Brand in Rooth

Op 23 maart 1858 om drie uur in de middag werd dit gehucht opgeschrikt door een allesverwoestende brand. In het archief van de gemeente Margraten zijn helaas geen bijzondere stukken meer omtrent deze brand aanwezig. Volgens een aantekening bij de inventaris zijn deze vernietigd. Met de gegevens in het provinciaal archief kan niettemin een reconstructie van de ramp gemaakt worden. Een fragment van de oudste kadasterkaart van ’t Rooth uit 1841 dient daarbij als kapstok. Bij de woningen zijn de namen van de eigenaars geplaatst.

rooth

De brand ontstond door “een ongeluk”. Waarschijnlijk was hoefsmid Giles in de Braek aan het werk in de smidse. Met de blaasbalg wakkerde hij het vuur in de smidshaard aan met fatale gevolgen. Een neerdwarrelende vonk zette in een mum van tijd minstens zes woningen in lichterlaaie. Giles kreeg niet de tijd nog iets uit zijn woning te redden. Dat gold ook voor zijn broer Thomas en zijn dochter die naast het Heerengoed woonden. Ook hij was te laat om geld, vee en andere goederen in veiligheid te brengen. Het derde slachtoffer was Simon van Wersch, die eveneens al zijn bezittingen kwijt raakte. De drie woningen waren niet tegen brand verzekerd. Ook de broers Gilles, Leonard en Joannes Dubois zagen hun boerderij in rook opgaan. Zij slaagden er nog in een deel van het vee het brandende gebouw uit te jagen. Hun woning was wel tegen brand verzekerd. Over de overige woningen zwijgen de archieven. Toch weten wij, dat de vijfde woning die ten prooi viel aan de vlammen eigendom was van de erfgenamen van koopman Jan Becker uit Maastricht. Het was de boerderij tegenover het Heerengoed, dat overigens ook in hun bezit was. Zij herbouwden op de resten van de afgebrande woning een nieuwe boerderij (nu boerderij Nijskens, ’t Rooth 24). Het jaartal in deze woning herinnert nog aan de brand. Op de steen staat GFB 1858. Van de zesde verwoeste woning weten wij niets.

rooth

De toegesnelde vrijwillige brandweer van Heer kon weinig meer uitrichten dan nablussen en voorkomen dat het vuur naar andere percelen oversloeg. Uren na de brand riep de gouverneur nog de hulp in van het garnizoen in Maastricht. Het was al donker toen twee brandspuiten en een detachement van de artillerie op ’t Rooth arriveerden.

Nasleep


De gedupeerde eigenaars van de niet verzekerde woningen vroegen bij herhaling aan de Provincie toestemming voor het houden van een collecte in de regio om hen financieel tegemoet te komen in de kosten van de opbouw van hun nieuwe woningen. Het verzoek werd afgewezen op grond van het feit dat toestemming voor het inzamelen van gelden “alleen in zeer bijzondere omstandigheden en alzo uiterst zeldzaam wordt verleend.” Bij de commandant van het garnizoen drong de Provincie wel aan alle bij de “bestrijding” van de brand gemaakte kosten in rekening te brengen. Dat geschiedde, uiteraard voor rekening van de gemeente Margraten. De vrijwillige brandweer van Heer moest genoegen nemen met een dankbrief voor verleende hulp.

Bronnen:
Gemeente Archief Margarten: Archief gemeente Cadier en Keer, inv. nrs. 82-121, 344-345 en 789-791.
RAL: Archief schepenbank Cadier, inv. nr. 9759.
RAL: Provinciaal Archief, inv. nrs. 2415, 2416, 2417, 2440, 4223 4229, 4232 en 2244.
H.W.A. Lemmerling: Oet vreuger jaore, deel 6 en 9
Historische Kring Cadier en Keer.

Klik hier voor Simon van Weersch in de Losse Takken Herwartz.

Een Stamgenoten website