Christa van Wersch

christa-29-jan-1981Christa van Wersch:
Putten. “Voor het ontwerp van dit schilderij heb ik gewoon een tomaat opengesneden. Ik haal heel veel inspiratie uit de natuur. Cellen, zoals je ze onder de microscoop ziet, structuren van metaal, van stenen, van boomschors, boeien me. Ik hal mijn inspiratie echt uit mijn omgeving”, vertelt Christa van Wersch uit Putten, die de laatste tijd aandacht trekt met haar batikschilderijen.

Onlangs exposeerde ze op uitnodiging, samen met drie andere kunstenaars, in het gemeentehuis in Putten. Naar aanleiding daarvan werd zij uitgenodigd werk in te sturen voor de kunstuitleen  waar men ook schilderij in de uitleencollectie opnam. Er ligt ook een uitnodiging voor een expositie. Ze zal er stellig op in gaan. Christa van Wersch zegt graag weer te willen exposeren. “Die expositie in Putten was enorm inspirerend voor me”, vertelt ze. Uit het werk van Christa van Wersch is te zien dat ze de batiktechniek behoorlijk beheerst. Ze heeft dan ook in deze techniek geleerd tijdens haar opleiding. Christa van Wersch is dessinateur. Voor haar opleiding – ze is Duitse van geboorte en woonde en werkte ook in Duitsland aan de Kunstschule te Dortmund (te vergelijken met onze kunstacademie) ging ze naar de Textil Ingenieursschule te Krefeld, waar ze zich specialiseerde in dessinontwerp. Op uitnodiging ging zij bovendien naar een Meisterklasse bij Frau Kadow. “Zij was een heel mooie vrouw. Heel klein en tenger. Van haar heb ik het batikken geleerd”.

Prins Claus
Christa van Wersch heeft nooit het beroep van dessinateur beoefend. Op de Textil Ingenieurschule ontmoette zij haar Nederlandse man die daar eveneens studeerde, zij het in een andere richting en wel verf. Zij trouwden en Christa van Wersch kwam naar Nederland ging wonen in Amsterdam. Voor Christa van Wersch was het een moeilijke tijd, zoals ze vertelt. Zij voelde zich in Amsterdam als Duitse niet zo erg  geaccepteerd. Het werd beter”, vertelt ze, “toen prins Claus kwam”. Zelf heeft zij stellig ook tot de betere verstandhouding bijgedragen. Ze spreekt uitstekend Nederlands en heeft daar, vertelt ze, ook doelbewust aan gewerkt. Een ban als grafisch ontwerper bij de NOS in Hilversum hielp daar wel bij.

christa-batikAchtergrond
Ze maakte achtergrond structuren voor (film}titels.  “Ik werd wel de juffrouw van de achtergrond genoemd,” zegt ze met een lachje, maar ze vond het een nuttige tijd die eindigde toen de eerste baby zich aankondigde”. Door het werk bij de NOS had je wel contact met de taal. Je moest de teksten goed lezen”. Ze vond ook van begin af aan dat ze de Nederlandse taal goed moest leren spreken.” Wil je je werkelijk thuis voelen dan is dat nodig”, zegt ze. Ook voor de kinderen”. Er wordt thuis dan ook altijd Nederlands gesproken, ook al spreken de kinderen – ze heeft drie dochters – wel Duits. Christa van Wersch koos ook bewust voor het huishouden. Een beroep uitoefenen was bovendien moeilijk voor haar, omdat de echtgenoot nogal eens van standplaats verwisselde en het gezin nogal eens moest verhuizen. Sinds 1962 woonde ze in Amsterdam, in Eemnes, in Epse en in Nijswiller (Zuid-Limburg). In tal van plaatsen gaf ze wel lessen in batik. Soms vrijetijdscursussen, maar ook op vormingsscholen. In Nijswiller hield ze zich voor de stichting “Vrije Uren” bezig met het organiseren van cursussen. In haar vrije tijd ging ze bijvoorbeeld ze aquarelleren en vooral batikschilderijen maken waar ze zich nu vooral op toelegt.

Geen Kunst
Christa van Wersch vindt het wel jammer dat textielkunst en met name ook batikwerk in Nederland nog wordt ondergewaardeerd. Niet wordt gezien als kunst. Christa van Wersch: “De Nederlanders hebben toch het idee van: dat is een katoentje uit Indië. Er wordt wat op neergekeken. Toch is de batiktechniek niet het eerst in Indië toegepast”, zo vertelt ze. “De batiktechniek is al heel oud. Vermoedelijk vindt de techniek haar oorsprong in China, maar ook in Egypte is uit opgravingen gebleken dat de techniek al vele eeuwen voor Christus werd beoefend”. Het woord batik komt van het Javaanse woord “mbatik”, dat tekening betekent. Het is een reserveertechniek die vee vakmanschap vraagt. Batikken is ook een arbeidsintensief werk. Op de stof wordt eerst een dessin aangebracht(getekend). Vervolgens wordt het dessin overgetrokken met hete vloeibare was. Dat gebeurt met de tjanting, een apparaatje dat bestaat uit een handvat met wasreservoir,  dat van een of meer tuitjes is voorzien, waaruit dan de hete was vloeit. Na die behandeling wordt het doek in een verfbad gedompeld. De kleurstof kan niet doordringen in de stof waar de was is aangebracht en kleurt dus alleen de niet met was behandelde stof. Is de oorsprong waarschijnlijk in China te zoeken, de techniek vond haar weg via India naar de Indische Archipel, waar het batikken als volkskunst een grote ontwikkeling doormaakte, ook al werd het batikken niet als kunst, maar meer als ambacht gezien. Vooral om er mooie kleding van te maken.

Christa van Wersch: “Het batikken werd in eerste instantie door de adel gedaan, ook bedoeld voor de adel. Vooral vrouwen batikten. Het was immers fijn werk en zij hoefden niet op het land te werken. Ook verven deden de adellijke dames niet, dat lieten zij door mannen doen. De afbeeldingen, zoals die op Indische stoffen te zien zijn hebben veelal een mythische en godsdienstige oorsprong. Ieder vorstenhuis had ook bepaalde patronen en waar het Indische batik betreft had ook iedere streek zijn eigen batik. Er werden zeer fraaie batiks gemaakt.

Christa van Wersch: “Als je bijvoorbeeld ziet hoe fijn sarongs zij1gebatikt. De sarong was ook een deel van de uitzet en behoorde zelfs tot bruidsschat. Aan zo’n sarong werd vaak maanden lang gewerkt en men kon er tevens de status van de vrouw aan aflezen. Zo droegen jongere vrouwen bijvoorbeeld pasteltinten.

Hof
Batik droeg men eerst aan het hof. Het hier zo geliefde craquelé wordt in Indonesië niet mooi gevonden. Integendeel, gecraqueleerde batikstoffen worden in Indonesië als stoffen van de tweede keuze beschouwd in tegenstelling tot in Afrika, waar veel craquelé op de stoffen wordt gezien. Craquelé-effecten ontstaan overigens wanneer de aangebrachte was barstjes gaat vertonen, waardoor de verf op die plaatsen in de stof kan doordringen. Het verven van batik is dan ook een belangrijk deel van de techniek, dat moet worden geleerd.
Het batikwerk van Christa van Wersch toont alleen craquelé op de plaatsen waar ze het op haar ontwerp hebben wil. Op andere delen van de stof is die stof egaal van kleur.

Kleur
Batikken is geen gemakkelijke techniek. Christa van Wersch: “Je moet heel goed weten hoe je de kleuren wilt aanbrengen en ook hoe die kleuren uitpakken. Aan tal van proeflapjes laat ze zien dat kleuren heel anders worden op katoen dan op fijne batist of zijde, waar ze ook meewerkt. Je moet ook weten waar je stoffen koopt, vertelt ze, want blijkt de “honderd procent katoenen stof” toch niet helemaal voor honderd procent katoen te zijn, dan is het resultaat ook heel anders dan verwacht was en volgt dus een teleurstelling. “Je kunt werken op alle natuurlijke weefsels” vertelt Christa van Wersch,” maar de kleuren zijn op al die weefsels verschillend. Voor de cursisten, die een batikcursus volgen, is het dan ook een moeilijk onderdeel kleuren te mengen” Zelf werkt ze heel nauwkeurig. Christa van Wersch: “Ik ben erg precies. Ik weet precies van tevoren: Dit wil ik zo of zo hebben. Dat komt natuurlijk ook door mijn opleiding. Wel experimenteer ik. Tegenwoordig experimenteer ik veel met kleur, wat ik vroeger nooit heb gedurfd”. De batiktechniek is zeker geen eenvoudige.

christa-portretKunst
Christa van Wersch vindt het daarom zo jammer dat er in Nederland zo weinig aandacht aan batikwerk wordt besteed, temeer daar het, zegt ze, toch ook een stukje Nederlandse cultuur betreft. In het algemeen, vindt zij, wordt de textiel kunst in Nederland ondergewaardeerd. Ze zegt: “Er wordt op neergekeken. De textielkunst wordt in Nederland nog niet zo gewaardeerd als kunst. Ook niet door de kunstgalerieën. Olieverf is kunst. Brons is kunst, maar textiel niet. Ik was eens in een grote galerie, waar de galerie-eigenaar over batik zei: “Dat is geen kunst”. En dat terwijl een olieverfschilderij toch ook op textiel wordt geschilderd..”
Je hebt mensen die maken prachtige wandkleden, maar die kleden brengen niet die prijs op die een olieverfschilderij opbrengt. Sommigen zeggen van een batikschilderij: “Dat is een mooi ontwerpje voor een katoentje, maar dat is nou net niet wat ik doen wil. Wat ik wel doen wil? Ik wil schilderijen maken. Stoffen maken voor kleding heb ik nooit gedaan. In de industrie worden zulke mooie stoffen gemaakt dat ik er helemaal lyrisch van kan worden. Hele mooie dessins maken ze. Zulke stoffen kun je zelf niet maken. Dan zou je bovendien een kleine drukkerij tot je beschikking moeten hebben.”

Wordt textielkunst in het buitenland meer gewaardeerd dan in Nederland, vindt ze? Christa van Wersch gelooft van wel. “In Duitsland zijn er verschillende batikgalerieën en Canada en Australië hebben ze ook”. Maar het verbetert, vindt ze, wel in Neder1and. “Er zijn nu wel galerieën, die batikwerk uit Indonesië opnemen”.
Is het Nederlandse publiek minder kunst-minded dan het publiek in Duitsland bijvoorbeeld? Christa van Wersch: “Ik kan er eigenlijk niet zo goed over oordelen, maar ik dacht van niet. Als je kijkt naar de Toet-Ank-Amon tentoonstelling, die destijds werd gehouden. Om die te zien moest je uren in de rij staan. Een museum als het Singermuseum draait ook goed. Zelfs zo’n kleine expositie als onlangs in Putten leverde vijfhonderd handtekeningen van bezoekers op. Dan kun je toch niet zeggen dat Nederland niet kunst-minded is”.
Wat is kunst voor haar? Christa van Wersch: “Voor mij is dat toch wel met mooie dingen bezig zijn. Of nee. Dat is eigenlijk niet waar. Kunst is iets dat je aanspreekt. Wat je boeit.”

Bron: Schilder’s Nieuws- en advertentieblad, 29 januari 1981

Klik hier voor Christa van Wersch in de Heerlense Tak.

Een Stamgenoten website