Jean en Jos van Wersch

Tussen 1927 en 1946 zaten twee Van Werschen uit Schweiberg in de gemeenteraad van Wittem. Vader Jean van Wersch en zoon Jos van Wersch. Vader was raadslid en Jos was wethouder.

De vader van Jean, Jan Mathias van Wersch was in Fosterheide (D) in 1824 geboren. Op zijn 26ste trouwde hij in 1850 met Anna Peukens uit het Limburgse Mechelen. Hij was landbouwer en verhuisde met zijn vrouw naar Schweiberg. Opvallend was dat hij kon schrijven, zodoende tekende hij zijn trouwakte en iedere geboorte-akte.

Mathias van Wersch

Naast dat hij landbouwers was, verhuurde hij zich ook als knecht bij andere landbouwers. Zo was hij in Bocholtz en in Voerendaal werkzaam. Uit het huwelijk werden tien kinderen geboren. Zijn vrouw overleed in 1879. Hun jongste kind was 1,5 jaar oud. Vandaar dat Mathias in 1882 nogmaals trouwde, nu met 14 jaar jongere Anna Coenen uit Wijnandsrade. Zij kregen geen kinderen.

Periode Jean van Wersch (1919-1927)

Het  achtste kind, Wilhelm Johan Joseph van Wersch, werd in 1871 in Mechelen geboren. Hij trouwde toen hij 30 was met Anna Kockelkorn (19 jaar) uit Wittem. Zij bleven in Mechelen, en dan specifiek in het buurtschap Schweiberg wonen. Tegenwoordig wonen hier iets meer dan honderd mensen. Het echtpaar kreeg twee kinderen. 
Bij zijn huwelijk tekende Wilhelm Johan Joseph, met de roepnaam Jean, net als zijn vader, de akte. Hij was uiteraard ook landbouwer.

jean van wersch

Jean van Wersch werd in mei 1919 voor de eerste keer benoemd tot Lid van den Raad  in Wittem. In Wittem, waar Mechelen/Schweiberg toe behoorde, waren drie stemdistricten. In district 1 kreeg hij zes stemmen , nul in district 2 en één in district 3. Totaal stemden 1183 mannen en vrouwen, terwijl de dorpen van de gemeente Wittem totaal 1882 mensen telden die mochten stemmen. In 1917 was het kiesrecht voor vrouwen eindelijk een feit. Van die 1183 stemmen waren 915 geldig. Jean van Wersch kreeg zeven stemmen. Er konden 25 mannen gekozen worden. Jean was nummer 18. Door de kiesdeler kon hij toch in de Gemeenteraad plaatsnemen omdat zij partijgenoot J. Houtvast veel stemmen trok.

Wanneer je zijn politiek wil beschrijven, dan kun je zeggen dat hij in de linkse hoek zat. Hij was sociaal en tegen groot geld. Daarnaast was het geen gemakkelijke man.

De gemeente Wittem deed in november 1924 een onderzoek naar drinkwatervoorziening van de waterbron De Landeus.  Van Wersch wilde weten wie die werklieden betaalde. De voorzitter zei: De Gemeente. Van Wersch vond dat het een particuliere onderneming moest zijn.  Omdat het een zuiver particulier belang is.

In de vergadering van december 1924  opperde hij om de salarissen van de wethouders te verlagen, Die bedroeg  fl. 300 per jaar. Ook wilde hij het presentiegeld van de raadsleden verlagen. Zijn partijgenoot Houtvast wil het helemaal afschaffen. Van Wersch kreeg zijn zin niet, ging in grove discussie en was niet in te tomen. De voorzitter riep hem driemaal tot de orde.

Hij was lid van de raad, maar belangrijker was dat hij boer in Schweiberg was met diverse koeien en stieren. Vooral bij de stierkeuringen won hij prijzen. Maar hij was ook, namens de Raad, vertegenwoordiger bij de Vleeskeuringsdienst. Daarom is het juist interessant om te weten waarom hij dan in januari 1925 zijn ontslag nam als vertegenwoordiger van de Gemeente Wittem bij de vleeskeuringsdienst. Tijdens diezelfde raadsvergadering zei de Gemeente een gevaarlijke kastanjeboom te willen rooien die volgens hen op gemeentegrond stond. Volgens Jean Van Wersch  Wersch stond die op grond van de kerk, dus die moest betalen. Het werd uitgezocht.

Een maand later verzochten de gezamenlijke hoofden der openbare scholen den raad tot opheffing van het vrije-woningstelsel en stelden voor den huurprijs te willen vaststellen op een vast tarief. Van Wersch verzette zich hier tegen. Zijn verzoek werd afgewezen.

De kosten van elektriciteit zouden verhoogd worden doordat het eigen electriciteitsbedrijf verkocht zou worden aan de Stroomverkoop Maatschappij. De wethouder stelde voor het bedrag van de electriciteit in Mechelen gelijk te houden enin de andere dorpen te verhogen. De Limburger Koerier schreef in oktober 1925: Van Wersch verdedigde zijn sectie door mede te deelen dat hij niet wenscht, dat ten koste van de sectie Mechelen thans moet bijdragen in de hooge tartiefkosten der overige sectie. Hij verweet den voorzitter, die voor overdracht pleitte, dat hij op die manier de reeds genoeg gedupeerde bevolking de centen uit den zak te kloppen. Hij ging in hevige discussie met de voorzitter die hij verweet informatie achter te houden. Harde woorden en vuistslagen werden gewisseld en oude veten als verdedigings-materiaal opgeraapt, waarbij dhr. Van Wersch zoo ver ging, dat de voorzitter hem tot drie maal toe, tot de orde riep.

Er zouden mei 1927 weer nieuwe verkiezingen plaatsvinden. Van Wersch was een van de plaatsvervangende leden van het stembureau. Het stemmen en herstemmen nam veel tijd in beslag. Ondanks dat hij geen actief lid van het stembureau was, was hij wel aanwezig en bemoeide zich met de gang van zaken. De voorzitter, wethouder Boltong, riep van Wersch diverse malen tot de orde. Toch werd hij weer herkozen. Maar in december 1927 nam hij ontslag als lid van de raad van Wittem. Hij was 56 jaar.

In 1930 richtte hij een verzoek aan de Gemeente Wittem voor een bouwvergunning, Hij schreef dat hij landbouwer was. Hij wilde bouwen aan de Schwijbergerweg te Schwijberg. Het bijbouwen van keuken, bergplaats, stal, privaat. (bron: archief Heerlen > Wittem dossier 1498)

Jean en Anna van Wersch kregen, zoals gezegd, twee kinderen. Hun oudste kind, Jan Hubert Joseph, roepnaam Jos geboren in 1904, zou zijn vader op de boerderij opvolgen. Maar hij was zo geboeid geraakt door het werk van zijn vader in de Gemeenteraad, dat hij zich, op 27 jarige leeftijd, ook verkiesbaar stelde.

Periode Jos van Wersch (1931-1944)

De zoon van Jean, Jos ,werd in 1904 in Mechelen geboren. Hij trouwde in 1930 met Maria Huijnen uit Noorbeek. Ook zij kregen twee kinderen. Zij hadden een boerenbedrijf.

Op de verkiezingslijst voor de Gemeenteraad 1931 van Wittem stonden op Lijst 6 twee mannen waarvan Jos van Wersch de lijsttrekker was. Er waren 1874 geldige stemmen uitgebracht waardoor Lijst Van Wersch één zetel kreeg. Hij werd dus in de Gemeenteraad gekozen met zes tegen vijf stemmen. Tevens werd hij wethouder in Wittem. In de vergadering van oktober dat jaar vond hij de verbouwing van de school in Mechelen en Eijs onverantwoordelijk. De pastoor had de burgemeester al geïnformeerd dat als er geen geld kwam, het maar zo moest blijven. Van Wersch antwoordde dat de gemeente gespaard was gebleven voor enorme uitgaven. Verder was hij het er mee eens dat enkele inwoners van Eijs zich aansloten op het electrisch net.

Via notaris Mostart uit Gulpen verkocht hij in 1932 publiekelijk de gehele inboedel van zijn schoonzus wegens haar overlijden.

In juni 1933 stelde de burgemeester voor om lid te worden van de Verenging Gemeenten in Nederland. Jos van Wersch was daarop tegen. 

Opvallend was zijn houding tegenover de Kerk. Hij was niet echt onder de indruk van de macht van de pastoor. Zo stemde hij in oktober 1934 tegen het voorstel om de kerk te vergroten. Hij vond dat de pastoor dan maar meer missen op zondag moest opvoeren.

Bij de gemeenteraadsverkiezing van 1935 werd hij weer herkozen. Hij had aan zijn Lijst 6 drie andere mannen weten te binden: de heer Stassen uit Epen, de heer Magermans uit Nijswiller en de heer Jansen uit Mechelen. Er waren 1906 geldige stemmen uitgebracht waarvan hij er 182 kreeg. Magermans had enkele dagen voor de stemming een advertentie geplaatst waarin hij afstand nam van Lijst 6. Ze moesten maar niet op hem stemmen omdat hij toch geen candidatuur zal aannemen en Lijst 6 niet steunde.
In september werd hij tot loco burgemeester gekozen. In 1938 was hij dat nog.
En in oktober 1935 was zijn klacht naar de oude club van zijn vader,  de vleeskeuringsdienst. Hij had gemerkt dat de leden hiervan hun auto’s lieten repareren op kosten van de gemeente. Hij vond dat de leden dat zelf moesten betalen. Hiermee stemde de raad in. Gelijkertijd drong hij er op aan dat de wegen verbeterd moesten worden.

Het ging in de wereld in de jaren dertig bergafwaarts met de economie. Ook Wittem werd getroffen door een hoog aantal werklozen en behoeftigen. Zijn collega wethouders waren er voor om deze mensen steun te verlenen. Opvallend was dan de mening van Van Wersch die tegen steunverlening was, maar voor werkverschaffing van de noodlijdenden die zich tot de armenraad wenden. De armen stonden bij hem toch in een goed boekje. Elk jaar werden de bossen onderhouden en kwam er sprokkelhout vrij. Hij zei als enige dat dat hout gratis ter beschikking van de armen gesteld moest worden.

Het kerkbestuur van de kerk van Mechelen vroeg in februari 1936 subsidie aan van f. 200,- Van Wersch vond dat de kerk sowieso teveel subsidie kreeg. Zijn reactie werd genoteerd maar de kerk kreeg de gemeentelijke subsidie. Een maand later werd in de raadsvergadering ingebracht dat de KRO, de Katholieke Radio Omroep, in Wittem radiodistributie wilde gaan opzetten en vroeg de gemeente om financiële steun. Van Wersch meende dat er geen behoefte aan radio was gezien het aantal inschrijvingen daarvoor. Ook vond hij het te belastend worden wanneer er teveel elektriciteit afgenomen werd voor het energiebedrijf. Hij stemde dus tegen. Hij was de enige en het voorstel werd aangenomen. In mei 1936 stemde hij tegen belastingheffing op de wegen. In juni 1936 vond hij sommige gemeentelijke belastingen te hoog en nam de hondenbelasting als voorbeeld. Je moest nu f 5,- (= € 2, 20) per jaar gaan betalen voor een loslopende hond en f. 2,50 (€ 1,10)  voor een kettinghond. Na zijn opmerking bleef de hondenbelasting op het oude tarief.  In 2017 was de hondenbelasting in de gemeente Gulpen-Wittem € 47 per jaar. Aan het eind van het jaar werd er in de gemeenteraad besloten dat er een nieuwe weg moest komen van Simpelveld naar Nijswiller. Jos van Wersch stemde tegen want hij wilde dat met dat geld de armenkas aangevuld zou worden gezien de treurige toestand van de armen. En in dezelfde raadsvergadering vond hij het inkomen van de burgemeester te hoog.

De Raad besliste in maart 1937 over de salarissen van de Vleeskeuringsdienst. Jos van Wersch vond die namelijk veel te hoog. Hij verloor. Tevens deed hij het voorstel om eens een vreemde van buiten het dorp op het gemeentehuis te laten werken. Nu werken er alleen maar mensen die elkaar kennen. 
Er zou in juli 1937 een nieuwe vleeskeuringswet komen met allerlei nieuwe artikelen. Van Wersch verzette zich daar tegen en besloten werd de oude vleeskeuringswet te blijven hanteren. Net zoals de pastoor waren de scholen, als gevestigde instanties, niet heilig bij hem. In augustus van dat jaar pakte de hoofdonderwijzer aan van de openbare school in de gemeente. Die werkte in Mechelen en woonde in Maastricht. Hij verdient hier zijn geld terwijl hij ergens anders belasting betaalt. Ook kan hij niet het gewenste toezicht op de leerlingen houden.  De voorzitter gaf te kennen dat het een uitzonderingsgeval was.Zijn mening werd niet door de raad gesteund.

Toen prinses Beatrix in januari 1938 werd geboren en Gedeputeerde Staten de gemeenten voorstelden minstens f. 50 beschikbaar te stellen voor versieringen in hun gemeente, stemde Van Wersch en zijn collega, als goede socialisten, tegen. Het geld kon beter aan de behoeftigen besteed worden. Zo ook zijn voorstel in juni 1938: de mijnwerkers in de gemeente moesten betalen voor de bus. Hij stelde voor dat de mijnwerkers subsidie zouden krijgen voor het busvervoer. Ook dit werd weggestemd.
Hij vond dat ambtenaren van 65 jaar en ouder plaats moesten maken voor jongere krachten. Er werd tegengestemd waarop hij toen zei: Zo krijgt u nog eens ambtenaren van bijna 70 jaren. Ook bracht hij weer eens de armen onder de aandacht. In het najaar werd zoals ieder jaar, hout gekapt en hij zei dat men niet te krenterig moest zijn om de armen meer hout toe te kennen. In november 1938 vroeg hij zich af of de lang beloofde brug in Wahlwiller er nog weldoe komen. Ook vroeg hij waarom mensen die niet in Duitsland willen werken steun trekken, terwijl anderen deze steun geweigerd wordt.

Boerenleider

Op 5 augustus 1942 werd Jos in de raadszaal van Mechelen  geïnstalleerd als eerste dorpsboerenleider en later als buurtboerenleider van Nederland. 
De Nederlandsche Landstand werd opgericht op 22 oktober 1941 met als doel alle organisaties op het gebied van landbouw en visserij te overkoepelen (vergelijkbaar met het Duitse Reichsnährstand). Het was een publiekrechtelijke organisatie, onder toezicht van de secretaris-generaal van Landbouw en Visserij. Evert Jan Roskam (archief 469) kreeg naast zijn leiderschap van het Agrarisch Front ook de leiding van de Nederlandsche Landstand. Het Agrarisch Front vormde de kern van de Nederlandsche Landstand.(bron: Wikipedia).
 
De Nederlandse Landstand of Nederlandsche Landstand was een organisatie die in oktober 1941 ontstond uit de fusie van Boerenfront en de Nationale Bond Landbouw en Maatschappij. De Nederlandse Landstand werd geleid door Evert Roskam die daarvoor al de leider was van de begin 1940 opgerichte NSB-boerenorganisatie Boerenfront. De organisatie had onder meer tot taak zorg te dragen voor de voedselvoorziening van de Nederlandse bevolking. Daarnaast was zij verantwoordelijk voor het behartigen van de belangen van boeren, vissers en tuinders. Deze werden allen gedwongen lid te worden (bron: Wikipedia).

De krant schreef:  J. van Wersch uit Schweiberg Mechelen is  tot eerste dorpsboerenleider van het land in Mechelen geïnstalleerd. Leden van de dorpsboerenraad waren Dhrn. Horbach, Staeten en J van Wersch uit Wittem. De leider van de Landstand dhr. Roskam was ook aanwezig maar ook burgemeester Souren van Vaals en burgemeester Kousen van Wittem. Roskam zei over Van Wersch: de ware man op de ware plaats een man van karakter, eerlijk en trouw.maar ok vol felle strijdlust.

Jos werd in mei 1943 benoemd tot hoofd van  hoofdafdeling I in de provincie Limburg van de Nederladsche Landstand. Hij was al id van de provinciale Raad van de Landstand en nu werd hij ook nog aangewezen als vertegenwoordiger van de boerenleider in de Grondkamer.

Pas in 1946 stond in de Nederlandse Staatscourant dat hem per september 1944 ontslag werd verleend als wethouder van Wittem.

1953

Weer via de notaris verkocht hij in 1953 wegens bedrijfsbeëindiging de bedrijfsinboedel. Hij was 49 jaar. De inventaris geeft een zicht op welke zaken aanwezig waren op een in werking zijnde boerderij in 1953:

Notaris Gorrissen te WITTEM  zal op Woensdag 11 Nov. ’53  te 10 uur precies, ten verzoeke en ten huize van de  heer J. van Wersch-Huijnen  te Schweijberg 143 Mechelen-Wittem, wegens algeheel  ophouden met zijn bedrijf,  publiek verkopen: 

23 stuks hoornvee waarbij  hoogdragende en jongvee  wit bedrijf, dragende zeug,  Belg. lange kar met oogstgetuig, waterkar met vat  750 ltr., slagkar op luchtb.  voor paard of aanhang, nwe  karwielen met as, gegalvan.  watervat 600 ltr, maaimach.  Deering, hooiwender, kunstmeststrooier, weidevil, elec. gierpomp, hakselmach. voor  motoraandrijving, bietenmolen, koekenbreker, cirkelzaag, electr. motor Dort  3 p.k., drijfriemen, veevoederketel, waterkarretje  met gegalvan. vat 80 ltr.,  varkensbak, plukladders,  klaverruiters, reservewielen  met banden 32×6. koperen  waterpomp, spanijzers, bascule met gewichten, siroopketel met pers, transmissie met pollier, slijpsteen voor maaimach., slijpsteen, ijzeren en houten veevoederbakken, brijdselmach.,  kruikarren, handschoffelmach., tuinbank, kunstmoeder, paardentuig, partij zakken, melkgereedschap als  kannen, emmers, teems; bekisting voor betonpalen, gr.  houten raam 3,5×1,5 m. met  bijpassende deuren geschikt  voor kippenhok, kuikenren 5×2,5 m., klein gereedschap, partij brandhout.
Elke post t/m. ƒ 250.— à  contant, overigens crediet  tot 1 juli 1954 tegen verplichte borgstelling.

Jos overleed in 1990, zijn vrouw Maria Huijnen, in 1993.

Klik hier voor Jean van Wersch in de Wittemse Tak.
Klik hier voor Jos van Wersch in de Wittemse Tak.

Een Stamgenoten website