunck een dressoir van ƒ 100 en een vloerkleed, een gangmat, deurmatten, een tafelkleed en vloerbedekking voor de slaapkamer. De gemeente kreeg de rekening van ƒ 190.

 

Helaas is het onbekend gebleven of hij inderdaad de schadevergoeding heeft gekregen.

webjava-bode-9-06-1952Reiziger

Toen Rotterdam gebombardeerd was, vertrokken zij naar Heerlen. Begin 50er jaren, hij was inmiddels gescheiden, vertrok hij naar Djakarta waar hij hoofdvertegenwoordiger voor Indonesië voor Maschinefabrik Kreidler Werke GMBH was.

dolly dolores

Lea Bentubo

In 1957 trouwde hij met de Spaanse Lea Bentubo die in Nederland een carrière had opgebouwd als zangeres met de naam Dolly Dolores. Zij had vlak na de oorlog in Amsterdam een cabaret waar Willy Alberti en Herbert Joeks debuteerden. In dit huwelijk noemde zij zich Bonita.

 

bentubo-chico-1958

De politionele acties in Indonesië braken uit en Hub vertrok in opdracht van zijn bedrijf naar Manilla. Tijdens een partijtje tennis raakte hij daar gewond waardoor het echtpaar terug naar Nederland ging. Hij overleed in 1967 in Amsterdam bij zijn neef, priester Leo van Wersch, die hem wegens suikerziekte verzorgde, en werd in Heerlen begraven. Inmiddels was hij ook van Lea Bentubo gescheiden. 

 

Lea Bentubo overleed als garderobejuffrouw in Amsterdam in 1984. Het jaar daarvoor was zijn eerste vrouw Anna Meulenberg ook in Amsterdam overleden.

Klik hier voor Hub van Wersch in de Heerlense Tak.
error: