Donald van Weers

Haagse Straatnieuwsverkoper Donald van Weers 

“Ik zoek een miljonaire!”

Donald van weers

Ooit was Haags Straatnieuwsverkoper Donald van Weers een rijkeluisjongetje in het statige Benoordenhout. Via drugs, onderwereld en drank belandde hij in het daklozencircuit. Donald is vrijwel dagelijks te vinden in de parkeergarage van het Scheveningse Casino en ook kom je hem regelmatig in het stadshart van Zoetermeer tegen. Donald is een uitbundige verschijning, vrijwel altijd opgewekt en met een schaterende lach. Een druktemaker ook, bij wie de stemverheffing bepaald niet vreemd is. Maar zoals wel vaker bij uitbundige lachebekjes het geval is, is de goede luim het masker voor de achterliggende tragiek. “Ik was een verschrikkelijk verwende plaag. Op mijn zestiende kwam ik al bij school voorrijden in mijn eigen Alfa Romeo. Mijn moeder heeft het me heel makkelijk gemaakt. Ik kreeg zoveel geld toegestopt als ik maar wilde. Ik droeg een Rolex van 3500 gulden, stak mijn sigaretten aan met een Cartier aansteker. Het kon allemaal niet op. Ik kreeg echter te weinig mee om op mijn eigen benen te kunnen staan”.

“Ik heb een goede stimulans nodig”

Donald van Weers: “Mijn vader ging weg uit het gezin toen ik net één jaar was. Mijn moeder hertrouwde, maar tussen mijn stiefvader en mij wilde het niet echt klikken. Na school heb ik een paar keer bij mijn echte vader in de zaak gewerkt, maar ja… het goede leven, hè.”

Ieder het zijne

Het goede leven bestond vooral uit stappen en drugs. “Ik sliep iedere dag tot een uur of vier, ging vervolgens eerst even naar de coffeeshop, dan de kroeg in en daarna direct door naar het nachtleven. Ik heb in die periode ruim aan de coke gezeten. Dat heb ik volgehouden tot mijn 23ste. Toen besloot ik dat het beter was wat serieuzer te gaan leven. Ik opende een winkeltje aan de Nobelstraat: Cique Suum, dat betekent `ieder het zijne’. En dat was het ook. Ik had daar schilderijen staan, glaswerk, meubeltjes, maar je kon er ook een kop koffie drinken en een broodje eten. Dat ging goed tot het fout ging.

Geldgebrek. Ik ben daarna bij mijn moeder in de crèche gaan werken, waar ik ook mijn vriendin leerde kennen. We woonden samen in een prachtige parterreflat aan het Segbroekpark ‘t Ging allemaal prima eigenlijk, tot de relatie stuk liep en mijn moeder ook nog ongeneeslijk ziek werd. Ondertussen had ik met mijn vader afgesproken om weer in zijn zaak te komen werken, Hij hoopte dat ik het bedrijf van hem over zou nemen. Maar dat liep even anders, toen ik in de staatsloterij 25.000 gulden won. In plaats van terug te gaan naar mijn vader, nam ik het vliegtuig naar Curaçao voor een langdurige vakantie!”

Import en export

Langdurig bleek precies zes weken te zijn. Toen was het geld op. Donald keerde terug naar Nederland, naar een zwaar teleurgestelde vader waar hij niet meer hoefde aan te komen, naar een ernstig zieke moeder die niet veel later stierf en naar een huis dat hij niet meer kon betalen. “Na de dood van mijn moeder had ik geen sponsor meer. Er zat niets anders op dan te gaan zwerven. Ik besloot met mijn stiefvader te gaan praten; maar die zag me liever gaan dan komen. Uiteindelijk gaf hij me een bedrag mee, waarmee ik opnieuw een ticket naar Curaçao kocht. Daar deed ik allerlei klusjes; in de horeca, boten opknappen. En een beetje dealen. Begin 1995 kwam ik weer terug in Nederland en vond hier werk op het strand. Maar natuurlijk precies weer in een strandtent waar de hele Haagse en Amsterdamse onderwereld zat. Ik werd opgepikt door een oude rot in het vak, die me als katvanger wilde hebben. Had ik opeens vijf bedrijven op m’n naam staan. Import en Export heette dat mooi, maar feitelijk was het een dekmantel voor hele andere handel. En zo belandde ik in de chemicaliën-business. Op een gegeven moment kreeg ik twaalf ruggen in het handje geduwd om effe vast te houden”.  Ik sprong echter gelijk op de TGV naar Parijs en kocht daar een ticket naar opnieuw Curaçao.”

Leeg in ‘t gat

“Toen ik 1997 weer terug kwam was de halve onderwereld naar me op zoek  Maar de politie was ze voor en arresteerde me wegens een openstaande straf. Ik had een maand in een hotel gezeten en daarvoor nooit de rekening betaald. Ik was bij verstek tot drie maanden veroordeeld. Toen ik weer buiten kwam ben ik maar weer eens met mijn stiefvader gaan praten. Hij woonde tenslotte in mijn ouderlijk huis. Ik wilde weer terug naar Curaçao, dit keer om de boel anders aan te gaan pakken en mijn geld daar op een eerlijke manier te verdienen. Uiteindelijk praatte ik hem 20 rooitjes uit zijn zak, maar die heb ik in krap twee maanden verhoerd en versnoerd. En toen was Donald leeg.. Ik ben letterlijk in een gat gevallen. En er was geen andere oorzaak dan ikzelf. Ik kwam in het daklozencircuit terecht en verhuisde van tijdelijke woning naar tijdelijke woning. Ik moet binnenkort weer verhuizen. Ondertussen houd ik me in leven door de straatkrant te verkopen,” zegt Donald van Weers.

Vicieuze cirkel

Hoewel Donald potentieel genoeg kwaliteiten had om een normaal leven mee te kunnen opbouwen, zit zijn grootste zwakte diep in de fles. “Ja, dat besef ik volkomen. Ik probeer ook echt minder te drinken en gezond te eten. Voor drugs heb ik gelukkig allang geen geld meer. Maar het is heel moeilijk om weer uit dat gat te klimmen. Ik prakkiseer me elke dag suf hoe ik dat zou moeten doen. Ik heb me in oktober ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, als handelsonderneming. Toen de Sociale Dienst daar lucht van kreeg hebben ze m’n uitkering subiet stopgezet. Maar zonder geld kan je niet starten met een bedrijf. Nu moet ik met bewijzen komen dat ik geen inkomsten heb. Wat ik echt mis is een lekker ritme in mijn leven. Het is nu te veel dag-voor-dag. Als ik weer rust vind, dan kan ik dat weer opbouwen. Maar dan moet ik wel eerst een min of meer vaste woning hebben. Het liefst in Scheveningen, maar dat is niet meer te betalen. Ik zit in een vicieuze cirkel. Ik heb een goede stimulans nodig.”

“Wat ik echt mis is een ritme in mijn leven”

Die stimulans zou – gek genoeg – wel eens in de Scheveningse gevangenis te vinden kunnen zijn. “Ik heb daar nog een `tegoed’ van 28 dagen omdat ik met drank op achter het stuur ben betrapt. In die tijd wil ik `cold turkey’ afkicken van de drank en hopelijk begeleiden ze me daarna naar weer een beetje normaal leven. In feite komt het hierop neer,” besluit Donald met op zijn gezicht weer de bekende brede grijns: “Ik zoek een miljonaire! Ik mag dan een beetje gek zijn, ik ben wel heel lief. Zeker voor vrouwen!”

Bron:  RJ. Rueb, Haags Straatnieuws februari 1999

Klik hier voor Donald van Weers in de Haagse Tak.

Een Stamgenoten website