Ed van Wersch, recordpoging

In augustus 1957 vertrokken twee jongemannen vanaf het strand van Calais om met speedboot en waterski’s naar de overkant, naar Dover te gaan om een wereldrecord te vestigen. Gerard Kuiters was de man die op de ski’s stond en Eddy van Wersch (19 jaar) was degene die de speedboot de Skimaster bestuurde. Een tocht van 35 kilometer en circa een uur en drie kwartier verder.

Nederland wil als eerste op waterski’s over Het Kanaal.

De zon slaat een schelle baan licht op het oppervlakte van het Nauw van Calais. Als een gesilhoutteerde vinger steekt een baken op in de verblindende gouden streep. Dit baken wijst de weg naar Dover; vandaag het einddoel van de 40 jarige Amsterdamse motorhandelaar Gerard Kuiters. Hij wil deze Engelse havenplaats op waterski’s bereiken – een afstand van ongeveer 35 kilometer. Hij zal deze poging wagen, terwijl hij wordt voortgetrokken door de speedboot “Skimaster” een zeer gladgestreken vaartuig uit de Romeinse een U klasse, bestuurt door de negentienjarige HBS-er Eddie van Wersch.

Waarom tracht Kuiters Het Kanaal over te steken op twee smalle aan de toppen even opgebogen latten. Het antwoord is heel simpel: hij vindt dat gewoon leuk. Speedway en motorrijden in wegraces was hem twee jaar geleden niet genoeg meer. Hij werd toen gegrepen door die ook in ons land steeds verder oprukkende sport: het waterskiën. Wijlen Wessel Ilcken, drummer en waterski-matador, heeft hem de beginselen bijgebracht en hij heeft de speedboat verder opgevoerd tijdens trainingstochten op de Amstel, de Loosdrechse plassen, het IJ, de Noordzee bij Zandvoort.

Men heeft reeds tientallen malen Het Kanaal overgezwommen sinds op 24 augustus 1875 de Engelse “captain” Matthew Webb als eerste van Dover naar Kaap Gris Nez zwom. Hij deed er 21 uur en 45 minuten over. Op 28 juli 1951 peddelden de Britten Hugh Bruce en Henry Ross in ruim vier uur per kano het Nauw van Calais over. En dan op 1 augustus 1957 probeert Gerard Kuiters het als eerste op waterski’s. Hij denkt er een uur à vijf kwartier voor nodig te hebben. Zijn plan is om -als het allemaal goed gaat- in Dover met een olijk gezicht de emigratie-ambtenaar te verrassen, een kop koffie te drinken en vervolgens op dezelfde manier terug te keren naar Calais.
Het is een ambitieus plan. In de eerste plaats is de golfslag van Het Kanaal toch iets anders dan die van Het IJ. In de tweede plaats mag men eraan twijfelen of Britse emigratie-ambtenaren aanzienlijk zullen opkijken van een per waterski’s overgebracht olijk gezicht en ten derde zal de Engelse koffie wel vies zijn. Misschien mag het thee wezen?

Woensdagavond: Kuijters en Van Wersch hebben zo even een kwartiertje gezwommen. Zij vinden het water koud maar het zwom licht. Nou ja, zwemmen is weer iets heel anders dan waterskieën.
Een tandeloos Frans heertje bedekt door een grijs petje, in het knoopsgat een rijtje kleurige lintjes, heeft het allemaal staan aan te kijken: de “Skimaster”, onze manipulaties met het compas om de koers te bepalen en onze in de richting van Engeland starende ogen. Hij heeft  ons toen bevestigd dat daar wel degelijk Dover lag en is met kwalijk schuddend hoofd doorgelopen. Hij weet dan ook niet, dat Kuiters zich gedurende de hele winter op deze Kanaaltocht heeft voorbereid. Hij stond in geselende winterregens en kille vriesluchten op de ski’s. Allemaal om als eerste te trachten die oversteek op waterski’s te volbrengen.

bron: Amersfoortsche Courant augustus 1957

2014

Ed vertelde er later over:
Het begon als een geintje. Zelfs geen poging voor het wereldrecord. Studenten onder elkaar. Zelfs mijn moeder wist er niets van. Totaal onvoorbereid gingen we er naar toe. En de speedboot? Ik had een vriend die een boot had van negen meter die dat wel zou aankunnen. Hij gaf mij die boot gewoon mee om te oefenen. Ik had nog nooit gevaren. De enige voorbereiding die we hadden genomen was een paar keer over het IJ varen. Gerard Kuiters was motormonteur in Amsterdam en 40 jaar oud.
De heenreis ging best voorspoedig. We hoefden alleen maar in rechte lijn van Calais naar Dover over te steken. Het was een vlakke zee. We hadden geen kompas aan boord. De terugreis echter was een stuk moeilijker. De golven waren toen drie meter hoog.  Onderweg moesten we wel aan mensen de weg vragen. En die wezen dan ongeveer naar een bepaalde richting. Uiteindelijk kwamen we 30 km zuidelijk van Calais uit.
Aan boord was een journalist van de Telegraaf. Die zei op een gegeven moment: Hé Gerard hangt er niet meer achter. Bleek dat hij los gelaten had (moeten loslaten). Dus we voeren terug en gelukkig was ons spoor terug te vinden gezien de luchtbellen die de motor had opgeworpen. Het is trouwens helemaal ongelooflijk hoelang hij het vol kon houden. We kwamen vanwege de mist, in Wimereux aan.

In de Katholieke Illustratie van 1957 stond deze foto met de tekst:

De negendertigjarige Amsterdamse motorrenner Gerard Kuiters heeft zijn hart verpand aan snelheid. Hij stelt zich niet tevreden met zijn successen op de sintelbaan, hij zoekt zijn heil ook op het water, want hij is even goed en even snel op de waterski’s als op de motor. Op zijn waterski’s heeft hij  oversteek gewaagd van Calais naar Dover. hij deed het in vierentachtig minuten en dat was geen record. Het had sneller gekund, als de vele schepen in het Kanaal voor hem hadden willen uitwijken. Maar ze lieten hém een ommetje maken. Het was trouwens toch een pechtocht. Eerst brak de kabel, die hem verbond met het motorbootje van de Amsterdamse student Eddy van Werck, toen waren er die schepen op zijn weg en tenslotte speelde de mist hem parten. Kuiters had niettemin -met Dover in zicht- nog wel plezier in stuntjes als dit. Op zijn terugtocht, een paar uur later en weer op de latten, had hij andermaal pech. De boot kreeg motorstoring en hij raakte een kleine veertig kilometer uit de koers. Een geluk bij al die pech was, dat de benzine van het motorbootje net toereikend was voor de tocht naar de Franse kust.

1994

De Eddie van Wersch waarover geschreven werd en die ook mede verantwoordelijk was voor het record is tegenwoordig fotograaf. 

Fotograaf

vrije zeeuw 1971

De trouwauto’s jakkeren door de hoofdstad

AMSTERDAM – Trouwen in het kosmisch liefdescentrum Amsterdam is allerminst een lolletje. Dit blijkt uit een brief die hoofdstedelijke bruiloftsfotografen en trouwauto-ondernemingen deze week aan het gemeentebestuur hebben doen toekomen. “Een vreselijk ongeorganiseerde veiling zonder klok”. Zo noemt deze piepjonge groep van verontrustenden de trouwplechtigheden op het Amsterdamse stadhuis. ,,Het ene bruidspaar wordt naar binnen geslingerd en hups: het volgende paar wordt alweer gehaald”.

Woordvoerder van de klagers is fotograaf Ed van Werch. “Het is werkelijk schandalig hoe de wereldstad Amsterdam zijn trouw lustigen verwerkt”, zegt hij met duidelijke verontwaardiging. “Deze maand – en het gold ook vroeger voor december – zijn er vrijdagen dat er 60 tot 80 bruidsparen afgehandeld moeten worden. Er komt dan precies om de 20 minuten een huwelijk tot stand. Waar blijft de romantiek? Vergeet het maar”.

Volgens de beschrijving van fotograaf Van Werch jakkeren de trouwauto’s die de bruidsparen moeten aan- en afvoeren, met snelheden van 70 tot 80 km. door de stad en begaan ze op hun route tientallen verkeersovertredingen. Ze gebruiken mobilofoons en codenamen om van elkaars bewegingen op de hoogte te blijven en de vloeken daveren door de ether, wanneer de zaak – zoals gewoonlijk – op een chaos uitdraait. In de haast waarmee men moet werken, blijven bruidstasjes boeketten, fototoestellen en andere verloren voorwerpen in de wagens achter, waarvan de herkomst moeilijk is na te gaan vanwege de grote aantallen bruidsparen en familieleden die per dag moeten worden vervoerd. Ergerniswekkend is volgens de stadhuisfotografen en trouwauto-ondernemingen ook dat bruidsparen die getrouwd zijn, vaak een half uur moeten wachten, voordat de stoet met auto’s weer terug is – dit in een veel te kleine wachtkamer waar juist een of meerdere andere bruidsparen gefeliciteerd worden.

De briefschrijvers verklaren dat Amsterdam dit jaar, als gevolg van de heersende chaos al 1.000 trouwlustigen heeft moeten missen, die besloten in naburige gemeenten waar het er rustiger aan toe gaat, hun levens aaneen te smeden. Dit geeft de hoofdstad een schadepost van 60 tot 80.000 gulden opgeleverd. (Van onze correspondent)

bron: De Vrije Zeeuw. 18 december 1971.

Klik hier voor Ed van Wersch in de Heerlense Tak.

Een Stamgenoten website