Genealogische website Warsage

dees van weers
1933-2006

Dees van Weers werd op 25 oktober 1933 als Desiré Johannes van Weers in een gezin van zeven kinderen in Den Haag uit Bert van Weers (instrumentenmaker) en Marie Louise van Kerkhoven geboren.
Na zijn lagere school ging hij naar de mulo waar hij in 1950 zijn diploma behaalde. Hij ging daarna bij de technische dienst van de PTT werken, maar bleef wel door studeren.

 

d j van weersIn 1958 behaalde Dees van Weers zijn onderwijsakte Natuurkunde terwijl hij nog steeds overdag bij de PTT werkzaam was. Van 1959 tot en met 1964 was hij leraar natuurkunde aan de LTS in Amsterdam. En tussen 1963 en 1967 leraar biologie aan het gymnasium in Hilversum. Dat laatste jaar ontving hij zijn MO-akte biologie waarna hij leraar Plant- en Dierkunde HAVO-Atheneum in Alkmaar werd.

Weer zes jaar later, in 1973, behaalde hij zijn doctoraal in biologie.

1977-1988 waren de jaren dat hij leraar biologie in Amsterdam was. In 1980 promoveerde Dees van Weers aan de universiteit van Amsterdam op het onderzoek naar de Aziatische stekelvarkens. Vanaf dat jaar was hij tevens honorair medewerker van het Zoölogisch Museum in Amsterdam. In 1983 was hij docent Biologie aan de lerarenopleiding van de Stichting Nutsseminarium te Amsterdam.

1988-1995 waren bewuste jaren zonder vaste betrekking vanwege zijn onderzoeken. Hij gaf biologieles op vijf verschillende scholen.

Dees van Weers was toen al sociaal betrokken hetgeen met de strijd tegen de honger in Biafra (1969) begon en daarna was hij betrokken in een comité Alkmaar voor Vietnam (1972).

 

Halverwege de zeventiger jaren begon hij artikelen te publiceren over het stekelvarken. Waarom het stekelvarken?
Zijn zoon verklaarde dat:
Dees ontmoette tijdens zijn kandidaatsstudie biologie de Duitse biologe Erna Mohr. Hij was op zoek naar een afstudeer-onderwerp en zij gaf hem een berg stekelvarken-schedels om uit te zoeken. Daar is hij mee door blijven gaan tot hij alle nu levende stekelvarken-soorten in kaart had gebracht en daarna is hij de uitgestorven soorten in kaart gaan brengen als paleontoloog. Erna Mohr had zoiets gedaan voor de Przewalski-paarden. Dees heeft op zijn sterfbed nog de overdruk van zijn laatste artikel over stekelvarkens gecontroleerd voor publicatie. Hij kreeg daarvoor een complimenteuze brief van een Harvard-professor. Dees was ‘wereldautoriteit’ op het gebied van stekelvarkens. Er waren maar weinig biologen met dit onderwerp bezig en zeker geen 40 jaar.
Zelfs nu nog (anno 2021) krijgt zijn weduwe nog wel eens een verzoek van een bioloog-onderzoeker om een publicatie toe te sturen.

promotie
Promotie Dees met broer Albert en vriend Jan-Hein
hbs alkmaar

Biafra, 1969

dees van weersStreven naar een permanente actiegroep
“Noodfonds Voortgezet Onderwijs houdt zaterdag Biafra-actie”
Alkmaar – De honger in Biafra. De schooljeugd heeft de consequenties getrokken uit de grote hoeveelheid informatie over de trieste situatie in een uitgehongerd land. Aan de rijksscholengemeenschap zullen leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs in Alkmaar en omgeving in de Alkmaarse binnenstad opnieuw een collecte houden. Maar Biafra is maar een deel van een wereld, waarin twee-derde deel van de mensheid iedere dag honger heeft. Na Biafra zullen er nieuwe noodsituaties ontstaan en ook dan wil de schooljeugd acties ontketenen. Daarom hebben die scholieren besloten tot de oprichting van een permanent „Noodfonds Voortgezet Onderwijs”. Een Alkmaars model, dat wellicht als voorbeeld kan gaan dienen voor de rest van het land.

 

Wellicht voorbeeld voor gehele land
Inspirator van het Noodfonds is de heer Dees van Weers, biologie-leraar aan de Rijksscholengemeenschap „Noord- Kennemerland” te Alkmaar. Hij haalt een Unicef-bulletin aan waarin melding wordt gemaakt van 900 miljoen kinderen, die ondervoed zijn of toereikende medische verzorging moeten ontberen: „Dit roept weer het beeld op van een wereld, waarin een derde van de mensheid ten koste van het resterende twee-derde deel leeft. Toen ik deze verdeling voor het eerst hoorde, geloofde ik het nauwelijks, maar ik ben er inmiddels van overtuigd, dat dit beeld wel klopt. Op 20 november waren we met 8000 man op het Haagse Malieveld en toen kreeg ik het idee dat de jongeren over voldoende idealisme beschikken om een actie te beginnen. We belegden een vergadering, waarop 28 scholen uit Alkmaar en omgeving aanwezig waren. We besloten tot de actie van zaterdag, waarvoor de gemeente Alkmaar ons stembussen heeft toegezegd. Het succes van deze actie vormt voor ons een indicatie of een permanent Nood-fonds een haalbare kaart is. Want ook na Biafra is het einde van de ellende niet in zicht. Daarom wil ik graag een permanente actie. Het plan voor een nationaal permanent Noodfonds hebben we moeten laten varen, maar wellicht kan ons idee in andere plaatsen navolging vinden. Mocht er toch een actie op wat grotere schaal komen, bijvoorbeeld als gevolg van de publiciteit, dan wil ik de hele zaak overdragen aan de Novib. Ik stel me een soort jeugd-Novib voor”.

 

Politiek

De heer Dees van Weers is een idealist, maar hij beseft heel goed dat men er met een paar duizend gulden niet is. Hij noemt de kosten van een hulpvlucht naar Biafra, die op 200.000 gulden worden geschat, en meent: „Als we bij kunnen dragen aan zo’n vlucht dan is het in ieder geval niet voor niets geweest. Maar natuurlijk kunnen we niet volstaan met akties. Ik besef dat we de politiek er niet buiten kunnen houden. Je kan Rusland, Engeland of Ojoekwoe gemakkelijk de schuld geven van de honger in Biafra.
Blijkbaar zijn de heren niet zo principieel om te zeggen: „Dit wil ik niet op mijn geweten hebben”. Ik geloof dat we daarom beter kunnen zorgen dat de jeugd zich bewust wordt van de absurde situatie, die in deze wereld bestaat. U kunt het Noodfonds dan ook zeker zien als een middel om het proces van bewustwording te stimuleren. Kijk, het vergroten van de ontwikkelingshulp is een politieke zaak. Als wij ervoor zorgen dat de mensen een dergelijke vergroting echt willen, dan zullen de politieke partijen dat in hun programma opnemen”.

 

Geweten
De heer Van Weers erkent, dat ontwikkelingshulp nogal eens het geweten sust. Vijf gulden en Biafra kan vergeten worden. Hij vraagt zich echter af welk alternatief hij voor deze aktie heeft: „Ik weet echt niet of ik anders zou kunnen dogen. Het permanente karakter van onze aktie, maakt het bezwaar tegen inzamelingen al wat minder, maar ik geef natuurlijk toe, dat een werkelijke oplossing van het voedselprobleem slechts bereikbaar is als we bereid zijn onze welvaart te verlagen. Wat mij betreft mogen de belastingen ten behoeve van de ontwikkelingslanden omhoog. In elk geval geven we door onze initiatieven wat publiciteit aan bijvoorbeeld de Novib. Overigens moet ik nog zeggen, dat het geld, dat wij bij elkaar krijgen, waarschijnlijk naar de Joint Church Aid gaat. Een twee-derde meerderheid van onze groep moet daarover beslissen. Joint Church Aid heeft het voordeel dat er Nederlanders bij betrokken zijn en het is de enige organisatie, die op Biafra is blijven vliegen. We menen, dat deze mensen ons geld het meest effectief zullen besteden, al moet je accepteren, dat er ook geld in de organisatie zelf gaat zitten”.

 

Discussie
Inmiddels zijn er door het Noodfonds collectebussen in talloze winkels geplaatst. Tot nu toe valt de inhoud tegen. Het is niet onmogelijk, dat het publiek enigszins is afgestompt door de vele berichten uit Biafra. Zaterdag hoopt men dit probleem te overwinnen door kleine straatdiscussies. Leerlingen van de meewerkende scholen zullen in groepjes de mensen via gesprekken te overtuigen van de noodzaak van nieuwe steun.
„Het is een triest idee dat de volwassenen blijkbaar de neiging hebben om het gordijn op de wereld te sluiten. Gelukkig zitten er op de scholen voldoende activisten die ik echt niet hoef om te praten en die vaak bijzonder bekwame organisatoren zijn, Daarom houd ik het nog steeds, voor mogelijk, dat er een permanente aktiegroep komt. Het gaat om een continue stroom geld en de bewustwording. Ook de Novib begon klein, de ontwikkelingshulp is nu een aanvaard idee. Kwam daar vijftien jaar geleden eens om. Belangrijk is dat we nu contact hebben met bijna alle scholen in de omgeving. Ik besef de beperking, maar ik geloof er nog in”, aldus Dees van Weers.

bron: Noordhollands Dagblad 1969

Biafra, 1969

dees van weersEen ander artikel in het Noord-Hollands Dagblad schreef over 500.000 handtekeningen die na de demonstratie op het Malieveld aan premier Piet de Jong werden aangeboden. Hierin werd de Nederlandse regering met klem op aangedrongen een einde te maken aan de kommervolle omstandigheden waarin de Biafraanse jeugd verkeert.

 

Dees van Weers was die zaterdag met vier leerlingen van zijn school op het Malieveld. Er waren 8000 jongeren aanwezig.
Hij zei: “De leerlingen doen het. Ik begeleid ze. Opvoeden houdt per slot van rekening ook in de leerlingen verantwoordelijkheid te leren dragen, ook verantwoordelijk jegens hun medemens in nood. De jongens en meisjes zijn enorm actief aan de slag gegaan. Zo actief zelfs dart ik enkele jongens heb moeten terughalen uit de organisatie omdat het leren niet onder deze activiteiten mag lijden. Dat is ook een stuk verantwoordelijkheid war de jongens en meisjes op moet worden gewezen.

 

Na afloop van de collecte in Alkmaar voor Biafra kopte de krant: Scholieren leverden geweldige prestatie voor Biafraans kind. Protest actie bracht ƒ 11.426,73 op. Dit was door middel van collecteren, maar ook door schoenen poetsen, boeken verkopen, erwtensoep verkopen.

Vietnam 1972

Ingezonden brief aan het Alkmaars Weekblad 14 september 1972
Kaaspraat:

 

In dit weekblad, alsmede in de beide plaatselijke dagbladen, is vorige week een oproep geplaatst door het comité “Alkmaar voor Vietnam”. In de week van 4 tot en met 21 oktober a.s. zal het in een huis-aan-huis-collecte gelden inzamelen ten einde het verschrikkelijke leed van de Vietnamese bevolking te helpen verzachten. Het Alkmaarse comité zegt tot de slotsom te zijn gekomen dat. het bijeengebrachte geld moet worden overgemaakt op de girorekening van het Medisch Comité Nederland Vietnam, dat, zo citeren wij, „hulp verleent daar waar de meeste slachtoffers vallen”.

 

Tegen de conclusie die het comité „Alkmaar voor Vietnam” heeft getrokken, hebben wij geen bezwaar. Het staat immers iedereen vrij uit te maken waar naar zijn idee het grootste leed wordt geleden.
Iets anderszins het, dat met de publikaties de indruk is gewekt dat de gelden ten goed zullen komen aan de slachtoffers zowel in
Noord- als Zuid Vietnam. Maar dat is niet het geval.

 

Het Medisch Comité Nederland-Vietnam heeft er nooit een geheim van gemaakt dat de door haar verworven gelden worden gebruikt voor hulp aan slachtoffers in Noord-Vietnam een geheim van gemaakt dat de strijd van het Noordvietnamese volk tegen de Amerikanen zijn instemming heeft. Nogmaals, daar is op zich niets tegen. Waar we in dit kader wel bezwaar tegen maken, is dat op de Alkmaarse bevolking een beroep wordt gedaan geld te geven voor een bestemming die onvoldoende is omschreven. Zeker wanneer het gaat om de politieke stellingname die eraan verbonden is.

 

Degenen op wie een beroep wordt gedaan vrijgevig te zijn, behoren te worden voorgelicht over de „voorkeur” die de ontvangende instantie duidelijk heeft.
Voor zover de AW-publikatie van vorige week in dit verband misverstanden heeft opgeroepen, betreuren wij dat. Waarmee we niet willen zeggen dat de actie van de Alkmaarse comité niet goed zou zijn. Integendeel. We willen alleen maar dat iedereen goed weet voor wie men in de buidel tast, Al is het doel nog zo menselijk en lofwaardig!

 

Berrie

dees van weersIngezonden brief aan het Alkmaars Weekblad 21 september 1972

Misverstanden over hulp aan Vietnam.

Het Alkmaars Weekblad van 14 september jl. heeft verheugend veel aandacht geschonken aan de aktiviteiten in het kader van de Vredesweek. Uw redactie geeft daarmee blijk de grote betekenis van dit werk en de groeiende belangstelling daarvoor bij de Alkmaarse bevolking te hebben ingezien. Eveneens waardevol is het dat de rubriek ”Kaaspraat” positieve aandacht heeft willen besteden aan de plannen van het comité “Alkmaar voor Vietnam”. Jammer genoeg komen daarin een aantal passages voor die ongewild bij uw lezers verkeerd begrip zouden kunnen wekken, en dat betreur ik in hoge mate.

 

Berrie, de schrijver van Kaaspraat, stelt dat het iedereen vrij staat uit te maken waar naar zijn idee het grootste leed wordt geleden. Dit suggereert dat daar verschil van mening over mogelijk is. De feiten laten daartoe echter geen keus, en de volgende gegevens kunnen dat duidelijk maken.

 

Op Noord-Vietnam, en boven de gebieden in Zuid-Vietnam die door het ’Nationale Bevrijdingsfront” bestuurd worden, zijn tot mei 1971 reeds 6 miljoen ton aan bommen afgeworpen. De explosieve kracht daarvan staat gelijk aan 300 atoombommen van het Hiroshima- type. De totale hoeveelheid explosieven die door Amerika per dag wordt gebruikt, is 200 tot 500 maal zo hoog als die van de tegenstander. Op dezelfde gebieden werd alleen al in 1969 meer dan 3 miljoen kilo van het speciaal voor Vietnam ontwikkelde CS-gifgas geworpen.

 

Het gebruik van dit gas is regelrecht in strijd met het Protocol van Genève van 1925. In de gebieden van Zuid-Vietnam waar de bevolking het Bevrijdingsfront steunt, is 20 tot 30% van het totale oppervlak aan landbouwgrond van geheel Zuid-Vietnam voor jaren vergiftigd met ontbladeringsmiddelen. Van de stoffen 2,4D en 2,4,5-T, ook wel als ’oranje” aangeduid, is vastgesteld dat zij kanker en softenon-effecten kunnen veroorzaken.

 

Na een rapport van het Nationaal Kankersinstituut van de VS in 1970, heeft president Nixon het gebruik van ”oranje” verboden, maar het Pentagon heeft toegegeven dat het ook daarna nog in Vietnam wordt gebruikt.
Alleen op Noord-Vietnam, en op de bevolking in de door de bevrijdingsbeweging bestuurde gebieden, worden fragmentatiebommen geworpen die uitsluitend tegen mensen zijn gericht en hen met honderden staalsplinters doorboren. Op dezelfde gebieden wordt napalm
geworpen, en beide wapens zijn in strijd met de conventies van Genève. Tenslotte, dijken worden er alleen in Noord-Vietnam gebombardeerd en dit bedreigt miljoenen met verdrinking en hongersnood.

 

Over het antwoord op de vraag waar het grootste aantal slachtoffers valt, is weinig verschil van mening mogelijk. Dit blijkt ook uit de cijfers van Internationale Roode Kruis. Ofschoon het Roode Kruis zelfs de schijn van partijdigheid moet vermijden, heeft het in 1971 naar Noord-Vietnam 69 miljoen Zw. frs. en naar Zuid-Vietnam 29 miljoen Zw. frs. overgemaakt.

 

Ontoereikend
Het comité Alkmaar voor Vietnam heeft besloten om de opbrengst van de collecte te bestemmen voor het Medisch Comité Nederland-Vietnam. Berrie maakt nu in zijn Kaaspraat een vergissing door te beweren dat het MCNV alleen de slachtoffers in Noord-Vietnam helpt. Meer dan de helft van Zuid-Vietnam, voor zover dat niet onbewoonbaar is door tapijtbombardementen en ontbladeringsvergiften, wordt bestuurd door de bevrijdingsbeweging. Deze houdt daar, de toestand in aanmerking genomen, een goed georganiseerde gezondheidsdienst in stand, zowel voor oorlogsslachtoffers als voor de gewone medische zorg voor de bevolking. Ook deze gezondheidsdiensten ontvangen hulp van het MCNV, en hetzelfde is het geval in Laos en Cambodja.

 

Wel moet men daarbij bedenken dat deze hulp slechts een kleine aanvulling is en dat ook de totale hulpverlening volstrekt ontoereikend is.
Wat beweegt dan de ruim 400 Nederlandse artsen die het Medisch Comité steunen? Zij zijn diep geschokt door het feit dat er fragmentatiebommen, napalm en gifgas, afkomstig uit het westen, op dit volk valt. Zij voelen zich daar medeverantwoordelijk voor, en vanuit datzelfde wensen zenden zij daarom medische hulp als een vorm van genoegdoening en om de overlevingskansen van dit volk te helpen vergroten. In wezen is hun stellingname zuiver humanitair. Daarom trof het mij zo pijnlijk dat dit in Kaaspraat in het geheel niet naar voren kwam, maar dat alleen een “’politieke stellingname” werd benadrukt.

 

Daarmee wordt zowel het MCNV als het Alkmaarse comité in een onjuist daglicht gesteld. Ik neem aan dat dit niet opzettelijk, maar in een streven naar journalistieke objectiviteit is gebeurd. Wel blijkt er een gebrek aan informatie uit. Daarom nodig ik Berrie bij deze uit om de informatiedag van het comité op zaterdag 14 oktober in de Hof van Sonoy te bezoeken om daar over het Vietnamdrama van gedachten te wisselen. Tevens doe ik hem hier de suggestie, zijn sympathie voor ons werk uit te drukken door een kleine gift over te maken op postgiro 6329 tnv. de Nutsspaarbank te Alkmaar ‚onder vermelding van ”Alkmaar voor Vietnam”.

 

De hier vermelde feiten en cijfer zijn ontleend aan:.
– Indo-China, geweld zonder weerga, J. Boonstra, AO-boekje 1418, 16-6- 1972.
– Proefmonsters voor Vietnam. Drs. W. D. Verwey, Kenmerk, televisierubriek der kerken, 1971.

– De kwestie Vietnam, feiten en achtergronden; voorw. Prof. Dr.J, Verkuyl, red. A. Korver e.a, Polak en van Gennep, 1967.

 

Met de meeste hoogachting, verblijf ik,
 Dees van Weers.

bron: Alkmaars Weekblad 21 september 1972

Aanklacht van Dees van Weers, 1982

witte leliD’Witte Leli
Nieuwe Spiegelstraat 17

23-3-1982

The Ambassador of the United States of America in the Netherlands,


American Embassy


The grand and continuous genocide and violation of the human rights under the joint responsibility of the government of the United States of America in El Salvador and the other Central American countries, fills me with deep indignation,
Although I realize the helplessness of this gesture, it is a matter of conscience for me to inform you about my feelings about such an unhuman, cruel and short-sighted policy.


 

The feeling of powerlessness brings me to the need to attract your attention by the throwing of a stone through your window. However, this gesture will certainly not be understood, there is the risk to hurt innocent people and the courage lacks me to do so because the consequences could harm myself and my family.

 

Therefore, now I send you this stone, which I wanted to throw, as an expression of my abhorrence of the policy of the United States which obviously has not changed since the genocide in Vietnam.


I ensure you that I will widely make known this opinion, and I invite you to make known your individual feelings about the American responsibility for the tragic fate of so many Central American people.

 

Dr. D.J. van Weers
Teacher biology,
Institute for the education of teachers “d’Witte Leli”.

witte leli
Leraar aan de Witte Leli

Vietnam, 1983

7-12-1983

Aan: Met een van mijn stekelvarken-publicaties gezonden aan Mevr. Den Ouden-Dekkers en Mr. J.S.L.Guaelthérie van Weezel, copieën aan de overige VVD en CDA-leden van de Vaste Kamercommissie voor Ontwikkelings- samenwerking.


 

Geachte Mevrouw Den Ouden,

Hierbij treft U een overdruk aan van een artikel dat deel heeft uitgemaakt van mijn proefschrift over zuidoost-aziatische stekelvarkens. Ik doe dit niet in de overtuiging U boeiende lectuur te verschaffen; integendeel, het zal voor U nauwelijks leesbaar zijn. Ik doe dit ook niet om overtollige stukken op te ruimen; integendeel, ik heb er niet veel meer en ben er erg zuinig mee. Wat ik wel beoog is met dit gebaar een dringend verzoek te onderstrepen.

 

Stekelvarkens hebben mij tot belangstelling voor de internationale politiek gebracht. Dit is waarschijnlijk een wat ongewone weg en ik wil U uitleggen hoe dat gekomen is. Bij deze studie heb ik jarenlang verspreidingskaartjes van de verschillende soorten gehanteerd en op blz.218 kunt U zien dat Vietnam in het hart van zo’n kaartje gelegen is. De vormen die daar voorkomen zijn zeldzaam en er is nog weinig van bekend. In de betreffende periode luisterde ik onwillekeurig naar de naam “Vietnam” in de nieuwsdienstbulletins en sloot ik voor dit ‘”politieke'” geluid niet meer automatisch mijn oren zoals daarvoor.

 

Op een zeker moment drong het toen tot mij door dat er miljoenen tonnen gif over dat land werden uitgestrooid. “Veschrikkelijk, m’n stekelvarkens”, dacht ik, maar besefte toen ook wat een immorele gedachte dit was omdat daar een volk leefde dat een afschuwelijk lot beschoren was.

Vanaf dat moment liet de vraag ”Waarom” mij niet meer los, heb ik de stekelvarken-taxonomie terzijde geschoven en mij zo veelzijdig mogelijke literatuur verschaft voor een grondige studie van dit stuk historie. De schuld van het Westen die daarin naar voren kwam heeft mij verbijsterd.
Vanaf die tijd steun ik het humanitaire werk van het MCNV financieel.

 

Ik ben altijd gelukkig geweest met het idee dat deze hulp verdubbeld werd door de overheid, zowel om de principiële als om de feitelijke betekenis daarvan. Ik voel mij wanhopig en machteloos wanneer ik mij afvraag hoe ik U kan overtuigen dat de hulp van de overheid aan Vietnam moet doorgaan.
Een uitvoerig betoog, een gedocumenteerde analyse ? Ik ben er niet voor in de gelegenheid en U zou geen tijd hebben het te bestuderen.

 

In plaats daarvan verzeker ik U van mijn geloof dat U mijn overtuiging zou delen wanneer U, net als ik, in de gelegenheid geweest zou zijn een uitvoerige studie van het tragische lot van dit volk te maken en vele jaren de ontwikkelingen op de voet gevolgd zou kunnen hebben zonder de negatieve elementen daarin van de laatste jaren te willen negeren:
De hulp aan Vietnam mag niet verminderen !


Ik doe een dringend beroep op U om gehoor te schenken aan de betreffende organisaties en hoop dat een fatale politieke beslissing over de hulp aan Vietnam afgewend kan worden.

 

Hoogachtend
D.J. Van Weers
Docent biologie aan de lerarenopleiding van de Stichting Nutsseminarium te Amsterdam

Antwoord 1983

van Mr. R.E.J.M. van den Toorn
Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
‘s-Gravenhage

 

Den Haag, 22 december 1983
De heer D.J. van Weers

 

Geachte heer van Weers,

Met waardering heb ik kennis genomen van Uw brief inzake
 het lot van het Vietnamese volk.
Het CDA is echter van mening dat de buitenlandse politiek van Vietnam, het bezet houden van Cambodja in het bijzonder, en het gevoerde mensenrechtenbeleid een normale ontwikkelings- samenwerkingrelatie onmogelijk hebben gemaakt, De zuiver humanitaire hulp mag volgens ons echter nooit door politieke overwegingen worden belemmerd: het verlenen van noodhulp en direkte bestrijding van gevolgen van rampen moet ongeacht het in het ontvangende land heersende regime worden verleend.

Aangezien het merendeel van de projekten die Nederland in Vietnam financiert niet aan dit criterium voldoet, stelt het CDA zich achter de stopzetting van dit deel van de projekten; de projekten die zich bijv. met malaria- en lepraonderzoek bezighouden, kunnen als humanitair worden aangemerkt en daarom worden gehandhaafd.

 

Hopende U hiermee van dienst te zijn geweest,

Hoogachtend
Mr. R.E.J.M. v.d. Toorn

Publicaties Dees van Weers

1976: Notes on Southeast Asian porcupines (Hystricidae, Rodentia) part I:On the taxonomy of the genus Trichys Günther, 1877. Beaufortia, 25 (319): 15-31.
1977: Notes on Southeast Asian porcupines (Hystricidae, Rodentia) part II: On the taxonomy of the genus Atherurus F.Cuvier, 1829. Beaufortia, 26 (336),205-230.
1978: Notes on SoutheastAsian porcupines (Hystricidae, Rodentia) part III: On the taxonomy of the subgenus Thecurus Lyon, 1907(genus Hystrix Linnaeus, 1758). Beaufortia, 28 (344), 17-33.
1979: Notes on Southeast Asian porcupines (Hystricidae, Rodentia) part IV: On the taxonomy of the subgenus Acanthion F. Cuvier, 1823 with notes on the other taxa of the family. Beaufortia, 29 (356), 215- 272.
1990: Dimensions and occlusal patterns in molars of Hystrix brachyura Linnaeus, 1758 (Mammalia, Rodentia) in a system of wear categories.
1995: The Fossil Porcupine Hystrix Lagrelli Loennberg, 1924 from the Pleistocene of China and Java and Its Phylogenetic Relationships.
1996: Taxonomy and stratigraphic record of the oldest European porcupine Hystrix parvae (Kretzoi, 1951).

1999: Het onderzoek aan de recente en fossiele stekelvarkens (Hystricidae) van de Oude Wereld, Cranium 16.2.1999.
1999: Hystrix Zhengi N. Sp., a Brachyodont Porcupine (Rodentia) from Early Nihewanian Stage, Early Pleistogene of China.
2002: Atherurus karnuliensis Lydekker, 1886, a Pleistocene brush-tailed porcupine from India, China and Vietnam.
2003: Turolian and Ruscinian porcupines (genus Hystrix, Rodentia) from Europe, Asia and North Africa.
2003: The Porcupine Hystrix Brachyura Linnaeus, 1758 in the Cave Deposits of Longgupo, China.
2004: Comparison of Neogene Low-crowned Hydterix Species (Mammalia, Porcupines, Rodentia) from Europe, West and Southeast Asia.
2005: A taxonomic revision of the Pleistocene Hystrix (Hystricidae, Rodentia) from Eurasia with notes on the evolution of the family.

Overleden 2006

dees van weers

Na een dappere strijd tegen de ziekte die hem lichamelijk langzaam sloopte is onze gewaardeerde collega Dr.  Dees van Weers op 12 februari 2006 overleden. Dees, werkzaam als gastmedewerker bij het Zoologisch Museum in Amsterdam, was een gedreven onderzoeker, die de lat voor zichzelf hoog legde. Teleurstellingen wanneer bleek dat niet iedereen zijn hoge ethische normen hanteerde, bleven hem niet bespaard. Zelfs tijdens de laatste weken die hem gegund werden was hij nog vervuld van een artikel over zijn geliefde Hystrix (het stekelvarken). Met het heengaan van Dees hebben we een bijzonder mens verloren.

Met dank aan de nabestaanden van Dees van Weers voor de foto’s en hulp.

 

Klik hier voor Dees van Weers in de Haagse Tak.

error: