Cecilia van Weers-Eskens

1930

eskensRESIDENTIENIEUWS
ONZE VIERDE HONDERDJARIGE.
Gisteren zijn we in de weduwe Van Weers- Eskens onze vierde honderdjarige rijker geworden. De woning is in de Koninginnestraat 95.
Bij ons bezoek troffen wij de jubilaresse te midden van een schat van bloemen en een nog grootere schat van klein- en achterkleinkinderen. Vrijwel de geheele buurt had de vlag uitgestoken en aan het huis der honderdjarige prijkte een schild met de jaartallen 1830 -1930. Tot haar allerschoonste geschenken behoorden ongetwijfeld een felicitatiebrief namens H.M. de Koningin-Moeder, een brief van den nuntius Schioppa met den Pauselijken zegen. Vele gelukstelegrammen waren reeds ontvangen.
Toen het oudje gistermorgen wakker werd, is zij door haar achterkleinkinderen met een plechtig koraal begroet. Tot de eerste bezoekers in den loop van den morgen behoorde een kapelaan der parochie. Het kerkbestuur had een bloemenhulde gezonden.
De jarige is kortom echt verwend, maar ze verdient het, want ze is altijd nog de band tusschen kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Zoo sterk is deze, dat een kleinzoon twee jaar geleden, dus op den 98en verjaardag, den dag had vergeten en midden op reis naar het karwei in Den Helder zich herinnerde, dat het 28 Juni was. Toen zette hij er alles op om het werk zoo spoedig mogelijk te volbrengen en nog den laatsten trein naar de Residentie te kunnen pakken. Om half twaalf was hij bij grootmoeder en deze was niet zoo moe, of ze zei:  Zoo jongen, ik had je vandaag al gemist. maar nu moeten we eerst nog een glaasje drinken, hetgeen geschiedde.
De kranige vrouw beschikt nog over al haar vermogens — schilde Vrijdag nog de aardappelen voor het feestmaal — en zij vierde hoogst opgewekt en dankbaar haar zeldzamen eeuwdag.
‘s Avonds heeft Klein maar Dapper een serenade gebracht.

De weduwe Van Weers-Eskens mocht via het Koningin Emmafonds nog een gift ontvangen van H.M. de Koningin-Moeder, terwijl het fonds ook zijnerzijds voor een feestgeschenk had gezorgd, hetgeen door hel bestuur van het fonds, onder hartelijke bewoordingen bij een bezoek gistermiddag in de woning van de 100-jarige werd aangeboden.

bron: Het Vaderland 29 juni 1930

EEN HONDERDJARIGE.

 In de Koninginnestraat te Den Haag  wapperden onlangs vele vlaggen: een harer  bewoonsters, de weduwe Van Weers—  Eskens vierde in goede gezondheid haar  honderdsten verjaardag. Den geheelen dag  ontving de jarige tal van gelukwenschen;  de woning was met bloemen versierd.  Van de koningin moeder mocht de honderdjarige een brief ontvangen, waarbij  de koningin-moeder gelukwenschen uitte met de hoop, dat de jarige nog langen tijd  de goede gezondheid en opgewektheid  mocht genieten, welke thans nog haar deel  zijn. Pastoor W,P.H. Jansen voorzitter van het  RK. kerkbestuur St. Joseph overhandigde een schrijven van den Internuntius, behelzende een gelukwensch namens den Paus  met den apostolischen zegen; voorts vertolkte de pastoor de gelukwenschen van  genoemd kerkbestuur, dat mede door zenden van een bloemstuk van zijn sympathie  had doen blijken.  In de ochtenduren, na, den kerkdienst,  was de jubilaresse te haren huize een  feestlied toegezongen door baar achterkleinkinderen, die zij ten getale van vijftig de  hare mag noemen. Voorts had zij behalve van haar 31 kleinkinderen en van haar zes kinderen de felicitaties van tal van vrienden en buurtgenooten, die bloemen  en versnaperingen hadden gezonden, in  ontvangst te nemen. 

bron; Sumatrapost 30 juli 1930.

1931

de-maasbode-30-juni-1931Mej. Van Weers, 101 jaar.

Zondag vierde mejuffrouw de wed. C. van Weers—Eskers, Koninginnestraat 95, alhier,
haar eersten verjaardag in een tweede eeuw. Even als verleden jaar, op haar honderdsten verjaardag, was er veel belangstellend bezoek. Ook thans kwam een deputatie van het Koningin Emma-fonds, bestaande uit secretaresse
en penningmeester, de jubilaresse complimeteeren In bloemen en een feestgave in couvert aanbieden. De jarige is nog zoo kras, dat zij verleden week naar het stembureau kwam om haar stem
uit te brengen.

bron: Maasbode 30 juni 931

1932

het-vaderland-28061932Residentienieuws

Onze oudste burgeres

Vanmorgen hebben wij het genoegen gehad een bezoek te mogen brengen aan de weduwe van Weers-Eskens, die vandaag 102 jaar is geworden. Het op zich zelf al merkwaardige geval wordt nog merkwaardiger als men weet, dat Cecilia Eskens negen kinderen heeft gehad, waarvan er nog zes over zijn, dat  60 achterkleinkinderen op deze stammoeder terugzien en dat onderhandelingen gaande zijn. die het achterachterkleinkindschap in het rijk der mogelijkheden verzetten.
Voor de statistici kan het van belang zijn, dat Cecilia’s ouders niet oud zijn geworden (moeder 45. vader 61, aan cholera gestorven), maar Cecilia’s grootmoeder werd 101 jaar, haar zuster 96 jaar en een tante 99 jaar.
Het allermerkwaardigste echter komt nog. De weduwe van Weers-Eskens is nog onbetwist en geëerbiedigd hoofd der huishouding; zij oefent met haar dochters een wasch en strijkerij uit; zij gaat alleen over de beurs en de dochters ontvangen van haar hun geld. Als ze naar moeders meening niet voldoende gewerkt hebben, is de spoeling dun. Dit is heusch even ernstig als het schijnt want moeder Cecilia ligt maar met één ding overhoop, namelijk met den modernen tijd en zijn menschengeslacht.
We hebben allergezelligst zitten keuvelen, want moeder Cecilia beschikt nog over al haar vermogens en zij houdt, zelfs op haar verjaardag, altijd min of meer gericht over den huidigen toestand: zij is de verpersoonlijkte Oude Tijd en op dat stuk valt er niet te marchandeeren.
Moeder Cecilia is in haar recht, want zij heeft nog op het Groene Zoodje geeseling en brandmerking bijgewoond en toen we te midden van haar tijdsklacht vroegen: Zou u dat terug willen? toen zei zij geen nee en geen ja, maar het huidig geslacht laat het er leelijk bij liggen. De menschen denken alleen maar aan zich zelf en aan niemand anders. Dat was in mijn tijd heel anders. In den choleratijd kwamen ze me ’s nachts uit mijn bed halen en ik heb er veel mogen helpen, omdat ik dacht: Moet ik er aan, dan moet ik er aan, maar dat mensch moet ik helpen. Zoo heb ik ook een kind mogen redden van verdrinking en een ander uit een fellen brand. Als de menschen elkaar maar meer hielpen, dan zou het allemaal heel anders zijn.
Nee — ging ze voort op een vraag —ik kom niet meer in de kerk. maar ik wandel nog wel een oogenblikje. Wat hebben ze Den Haag leelijk gemaakt. In een auto wil ik niet, mijn beenen zijn nog goed, en als ik dood moet, ga ik liever gewoon dood dan in een auto…
En zoo zat de vrouw te keuvelen, van het een op het ander en toen ze het over de wasschen had, sloeg ze met de hand op de tafel:  En ik rek die wasch alsof ze zeggen wou: mijn oude handen doen het beter dan al jullie machines. Ziedaar, dunkt ons, een toppunt van vitaliteit op 102 jaar!
Ons gesprek werd onderbroken door de komst van mevr. Ritter en den heer mr. H. J. Smidt , die namens het Koningin Emmafonds bloemen en een geschenk in couvert kwamen brengen en een taart en ook de kapelaan had al tweemaal van zijn belangstelling doen blijken, want Cecilia is een heele trouwe dochter der kerk.
Toen we weg gingen, stond ze nota bene kaarsrecht en- met een schalksch oogje zei ze: ‘Ziet U nu wél, dat ik nog goed ter been ben. Wij zagen het en wij zijn weggegaan met eerbiedige bewondering voor deze verdedigster van vervlogen tijden!
Naar wij nog vernamen, wilde de buurt een serenade brengen, maar Cecilia heeft dit afgewezen, omdat ze een serenade ook al voor een nieuwerewetschrigheid houdt. De jubilaresse woont Koninginnestraat 95.

bron: Het Vaderland juni 1932

1933

het-vaderland-31011933BEGRAFENIS VAN DE OUDSTE INWOONSTER.
Uit haar woning aan de Koninginnestraat is, nadat te voren in de St. Josephkerk aan de van Limburg Stirumstraat een uitvaartdienst was gehouden, het stoffelijk overschot van de Zaterdag j.l. overleden oudste inwoonster onzer stad, de weduwe G. van Weers-Eskens. hedenmorgen op St. Barbara ter aarde besteld.
Met de talrijke familieleden waren velen naar den doodenakker gekomen om deze plechtigheid bij te wonen.
Nadat kapelaan Mudde de absoute en beaarding verricht had, namen de aanwezigen door het werpen van zand op de kist afscheid. Sedert het bestaan dezer begraafplaats is dit de eerste maal. dat er een meer dan 100 jarige ter ruste is gelegd.

bron: Het Vaderland 31 januari 1933

Klik hier voor Cecilia Eskens in de Haagse Tak.

Een Stamgenoten website