Willem Joseph van Wersche trouwde met Anna Maria Crombach.
1807: Hij werd vrijgesteld van de Nationale Militie (=dienstplicht) omdat hij getrouwd was. Willem was 24 jaar en pachter. Zijn bruid 19.
1818: Bij de geboorte van zoon Godefrid is vader 34 jaar, landbouwer in Nulland en tekende de akte met w j von wersch. De ambtenaar schreef Vanwersch.

6 december 1820: Wilhelmus Joseph Vanwersch verkocht aan Herman Hamers, gehuwd met Jenne Catrijn Scheeren, akkerman, in Onderspekholz een stuk akkerland in Kerkrade in de Slak van 21 vierkante roeden, 63 ellen, 23 duim of 139 en een half roeden. Hij had dit uit de erfenis van zijn moeder Clara Scheeren. Hij ontving direct 300 francs of 141 gulden, 75 cent. Willem tekende met W J van Wersch.
Zijn moeder was in 1815 overleden en vader in januari 1820. Dit stuk akkerland werd door de kinderen opgedeeld in 1/5 deel ieder.
17 mei 1821: Willem Joseph Vanwersch verkoopt aan Stephanus Vonken, getrouwd met Maria Josepha Mostart, landbouwer woont Kriechelberg onder Kerkrade, een stuk akkerland gelegen in het Heydeveld binnen de gemeente Kerkrade. Dit had hij van zijn ouders geërfd. Vonken betaalde direct ƒ 141, 75 of 300 francs.
1821: Zijn vader had dit stuk land van 1 ha. 29 are, 30 ca als borg gesteld toen hij in januari 1812 een lening aanging bij Pierre Joseph Zentiss, gehuwd met Maria Anna Zentiss uit Merkstein voor een bedrag van 100 Grosschen of kronen. Zentiss gaf dit vrij 30 mei 1821.
15 juli 1822: De erfgenamen van wijlen Godfried Joseph Crombag, getrouwd met Theresia Leuven (zo schreef de notaris het), te weten:
1: Maria Josepha Crombag vergezeld en ten deze gemachtigd door haar echtgenoot de heer Willem Joseph Vanwersch, akkerlieden
2: Hendrik Joseph Crombag, zonder beroep
Allen wonend op Nulland
3: Maria Anna Crombag getrouwd met Jan Willem Kreekels, haammaker, wonend Op de Gracht
4: Josepha Crombag met haar man Albert Voncken, herbergier op de Spekkererheide.
5: Theresia Crombag met haar echtgenoot Hendrik Scheilen, akkerlieden wonend in De Brill (Kerkrade).
Zij verkopen aan Nicolas Joseph Scheren, gehuwd met Maria Elisabetha Josepha Crombag, bakkermeester woonachtig op de Sandkoul in Aken
de zogenaamde Hammolen met bijbehorende gebouwen en vijf bunder grond (landerijen, heide en weide) afkomstig van Godfried Joseph Crombag en deels toebehorende aan zijn weduwe, alles gelegen in de Hamm, Kerkrade. De koper moest wel het pachtcontract met Willem Scheren respecteren.
De verkoop geschiedt voor 3000 rijksdaalders dat gelijk staat aan negen Aker gulden ieder, uitmakend 3.940 gulden en 65 centen Nederlands of 8.340 francs.
Dan bekent de comparant Willem Joseph Vanwersch, op rekening van zijn gedeelte in het hierna te beschrijven restant koopprijs met bewilliging van zijn schoonmoeder uit handen van de koper ontvangen te hebben honderd rijksdaalders die hij naderhand, ten behoeve an zijn zusters, zal moeten vooruit ontberen.
15 april 1823: Wilhelmus Joseph Vanwersch verkoopt aan Pieter Joseph Quadflieg, rentenier in Richterich, als voogd voor de minderjarige dochter Maria Anna Cunigunda Hervers van de hoeve Crombach, een stuk bemd aan de Holzbroek onder Kerkrade, groot 19 ellen of te wel 19 vierkante roeden 24 ellen. of 93 roeden 12 voeten oude maat, grenzend aan de erfgenamen van Winand Vaessen, de andere kant aan de koopster en in het noorden aan de Holzbroekerweg.
De verkoper had dit stuk van zijn ouders geërfd. De koper betaalde ƒ 54,33½ dat gelijk staat aan 115 francs of 41 rijksdaalders 18 merk.
Maria Anna Cunigunda Hervers was de dochter van Christiaan Hervers die pachter was van de hoeve Crombach onder Kerkrade. Ook in 1824 was Quadflieg haar voogd.
21 juni 1823: Wilhelmus Joseph Vanwersch verkoopt aan de gebroeders Lodewijk en Jan Hendrik Prikkarts, akkerlieden op hoeve Ehrenstein, 53 vierkante roeden, 79 el, 24 centiaar of te wel 262 roeden 2 voeten oude maat akkerland on het Heideveld onder Kerkrade, grenzend aan Steffen Vonken en aan de ander zijde Pieter Jacob Meijers en in het noorden aan de erfgenamen Hamers en in het zuiden aan de Steenweg. Hij had dit geërfd van zijn ouders geregistreerd door notaris Stuijk te Kerkrade 28 februari 1820. Hij verkocht het voor 37½ aker merk, ook wel ƒ 231, 17 of 489 francs 24 centimes.
1826: bij geboorte Elisabeth was vader 44 jaar en boer in Nulland.
1827: Willem Joseph Vanwersch leende van de heer Johan Jordan Berden, gehuwd met Mevrouw Jeanette Frissen, grondeigenaar, wonend in de Nieuwstraat Kerkrade, de som van ƒ 411,07 over twee jaar terug te betalen tegen een jaarlijkse rente van 5%.
Als borg stelde hij een huis met bijbehoren en 73 roeden, 66 el, 68 palmen, een bouwland op de Spekholzerheide, grenzend aan de ene kant aan land van de weduwe Daelen, aan de andere kant de Steenweg, aan de kopse kant Alberts en aan de andere kant Mathias Lejeune. Dit had hij van zijn ouders geërfd.
Berden was belastingontvanger.
1842: Bij het huwelijk van hun zoon Godfroid was hij mijnwerker en tekende akte met Will Jos van wersch.
Circa 1848: Het gezin verhuisde naar Seraing (B) waar hij werk als mijnwerker had gevonden. Voortaan heette hij Guillaume Joseph Vanwersch. De familienaam werd ook Vanwersch.
1854: In dit jaar moest het echtpaar afscheid nemen van drie van hun kinderen Jean Leonard op 17 oktober 1854, Marie Hubertine op 21 oktober 1854 en Anne Marie op 2 december 1854.
1859: Bij zijn overlijden wonen zij in de Rue Marchamps, Seraing, Hij werd 79 jaar en was zonder beroep.
1869: Moeder Crombag overleed 29 april 1869. Haar zoon Henri overleed 15 april 1869, diens vrouw 25 juni 1869. Zij woonde Rue des Arres in Seraing.