Frans Willem van Wersch, gedoopt Kerkrade 5 april 1794, overleden Laurensberg 29 maart 1872, trouwde Kerkrade 24 juli 1819 Maria Elisabeth Josephe Wiertz, geboren, Kerkrade 18 mei 1800, overleden Laurensberg, gut Alt-Schurzelt 14 februari 1878.
20 mei 1817: notaris Daelen, Kerkrade:
Bij de notaris kwamen Mathieu Bernard Schiffers, volder van beroep, die in Rolduc woonde en Frans Willem Vanwersch, zonder beroep vrijgezel en die bij zijn ouders in Kerkrade woonde.
dat bij vonnis van de correctionele rechtbank van de stad Maastricht, gewezen op negentien augustus achttienhonderdvijftien en daar geregistreerd op tweeëntwintig december, genoemde heer Vanwersch wegens smaad was veroordeeld tot betaling aan genoemde heer Schiffers, op grond van door hem ingediende klacht, van een bedrag van tweeduizend frank, of negenhonderdvijfenveertig gulden en de proceskosten.
Onafhankelijk van deze bepalingen heeft hetzelfde vonnis de heer Vanwersch veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan Zijne Majesteit de Koning genadiglijk gratie heeft verleend,
overwegende dat men een te goede mening heeft om de veroordeelde in staat te achten een misdrijf of een voorbedachte rade te hebben gepleegd, heeft de heer Schifers zijn bescherming aangeboden om de genoemde gevangenisstraf te wijzigen, teneinde de goede verstandhouding te herstellen die altijd tussen hem en de heer Vanwersch heeft bestaan.
Bijgevolg hebben de partijen verklaard dat zij als definitieve en onherroepelijke schikking het volgende zijn overeengekomen, namelijk
In plaats van het genoemde bedrag van twee wille franken zal de heer Vanwersch slechts een bedrag van tweehonderd frank, of vijfhonderdachtenveertig gulden, betalen, waarvan hij op dit moment en in aanwezigheid van ons, notarissen en getuigen, daadwerkelijk honderd frank, vijfhonderdtachtig frank of tweehonderdvierenzeventig florijnen, die door de heer Schiffers in ontvangst zijn genomen, die hiervoor kwijting heeft gegeven.
1819: Hun huwelijk: zijn vader was burgmimagister hujus communitatis. Frans Willem tekende zijn huwelijksakte met f w. vanwersch.
In de eerste helft van 1800 bezat hij , als landbouwer in Kerkrade vier percelen stukken bouwland en twee percelen hooiland. In het dorp bezat hij een huis met tuin en weiland. In het Nieuwlanderveldgen drie percelen bouwland, in het Maasveld een perceel bouwland en in de Nieuwstraat een weiland.
1820: Hij gaf het overlijden van zijn vader aan. Hij zei 24 jaar te zijn en landbouwer. Feitelijk was hij 26 jaar.
1820: Bij de geboorte van hun eerste kind Lambert was vader 25 jaar en landbouwer in Kerkrade dorp. Frans was ook getuige bij de aangifte van geboorte van zijn neefje Hendrik Joseph Vanwersch op 10 januari 1820, zoon van zijn broer. Frans tekende de akte met f w van wersh, zonder c dus.
1 februari 1820. Notaris Daelen. Samen met zijn broer Frans Willem (s.6b) verkopen zij in het openbaar de inventaris van de boerderij: Hun vader is net overleden. Hun moeder was al vijf jaar eerder overleden. De verkoop moest in Rijks daalders betaald worden, dat gelijk staat aan 2,5 gulden of 50 stuiver. Er werden 182 zaken ingebracht, variërend van een bed naar een varken. Totaal bracht de verkoop per opbod 453 gulden. 27 cent op. Ook wel 959 francs en 30 centimes. Willem Bellem uit Kerkrade was de uitroeper.
In 1823 bij de Kerkraadse volkstelling was hij landbouwer en had net twee kinderen. Het jonge gezin woonde bij zijn schoonouders in. In 1840 wonen zijn schoonouders en een oom van zijn vrouw bij hen in.
1 september 1823, notaris Daelen. Lodewijk Joseph Mostard en zijn door hem gemachtigde huisvrouw Maria Josepha Bahnen, akkerlieden in Kerkrade, verkochten aan Franz Willem Vanwersch, gehuwd met Elisabeth Wirtz, akkerlieden wonende aan het Einde te Kerkrade
1: 30 vierkante roeden, zegge 13 vierkanten roeden, 74 ellen en 84 duim land gelegen in de Neerspring onder Kerkrade, grenzend aan beide zijden en in het noorden aan land van de erfgenamen Lambert Vanwersch. Maria Bahnen had dit geerfd van haar ouders.
2: 22 vierkante roeden 67 ellen 46 duim akkerland in het Nullanderveld onder Kerkrade, grenzend met een kant en in het noorden aan Godfried Dautzenberg en aan de andere kant aan Leonard Dautzenberg. Vanwersch betaalde direct het totale bedrag van ƒ 241, 60 of 532 francs.
Frans tekende f.w.vanwersch. Zie rechts
19 september 1823, notaris Daelen. Op verzoek van zijn broer Johan Vanwersch, pachter van Barreren (van de tol= barriere), wonend onder Kerkrade, als oppervoogd over de minderjarige Lambertins Vaessen, zoon van wijlen Johan Vaessen, (Ouders zijn Johan Nicolaas Vaessen en Geertruida Vanwersch) ook van Kerkrade, bijgestaan door Willem Vaessen, akkerman, woont Scheifenheide te Kerkrade, als toeziend voogd, verpachtte hij de volgende goederen:
Voorwaarden:
1: De pacht is voor zes jaar, te beginnen 22 september 1823 en eindigend op 1 oktober
2: De grondbelastingen en contributien alle andere Kriegs- of verdere lasten, leveringen,preslatien, quarteringen of elders voorgezien of niet, blijven uitsluitend ten laste des pachters, die ook niet de minste ontschadiging zal mogen vragen voor onverhoopt misgewas, overstrooming, ninsverderf, of andere hoegenaamde ongevallen, ook voorgezien of niet,.
3: De pachter, vindende de grondgoederen ledig, zal dezelve teruglaten ook ledig en ongebouwd.
Er waren 10 voorwaarden.
Verpacht werd
1: woonhuis, nummer 46 met bijgebouwen als schuur en stallen in het dorp Kerkrade.
2: 18 vierkante roeden 88 ellen akkerland genoemd Bartsberg.
3: 19 vierkante roeden 32 ellen weide in de Neerspring.
4: 32 vierkante roeden 44 ellen land en koolhof in de Neerspring.
5: 54 vierkanten roeden 91 ellen land genoemd de Flouten.
Dit behoorde toe aan Lambertus Vaessen volgens de deling opgemaakt voor notaris Struijk 8 maart 1820.
Alles werd toegewezen aan Frans Willem Vanwersch (s.6b) voor ƒ 77, 47.
28 november 1826, notaris Daelen. Mathis Godfried getrouwd met Maria Elisabetha Rothkrans, akkerman wonende aan het Einde Kerkrade verkocht aan Frans Willem Vanwersch, getrouwd met Maria Elisabeth Wirtz, akkerman wonende aan het Einde bouwland gelegen in het Priksveld onder Kerkrade naast Jan Joseph Scholtis en aan de andere kant de erfgenamen Neuman, noord erfgenamen Savelsberg. Vanwersch betaalde direct ƒ 58.
10 april 1827, notaris Daelen. Anna Maria Josepha Doveren, gemachtigd door haar man Willem Joseph Schlijper, mijnwerker, wonen aan het Einde in Kerkrade, verkocht aan Frans Willem Vanwersch, getrouwd met Maria Elisabeth Wirtz, akkerman, ook wonende aan het Einde in Kerkrade zeven roeden, 69 el, 50 palmen bouwland gelegen in het Nullanderveld. Zij had het in 1821 van haar ouders geërfd.
Vanwersch betaalde ƒ 48,19. Hij tekende j.w. vanwersch.
1832: Hij ontving uit handen van Stephan van Wersch, eigenaar in Simpelveld, een bedrag van 100 rijksdaalders uit en in naam van zijn zwager Johan Hendrik Ossenbeck uit Bardenberg.
Voor zichzelf ontving Frans Willem nog eens 100 rijksdaalders uit de nalatenschap van wijlen zijn oom Philip van Wersch, pastoor in Morken.
27 oktober 1833, notaris Daelen. Frans Willem Vanwersch gehuwd met Elisabeth Wirtz, akkerman wonende aan het Einde te Kerkrade die zijn overleden vader vertegenwoordigde, Lambert Vanwersch.
Hij verklaarde de lening van zijn vader over te nemen van 180 rijksdaalders à negen Aker gulden of 540 francs, oorspronkelijk geleend van pastoor Marbaise uit Afden die de kerkfabriek vertegenwoordigde. Oorspronkelijk was de akte opgemaakt door de overleden notaris Frederik Daelen te s’Hertogenrade op 10 mei 1785.
1835: bij geboorte Daniel was hij 40 jaar en landbouwer. Hij tekende de akte met f.w. van wersch terwijl de ambtenaar Vanwersch schreef.
1840: Hij gaf het overlijden van zijn neef Mattijs Wiertz aan, zoon van Herman Wiertz en Anna Maria Kokkelkorn.
4 oktober 1848, notaris Batta. Magdalena Savelsberg, zonder beroep, bijgestaan door haar man Pieter Joseph Housen, schoenmaker in Luik, verkocht aan Francis Willem Van Weersch, landbouwer wonende aan het Einde binnen de gemeente Kerkrade, gehuwd met Maria Elisabeth Weerts een boomgaard en een bakhuis. Hij betaalde ƒ 189.
11 februari 1850, notaris Batta. Maria Petronella Lebens, weduwe van Lodewijk Willebrordus De Danner, rentenierster in Maastricht, verpachtte voor negen jaar met aanvang 15 maart 1851, en na verloop dier jaren, zonder opkondiging, eindigende. aan Van Weersch gehuwd met Maria Elisabeth Weertz, landbouwers in Kerkrade een landhoeve gelegen te Wijk-Chevremont bestaande uit een pachterswoning, schuur, stallingen, bakhuis, puthuisje, vijvers, mesthof en al de gebouwen die zich daar bevonden alsmede de tuinen met vruchtbomen beplant. Verder een gedeelte van het Heerschappelijk huis, gelegen als vóór, naast de gemelde pachtersgebouwen, welke gedeelte ervan zo als het door die actuele pachters tot aan den gang, communicatie hebben tussen de Hof en de tuin, en bestaat in de bovenkamers van dat gedeelte met de zolders en beneden en een keuken met achterkamer en twéé zijdekamertjes alsmede den kelder onder de nog onverhuurd blijvende gebouwen met ingang op de Hof. En tenslotte wei- bouw- en hooiland en een bos
Alles bij elkaar ongeveer 32 bunder groot. De jaarlijkse pachtprijs was ƒ 1.100, te betalen in gouden of zilveren geldstukken te betalen in twee termijnen: 15 september en 15 maart.
Er was er natuurlijk een aantal voorwaarden zoals deze: De boomgaarden en beemden moesten in goede staat gehouden worden en Distelen, Dorens en onkuid bij tijds uit te roeijen, de Molshoopen te Spreiden en de watergrebben te openen en reinigen. De Heggen moest dicht en gesloten gehouden worden en op kosten van de pachter moeten eventueel nieuwe planten gezet worden, er mogen geen levende bomen gerooid worden zonder schriftelijke toestemming.
De eigenaresse had het recht van jacht. De pachters moesten ieder jaar zes wagens appels van de beste soort in Maastricht bij haar afleveren, 20 pond kastanjes van de beste en dikste soort, negen mud beste soort aardappelen en twee karren met kolen van de mijn. Alle kosten zijn voor de pachters.
Mocht er een misoogst zijn of andere onvoorziene zaken, dan zal de verpachster geen schadevergoeding eisen.
Zij mochten de grote heg langs de Vinkerweg weghalen maar er moest dan wel een nieuwe beukenhaag geplaatst worden.
24 april 1851, notaris Batta. Frans Willem Van Weersch, landbouwer te Chevremont, gehuwd met Maria Elisabeth Weerts, leende van Wijnand Joseph Poijck, landbouwer in Kerkrade ƒ 330 terug te betalen 24 april 1855 en jaarlijks een interest van 5%.
Hij hoefde geen borg te stellen.
17 maart 1852, notaris Batta. Francis Willem Van Weersch, landbouwer te Chevremont gehuwd met Maria Elisabeth Weerts, leende via Johan Willem Kockelkorn, meesterbierbrouwer te Kerkrade en weduwnaar van Maria Agnes Soumer ƒ 400.
Op 17 maart 1857 zou hij het bedrag teruggeven en elk jaar 5% interest.
Er werd geen borg gesteld.
1854: bij huwelijk dochter Maria Theresia was vader landbouwer en zij woonden in Kerkrade.
17 maart 1859, notatis Batta. Frans Willem Van Wersch en zijn door hem ten dese bijgestaan en gemagtigde Echtgenoote Maria Elisabetha Wiertz, pachter en landbouwers woonende te Luikeheide, leende van Hendrik Dominicus Reijners, pastoor van Heerlenheide, ƒ 472,50.
Terug te betalen over tien jaar met een jaarlijkse interest van 5%.
Het mocht terugbetaald worden in gangbare geldmunten of in Frans geld waarbij 5 franc ƒ 2,35¼ waard was.
Als onderpand stelde Van Wersch
1: Een huis gelegen aan het Eind.
2: Een ander huis ook daar gelegen.
3: Een boomgaard daar gelegen.
4: Een tuin daar gelegen.
5: Een weiland.
Deze goederen waren van zijn vrouw, gekregen als enig kind en erfgename van haar ouders Gerardus Wiertz en Maria Agnes Lennertz.
Kölnische Zeitung 9 mei 1859:
Vertaald:
Kantoor van de heer. Haenen, notaris in Maastricht.
Verkoop
bij openbare veiling, zonder recht van opbod van het prachtige eigendom bekend als Chevremont.
Op dinsdag 6 juni 1859 om 11 uur zal er bij de heer Nellis te Kerkrade een openbare verkoping plaatsvinden, in opdracht van notaris Haenen, wonende te Maastricht, met rechterlijke machtiging, van het mooie goed van Chevremont, gemeente Kerkrade, gelegen aan de hoofdweg op 10 minuten van Kerkrade, 20 van de spoorweg van Herzogenrath en 10 van Rolduc, bestaande uit een woning, een boerenwoning, een schuur, stallen en andere gebouwen, een moestuin, een vijver, landerijen, weiden en bossen, alles samengevoegd en bijna één blok vormend, met een oppervlakte van 32 bunder en 32 vierkante aren, bewoond door boer Van Weersch.
1859: notaris Haenen: Adolph De Lom de Berg, grondeigenaar wonend in Meerssen gehuwd met Maria Augustina Hubertina Levens, grond eigenares, gaf notaris Haenen een onderhandse volmacht van
Jan Lodewijk Hubert Lebens, chef de bureau bij de Regie van de Staatsspoorwegen in België wonende te Sint Josse ten Noode,
De heer Gerlachus Spee, ontvanger der Douane bij de Entrepots te Antwerpen en zijn door hem geautoriseerde echtgenote Marie Mathilde Antoinette Lebens, zonder beroep, beiden wonend in Antwerpen.
In de volmacht stond dat zij de erfgenamen zijn van hun overleden tante Mevrouw Maria Petronella Lebens weduwe van wijlen den heer Ludovicus Willebrordus De Danner, gewoond hebbende en overleden te Maastricht. Met de mede-erfgenamen over te gaan tot de openbare verkoop van het goed genaamd Chevremont gelegen in de gemeente Kerkrade met aanhorige gebouwen, tuin, weide, bouwlanden, bos en verdere aanhorigheden te samen groot aan mate twee en dertig bunder twee en dertig roeden en twee en dertig el vierkant in pacht bij Sieur Van Weersch en van nog twee percelen bouwland in dezelfde gemeente gelegen te samen groot een bunder zeven en veertig roeden dertien ellen in pacht bij Van Ijzeren, Vleeken en Janssen.
14 juli 1863, notaris Batta. Frans Willem Van Wersch gehuwd met Elisabeth Wiertz, landbouwer en pachter die te Luikerheide woont. Hij vertegenwoordigde ook zijn vader Lambert Van Wersch, landbouwer te Kerkrade. Hij verklaarde schuldig te zijn aan de Kerkfabriek van Afden, gemeente Hertogenrade, ƒ 255,15 tegen 5% jaarlijks te betalen op. 10 mei. De akte was oorspronkelijk verleden voor notaris Johan Frederik Daelen te Hertogenrade op 10 mei 1785, gerealiseerd en te Cloosterrade op 11 juni 1785 voor notaris Karel Joseph Daelen uit Kerkrade en vernieuwd voor dezelfde Kerkraadse notaris op 27 oktober 1833.
Hij beloofde opnieuw dat hij alles met interest zonder korting terug te betalen. De penningmeester van de kerk van Afden was Johan Godfried Paffen die tevens landbouwer was.
1868: Vader (en eventueel de anderen behalve Gerard) vertrekken op 18 maart 1868 naar Laurensberg,
In huis wonen: Vader en moeder, Gerard, Lodewijk, Daniel, Frans, Maria en Antoon.
31 maart 1872: Overlijden van Franz, getekend 30 maart 1872. Hij overleed aan ouderdomszwakte in zijn 78ste levensjaar. Hij werd als Franc. Guilelmus van Wersch begraven in Laurensberg op 2 april 1872.

16 november 1873. Der Branntweinbrennerei-Besitzer Franz Wilhelm van Wersch, welcher zu Schurzelt bei Aachen ein Handelsgeschäft unter der Firma F. W. van Wersch führte, ist gestorben, weshalb heute gedachte Firme unter Nr. 2750 des Firmen=Registers, und die dafür den Söhnen des Verstorbenen, Gerhard Joseph van Wersch und Anton Joseph van Wersch, zu Schurzelt wohnend, ertheilte Prokura unter Nr. 457 des Prokuren-Registers gelöscht wurde.
Aachen, den 14. November 1873.
Kgl. Handelsgericht-Sekretariat.
Unter Nr. 1146 des Gesellschafts-Registers wurde heute eingetragen die Handels-Gesellschaft unter der Firma Geschwister van Wersch, welche ihren Sitz zu Schurzelt in der Bürgermeisterei Laurensberg und am 10. dieses Monat) begonnen hat. Die Teilhaber desselben sind:
1. Elisabeth Wirtz, Wittwe von Franz van Wersch, ohne Geschäft zu Schurzelt wohnhaft.
2. Gerard van Wersch, Oekonom und Brennereibesitzer zu Schurzelt wohnhaft
3. Johann von Wersch, Ackerer und Spezerei=Händler, zu Bochholz im Holländischen wohnhaft.
4. Eheleute Heinrich Spiertz, Wirth und Spetzereihändler, und Maria Theresia von Wersch, beide zu Rimburg im Holländischen wohnhaft
5. Ludwig van Wersch, Ackerer.
6. Daniel van Wersch.
7. Franz van Wersch.
8. Maria Gertrud van Wersch, ohne Geschäft.
9. Joseph van Wersch, Branntweinbrenner.
Die ad 5-9 zu Schurzelt wohnhaft.
Die Mitbetheiligten Gerard van Wersch und Joseph van Wersch sind unter Ausschluß der anderen Mitbetheiligten, und zwar jeder für sich befugt, die Gesellschaft zu vertreten.
Aachen, den 14. November 1873.
Kgl. Handelsgerichts-Sekretariat.
1869: Königlich Preußischer Staats-Anzeiger (Allgemeine preußische Staats-Zeitung), 17 juni 1869
Unter Nr. 2750 des Firmenregisters wurd heute eingetragen, daß der zu Schurzelt bei Aachen wohnende Branntweinbrennereibesitzer Franz Wilhelm van Wersch daselbst unter der Firma F. W. van Wersch ein Handelsgeschäft führt. Derselbe hat für dieſes Geschäft ſeine Söhne Gerard Joseph van Wersch und Anton Joseph van Werſsh, zu besagtem Schurzelt wohnend zu Prokuristen bestellt in der Art daß jeder derselben befugt iſt die Firma per procura zu zeichnen, was unter Nr. 457 des Prokurenregisters eingetragen wurde.
Duits Handelsregister: Woont Schurzelt bij Aken, brandewijneigenaar Franz Wilhelm van Wersch, firma naam: F.W. van Wersch. Zijn zonen Gerard Joseph en Anton Joseph, ook in Schurzelt wonend, zijn ook bevoegd om te tekenen. Aken: 15 juni 1869
Schurzelt is tegenwoordig een wijk van Aken.
1876: De handelsgezelschap Geschwister van Wersch uit Schurzelt, ontstaan op 14 juli 1876, werd ontbonden per 18 december 1876.
Op deze 18e december 1876 wordt tevens opgericht de firma Geschwister van Wersch met vijf leden: Gerard, Ludwig. Daniel, Franz, Maria Gertrud van Wersch. Zij hebben een Branntweinbrennerei (distilleerderij).
1890: In de Duitse krant staat een advertentie van de notaris dat de Geschwister van Alt-Schurzelt vee en inventaris verkopen wegens stoppen van het bedrijf. Verkoop op 10, 11 en 12 maart 1890. Notaris Endepols.
1913: Zoon Ludwig Hubert overleed in Frelenberg. De aangevers wisten dat zijn ouders uit Schurzelt kwamen, dat ligt vlak tegen Laurensberg aan. Zijn vader was daar boer.
1924: De kinderen van Frans en Maria werden opgeroepen om te verschijnen bij notaris Van Oppen in Maastricht om in te stemmen met grondonteigening. Dit ten algemeenen nutte ten behoeve van den aanleg van een spoorweg van Schaesberg over Kerkrade naar Spekholzerheide ten name van het Rijk. Aan de erven werd een totale vergoeding geboden van f 262. Indien ze na twee dagen niet zouden komen opdagen werd de grond in ieder geval onteigend.
In het bijzonder werd zoon Gerard Joseph gemaand te verschijnen. Zijn laatste bekende woonplaats was Schurzelt. Hier was hij landbouwer. Maar zijn huidige verblijfplaats was onbekend. Ze wisten niet dat Gerard al in 1891 overleden was.