Helène van Weers

In 1958 verscheen in het Limburgs Dagblad een artikel over Helène van Weers die werkzaam in wat nu de marketing heet bij de Hanenhof in Geleen.

helene van weers

Hotelruimte gevraagd

In de Mijnstreek zal het druppelen als het in Brussel regent

Hoe het bij U is weet ik niet, maar bij mij zit die vermaledijde, heerlijke carnaval nog steeds in de benen en op volkomen onverwachte ogenblikken betrap ik er mij op, dat ik een dwaas lied neurie en een hevige neiging gevoel om zomaar een paar dansjes te maken midden op straat en voor de toonbank van mijn boekenleveranciers. Daarom vind ik het zo buitengewoon aardig en leuk van U. dat U mij op zo’n moeilijke ordinaire dag naar Helène van Weers gestuurd hebt. De Hanenhof in Geleen werd voor mij een nog veel duurdere inrichting als deze voortreffelijke gelegenheid reeds is, toen Helène mij met haar 22 lentes tegenlachte en “Aangenaam mijnheer” orgelde, nadat ik mijn naam en opdracht gelispeld had.

Tegenover een jonge schoonheid staande ben ik steeds weer die onhandige en verlegen knaap van een jaar of twintig geleden en ervaar ik met een geluidloze jubelkreet, dat ik weer bloos. Helène van Weers kent Frans, Duits en Engels, heeft guitige donkere krullen boven mooie bruine ogen, die je heel erg verstandig aankijken, ze kent Italiaans, heeft een figuur waarvan „huize Dior” zou watertanden, weet een hele hoop te vertellen van allerlei landen en maakt dat een man zich een kleine onhandige jongen voelt.

Groot plan

Ziet, dat zijn zo van die verworvenheden, die ik in een jonge vrouw apprécieer en het kost mij dan moeite om een koel zakelijk gesprek te beginnen. Het liefst zou ik dan in een hoekje willen wegduiken en dromen…. Maar dan komt gij, geachte vrienden, en vraagt streng en bits: „Wat doet gij daar? Uw tijd verbeuzelen?” Daarom heb ik Helène een paar vragen gesteld, die ze mij met een innemend lachje beantwoordde.

Het is namelijk zo, dat de Hanenhof hard op weg is een hoofdkwartier te worden van waaruit de hele Westelijke Mijnstreek opgecommandeerd zal worden méér aandacht te besteden aan dat enorme gebeuren van wereldformaat dat in Brussel gaande is en waarvoor men bezig is de Belgische hoofd stad zo’n beetje volledig ’t onderste boven te graven en te bouwen. U weet natuurlijk wat er in Brussel te gebeuren staat. Dat men daar een wereldtentoonstelling in elkaar aan het knutselen is, waarbij echte tunnels graven kinderachtig wordt.

Hotelruimte

BRUSSEL verwacht op de komende wereldtentoonstelling een paar millioen bezoekers vanuit alle delen van deze kleine aardbol. Vaststaat, dat Brussel niet elke vreemde bezoeker een slaapkussen kan bezorgen en dat er een stuk of wat zo’n honderd kilometer vóór Brussel zullen stranden op zoek naar een geschikte gelegenheid een behoorlijk tukje te doen en wat te eten. „Waarom dan niet in de Westelijke mijnstreek met zijn voortreffelijke hotels?”, zo dacht Helène van Weers en een paar dagen lang heeft ze met een telefoon in de bevallige hand gezeten en zich zelf een behoorlijke hoofdpijn bij elkaar getelefoneerd. „Er hebben zich al heel wat hotels opgegeven”, zei ze stralend en keek me aan alsof het mijn schuld was, dat de rest niet op datzelfde ogenblik de Hanenhof kwam binnenrennen met een aanmeldingsformulier.

Goed idee

„ZIJN er al aanvragen voor logiesgelegenheid bij U binnen gekomen?” waagde ik te vragen. „Ooh… bosjes…!”, deed Helène en trok een ernstig tuitmondje. Natuurlijk kon ik niet streng en ijzig vragen met de bewijzen op tafel te komen, maar ik kan er toch wel in komen, dat vele zakenlieden vanuit Engeland, Zweden en Amerika er prijs op stellen om ook onze nieuwe mijnstreek te zien, als ze toch zo kort in de buurt zijn. En dan moet U niet vergeten, dat Brussel wel een paar hotels heeft, doch bij lange niet voldoende, om ook maar een breukdeel onder dak te brengen van wat komen gaat.

 „Neen, als het loopt, zoals ik denk, dan zal het daar in Brussel regenen, maar hier druppelt het dan toch in elk geval”, meende Helène van Weers, die in de hal van de Hanenhof ’n aardig bureautje heeft, waarachter ze de hele dag tot ’s avonds vijf uur troont. Ik vond dat zeer verstandig gedacht.

Verwachtingen Helène van Weers

„OVERIGENS hebben we de bezoekers heel wat te bieden en vooral de zakenlieden”, zo vervolgde ze, „En dan moet U niet vergeten, dat het in de lijn van de verwachtingen ligt, dat van 1958 tot 1960 het touristenverkeer enorm zal toenemen. Men dient zich hierop in te stellen wil men daarvan profiteren.”

„U bedoelt?”, stamelde ik in het aangezicht van zoveel jonge wijsheid. „Van 1958 tot 1960 voltrekt zich de evolutie in het touristenvervoer. Amerika bouwt vliegtuigen, de turbojets, die in één ruk van acht uur 150 passagiers over de oceaan kunnen vliegen. Hiervan worden er liefst 350 gebouwd en 372 turboprops zijn al besteld. Die hebben ongeveer een zelfde capaciteit. Hiervoor hebben ze een kapitaal geïnvesteerd van een kleine twee en een half milliard gulden. Waarom denkt U dat ze dat doen?”

Ik schrok, want ik moet U heel eerlijk bekennen, dat ik op dat moment helemaal niets dacht, maar volledig verdiept was in de sluierwimpers boven Helènes ogen met daartussen in dat grappig ernst-rimpeltje. „Ja, natuurlijk”, hakkelde ik. 

Toerisme

„WAT natuurlijk?”, wilde Helène weten. Ik voelde me totaal ontredderd, maar ze vervolgde met radde tong: „Ook de scheepvaart gaat zich enorm uitbreiden. Over twee jaar zet zich de geweldige stroom van Amerikanen in beweging en het is zaak, die op te vangen en iets te bieden. Weet U wel, dat alleen in 1957 in Nederland 1.261.000 overnachtingen van vreemdelingen geboekt werden en dat dit in 1958 met 12 procent zal stijgen? 1960 zal een topjaar worden.”

Helène van Weers werd enthousiast en haar wangen kleurden van opwinding. „Door de wereldtentoonstelling moeten de buitenlandse gasten onze mijnstreek leren kennen”, meende ze. „Wat geeft een zakenman er om een honderd kilometer vóór zijn einddoel te logeren? Wat zijn honderd kilometer? Dat is next to nothing!” Ik knikte bevestigend.

Ik ben verrukt en gesterkt uit Geleen vertrokken en ik mag de westelijke mijnstreek feliciteren met zulk een charmante en kordate manager, die zulk vooruitstrevend plan bedacht, dat waarlijk niet gek is, als men er even over nadenkt.

Klik hier voor Helène van Weers in de Losse Takken Herwartz.

Een Stamgenoten website