Gijs van Wersch

gijs Van Wersch

Gijs van Wersch werd op 18 augustus 1916 in Heerlen geboren als jongste kind van de winkelier en schilder Edmond van Wersch en diens vrouw Maria Korst uit de Emmastraat in Heerlen.
In 1929 ging hij na de lagere school naar de vijfjarige HBS waaraan hij in 1934 voor zijn diploma HBS-B slaagde.
Gijs verhuisde in 1935 naar de Koedijkstraat 33 in Den Bosch waar hij het leger als soldaat (volontair)  inging. Hij vertrok in december 1936 naar Maastricht waar hij aan het Sterreplein 18 woonde. In maart 1937 tekende Gijs voor vijf jaar bij het leger als kanonnier tweede klasse. Dit werd in juni 1937 nog eens officieel bij de Koloniale Reserve in Nijmegen getekend waar hij zijn militair onderwijs had genoten.

Naar Indië

In juni 1937 werd hij geschikt bevonden voor uitzending naar Indië en kreeg de premie van ƒ 100,- Soldaat Gijs van Wersch scheepte zich op 30 juni 1937 in op de MS Marnix van St. Aldegonde die vanuit Amsterdam naar Indië voer en kwam op 29 juli 1937 daar bij het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL). De arts noteerde dat hij 1,747 meter groot was en een huidlitteken op zijn rechteronderarm had. De dienstdoende officier schreef: Maakt zeer nette energieke indruk, beschikt over goede ref. doch is niet op de hoogte van het geldende voorschrift.

Dankzij een goede administratie van Defensie is precies bekend waar hij tussen juni 1937 en januari 1950 was. Hieronder volgt een samenvatting:
Na zijn aankomst werd hij in augustus 1937 in Soerabaja bij het Korps Luchtdoel Artillerie geplaatst. Bij een reorganisatie ging hij over naar het 2e Bataljon Luchtdoel Artillerie waar hij tot de capitulatie bleef. Daarna moest hij naar fort Kalidawir[1] in Soerabaja zogenaamd als chauffeur waardoor hij Japanse gevangenschap ontliep. Feitelijk bediende hij de luchtdoelbatterij die permanent bezet is gebleven tot 7 maart 1942. Vanaf 3 februari 1942 tot de capitulatie (7 maart 1942) is die bijna dagelijks in actie geweest tegen vijandelijke aanvallen.

luchtdoel artillerie
Foto: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie

Gijs maakte graag muziek, niet dat hij uit een muzikale familie kwam. Zijn vader was tenslotte schilder en had een kunsthandel. Alleen zijn broer Leo speelde viool. Gijs had een voorkeur voor de saxofoon en de piano. Samen met andere dienstplichtigen vormde hij de Coebeng[2] Band, een orkest bestaand uit artilleriejongens die allemaal nog net niet twintig waren. Gijs speelde de saxofoon en was de leider van de artillerieband. De Indische Courant van 7 juli 1941 schreef lovende woorden: Het muzikale gedeelte van den avond werd verzorgd door de artillerie-band, een orkest, waarvan de leden bestaan uit artilleristen, van de luchtdoel- en kustartillerie, jonge mannen, van wie de meesten de twee kruisjes nog niet ver zijn gepasseerd. De eenige oudere is de sergeant-majoor-pianist, die voortreffelijk speelt. Hetzelfde mag worden gezegd van de jongelui, die. om dat eens zoo te zeggen, volkomen in elkaar passen. Deze amateurs, die zich in hun vrijen tijd moeten oefenen, doen zeer zeker niet onder voor tal van beroepsbands. Aan den leider Van Wersch en den zijnen, moet dan ook een groot gedeelte van het succes van den avond worden gedankt.
En op 27 september 1941 schreef dezelfde krant: Naast de diverse amusementen zijn er eenige uitstekende bands, waarvan wij hier vooral willen noemen de artillerie-band, welke onder leiding van haar onvermoeiden dirigent de heer Van Wersch de stemming er bij de danslustigen inhoudt.
Een van zijn dochters schreef later: Mijn vader was heel muzikaal. Speelde heel goed piano, alles uit zijn hoofd, jazz en allerlei populaire melodieën. Hij vond een oude saxofoon, repareerde de kapotte kleppen en speelde erop. Eigenlijk uit elk instrument wist hij een goed geluid te halen.

coebeng band
De Coebeng Band. Gijs speelt hier saxofoon

De volgende stap was dat hij naar Modjokerto[3] moest waar hij als waker van een Stilstaande Sf. dienst[4] gedaan heeft. Hierna moest hij naar Sin Suman Lor, een suikerfabriek[5] waar hij zich kon schuilhouden voor de Jappen. Vervolgens werd hij in mei 1942 aangesteld als chemiker bij Eschamir Concern onder Dai Nippon Sato.
Toch werd hij door de Jappen gevangengenomen en op 31 augustus 1943 geïnterneerd in Kampen Weststraat[6] in Soerabaja (Oost-Java). In augustus 1945 kwam de bevrijding uit het Jappenkamp Baros bij Tjimahi op West-Java, waarbij toevallig ook zijn  toekomstige schoonvader Bastiaan Sorgdrager bevrijd werd. Bij Timahi waren zes gevangenkampen.

Liaisonofficier

Gijs van Wersch was sergeant artillerie met de effectieve rang van korporaal. Omdat hij goed Engels sprak werd hij na zijn bevrijding in maart 1946 gedetacheerd als liaisonofficier bij de 4th Mahratta’s[7]. Een paar maanden later werd hij in dezelfde functie gedetacheerd bij de Royal Gurkha Rifles[8] in het Engelse leger waarna hij overgeplaatst werd naar de NEFIS: Netherlands Force Intelligence Service: de inlichtingendienst van de Nederlanders op Indië.
Al snel schreef de zijn meerdere M.EA.E. Kelker in augustus 1946 over hem:: Zijn werk heeft er zeer toe bijgedragen dat de verhouding tusschen de Britsche troepen eenerzijds en de Nederlandsche troepen inheemsche bevolking anderzijds zeer verbeterde en ook zijn Engelsche chefs meer dan tevreden over het werk van den Heer van Wersch.

In september 1946 schreef de reserve-majoor mr. H.J.J.M. Dorbeck van de KNIL: zijn taak op deze sectie is het bewerken en leiding geven aan het personeel belast met de verdere beoordeling en distributie der inkomende geheime intelligence rapporten, welke in de cardex verwerkt worden. Hierbij wordt aangetekend, dat, met uitzondering van de typistes, het personeel van deze sectie in het bijzonder bestaat uit 3 vaandrigs, een Adjudant O.O., een Sergeant en van Wersch. Zulks in verband met de aard van het werk, dat een hoog minimum aan ontwikkeling en opleiding vereischt.
Van Wersch behoort tot dat gedeelte van het personeel, dat te allen tijde toegang heeft tot het geheime filings-system. Betrokkene heeft blijk gegeven van goede geschiktheid en interesse voor zijn werk. Hij is een ambitieus werker, die zich correct gedraagt, terwijl zijn omgang met het overig personeel der sectie zeer prettig is.

Bevordering

Gijs van Wersch was net 30 jaar geworden. De majoor stelde voor dat Gijs bevorderd zou worden tot sergeant.
Hij had ondertussen zijn rijbewijs behaald, maar ook het brevet A zweefvliegen. Toen hij bevrijd werd en naar huis zou gaan, werd zijn fysiek weer opgemeten. Hij was nu 1,78 groot, blond haar, bruine ogen en zwom regelmatig, volgens het voorlopig Stamboek. Hij sprak Nederlands, Maleis, Engels, Duits en Frans.

Gijs trouwde in Batavia op 15 augustus 1947 met Constance Marie Sorgdrager, geboren in Medan (Indonesië) op 22 mei 1922. Zij was de dochter van Bastiaan Sorgdrager en Constance Ernestine Pluim Mentz. Zowel Bastiaan als Gijs waren in 1945 uit hetzelfde Jappenkamp bevrijd.
 
Hierna volgde in november 1947 een tijdelijke bevordering tot algemeen sergeant voor de duur van de tewerkstelling en twee maanden later, januari 1948, zou hij zogenaamd wegens ziekte, met de MS Zuiderkruis terug naar Nederland gaan. Hij was niet ziek, maar werd beloond voor zijn inzet. Twee maanden later, maart 1948, kwam hij met de MS Oranje samen met zijn jonge bruid, die in verwachting was, in Nederland aan en reisde naar zijn ouderlijk huis in Heerlen.

ms oranje
Opvallend aan deze vermelding is dat Gijs en zijn vrouw Wersch zonder van genoemd worden. Maar ook dat zijn voorletters de verkeerde volgorde hebben.

Het ziekteverlof was tot een half jaar bepaald, meer om bij de geboorte aanwezig te zijn van hun eerste dochter. Op 2 juli 1948 ging hij terug met de MS Waterman naar Batavia. Zijn werk als liaisonofficier was opgevallen waardoor Gijs in augustus 1948 aangenomen werd en op het hoofdkantoor van de NEFIS in Batavia als welzijnsverzorgingsofficier ging werken. Op 3 november 1948 volgden zijn vrouw en dochter hem naar Indië. In november 1948 kreeg Gijs werd hij bevorderd tot de tijdelijke rang van korporaal.
Voor zijn inzet in Indië kreeg Gijs in januari 1949 het ereteken voor Orde en Vrede. In juni van dat jaar kreeg hij het Oorlogsherdenkingskruis en een maand later mocht hij op dit kruis ook de gespen dragen.
Machtiging tot het dragen van de gespen Krijg te Land 1940-1945 en Nederl.-Indië 1941-1942 t.b.v. de Sgt. Art. H.J.G.Ch. van Wersch vergezeld van 2 batons en 4 br. sterren (per baton 2 sterren). Was getekend Kolonel der Artillerie E.T. Koppen.

Einde militaire carrière

Maar Gijs wilde verder bij de geheime dienst. In mei 1949 schreef hij een brief aan de directeur van de Inlichtingendienst waarin hij vroeg of hij daar in vaste dienst mocht komen. Hij beschreef zijn carrière en eindigde met: dat hem bij de Immigratiedienst ter plaatse en ook bij een particuliere firma betrekkingen zijn aangeboden, doch liever bij Uw dienst aanblijft, aangezien het werk hem ligt en aantrekt. En eindigde de brief met het verzoek hem in een functie, meer in overeenstemming met zijn opleiding en ervaring, te werk te doen stellen.
Het mocht niet baten. Op 21 december 1949 ging Gijs met zijn gezin met de MS Asturias[9] terug naar Nederland waar hij op 12 januari 1950 aankwam in Rotterdam. Het nieuwe jaar was net begonnen toen de duur van zijn tewerkstelling verviel. In een brief van het hoofd Algemene Zaken en Personele Zaken van de KNIL, gedateerd 13 januari 1950, aan tijdelijk sergeant H.J.G.Ch van Wersch stond dat Gijs de opleiding bij de CMI (Centrale Militaire Inlichtingendienst) met gunstige uitslag gevolgd had.

Vrijwel zijn hele diensttijd heeft Gijs van Wersch de doopnamen Hubert Jozef Gijsbert Charles gedragen. Hij dacht dat dat  zijn doopnamen waren, bleek uit een brief die Gijs zelf in mei 1949 aan de directeur van der Centrale Militaire Inlichtingendienst schreef. Feitelijk waren zijn doopnamen Gijsbert Hubert Joseph. Waarom hij Charles toevoegde is onbekend[10].

In september 1950 kreeg hij eervol ontslag wegens opheffing van de KNIL[11] en vond de overgang plaats naar de Koninklijke Landmacht. Sergeant van Wersch wenste niet mee over te gaan tenzij hij bij de CMI geplaatst kon worden. Dat ging niet door.  Het gevolg was dat Gijs zonder werk zat. Het gezin met twee kinderen had tijdelijk onderdak bij zijn oudere broer Hub aan de Pijnsweg 30 in Heerlen gevonden.

voortrekkersbadgeAchteraf werd Gijs van Wersch in augustus 1951 onderscheiden met de zilveren medaille voor trouwe dienst. Hij had al de Voortrekkersbadge (oktober 1947), het ereteken voor Orde en Vrede en ook het O.H.K. (oorlogsherdenkingskruis) (juni 1949).

Nieuw werk

Gijs zat thuis, zonder werk maar wel met de verantwoording voor zijn gezin. Hij pakte alles aan wat hij kon vinden. Via deur-tot-deur verkoop merkte hij dat werken in de verkoop een passend beroep voor hem was. Hij solliciteerde bij de Koninklijke Nederlandsche Papier Fabriek in Maastricht waar hij vele jaren bleef.
In 1968 ruilde hij deze baan voor de Nederlandse vertegenwoordiging van het Engelse Porrits & Spencer[12], onder andere producent van vilten doeken voor de papierindustrie. Hij verkocht viltrollen voor drukpersen.  Door zijn eerste baan en deze baan was hij behoorlijk thuis in de papierwereld en in het drukkersvak. Dit viel een Duits bedrijf op die hem uitnodigde te solliciteren. Als vertegenwoordiger van Kufferath in Mariaweiler, net over de grens, ging hij de hele wereld over om apparatuur te verkopen dat watermerken in papier zette. Hij bleef hier tot zijn pensioen in 1972.

Winst

Begin zestiger jaren van de vorige eeuw werden er in het bisdom Roermond verschillende loterijen opgezet om bouwpastoors te helpen hun kerken te bouwen. Op 28 januari 1962 werd met een nieuwe loterij begonnen: Leek helpt zielzorger. Deelnemers konden een lot van ƒ 1,- kopen en maakten daarmee kans op grote prijzen waaronder twintig prijzen van ƒ 1000,-
Een maand later was de trekking. Op 28 februari 1962 kwam pastoor Corbey, die een kerk in Molenberg bij Heerlen wilde bouwen, samen met twee andere heren bij de moeder van Gijs van Wersch, Connie van Wersch-Sorgdrager en overhandigde haar een cheque van ƒ 1000,-. Er waren totaal 350.000 loten verkocht.
Het Limburgsch Dagblad schreef:
De heer Driessen was in Heerlen bij de uitreiking van de cheque aan mevrouw Van Wersch-Sorgdrager, vergezeld door de heer D. Kuipers, parochievertegenwoordiger en van bouwpastoor A. Corbey. Haar gezicht lichtte feestelijk op, toen het grote ogenblik gekomen was en een van haar zoontjes zag zijn droom — een fiets — zo langzamerhand werkelijkheid worden. „Maar”, zo zei de gelukkige winnares, „in een gezin van vier kinderen is steeds van alles nodig en zo’n bedrag is welkom om dingen te realiseren waar tot nog toe geen centen voor waren”.
Typisch is dat ook mevrouw Van Wersch door een buurvrouw op haar geluk attent werd gemaakt. Het lot werd aan haar huisdeur verkocht door’ mej. Sips.
Mevrouw Van Wersch heeft maar één lot gekocht. „Dat doe ik altijd”, bekende ze, „omdat ik het zo sneu vind, mensen die zoveel voor een zaak overhebben dat ze huis aan huis aankloppen om iets te verkopen, zondermeer weg te sturen.”[13]
Het echtpaar kocht later inderdaad een fiets voor hun zoon en voor thuis een radio.

Gijs van Wersch overleed in 1982, 66 jaar oud, zijn vrouw, Connie Sorgdrager, 93 jaar oud, in 2015.

 Dank aan de familie Van Wersch voor de foto’s en informatie.

Noten

[1]  Fort Kalidawir werd in het begin van de twintigste eeuw door de Nederlanders gebouwd om de stad Surabaya (Soerabaja) te beschermen. Kali is de naam van een dorpje in het zuidwesten van Java. In de oorspronkelijke tekst vergiste diegene die het rapport schreef. Hij schreef namelijk fort Kali Damir.
[2] Waarschijnlijk zo genoemd omdat de marine kazerne in Soerabaja zo heette. Maar het was ook een station en een dorpje in Soerabaja
[3] Mojokerto (oude spelling Modjokerto) is een stadsgemeente in Oost-Java, Indonesië. De stad ligt circa 50 kilometer ten zuidwesten van Soerabaja. (Wikipedia).
[4] Stilstaande Sf, stond in het logboek, een stilstaande suikerfabriek.
[5] Ketanen of Sentanen-lor dat ten noorden van Modjokerto lag.
[6] In het logboek stond Weststraat. Echter werd de gevangenis Werfstraat in Soerabaja bedoeld.
[7] Een anti-tank regiment uit India dat op Java deel uitmaakte van het Engelse leger.
[8] Dit regiment bestond uit soldaten uit Nepal
[9] De MS Asturias was een Engels schip, gebouwd in Ierland in 1925. In 1943 werd het schip door een torpedo getroffen maar zonk niet. Zij kon nog naar een haven varen waar zij hersteld en omgebouwd werd tot een schip voor emigranten. In 1954 werd zij omgebouwd tot troepenschip waardoor ook een schoorsteen verdween. (Wikipedia).
[10] In de Stamboeken bij het Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Koloniën: Stamboeken en pensioenregisters Militairen KNIL Oost-Indië en West-Indië, nummer toegang 2.10.50, inventarisnummer 331 wordt Gijs van Wersch zoals het hoort in 1937 Gijsbert Hubert Jozef genoemd.
[11] Het memorandum betreffende de opheffing was van 14 juli 1950. De Feitelijke opheffing was 26 juli 1950.
[12] Porritts & Spencer, een fabriek in Ashton under Lyne in Manchester, Engeland. Tegenwoordig onderdeel van Scapa.
[13] Pastoor A. Corbey was de bouwpastoor van de Pius-X parochie in Molenberg (Heerlen). Op 28 januari 1962 startte een nieuwe loterij georganiseerd door het Hendrika -Comité. Deze loterij hielp bouwpastoors met hun plannen. Bij een vorige Kerkenbouwloterij kreeg onder andere pastoor Corbey een cheque van 10.000 gulden voor der bouw van zijn kerk. De trekking was enkele dagen erna. De loten kostten ƒ 1,- Er werden 350.000 loten verkocht. De netto opbrengst was ƒ 175.000 . Er werden 20 prijzen van ƒ 1000 uitgereikt.

Klik hier voor Gijs van Wersch in de Heerlense Tak.

Een Stamgenoten website