Albert van Wersch (Utrecht)

2016

Duic-11-mei-2016

Directeur Volksbuurtmuseum Albert van Wersch

Albert van Wersch (63) is directeur van het Nederlandse Volksbuurt-museum in Wijk C dat in 1983 werd opgericht. Hij kwam in 1971 in Utrecht wonen en ging, na tien jaar gewerkt te hebben bij het Willem Arntsz Huis aan de slag bij een buurthuis in Wijk C. “Vanuit daar heb ik samen met bewoners het museum opgericht.” Volgens hem is het museum voor oude Utrechters een feest der herkenning. “Denk aan Van Angeren, Lubro en natuurlijk Wijk C zelf.” Nieuwe Utrechters kunnen hier leren dat de volksbuurt Wijk C ooit het volkshart van de stad was. Nu noemt Van Wersch de Zeven Steegjes de leukste volksbuurt van Utrecht. “een buurt waar men nog gezamenlijk dingen organiseert en met mooi weer gezellig op straat zit. Als buitenstaanders lijkt het me echt een knus buurtje.”

Eerste keer in Utrecht
“De eerste keer dat ik hier kwam was in de jaren zestig. Toen ging ik naar het café De Trechter om met een clubje vrienden uit Alphen aan den Rijn hasj te kopen, dat daar min of meer gedoogd werd. Later gingen we naar het eerste alternatieve jongerencentrum van de stad, Kasieno op het Paardenveld. Ik herinner me nog een optreden van Golden Earring. Ze hadden daar ook een zogenaamde theetuin waar zo’n beetje iedereen zat te blowen.”

Tot rust komen
“Dat doe ik op mijn werk, nee hoor, grapje,. Dat doe ik het liefst in de tuin van het Centraal Museum, daar heb ik goede herinneringen aan. Of ik ga naar de vlindertuin in het Maximapark, dat kan ik iedereen aanraden.”

Culinair genieten
“IK heb geen specifieke voorkeur. Tegenwoordig is er keus genoeg in vergelijking met veertig jaar geleden, toen was er nauwelijks iets. Ik kom graag in het Portugese restaurant Algarve aan de Biltstraat of een Indiaas restaurant in de stad.”

Lekkerste koffie
“Het is lullig voor al die koffiezaakjes, maar geef mij maar mijn zelfgemaakte en handgezette koffie. Precies de goede sterke smaak en temperatuur. Geen liflafjes met dure apparaten.”

Leukste avond
“Die beleef ik ergens in de bioscoop. Vooraf even een hapje eten en daarna nog een slaapmutsje. Utrecht is gewoon gezellig en mooi, om op een warme avond (of zondagochtend) zomaar wat doorheen te lopen.”

Trots als Utrechter
“Op de Oudegracht. Dat is een uniek stuk erfgoed dat ik graag laat zien aan buitenstaanders.”

Mooiste herinnering
“Het klinkt misschien afgezaagd, maar het is toch de eerste ontmoeting met mijn meissie. Dat was ijn het Willem Arntsz Huis waar ze ook werkte. De groep Bots trad op, dus we botsten eigenlijk letterlijk en figuurlijk tegen elkaar op.”

Lievelingsplek
“Het Nederlands Volksbuurtmuseum in Wijk C natuurlijk. Zelfs ik raak daar niet uitgekeken.”

Favoriete Utrechter
“Dat is Anton Geesink. Wat die man gepresteerd heeft is ongelooflijk. Hij is het bewijs dat je met wilskracht heel ver kan komen. Van een dubbeltje toch een kwartje worden.”

Beste optreden
“De Indiase musicus Ravi Shankar in het oude Vredenburg. Wat een subliem concert was dat.”

Grootste ergernis
“De vele troep in de stad na het weekend: kapotte flessen, overal kots. Een lekkere entree voor toeristen..”

Favoriete weekend
“Ik ben doordeweeks al de  hele week in de stad. Dus in het weekend maak ik  graag lange wandelingen in de omgeving. Ook pluis ik dan lekker de krant uit en ga met mooi weer in de tuin aan het werk. Weinig spannends maar wel heel relaxed.”

Utrecht is….
“Toevallig de mooiste stad van het land!”

Bron: Duic 11 mei 2016, Annebel van Heesbeen / Renzo Gerittsen

Zonder subsidie is er geen Volksbuurt Museum meer

albert 2016Zonder subsidie van de gemeente is het Nederlands Volksbuurt Museum aan de Waterstraat in Utrecht ten dode opgeschreven.

Directeur Albert van Wersch zegt ‘geschokt’ te zijn. ,,We krijgen al 23 jaar subsidie, en dan zou het nu ineens over en uit zijn.” Hij zint alvast op acties om dreigende sluiting van zijn museum te voorkomen.

Een onafhankelijke commissie bracht vorige week advies uit aan burgemeester en wethouders over de verdeling van culturele subsidiegelden. Het Volksbuurtmuseum is één van zeven instellingen die daarin op de reservebank zijn gezet. Ze verdienen de steun wel, maar krijgen desondanks geen geld. Om de simpele reden, dat er onvoldoende in de pot zit (ruim elf miljoen) om iedereen die het verdient ook werkelijk blij te kunnen maken.

Keuze
Onbegrijpelijke keuze, wat Van Wersch betreft, de enige beroepskracht van het museum dat verder wordt gerund door vrijwilligers. ,,We moeten absoluut behouden blijven voor de stad, schrijft de commissie, maar dat redden we niet zonder subsidie. Als dit advies politiek wordt overgenomen, wordt daarmee de geschiedenis van de gewone man in één klap wegbezuinigd. Ik kan me niet voorstellen, dat er een Utrechtse politicus te vinden is die dát op zijn geweten wil hebben.”

Van Wersch zegt dat er zeker op de barricaden zal worden geklommen. ,,Maar de eerste stap is, dat we een beroep doen op het redelijk denkvermogen van burgemeester en wethouders. Het college moet dit advies natuurlijk naast zich neerleggen.”

Gordijnen
In 2003 werd voor het laatst gedreigd met stopzetten van de subsidie, toen er nog werd gesproken van Volksbuurtmuseum Wijk C en Toon Gispen cultuurwethouder was. Deze joeg vrijwel de gehele gemeenteraad in de gordijnen met het voorstel de geldkraan dicht te draaien. Hem werd de pas afgesneden middels een motie die met als strekking had dat het museum – zo vat Albert van Wersch het samen – ‘voor eens en voor altijd met rust gelaten zou worden’.

Volgens de adviescommissie heeft het museum zijn waarde voor de stad op het gebied van ‘community history’ bewezen. Wél wordt de vraag gesteld of de directie zelf wel voldoende overtuigd is van het bestaansrecht van het museum in de huidige vorm, ‘gezien de voortdurende ambitie landelijke status te willen bereiken’. ,,De commissie benadrukt dat de grootste winst te behalen is door concentratie op de wijk, door het aanscherpen van de inhoudelijke visie op de kerntaak en het verder professionaliseren van de vaste presentatie en van de activiteiten op het gebied van educatie en participatie.”

Er is 120.000 euro per jaar toegekend, genoeg voor de pandhuur en het salaris van de directeur. ,,Maar als we dat niet krijgen, houdt het al snel op.”

Bron: AD: Maarten Venderbosch 2 juni 2016

2014

In 2014 werd Albert Lid in de Orde van Oranje Nassau. Volgens de omschrijving:
In 1993 richtte de heer Van Wersch in het buurthuis in Wijk C het Volksbuurt Museum Wijk C op, waarvan hij sindsdien directeur is. Het museum toont het leven in een volkswijk tussen 1850 en 1950, waarbij de geschiedenis vanuit de gewone man wordt verteld.. Na oprichting zette Van Wersch zich als directeur ervoor in dat het museum zich bleef ontwikkelen door gebruik van nieuwe media en het aantrekken van schoolklassen door het aanbieden van speciale educatieprogramma’s. Tot slot was Van Wersch in het verleden actief als initiator en organisator van Indiase muziekconcerten en -festivals die in Utrecht werden gehouden. (1970-1980). Ook was hij van eind jaren ’80 tot 2005 adviseur van het kindercircus Jopie in Utrecht.

2013

Maartenspenning voor directeur Nederlands Volksbuurtmuseum

UTRECHT – Albert van Wersch, de directeur van het Nederlands Volksbuurtmuseum, heeft een Maartenspenning gekregen. Hij ontving de onderscheiding voor zijn jarenlange verdiensten cultureel en maatschappelijk gebied.

maartenspenningDe directeur kreeg de Maartenspenning uit handen van burgemeester Wolfsen. “We vierden afgelopen vrijdag het 20-jarig bestaan van het museum. Daardoor was het al feest. We hadden een leuk programma; er waren optredens en we er zijn twee nieuwe tentoonstellingen gelanceerd. Toen kwam ook opeens nog de burgemeester binnen met die prachtige penning.” Van Wersch is trots dat het werk wordt gewaardeerd. “Het is toch een soort erkenning en het is belangrijk dat mensen het belang inzien van dit soort collecties. Dat is heel erg prettig.” Van Wersch benadrukt dat hij dit niet alleen had kunnen doen. “Ik heb de penning gekregen, maar heb dit alleen kunnen bereiken doordat veel vrijwilligers betrokken zijn geweest bij het Volksbuurtmuseum. Zij hebben net zo hard meegewerkt en meegedacht.”

Buurthuis Wijk C
De directeur is een van de mede-oprichters (1983) van het buurthuis in Wijk C. In dit buurthuis was hij tot 1993 werkzaam als cultureel maatschappelijk werker. Naast zijn werk beschreef en categoriseerde hij met een team vrijwilligers allerlei foto’s, prentkaarten en gebruiksvoorwerpen die aan het buurthuis zijn aangeboden. Met deze stukken zijn tentoonstellingen ingericht.

Volkswijk
In 1993 richtte Van Wersch in het buurthuis van Wijk C het Volksbuurtmuseum op, waarvan hij sindsdien directeur is. Het museum toont het leven in een volkswijk tussen 1850 en 1950, waarbij de geschiedenis vanuit de gewone man wordt verteld. Zo is onder leiding van Van Wersch een museum ontstaan met een unieke collectie én een unieke benadering van de geschiedenis.

Nederlands Volksbuurtmuseum
Na oprichting zette Van Wersch zich als directeur in voor de ontwikkeling van het museum. In 2009 sloot het museum twee jaar de deuren voor een verbouwing. Na de verbouwing opende het museum onder een nieuwe naam, het Nederlands Volksbuurtmuseum. Het vernieuwde museum richt zich op gebruik van nieuwe media en het aantrekken van schoolklassen door het aanbieden van speciale educatieve programma’s.

Jopie
Tot slot was Van Wersch in het verleden actief als initiator en organisator van Indiase muziekconcerten en -festivals in Utrecht tussen 1970 en 1980 en adviseerde hij vanaf eind jaren ‘80 tot 2005 het kindercircus Jopie in Utrecht.

bron: Stadsblad Utrecht 17 dec 2013

2012

albert-museum-4Mensen waren in de oorlog zo inventief

UTRECHT – Stapels op papier gedrukte Nederlandse vlaggen vond directeur Albert van Wersch van het Nederlands Volksbuurtmuseum in Utrecht terug in een verborgen bergplaats in de etalage van een voormalige bakkerswinkel. “Dit was zo bijzonder. We hadden het complete interieur van de oude winkel geschonken gekregen voor het museum. Maar niemand wist dat er in die etalage een geheime bergplaats vol vlaggen zat. Het is slechts een van de verborgen oorlogsschatten die het museum vanaf vandaag tentoonstelt. Het lijkt zo onbelangrijk, die stapels vlaggen. Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog was het een daad van verzet. “Die man nam een heel groot risico. Hij had er honderden laten drukken. De wikkels met de naam van de drukkerij zaten er zelfs nog omheen.” Misschien had de bakker ze na de bevrijding willen uitdelen en was hij ze vergeten toen dat feestelijke moment aanbrak. Maar zeker is dat niet. “Dat maakt deze objecten zo fascinerend. Ze worden pas bij de sloop of verbouwing van een pand teruggevonden. Waarom lagen ze daar nog steeds? Wie had ze daar verstopt en wat is er met die mensen gebeurd?”
Dat verhaal is meestal niet meer te achterhalen. De huidige bewoners weten vaak niet wie er tijdens de oorlog woonden. Maar het geeft wel een beeld van de moed van mensen in die tijd. Boven plafonds, tussen het behang en de muren, in voor het oog onzichtbare bergplaatsen bij trappen en nissen, overal wisten mensen hun kostbaarheden te verstoppen. Vaak werden die pas na jaren teruggevonden. Zoals de zelfgemaakte radio die achter een plafond vandaan kwam en de zendapparatuur gemaakt van materialen die de geallieerden bij de slag om Arnhem achterlieten.

“Naar de radio luisteren mocht niet meer van de bezetter, laat staan zenden. Dus heeft iemand die spullen in Arnhem verzameld en zelf de apparatuur gebouwd. Dat illegale spul moest natuurlijk goed worden verstopt. Mensen waren toen zo inventief.”

Inventief waren ze ook in overleven. “Mensen namen vaak van hun werk illegaal materialen mee om noodkachels te maken en door te verkopen. Ook daar hebben we er drie van teruggevonden.” En wat te denken van gehamsterde voorraden koffie en thee, maar ook gestolen houten straatklinkers. “Vroeger werden houten klinkers gebruikt om het geluid van de karren op straat te dempen. In de oorlog werden die massaal gestolen en opgestookt.” Ook een uitklapbaar protestbord van een rijwielhandel is bewaard gebleven. Gesloten staat alleen de naam van de rijwielhandel op het bord. Maar als de linker deur open staat, verschijnt de tekst: ‘Weg met de moffe, leve de Koningin’. “Het zijn deze verhalen die ik in het museum wil laten zien”, zegt Van Wersch. “Verhalen van gewone mensen. En dan te bedenken dat er nog zoveel verstopt moet zitten.”

Bron: Brabants Dagblad 1 mei 2012, : tekst Jacqueline Steenwijk, foto:Jeroen Jumelet.

2010

Museum Wijk C straks ook voor andere volksbuurten
“Belevingssteeg” moet zintuigen van bezoekers prikkelen

Het Volksbuurtmuseum Wijk C albert-museum-2wil uitgroeien tot een Nationaal Volksbuurtmuseum. Daarvoor is 1,2 miljoen euro nodig, die vooral moet komen van sponsors. Het museum wil uitbreiden en vernieuwen.

Een van de ideeën is het bouwen van een ‘belevingssteeg, een nagebouwde steeg uit een volksbuurt, waar bezoekers kunnen horen, zien, voelen en ruiken hoe het leven daar vroeger was.
De eerste, belangrijke, stap in de groei is inmiddels gezet: het museum heeft de benedenverdieping van het buurpand aan de Waterstraat 29 kunnen kopen en -via een doorbraak – bij het museum gevoegd. Daarmee is er ook een flink stuk extra buitenruimte (55 vierkante meter) bij gekomen. Het museum beeft een ‘Plan voor Vernieuwing’ gemaakt. Het opvallende idee van een ‘belevingssteeg” in het museum past in het streven de zintuigen van de bezoekers op allerlei manieren te prikkelen. De bezoeker moet echt ‘meegenomen’ worden naar het leven in de volksbuurt in het begin van de vorige eeuw.

Het museum wil zich niet alleen meer focussen op Wijk C in Utrecht, maar ook op andere  volksbuurten. Ook de volksbuurten van deze tijd,” zegt directeur Albert van Wersch. De Vogelaarbuurten en de achterstandswijken. Hoe gaat het daar? En wat zijn de parallellen met het verleden? Vaak hebben die buurten ten onrechte een stigma. We willen dat mensen daar over gaan nadenken.”
Daardoor wil het museum uitgroeien tot het Nationaal Volksbuurtmuseum. Er zijn maar weinig plekken in Nederland waar je de geschiedenis van volksbuurten kunt bekijken. Tot een jaar of 7 geleden zat er ook zo’n museum in Den Haag, maar dat is nu weg.”
De nationale ambitie gaat overigens niet leiden tot een massale bezoekersstroom, verwacht het museum. Het aantal bezoekers moet ruim verdubbelen naar zo’n 12.000  per jaar. Onderdelen van het vernieuwingsplan zijn verder onder meer het digitaliseren van de collectie (zodat er via de computer in gezocht kan worden) en het maken van een audiotour, waarmee bezoekers door Wijk C kunnen wandelen. En eigenlijk moet het oude schoolgebouw waar het museum in gevestigd is nog verder uitgebreid worden. Misschien met een uitbouw aan de achterkant of een serre. We hebben nu zo’n 300 vierkante meter en we hopen door te groeicn tot 500 vierkante meter.”

Het museum gaat de komende tijd de boer op bij fondsen.”We zijn al bij de provincie geweest en die heeft. 75.000 euro toegezegd ,” zegt Van Wersch. Verder heeft de gemeente de aankoop van de buurverdieping gefinancierd  (235.000 euro) en de subsidie opgehoogd van 100.000 naar 125.000 euro per jaar. Daardoor kan er een educatief medewerker aangesteld worden. De rest van het benodigde bedrag moet uit andere bronnen komen. “Dat zal niet gemakkelijk worden zeker niet in deze moeilijke economische tijden. We denken aan de landelijke overheid. maar ook aan bijvoorbeeld de Mondriaanstichting of  het VSB fonds. Naar gelang we geld binnenkrijgen, gaan we onze plannen uitvoeren.”

CHINAFESTIVAL
De nieuwe ruimte van het museum wordt op 26 februari officieel geopend. Het komende half jaar wordt dit deel gebruikt voor een expositie rond het Chinafestival in Wijk C. “Wij richten het in als Chinees logement en Chinees winkeltje.” Die expositie duurt een half  jaar. “Daarna hopen we meer te weten over de financiën voor het vernieuwingsplan en kunnen we misschien al beginnen met de uitvoering:”

Bron: UD/AD 19 februari 2010, tekst: Wim Langejan, foto: Shody Careman

2005

Volksbuurtmuseum Wijk C ‘gaot nu voor ’t eggie’ albert-museum

UTRECHT  Het Volksbuurtmuseum Wijk C heeft veel redenen voor feest. Officieel erkend als museum, een nieuwe collectie én heel veel plannen. Wat directeur Albert van Wersch betreft, gaat het Volksbuurtmuseum nog binnen het jaar volledig op de schop. Eenmaal opgenomen in het Nederlandse Museumregister, reiken zijn ambities met het echte Utrechtse museum tot ver over de provincie.
Maar eerst kan Van Wersch eventjes onderuit zakken om samen met de vrijwilligers te proosten op het succes. Het Volksbuurtmuseum Wijk C bestaat nog geen twaalfenhalf jaar en de erkenning, ‘het keurmerk’, is binnen. Slechts acht van de circa 55 provinciale musea zijn geregistreerd.
Van Wersch is blij, trots en vol van de nieuwe mogelijkheden die de vers verkregen status biedt. ‘Na jaren van hard werken, is het gelukt. Opname in het museumregister is belangrijk voor subsidiegevers.’
Van Wersch is opgelucht: ‘Er valt wel wat van me af. Over vijf jaar wordt het museum weer beoordeeld, maar nu is het tijd om naar buiten te treden. We willen met meer exposities inspelen op de actualiteit, dat hebben we veel te weinig kunnen doen.’
De geschiedenis van de ‘gewone man’, een term waar Van Wersch een hekel aan heeft, reikt wat hem betreft verder dan Wijk C. Een Utrechts museum, waar op unieke wijze het dagelijks leven van ‘volks’ vroeger tijden wordt getoond, dat moet het worden. Niet typisch Wijk C, maar typisch volksbuurt.

Landelijke allure
‘Tentoonstellingen die landelijk interessant zijn, door hun karakter’, zo luidt het doel van Van Wersch. De huidige opstelling is leuk, maar vertelt niet het hele verhaal, vindt hij. Een grondige verbouwing van het museum staat dus op stapel. De plannen zijn er: stapsgewijs het verhaal vertellen van een gezin van 1850 tot 1950, met geluid, reuk en beeld. Van smalle steegjes, de geur van open riolen en verse paardenvijgen tot werkhuizen, scholen en winkels. ‘Hoe rook het, hoe was het? Dat willen we laten zien met allerlei thema’s, door de tijd heen.’
Wanneer en hoe het Volksbuurtmuseum gaat veranderen, is voorlopig nog niet zeker. Dat is afhankelijk van de gelden die het museum binnenhaalt, al dan niet dankzij de status van écht museum. ‘We willen de geschiedenis op onze eigen manier presenteren. Als het aan mij ligt gaat de schop er volgend jaar in.
We zijn nu nog aan het brainstormen: welke voorwerpen, hoe, welk verhaal. Die plannen monden uit in een begroting, dan gaan we fondsen werven. Hoeveel geld we binnenhalen is koffiedik kijken, maar dat het museum verandert is zeker.’

Uitwisseling collectie
Een dergelijke erkenning wekt volgens Van Wersch vertrouwen bij fondsen, sponsors en overheden. Dat maakt niet alleen fondsenwerving een stuk makkelijker, ook uitwisseling van museumstukken. De juiste luchtvochtigheid, een grondige beschrijving van de collectie en het doel van het museum zijn de belangrijkste criteria. Daar besteedde het Volksbuurtmuseum de afgelopen jaren veel tijd en geld aan, volgens Van Wersch ten koste van andere museumactiviteiten.
De apparatuur die de juiste luchtvochtigheid verzorgt voor de collectie van het museum kostte veel geld, het in kaart brengen van de collectie kostte veel tijd. Maar ‘om de boot niet te missen’ gaf de directeur prioriteit aan die zaken. Ongeveer vierduizend objecten en zo’n tienduizend foto’s zijn digitaal gearchiveerd. ‘Met een beperkt budget hebben we dit gepresteerd, daar ben ik trots op. Veel vrijwilligers hebben ons geholpen, dat was puur liefdewerk.”

bron: Jesse Pouw, 22 februari 2005, Stadsblad (van Utrecht)

1996

Naam: Albert van Wersch, 43 jaar, woont in Utrecht en is coördinator van het Volksbuurtmuseum Wijk C. Het museum wil met een grootschalig interviewproject de  verhalen van oudere Wijk C-ers voor het nageslacht behouden.
Mooiste plek in Utrecht
Het Volksbuurtmuseum Wijk C
Lelijkste plek in Utrecht
Hoog Catharijne en het wordt er ook niet mooier op.
Zou het liefst wonen in
Utrecht ergens langs de singels.
Favoriete man
Robert Redford, blijft zichzelf en is een heel goed acteur.
Favoriete vrouw
Koningin Beatrix, zoveel energie die ze uitstraalt .
Houdt van
Levensverhalen, oude mensen, uitgaan en gezellig eten.
Hekel aan
Oneerlijkheid, halve waarheden en leugentjes om bestwil.
Grootste wens
Dat er in Utrecht een museum komt over de sociale geschiedenis in de stad. .
Spijt over
Dat ik een laatbloeier ben.
Wilt heb jij persoonlijk met Wijk C
Ik ben verknocht aan de eerlijkheid van de mensen in Wijk C Ze zijn
open en nemen geen blad voor de mond

bron: Midden Nederland 29 november 1996
foto: UN/AC Marc van der Kort

1976

Indiase muziek krijgt festival in ’t Hoogt

(van onze kunstredactie)

Utrecht – “Als je iets wilt bereiken in de muziek,” vertelt de 23-jarige Albert van Wersch, een leerling van de goeroe Jamal-ud-din Bhartiya, “dan moet je niets anders doen dan je volledig aan de muziek wijden.” In de klassieke Indiase muziek betekent het ook , dat je je leven in handen legt van de leraar, de goeroe, die je zelf hebt uitgezocht.

“Voor een Westerse leerling is dat erg moeilijk. Zoals in mij geval, “ vertelt Van Wersch traag. “Ik heb een baan en ik volg daarnaast een opleiding. Ik kan me niet totaal in dienst stellen van mijn goeroe.”

Albert van Wersch heeft zich echter wel  tijdelijk verdienstelijk kunnen maken voor zijn leermeester. Ter ere van de verjaardag van Ravi Shankar, die 56 is geworden, heeft deze Utrechtse sitarspeler een festival georganiseerd in Theater ’t Hoogt, dat woensdag 9 april plaatsvindt en waar Jamal Bhartiya met zijn broers zal spelen.

Voorts zullen in het Filmhuis van ’t Hoogt deze week films gedraaid worden over Ravi Shankar en zijn volgelingen die op woensdag- donderdag- en vrijdagmiddag vanaf 12.45 gratis toegankelijk zijn.

Ontbrekend stuk

 Van Wersch die het als een plicht beschouwt zijn goeroe te behagen en zich daarom volledig verdiept heeft in de Indiase filosofie omtrent het muziekonderricht en de relaties van leerling  en meester, verklaart: “Ik heb ’t gevoel dat ik bezig ben een ontbrekend stuk bij mezelf in te vullen. De Indiase muziek gaat erg ver in je denkwereld, Mijn meester, die een leerling van Ravi Shankar is, beschouw ik als ’n vader.

Als hij iets afkeurt, doe ik ’t niet. Als hij mij een advies geeft, volg ik het op. Maar mijn goeroe weet dat ik in deze maatschappij rekening moet houden met mijn positie. Ik kan niet al m’n tijd beschikbaar stellen. Ik moet ook werken.”

Jamal Bhartiya zelf houdt zich zoveel mogelijk aan de Indiase tradities. Zo organiseerde hij onlangs in Amsterdam een concert ter ere van Ravi Shankar. Vijfentwintig leerlingen namen eraan deel en toonden hun gehoorzaamheid door ’n bedrag van minimaal f. 21 te storten in de pot van de goeroe’s.

Voorts hoeft een goeroe  zich nooit zorgen te maken omtrent financiële commerciële of andersoortige verplichtingen. Het is de bedoeling dat de leerlingen al dergelijke zaken regelen, opdat de meester zelf zich geheel aan de muziek kan wijden,,

Oprichters

In het geval van Ravi Shankar en Jamal Bhartiya, die samen de oprichters zijn van de muziekschool, gebeurt dat nauwgezet. Bhartiya en Ravi Shankar worden volledig verzorgd en bediend door hun beste leerlingen.
Bhartiya, die in Amsterdam woont en zich aan huis zijn lessen geeft in het sitarspel, biedt onderdak aan een leerlinge, een  Indiase vrouw, die eveneens les geeft in de muziek en voorts haar leven volledig in dienst stelt van haar meester.

bron: Utrecht Nieuwsblad 6 april 1976.

1963

Foto begin jaren zestig van de 6e klas van de Pius X school in Alphen aan den Rijn. 1: ? 2: Ben Verwoerd, 3: Bernard vd Werf, 4: Albert van Wersch, 5: René Liem, 6: Dick van Leeuen, 7: ?, 8: Den Hertog, 9: ?, 10: Ben Veltman, 11: Peter Lapidaire  12: Jan Verkleij, 13: ? 14? 15: Wil Bakker.

Klik hier voor Albert van Wersch in de Heerlense Tak.

Een Stamgenoten website