Testament Jan Van Wersch

Op 8 november 1848 verscheen Joannes Petrus Van Wersch, koster in Eijs voor notaris Kerckhoffs uit Wijlre en dicteerde zijn testament. Jan Van Wersch zou drie jaar later in 1851 overlijden.  Toen hij zijn testament maakte, was hij al vier jaar weduwnaar van Maria Gertrude Creusen.

… compareerde Joannes Petrus van Weersch Kuster, weduwnaar van Maria Gertrudes Creusen wonende Eijs gemeente Wittem. De welke gezond van lichaam gaande en Staande Zijnen verstand, Memorie en alle Zinnen Magtig gebruikende en aan ons Notaris ende getuigen zeer wel bekend: Willende in aanzien der zekere dood in d’onzekerheid de Zelve disponeren over de goederen die Godt almagtig hem in deze wereld gegeven heeft, heeft aan ons Notaris in de tegenwoordigheid der gemelde ondergetekende getuigen gedikteerd Zijn Testament en Dispositien van uitersten Wille in Manier Zoo als volgende te weeten

Ik recommandere Mijne Ziel aan Godt almagtig, mijnen Schepper en Zaligmaker.  Ik herroep en Vernietig alle vorige Testamenten en Despositien van uitersten Wille die ik voor deze zouden Kunnen gemaakt hebben.

Ik geve late en legatere aan de thans bij mij wonende Dienstmeijd Maria Helena Ramakers tot Dankzegging haarer goede Zorgen, de Tochte en Vrugtgebruik gedurende haar leven; indien Zij nog overleven zal:  van Mijn Huis tuin mesthof in plaatsz ontrent de Kerk gelegen palend en opgang der Straat van der gang Pieter Houppermans, groot het Huis volgens Cadaster vijf en zeventig Ellen No 1662 en den tuin eene roude (Lees roede) en tachtig Ellen No 2455 beid Sectie A te gezegd Eijs gestaan en gelegen: om gebruik van te maken en van te jarig Seven Zoo eene oprechte Togtenaarsse (=vruchtgebruikster) behoort, ik geve en late eensgelijks aan de zelve in vollen Eigendom alle huismeubelen levensmiddelen geld, beddegoed, linne en wolle voorzieningen en (niet leesbaar) en alles wat als meubel beschouwd en geacht kan worden welke haar op den dag van mijnen dood in voormeld naar haar in tochtigen laten huis Zullen bevinden: mijne Kleding stukken Zoo als hansop en Kleders allen uitgenomen; welke ik wille inbrengen, dat daar den Heer Eerwaarde en tijdelijke pastoor van Eijs aan d’armen van aldaar die den lijkdiensten en mijne begraeffenisse hebben bijgewoont ten Zelven Dagen Zullen uitgedeelt worden na belieften.

Ook wille ik dat voormelde Tochte aan mijnen benoemde dienstmeijd als dan Zal  …gaan Zonder Borgstelling en Zonder de minste lasten het zij van Onderhoudt, betaling der doode Regten grond of anderen lasten of van allle andere en kosten waartoe mijn overlijden gelegenheid zal geven, welke ik wille dat door de Kerkfabriek van gemeld Eijs behoorlijk zullen betaalt en afgedragen (…) worden als Voorschot en niet anders.

Ik stigte bij deze de vijf volgenden jaargetijden eeuwigdurende met libora en miserere na elk der Zelven als ook eene leesmisse bij elk der Zelven in de Kerk van Eijs voor altoos te Celebreeren tot Zaligheid 1e van de Zielen van wijlen jan pieter van Weersch en Ida Oyeen mijne overleden ouders, 2e van of den Zielen van Nicolaas Creusen en Anna Maria Strelen mijne gewezen Schoonouders, 3e een jaargetijd met de overige Godsdienstige Verpligtingen voor den Ziel van wijlen Maria gertrudis Creusen mijne geweze huisvrouw, 

4e een dito jaargetijd met de gemelde Verpligtingen tot Zaligheid der Ziele van pieter joseph van Weersch mijne overleden Zoon

5e en eindelijk jaargetijd met gelijke Verpligtingen voor mijne eige Ziele jan peter van Weersch, zegge nog met een de profundis na elken dienst.

Ook wille iK en begene, dat de Namen van alle genaamde overleden voor altijd op de lijsten der afgestorvenen Zullen en geschreven en afgelezen worden en dat voor de Zielen der Zelven Zal behoorlijk geluden worden  (onleesbaar) en de Verder niets anders voor mij als eene Eerlijke begraeffenisse en voor mijne Ziele de bekoorlijk in dienst , missen en geluden.

Tot betaling der Kosten, bepaald in Jura in en onvermijdelijke voltrekking en nakoming dezer mijne uitersten Wille Zal elke (zeijde onleesbaar) betaalt worden 

1: aan den Heer Eerwaarde tijdelijken pastoor Celebrant twee gulden en twee en Zestig cens.   

2: aan den priester voor de leesmissen Zeventig cens

3: aan de Kerkfabriek voor wijn, ornamenten,  gezemenden en Kaarsen vijf en dertig cents

4: aan den missen en dienaren van de kerk twaalf cens

5: aan den Kuster dertig cens

6: aan den organist dertig cens

7: en eindelijk aan den trappentreder elke zeijde zes cens

Hier bij nog voor het lezen der namen van Nicolaas Creusen en Anna Maria Stralen vier en negentig cens doende jaarlijks elk zeijde vijf gulden en negen en dertig cens

Ik zegge daarmede een jaargetijd met elke bij gehorende artikelen vier gulden vijf en veertig cents

Dus jaarlijks voor de vijf jaargetijden en artikelen twee en twintig gulden vijf en twintig cents.

Tot Zekerheid en betaling van welke jaarlijksche Zomme ik bij deeze Stukke ter dispositie van de Kerkfabriek van voormeld Eijs en belaste de volgende mij in Eigendom toebehorende vrije goederen bij Eijs en daar ontrent gemeente Wittem gelegen, te weten 

1: een huis met plaatz en alle (onleesbaar)  dien de Bouw genaamd Cadaster bekend Sectie A No 2325 te Eijs gelegen

2: Een weide bij het huis groot 26 roede en tien ellen A 1678

3: Een weide in het dorp 25 ruid en 5 ellen A 2320

4: een stuk bouwland de Taandelk genaamd 45 ruid en 25 el A 1445

5: een stuk bouwland de hoabix genaamd  37 ruid en 25 el

6: een stuk bouwland De Steenberg genaamd een bunder 27 roeden, tien ellen, opgang willem van Weersch Sectie A 1815

7: een huis in de Kerkgraaf, twee roeden 90 el A 1666

8: een schuur aan het huis aan in vruchtgebruik aan zijn dienstmeid gegeven

Klik hier voor Jan Van Wersch in de Simpelveldse Tak.

Een Stamgenoten website